Arctic Wolf heeft bekendgemaakt dat het Sevco Security overneemt, een leverancier van technologie voor het beoordelen van blootstelling aan kwetsbaarheden. De cloud-native technologie van Sevco wordt geïntegreerd in het Arctic Wolf Aurora Platform. Daarmee wil het bedrijf asset intelligence, kwetsbaarheidscontext en securitycontrols samenbrengen binnen één omgeving.

Volgens Arctic Wolf groeit de behoefte aan exposure management nu organisaties hun securityaanpak verschuiven van reactief naar meer proactief beheer. Door beter inzicht te krijgen in assets, configuraties en kwetsbaarheden moeten securityteams prioriteiten kunnen stellen op basis van risico en impact. Sevco ontwikkelde hiervoor een registratiesysteem dat assets en blootstellingen in kaart brengt en continu bijwerkt.

De overname past binnen een bredere beweging in de securitymarkt waarbij leveranciers hun platforms uitbreiden met functionaliteit rond attack surface management en risicogestuurde prioritering. In plaats van losse kwetsbaarheidslijsten verschuift de aandacht naar contextuele analyses waarin assets, configuraties en dreigingen gezamenlijk worden beoordeeld.

Sevco werd in het Gartner Magic Quadrant for Exposure Assessment Platforms 2025 geplaatst als Visionary. Gartner verwacht dat organisaties die gegevens over blootstelling integreren in IT- en bedrijfsprocessen minder ongeplande downtime zullen hebben door misbruikte kwetsbaarheden dan organisaties die werken met afzonderlijke kwetsbaarheidsbeheertools.

Met de toevoeging van Sevco breidt Arctic Wolf zijn Aurora Platform verder uit rond managed risk en asset intelligence. Volgens het bedrijf moet dit leiden tot een completer overzicht van assets en blootstellingen binnen hybride omgevingen, waardoor securityteams sneller risico’s kunnen identificeren en prioriteren. De technologie wordt de komende periode geïntegreerd in het bestaande portfolio.

Microsoft heeft nieuwe uitbreidingen aangekondigd voor zijn Sovereign Cloud-aanbod, waaronder ondersteuning voor volledig losgekoppelde omgevingen. Daarbij gaat het om infrastructuur, productiviteitstoepassingen en AI-modellen die lokaal kunnen draaien zonder verbinding met publieke cloudservices.

De aankondiging sluit aan bij de toenemende aandacht voor digitale autonomie binnen met name overheidsorganisaties en andere gereguleerde sectoren. Een onderdeel van de update is Azure Local, bedoeld voor zogeheten disconnected operations. Workloads kunnen lokaal worden uitgevoerd, terwijl beleid en governance aansluiten op bestaande Azure-architecturen. De nadruk ligt op situaties waarin datalocatie, operationele continuïteit en controle over updates zwaar meewegen.

Daarnaast introduceert Microsoft een variant van Microsoft 365 Local die geschikt is voor volledig geïsoleerde omgevingen. Componenten zoals Exchange Server, SharePoint Server en Skype for Business Server blijven binnen de eigen infrastructuur van de organisatie draaien. Volgens Microsoft wordt ondersteuning voor deze configuratie minimaal tot 2035 aangeboden. Daarmee verschuift de focus van soevereiniteit verder richting de digitale werkplek en niet alleen de onderliggende infrastructuur.

Ook wordt ondersteuning toegevoegd voor grote multimodale AI-modellen via Foundry Local. Deze modellen kunnen lokaal worden ingezet op eigen hardware binnen een soevereine omgeving. Microsoft werkt hiervoor samen met onder meer NVIDIA. Het doel is om AI-toepassingen mogelijk te maken zonder dat data de gecontroleerde omgeving hoeft te verlaten. De beschikbaarheid van lokale AI-modellen past binnen een bredere ontwikkeling waarin organisaties meer controle willen houden over data, modellen en infrastructuur.

