Cyberaanvallen zijn in Nederland ruim dubbel zo hard gestegen in het eerste kwartaal als gemiddeld wereldwijd. In Nederland is de onderwijs- en onderzoekssector de meest geviseerde sector met gemiddeld 1301 aanvallen per week. Dat blijkt uit onderzoek van Check Point Software.

In Q1 2024 zag Check Point Research het gemiddeld aantal cyberaanvallen per organisatie per week stijgen tot 1308. Dat is een stijging van 5% ten opzichte van Q1 2023. De sector Onderwijs/Onderzoek kreeg het zwaar te verduren met een gemiddelde van 2454 aanvallen per organisatie per week en voerde daarmee de lijst aan, gevolgd door de sectoren Overheid/Militair (1692 aanvallen per week) en Gezondheidszorg (1605 aanvallen per organisatie). Deze top drie duidt op een alarmerende kwetsbaarheid in sectoren die cruciaal zijn voor het functioneren van de maatschappij.

Er is echter ook een substantiële jaar-op-jaar toename van aanvallen op de sector van hardware leveranciers, met een stijging van 37%, die een strategische verschuiving in doelwitvoorkeur door cybercriminelen onderstreept. De toenemende afhankelijkheid van de hardwaresector voor IoT en slimme apparaten maakt deze leveranciers tot lucratieve doelwitten voor cybercriminelen.

Europa

In Q1 2024 werd Noord-Amerika het meest getroffen door ransomware-aanvallen, goed voor 59% van de bijna 1000 gepubliceerde ransomware-aanvallen, gevolgd door Europa (24%) en APAC (12%). De grootste toename in gemelde aanvallen ten opzichte van Q1 2023 was te zien in Europa, met een aanzienlijke stijging van 64%. Deze significante toename kan volgens de onderzoekers worden toegeschreven aan factoren zoals de toegenomen digitalisering van diensten en regelgevende omgevingen die organisaties kwetsbaarder of zichtbaarder als doelwit kunnen maken.

Noord-Amerika daarentegen zag een toename van 16%, wat volgens Check Point duidt op een aanhoudende focus van aanvallers op deze regio. De productiesector werd wereldwijd het meest getroffen door ransomware met 29% van de gepubliceerde aanvallen en een toename van 96% op jaarbasis, gevolgd door de gezondheidszorg met een toename van 63% op jaarbasis. De communicatiesector kende de grootste jaar-op-jaar stijging van 177%, waarschijnlijk vanwege de snelle digitale transformatie en de kritieke rol van deze sector.

Nederland

Voor Nederland merkt Check Point Research een stijging van 12% ten opzichte van Q1 2023 op, met gemiddeld 692 aanvallen per week. Nederlandse bedrijven worden het meest aangevallen vanuit de US (49%), Nederland (17%) en Duitsland (7%). De onderwijssector wordt het meest geviseerd met gemiddeld 1301 aanvallen per week; hiermee volgt Nederland de wereldwijde trend. Op de tweede plaats volgt de gezondheidszorg met gemiddeld 1173 aanvallen per week en overheidsinstellingen/militaire instellingen komen op de derde plaats met gemiddeld 1077 aanvallen per week.

Het meest voorkomende type kwetsbaarheid is Remote Code Execution, goed voor 54% van alle kwetsbaarheden in Nederland. Een RCE-aanval is een aanval waarbij een aanvaller kwaadaardige code kan uitvoeren op de computers of het netwerk van een organisatie. De mogelijkheid om door de aanvaller gecontroleerde code uit te voeren, kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt, waaronder het implementeren van aanvullende malware of het stelen van gevoelige data.

Ruim de helft van de IT-beslissers (57%) is van mening dat IT een grotere rol kan spelen in het duurzamer maken van hun organisatie. Veel duurzaamheidsbeslissers (49%) delen deze mening. Maar IT ziet ook een grotere rol voor zichzelf weggelegd; 43 procent is van mening dat IT een cruciale factor is in het oplossen van duurzaamheidsproblematiek in de wereld. Dit blijkt uit onderzoek van Conclusion onder 529 beslissers en beïnvloeders op IT-gebied en 330 op duurzaamheidsgebied.

