Een derde van de (online) applicaties bevat kritieke kwetsbaarheden. Dat zegt securityspecialist Computest Security. Ethische hackers van het bedrijf constateren dat er van alles mis is bij applicaties, zowel op het gebied van data en security als bij autorisatiemechanismen. De meest voorkomende oorzaken van de kwetsbaarheden zijn het gebruik van verouderde software die niet meer wordt ondersteund, het niet uitvoeren van updates en het ontbreken van multifactorauthenticatie.

Voor het onderzoek ‘De Staat van Applicatiebeveiliging’ zijn de resultaten van ruim 300 security-testen die gedurende een jaar zijn uitgevoerd op applicaties van verschillende organisaties geanalyseerd. Uit de geanonimiseerde analyse blijkt dat een applicatie gemiddeld twaalf kwetsbaarheden bevat. Hiervan is naar de maatstaven van de internationaal erkende CVSS-scoringsmethodiek bijna een derde een belangrijke of zelfs kritieke kwetsbaarheid.

“Het is belangrijk om bij de onderzoeksresultaten aan te merken dat de daadwerkelijke staat van applicatiebeveiliging in de praktijk mogelijk slechter zal zijn. De organisaties die zijn meegenomen in het geanonimiseerde onderzoek hebben ons proactief gevraagd om een security-test en hebben daarmee al aandacht voor het periodiek uitvoeren hiervan,” zegt Dennis de Hoog, CEO van Computest Security. “Daarom vormen de resultaten niet noodzakelijk een afspiegeling van het gemiddelde niveau van applicatieveiligheid en verwachten wij dat de situatie in de praktijk slechter is dan de cijfers in ons rapport laten zien.”

Opvallend was dat bij 32 procent van de testen één van de meest kritische kwetsbaarheden werd gevonden: cross-site scripting (XSS). Hierbij kan de aanvaller kwaadaardige code injecteren in de applicatie die vervolgens wordt uitgevoerd zodra iemand de applicatie gebruikt. Op deze manier kan gevoelige data worden gestolen of kunnen gebruikers ongemerkt worden doorgestuurd naar een malafide website. Voor deze kwetsbaarheid gold dat deze in bijna 60 procent van de gevallen zelfs misbruikt kon worden zonder een account voor de applicatie te hebben.

De ethische hackers vonden bij bijna 30 procent van de applicaties kwetsbaarheden in het autorisatiemechanisme. Dit betekent dat niet op de juiste wijze wordt gecontroleerd of de ingelogde medewerker het recht heeft de gevraagde functionaliteit te gebruiken. Bij één op de tien testen bleek het zelfs mogelijk om beheertaken uit te voeren vanuit een normale gebruiker. Hiermee zou de aanvaller in bepaalde gevallen de volledige applicatie kunnen overnemen. Verder liet bij 34 procent van de geteste applicaties de security van de authenticatie te wensen over. Bij 19 procent van de applicaties werd bovendien nog geen gebruikgemaakt van multifactorauthenticatie (MFA) of was dit niet juist geïmplementeerd.

De grootste oorzaken van kwetsbaarheden zijn het gebruik van verouderde software, het niet doorvoeren van de benodigde updates en het ontbreken van sterke authenticatie-oplossingen. Ook het gebruik van componenten van derde partijen vormt een groot risico. Zo vond Computest Security in bijna 70 procent van de testen kwetsbaarheden in dergelijke componenten. Daarbij werd bij 39 procent van de testen bovendien geconstateerd dat de betreffende software helemaal niet meer wordt ondersteund met security-updates.

“Hoewel we dagelijks in het nieuws geconfronteerd worden met de risico’s van cyberbedreigingen, zien we dat er nog te weinig actie wordt ondernomen,” aldus De Hoog. “De maatregelen die kunnen worden genomen zijn over het algemeen geen rocket science, maar staan niet hoog op de agenda. Bovendien krijgen applicaties vaak minder aandacht dan interne- of cloud-netwerken. Dit terwijl applicaties net zo goed onderdeel uitmaken van het aanvalsoppervlak.”

IT-dienstverlener Vooruit (voorheen Four IT) heeft de aanbesteding voor de levering van IT-hardware aan de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam (MSA) binnengehaald. Het gaat om een mede-raamcontract voor laptops, desktops, aanverwante apparatuur zoals beeldschermen en toetsenborden, en tablets aan alle Montessori scholen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam gedurende de komende jaren.