De uitbreiding van het Sovereign Cloud-portfolio weerspiegelt een bredere trend waarbij digitale soevereiniteit steeds vaker wordt meegenomen als ontwerpkeuze in IT-architecturen. Overheden en sectoren met hoge compliance-eisen zoeken naar manieren om cloudfunctionaliteit te combineren met lokale controle, wat leidt tot hybride en deels geïsoleerde omgevingen.

Opsporingsdiensten voeren wereldwijd meer gerichte acties uit tegen cybercrime. Dat blijkt uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense. Tegelijkertijd nam het aantal geregistreerde cyberafpersingsincidenten het afgelopen jaar met 45 procent toe.

Uit de analyse van ruim 500 internationale opsporingsacties blijkt dat autoriteiten cybercriminelen vaker en gerichter aanpakken. Sinds 2021 brengt Orange Cyberdefense deze acties in kaart. Voor het rapport zijn 418 operaties uitgebreid onderzocht. Volgens het bedrijf verstoren opsporingsdiensten criminele netwerken vaker en worden infrastructuren sneller stilgelegd.

Het rapport laat zien dat cyberafpersing het belangrijkste verdienmodel blijft. Het aantal geregistreerde incidenten steeg met 45 procent. Vooral kleinere en middelgrote organisaties worden vaker getroffen. Achter deze aanvallen zit volgens het onderzoek steeds vaker een georganiseerd ecosysteem van ontwikkelaars, affiliates en dienstverleners die ransomware als dienst aanbieden.

Opsporingsdiensten richten zich daarom niet alleen op individuele verdachten, maar ook op de onderliggende infrastructuur. Het gaat om platforms, fora, hostingdiensten en cryptodiensten die betalingen faciliteren. Door deze schakels aan te pakken proberen autoriteiten het verdienmodel achter cybercrime te verstoren. Volgens het rapport nemen zij daarbij ook infrastructuur in beslag en communiceren zij actief over hun acties. Onderzoekers signaleren dat criminele groepen sneller verdwijnen, zich hernoemen of uiteenvallen.

Internationale samenwerking speelt volgens het rapport een grotere rol dan enkele jaren geleden. Opsporingsdiensten voeren meer gezamenlijke operaties uit en delen informatie over landsgrenzen heen. Zulke onderzoeken duren vaak meerdere jaren en leveren gegevens op die in verschillende landen gelijktijdig kunnen worden gebruikt. Ook in perioden van geopolitieke spanningen blijft informatie-uitwisseling volgens betrokkenen doorgaan.

Nieuwe regelgeving biedt Europol de mogelijkheid om rechtstreeks informatie van private partijen te ontvangen via het Cyber Intelligence Gateway-mechanisme. Daardoor kunnen gegevens uit afzonderlijke incidenten sneller worden gekoppeld aan lopende onderzoeken in meerdere landen. Internationale taskforces delen informatie daardoor zonder tussenkomst van nationale schakels.

Het rapport wijst erop dat veel organisaties cyberincidenten niet of pas laat melden bij opsporingsdiensten. Volgens betrokkenen belemmert dat onderzoeken en krijgen daders daardoor meer tijd. Snelle melding en het delen van technische indicatoren vergroten volgens hen de kans dat criminele infrastructuren worden ontmanteld.

In Nederland werken publieke en private partijen samen binnen het programma Cyclotron van de NCTV. Binnen dit samenwerkingsverband wordt structureel dreigingsinformatie gedeeld om cyberaanvallen eerder te signaleren en te stoppen. Orange Cyberdefense neemt deel aan dit initiatief.

Ransomware- en pre-ransomware-activiteiten waren in het vierde kwartaal van 2025 goed voor 13 procent van de incidenten die Cisco Talos Incident Response analyseerde. Dat is een verdere daling ten opzichte van eerdere kwartalen. Misbruik van publiek toegankelijke applicaties bleef de meest gebruikte toegangsmethode, gevolgd door phishing.

