AMD en Nutanix hebben een meerjarige samenwerking aangekondigd rond de ontwikkeling van een open AI-infrastructuurplatform. AMD investeert in totaal 250 miljoen dollar, waarvan 150 miljoen dollar via een aandelenbelang in Nutanix en 100 miljoen dollar voor gezamenlijke ontwikkeling en marketing. De bedrijven willen hiermee een alternatief bieden voor gesloten AI-ecosystemen en organisaties meer keuze geven in hardware en software.

De samenwerking richt zich op de integratie van AMD-technologie binnen het Nutanix Cloud Platform en het Nutanix Kubernetes Platform. Daarbij wordt vooral ingezet op ondersteuning voor AMD Instinct-GPU’s en EPYC-processors, gecombineerd met de ROCm-softwarestack. Volgens beide partijen moet dit organisaties in staat stellen AI-workloads te draaien binnen datacenters, private cloudomgevingen en edge-locaties, zonder afhankelijk te zijn van één leverancier.

De aankondiging past in een bredere ontwikkeling waarbij leveranciers proberen een alternatief te bouwen voor dominante AI-stacks. AMD wil zijn positie in de zakelijke AI-markt versterken door een breder software-ecosysteem rond ROCm te creëren. Nutanix ziet AI-infrastructuur als een volgende groeifase voor zijn platformstrategie, die zich steeds meer richt op Kubernetes-gebaseerde workloads en hybride cloudomgevingen.

Volgens Dan McNamara, senior vicepresident bij AMD, zoeken organisaties meer flexibiliteit bij het kiezen van modellen en infrastructuur. Tarkan Maner, president bij Nutanix, stelt dat geïntegreerde platforms nodig zijn om AI-toepassingen op schaal te beheren. Beide uitspraken passen in de strategie om AI-omgevingen minder afhankelijk te maken van specifieke technologie-ecosystemen.

Een belangrijk onderdeel van het partnerschap is de ondersteuning van AI-inferentie en toepassingen rond agentic AI, waarbij modellen zelfstandig taken uitvoeren. Dat vraagt om schaalbare infrastructuur en een combinatie van compute-capaciteit en orkestratie. De integratie van ROCm in het Nutanix-platform moet ontwikkelaars en IT-teams meer controle geven over hoe workloads worden uitgerold en beheerd.

Het eerste gezamenlijke platform wordt naar verwachting eind 2026 beschikbaar. Daarmee positioneren AMD en Nutanix zich in een markt waarin leveranciers steeds vaker inzetten op open standaarden en hybride implementaties, mede door groeiende vraag naar keuzevrijheid en kostenbeheersing rond AI-infrastructuur.

De aandelentransactie tussen beide bedrijven moet nog worden goedgekeurd door toezichthouders en wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 afgerond.

Europese consumenten staan in toenemende mate open voor agentic AI-ervaringen van merken. Tegelijkertijd lopen organisaties tegen beperkingen aan bij data-integratie en datakwaliteit, waardoor brede invoering achterblijft. Dat blijkt uit het jaarlijkse AI and Digital Trends-onderzoek van Adobe.

Uit het zestiende wereldwijde onderzoek van Adobe blijkt dat 40 procent van de Europese consumenten bereid is te communiceren met een AI-agent van een merk wanneer die beschikbaar is. Tegelijkertijd heeft 42 procent nog niet nagedacht over een persoonlijke AI-agent en zegt 27 procent hier niet voor open te staan. Volgens het bedrijf wijst dit op een brede potentiële gebruikersgroep.

Vertrouwen speelt een belangrijke rol bij acceptatie. Voor 35 procent van de Europese consumenten is de mogelijkheid om op elk moment over te schakelen naar een menselijke medewerker de belangrijkste voorwaarde. Daarnaast geeft 41 procent aan dat het niet uitmaakt of zij met een mens of AI communiceren, zolang het probleem wordt opgelost. Transparantie is daarbij van belang: 34 procent zegt af te haken wanneer zij denken met een mens te spreken en later ontdekken dat het om AI gaat. Verder vindt 71 procent dat AI-communicatie menselijk moet aanvoelen.

