Veel bedrijven maken zich zorgen over de explosieve groei van data. Door de digitalisering en het hybride werken zijn er steeds meer data-intensieve applicaties en apparaten die de prestatielimieten van Wi-Fi-netwerken opzoeken. Dat zegt Lancom naar aanleiding van een eigen onderzoek.

Voor gebruikers moet Wi-Fi in de eerste plaats snel en veilig zijn. De verwerkingssnelheid van data heeft voor 55 procent van de respondenten de hoogste prioriteit. De tweede belangrijkste vereiste is netwerkbeveiliging (53 procent). Op drie zijn stabiliteit en betrouwbaarheid met 48% genoemde criteria.

Met de toenemende digitalisering neemt niet alleen het aantal WLAN-apparaten toe, maar zorgen dataverslindende toepassingen er ook voor dat de datavolumes snel groeien. 49 procent van de respondenten ziet dit als de belangrijkste uitdaging. Bovendien beschouwt 47% de toename van dataverkeer door hybride werkvormen als een uitdaging. Op de derde plaats staat het garanderen van kwaliteit en prestaties: 43 procent stelt dat hoge gebruikersdichtheden en belastingspieken de stabiliteit en prestaties van WLAN’s nadelig beïnvloeden. Interferentie in de signaalkwaliteit en dataoverdracht van externe netwerken en niet-WLAN radiobronnen is een andere uitdaging die door vier van de tien IT-managers wordt genoemd.

Dekking, interoperabiliteit en automatisering

Om de best mogelijke connectiviteit te garanderen, vertrouwt 61 procent van de ondervraagde bedrijven op nauwkeurige WLAN-dekking. Dit is inclusief locatieanalyse en nauwkeurige capaciteitsplanning. 57 procent noemt interoperabiliteit en de gerichte selectie van netwerkcomponenten als doorslaggevende factoren voor een soepele werking van het netwerk. 42 procent gebruikt cloudgebaseerde beheeroplossingen om hun WLAN centraal en met een hoge mate van automatisering te beheren. Zo gaan ze het tekort aan geschoolde werknemers tegen.

Ondanks de grote vraag naar snelle en krachtige Wi-Fi is één statistiek echter verrassend: 51 procent van de respondenten geeft aan dat ze momenteel nog steeds werken met Wi-Fi 5-generatie apparaten (37 procent) of zelfs met oudere standaarden die alleen in de 2,4 GHz band uitzenden (14 procent). Daarentegen is 29 procent al overgestapt op Wi-Fi 6. Nog eens 20 procent gebruikt de nieuwste Wi-Fi-generatie, Wi-Fi 6E.

38 procent van de ondervraagde IT-managers vreest dat het 2,4 gigahertz- en 5 gigahertz-spectrum steeds meer overbelast zal raken. Zij zouden graag zien dat er meer gebruik wordt gemaakt van de 6 gigahertz-band. Wi-Fi 6 Enhanced, kortweg Wi-Fi 6E, houdt hier rekening mee door in alle drie de banden te zenden. Het extra frequentiebereik in de lagere 6 gigahertz-band verdubbelt het spectrum dat eerder beschikbaar was voor Wi-Fi en is exclusief beschikbaar voor apparaten die geschikt zijn voor Wi-Fi 6E. Dit vermindert botsingen en verhoogt de doorvoer- en transmissiesnelheden nog verder. Wi-Fi 6E geeft met name omgevingen met een hoge dichtheid, waarin veel WLAN-clients tegelijkertijd zenden, de nodige ruimte om toekomstbestendig te zijn op het gebied van datavolumes en prestaties.

Avans stelt per 1 januari een lector Cyberweerbare Organisaties aan. Het gaat om dr. Rick van der Kleij, op dit moment nog teamleider en cybersecurity onderzoeker bij de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).

Het vak wordt onderdeel van het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool. Het onderzoekt samen met werkveldpartners hoe (aankomende) professionals weerbaar te maken zijn tegen allerlei vormen van criminaliteit. Directeur Nienke Fabries over de komst van de nieuwe lector: “Rick gaat zich primair richten op de digitale weerbaarheid van organisaties, in informele en formele netwerken, in branches en leveranciersketens. Samen met collega-lectoren en docent-onderzoekers vanuit de opleidingen Informatica, Bedrijfs- en Bestuurskunde, Integrale Veiligheidskunde en sociale en juridische studies gaat Rick werken aan het versterken van de cyberweerbaarheid van organisaties.”