Uit de kwartaalanalyse van Cisco Talos Incident Response, over de periode oktober tot en met december 2025, blijkt dat ransomware-incidenten afnamen tot 13 procent van de onderzochte cases. Qilin was daarbij de dominante ransomwarevariant. Nieuwe ransomwarefamilies werden in deze periode niet vastgesteld. DragonForce dook na meer dan een jaar weer op.

Het misbruik van kwetsbaarheden in publiek toegankelijke applicaties was betrokken bij bijna 40 procent van de incidentresponscases. Daarmee bleef deze methode de belangrijkste initiële toegangsvector. In meerdere gevallen werden systemen kort na publieke bekendmaking van kwetsbaarheden gecompromitteerd. Aanvallers maakten onder meer gebruik van kwetsbaarheden in Oracle E-Business Suite, aangeduid als CVE-2025-61882, en React2Shell, aangeduid als CVE-2025-55182. Daarbij werden malware-implants ingezet die in verband worden gebracht met APT-groepen.

Volgens Cisco laat dit zien dat aanvallers snel inspelen op nieuw gepubliceerde kwetsbaarheden. Het bedrijf wijst op het belang van tijdige patching en mitigerende maatregelen om blootstelling van internettoegankelijke systemen te beperken.

Phishing was betrokken bij 32 procent van de incidenten, een stijging ten opzichte van 23 procent in het voorgaande kwartaal. Talos signaleerde dat campagnes geavanceerder werden, waarbij gecompromitteerde accounts en gekaapte domeinen werden gebruikt om geloofwaardige berichten te verspreiden, bijvoorbeeld rond werkgerelateerde trainingen. Na initiële toegang verstuurden aanvallers verdere phishingmails, zowel intern als extern.

Daarnaast constateerde Talos dat cybercriminelen vaker gebruikmaken van Remote Monitoring and Management-tools. Omdat deze tools ook legitiem worden ingezet, kan dit de detectie bemoeilijken. De analyse laat zien dat, ondanks de daling van ransomware-incidenten, het misbruik van kwetsbaarheden in publieke applicaties en phishing belangrijke risico’s blijven vormen in het dreigingslandschap.

Pure Storage verandert per 5 maart 2026 zijn naam in Everpure. Daarnaast heeft het bedrijf een definitieve overeenkomst gesloten voor de overname van 1touch, actief in data-intelligentie en -orkestratie. Met deze stappen wil het bedrijf zijn positie in databeheer in het AI-tijdperk versterken.

De naamswijziging moet volgens het bedrijf de bredere focus op datamanagement weerspiegelen, naast storage. Everpure positioneert zijn Enterprise Data Cloud-architectuur als basis voor een gevirtualiseerde en uniforme dataomgeving, beheerd via een intelligente beheerlaag. Daarmee wil het bedrijf wereldwijde datasets via policies beheren en handmatige configuraties beperken.

Volgens Everpure legt de opkomst van AI druk op bestaande infrastructuren, waarin data zich vaak in gescheiden silo’s bevinden. De Enterprise Data Cloud moet deze belemmeringen wegnemen door data continu beschikbaar, beschermd en voorzien van context te maken.

Met de voorgenomen overname van 1touch voegt Everpure functionaliteit toe voor data discovery en semantische contextualisering. 1touch ontwikkelt technologie voor het ontdekken, classificeren en verrijken van data binnen uiteenlopende omgevingen, van SaaS tot edge. Door deze mogelijkheden te integreren in het platform wil Everpure data beter voorbereiden op AI-toepassingen.

De overname is onder voorbehoud van gebruikelijke voorwaarden en zal naar verwachting in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 worden afgerond. Financiële details zijn niet bekendgemaakt.