Organisaties ondervinden vooral belemmeringen bij de uitvoering. Volgens het onderzoek noemt 76 procent van de Europese organisaties data-integratie en datakwaliteit als grootste obstakels bij het opschalen van AI. Slechts 12 procent heeft agentic AI organisatiebreed ingevoerd voor klantenservice en 11 procent voor merkontdekking en zoekfunctionaliteit. Minder dan de helft, 43 procent, beschouwt de eigen data als kwalitatief en toegankelijk genoeg om AI effectief te ondersteunen. Veertig procent beschikt over een gedeeld klantdataplatform dat inzet van agentic AI mogelijk maakt.

De tijd die consumenten nemen om een merk te beoordelen wordt korter. De helft zegt dat merken twee tot vijf seconden hebben om aandacht te trekken. Twintig procent beslist binnen twee seconden of zij verder kijken of afhaken. Generatieve AI wordt door 73 procent van de bedrijven genoemd als middel om de snelheid en het volume van contentcreatie te verhogen. Zeventig procent meldt dat ook niet-creatieve teams hiermee content produceren.

In het zoek- en oriëntatiegedrag is eveneens een verschuiving zichtbaar. Twintig procent van de consumenten noemt AI-gestuurde platforms als belangrijkste onderzoekstool. Ongeveer 40 procent gebruikt AI-assistenten ten minste een deel van de tijd als primaire informatiebron. Volgens het onderzoek ontstaat daarmee een kloof tussen hoe consumenten het succes van AI-ervaringen beoordelen, op basis van vertrouwen en relevantie, en hoe organisaties prestaties meten, waarbij efficiëntie en kosten een belangrijke rol spelen.

Een kwart van alle cyberaanvallen in 2025 was gericht op Europa. Vooral de financiële en verzekeringssector werd getroffen. Dat blijkt uit de X-Force Threat Intelligence Index 2026 van IBM. Het rapport signaleert daarnaast een sterke toename van aanvallen via publiek toegankelijke applicaties en een groeiend gebruik van AI-tools door cybercriminelen.

Volgens het onderzoek had 25 procent van alle geregistreerde cyberaanvallen in 2025 betrekking op Europese doelwitten. Binnen Europa was de financiële en verzekeringssector goed voor 39 procent van de incidenten. Professionele, zakelijke en consumentendiensten volgden met 18 procent, de detailhandel met 13 procent.

Het misbruiken van publiek toegankelijke applicaties was met 40 procent de meest gebruikte aanvalsmethode. IBM meldt een stijging van 44 procent in aanvallen die via deze route begonnen, veelal door ontbrekende authenticatiecontroles. Bij vervolgacties zetten aanvallers vooral malware in, goed voor 43 procent, gevolgd door legitieme tools en servertoegang, beide 26 procent. Credential harvesting vormde met 40 procent de meest voorkomende impact, gevolgd door datalekken met 27 procent en datadiefstal met 13 procent.

Het rapport stelt dat cybercriminelen bestaande werkwijzen versnellen met behulp van AI-tools, onder meer bij het automatisch opsporen van kwetsbaarheden. Veel van deze kwetsbaarheden vereisen geen inloggegevens, waardoor aanvallen zonder directe menselijke tussenkomst kunnen plaatsvinden.

In 2025 leidde infostealer-malware tot de blootstelling van meer dan 300.000 ChatGPT-accounts. Volgens IBM laat dit zien dat ook AI-platforms te maken krijgen met gecompromitteerde accounts, vergelijkbaar met andere SaaS-oplossingen. Gecompromitteerde chatbot-accounts kunnen volgens het bedrijf leiden tot manipulatie van outputs, diefstal van gegevens of het injecteren van kwaadaardige prompts.