MSA verzorgt onderwijs aan ruim 6000 leerlingen. Vooruit ziet de gunning als een belangrijke stap om een grotere speler te worden op het gebied van IT-oplossingen in het voortgezet onderwijs.

Vooruit is de nieuwe naam van de labels D-Two, Four IT, MCC, Scala Solutions en Tech Bakery met vestigingen in Elst (Gld), Huizen, Leiderdorp en Voorthuizen.

Cisco heeft actief misbruikte kwetsbaarheden verholpen in Adaptive Security Appliance (ASA) en Firepower Threat defense (FTD). Dat meldt het DTC. De kwetsbaarheden zijn ingeschaald als ‘High/High’ door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Dit betekent dat de kans op misbruik groot is en de schade eveneens groot kan zijn.

Er zijn drie verschillende kwetsbaarheden betrokken bij het actief misbruik.

  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20353 (Cisco) kan er voor zorgen dat een niet-geauthenticeerde externe kwaadwillende het apparaat opnieuw kan laten opstarten wat resulteert in een Denial-of-Service (DoS).
  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20358 (Cisco) zou een geauthenticeerde, lokale kwaadwillende in staat kunnen stellen willekeurige opdrachten uit te voeren op het onderliggende besturingssysteem met root-rechten. Om misbruik te kunnen maken van dit beveiligingslek zijn adminrechten vereist.
  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20359 (Cisco) zou een geauthenticeerde, lokale kwaadwillende in staat kunnen stellen willekeurige code uit te voeren met root-rechten. Om misbruik te kunnen maken van dit beveiligingslek zijn adminrechten vereist.

Cisco heeft updates uitgebracht om de kwetsbaarheden in Adaptive Security Appliance (ASA) en Firepower Threat defense (FTD) te verhelpen. Ook heeft Cisco een beveiligingsadvies en blog gepubliceerd met daarin IOC’s, malware detectie methoden en maatregelen om reeds gecompromitteerde systemen te herstellen en de getroffen systemen te upgraden.

NLdigital lanceert de Ethische Code AI, een gedragscode die is opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven. De brancheorganisatie wil hiermee laten zien dat de IT-sector bewust bezig is met de zorgvuldige inzet van technologie. 

Lotte de Bruijn, directeur van NLdigital ziet voor het bedrijfsleven en de overheid veel toegevoegde waarde van de vernieuwde Ethische Code AI, die de vorige versie uit 2019 vervangt. “In een tijd waarin AI de potentie heeft om maatschappelijke en economische vraagstukken op te lossen, is het van essentieel belang dat deze innovaties verantwoord plaatsvinden. Deze up-to-date gedragscode kan hierbij helpen, voor iedereen die daarbij betrokken is. Kleinere bedrijven profiteren in het bijzonder, die hebben vaak geen afdeling waar men bezig is met responsible AI.”

Concrete hulpmiddelen

De gedragscode benadrukt een aantal kernprincipes die volgens NLdigital leidend moeten zijn voor organisaties die met AI werken. Het gaat dan over thema’s als eerlijkheid, inclusiviteit en transparantie. Ook geeft de code richtlijnen om de betrouwbaarheid, veiligheid en verantwoordingsplicht voor AI-systemen te garanderen. Wat in de nieuwe versie is toegevoegd, zijn specifieke tools die kunnen worden gebruikt. De Bruijn: “Mooie principes zijn prachtig, maar de vraag is hoe je dat vertaalt naar concrete toepassingen in je systemen. Dankzij een aantal leden hebben we hulpmiddelen kunnen verzamelen die je kunt gebruiken bij het inzetten van AI.”

Een bijkomend voordeel is dat de hulpmiddelen ondersteuning bieden bij het voldoen aan de regels van de AI Act. “De AI Act richt zich op wat wel en niet mag met betrekking tot AI, en welke verplichtingen je als leverancier hebt over naleving en rapportage. De gedragscode en de tools vervangen deze verplichting niet, maar kunnen wel voor een gedeelte helpen bij de implementatie ervan.”

De Ethische Code AI van NLdigital moet een levend document worden dat jaarlijks wordt aangepast om in te spelen op relevante ontwikkelingen.

