TD Synnex heeft bekend gemaakt dat het een Europese distributieovereenkomst heeft gesloten met leverancier van veiligheidsoplossingen Palo Alto Networks. Partners kunnen nu de volledige reeks hardware- en softwareproducten van deze leverancier aan hun klanten aanbieden.

TD Synnex gaat daarnaast de bestaande en nieuwe partners van Palo Alto Networks ondersteunen met digitale trainingen en distributiecapaciteit. Partners krijgen toegang tot de oplossingen van Palo Alto Networks via de e-commerceplatforms van TD Synnex. Daarbij hebben ze toegang tot de gespecialiseerde verkoopondersteuning en het advies van specialisten in cyberveiligheid van de TD Synnex.

Bij het voldoen aan de regels van de NIS2 moet de Vereniging Nederlandse Gemeenten een grote rol spelen. Dat vindt Arwi van der Sluijs, CEO van incident repons-specialist NFIR.

Van der Sluijs sprak hierover in zijn keynote over Cloud security bij het Cloud Symposium in Enschede. Volgens hem is het goed dat er nu helderheid is over het feit dat alle gemeentes een essentiële entiteit zijn geworden voor NIS2, een EU-brede wetgeving over informatiebeveiliging. Gemeenten moeten daarbij niet neigen naar afzonderlijke taken omtrent cybersecurity, maar moeten volgens hem erkennen dat het een gedeelde uitdaging is. ‘’Alle gemeenten moeten aan NIS2 geloven, groot en klein. Je kunt dan beter samenwerken, dan allemaal opnieuw het wiel uitvinden’’, stelt Van der Sluijs.

Hij benoemde tijdens het evenement de gebreken in het huidige beleid omtrent cybersecurity. “Gemeenten moeten niet afwachten tot er meer duidelijkheid is, maar alvast aan de slag gaan met de kaders die al wel bekend zijn. Het beleid moet daarbij uniform zijn, ongeacht de gemeente. Wellicht zijn er budgettaire beperkingen, waardoor het verstandig is gezamenlijk actie te ondernemen. Het zou een ramp zijn als ruim 340 gemeenten ieder voor zich NIS2 gaan invullen. Ik zie hier een grote rol weggelegd voor de VNG.’’

In het afgelopen jaar is een recordaantal van meer dan 1,5 miljoen nieuwe glasvezelaansluitingen gerealiseerd. In totaal heeft ons land nu ruim 7 miljoen glasvezelaansluitingen. Dat zegt NLconnect, de branchevereniging voor glasvezel- en breedbandaanbieders in Nederland.

Glasvezel is volgens NLconnect nu voor 90% van de huishoudens beschikbaar. Verschillende aannemers maakten de nieuwe aansluitingen naar woningen en bedrijven(terreinen), vooral in opdracht van Open Dutch Fiber, KPN/Glaspoort en DELTA Fiber. Maar ook in opdracht van kleinere spelers als GlasDraad, SKV, en Glasvezel Helmond werd verder ‘verglaasd’.

Opnieuw een record

Volgens de branchevereniging ging de uitrol van glasvezel niet eerder zo snel als in 2023. Vorig jaar brak de glasvezelsector met ruim een miljoen nieuwe aansluitingen ook al een record. De uitrol van glasvezel piekt dit jaar en zal in 2024 naar verwachting minder hard groeien. Directeur Mathieu Andriessen: “Nu 9 van de 10 woningen zijn aangesloten komt het einde van ‘de grote verglazingsoperatie’ in zicht. Volgend jaar worden de meeste resterende woningen en bedrijfspanden nog aangesloten, maar daarna zal de aanleg zich beperken tot nieuwbouw en dubbele aansluitingen. Je ziet daarnaast dat de partijen kleinere glasvezelnetwerken overnemen.”