Proofpoint heeft het Proofpoint Partner Network aangekondigd, een nieuw wereldwijd partnerprogramma. Het programma moet partners ondersteunen bij groei, margeverbetering en het ontwikkelen van diensten rond mens- en agent-centric security. Volgens het bedrijf sluit de opzet aan op veranderende dreigingen en aankoopmodellen.

Met het Proofpoint Partner Network introduceert de leverancier een vereenvoudigde programmastructuur met aangepaste incentives en aanvullende investeringen. Het programma is gericht op terugkerende omzetmodellen en bevat volgens het bedrijf uitgebreidere dealbescherming en ondersteuning bij het ontwikkelen van diensten rond het ai-gedreven platform.

Proofpoint meldt een verlengingspercentage van meer dan 90 procent en klantrelaties die in veel gevallen langer dan tien jaar lopen. Dat biedt volgens de leverancier een basis voor voorspelbare inkomsten voor partners. Het vernieuwde programma omvat onder meer stimulansen voor nieuwe klanten en verlengingen, co-investeringen via fondsen voor demand generation en extra aandacht voor datasecurity. Daarnaast is de bescherming van door partners aangebrachte en gezamenlijke verkoopkansen uitgebreid, inclusief bij contractverlengingen.

Het programma kent drie partnerniveaus, Select, Elite en Elite+, die zijn gekoppeld aan investeringen en prestaties. Hogere niveaus geven toegang tot aanvullende voordelen, waaronder NRF-licenties voor training, demo’s en technische verdieping.

Verder breidt Proofpoint de verkoopmogelijkheden via de marktplaatsen van AWS en Microsoft Azure uit. Dat moet extra routes naar de markt bieden op het gebied van AI, datasecurity en diensten. Voor 2026 voorziet het bedrijf verdere ondersteuning om partners in staat te stellen hun securitydiensten uit te bouwen.

Cyberaanvallen slagen meestal niet door nieuwe of innovatieve technieken, maar door achterstallig onderhoud en gebrekkige basismaatregelen. Dat stelt Hunt & Hackett in zijn 2026 Trend Report, gebaseerd op 54.400 SOC- en incidentresponse-analyses uit 2025. Zwakke identiteitsbeveiliging, niet-gepatchte systemen en beperkte monitoring geven aanvallers structureel ruimte.

Uit het rapport komt naar voren dat aanvallers vooral misbruik maken van bekende kwetsbaarheden. Gestolen inloggegevens, openstaande patches in internetgerichte systemen en achterstallig IT-onderhoud vormen de belangrijkste toegangsroutes. De gebruikte technieken zijn volgens het bedrijf al geruime tijd gedocumenteerd en met passende controles detecteerbaar.

Toch lukt het veel organisaties niet om die controles structureel en op schaal in te richten. In complexe IT- en OT-omgevingen stapelen kwetsbaarheden zich in de loop van de tijd op. Legacysystemen, ingebedde componenten en onderlinge afhankelijkheden maken het lastig om consistent onderhoud en patchbeheer door te voeren. Omdat systemen gelaagd met elkaar verbonden zijn, kan een aanpassing in de ene laag gevolgen hebben voor andere onderdelen. Aanvallers maken volgens het rapport gebruik van die vertragingen en hiaten.

Complexiteit

Tegelijk groeit de complexiteit van het dreigingslandschap. Naast traditionele aanvalspaden verschuift de aandacht naar identiteitsgerichte aanvallen en het gebruik van generatieve AI. Dat vergroot het aanvalsoppervlak, terwijl veel basismaatregelen nog niet op orde zijn. Het rapport schetst daarmee een spanningsveld tussen toenemende dreiging en achterblijvende uitvoeringskracht.

Van alle incidentresponse-trajecten die het bedrijf in 2025 behandelde, had 71 procent een financieel motief. Ransomware kwam het vaakst voor met 43 procent, gevolgd door e-mailfraude met 29 procent. Toegang werd in veel gevallen verkregen via kwetsbare remote services, edgeapparaten of gestolen inloggegevens.