Arctic Wolf, leverancier van een cloud-native platform voor security operations, integreert ESET Inspect in zijn platform. Inspect is de XDR-module van het ESET Protect-platform.

Arctic Wolf voegt ESET Inspect toe, naast telemetrietools van andere securityleveranciers. Klanten van ESET kunnen hierdoor gebruik maken van Arctic Wolf als tool voor de security operations.

Arctic Wolf levert een cloud-native platform met oplossingen als Managed Detection & Response, Managed Risk, Managed Security Awareness en Incident Response, met als overkoepelende interface het Concierge Delivery Model. Deze biedt volgende de leverancier beveiligingsinzichten op basis van de telemetrie van de technische stack van de klant, zoals ESET Inspect.

“Bedrijven en de channel community eisen tegenwoordig technologie-ecosystemen die het beheer van cybersecurity vereenvoudigen, volledig inzicht bieden in verschillende aanvalsoppervlakken en marktleiders samenbrengen onder één architectuur,” zegt Trent Matchett, directeur van Direct Channel Global Sales bij ESET. “We hebben aanzienlijk geïnvesteerd in een open API-gateway, om zoveel mogelijk integratiepartners te kunnen ondersteunen, waaronder nu dus Arctic Wolf.”

Ian McShane, VP Managed Detection and Response bij Arctic Wolf: “Met de nieuwe ESET PROTECT Platform API kunnen ESET Inspect-gegevens naadloos worden geïntegreerd met het Arctic Wolf-platform, wat in combinatie met de telemetrie van andere securitytools ervoor zorgt dat Arctic Wolf-klanten holistische bescherming krijgen tegen een steeds evoluerend dreigingslandschap.”

Veel bedrijven maken gebruik van producten of diensten van (toe)leveranciers of leveren zelf aan andere bedrijven. Zo ontstaan allerlei ketens – supply chains – van bedrijven die economisch aan elkaar verbonden zijn en een bepaalde mate van afhankelijkheid hebben. Als er ergens in de keten een leveringsstop is, dan kan dit grote gevolgen hebben voor de gehele supply chain. Naast de afhankelijkheid van fysieke deelproducten, zijn bedrijven in de keten vaak ook digitaal nauw met elkaar verbonden. Dit maakt de samenwerking makkelijker, maar creëert ook extra risico’s voor de cyberveiligheid dit meldt het Digital Trust Center.

Er zijn genoeg voorbeelden van situaties waarbij een aanval op een bedrijf in de keten grote gevolgen heeft voor een grotere groep bedrijven in de leveranciersketen. Zo werd in 2017 een containerterminal in de Rotterdamse haven getroffen door een cyberaanval wat resulteerde in een logistiek drama in de Rotterdamse haven. Ook de ‘kaashack’ bij een leverancier die tot lege schappen bij Albert Heijn leidde, is hier een voorbeeld van.

Wanneer een IT-dienstverlener gehackt wordt, is de dreiging van een andere aard. Want de connectie met andere bedrijven is dan mogelijk digitaal en het gevaar kan ‘overspringen’ naar het bedrijfsnetwerk van de bedrijven waar de IT-dienstverlener aan levert. Voorbeelden hiervan zijn de hacks die enkele gemeenten in Limburg en Duitsland troffen.

Weerbaarheid in de keten is een belangrijk aandachtspunt door de groeiende digitale verbondenheid van het bedrijfsleven. De Europese NIS2-richtlijn vereist dan ook van grote bedrijven in belangrijke sectoren zoals energie, gezondheidszorg en drinkwater, dat er zorgplichtmaatregelen worden genomen om de toeleveringsketen veiliger te maken. Uit de recent gelanceerde NIS2-Quickscan blijkt dat 46% van scan invullers in maart, nog geen keteninventarisatie heeft uitgevoerd. De AIVD, CIO Rijk, NCSC en NCTV hebben een handreiking gemaakt voor het inventariseren en beheersen van supply chain risico’s voor producten en diensten uit landen met een offensief cyberprogramma gericht tegen Nederlandse belangen.