NLconnect bracht voor zijn jaaroverzicht het aantal zogenaamde ‘homes passed’ in kaart: de woningen en bedrijfspanden waar glasvezel naar binnen is gebracht óf al voor de deur ligt. Bij een paar miljoen woningen moet de kabel nog in de meterkast worden afgemonteerd. Andriessen: “De uitdaging blijft het daadwerkelijk aansluiten van klanten. Vaak gebeurt dit wanneer de klant een glasvezelabonnement afsluit. Momenteel groeit het aantal glasvezelabonnees gestaag. Door afschakeling van koper, de opkomst van multi-Gigabit abonnementen en overstappende kabelabonnees komen er elk kwartaal een kleine 100.000 glasvezelabonnees bij. We verwachten de komende jaren daarom veel na-aansluitingen.”

Twin transition

Glasvezel vormt een kritische bouwsteen voor twin transition van digitalisering en verduurzaming, zegt NLconnect. Volgens de branchevereniging is snelle, betrouwbare en duurzame connectiviteit essentieel voor de verdere ontwikkeling van de digitale economie en samenleving. “De digitale infrastructuur helpt bovendien om andere sectoren te verduurzamen. Cloudgebaseerde toepassingen en diensten, waaronder AR, VR, AI, video-streaming en andere data-intensieve toepassingen vragen om een betrouwbare stabiele en consistente netwerkverbinding. Glasvezel speelt daarbij net als 5G een cruciale vanwege de hoge capaciteit en hoge betrouwbaarheid, de lage latency en het relatief lage energieverbruik.”

Als Nederland de digitale hub van Europa wil worden, dan moeten we inzetten op een flexibele digitale infrastructuur. Dat betoogt Michiel Verkroost, Director bij het internationale ingenieurs- en adviesbureau Arup.

Het demissionaire kabinet heeft in zijn coalitieakkoord de ambitie uitgesproken om het digitale knooppunt van Europa te worden. Om de juiste keuzes te kunnen maken, moet het IT-kennisniveau van betrokken beleidsmakers omhoog – maar nog meer vraagt het om goede kennis van (digitale) infrastructuur, economie en energie. Het kabinet streeft naar een digitale economie die open, eerlijk en veilig is, waarin bedrijven goed kunnen innoveren, consumenten en burgers goed beschermd zijn en die bijdraagt aan duurzame economische groei.

Datacenters

Michiel Verkroost: “De keuzes die het kabinet nu maakt, moeten vanuit een breed maatschappelijk perspectief gedragen worden. Rekening houdend met thema’s als wonen, werken, leefbaarheid en bereikbaarheid en in lijn met zowel de economische ambities als de uitdagingen die de duurzaamheidstransitie ons stelt. Dat het moeilijk is de juiste keuze te maken, is afgelopen jaar pijnlijk duidelijk geworden in het debat over datacenters – die een heel belangrijke rol spelen op de weg naar een duurzame en digitale toekomst.”

Wie krijgt voorrang bij hernieuwbare energie en hoe kan het stroomnet de vraag verwerken?

Regie

Want waar het eigenlijk over gaat in het hele debat, is hoe we de schaarse grond én middelen in ons land willen verdelen, benadrukt Verkroost. “Hoe gaan we om met landbouw en veeteelt, natuur en biodiversiteit, transport, woningbouw en industrie? Wie heeft voorrang bij de aanspraak op hernieuwbare energie en hoe zorgen we ervoor dat ons stroomnetwerk al die vraag kan verwerken? We zien dat het kabinet probeert de regie te pakken bij deze grote verbouwing van Nederland. Hiertoe heeft het een fundament gelegd met de kamerbrief ‘Nationale regie in de ruimtelijke ordening’ (17-5-2022), een brief die behalve door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook wordt onderschreven door onder meer het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.”

Om Nederland ‘mooier, gezonder en duurzamer’ te maken, moet het Rijk volgens die visie ‘de regie in het ruimtelijk domein hernemen: om te kiezen, om te verdelen en om een eerlijke uitkomst mogelijk te maken in dit verdeelvraagstuk’.

