Citrix, onderdeel van Cloud Software Group, draagt per 1 maart 2026 het volledige beheer en de ondersteuning van Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika over aan distributeur Arrow Electronics. Voor IT-dienstverleners en msp’s verandert daarmee het primaire aanspreekpunt voor contracten en support.

Met de overdracht verschuift de dagelijkse interactie voor partners van de fabrikant naar de distributeur. Het gaat om alle Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika. Eerder werden al de commerciële midmarketactiviteiten bij Arrow ondergebracht. De nieuwe stap bouwt daarop voort en maakt Arrow verantwoordelijk voor het beheer van het volledige CSP-ecosysteem in deze regio’s.

Voor msp’s betekent dit dat transactiebeheer, prijsstellingen, kortingen en incentives via Arrow verlopen. Ook contractverlengingen en administratieve processen worden door de distributeur afgehandeld. Daarmee wordt Arrow het centrale aanspreekpunt voor commerciële en operationele zaken binnen het CSP-programma.

Volgens Citrix moet het nieuwe model leiden tot een vereenvoudiging van processen. De fabrikant stelt dat een centraal distributiemodel kan bijdragen aan meer efficiëntie in de samenwerking met partners. Daarnaast krijgen partners toegang tot regionale ondersteuning via Arrow, afgestemd op de markten waarin zij actief zijn.

Binnen de gewijzigde structuur kan Citrix zich volgens het bedrijf sterker richten op productontwikkeling en technische innovatie. Door het operationele beheer van het CSP-programma bij Arrow onder te brengen, wil de leverancier de focus verleggen naar technologie en ondersteuning op productniveau.

Voor msp’s en MKB-dienstverleners die actief zijn als Citrix Service Provider betekent de verandering dat zij hun operationele contacten tijdig via Arrow moeten laten verlopen. Vanaf 1 maart 2026 lopen contractuele en commerciële trajecten niet langer rechtstreeks via de fabrikant.

Met de stap wordt de rol van distributie binnen het Citrix-ecosysteem verder uitgebreid en krijgt Arrow een centrale positie in het beheer van serviceproviders in Europa en Noord-Amerika.

Cisco heeft zijn partnervoorwaarden per direct aangepast vanwege de sterk toegenomen vraag naar AI-infrastructuur. De stijgende kosten van geheugencomponenten en logistiek zetten vaste prijsafspraken onder druk. De wijzigingen raken onder meer annuleringsrechten en prijsbescherming.

De aanpassingen hebben betrekking op compute-orders en gelden wereldwijd. Volgens Cisco zorgen hogere kosten voor componenten en transport ervoor dat bestaande prijsafspraken moeilijker houdbaar zijn.

Een belangrijke wijziging is dat Cisco het recht krijgt om compute-orders tot 45 dagen voor verzending eenzijdig te annuleren. Daarnaast kan het bedrijf bij sterke stijgingen van component- of transportkosten de prijs van een lopende bestelling aanpassen. Ook de periode waarin een uitgebrachte offerte gegarandeerd blijft, wordt herzien.

De wijzigingen hebben gevolgen voor margebeheer en projectplanning bij msp’s en MKB-dienstverleners. Waar eerder meer zekerheid bestond over offerteprijzen, ontstaat nu meer afhankelijkheid van marktomstandigheden tijdens het orderproces. Volgens Cisco kan de productiecapaciteit de huidige vraag naar AI-gerelateerde infrastructuur niet volledig bijbenen.

In vergelijking met andere leveranciers is de termijn van 45 dagen volgens marktanalisten relatief ruim. Bij concurrenten zoals Hewlett Packard Enterprise kunnen orders in sommige gevallen tot op de dag van verzending worden geannuleerd. Desondanks verschuift het risico in de keten deels naar resellers en dienstverleners.

Cisco heeft aangegeven extra voorraadverplichtingen te zijn aangegaan om leveringszekerheid te vergroten. Het bedrijf meldt dat hiervoor voor 1,8 miljard dollar aan aanvullende verplichtingen is vastgelegd.