Opvallend is dat in 86 procent van de onderzochte zaken onvolledige logging en monitoring de detectie bemoeilijkten. Ontbrekende auditlogs, beperkte logretentie of systemen buiten het securitybereik zorgden ervoor dat aanvallers langere tijd onopgemerkt actief konden blijven. Zonder volledig zicht op wat er binnen de omgeving gebeurt, loopt ook incidentonderzoek vertraging op.

Aanvalsoppervlak

Cloudomgevingen, direct aan internet gekoppelde apparaten en afhankelijkheden van leveranciers vergroten volgens het rapport de blootstelling verder. Succesvolle aanvallen komen vooral door het ontbreken van samenhang tussen preventie, zicht en regie. Nieuwe, geavanceerde aanvalstechnieken spelen vooralsnog een kleinere rol dan vaak wordt verondersteld.

Volgens het bedrijf ligt het probleem niet bij kennis of bewustzijn. Veel organisaties investeren in securitytools, maar de randvoorwaarden voor effectief gebruik ontbreken geregeld. Governance, structureel onderhoud en continue controle krijgen in de praktijk minder aandacht dan de aanschaf van nieuwe oplossingen. Daarmee ontstaat een situatie waarin tooling aanwezig is, maar de basisvoorwaarden voor preventie, detectie en respons onvoldoende zijn ingevuld.

Het rapport past in een bredere ontwikkeling waarin regelgeving en compliance-eisen toenemen, terwijl operationele weerbaarheid achterblijft. De cijfers uit 54.400 analyses laten zien dat bekende aanvalstechnieken in combinatie met uitvoeringsproblemen nog altijd voldoende zijn om grote impact te veroorzaken.

Cegeka heeft Koen Deryckere benoemd tot nieuwe Chief Executive Officer. Hij treedt op 1 mei aan. Tot die tijd blijft Bart Watteeuw actief als interim-CEO, waarna hij de rol van Chief Operating Officer op zich neemt.

Met de benoeming haalt Cegeka een bestuurder binnen met een lange internationale loopbaan bij Accenture, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor Frankrijk en de Benelux en deel uitmaakte van het Global Management Committee. Volgens Cegeka moet Deryckere het bedrijf naar een volgende groeifase leiden. Daarbij ligt de nadruk op het verder uitbouwen van de positie als Europese IT-dienstverlener en het versterken van de activiteiten in de Verenigde Staten via dochterbedrijf CTG. De nieuwe CEO brengt ervaring mee in het aansturen van internationale teams en het begeleiden van organisaties bij strategische transformaties.

Oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur André Knaepen spreekt van een belangrijk moment voor de organisatie en verwijst naar de voorbereidingen die de afgelopen periode zijn getroffen om verdere groei mogelijk te maken. Deryckere zelf zegt uit te kijken naar de samenwerking met teams binnen de groep en naar het verder uitbouwen van de internationale ambities.

Deryckere heeft zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit en woont momenteel in Genève. Bij Accenture vervulde hij eerder verschillende leiderschapsrollen, waaronder Chief Operating Officer voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika, waar hij betrokken was bij de uitvoering van strategieën voor tienduizenden medewerkers in meerdere regio’s.

In AI Update van deze week draait het om een verschuiving van praten naar doen, met agentic AI als kapstok en een golf aan nieuwe interfaces en infrastructuur daar omheen.

MIT Sloan legt agentic AI uit

Agentic AI is meer dan een chatbot met wat extra knoppen. Het gaat om software die taken kan plannen, tools kan gebruiken en stappen kan uitvoeren over een langere tijdlijn. MIT Sloan zet de term netjes neer, zonder hype, en dat helpt om het gesprek wat concreter te maken.