Aanbevelingen

Arup komt met de volgende aanbevelingen:

  • Betrek het bedrijfsleven en experts bij het debat. Bundel alle aanwezige digitale expertise voor een langetermijnvisie en een nieuwe nota ‘Ruimtelijke ordening voor de digitale economie en infrastructuur van Nederland’.
  • Neem sterker de regie in de herinrichting van Nederland en bepaal hierin ook de essentiële factoren voor een duurzame digitale economie (zoals datacenters).
  • Stel duurzame eisen en voer helder beleid. Bied duidelijke wettelijke kaders voor het verwezenlijken van de ambitie om van Nederland het digitale knooppunt van Europa te maken en stuur in ontwerp, bouw en exploitatie op duurzame en circulaire gebouwen.
  • Experts betrekken

Verkroost: “Die ingewikkelde puzzel kan het Rijk wat ons betreft onmogelijk leggen zonder de inbreng van relevante kennis die het bedrijfs­leven heeft op alle verschillende relevante gebieden. Daarnaast is het van belang om de belangrijke spelers in deze markten mee te laten denken over de transitie waarin zij zelf een hoofdrol gaan vertolken. Die kennis en betrokkenheid zijn essentieel om te komen tot een toekomstbestendig beleid dat richting 2050 kan rekenen op voldoende draagvlak vanuit de bevolking én het bedrijfsleven. Het zorgt er bovendien voor dat we het debat op inhoud kunnen voeren en op basis van gelijkwaardigheid. En daar schortte het aan in het recente Kamerdebat over datacenters. Daarin leek de regelgeving voor nieuwe hyperscales niet uitsluitend op rationele overwegingen gebaseerd te zijn. Voor retail-distributiecentra met dezelfde omvang en/of energievraag gelden de nieuwe regels bijvoorbeeld niet.”

Juiste keuzes

De huidige politieke discussie doet volgens Verkroost vermoeden dat kabinet en parlement nog onvoldoende op de hoogte zijn van de feitelijke kennis, context en ontwikkelingen betreffende digitalisering en duurzaamheid, die van belang zijn voor het maken van de juiste keuzes voor Nederland. “Juist door experts uit de markt te betrekken kunnen we er samen voor zorgen dat de beslissingen van de komende jaren ook daadwerkelijk toekomstbestendig zijn en met meer draagvlak ontwikkeld en uitgevoerd kunnen worden. Laat kabinet en bedrijfsleven samen de handschoen oppakken en aan de slag gaan. Een mooi voorbeeld van hoe succesvol zo’n publiek-private aanpak kan zijn, is de ontwikkeling van het ­Amstelkwartier in Amsterdam. “

Laat je niet meeslepen door sentimenten en durf te kiezen

Strakke regie

Neem als kabinet nog sterker de regie, betoogt Verkroost. “Laat je niet meeslepen door sentimenten en durf te kiezen. Maak op basis van kennis en inzichten (zowel intern als extern) helder beleid en bied stakeholders perspectief en duidelijkheid. Richt Nederland in op een integrale, toekomstbestendige manier zodat we klaar zijn om de Europese koploper te worden op het gebied van digitale economie en klimaatadaptatie. Schrijf bijvoorbeeld een ontwerpcompetitie uit waarbij duurzaamheid, regeneratief ontwerp en innovatie harde eisen zijn voor de ontwikkeling van die gebieden. Denk hierbij onder meer aan verbinding met bestaande en nieuwe zonneparken en eigen micro-grids die losstaan van ons nationale stroomnetwerk. Of reguleer de warmteterugwinning voor het publieke domein. Maar zet in alle gevallen de circulaire economie voorop bij de ontwikkeling van toekomstige gebouwen.”