Voor partners betekent dit dat zij hun eigen contractuele afspraken en offertetermijnen tegen het licht moeten houden. Prijsschommelingen en langere levertijden kunnen direct doorwerken in klantafspraken. Met de aangepaste voorwaarden speelt Cisco in op de huidige marktdynamiek rond AI-infrastructuur en componentenschaarste.

De wereldwijde technologiesector groeit de komende jaren stevig door. Volgens marktonderzoeker Omdia stijgen de totale IT-uitgaven naar 8,49 biljoen dollar in 2030. De aanjager is een nieuwe AI-cyclus die de markt structureel hertekent.

Volgens Jay McBain, hoofdanalist bij Omdia, is de wereld drie jaar geleden een nieuwe twintigjarige AI-cyclus ingegaan. Die ontwikkeling plaatst hij in het verlengde van eerdere technologische golven sinds de maanlanding van Apollo 11 in 1969. Na het mainframe-tijdperk in de jaren zestig en zeventig, client-server in de jaren tachtig en negentig en cloud in de jaren nul en tien, markeert AI volgens hem de vierde grote groeifase.

De cijfers die Omdia publiceert zijn fors. De wereldwijde IT-uitgaven stijgen van 6,07 biljoen dollar in 2026 naar 8,49 biljoen dollar in 2030. Dat komt neer op een samengestelde jaarlijkse groei van 9,1%. Daarmee verdubbelt de markt in omvang ten opzichte van 2020.

In de eerste fase ligt de nadruk op infrastructuur. Omdia verwacht dat investeringen in AI-datacenters jaarlijks met 13,5% groeien. Vooral de markt voor servers laat een sterke stijging zien met een verwachte CAGR van 17,3%. Ook koelsystemen voor datacenters liften mee op de bouw van nieuwe AI-capaciteit. Cloud Infrastructure Services groeit volgens de prognoses zelfs met 22,4% per jaar tot 2030.

Naast hardware verschuift ook het zwaartepunt in software. McBain wijst op de opkomst van zogeheten agentic AI, systemen die zelfstandig taken uitvoeren in plaats van alleen content genereren. De markt voor agentic AI-software bereikt naar verwachting 41,8 miljard dollar in 2030. De bredere GenAI-softwaremarkt groeit in dezelfde periode naar 122,8 miljard dollar. Voor de totale softwaremarkt rekent Omdia op een jaarlijkse groei van 11,5%.

Ook IT-diensten groeien mee. De markt voor IT Services stijgt volgens de ramingen met 10,6% per jaar. Specifiek voor AI-gerelateerde diensten, zoals advies, data-integratie en risicobeheer, wordt de wereldwijde markt in 2030 geschat op 267 miljard dollar. Dat past binnen een bredere ontwikkeling waarin de waardecreatie verschuift van pure hardwarelevering naar integratie, governance en beheer rond complexe AI-omgevingen.

De groeiverwachtingen komen op een moment dat de wereldeconomie te maken krijgt met inflatie en geopolitieke onzekerheid. Toch blijft technologie structureel de snelst groeiende sector. Met AI als nieuwe groeigolf verschuift het investeringspatroon richting datacenters, gespecialiseerde infrastructuur en software die processen autonoom kan aansturen.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) waarschuwt voor de privacy- en beveiligingsrisico’s van OpenClaw en vergelijkbare autonome AI-agents. De toezichthouder constateert dat deze systemen vaak onvoldoende basisveiligheid bieden, waardoor ze vatbaar zijn voor misbruik, datalekken en accountovernames.

OpenClaw is een open source-platform dat gebruikers in staat stelt een AI-assistent te installeren die zelfstandig taken uitvoert met volledige toegang tot systemen, waaronder e-mail, bestanden en online diensten. Die autonome toegang maakt dergelijke agents aantrekkelijk voor kwaadwillenden, stellen beveiligingsexperts. Uit onderzoek blijkt dat circa twintig procent van de beschikbare plug-ins voor OpenClaw code bevat die is gericht op het stelen van inloggegevens of cryptotegoeden. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden ontdekt waarmee aanvallers systemen op afstand kunnen overnemen en met verborgen opdrachten via websites, e-mails of chatberichten misbruik kan worden gemaakt van de agent.