Van der Kleij: “Cyberweerbaarheid is voor alle organisaties cruciaal. Dit helpt hen om robuust te zijn tegen cyberincidenten en eventuele incidenten te ontdekken, schade te beperken en snel te herstellen. Er zijn helaas nog veel ondernemers die hier onvoldoende kennis, kunde, middelen of motivatie voor hebben. Deze ondernemers hebben hulp nodig bij het nemen van de juiste maatregelen om digitale risico’s tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. Ik zie het als mijn opdracht om juist hen te helpen. Door praktijkgericht onderzoek uit te voeren vanuit een breed perspectief, waarbij technologie, organisatorische en menselijke factoren van cyberweerbaarheid worden meegenomen, in samenspraak met bedrijven, overheid en onderwijs, kunnen we Nederland meer cyberveilig maken.”

PXS heeft een definitieve overeenkomst gesloten voor de acquisitie van Teletech. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in het ontwikkelen, implementeren en beheren van number management services voor de telecomindustrie. Met deze overname is PXS nu actief in bijna 40 landen op alle continenten.

“We vinden het fantastisch om de mensen van Teletech te verwelkomen in ons team. Ook is het fijn om ons portfolio verder uit te breiden met Teletech’s oplossingen”, zegt Jan Mooijman, CEO van PXS. “We verwelkomen ook alle Teletech-klanten, die toegang krijgen tot het aanbod van PXS-diensten, inclusief nummermanagement en de centrale registratie van abonnee- en devicegegevens. PXS-klanten profiteren op hun beurt van het productportfolio van Teletech, gespecialiseerd in operator netwerk- en systeemintegratie met number portability gateways. Deze dienstverlening wordt geïntegreerd in het PXS-productportfolio.”

Het in Nederland gevestigde PXS ontwikkelt, implementeert en beheert sinds 2001 number management services voor regelgevers en telecomoperators in bijna 40 landen. Deze diensten bestaan uit oplossingen zoals number portability clearinghouses, number portability gateways, number management systems en number & device information registers, waaronder CEIR.

 

Beveiligingsleverancier CrowdStrike heeft zijn instap-oplossing Falcon Go op Amazon Business geplaatst voor directe verkoop aan het mkb. Het is het eerste CrowdStrike product op de B2B-store van Amazon en is meteen het grootste verkoopkanaal voor het bedrijf. 

“We willen met Falcon Go moderne AI-aangedreven cybersecurity beschikbaar maken voor iedereen. Ondanks het feit dat het mkb tegenwoordig te maken heeft met dezelfde nieuwe en geavanceerde dreigingen als grote ondernemingen, gebruikt de overgrote meerderheid verouderde AV die is ontworpen om reactief te verdedigen tegen reeds waargenomen malware”, zegt Lisa Campbell, CrowdStrike’s vice president van Small and Medium Business. “We zien de Amazon Store als een strategisch kanaal voor het bereiken van miljoenen mkb-kopers en een middel om moderne cybersecurity tegen hedendaagse bedreigingen beschikbaar te maken voor de massa.”

Driekwart van de Nederlandse werknemers vindt dat AI verplichte lesstof (op school of op het werk) moet worden. Ook codering als verplichte lesstof kan op steun van 70% van de werknemers rekenen. Dit blijkt uit onderzoek van ServiceNow naar de Future of Work in de EMEA-regio, waarvoor ook 750 Nederlanders zijn ondervraagd.

Er bestaat een kloof tussen de vaardigheden en kennis die op de moderne werkplek gevraagd worden en wat er op school geleerd wordt, zo blijkt uit het onderzoek. Bijna een derde (32%) van de Nederlandse werknemers geeft aan dat hun opleiding hen niet (voldoende) heeft voorbereid op de dagelijkse realiteit van het werk. Hierbij is overigens een duidelijke generatiekloof te zien: 54% van de 55-plussers vindt niet dat zij onvoldoende zijn voorbereid, terwijl dit percentage beduidend lager ligt onder werknemers jonger dan 55 jaar.

