De brancheorganisatie voor datacenters Dutch Data Center Association (DDA) heeft vandaag – op Nationale Datacenter Dag – het jaarlijkse ‘State of the Dutch Data Centers’ rapport uitgebracht. Het rapport wil de Nederlandse datacentermarkt inzichtelijk maken en laten zien dat datacenters aan de grondslag liggen van de brede welvaart van onze maatschappij.

Het volledige rapport in print wordt gratis meegestuurd met de volgende uitgave van ChannelConnect die 4 juli verschijnt.

De digitale infrastructuur is de ruggengraat van onze digitale economie, zegt de DDA. “In een recent rapport van Ministerie van EZK wordt aangeduid dat de welvaartsbijdrage van de digitale infrastructuur 25 miljard euro bedraagt. Daarnaast maakt de digitale infrastructuur (waar datacenters een groot onderdeel van zijn) ook welvaart in de bredere zin mogelijk. Een hoogwaardige, betrouwbare, en veilige digitale infrastructuur faciliteert innovatieve en efficiënte bedrijfsprocessen en dienstverlening. Kortom, alle sectoren in Nederland profiteren van een sterke datacentersector.”

Het State of the Dutch Data Centers rapport brengt deze sector (specifiek datacenters) in kaart. Daaruit blijkt dat de sector, en de bijdrage aan het BBP, zal blijven groeien. “Deze groei komt echter in gevaar door verschillende uitdagingen in de maatschappij,” zegt de DDA. “Het marktrapport schetst dat het nijpende personeelstekort en de onzekerheid op het stroomnet de twee grootste uitdagingen zijn voor de Nederlandse datacenter-sector.”

Powering Progress

De tiende editie van State of the Dutch Data Centers heeft als thema Powering Progress. Hiermee wil de brancheorganisatie aangeven dat zonder verdere versterking van Nederlandse datacenters een positie als digitale koploper en digitale welvaart niet mogelijk is. “Datacenters vormen de basis van alle digitale ontwikkelingen en innovaties, zichtbaar in vrijwel alle sectoren.”

Traditiegetrouw komt het rapport uit op Nationale Datacenter Dag. Datacenters door heel Nederland openen deze dag hun deuren voor het grote publiek. Geïnteresseerden kunnen een kijkje nemen achter de schermen van het internet. Stijn Grove, directeur van de DDA: “De vanzelfsprekendheid van uitstekend internet zorgt ervoor dat we niet altijd stilstaan bij de oorsprong. De wereld van datacenters is voor velen onbekend waardoor de functionaliteit en het belang niet altijd duidelijk is. Met dit initiatief willen we mensen laten zien dat datacenters verweven zijn met onze maatschappij en onmisbaar zijn voor de Nederlandse economie.”

Op de foto: Overhandiging van het rapport bij het datacenter van Smartdc die deelneemt aan Nationale Datacenter Dag. Links: Stijn Grove Directeur Dutch Data Center Association. Rechts: Daley Jager, Manager Datacenters EMEA Smartdc.

IT-dienstverlener Levi9 Technology Services maakt bekend dat het Angelina Best benoemd heeft tot nieuwe CEO. Ze neemt de functie over van interim-CEO Paul Schuyt. Jan Dolinaj wordt tegelijk benoemd tot CTO en mede-oprichter Bernard van Oranje verandert van rol: hij wordt van executive non-excutive board member

Angelina Best brengt ervaring mee in het leiden van teams die startups, mkb-bedrijven en enterprise-klanten ondersteunen. Bij Amazon Web Services (AWS) was ze als Head of Commercial Segment Europe verantwoordelijk voor 11 landen. De afgelopen 4.5 jaar zat ze in de directie van AWS Benelux. Daarvoor werkte ze 13 jaar bij Microsoft in verschillende senior management posities.

Jan Dolinaj was betrokken bij de oprichting van Levi9 in 2005. Hij kwam bij het bedrijf als software engineer en enkele jaren later maakte hij de overstap naar het management. Hij hielp mee aan het vormen van de identiteit van Levi9 en was verantwoordelijk voor de bouw van  het Delivery Centre in Servië.