Het aantal actieve ransomware- en afpersingsgroepen nam in 2025 met 49 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal openbaar gemaakte slachtoffers steeg met circa 12 procent. IBM ziet een verdere fragmentatie van het dreigingslandschap, mede doordat kleinere en tijdelijke groepen actief zijn. Het hergebruik van gelekte tools en bestaande strategieën verlaagt volgens het rapport de drempel voor nieuwe aanvallers.

Sinds 2020 is het aantal grote incidenten in supply chains en bij derde partijen bijna verviervoudigd. Aanvallers maken volgens IBM misbruik van vertrouwensrelaties, CI/CD-automatisering en SaaS-integraties. Het bedrijf verwacht dat de druk op software-ontwikkelomgevingen en open source-ecosystemen in 2026 verder toeneemt. Daarnaast signaleert het rapport dat financieel gemotiveerde groepen vaker technieken overnemen die eerder vooral met statelijke actoren werden geassocieerd.

Pridis heeft een integratie aangekondigd waarmee Connecsy kan worden gebruikt in combinatie met Zoom Phone. De koppeling maakt het mogelijk om de Connecsy Attendant Console te gebruiken binnen bestaande Zoom-omgevingen. Beide oplossingen maken deel uit van het My-Connect Cloud-portfolio van BusinessCom.

Met de integratie kunnen organisaties gespreksafhandeling en beschikbaarheidsbeheer centraliseren via één console. Connecsy ondersteunt daarbij het organiseren van zogenoemde dialogue flows, het beheren van gebruikersstatussen en het doorverbinden van gesprekken. Volgens Pridis blijft aansluiting op Zoom mogelijk zonder aanpassingen aan bestaande workflows.

De oplossing voegt een operatorconsole toe naast het Zoom-platform en biedt realtime inzicht in de beschikbaarheid van gebruikers. Daarnaast ondersteunt de integratie routering van gesprekken en interne verzoeken vanuit één interface. Pridis geeft aan dat de opzet gericht is op overzicht en beheersbaarheid binnen communicatieprocessen.

Connecsy voor Zoom is per direct beschikbaar. BusinessCom treedt op als distributeur van zowel de Connecsy-oplossing als het Zoom-platform en ondersteunt resellers bij implementaties. Binnen het portfolio van BusinessCom wordt de oplossing aangeboden onder de naam My-Connect Dialogue.

Pridis ontwikkelt software voor communicatiebeheer, waaronder attendant consoles en routeringsoplossingen. Zoom levert een platform voor communicatie en samenwerking, inclusief telefonie via Zoom Phone.

Veeam heeft Agent Commander aangekondigd, een nieuwe oplossing die zich richt op het detecteren, beschermen en herstellen van risico’s rond AI-toepassingen en autonome agents. De technologie ontstaat uit de integratie met Securiti AI en wordt onderdeel van een toekomstige release van het Securiti AI Data Command Center.

Volgens Veeam is Agent Commander bedoeld om organisaties meer inzicht te geven in hoe data door AI-systemen wordt gebruikt en welke risico’s daarbij ontstaan. De oplossing combineert functies voor dataprotectie met controles rond AI-gebruik, waarbij dataresilience en databeveiliging binnen één omgeving samenkomen.

De software brengt relaties in kaart tussen data, identiteiten, AI-modellen en agents. Op basis daarvan moeten teams afwijkend gedrag kunnen signaleren, risico’s rond gevoelige gegevens herkennen en ongewenste AI-acties terugdraaien via gerichte herstelopties. Veeam spreekt daarbij over contextbewuste rollbacks, waarbij niet een volledig systeem wordt hersteld maar alleen specifieke wijzigingen.

Met Agent Commander speelt Veeam in op de groeiende behoefte aan centrale regie over AI-processen. Naarmate AI-agents vaker onderdeel worden van operationele workflows, verschuift de aandacht van traditionele back-up naar bredere controle over data, governance en herstelmogelijkheden. Het bedrijf ziet dat organisaties moeite hebben om zicht te houden op welke data door welke AI-toepassingen wordt gebruikt en hoe dat zich verhoudt tot bestaande security- en compliancebeleid.