Belangrijkste punten:

  • Agentic AI draait om systemen die acties uitvoeren, niet alleen tekst genereren.
  • Het verschil zit vaak in orkestratie, toolgebruik en geheugen over meerdere stappen.
  • De techniek schuift snel richting “workflow in software”, minder richting “chatvenster”.
  • De risico’s verschuiven mee: autonomie vraagt om duidelijke grenzen en toezicht.

Bron: MIT Sloan

top ^

Google rolt Gemini 3.1 Pro breed uit

Google zet Gemini 3.1 Pro tegelijk in meerdere kanalen klaar, van API en Vertex AI tot de Gemini-app en NotebookLM. Dat maakt duidelijk dat het model bedoeld is als nieuwe basis voor zwaardere taken, niet als experiment in een hoekje.

Belangrijkste punten:

  • Beschikbaar via Gemini API, Vertex AI, de Gemini-app en NotebookLM.
  • Google positioneert 3.1 Pro als upgrade voor complexere redeneertaken.
  • De brede uitrol wijst op focus op adoptie door developers en teams die al met Gemini werken.
  • De praktische vraag wordt nu: wat merk je van de sprong in kwaliteit, latency en kosten?

Bron: Google Blog

top ^

WordPress.com integreert een AI-assistent in de editor

WordPress.com zet een AI-assistent in de block editor: layout aanpassen, stijlen wijzigen, kleuren wisselen, content bewerken en ook beeld genereren, via gewone taal. Het werkt voorlopig vooral met block themes, maar dit is wel “AI in het CMS” dat direct op sitebeheer gaat zitten.

Belangrijkste punten:

  • De assistent zit in de editor en is gericht op praktische site-ops, niet op losse tekstgeneratie.
  • Focus op block themes, classic themes vallen grotendeels buiten de boot.
  • Je stuurt aan met prompts, de editor wordt meer een uitvoeringslaag.
  • Voor teams wordt governance belangrijker: wie mag via AI aan design en content sleutelen?

Bron: WordPress.com

top ^

Apple werkt mogelijk aan meerdere AI wearables

Volgens TechCrunch werkt Apple aan meerdere AI wearables. Het is nog een gerucht, maar het past in een patroon: als AI echt je “interface” wordt, dan kan die interface net zo goed iets zijn dat je draagt in plaats van iets dat je aantikt.

Belangrijkste punten:

  • Het gaat om geruchten, niet om een bevestigde productaankondiging.
  • De inzet lijkt te zijn: context verzamelen via sensoren en dat koppelen aan een AI-assistent.
  • Dat verschuift de discussie van apps naar omgevingsinput en privacy by design.
  • Als dit klopt, wordt hardware weer een belangrijk speelveld in de AI-race.

Bron: TechCrunch

top ^

Onderzoekers noemen AI-baanstress “AIRD”

In een artikel in Cureus stellen onderzoekers “Artificial Intelligence Replacement Dysfunction” voor als term voor stress en existentiële onrust rond baanverdringing door AI. Het is geen officiële diagnose, maar wel een signaal dat de impact zich ook psychologisch begint te vertalen naar meetinstrumenten.

Belangrijkste punten:

  • AIRD wordt gepresenteerd als voorgestelde klinische construct, niet als formele classificatie.
  • Het stuk koppelt onzekerheid over werk aan herkenbare klachten, met een screeningsaanpak.
  • Het onderwerp raakt direct aan veranderende arbeidsrollen, omscholing en werkidentiteit.
  • Voor organisaties is de praktische vraag: hoe begeleid je veranderingen zonder paniek of cynisme?

Bron: Cureus

top ^

Amsterdamse Orq.ai maakt LLM-router een los product

Orq.ai brengt zijn LLM-router als zelfstandig product uit, los van het bredere platform. De kern is kosten en controle: routing over meerdere modellen en providers, zonder dat teams hun applicaties steeds moeten ombouwen. Dat past bij een markt waar LLM-gebruik sneller groeit dan de budgetten.