Voor bedrijven met een overzichtelijke keten van toeleveranciers heeft het DTC een keteninventarisatie ontwikkeld. Wie de nodige maatregelen heeft getroffen die passen bij de risico-analyse, kan aan de slag met het verkleinen van risico’s die voortvloeien uit de keten. Waar liggen de afhankelijkheden die je bedrijfscontinuïteit kunnen verstoren? Heb je zicht op de cyberbeveiliging van bedrijven van wie je afhankelijk bent? Heb je afspraken gemaakt? In deze handige invulbare keteninventarisatie kun je de belangrijkste afhankelijkheden in de keten loggen. Noteer ook welke afspraken er zijn over het verkleinen van de risico’s en welke alternatieven jij tot je beschikking hebt wanneer er iets in de keten gebeurt.

Klik hier voor meer informatie over de keteninventarisatie.

Het My-Connect Clouddienst-portfolio van distributeur BusinessCom is de afgelopen tijd uitgebreid: inmiddels telt het 15 verschillende clouddiensten. In combinatie met de hardware en dienstverlening van BusinessCom biedt het bedrijf volgens directeur Pieter van Eldonk alles wat je als reseller nodig hebt.

My-Connect is de verzamelnaam voor alle cloud- en abonnementsdiensten van IT- en telecomdistributeur BusinessCom. Wat in 2016 bij BusinessCom begon met één Cloud Telefoniedienst op basis van Telepo, is nu uitgegroeid tot een portfolio van meerdere cloud- en abonnementsdiensten voor telefonie, UC, Contact Center, mobiel, VaMo, networking en cybersecurity.

My-Connect biedt alles wat de reseller nodig heeft, stelt Pieter van Eldonk, directeur van BusinessCom. Nu, ruim 8 jaar na de start van My-Connect als dienstenparaplu, zijn volgens Van Eldonk de puzzelstukken in elkaar gevallen om resellers end-to-end te ondersteunen in hun portfolio. “We kunnen resellers steeds meer clouddiensten voor communicatie en networking bieden, we zijn direct distributeur van een groot aantal A-merk vendors, hebben een volwaardige operatorstatus en we maken het steeds eenvoudiger voor business partners om het te verkopen. Tel daarbij op dat wij een passie hebben voor onze resellers; dan hebben we alles wat de reseller nodig heeft – uit één hand geleverd. Dat is uniek: wij kunnen door de breedte van ons cloud- en hardware-portfolio als enige de reseller oprecht onafhankelijk adviseren wat voor zijn eindklant-projecten de beste oplossing is: een on-premise oplossing met een trunk, dan wel een volledige cloud-oplossing.

Deze vendoren maken samen ­My-Connect

My-Connect is een samenspel van de diensten en support die BusinessCom levert, aangevuld met een groot aantal leveranciers van (cloud-)diensten en hardware. De diensten worden mede geleverd door: Telepo, Mitel, Unify, Univerge Blue, Alcatel-Lucent Enterprise, Xelion, Clearvox, Pridis, Barracuda en Youfone Zakelijk.

De hardware die compatible is en de My-Connect diensten completeren, komt van: Jabra, Ascom, TP-Link, Gigaset, Alcatel-Lucent Enterprise, Yealink, Mitel, Unify, Spectralink en NEC.

Geïnvesteerd in bestelgemak en stabiliteit

Daarnaast heeft het bedrijf naar eigenzeggen de laatste jaren zwaar geïnvesteerd in het bestel- en configureergemak door de bestelportal te integreren in de webshop. “Ook is geïnvesteerd in de datacenters om de security en stabiliteit te verstevigen. Verder is er op commercieel vlak vernieuwing doorgevoerd,” zegt partnermanager Marcel Derks. “De licentiestructuren van de My-Connect diensten zijn allemaal vereenvoudigd. Die versimpeling is goed nieuws voor de reseller; de diensten zijn nu allemaal vanaf een bierviltje te verkopen.”

Die versimpeling is goed nieuws voor de reseller

Derks benadrukt daarbij nog een ander belangrijk punt van de My-Connect diensten: het klanteigendom ligt bij de reseller. “Onze partners factureren, als reseller heb jij het contract met jouw klanten. Je bent dus te allen tijde ‘in control’ over je eigen klantenbase.”

All You Need Is My-Connect Roadshow

Het thema ‘All Youd Need is My-Connect’ werd op Valentijnsdag afgetrapt door het uitsturen van 2.000 Valentijnskaarten naar resellers in de Benelux. Pieter van Eldonk: “De boodschap die we daarmee overbrengen, is dat onze passie voor onze resellers onveranderd is én dat we een hoop nieuws te melden hebben rond My-Connect. Daarom bezoeken de partnermanagers van BusinessCom de komende weken resellers in Nederland en België die geïnteresseerd zijn het My-Connect concept. Geheel in het thema brengen we een bijzondere traktatie mee.”