De oplossing combineert functies uit het dataresilienceplatform van Veeam met technologie van Securiti AI. Daardoor ontstaat volgens het bedrijf één omgeving waarin detectie van schaduw-AI, beleidscontrole en herstel samenkomen. Een real-time relationele engine, door Veeam aangeduid als Data Command Graph, vormt de basis voor het analyseren van verbanden tussen systemen en data.

Analistenbureau Omdia stelt dat de aankondiging past binnen een bredere trend waarbij leveranciers van dataprotectie uitbreiden richting AI-beheer en governance. Door integratie van beveiliging, databeheer en herstel wil Veeam inspelen op organisaties die hun AI-omgeving meer centraal willen aansturen.

Agent Commander wordt beschikbaar in een toekomstige release van het Securiti AI Data Command Center. Een concrete releasedatum is nog niet bekendgemaakt.

OutSystems heeft wereldwijd het vernieuwde Elevate-partnerprogramma aangekondigd. Het model richt zich op beoordeling van partners op basis van technische expertise, klanttevredenheid en financiële bijdrage, met aandacht voor ontwikkelingen rond agentic AI.

Volgens OutSystems is het programma bedoeld om AI-ontwikkeling te ondersteunen en het partner-ecosysteem verder te structureren. Elevate werkt met een zogenoemd Earned Level-model, waarbij partners punten opbouwen op basis van behaalde resultaten en activiteiten. Het nieuwe programma vervangt een uniform beoordelingsmodel door een puntensysteem met vier pijlers: financiële bijdrage, kennisniveau, klanttevredenheid en deelname aan programmatracks. OutSystems stelt dat deze aanpak beter moet aansluiten bij verschillen in specialisatie en marktbenadering tussen partners.

Binnen Elevate krijgt agentic AI een prominente plaats. Het programma bevat onder meer een aangepast certificeringskader en aanvullende criteria rond AI-ontwikkeling. Volgens het bedrijf moet dit partners voorbereiden op de verdere inzet van AI-gedreven applicaties en complexe cloudomgevingen. Daarnaast introduceert OutSystems een wereldwijde kortingsstructuur die gekoppeld is aan dealgrootte en herkomst. Daarmee wil het bedrijf meer consistentie aanbrengen in commerciële afspraken tussen regio’s.

OutSystems geeft aan dat de nadruk binnen het programma ligt op meetbare prestaties en klantresultaten. Het bedrijf verwacht dat deze aanpak partners stimuleert om te investeren in kennisontwikkeling en klanttevredenheid. De introductie van Elevate volgt op de benoeming van Ben Yerushalmi, verantwoordelijk voor partners en allianties bij OutSystems, tot CRN Channel Chief voor 2026. Volgens OutSystems is het partnerprogramma per direct beschikbaar voor bestaande en nieuwe partners.

43 procent van de Nederlandse werknemers vindt dat zij betrokken moeten worden bij beslissingen over de inzet van AI en bijbehorende tools. Dat blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 werknemers. Tegelijkertijd leven zorgen over kritisch denkvermogen, vaardigheden en baanzekerheid.

De inzet van AI op de werkvloer roept vragen op over verantwoordelijkheid en besluitvorming. Uit het onderzoek van Fellowmind blijkt dat 43 procent van de werknemers betrokken wil worden bij beslissingen over de toepassing van AI binnen hun organisatie. Daarmee geven zij aan dat keuzes over deze technologie niet uitsluitend door het management genomen moeten worden.

Werknemers signaleren verschillende risico’s bij het gebruik van AI. Ruim de helft, 54 procent, noemt een afname van het kritisch denkvermogen als belangrijkste zorg. Daarnaast maakt 38 procent zich zorgen over onvoldoende vaardigheden van collega’s om AI verantwoord te gebruiken. Voor 36 procent vormt mogelijk baan- of functieverlies een reëel risico. Ook vrezen werknemers dat creativiteit onder druk komt te staan, 32 procent, en dat er minder ruimte overblijft voor intuïtie in het werk, 26 procent.