Duurzame eisen

“Durf ook eisen te stellen aan iedereen die een beroep doet op de openbare ruimte en hernieuwbare energie: eisen voor klimaatadaptieve oplossingen, biodiversiteit, en regeneratieve ontwerpen die gebaseerd zijn op circulaire economie-principes. Dan laat je als overheid zien dat de herinrichting van het ruimtelijk domein geen politieke willekeur is. Zoals Amsterdam dit doet voor bijvoorbeeld het Amstelkwartier waar alleen duurzame ontwerpen en innovatie ruimte krijgen om ontwikkeld te worden. Zo kunnen we er met elkaar voor zorgen dat ­Nederland een aantrekkelijk land blijft. Ook voor de belangrijke koplopers in de economie, die broodnodig zijn voor de transitie naar een mooi, gezond en duurzaam Nederland.”

Bedrijven die samenwerken met het Digital Trust Center nemen meer en vaker beveiligingsmaatregelen dan gemiddeld. Dat blijkt uit cijfers van het CBS dat dit onderzocht op verzoek van het DTC.

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) monitort jaarlijks de IT-kenmerken van bedrijven, zoals het internetgebruik, clouddiensten en veiligheidsmaatregelen. Op verzoek van het DTC monitort het CBS ook de bij DTC-samenwerkingsverbanden aangesloten bedrijven. De cyberweerbaarheid van deze groep ‘DTC-bedrijven’ wordt vergeleken met een referentiegroep met dezelfde kenmerken.

De DTC-groep scoort op alle IT-veiligheidsmaatregelen beter scoort dan zowel de gehele populatie als de referentiegroep. Zo maakt 94% van deze bedrijven gebruik van antivirussoftware, heeft 86% een beleid voor sterke wachtwoorden geïmplementeerd en maakt 77% gebruik van een VPN wanneer er verbinding wordt gemaakt met het internet van buiten het bedrijf.

Geen causaal verband

Uit de data blijkt verder dat DTC-bedrijven vaker gebruik maken van zowel vrijwillige als verplichte trainingen van hun personeel op het gebied van ICT-veiligheid. Ook is te zien dat DTC-bedrijven vaker een ICT-incident met een interne oorzaak hebben ervaren dan de referentiegroep.

Het DTC benadruk dat het niet mogelijk is om een causaal verband tussen het nemen van veiligheidsmaatregelen en het zijn van een DTC-bedrijf is aan te tonen op basis van deze data. “Het kan zijn dat bedrijven die bewust meer cybermaatregelen doorvoeren ook meer geneigd zijn om zich bij een samenwerkingsverband aan te sluiten.”

Voor veel mkb-ondernemers in Nederland blijft ICT een grote uitdaging. Technologie raakt steeds meer verweven met ieder bedrijfsproces, maar ondernemers willen zich het liefst zonder zorgen kunnen richten op hun core business. Running IT wil dé sparringpartner voor mkb-organisaties worden en met fusies en overnames de komende jaren uitgroeien tot een begrip op de Nederlandse markt.

Running IT rondde onlangs de fusie met het Amsterdamse consult-it af. Beide bedrijven werkten al bijna een decennium samen aan projecten en groeiden in die jaren steeds dichter naar elkaar toe. De ambitie, het DNA en de cultuur van beide bedrijven lagen dicht bij elkaar, dus leek het logisch om met elkaar te praten over samengaan. Rob Zwezereijn is CEO van Running IT en vormt samen met Raymond Lem als Chief Operations Officer (COO) de directie van het bedrijf.

Hoe ging dat in zijn werk, die overname?

Zwezereijn: “Als Running IT hebben we een groeiambitie en we denken dat we die het beste kunnen realiseren door overnames. Daarbij kunnen we zowel onze talent-pool als onze klantenbase op een natuurlijke manier uitbreiden. We werkten al jaren nauw samen met Maarten Smook, de oprichter en eigenaar van consult-it. Raymond en ik hadden het er al vaker over gehad hoe goed het DNA van beide organisaties bij elkaar leek te passen, dus op het moment dat er aan de kant van consult-it een aantal zaken verschoof in de organisatie, zijn we met Maarten gaan praten over samen verdergaan.”