De AP benadrukt dat het gebruik van autonome AI-agents op systemen met privacygevoelige of vertrouwelijke gegevens grote risico’s met zich meebrengt. Organisaties moeten volgens de toezichthouder terughoudend zijn met inzet van dergelijke tools, zeker wanneer deze toegang hebben tot toegangscodes, financiële gegevens, klant- of personeelsinformatie of identiteitsdocumenten. Daarbij blijft de verantwoordelijkheid voor naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) altijd liggen bij de organisatie zelf. Risico’s moeten vooraf in kaart worden gebracht en gemitigeerd.

Tegelijk pleit de AP op Europees niveau voor duidelijkheid dat autonome AI-agents onder de geplande AI-verordening vallen. Door expliciet vast te leggen dat deze toepassingen onder de nieuwe regelgeving vallen, kan onveilige software van de markt worden geweerd en kan de inzet van autonome agents beter worden gereguleerd.

Het aantal cyberaanvallen groeit wereldwijd explosief. Volgens het Cyber Security Report 2026 van Check Point Software Technologies krijgt een organisatie gemiddeld bijna 2000 aanvallen per week te verwerken. In Nederland ligt dat aantal lager, maar ook hier stijgt de druk stevig.

Uit het rapport van Check Point Software Technologies komt naar voren dat aanvallen steeds minder bestaan uit losse technieken. In plaats daarvan combineren aanvallers ransomware, identiteitsmisbruik, social engineering en AI in gecoördineerde campagnes. Door automatisering en AI winnen zij snelheid en schaal, terwijl veel beveiligingsmodellen nog zijn ingericht op afzonderlijke dreigingen.

Wereldwijd komt het gemiddelde uit op bijna 2000 aanvallen per week per organisatie. In Nederland bleef het aantal onder dat gemiddelde, maar groeide het aantal aanvallen wel met 38% naar 1167 per week. Incidenten betroffen vooral mogelijke datalekken, misbruik van toegangsrechten en manipulatie van AI-prompts. Binnen Europa richtten aanvallen zich met name op onderwijs, telecom en overheid.

De snelle invoering van AI binnen bedrijven loopt volgens het rapport vooruit op de beveiliging ervan. Gegevens uit bedrijfsomgevingen laten zien dat 90% binnen drie maanden te maken kreeg met risicovolle interacties met AI-tools. Ook de onderliggende infrastructuur blijkt kwetsbaar. Onderzoek van Lakera, onderdeel van Check Point, onder duizenden MCP-servers toont dat 40% onvoldoende is beveiligd. Daarmee groeit de potentiële impact van incidenten, zeker nu AI-systemen steeds vaker onderdeel zijn van operationele processen.

Ransomware-aanvallen nemen eveneens toe en worden tegelijk meer gefragmenteerd en geautomatiseerd. In 2025 splitsten aanvallers hun activiteiten vaker op in kleinere, gespecialiseerde campagnes, ondersteund door AI. AI helpt bij het selecteren van doelwitten, het voeren van onderhandelingen en het opvoeren van druk, vooral bij datadiefstal. Het aantal slachtoffers groeide op jaarbasis met 53%, terwijl het aantal nieuwe ransomware-as-a-servicegroepen met 50% steeg. Opvallend is dat aanvallen zelden draaien om nieuwe kwetsbaarheden, maar vooral om misbruik van bestaande toegangen en trage detectie.

Social engineering verschuift intussen naar meerdere kanalen. E-mail blijft met 82% het belangrijkste kanaal voor het afleveren van schadelijke bestanden, tegenover 18% via webgebaseerde aanvallen. Aanvallers combineren e-mail echter steeds vaker met telefoonfraude, webaanvallen en misbruik van samenwerkingsplatforms in één operatie. ClickFix-campagnes, waarbij gebruikers worden misleid om zelf schadelijke acties uit te voeren, namen met ongeveer 500% toe.