Complementair portfolio

My-Connect startte in 2016 als merknaam voor BusinessComs eigen cloud telefonie-dienst op basis van Telepo. Inmiddels is My-Connect uitgegroeid tot een complementair portfolio. Naast mobiele telefonie, VaMo, SIP Trunking, internetverbindingen, Firewall as a Service, bedienpost, Contact Center en Netwerk Management as a Service, kent My-Connect meerdere smaken cloud telefonie met elk een eigen benadering van de markt. De huidige cloud-diensten van My-connect op een rij:

Cloud Telefonie & UC

  • My-Connect Telepo
  • My-Connect Xelion
  • My-Connect Subscription
  • My-Connect UNIVERGE BLUE
  • My-Connect Nexxt
  • My-Connect Unify Phone & PayGo
  • My-Connect Rainbow
  • My-Connect Dialogue

Networking

  • My-Connect Cirrus
  • My-Connect Firewall

Verbindingen

  • My-Connect Trunking
  • My-Connect Connectivity
  • My-Connect Mobile (VaMo)
  • My-Connect Youfone Zakelijk

De omzetgroei in de Nederlandse zakelijke telecommarkt is in het laatste kwartaal van 2023 versneld, geholpen door een dubbelcijferige groei in breedband en een betere prestatie in de mobiele markt. Dat blijkt uit onderzoek van Telecompaper. De vooruitzichten voor het komende jaar zijn echter een iets tragere groei, omdat het onzekere economische klimaat en vertragingen van nieuwe 5G-diensten met toegevoegde waarde op de markt wegen.

Op 4 juli verschijnt het jaarlijkse Dossier Telecom & Unified Communication als luxe dubbel-editie samen met ChannelConnect juli. Klik hier voor meer informatie.

De zakelijke telecominkomsten, exclusief andere diensten zoals IT, bereikten in het vierde kwartaal van 2023 een omzet van EUR 656 miljoen, een stijging van 4,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De sterkste groei kwam van breedbanddiensten, met een omzet die met 13,6 procent steeg ten opzichte van een jaar eerder dankzij inflatiegedreven prijsstijgingen, terwijl de inkomsten uit mobiele diensten (inclusief mobiel breedband) met bijna 3 procent stegen op jaarbasis.

KPN is nog steeds marktleider, met een aandeel van 38,9 procent in zakelijke telecominkomsten, en heeft ook het grootste aandeel in breedband en mobiele inkomsten. VodafoneZiggo staat op de tweede plaats in de totale B2B-markt (35,1%) en in breedband en mobiel, maar doet het vooral goed in het SoHo-segment (1-4 werknemers) en neemt daar de leiding met meer dan 39 procent van de omzet.

Small office/home office

Odido, dat op de derde plaats staat, zag zijn B2B marktaandeel het afgelopen jaar nauwelijks veranderen terwijl het werkte aan de rebranding van T-Mobile. In de totale zakelijke markt was de operator in Q4 2023 goed voor een aandeel van 12,4 procent in de omzet, deels als gevolg van een beperkte aanwezigheid op de vaste markt. Odido presteert het best in het mobiele SoHo-segment, waar het zich kan meten met VodafoneZiggo voor de tweede plaats.

In 2023 konden de Nederlandse operators de omzet vergroten met behulp van prijsverhogingen, gebaseerd op de dubbelcijferige inflatie van het voorgaande jaar. Telecompaper verwacht dat de omzetgroei in de zakelijke markt het komende jaar wat zal vertragen, omdat door de lagere inflatie de capaciteit voor prijsverhogingen beperkt is en daarnaast de economische onzekerheid op de zakelijke bestedingen drukt.

Verder vooruitkijkend in de vijfjaarsprognose van Telecompaper zou de zakelijke mobiele markt moeten kunnen profiteren van nieuwe diensten gebaseerd op 5G. Nu de veiling van de 3,5 GHz-band in Nederland na meerdere vertragingen deze zomer eindelijk van start gaat, kunnen de Nederlandse operators nieuwe 5G-diensten met toegevoegde waarde lanceren voor zakelijke toepassingen, zoals private netwerken, network slicing, edge computing en fixed-wireless access.