Jan Dolinaj

Bernhard van Oranje, mede-oprichter van Levi9, zal de rol van non-executive board member op zich nemen, verantwoordelijk voor de marketingportefeuille en het beschermen van de identiteit van Levi9.

ESET introduceert de AI Advisor, een oplossing die gebruikmaakt van generatieve AI met de bedoeling om de respons op incidenten en interactieve risicoanalyse te verbeteren.

Volgens ESET kunnen securityanalisten van elk vaardigheidsniveau gebruik maken van de tool. De AI Advisor biedt onder meer interactieve risico-identificatie-, analyse- en responsmogelijkheden, die worden aangeboden in een overzicht. De interface maakt volgens het bedrijf geavanceerde dreigingsgegevens bruikbaar, ook voor IT- en securityprofessionals die minder ervaring hebben op dit gebied. Door gebruik te maken van de via XDR verzamelde gegevens, identificeert en analyseert de ESET AI Advisor potentiële malwaredreigingen en biedt het inzicht in hun gedrag en impact. Door het netwerkverkeer te monitoren, kan de ESET AI Advisor ongebruikelijk of verdacht gedrag signaleren, zodat beveiligingsteams passende maatregelen kunnen nemen, zegt het bedrijf.

ESET’s AI Advisor-module werd voor het eerst aan de klanten getoond tijdens de RSA-conferentie begin mei 2024 en is nu beschikbaar voor ESET-klanten als onderdeel van het ESET PROTECT MDR Ultimate-beveiligingsniveau en ESET Threat Intelligence.

Leverancier van glasvezel- en coaxmaterialen Maunt kondigt de overname aan van Infra Systems Nederland (ISN). Dit bedrijf ontwikkelde de afgelopen 25 jaar glasvezeloplossing voor onder meer KPN, Eurofiber en de overheid. 

ISN werkt ook intensief samen met verschillende grote aannemers voor datanetwerken binnen de energie-, infra-, data-, rail- en datacentermarkt. Maunt hoopt met deze overname een grote stap te zetten in zijn groeistrategie, en tegelijk hiermee zijn portfolio aan glasvezelkabels, -buizen, -handholes, -lasmoffen en – accessoires te verbreden.

Maarten Verbunt, algemeen directeur en eigenaar van Maunt: “De overname van ISN versterkt onze positie binnen de diverse markten. ISN heeft in de afgelopen decennia een uitstekende naam opgebouwd met topmerken als Fibrain, Zweva, Emtelle, 3M, Corning en Dura-Line. De kracht van deze overname ligt niet alleen in het implementeren van ISN in de systemen van Maunt, maar ook in het feit dat de directieleden Ron Bron en Frank Hermans aan ISN verbonden blijven om met hun kennis en ervaring de klanten en businesspartners te blijven bedienen”

Ron Bron, algemeen directeur en medeoprichter ISN: “Deze overname is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf dat we samen met onze collega’s de afgelopen 25 jaar hebben opgebouwd. Deze strategische stap markeert het begin van een nieuw hoofdstuk vol mogelijkheden en groei waar wij onze volledige medewerking en ondersteuning aan zullen geven. Wij kijken uit naar een mooie en succesvolle toekomst.”

Volgens het laatste onderzoek van het Digital Trust neemt een flink deel van het Nederlandse bedrijfsleven nog onvoldoende beschermende maatregelen tegen cyberdreigingen. DTC heeft onderzoeksinstituut TNO daarom gevraagd om te onderzoeken hoe de actiebereidheid vergroot kan worden bij de ruim 2,3 miljoen bedrijven die tot de doelgroep van het DTC behoren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de motivaties en barrières die verschillende bedrijven ervaren bij veilig digitaal ondernemen.