Als het gaat om de verduurzaming binnen organisaties, zien IT- en duurzaamheidsbeslissers verschillende kansen. Allebei de groepen zien digitalisering om papierverbruik te verminderen als grootste kans, met respectievelijk 45 en 41 procent. Denk hierbij aan digitaal ondertekenen. Ook slimme meters en technologieën voor energiebeheer worden als belangrijke kans gezien, net als remote werken om CO2-uitstoot te verminderen.

Opvallend is dat de verduurzaming van IT zelf door beide groepen nauwelijks wordt genoemd, terwijl hier wel mogelijkheden zijn die veel impact hebben. Ook de inzet van AI of IoT, bijvoorbeeld ten behoeve van predictive maintenance, medical intelligence of precisie landbouw, staan niet op de radar.

Een oorzaak kan zijn dat organisaties moeite hebben om de juiste keuzes te maken op het gebied van verduurzaming en de rol van IT daarin. Om hierin richting te geven, is de koppeling tussen duurzaamheidsdoelstellingen en IT-doelstellingen een goed startpunt. Hier hebben organisaties nog stappen te zetten. Slechts 37 procent van de duurzaamheidsbeslissers ziet deze koppeling binnen hun organisatie. Van de IT-beslissers ziet de helft dit (49%).

MKB-ondernemers digitaal weerbaarder maken en ze helpen hun informatiebeveiliging te ontwikkelen en certificeren, tot aan ISO 27001. Met dat doel tekenden Patrick van den Brink van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) en Evelien Bras van Stichting CYRA vandaag een samenwerkingsconvenant. CYRA en het CCV willen samen de criteria en de methode van CYRA voor cybersecurity van bedrijven tot een open landelijke standaard brengen en het beheer van de bewezen laagdrempelige CYRA-aanpak onderbrengen bij het CCV.

CYRA biedt bedrijven een instap- en groeimodel voor informatiebeveiliging in de vorm van self-assessment en certificatie. Hiermee kunnen bedrijven stap voor stap toewerken naar certificatie volgens ISO 27001, de norm voor informatiebeveiliging. Dit is belangrijk volgens de organisaties omdat informatiebeveiliging een steeds grotere rol gaat spelen in aanbestedingen en in de toeleveringsketen. Opdrachtgevers eisen dat opdrachtnemers hun informatiebeveiliging op orde hebben en cybersecurityrisico’s hebben afgedekt. Met certificatie volgens de CYRA-criteria kunnen opdrachtnemers dat aantonen.

Het self assesment-model van Cyra kent 4 niveau’s waarop gecertificeerd kan worden. Deze worden bepaald door de situatie of de behoefte van de ondernemer.Met name bedrijven in de high tech, maakindustrie en de weg- en waterbouw zijn al vertrouwd met de CYRA-aanpak.

Het CCV is beheerder van certificatie- en inspectieschema’s, onder meer op het gebied van cybersecurity. Belangrijk kenmerk van het CCV is de onafhankelijke positie die ze heeft als beheerder. Onderdeel daarvan is dat alle belanghebbenden mogen meepraten over de criteria. De uitvoering van certificatie staat open voor alle certificatie-instellingen die aan de eisen voldoen.

De Groep Graafrechten, een samenwerkingsverband van een elftal aanbieders van vaste telecommunicatie-infrastructuur, wordt onderdeel van branchevereniging NLconnect. Voortaan opereert het samenwerkingsverband als de NLconnect Groep Graafrechten.

De Groep Graafrechten is opgericht in 2002 en houdt zich bezig met de randvoorwaarden voor uitrol, beheer en exploitatie van vaste telecomnetwerken vanuit het perspectief van regelgeving en beleid. Binnen de Groep Graafrechten werken elf aanbieders met vaste telecommunicatie-infrastructuur in Nederland samen: BT, COLT, DELTA Fiber, euNetworks, Eurofiber, EXA Infrastructure, GlasDraad, KPN, Odido, Open Dutch Fiber en VodafoneZiggo.

Door de groep binnen NLconnect onder te brengen beogen partijen de onderlinge samenwerking verder te versterken. Feyo Sickinghe, voorzitter van de Groep Graafrechten, blijft leidinggeven aan de NLconnect Groep Graafrechten.

Feyo Sickinghe, voorzitter Groep Graafrechten: ‘Investeringen in digitale connectiviteit zijn belangrijk voor onze economie en maatschappij. Daarom is een voorspelbaar en uniform overheidsbeleid rondom uitrol van telecomnetwerken essentieel. Met de integratie van de Groep Graafrechten in NLconnect en één gezamenlijke stem namens de telecomindustrie kunnen wij hieraan een goede bijdrage leveren.’