Het was de eerste overname die Zwezereijn en Lem samen deden. Dat bracht een aantal uitdagingen met zich mee en zorgde ervoor dat ze snel een aantal waardevolle lessen leerden. Lem: “Rob en ik hadden al wel vaker gepraat over mogelijke overnames, maar toen het daadwerkelijk zo ver was, wilden we ook heel gedegen te werk gaan. Je hebt het toch over een flinke verandering voor iedereen, zowel medewerkers als klanten.” De hulp van een externe adviseur werd ingeschakeld, er werd uitgebreid vooronderzoek gedaan en een programma opgesteld voor de overname.

Wat is de belangrijkste les die je uit dit proces hebt getrokken?

Lem: “Dat cultuur toch wel een enorm belangrijke smaakmaker is in zo’n proces. Hoewel de externe adviseur, die vaak grote overnames begeleidt, aangaf dat we ons met deze aantallen niet druk hoefden te maken over cultuur, bleek dat toch een heel essentieel punt te zijn.” Dat komt vooral door de wijze waarop beide organisaties werken, stelt de COO. “Consult-it was heel sterk in het oplossen van voorkomende issues en storingen. Wanneer een klant belde, werd er direct actie genomen en de kwestie opgelost. Dat is natuurlijk cruciaal, maar waar wij ons als Running IT in onderscheiden is dat we graag ook proactief met onze klanten werken. Wanneer er een issue is, lossen we dat uiteraard zo snel mogelijk op, maar vervolgens ligt de nadruk veel meer op hoe deze ruis in de toekomst voorkomen kan worden.” Door het samengaan is het beste van beide werelden van toepassing voor de klant.

Bij veel mkb-organisaties is IT iets dat een medewerker ‘erbij doet’. Terwijl IT inmiddels met vrijwel alle bedrijfsprocessen verweven is, waardoor het belang ook flink gestegen is. “We zien dat de IT-basishygiëne bij veel mkb-ondernemingen niet op orde is. Ons doel is om als een proactieve sparringpartner bij die ondernemers aan tafel te zitten en ervoor te zorgen dat IT als enabler kan worden ingezet voor de organisatie. Een structureel solide IT-omgeving vormt een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Wanneer dat op orde is, biedt dat rust en de mogelijkheid voor de onderneming om zich te richten op datgene waarmee het bedrijf zijn geld verdiend”, zegt Zwezereijn.

Waar ben je trots op in de overname?

Lem: “De energie, saamhorigheid en de zin in de toekomst die iedereen tijdens het hele overnameproces heeft laten zien.” Zwezereijn vult aan: “Ik ben trots op de manier waarop we zowel onze medewerkers en klanten als die van consult-it hebben meegenomen in het proces. Natuurlijk zitten er altijd krasjes op zo’n proces, maar we hebben iedereen een plek kunnen geven binnen onze organisatie en ook de klanten van consult-it hebben we in persoonlijke gesprekken meegenomen in onze visie. Met als resultaat dat we nu, drie maanden na het afronden van de overname, geen enkele klant zijn kwijtgeraakt.”

De voormalig directeur van consult-it, Maarten Smook, nam binnen Running IT de functie van Customer Success Manager op zich en blijft daardoor in nauw contact met zijn klanten. “Dit is een functie die hem als een jas past”, zegt Zwezereijn. “Bovendien is het goed om binnen het bedrijf iemand te hebben die de stem van de klanten vertegenwoordigt. We noemen hem intern ook wel eens gekscherend ‘de advocaat van de klant’, maar het geeft wel aan hoe belangrijk dat is om de juiste focus te bewaren in een organisatie met een groeiambitie.”

Kun je iets meer vertellen over de visie van Running IT en hoe die zich onderscheidt van andere IT-leveranciers in de markt?