Cyberoperaties vormen daarnaast een vast onderdeel van geopolitieke conflicten. In 2025 werden digitale campagnes structureel ingezet ter ondersteuning van militaire en politieke doelstellingen. Doelwitten beperken zich niet tot overheden, maar omvatten ook civiele systemen, cloudomgevingen en essentiële infrastructuur. AI vergroot daarbij de schaal en snelheid van beïnvloedingsoperaties.

Volgens het rapport ligt een belangrijke structurele kwetsbaarheid in de complexiteit van hybride IT-omgevingen. De combinatie van cloud, on-premises systemen en edge-infrastructuur zorgt voor een versnipperd aanvalsoppervlak. Aanvallers gebruiken slecht beheerde edge-apparaten steeds vaker als eerste toegangspunt, verzamelen daar inloggegevens en bewegen zich vervolgens lateraal door netwerken voordat afwijkingen worden opgemerkt. De verschuiving naar geïntegreerde, geautomatiseerde aanvalscampagnes past binnen een bredere ontwikkeling waarin digitalisering en geopolitieke spanning elkaar versterken.

Odin Groep en NEXXT hebben overeenstemming bereikt over de overname van de managed services-activiteiten van NEXXT. De activiteiten worden ondergebracht bij Previder, dochterbedrijf van Odin Groep. Met de stap willen de betrokken partijen de continuïteit voor klanten en medewerkers waarborgen en de positie van Previder binnen managed services versterken.

De overname volgt op een strategische herpositionering van NEXXT, waarbij een scheiding wordt aangebracht tussen consultancy en managed services. NEXXT richt zich verder op consultancy, detachering en projectdiensten. Volgens het bedrijf sluiten managed services beter aan bij een organisatie waar beheer, continuïteit en schaalbaarheid centraal staan.

De managed services-activiteiten krijgen binnen Previder een vervolg. Het team dat actief is vanuit de vestigingen in Wognum, Amersfoort en Groningen blijft vanuit deze regio’s werkzaam. Medewerkers behouden hun rol richting klanten.

Met de integratie breidt Previder de managed services-organisatie uit met specialisten uit het NEXXT-team. Odin Groep meldt dat Previder is ingericht op schaal en continuïteit binnen managed services. NEXXT geeft aan zich door de overdracht volledig te kunnen richten op zijn rol als strategisch IT-partner.

De managed services-activiteiten worden voorlopig voortgezet onder de naam NEXXT Managed Services. De naam blijft in gebruik tot de integratie in de organisatie van Previder is afgerond.

Cybersecurity staat voor veel msp’s op een kantelpunt. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de digitale weerbaarheid van een groot deel van het bedrijfsleven, terwijl de beveiligingsmodellen waarop ze steunen vaak nog uit een andere tijd komen. Volgens Joe Smolarski, CEO van WatchGuard Technologies, wringt het daar. De combinatie van hoge kosten, losse tools en complexe integraties maakt het steeds lastiger om klanten consistent te beschermen. “In 2026 kun je dat als msp niet meer volhouden,” zegt hij.

Volgens Smolarski ligt het probleem niet bij de inzet van msp’s zelf, maar bij een markt die oplossingen heeft ontwikkeld vanuit enterprise-logica. “Veel producten zijn nooit ontworpen voor de manier waarop msp’s werken. Ze moeten tientallen of honderden omgevingen beheren onder hoge tijdsdruk. Als tooling daar niet op aansluit, ontstaat frictie in de operatie.”

Dat heeft directe gevolgen voor klanten. Bescherming wordt selectief toegepast, afhankelijk van budgetten en licentiestructuren. “Daar zit een risico. Cybersecurity moet schaalbaar zijn voor het hele klantenbestand. Als beveiliging alleen haalbaar is voor een deel van de klanten, ontstaat er een zwakke plek in het model.”

Volledige dekking als uitgangspunt

Een terugkerend probleem in de markt is de impliciete aanname dat volledige beveiliging niet voor iedereen haalbaar is. Grotere klanten krijgen uitgebreide bescherming, kleinere omgevingen blijven achter. Smolarski vindt dat een onhoudbare benadering. “Een msp beheert een ecosysteem. Je kunt geen eilanden creëren waarin de ene klant sterk beschermd is en de andere minder. Gedeeltelijke dekking wordt al snel een aansprakelijkheidsvraagstuk.”