Behoefte aan scholing

Er blijkt een grote behoefte te bestaan onder Nederlandse werknemers aan beter onderwijs in digitale vaardigheden. In de groep respondenten (75%) die vindt dat scholing verplicht zou moeten worden voor AI-vaardigheden, geeft een ruime meerderheid (86%) aan dat scholen hiervoor verantwoordelijk zouden moeten zijn. Terwijl een veel kleinere groep (14%) meent dat werkgevers hier verantwoording voor dragen.

Tegelijkertijd is er nu al actie nodig en 61% van de werknemers verwacht dat werkgevers verantwoordelijkheid nemen in de ontwikkeling van de digitale vaardigheden van hun medewerkers. Een derde van de respondenten geeft aan het lastig te vinden om te bepalen waar ze moeten beginnen als het om de ontwikkeling van hun digitale vaardigheden gaat. Ook hier lijkt een rol weggelegd te zijn voor de werkgever.

Digitale vaardigheden onmisbaar

Daarnaast blijkt dat 53% van de Nederlanders zich comfortabeler zouden voelen in hun carrière als ze aanvullende training zouden krijgen in digitale skills. Want dat digitale vaardigheden onmisbaar zijn in het hedendaagse werk, dat blijkt duidelijk uit het onderzoek. Zo geeft 72% van de Nederlandse werknemers aan dat digitale skills voordelen opleveren voor hun carrière. En de helft is zelfs al bezig met het actief volgen van aanvullende trainingen, of is van plan dit te doen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in oktober 2023 onder 5.500 werknemers in negen landen in de EMEA-regio: het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Zwitserland, Zweden en de Verenigde Arabische Emiraten.

IT-dienstverlener voor het mkb Itum neemt branchegenoot !Bien uit Maassluis over. Met de overname wil Itum zijn positie als dienstverlener op het gebied van cloud- en telecommunicatie uitbreiden en het dienstenaanbod verbreden.

!Bien biedt het mkb diensten op het gebied van IT-beheer, telefonie, cloud en cybersecurity. Volgens oud-eigenaar Willem Poort, past de overname van !Bien door Itum binnen de gedeelde (toekomst)visie: “Na jaren van gezonde groei is aansluiting bij Itum een logische stap. Hiermee kunnen we onze klanten naast continuïteit toegang bieden tot een breder portfolio aan diensten en ons verder specialiseren op het gebied van security.”

!Bien zal vanuit de locatie in Ridderkerk samen gaan werken met het team van Itum. Voor klanten van !Bien betekent de overname dat ze toegang krijgen tot het productaanbod van Itum.

“SSE + SD-WAN = SASE is een opstelsom die in de cybersecurity­branche steeds vaker gemaakt wordt”, zegt Bas van Hoek, Head of Channel Netherlands bij Fortinet. “SASE voorziet hybride werknemers van consistente cybersecurity, ongeacht hun locatie, door netwerkcomponenten (SD-WAN) te combineren met cloudgebaseerde security (SSE). SASE voegt veel waarde toe voor onze klanten en biedt daardoor kansen voor IT-dienstverleners die zich daarin specialiseren.”

Bij veel organisaties is er nog steeds verwarring over wat SSE inhoudt en welke cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen nodig zijn voor een allesomvattende SASE-aanpak. Van Hoek: “Security Service Edge (SSE) is een beveiligingsoplossing die vanuit eigen POP’s aangeboden wordt en vier securitycomponenten combineert: Firewall-as-a-Service (FWaaS), secure web gateway (SWG), cloud access security broker (CASB) en zero-trust network access (ZTNA). “Elk van deze producten werkt samen om gebruikers, apparaten en randen van toepassingen te beveiligen, ongeacht de locatie”, vertelt Van Hoek.

Vier securitycomponenten

1. FWaaS voorziet in next-generation firewalls (NGFW’s) inclusief webfiltering en inbraakpreventiesystemen (IPS, DNS-beveiliging, bestandsfiltering, bescherming tegen bedreigingen). Door dit af te nemen als clouddienst, krijgen organisaties flexibiliteit en schaalbaarheid in de beveiligingsdekking, zonder kosten voor aanschaf, onderhoud en beheer van een hardware-infrastructuur.

2. Een secure web gateway (SWG) beschermt het netwerk tegen internetaanvallen. Nu bedreigingen steeds geavanceerder worden, draaien aanvallers overuren om je netwerk te infiltreren en zo lang mogelijk verborgen te blijven. Een SWG beschikt over verschillende beveiligingsfuncties zoals inbraakpreventie, DNS-filtering en sandboxing. Met SASE wordt SWG geleverd als een cloud­gebaseerde proxy binnen SSE.