TNO onderzocht op welke organisaties het DTC zich zou moeten richten, waarom deze bedrijven niet de noodzakelijke maatregelen nemen en hoe het DTC hierop kan reageren. Het onderzoeksrapport “Veilig digitaal ondernemen – Inzicht in motivaties en barrières door doelgroepsegmentatie”bevat deze inzichten en enkele aanbevelingen voor effectieve gedragsverandering bij ondernemers.

Via psychografische segmentatie is onderzocht welke groepen bedrijven onvoldoende beschermende maatregelen nemen. Traditionele segmentatie op basis van bedrijfseconomische of geografische kenmerken (bijvoorbeeld omzet, bedrijfstak, vestigingsplaats) schiet tekort volgens het DTC in het begrijpen van de redenen achter het gedrag van ondernemers.

Psychografische segmentering verdeelt bedrijven op basis van motivaties en barrières. Dit geeft inzicht in waarom ondernemers (on)voldoende veilig digitaal ondernemen. De segmentatie is gedaan op basis van interviews en een uitgebreid vragenlijstonderzoek onder een steekproef van de DTC-doelgroep, waarna verschillende statistische analyses hebben geleid tot 5 gesegmenteerde groepen.

De doelgroep van het DTC is op te delen in 5 subdoelgroepen. Deze subdoelgroepen verschillen van elkaar wat betreft de mate van veilig digitaal ondernemen en onderliggende gedragsbepalers. De 5 subdoelgroepen zijn Voorlopers, Uitbesteders, Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen.

Bedrijven binnen de groep Voorlopers laten een patroon zien van het nemen van alle vereiste beschermende maatregelen. Ze zijn in staat om deze maatregelen te nemen, hebben de hulpbronnen om dat te doen en zijn zeer gemotiveerd. De groep Uitbesteders is van mening dat het nemen van beschermende maatregelen niet de verantwoordelijkheid is van hun eigen organisatie, en besteden hun cybersecurity in grote mate uit aan externe IT-serviceproviders.

Overmoedigen onderschatten de gevolgen van een cyberbeveiligingsincident. Deze organisaties geven niet veel om hoe hun organisatie bekend staat bij hun klanten en relaties wat betreft de mate van cyberveiligheid in hun bedrijfsvoering en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is. Machtelozen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Ze hebben weinig kennis, vaardigheden en hulpbronnen om zichzelf te beschermen. Onverschilligen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Tegelijkertijd zijn ze niet overtuigd dat het nemen van aanbevolen maatregelen daadwerkelijk de dreiging zal verminderen, ze zijn niet gemotiveerd om hun organisatie te beschermen en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is.

Deze segmentering biedt inzicht in de behoeften en uitdagingen van de verschillende groepen op het gebied van veilig digitaal ondernemen. Met deze kennis kunnen deze groepen gerichter ondersteund worden volgens het DTC bij het nemen van beschermende maatregelen. Op het gebied van het treffen van maatregelen voor veilig digitaal ondernemen zijn er 3 doelgroepen die achterblijven, de Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen, samen vormen zij 66% van de bedrijven.

Het onderzoek heeft aangetoond welke specifieke motivaties en barrières er zijn voor bepaalde doelgroepen, zoals gebrek aan kennis en hulpbronnen voor de subdoelgroep Machtelozen. In het rapport zijn daarnaast verschillende interventies te vinden die bedrijven binnen deze doelgroepen kunnen motiveren om stappen te zetten om hun eigen cyberweerbaarheid te vergroten óf anderen te helpen.

Uit een analyse onder 80 scholen van onderwijsspecialist OMIX en integratiespecialist Enable U blijkt dat de meeste onderwijs specifieke applicaties nauwelijks worden geïntegreerd met andere gebruikte software. Dit belemmert volgens de bedrijven de samenwerking tussen en binnen onderwijsinstellingen. Daarnaast beperkt het de flexibiliteit van de IT-afdeling. “De verwachte groei in het aantal digitale integraties maakt de flexibiliteit om nieuwe software goed te kunnen implementeren nog urgenter”, stelt Niels Beckers, CMO van Enable U. 