Mathieu Andriessen, directeur NLconnect: ‘De komende jaren willen onze leden verder investeren in hun hoogwaardige breedbandnetwerken en die verder uitbouwen. NLconnect werkt al jaren intensief samen met de Groep Graafrechten, waarbij de Groep Graafrechten de focus legt op Regulatory Affairs en NLconnect op Public Affairs. Met de integratie van de groep als NLconnect Groep Graafrechten brengen we die expertise nu samen, zodat we de belangen van de aangesloten leden nog sterker kunnen vertegenwoordigen en één duidelijk aanspreekpunt namens de telecomindustrie vormen.’

Compasity en WeSeeDo hebben aangekondigd te gaan samenwerken op het gebied van planning en contact binnen verzuimsoftware. Artsen en medewerkers kunnen via de planningstool PlanIT van Compasity afspraken plannen en daarbij ook beeldbellen als optie gebruiken dankzij de integratie van WeSeeDo.

“De samenwerking met WeSeeDo binnen onze verzuimsoftware is een belangrijke stap in onze missie om innovatieve oplossingen te bieden voor efficiënte planning en directe communicatie. Met WeSeeDo integreren we niet alleen functionaliteit, maar versterken we ook de persoonlijke verbinding tussen artsen en medewerkers binnen onze verzuimsoftware”, aldus Paul Kanbier, directeur van Compasity.

“We zijn erg blij met de samenwerking met Compasity”, vertelt Iebele Otten, eigenaar bij WeSeeDo. “Het is inspirerend om te zien hoe we samen innovatieve oplossingen kunnen ontwikkelen die de planning en communicatie in de verzuimsector efficiënter en flexibeler maken. De voordelen van WeSeeDo, zoals 100% veiligheid, stabiele beeldbelverbindingen en gebruiksgemak, leiden tot een hogere succesfactor, omdat beeldbellen meer is dan alleen beeld opbouwen.”.

Westcon-Comstor en Palo Alto Networks hebben hun samenwerking verder uitgebreid. Partners van Westcon-Comstor krijgen nu de mogelijkheid om softwareproducten van Palo Alto Networks af te handelen en hun klanten rechtstreeks in de AWS Marketplace te bedienen, nadat ze bij Westcon-Comstor hebben gekocht via particuliere AWS Marketplace-vermeldingen.

Het opzetten van een geïntegreerd, end-to-end verkoopproces moet partners een vereenvoudigde route bieden voor het afhandelen van Palo Alto Networks-producten – inclusief SASE-oplossing Prisma Access en cloudbeveiligingsplatform Prisma Cloud – in AWS Marketplace.

De overeenkomst tussen Palo Alto Networks en Westcon-Comstor heeft betrekking op de regio’s Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) en Azië-Pacific (APAC). Westcon-Comstor wordt hiermee de enige distributeur buiten de VS die de softwareproducten van Palo Alto Networks privé op de AWS Marketplace vermeldt.

 

Recruitmentbureau CHRLY, onderdeel van Fujitsu, breidt de activiteiten uit naar Nederland en Luxemburg. Het bedrijf is al actief in Portugal en België.

CHRLY ontstond uit het digitaal transformatietraject van Fujitsu in 2020, waarbij recruitment een belangrijk onderdeel was. Het bedrijf wil niet alleen helpen bij het vinden van kandidaten, maar wanneer nodig tijdelijk versterking bieden aan de recruitmentafdeling van een organisatie, zowel in-house als op afstand. Maxime Cools, general manager: “We kunnen meerdere vacatures tegelijkertijd voorleggen aan een kandidaat, dus ook andere vacatures dan waar de kandidaat op heeft gereageerd. Zo selecteren we bijvoorbeeld op basis van geografische locatie, vaardigheden en persoonlijke interesses, waardoor een kandidaat vaak vijf tot zes richtingen heeft om op te reageren. Gemiddeld vinden onze consultants binnen 48 uur een aantal geschikte kandidaten.”

Cools ziet veel kansen voor CHRLY als Benelux-organisatie: “De uitbreiding komt op een logisch moment. We krijgen namelijk al veel vraag vanuit Nederland. We hebben nu 150 consultants en ons doel is om binnen een jaar uit te breiden naar 200 consultants in de Benelux.”