3. De cloud access security broker (CASB) bevindt zich tussen ­gebruikers en hun cloudapplicaties en dwingt het beveiligingsbeleid van een organisatie af als gebruikers verbonden zijn met de cloud. CASB maakt het gebruik van cloudapplicaties inzichtelijk, zoals apparaat- en locatiegegevens en biedt analyses waarmee organisaties het risico van cloud­diensten kunnen beoordelen. CASB bevat bovendien DLP-tools, zodat organisaties datalekken kunnen voor­komen in de uitwisseling van gevoelige informatie tussen hun on-premise en cloudomgevingen.

4. Tot slot verifiëren zero-trust network access (ZTNA)-oplossingen alle gebruikers en apparaten die toegang hebben, of proberen te krijgen, tot bedrijfstoepassingen en -gegevens. Dankzij ZTNA kunnen organisaties afscheid nemen van VPN-tunnels die onbeperkte toegang bieden tot het hele netwerk.

“FortiSASE integreert al deze Fortinet producten tot één dienst, die vanuit eigen POP’s wereldwijd aangeboden wordt en toegankelijk is”, aldus Van Hoek.

De SASE-aanpak met één leverancier

“SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom”, zegt Van Hoek. “SD-WAN is de andere helft. SSE en SD-WAN moeten naar onze mening naadloos samenwerken, wil een ­SASE-implementatie allesomvattend zijn. Wij bieden daarvoor een geïntegreerd platform, genaamd FortiSASE. Dit waarborgt geïntegreerde beveiliging voor alle gebruikers, toepassingen en apparaten. Het vereenvoudigt het beheer door één beheerconsole voor alle beveiligings- en netwerkfuncties. Het verbetert de prestaties door het optimaliseren van de verkeersstroom tussen gebruikers, toepassingen en de cloud. Het verlaagt bovendien de kosten doordat organisaties niet langer verschillende leveranciers en oplossingen hoeven te beheren.”

SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom

SASE blijft groeien in populariteit

SASE is weliswaar een relatief ­nieuwe oplossing, maar het is geen hype, benadrukt Van Hoek. “Het wordt in rap tempo geïntegreerd in de infrastructuur van onze klanten en is daarmee hét alternatief voor de traditionele VPN-verbinding. Onze partners kunnen de kansen die dit biedt verzilveren door hun klanten te voorzien van een oplossing die niet alleen verbindingen van en naar het internet beschermt, maar ook SaaS- en privétoepassingen.”

Bovendien kunnen partners van Fortinet hun dienstenaanbod uitbreiden, want de cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen binnen FortiSASE moeten actueel worden gehouden en worden bijgewerkt. Van Hoek: “Onze partners kennen de nieuwste ontwikkelingen die bescherming bieden tegen op­komende en steeds veranderende cyberbedreigingen. Het toevoegen van FortiSASE, daar waar zinvol, verhoogt enerzijds het cyber­securityniveau van klanten en vergroot anderzijds de user experience en adoptie van cloudapplicaties van de gebruikers.”

Wat is SASE?

De term SASE staat voor Secure Access Service Edge en is een model voor een cloudarchitectuur dat netwerken en security-as-a-service combineert en levert als één enkele clouddienst. Dat maakt SASE zeer geschikt voor organisaties met werknemers op afstand die voornamelijk gebruikmaken van ­cloudapplicaties. SASE pakt het connectiviteitsprobleem aan deze gebruikers ervaren als zij via een VPN-tunnel cloudapplicaties willen benaderen. De organisatie hoeft daarvoor geen concessies te doen aan het securitybeleid. In principe breidt SASE netwerk- en beveiligingsmogelijkheden verder uit dan waar ze normaal beschikbaar zijn. Hierdoor zijn werknemers die ‘overal en altijd’ toegang hebben tot netwerken en applicaties (‘work from any­where’), beschermd door een firewall-as-a-service (FWaaS), een veilige webgateway (SWG), zero-trust-netwerktoegang (ZTNA) en een reeks bedreigingsdetectiefuncties. SASE bestaat uit Security Service Edge (SSE) en SD-WAN.