De flexibiliteit om nieuwe digitale systemen te implementeren is volgens het onderzoek voor docenten van belang om aan de wensen van hun studenten tegemoet te komen. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over tentamens, notificaties bij roosterwijzigingen of het afstemmen van lesmateriaal per student. Het bestuur van een onderwijsinstelling heeft vaak andere eisen en wensen voor softwaresystemen, zoals rapportagefunctionaliteiten en compliance met regelgeving. “Flexibilisering vraagt veel van een onderwijsinstelling en de IT-afdeling. Dat kan alleen als de diverse informatiesystemen goed op elkaar zijn afgestemd. Alleen op deze manier kan voldaan worden aan de ICT-wensen van alle drie de belangrijke stakeholders: het bestuur, de studenten en de docenten”, aldus Rudi ter Riet, eigenaar en bestuurder bij OMIX.

Goede logistiek speelt een cruciale rol in het onderwijs volgens OMIX en Enable U. Zonder goede logistiek staan docenten voor lege collegezalen, zitten studenten in de verkeerde collegezaal, kunnen examens niet digitaal afgenomen worden en is er geen ruimte voor mensen met een afwijkende leerroute. De enige manier om dit te bereiken volgens de bedrijven is door de verschillende benodigde applicaties te integreren.

Om de ICT-uitdagingen in het onderwijs aan te pakken, kondigen OMIX en Enable U een strategische samenwerking aan. Deze samenwerking richt zich op het overbruggen van de kloof tussen bestaande processen en de noodzaak voor flexibiliteit en innovatie in de IT-infrastructuur van onderwijsinstellingen. Donderdag 13 juni organiseren OMIX en Enable U samen een online onderwijs en integratie kennissessie.

Door de mogelijkheden van AI en hybrid cloud hebben ICT-dienstverleners te maken met de nieuwe eisen die klanten stellen aan rekenkracht. Tegelijkertijd staat datasecurity nadrukkelijk in de schijnwerpers. Fujitsu past zijn partnerprogramma aan en biedt oplossingen om AI-applicaties on-premises te draaien.

De leiding voor het Benelux midmarket partnerkanaal is in maart gelegd in de handen van Johan Vanhaeren. De strategie waar de partners van Fujitsu mee te maken krijgen, is volgens hem meer een evolutie dan een revolutie. Eerder is al de keuze gemaakt het client-deel af te stoten, waarmee Fujitsu echt een leverancier is geworden van datacenteroplossingen.

Nieuw partnerprogramma

“We hebben veranderingen aangebracht op het gebied van market development funds en het rebateprogramma”, noemt hij. “De structuur is nu anders iets anders. Registered, voor partners zonder commitment, blijft ongewijzigd. Maar de voormalige ‘expert’ benaming is uitgesplitst naar ‘essential’ en ‘advanced’, waarbij advanced echt een target letter ontvangt.” De laatste categorie, strategic, is de top tier bedoeld voor enterprises.

Achter de schermen betekent dit voor middelgrote en kleinere partners dat ze, indien ze advanced zijn, een direct aanspreekpunt bij Fujitsu hebben. Daarvoor is het team van Regional Sales Managers en Sales Associates uitgebreid. Voor essential partners gaat deze ondersteuning via de distributeur.

AI voor allen

Belangrijker is volgens Vanhaeren dat Fujitsu hun MKB-ondersteuning deze periode sterk toesnijdt op AI. Want iedere ICT-dienstverlener gaat volgens hem geheid de vraag krijgen van eindklanten wat ze met AI moeten gaan doen. “Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten”, zegt Vanhaeren. “Tegelijkertijd hebben ze daar hulpbronnen, mensen en ook investeringsmogelijkheden voor nodig.”

Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten

Daar komt bovenop dat de data die klanten willen verwerken dikwijls gevoelig is en onder wet- en regelgeving valt. Het delen van documenten aan een cloudgebaseerd AI-model zorgt in het beste geval voor extra complexiteit bij het correct beveiligen en versleutelen van de data. In het ergste geval is het ronduit non-compliance, zegt Vanhaeren.