Het gemiddelde bedrag dat organisaties aan losgeld betalen is het afgelopen jaar met 500% gestegen. Dat meldt Sophos in het State of Ransomware 2024 rapport. Organisaties die losgeld betaalden, gaven aan gemiddeld $2 miljoen betaald te hebben, wat in 2023 nog $400.000 was.

Sophos wijst erop dat losgeld maar een deel van de kosten omvat. Als losgeld buiten beschouwing wordt gelaten, blijkt uit het onderzoek dat de gemiddelde herstelkosten $2,73 miljoen bedragen, een stijging van bijna $1 miljoen sinds de $1,82 miljoen die Sophos in 2023 rapporteerde.

Ondanks de stijgende losgeldeisen laat het onderzoek van dit jaar een lichte daling zien in het aantal ransomware-aanvallen: 59% van de organisaties werd hierdoor getroffen, vergeleken met 66% in 2023. Hoewel de kans dat een organisatie getroffen wordt door ransomware toeneemt naarmate de omzet stijgt, zijn zelfs de kleinste organisaties (met een omzet van minder dan $10 miljoen) nog steeds regelmatig het doelwit: iets minder dan de helft (47%) werd het afgelopen jaar getroffen door ransomware.

Ook middensegment

Uit het rapport van 2024 blijkt ook dat 63% van de losgeldeisen $1 miljoen of meer bedroeg, en 30% van de eisen meer dan $5 miljoen. Dit suggereert dat ransomware-exploitanten op zoek zijn naar enorme uitbetalingen. Deze verhoogde losgeldbedragen gelden niet alleen voor de onderzochte organisaties met de hoogste inkomsten. Bijna de helft (46%) van de organisaties met een omzet van minder dan $50 miljoen ontving in het afgelopen jaar een losgeldeis bestaande uit zeven cijfers.

Voor het tweede jaar op rij waren kwetsbaarheden in netwerk, hard- en software de meest voorkomende oorzaak van een aanval, waardoor 32% van de organisaties werd getroffen. Dit werd op de voet gevolgd door gecompromitteerde credentials (29%) en kwaadaardige e-mail (23%).

Slachtoffers waarbij de aanval begon met misbruikte kwetsbaarheden, meldden de ernstigste gevolgen voor hun organisatie: een hoger percentage gecompromitteerde back-ups (75%), gegevensversleuteling (67%) en de neiging om losgeld te betalen (71%). Deze gevolgen waren minder ernstig wanneer de aanval begon met gecompromitteerde credentials.

De ondervraagde organisaties merkten ook een aanzienlijk grotere operationele en financiële impact vanwege aanvallen die begonnen met misbruikte kwetsbaarheden: een groter deel van de aangevallen organisaties had meer dan een maand nodig om te herstellen en de gemiddelde herstelkosten bedroegen $3,58 miljoen. Dit in vergelijking met $2,58 miljoen wanneer een aanval begon met gecompromitteerde credentials.

Andere bevindingen uit het rapport

  • Minder dan een kwart (24%) van de organisaties die het losgeld betaalden, overhandigden het oorspronkelijk gevraagde bedrag en 44% van de respondenten gaf aan minder te betalen dan het oorspronkelijk gevraagde bedrag.
  • De gemiddelde losgeldbetaling bedroeg 94% van het oorspronkelijk gevraagde losgeld.
  • In meer dan vier vijfde van de gevallen (82%) kwam de financiering van het losgeld van meerdere bronnen. In totaal kwam 40% van de totale financiering van het losgeld van de organisaties zelf en 23% van verzekeringsmaatschappijen.
  • Vierennegentig procent van de organisaties die het afgelopen jaar werden getroffen door ransomware, gaf aan dat de cybercriminelen hun back-ups probeerden te compromitteren tijdens de aanval, oplopend tot 99% bij zowel staats- als lokale overheden. In 57% van de gevallen waren de pogingen om de back-up te compromitteren succesvol.
  • In 32% van de incidenten waarbij gegevens werden versleuteld, werden ook gegevens gestolen – een lichte stijging ten opzichte van de 30% van vorig jaar – waardoor aanvallers beter in staat waren om hun slachtoffers geld afhandig te maken.

 

Bedrijven in Nederland passen belangrijke internetstandaarden steeds beter toe op websites en e-mail. Dat blijkt uit cijfers van het CBS dat samen met Platform Internetstandaarden onderzoek doet naar de stand van zaken rond websites en e-mail van bedrijven.