De wens om betrokken te worden bij besluitvorming hangt samen met deze zorgen. Naast inspraak verwachten werknemers dat technologische keuzes zorgvuldig worden afgewogen. Zo vindt 44 procent dat beslissingen over AI altijd door mensen moeten worden getoetst. Verder geeft 32 procent aan actief geïnformeerd te willen worden over wet- en regelgeving rond AI, waaronder de Europese AI Act.

Zoom heeft Zoom Virtual Agent 3.0 gelanceerd, een update van zijn geautomatiseerde klantenserviceoplossing. Volgens het bedrijf is de nieuwe versie gericht op het volledig afhandelen van klantvragen, het beperken van escalaties naar menselijke medewerkers en het verbeteren van de overdracht wanneer die escalatie toch plaatsvindt.

De vernieuwde virtuele agent werkt op basis van een nieuwe uitvoeringsarchitectuur die acties in meerdere stappen zou kunnen aansturen over verschillende bedrijfssystemen, zoals CRM-platforms, facturatietools en orderbeheer. Beheerders kunnen volgens Zoom de beslissingslogica, gebruikte gegevensbronnen en workflowstappen inzien, wat het bedrijf omschrijft als meer controle bij grootschalige inzet van automatisering.

Zoom wijst op onderzoek waaruit blijkt dat 43 procent van de consumenten vindt dat chatbots hun problemen niet oplossen, 38 procent aangeeft in cirkels te draaien en 37 procent informatie steeds opnieuw moet herhalen. Met de nieuwe versie wil het bedrijf die knelpunten aanpakken door context en reeds uitgevoerde acties mee te geven bij een overdracht naar een menselijke medewerker.

Een aantal functionaliteiten staat gepland voor het voorjaar van 2026. Het gaat dan om multimodale verwerking, waarbij de virtuele agent documenten en afbeeldingen, zoals serienummers of formulieren, zou kunnen interpreteren en verwerken. Daarnaast kondigt Zoom continu leren aan: de agent analyseert afgeronde interacties van menselijke medewerkers en past die inzichten toe op vergelijkbare toekomstige vragen. Tot slot komt er volgens het bedrijf een functie voor proactieve betrokkenheid, waarbij de virtuele agent zelf contact kan initiëren op basis van geïdentificeerde gebeurtenissen.

Zoom meldt intern al meetbare resultaten te hebben behaald. Het percentage interacties waarbij de virtuele agent een vraag niet begreep, zou zijn gedaald van 35 naar 0 procent. Binnen het eigen facturatieteam steeg het aandeel vragen dat via selfservice werd afgehandeld in drie maanden van 0 naar 30 procent, wat volgens het bedrijf een besparing van meer dan duizend agenturen per maand oplevert.

Cybersecuritybedrijf Sophos heeft zijn jaarlijkse Active Adversary Report gepubliceerd, en de boodschap is helder: aanvallers hoeven steeds minder moeite te doen om binnen te komen. In 67% van de onderzochte incidenten was identiteitsfraude de oorzaak — van gestolen inloggegevens tot brute-force-aanvallen en phishing. Voor msp’s die klanten beheren met verouderde of incomplete beveiligingssetups is dit een belangrijk signaal.

Het ontbreken van multifactorauthenticatie speelt aanvallers daarbij flink in de kaart. In maar liefst 59% van de gevallen was MFA simpelweg niet aanwezig. Daarmee is de drempel om een organisatie binnen te dringen voor veel aanvallers verrassend laag — zonder dat ze nieuwe tools of geavanceerde technieken nodig hebben.

Eenmaal binnen gaat het snel. Sophos meet dat aanvallers gemiddeld binnen 3,4 uur de Active Directory-server bereiken. Dat is het hart van de identiteitsinfrastructuur van een organisatie, en wie daar controle over heeft, heeft in feite controle over alles. De mediane tijd tussen inbraak en detectie is gedaald naar drie dagen — een verbetering, maar nog altijd ruim voldoende voor aanvallers om schade aan te richten.