Knappe dingen met gerijpte technieken

Daarom biedt Fujitsu Private GPT, een on-premises AI-oplossing waarmee organisaties tekst en andere vormen van data kan analyseren. “Bedenk dat wat AI echt revolutionair maakt, is dat we nu op een punt zijn dat we relatief lang bestaande technologie nu echt kunnen inzetten voor knappe dingen”, zegt Vanhaeren. “Neurale netwerken en machine learning bestaan eigenlijk al sinds de jaren 70, maar nu kun je het met vrij natuurlijke taal benaderen, via bijvoorbeeld chat.”

Tot nu toe zit die rekenkracht in de cloud, maar voor specialistische taken voldoet een eigen hardwareoplossing vaak al. “Stel, je bent een advocatenkantoor. Dan heb je veel zaken uit het verleden waaruit je elementen voor lopende zaken wil gebruiken. Het samenvoegen van die data is precies waar je met de Private GPT een goede oplossing voor kunt bouwen.”

De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken

Naast Private GPT biedt Fujitsu ook een bespoke-oplossing, dus waarbij samen met de partner een AI-oplossing op maat wordt gemaakt. “De derde oplossing is de verschillende reference architectures die we hebben gebouwd.” Die zitten er een beetje tussenin. “De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken”, legt Vanhaeren uit.

Hybride cloud

Alle oplossingen zijn bedoeld om lokaal te draaien. Dat betekent niet per se dat de cloud op zijn retour is. “Applicaties moet je een voor een beoordelen”, vindt Vanhaeren. “Je moet bepalen waar een applicatie het beste en meest efficiënt draait. Het is geen of-of verhaal, maar een en-en verhaal.” AI was typisch zo’n onderdeel dat door de rekenkracht bijna automatisch naar de cloud ging. Dat hoeft niet per se meer, zegt Vanhaeren, maar workloadsals het doorrekenen van een Large Language Model kun je volgens hem nog steeds beter in de cloud doen. “De cloud is immers beter in bursten in zowel rekencapaciteit als storage.”

Applicaties moet je een voor een beoordelen

Als leverancier blijft Fujitsu daarom erg betrokken bij het bieden van hybride cloudoplossingen aan partners. “We proberen ons te onderscheiden door boven alles een betrouwbare en benaderbare partij te zijn”, zegt Vanhaeren. “We investeren veel in ons partnernetwerk, en het nieuwe partnerprogramma is daar een onderdeel van.” Daarnaast faciliteert Fujitsu volgens Vanhaeren de veilige implementatie van AI door dit on-premises aan te bieden. “De keuze van hoe ze oplossingen afnemen, ligt wat ons betreft uiteindelijk bij de klant.”

 

IT-consultancy bedrijf Devoteam heeft Marcel Braaksma benoemd tot Country Director voor de Microsoft activiteiten in Nederland. Hij neemt het stokje over van Freek Roelofs, die doorschuift naar de rol van Chief Operating Officer (COO). In deze nieuwe functie moet Roelofs een essentiële rol gaan spelen in het aansturen van de Nederlandse business units.

Braaksma heeft een verleden als onder andere Operations Director bij Macaw en Delivery Executive bij Microsoft. Braaksma: “Ik ben enthousiast om bij Devoteam te komen en deel uit te maken van een dynamisch team dat zich inzet voor het creëren van een betekenisvolle impact voor klanten. Samen zullen we de grenzen van innovatie blijven verleggen en onze klanten helpen nieuwe kansen voor succes te ontsluiten.”

Getac lanceert een nieuwe robuuste laptop met AI-functionaliteit ingebouwd. De S510 laptop is uitgerust met de Intel Core Ultra 5/7 en Intel AI Boost en Intel Graphics. Ook bevat het nieuwe model de speciale Microsoft Copilot-toets, voor toegang tot AI-functionaliteiten.