Zwezereijn: “Ons doel is om mkb- en mkb-plus-bedrijven te helpen groeien door bedrijfsprocessen te ondersteunen met een solide IT-infrastructuur. Het biedt ondernemers rust, structuur en de mogelijkheid zich te focussen op hun kernbusiness.” Lem: “We mikken echt op een proactieve partnerrol, waarin we IT zien als middel voor ondernemers om hun bedrijfsdoelen te realiseren. Onze core business is IT en daar zijn we goed in. Maar al die andere ondernemers die een andere core business hebben, moeten zich niet druk hoeven maken over technologie en techniek. Dat moet het gewoon doen. Daar zijn wij voor.”

Lem geeft het voorbeeld van een huisartsenpraktijk die onlangs een internetstoring had, waarbij de praktijk ook telefonisch onbereikbaar was. “Dan lossen we uiteraard allereerst die storing op, maar vervolgens gaan we kijken wat we kunnen doen om zo’n externe storing – die lag namelijk bij de provider – minder impact te laten hebben op de praktijk. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een redundante verbinding, zodat de productiviteit van zo’n organisatie gewaarborgd blijft in het geval van een incident. Naast het oplossen van issues zullen we altijd meedenken hoe dingen anders en beter kunnen bij onze klanten.” Deze manier van samenwerken zorgt ervoor dat klanten wendbaarder worden, beter kunnen anticiperen op de toekomst en zo klaar zijn voor groei. “Door je IT in de handen van een gespecialiseerde partner te leggen, kun je als ondernemer tijd besparen, sneller inspelen op veranderingen en in sommige gevallen letterlijk meer geld verdienen”, somt Zwezereijn op. “Waarom zou je zelf het wiel uitvinden wanneer er organisaties zijn die dag en nacht niets anders doen dan het optimaliseren van IT-omgevingen?”

Triagedienst

Ook de inrichting van de dienstverlening van Running IT wijkt op punten af van de traditionele serviceorganisaties bij IT-leveranciers. Lem trekt een vergelijking met een ziekenhuis: “Daar werken ze met een triagedienst waardoor je snel en efficiënt naar de juiste specialist wordt doorverwezen. Die manier van werken hebben wij ook geadopteerd om te bepalen bij wie een klant moet zijn om zo snel en goed mogelijk geholpen te worden.” Zo worden telefoontjes en e-mails op het service center beoordeeld door technische specialisten die meldingen doorzetten naar bijvoorbeeld change management, de supportafdeling of naar de afdeling technical alignment. “Daarnaast is er een groep engineers dagelijks bezig met ruisvermindering, oftewel optimalisering van de klantomgeving. Zij concentreren zich op de vraag hoe we een stabielere, effectievere en betere omgeving bij de klant kunnen bereiken. Ik denk dat we ons op dat vlak ook wel onderscheiden van sommige concurrenten”, zegt Zwezereijn.

De afgelopen vier jaar is Running IT in omzet vier keer zo groot geworden. Toch stopt de groeiambitie van het bedrijf daar bij lange na niet.

Waar zie je Running IT over pakweg een jaar of vijf?

Zwezereijn: “Ik hoop dat we over een jaar of vijf zijn gegroeid van de 18 mensen die hier nu werken naar zo’n 40 tot 50 mensen. We zijn een landelijke speler met regionale focus op de groei van het mkb, dus wellicht hebben we dan ook wel meerdere kantoren, naast onze huidige vestigingen in Amsterdam en Utrecht, om zo dichter bij onze klanten te zitten. We zien veel kansen in de huisartsenzorg om een digitaliseringsslag te maken waar we graag een rol in spelen. Ik denk bovendien dat we door onze positie als trusted partner bij klanten nog meer kunnen gaan betekenen op het gebied van IT en security. En ik wil dat we als organisatie en mensen blijven leren, ontwikkelen en groeien.”