Belangrijkste punten:

  • De router komt los beschikbaar als gateway voor het aansturen van meerdere LLM’s.
  • Focus op routing, governance en kostenbeheersing over modelkeuzes heen.
  • Dit soort tooling groeit mee met “LLM sprawl”, meer providers, meer varianten, meer beleid.
  • Het maakt het makkelijker om te wisselen van model als prijs, performance of compliance verandert.

Bron: Emerce

top ^

Advocaten corrigeren klanten die AI-chatbots vertrouwen

Advocaten krijgen vaker klanten die hun juridische vragen eerst bij een chatbot neerleggen en daarna met foutieve aannames het gesprek ingaan. Dat levert extra werk op, omdat je eerst misverstanden moet opruimen voordat je aan het echte probleem toekomt.

Belangrijkste punten:

  • Chatbots kunnen overtuigend klinken, ook als antwoorden feitelijk niet kloppen.
  • Het gevolg is extra correctiewerk en meer frictie in het klantgesprek.
  • De casus laat zien dat “AI bespaart tijd” in de praktijk soms omdraait.
  • Voor professionals wordt broncontrole en verwachtingsmanagement een vaste stap in intake en advies.

Bron: FD

top ^


De AI Update is deze week samengesteld door Marcel Debets.
Tips? Mail de redactie.

SUSE heeft het Industrial Internet of Things-platform Losant overgenomen. Met deze stap wil de open source-leverancier zijn edge-portfolio uitbreiden richting industriële automatisering en procesgestuurde toepassingen. Losant wordt onderdeel van de bestaande Edge-businessunit van SUSE.

Losant levert een low-code IIoT-platform waarmee organisaties sensordata, workflows en applicaties aan de edge kunnen beheren. Door deze technologie te combineren met zijn bestaande infrastructuurstack wil SUSE een bredere rol gaan spelen in industriële omgevingen, waar IT-systemen steeds vaker direct gekoppeld worden aan operationele technologie zoals machines en productielijnen.

Volgens SUSE verschuift de focus in edge computing van infrastructuur naar uitvoering. Waar edge-oplossingen eerder vooral gericht waren op connectiviteit en beheer, groeit de vraag naar platforms die processen automatiseren en data direct vertalen naar acties. Met de integratie van Losant wil het bedrijf die stap versnellen, onder meer door orkestratie, databeheer en AI-functionaliteit dichter bij de bron van de data te brengen.

Keith Basil, algemeen directeur van SUSE Edge, stelt dat de overname past binnen een bredere strategie om edge-infrastructuur te verbinden met operationele resultaten. Door workflows en automatisering aan de edge te integreren, wil SUSE industriële partners helpen om processen sneller aan te passen en meer inzicht te halen uit real-time data, zegt het bedrijf.

Losant werd eerder opgenomen in het Magic Quadrant voor industriële IoT-platforms van Gartner. De technologie en medewerkers van het bedrijf worden volledig geïntegreerd binnen SUSE Edge. SUSE geeft aan dat het platform verder wordt ontwikkeld binnen een open ecosysteem, met aandacht voor interoperabiliteit en standaardisatie.

De stap sluit aan bij een bredere trend waarin IoT-endpoints zich ontwikkelen tot AI-endpoints. Analisten verwachten dat edge-omgevingen een steeds belangrijkere rol krijgen als uitvoeringslaag voor hybride AI-architecturen. Daarbij verschuift het beheer van industriële omgevingen volgens hen richting semi-autonome systemen die lokaal beslissingen kunnen nemen.

Met de toevoeging van Losant breidt SUSE zijn portfolio uit van infrastructuursoftware naar toepassingen die dichter tegen operationele processen aan zitten. Dat kan invloed hebben op hoe industriële omgevingen worden beheerd, waar IT-beheer, data-analyse en automatisering steeds vaker samenkomen.