Datacenters worden steeds belangrijker in de huidige samenleving. Door veel mensen worden ze beschouwd als een noodzakelijk kwaad. Ze nemen veel ruimte in, en gebruiken veel stroom. Voor dat laatste ziet Vincent van der Linden, Regional Business Leader van RNT Rausch, voldoende mogelijkheden tot bezuiniging. “Met een andere manier van koelen is veel winst te behalen.”

Het aantal datacenters neemt de komende jaren flink toe. Dat komt niet alleen doordat bedrijven nog steeds volop bezig zijn met de overgang naar de cloud. Ook AI vraagt om steeds meer rekenkracht en is erg hongerig als het gaat om servers in het datacenter. Plaatselijke overheden, cloudproviders en datacenterproviders juichen de ontwikkelingen toe. Voor de gemeente betekent het investeringen in de lokale economie, maar de keerzijde is ook al vaak besproken: een datacenter vraagt om veel ruimte en legt een onevenredig groot beslag op stroom- (al dan niet groen) en drinkwatervoorzieningen.

Hoeveel stroom er precies wordt gebruikt door individuele datacenters, of liever: het rendement van het stroomverbruik, is vaak punt van discussie. Een veelgebruikte maat is de Power Usage Effectiveness (PUE). Dit is een getal dat de mate van energie-efficiëntie van een datacenter uitdrukt.

Power Usage Effectiveness

In de basis is de PUE een eenvoudige formule. Het is het verhoudingsgetal van het totale stroomverbruik van het gebouw, gedeeld door het stroomverbruik van de servers. In het gedeelte boven de deelstreep – de overhead – zit uiteraard de verlichting, de camera’s en beveiliging, maar vooral ook de koeling.

In het meest ideale geval heeft de verhouding de waarde 1. In dat geval is het energieverbruik van de IT-apparatuur gelijk aan dat van het hele gebouw en is er geen overhead. Dat is uiteraard alleen theoretisch mogelijk, want er is altijd stroom nodig voor verlichting, luchtzuivering enzovoort.

PUE is niet onomstreden

Het gebruik van de PUE, ooit bedacht door The Green Grid, een industrieconsortium voor het bevorderen van de efficiëntie van datacenters, roept vragen op. Het cijfer is redelijk gemakkelijk te manipuleren, waardoor een echte vergelijking tussen datacenters niet mogelijk is.

Zo kun je bijvoorbeeld de hoeveelheid resources in het datacenter minimaliseren, maar dat resulteert in een grote inefficiëntie per vierkante meter. Bij een optimaal gevuld datacenter kan ook zo veel mogelijk de koeling worden verminderd, door bijvoorbeeld te koelen met buitenlucht in plaats van mechanische klimaatregeling. Een andere aanpak is door de temperatuur in het datacenter simpelweg te verhogen, maar dit leidt tot ongewenste effecten en meer uitval, waardoor onnodig veel componenten voortijdig gewisseld moeten worden.

Want doordat voor veel servers, storagesystemen en netwerkcomponenten de interne temperatuur te hoog wordt, zullen deze extra lucht aan moeten zuigen om alsnog voldoende gekoeld te worden. Dat gebeurt in de IT-componenten zelf en dus niet meer in de gecontroleerde koeling van het datacenter. Gevolg is dat het datacenter weliswaar minder stroom verbruikt, maar de individuele IT-componenten zelf meer stroom gaan gebruiken, wat uiteindelijk hetzelfde nettoresultaat geeft.

Verkoopargument

Ondanks dat de PUE-waarde hierdoor dus daalt en het datacenter zijn ‘targets’ haalt, is dit natuurlijk niet waarvoor de duurzame doelstellingen van de PUE zijn bedoeld. Deze zogenaamde groene datacenters-propositie wordt nu vooral gebruikt als verkoopargument waardoor meer klanten interesse krijgen. Als de klanten meer capaciteit nodig hebben dan stijgt ook de behoefde aan koeling en dus de stroombehoefte en is het groene label niet zo groen meer.

Je zou denken dat dit alleen geldt voor de grote datacenters. Maar ook voor edge-datacenters en kleine serverruimtes bepaalt de behoefte aan rekencapaciteit het stroomverbruik. Het is mogelijk om per vierkante meter meer rekencapaciteit te genereren, zeker met de nieuwste server- en storage-technologieën, maar dat lost absoluut niet de efficiëntieproblemen op. Sterker nog, die maak je in feite alleen maar groter.