Over RunningIT

Running IT is een proactieve sparringpartner voor Nederlandse mkb-­organisaties. Niet alleen lost het bedrijf voorkomende ICT-problemen op, maar helpt ze vooral te voorkomen. Door te zorgen voor een ­structureel solide ICT-basis, helpt Running IT ondernemingen groeien. Meer weten? www.runningIT.nl

Extreme Networks lanceert een nieuw partnerprogramma. Met Ignite wil het bedrijf gerichter ondersteunen, onder meer door vereenvoudigde kortingen en meer trainingen. Ignite wordt wereldwijd gefaseerd ingevoerd voor alle Extreme-partners.

Het bedrijf introduceert hiervoor onder meer een vernieuwd Partner Demand Center, de centrale hub waar partners terecht kunnen. Daar publiceert Extreme zijn campagnes – nu in 130 talen – en Did You Know video’s, die door partners co-branded kunnen worden en voorzien van eigen logo. Het programma Business Development Representative (BDR) is uitgebreid. Dit programma is bedoeld om meer leads te genereren.Het is inmiddels beschikbaar voor geselecteerde partners en zal gefaseerd verder worden uitgebreid. Extreme komt ook met certificering en een tool waarmee technici kunnen evalueren of ze klaar zijn voor het bijbehorende examen.

Ignite Rewards

Het nieuwe partnerprogramma biedt ook het Ignite Rewards Program, een individuele aanpak waarmee medewerkers van partnerorganisaties zich kunnen identificeren en beloningen verdienen op basis van relevante voltooide activiteiten in het programma. Ze kunnen ook deelnemen aan forums waar ze vragen kunnen stellen aan de community en hun kennis kunnen delen.

Er is ook een verbeterde selfservice in accountbeheer, plus  een nieuw dashboard voor activering in cloud zodat partners de abonnementen en het gebruik van klanten nauwkeuriger kunnen volgen.

Op dit moment is er voldoende concurrentie in de telecommarkt. Dat zegt de ACM in het definitieve marktanalysebesluit. Tegelijkertijd blijft de organisatie de concurrentie in de telecomsector analyseren om te zorgen dat aanbieders de beste prijs-kwaliteit blijven leveren.

De ACM ziet dat er momenteel voldoende concurrentie is in de telecommarkt en bekrachtigt het eerdere standpunt dat verdere regulering van de markt nu niet nodig is. Wel heeft de ACM besloten de concurrentie op de markt op jaarbasis grondig te bekijken, om te zorgen dat de markt voor consumenten ook in de toekomst blijft werken. Zo wordt gecontroleerd of KPN en Glaspoort zich houden aan het toezeggingenbesluit, waarmee hun glasvezelnetwerken open staan voor verschillende aanbieders van telecomdiensten. Ook zal de ACM monitoren of de voor de komende jaren aangekondigde uitrol van glasvezel ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd door verschillende partijen. De ACM is verder alert op overnames in de telecomsector, omdat dit ook kan leiden tot een verslechtering van de concurrentiesituatie.

Thijs van den Ende wordt per 1 januari de nieuwe CEO van Xelion. Hij neemt de positie over van Micha Cohen. Directeur Arthur van den Ende, vader van Thijs, doet ook een stap terug. Dat betekent dat Van den Ende junior het nieuwe boegbeeld wordt van het bedrijf. 

Xelion ontwikkelt UC-oplossingen voor het mkb en bestaat inmiddels 15 jaar. Met de aanstelling van Thijs van den Ende wil het bedrijf een nieuwe fase inluiden. Van den Ende werkt vijf jaar bij Xelion. Het bedrijf blijft werken via resellers. Thijs van den Ende: “Onder mijn leiding blijven we energie steken in onze UC-oplossing die we via ICT-partners aanbieden. Xelion groeit al jaren sneller dan de markt, dat kan alleen door langetermijnsamenwerking. Samen met partners investeren we in succes en dat betaalt zich voor iedereen uit.”

Generatieve AI kan waardevolle rol spelen in duurzaamheidstransitie. Dat schrijft ABN-AMRO in het rapport ‘Generatieve AI pakt rol in de duurzaamheidstransitie’. In het rapport verkent de bank duurzame toepassingen van generatieve AI en schetst kansen voor verschillende sectoren.