Om tot een consistenter model te komen, noemt hij vier voorwaarden die volgens hem niet onderhandelbaar zijn.

De eerste is een duidelijke focus op msp-omgevingen. Beveiliging moet rekening houden met multi-tenantbeheer, beperkte capaciteit en de noodzaak om snel te schakelen. “Het gaat niet om enterprise-software die een nieuw label krijgt. Technologie moet zijn ontworpen met de dagelijkse praktijk van msp’s als uitgangspunt.”

Daarnaast speelt prijsstelling een grote rol. Veel oplossingen dwingen msp’s tot keuzes die vooral financieel zijn ingegeven. “Als volledige dekking niet betaalbaar is, wordt beveiliging per definitie gefragmenteerd. Dat zet druk op de kwaliteit van dienstverlening.”

Een derde punt is echte platformconsolidatie. Leveranciers presenteren hun portfolio graag als geïntegreerd, maar in de praktijk blijven data en workflows vaak los van elkaar staan. “Msp’s hebben behoefte aan samenhang. Tools, beleid en rapportage moeten met elkaar communiceren, anders verschuift de complexiteit naar de beheerlaag.”

Tot slot wijst hij op het verdienmodel. Cybersecurity vraagt om continue inzet en expertise. “Als marges geen ruimte laten voor die investering, wordt beveiliging een kostenpost. Dat ondermijnt de groei op langere termijn.”

Automatisering als hefboom

De druk op msp-teams groeit, terwijl het aantal securitymeldingen blijft toenemen. Volgens Smolarski ligt de sleutel in automatisering. Niet meer mensen aannemen, maar processen slimmer inrichten. “Veel teams werken nog met losse dashboards en handmatige workflows. Dat kost tijd en zorgt voor ruis.”

Hij verwacht dat steeds meer msp’s hun operatie gaan standaardiseren rond één geïntegreerd platform, met centraal beleid en gedeelde rapportage. Dat moet leiden tot minder handwerk en snellere besluitvorming. “Schaalbaarheid ontstaat door consistentie. Hoe minder uitzonderingen, hoe beter een team kan groeien zonder dat de druk oploopt.”

AI krijgt daarin een vaste plek, maar volgens Smolarski is het geen losstaande functie. “AI werkt pas als het onderdeel is van detectie, correlatie en respons. Het doel is niet om nieuwe features toe te voegen, maar om de operationele last te verlagen.”

Aanvallers maken al gebruik van AI om campagnes sneller en gerichter uit te voeren. Daardoor verandert ook de verdedigingsstrategie. “Als je tooling daar niet op inspeelt, raak je achterop. De vraag is hoe effectief AI wordt ingezet om het dagelijkse werk eenvoudiger te maken.”

Impact op het businessmodel

De inzet van AI raakt volgens Smolarski niet alleen de techniek, maar ook de manier waarop msp’s hun dienstverlening organiseren. Door repetitieve taken te automatiseren en analyses te versnellen, ontstaat ruimte om meer klanten te bedienen met hetzelfde team. “Dat verschil zie je steeds duidelijker in de markt. Partijen die hun processen stroomlijnen groeien sneller.”

Hij benadrukt dat AI de rol van de msp niet vervangt. Het verandert wel de verwachtingen rond snelheid, schaal en transparantie. Klanten willen inzicht in risico’s en reacties zonder vertraging. “Daarvoor heb je een geïntegreerde aanpak nodig waarin data direct beschikbaar is.”

Navigeren door marketingruis

De groei van AI en platformstrategieën zorgt ook voor verwarring. Vrijwel elke leverancier positioneert zich als platform en plakt AI op bestaande oplossingen. Volgens Smolarski vraagt dat om een kritische blik vanuit het kanaal. “Integratie moet aantoonbaar zijn. Als systemen geen informatie delen en processen niet vereenvoudigen, blijft het bij marketing.”