Ransomware blijft een serieuze dreiging, waarbij opvalt dat 88% van de aanvallen buiten kantooruren plaatsvindt. Hetzelfde geldt voor 79% van de data-exfiltratie. Voor msp’s onderstreept dit het belang van 24/7 monitoring — incidenten wachten niet tot maandagochtend. Akira en Qilin waren de meest actieve ransomwaregroepen in de onderzoeksperiode, maar het totale landschap is breder dan ooit: 51 verschillende ransomwaremerken werden geïdentificeerd, waarvan 24 nieuw.

Een zorgpunt dat minder aandacht krijgt maar wel degelijk relevant is: de kwaliteit van logging schiet tekort. Het aantal ontbrekende logboeken is ten opzichte van vorig jaar verdubbeld, vaak doordat firewalls standaard slechts zeven dagen aan data bewaren. Zonder goede telemetrie is het voor zowel klanten als msp’s lastig om aanvallen te reconstrueren en snel te reageren.

Over de rol van AI is Sophos nuchter: generatieve AI maakt phishing geloofwaardiger en sneller, maar heeft nog geen fundamenteel nieuwe aanvalsmethoden voortgebracht. Het rapport baseert zich op 661 incidenten bij organisaties in 70 landen en 34 sectoren, onderzocht tussen november 2024 en oktober 2025.

Bijna de helft van alle ransomware-aanvallen in 2025 is toe te schrijven aan drie criminele groeperingen. Dat blijkt uit onderzoek van Arctic Wolf. De machtsconcentratie binnen het ransomware-ecosysteem is daarmee groter dan een jaar eerder.

Volgens het cybersecuritybedrijf kan 47 procent van alle ransomware-aanvallen in 2025 worden toegeschreven aan Akira, Qilin en RansomHub. In 2024 waren de drie dominante groepen, Akira, LockBit 3.0 en BlackSuit, samen goed voor 30 procent van de incidenten. Het bedrijf stelt dat deze verschuiving wijst op een verdere consolidatie binnen het ransomware-landschap en op snel veranderende machtsverhoudingen tussen criminele netwerken.

Ransomware was in 2025 opnieuw de meest voorkomende vorm van cyberaanval, met 44 procent van alle door het bedrijf behandelde incidenten. Dat aandeel is gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. De aanvallen leiden volgens het bedrijf vaak tot acute operationele verstoringen en crisissituaties.

In de gevallen waarin de daders met zekerheid konden worden geïdentificeerd, nam Akira voor het tweede jaar op rij de grootste positie in. Het aandeel van deze groep steeg van 14,6 naar 18,3 procent. Qilin groeide naar 16,9 procent van de toegewezen ransomware-aanvallen en geldt als de sterkste stijger. Die groei hangt samen met actieve werving van affiliates en het wegvallen van andere grote spelers.

RansomHub was verantwoordelijk voor 12,2 procent van de incidenten. De activiteit van deze groep nam af na een overname door DragonForce. Volgens het onderzoek is dit een patroon dat vaker voorkomt bij groepen die van naam of leiderschap veranderen.

Andere groepen die in 2025 opvielen zijn FOG, goed voor 7,5 procent van de incidenten, met een sterke piek aan het begin van het jaar, en PLAY, dat groeide naar 5,6 procent. INC debuteerde met een aandeel van 7,5 procent en kende een snelle opmars, wat volgens het bedrijf samenhangt met aanpassingsvermogen en het aantrekken van affiliates.

Het bedrijf meldt dat internationale politieacties het landschap in 2025 zichtbaar hebben gewijzigd. Groepen als LockBit, ALPHV BlackCat en BlackSuit verdwenen, terwijl nieuwe namen en rebrands hun plaats innamen. Volgens het bedrijf worden aanvallen bovendien sneller en gerichter uitgevoerd.