Investeerders tonen steeds meer interesse in generatieve AI-toepassingen die een positieve bijdrage leveren aan complexe vraagstukken als klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, schrijft de bank in het rapport. “Sinds 2018 is wereldwijd 793 miljoen dollar geïnvesteerd in startups en scale-ups die zulke toepassingen ontwikkelen. Generatieve AI wordt nu onder andere ingezet voor het eenvoudig toepasbaar maken van data over duurzaamheid en het vormgeven van volledig nieuwe materialen, producten en ontwerpen. Inmiddels vindt een snelle adoptie plaats van AI-toepassingen die organisaties helpen hun emissies in kaart te brengen. Grote hoeveelheden data worden hierbij versneld omgezet in rapportages over klimaatrisico’s en de impact hiervan op de bedrijfsvoering. Ook virtuele assistenten zijn in opmars. Deze beantwoorden vragen over duurzaamheidskwesties en voorzien gebruikers op basis van allerlei data van advies.”

Nieuwe materialen vaker door generatieve AI ontwikkeld

Generatieve AI kan daarnaast op een nog veel fundamenteler niveau worden toegepast, zegt ABN AMRO: de ontwikkeling van nieuwe materialen. “Onder investeerders groeit de aandacht voor generatieve AI-bedrijven die de technologie inzetten om versneld nieuwe enzymen en materialen te ontwerpen. Op het gebied van duurzaamheid zijn er talloze mogelijkheden, zoals materialen die kunnen worden afgebroken zonder giftige bijproducten of materialen die CO2 aan zich kunnen binden. Andere voorbeelden zijn groene brandstoffen voor vliegtuigen, filters die water zuiveren van gifstoffen en enzymen die plastic afbreken. Investeerders staken tot nu toe 85 miljoen dollar in jonge bedrijven in deze categorie en de vooruitzichten zijn veelbelovend. De focus van investeerders ligt nu vooral op bedrijven die gemanipuleerde proteïnen ontwerpen om specifieke functies uit te voeren. Onderzoeksbureau Gartner verwacht dat al in 2025 ruim 30 procent van de nieuwe materialen wordt ontdekt dankzij generatieve AI.”

Milieueffecten energieverbruik AI

Generatieve AI is volgens ABN AMRO een schoolvoorbeeld van de ‘twin transition’. “Dit begrip verwijst naar de digitale transitie en duurzaamheidstransitie die tegelijkertijd plaatsvinden en op elkaar inwerken. Zo presteren bedrijven die verder zijn op het gebied van digitalisering beter op het gebied van duurzaamheid. Ook levert AI een positieve bijdrage aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.”

De bank benadrukt dat voor de ontwikkeling van AI echter óók een prijs wordt betaald. “Het verwerken van grote hoeveelheden data en het bijbehorende leerproces kost veel rekenkracht. Zo ging de training van GPT-3.0, de voorganger van de huidige AI-modellen achter ChatGPT, gepaard met een CO2-uitstoot die vergelijkbaar is met de jaarlijkse uitstoot van 251 benzineauto’s”, zegt Julia Krauwer, Sector Banker Technologie, Media en Telecom van ABN AMRO. “Het gebruik van AI, waaronder de generatieve variant, zal steeds verder toenemen. Daarvoor is energie nodig en de benodigde servers zitten vol schaarse metalen. Dit vergroot de noodzaak tot ‘groene IT’. Ontwikkelaars kijken al naar manieren om de AI-modellen energiezuiniger te maken en zowel servers als datacenters worden steeds energie-efficiënter. Ook de circulariteit van IT-apparatuur verdient en krijgt steeds meer aandacht. Overigens kunnen ook inkopers van AI-technologie helpen de milieu-impact te beperken, namelijk door kritisch te zijn op het soort toepassingen waarvoor ze dit wel of niet inzetten.”