De oplossing moeten we vooral zoeken in alternatieve manieren voor koeling. Cloudproviders en datacenters kijken steeds vaker naar vloeibare koeling voor het serverpark. Tijdens het koelen met vloeistoffen wordt de hitte niet meer door (gerichte) luchtstromen gekoeld, maar door een vloeistof. De capaciteit van de warmtewisseling is groter dan bij luchtkoeling. En er is nagenoeg geen verlies door ineffectieve koeling door het onnodig koelen van lege serverracks en blank plates, zoals wel door luchtkoeling het geval is. Ook kan de restwarmte, bij luchtkoeling meestal via warm water, makkelijker afgevoerd worden.

Vincent van der Linden (L) – Foto: Philipp Jordan

Twee mogelijkheden voor vloeistofkoeling

Voor vloeistofkoeling zijn er twee mogelijkheden: met water of via vloeistof-immersie. De eerste methode koelt de hitte-genererende componenten in een server door een watercircuit langs deze onderdelen de warmte te laten opnemen en buiten de server af te voeren. Dit moet nog wel worden gecombineerd met reguliere luchtkoeling.

In het tweede geval wordt de server volledig ondergedompeld in een bad van niet-geleidende vloeistof, meestal minerale olie. De warmte wordt door de olie geabsorbeerd, met een aanzienlijk efficiënter resultaat dan bij luchtkoeling. Daarbij zijn de ventilatoren van de servers uitgeschakeld (of ontbreken zelfs volledig), want dit systeem heeft helemaal geen luchtkoeling meer nodig. Dat betekent ook dat er geen luchtsystemen meer nodig zijn, wat resulteert in een verlaging van de operationele kosten tot 90% ten opzichte van luchtkoeling.

Elk voordeel heeft zijn nadeel, want het gewicht van het complete systeem kan aanzienlijk oplopen, omdat servers vaak in grote baden worden ondergedompeld en dicht op elkaar worden geplaatst. Daarnaast zijn niet alle standaard servers bruikbaar voor deze manier van koelen.

Immersiekoeling heeft de toekomst

Bij RNT Rausch zijn we ervan overtuigd dat immersiekoeling de toekomst heeft. We zien op dit moment als compromis mogelijkheden voor het monteren van cassettes met koelvloeistof in het datacenterrack. Hierdoor creëer je als het ware een koelbad in een normaal datacenterrack, waarmee het gewichtsprobleem en de afwijkende maatvoering van de grote baden tot het verleden behoren. Dit resulteert in een maximale dichtheid en optimale koeling van alleen de intensieve rekencapaciteit. Het stroomverbruik neemt direct af, zonder dat het de betrouwbaarheid van de componenten verlaagt. Daarbij kunnen de individuele specificaties per server worden afgestemd en volledig separaat worden onderhouden.

Door deze flexibele en modulaire aanpak is vloeistofkoeling niet alleen geschikt voor de grootste datacenterlocaties, maar ook toepasbaar voor de edge en kleine serverruimtes. Sterker nog, het zou zelfs een nieuwe bron van inkomsten kunnen worden, wanneer datacenters het restproduct aanbieden als duurzame verwarming voor lokale warmtenetten voor publieke locaties, zwembaden, veeteelt of de tuinbouw. Daarbij zijn ook nog subsidies beschikbaar voor duurzame ontwikkelingen om nog meer, kleinere datacenters in de buurt van die locaties te bouwen en deze als een grid aan elkaar te koppelen voor het schaalvoordeel.

Een modulair systeem van ‘cassettes’ is op dit moment een goed compromis

Onbekend maakt onbemind

Er zijn verschillende redenen waarom deze mogelijkheden nog niet breed omarmd worden. Op de eerste plaats omdat deze oplossingen nog niet erg bekend zijn in de markt. Daarnaast zien we dat de meeste serverleveranciers niet op kleine schaal maatwerk kunnen leveren en niet gebaat zijn bij deze afwijkende manier van leveren aan datacenters.