Het afgelopen aarde slaagde slechts 26% van de retailbedrijven erin een ransomware-aanval te stoppen voordat de data versleuteld werden. Daarmee wordt daling doorgezet, van 34% in 2021 en 28% in 2022. Dat blijkt uit het sectoraal onderzoeksrapport ‘State of Ransomware in Retail 2023’ van Sophos.

Uit het onderzoek bleek ook dat de mediane herstelkosten van retailbedrijven die het losgeld betalen (het losgeld zelf niet inbegrepen), vier keer hoger liggen dan de kosten van bedrijven die back-ups gebruiken om hun data te herstellen ($ 3.000.000 tegenover $ 750.000).
Volgens de respondenten betaalt 43% van de retailslachtoffers het losgeld.

Aansluitend bij een bredere, sectoroverschrijdende trend kampt de retailsector met het hoogste percentage succesvolle ransomware-aanvallen in drie jaar: 71% van de aangevallen ondernemingen gaf aan dat criminelen erin geslaagd waren om hun data te versleutelen. Daarentegen is het percentage retailbedrijven dat aangevallen werd met ransomware gedaald van 77% vorig jaar tot 69% dit jaar. Het percentage retailbedrijven dat in minder dan een dag na de aanval kon herstellen, daalde dit jaar van 15 tot 9%, terwijl het percentage dat meer dan een maand nodig had, toenam van 17 tot 21%.

The State of Ransomware 2023 is een onderzoek onder 3000 IT- en cybersecurityverantwoordelijken in bedrijven met 100 tot 5000 werknemers, waaronder 355 uit de retailsector, in 14 landen uit Noord-, Zuid- en Midden-Amerika, EMEA en de regio Azië-Stille Oceaan.

Onder NIS2 zijn msp’s eindverantwoordelijk voor de security bij hun klanten. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Het gelijktijdig bij een groot aantal klanten de complete securityomgeving beheersbaar maken, vraagt om specialistische middelen. Dat betoogt Martijn Nielen, Senior Sales Engineer bij WatchGuard Technologies.

Oktober 2024 is in de agenda van menig securityprofessional rood omrand. Vanaf die maand is de NIS2-richtlijn zeer waarschijnlijk omgezet in wetgeving. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor msp’s. Volgens de NIS2-richtlijn worden msp’s aangemerkt als digitale dienstverleners, aangezien zij beveiligingsdiensten aanbieden aan andere organisaties. Hierdoor vallen ze onder de reikwijdte van de richtlijn en moeten ze voldoen aan specifieke beveiligingsverplichtingen. Zij zijn vanaf dat moment niet alleen eindverantwoordelijk voor de eigen securityomgeving, maar ook voor de digitale veiligheid van hun klanten.

Martijn Nielen

Maatregelen in een breed spectrum

Dat betekent in de praktijk dat zij een ­geïntegreerde, solide set security voor alle klanten moeten realiseren. “Een ­beetje security’ is met de NIS2 geen optie”, aldus Martijn Nielen. “De richtlijn vraagt om maatregelen in een breed spectrum: van patchmanagement tot identiteitsbeheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging. Losse punt­oplossingen zijn nauwelijks meer een optie. In een lappendeken van ­securitymiddelen is de kans op de ­hiaten of (dure) overlap te groot. Bovendien neemt de complexiteit, en daarmee de kans op fouten, snel toe. Om over het inefficiënte beheer van zo’n versnipperd landschap nog maar te­ ­zwijgen.”

Snel en adequaat handelen

Bij onregelmatigheden moet een msp snel en adequaat handelen om een ernstig verloop van een aanval of incident zoveel mogelijk te voorkomen. Nielen: “Daarnaast vraagt de NIS2 om een beleid en middelen voor effectieve incident­respons en incident recovery, mocht het toch misgaan. Ze ­moeten dus bij iedere klant snel en adequaat ­kunnen ingrijpen. Het liefst ook zonder fysieke aanwezigheid. Als iedere minuut telt, is immers ­iedere minuut reistijd een teveel.”

Verder verplicht de NIS2 tot het maken van een melding bij ernstige incidenten. Daar is haast bij: binnen uiterlijk 24 of 72 uur moet de eerste incidentrapportage bij de Rijks­inspectie Digitale Infrastructuur liggen. Ook deze taak ligt onder de NIS2 bij de msp.