Het CBS en Platform Internetstandaarden keken daarvoor naar bedrijven die de CBS-enquête ‘ICT-gebruik bij bedrijven’ in vier opeenvolgende jaren hebben ingevuld. Vervolgens werden de websites gecheckt via internet.nl. Dit gebeurde elk jaar na de enquête, zodat een redelijk volledig beeld ontstond van de ontwikkelingen op het gebied van websites, e-mail en internetstandaarden.

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat bijna 80 procent van de bedrijven met twee of meer werknemers een website heeft. Daarvan heeft weer ruim 80 procent een website met .nl als domeinextensie. De tweede plek is met ruim 13 procent voor .com. De scan van de websites van bedrijven voor vier opeenvolgende jaren toont aan dat bedrijven steeds vaker correcte internetstandaarden gebruiken. Dat geldt niet alleen voor de eindscore van Internet.nl, maar ook voor alle onderliggende subtesten die aan de eindscore ten grondslag liggen.

Ronduit goed nieuws is dat de gemiddelde eindscore van de websitescan in twee en een half jaar tijd met bijna 8 procent is toegenomen. De verdeling van de internet.nl eindscore voor zowel de websitescan als de e-mailscan vertoont weinig variatie over de bedrijfsgrootteklassen en bedrijfstakken, maar voor de onderliggende categorieën zijn er wel duidelijke verschillen tussen kleine en grote bedrijven te meten.

Zo blijkt Horeca uit te blinken met een gemiddelde score van 70,8 procent in de websitescan. Het gemiddelde over alle bedrijven is 64,8 procent. De bedrijfstak Verhuur en handel van onroerend goed kwam als slechtste uit de bus (60,9 procent). Financiële dienstverlening verbeterde de score de afgelopen jaren met bijna 10 procent.

Er wordt steeds meer geïnvesteerd in de Belgische digitale infrastructuur. Nieuwe projecten, zoals de bouw van nieuwe datacenters, volgen elkaar snel op. “België heeft de potentie om de volgende datacenterhub van Europa te worden,” zegt Carole Santens, Managing Director van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA). De brancheorganisatie organiseert daarom in juni voor het eerst een conferentie onder de naam DigitalX.

De Belgische federale overheid zet stappen om België als innovatieland op de kaart te zetten. Dat lijkt inmiddels zijn vruchten af te werpen. Zo heeft Google recent een vergunning gekregen voor de bouw van drie nieuwe datacenters in Farciennes en gaat het bedrijf naar eigen zeggen een miljard euro extra investeren. Verder bouwt KevlinX een datacenter in Neder-Over-Heembeek en kwam het Green Energy Park, een project van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en het Universitair Ziekenhuis Brussel (UZ Brussel), recent naar buiten met nieuws over het nieuwe Nexus datacenter. “Door deze ontwikkelingen groeit de behoefte om samen te komen en de toekomst van de sector te bespreken,” vertelt Carole Santens.

Strategische ligging

Santens: “België heeft een strategische ligging in Europa. Denk bijvoorbeeld aan de SEA-ME-WE 3 zeekabel die een landaansluiting in Oostende heeft. In en rondom Brussel worden steeds meer datacenters gerealiseerd. We zien dat de lokale en federale overheid zich meer bewust wordt van de kans om de nieuwe Europese datacenterhub te worden. Met het evenement DigitalX willen we daarom de overheden nog meer in contact brengen met datacenter operators, investeerders en bedrijven uit het digitale ecosysteem.”

De conferentiedag (11 juni) start met een plenair ochtendprogramma. Hierin deelt Kevin Restivo, Directeur Data Centre Research bij CBRE, een visie op de Belgische digitale infrastructuursector. Daarnaast geeft David Zenner van Elia een presentatie over de Belgische energiemarkt. In het C-level datacenter panel bespreken key operators de kansen en uitdagingen binnen de markt. Tijdens de break-out sessies in de middag worden onderwerpen zoals connectiviteit, duurzaamheid, innovatie en (toekomstige) investeringen behandeld.”

Santens: “Met DigitalX willen we ons richten beslissers binnen de industrie. Netwerken staat tijdens het event centraal, en ons doel is om alle stakeholders betrokken in de digitale infrastructuur samen te brengen.”

DigitalX vindt plaats op 10 en 11 juni. Meer informatie vind je hier.