Waar het wel wordt aangeboden en geïmplementeerd, zijn de gebruikers laaiend enthousiast, maar wordt dat niet snel van de daken geschreeuwd. Vloeistof in het datacenter is uit den boze, wordt vaak gezegd. Maar wij zien dat technici van nature nieuwsgierig zijn en met een duidelijke instructie zonder problemen weten om te gaan met deze nieuwe toepassing. Deze oplossingen kunnen bovendien gefaseerd worden ingevoerd en naast de bestaande luchtkoeling draaien, zodat er geen desinvesteringen in het huidige datacenter hoeven te zijn. Laat staan dat het gehele datacenter opnieuw ingericht zou moeten worden.

Vloeibare koeling maakt het mogelijk om te voldoen aan de groeiende behoefte aan rekenkracht, met een aanzienlijk betere efficiëntie, dankzij modulaire oplossingen en met minimale aanpassingen. Zo kunnen datacenters aan de grote vraag tegemoet komen en toch blijven voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen.

Vincent van der Linden
Regional Business Leader RNT Rausch

 

Bijna 70% van de Nederlanders vindt dat kunstmatige intelligentie meer gereguleerd moet worden. Dat blijkt uit onderzoek van Salesforce. Daarnaast is 57% niet goed bekend met de wet- en regelgeving omtrent AI.

Het onderzoek, uitgevoerd door PanelWizard, is gehouden in Nederland, België en Zweden onder bijna 1.100 respondenten in elk land. Ten opzichte van vorig jaar, toen hetzelfde onderzoek in Nederland is uitgevoerd, staan Nederlanders iets positiever tegenover de ontwikkelingen rond AI. Waar vorig jaar 24% (zeer) positief was over AI, is dit nu 27%. In België en Zweden is dit veel hoger, namelijk 37% en 38%. Ook zijn Nederlanders veel minder op de hoogte van de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie dan in de andere landen. Waar slechts 12% van de Nederlandse respondenten hun kennis hieromtrent een cijfer 8 of hoger geeft, ligt dit percentage in België (19%) en Zweden (30%) veel hoger. Bovendien stagneert de kennis van Nederlanders over de ontwikkelingen rond AI; in 2023 gaven ongeveer evenveel respondenten aan goed op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen.

Vertrouwen beperkt

Bijna de helft (45%) van de Nederlandse respondenten vertrouwt AI niet of helemaal niet, vergelijkbaar met Zweden (47%) en België (44%). Maar er zijn grote verschillen tussen de landen als we kijken naar wat hen zou helpen om meer vertrouwen te krijgen in kunstmatige intelligentie, schrijven de onderzoekers. “Waar Nederlanders vooral willen dat er verplichte vermelding wordt gemaakt dat AI wordt gebruikt (50%), nauw gevolgd door strengere regelgeving vanuit de overheid (46%) en menselijke controle op de uitkomsten (43%), staat bij België strengere regelgeving vanuit de overheid op nummer 1 (42%) en bij Zweden openheid en inzicht in de werking van AI (34%). Net als in 2023 is het verlies van menselijke controle de grootste zorg van Nederlanders rond kunstmatige intelligentie.”

Als het concreet gaat om het beschermen van hun gegevens bij het gebruik van kunstmatige intelligentie, kijken Nederlandse respondenten meer naar de verantwoordelijke bedrijven dan de overheid. De bedrijven die producten op de markt brengen waarin AI wordt gebruikt, zijn volgens de Nederlandse respondenten in eerste plaats verantwoordelijk voor het beschermen van hun gegevens (59%), gevolgd door de overheid (54%) en grotere technologiebedrijven (47%).

Niet alleen zorgen

Er zijn niet alleen zorgen rond de snelle opmars van AI. Tweederde van de Nederlanders (66%) is van mening dat AI ervoor zorgt dat we efficiënter kunnen werken en er zijn meer mensen die denken dat AI beter problemen op kan lossen dan mensen in plaats van andersom (37% versus 29%). Bovendien geeft 43% aan dat kunstmatige intelligentie een kans is voor de economie. Nederlandse mannen zijn hier meer van overtuigd dan vrouwen; 51% van de mannen ziet AI als een kans voor de economie terwijl maar 36% van de vrouwen deze mening deelt. Over het effect op de arbeidsmarkt zijn Nederlanders minder positief. 52% denkt dat kunstmatige intelligentie niet goed is voor de arbeidsmarkt en bijna 60% denkt dat het ervoor zorgt dat er banen verdwijnen.