De S510 combineert de nieuwe functies met MIL-STD-810H en IP53 certificeringen, en een val- en trilbestendigheid tot 0,9 meter, volgens opgaaf van de fabrikant. Hij heeft een 15,6-inch scherm, met een helderheid van 1000 nits en Getac-technologie voor leesbaarheid in fel zonlicht. Het apparaat is uitgerust met WiFi 6E en Bluetooth 5.3, met als optie 4G-LTE en 5G Sub-6 connectiviteit. De laptop weegt 2,35 kg.

De S510 kan verder naar behoefte worden geconfigureerd, met opties zoals Thunderbolt 4-poorten , tot 64 GB DDR5 (standaard 8 GB) en tot 2 TB PCIe NVMe SSD-opslag (standaard 256 GB). Andere opties zijn onder meer een laser barcode scanner, een Dvd-speler, een tweede opslaggeheugen en/of een NVIDIA GPU.

De Nederlandse veiling van de landelijke 5G-netwerken gaat beginnen op 25 juni. Dat meldt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De tijdsduur is afhankelijk van het verloop van de biedingen. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt na afloop van de veiling bekend welke deelnemers (minimaal drie) landelijke frequenties voor snelle mobiele communicatie hebben verkregen.

Mobiele telecombedrijven kunnen vervolgens vanaf 1 augustus 2024 de nieuwe frequenties op de zogenoemde 3,5 gigahertz-band in gebruik nemen om overal in Nederland de 5G-technologie aan te bieden aan bedrijven, organisaties en consumenten. Ook blijft 2×50 megahertz (van de totale 400) in deze 3,5 gigahertz-band beschikbaar voor private, lokale 5G-netwerken. Deze banden komen beschikbaar voor toepassingen als virtual reality en slimme, complexe apparaten zoals zelfrijdende voertuigen of robots in fabrieken. Deze 2×50 megahertz wordt niet bij deze veiling verdeeld. Minister Micky Adriaansens heeft eerder al regelgeving gepubliceerd met daarin onder andere de opzet en de minimumopbrengst (170 miljoen euro) van de Nederlandse veiling.

Mijlpaal

De minister: “De aankomende veiling is een mijlpaal voor onze digitale ambities. Nederlandse bedrijven en consumenten hebben te lang op deze nieuwe landelijke 5G-netwerken moeten wachten. Terwijl ondertussen het dataverbruik sterk groeit en landen om ons heen al stappen hebben gezet. Om al die digitale bedrijfsprocessen, diensten en producten aan te kunnen, is het veilen van nieuwe mobiele frequenties in Nederland hard nodig.”

Voor de veiling heeft het ministerie van EZK besloten dat deelnemende marktpartijen over maximaal veertig procent van het totaal aan beschikbare frequenties kunnen beschikken. Dit gold ook bij de vorige veiling in 2020. Dat betekent dat er frequentieruimte beschikbaar is voor minimaal drie aanbieders van openbare 5G in de 3,5 GHz-band. Op die manier wil het ministerie van EZK garanderen dat er voldoende concurrentie blijft op de telecommarkt. Ook geldt er een ingebruiknameverplichting voor elke vergunning.

De veiling, die namens de minister wordt uitgevoerd door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), vindt vanaf 25 juni elektronisch plaats. De vergunningen worden verdeeld in een meerrondenklokveiling. Deelnemers bieden bij oplopende prijzen op het aantal vergunningen dat zij wensen, net zo lang tot vraag kleiner of gelijk is aan het aanbod. De totale looptijd van de vergunningen is ruim zestien jaar: tot en met 31 december 2040.

Minimale snelheid

Bij de eerdere veiling in 2020 heeft het kabinet al hoogwaardige mobiele dekking vastgelegd met een dekkingseis op 98% van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente. Ook gelden daarin normen voor de minimale snelheid op de uiterste randen van een mobiel netwerk. Door deze eisen komt de Nederlandse mobiele internetsnelheid op gemiddeld meer dan 100 megabit per seconde. De maximum snelheid nabij een netwerkantenne ligt naar verwachting twintig keer zo hoog, boven 2 gigabit per seconde.