Niet gemakkelijk

Bovenstaande is geen gemakkelijke opgave. Het vraagt in sommige gevallen om een herziening van de manier waarop msp’s te werk gaan. “In alle gevallen vraagt het om een effectief, centraal securityplatform”, legt Nielen uit. “Een waarmee zij een hecht geïntegreerde set van securityvoorzieningen snel en effectief kunnen uitrollen en beheren. En op ieder willekeurig moment op afstand kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld middels het Watchguard Unified Security Platform, dat msp’s een diverse set tools en functies biedt die nodig zijn voor NIS2-compliance.”

In alle gevallen vraagt NIS2 om een effectief, centraal securityplatform

Het Watchguard Unified Security Platform bestaat uit:

  1. Geïntegreerde beveiligingsdiensten: het platform biedt een breed scala aan geïntegreerde beveiligingsdiensten, zoals firewall, IPS/IDS, antivirus, VPN en patch­management. Hierdoor ­kunnen msp’s een complete set beveiligingsoplossingen leveren zonder te hoeven vertrouwen op losse tools. Bovendien bevat het platform meerdere api’s voor naadloze integratie met bestaande, veelvoor­komende oplossingen.
  2. Centraal beheer en monitoring: met het Watchguard Unified Security Platform kunnen msp’s alle beveiligingsactiviteiten van hun klanten centraal beheren en monitoren. Ze hebben volledige zichtbaarheid van alle netwerken, apparaten en gebruikers, waardoor ze snel dreigingen kunnen identificeren. Dankzij XDR kunnen ze eventuele dreigingen effectief neutraliseren.
  3. Geautomatiseerde rapportage: het platform biedt geavanceerde rapportage- en analysetools waarmee msp’s gedetailleerde beveiligingsrapporten kunnen genereren. Dit vereenvoudigt het proces van compliance en maakt het gemakkelijk om klanten te voorzien van transparante en begrijpelijke rapporten over de beveiligingsstatus. Die informatie is onmisbaar voor het verbeteren van de security, maar ook voor het doen van de onder de NIS2 verplichte incidentmeldingen.

Nielen: “Met de komst van de NIS2 is een centraal securityplatform van cruciaal belang voor msp’s. Het biedt de nodige zichtbaarheid, controle, schaalbaarheid en efficiëntie om aan de eisen van NIS2 te voldoen en hun klanten effectief te beschermen. Laat dat precies de doelstelling zijn die de EU met de richtlijn voor ogen heeft.”

“NIS2 geen optie”, aldus Nielen. “De richtlijn vraagt om maat­regelen in een breed spectrum: van patch­management tot identiteits­beheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging.”

Barbara Kathmann is uitgeroepen tot het Meest Digibewuste Kamerlid van 2023. Dat maakte juryvoorzitter Tineke Netelenbos gisteren bekend tijdens het 25e ECP Jaarfestival in Den Haag. Volgens de jury “heeft Kathmann zich al vanaf de start van de vaste Kamercommissie voor Digitale Zaken laten zien als een betrokken en bevlogen lid, met veel kennis van zaken over tal van digitale thema’s.” 

Er zijn te weinig Kamerleden die zorgen voor een diepgaand debat over de verschillende aspecten van digitalisering. Om die reden organiseert ECP | Platform voor de InformatieSamenleving sinds 2021 de verkiezing voor ‘Meest Digibewuste Kamerlid’ in samenwerking met de Digitale Binnenhof Academy.

De jury koos Barbara Kathmann als Meest Digibewuste Kamerlid om haar brede kennis. Daarnaast spreekt ze zich nadrukkelijk uit voor het belang van digitalisering voor de verduurzaming van de Nederlandse economie. Haar motie voor een integraal plan voor duurzame digitalisering zette twee onderzoeken in gang, enerzijds naar de impact van digitalisering op het klimaat en anderzijds de bijdrage van digitalisering aan de Nederlandse verduurzamingsopgave. Daarmee toont ze aan dat ze oog heeft voor beide kanten van die ontwikkeling.

Kathmann zegt over de onderscheiding: “Ik voel me enorm vereerd. Ik zie het als een aanmoedigingsprijs om me een jaar lang extra in te zetten. Er moet meer. Verduurzaming staat nog in de kinderschoenen. We moeten met zijn allen in actie komen, regels die niet kloppen eruit gooien en goede regels voor bijvoorbeeld meer circulariteit, digitale inclusie en een betere digitale overheid ontwikkelen.”