Open architectuur en praktische bruikbaarheid vormen volgens hem de belangrijkste onderscheidende factoren. Msp’s zoeken oplossingen die passen binnen hun bestaande werkwijze, zonder dat er extra beheerlagen ontstaan. “De dagelijkse operatie is het referentiepunt. Als technologie die complexer maakt, verdwijnt de meerwaarde snel.”

Standaardiseren om te kunnen groeien

De beweging richting consolidatie en automatisering heeft een duidelijke doelstelling: voorspelbaarheid. Minder losse tools, meer standaardisatie en heldere processen moeten leiden tot consistenter beveiligingsniveau en stabielere marges. Volgens Smolarski zitten veel msp’s nog vast aan technologie en prijsmodellen die ooit voor grote enterprises zijn ontwikkeld. “Dat vertraagt de respons en maakt schaalvergroting lastig.”

Door stacks te vereenvoudigen en beleid te centraliseren, ontstaat ruimte om sneller te reageren op incidenten en tegelijk kosten beter te beheersen. Dat vraagt volgens hem om een heroverweging van bestaande keuzes. “Het gaat niet om kleine optimalisaties, maar om een andere manier van werken.”

Een nieuwe balans in het kanaal

Volgens Smolarski staat cybersecurity voor msp’s aan de vooravond van een herijking. Ze vormen een belangrijke schakel in de digitale economie, maar hebben lang gewerkt met middelen die niet altijd aansloten op hun rol. De komende jaren draait het volgens hem om technologie die schaalbaarheid mogelijk maakt zonder dat complexiteit blijft groeien.

“In 2026 gaat het om leverage,” zegt hij. “Tools moeten msp’s helpen om elke klant consistent te beschermen, met minder frictie in de operatie. Dat vraagt om duidelijke keuzes en oplossingen die de praktijk ondersteunen.”

Wie cybersecurity moderniseert vanuit die gedachte, bouwt volgens hem aan een sterker fundament voor het kanaal. Geen kleine aanpassingen, maar een structurele herinrichting van hoe beveiliging wordt geleverd en beheerd. “Dat is de reset waar de markt nu naartoe beweegt.”

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Apple stelt Siri-vernieuwing opnieuw uit

Apple heeft de geplande grote AI-upgrade van Siri opnieuw uitgesteld. De update moest de assistent meer geavanceerde, ChatGPT-achtige conversatievaardigheden geven, maar volgens recente berichten schuift de planning weer op. Het onderstreept hoe lastig het is om betrouwbare AI-assistenten op schaal uit te rollen, terwijl concurrenten in hoog tempo nieuwe functies blijven toevoegen.
Bron: TechCrunch

OpenAI-hardware van Jony Ive pas in 2027 verwacht

Uit rechtbankdocumenten blijkt dat het AI-apparaat waar Jony Ive aan werkt pas in maart 2027 op de markt komt. Ook de naam “io” verdwijnt van tafel. Het project wordt gezien als een belangrijke stap richting dedicated AI-hardware, maar de vertraging laat zien hoe complex de ontwikkeling van nieuwe AI-consumerdevices is.
Bron: 9to5Mac

AI lost decennia oud mysterie rond menselijke schedels op

Onderzoekers trainden AI-modellen op moderne bijtsporen en analyseerden daarmee oude menselijke schedels. De uitkomst: waarschijnlijk waren het luipaarden die de verwondingen veroorzaakten. De studie laat zien hoe patroonherkenning met AI nieuwe inzichten kan geven in archeologische vraagstukken.
Bron: LiveScience

Databricks-CEO: AI maakt traditionele SaaS minder relevant

Volgens Databricks-CEO Ali Ghodsi verschuift de concurrentiestrijd van gebruikersinterface naar data en workflows. Wanneer natuurlijke taal de interface wordt, verliest de klassieke UI zijn beschermende waarde. Databricks meldde daarbij een omzetrunrate van 5,4 miljard dollar, wat het belang van AI-gedreven dataplatforms onderstreept.
Bron: TechCrunch

Karpathy introduceert ‘agentic engineering’

Na ‘vibe-coding’ lanceert Andrej Karpathy een nieuwe term: agentic engineering. Daarmee doelt hij op een ontwikkeling waarbij AI-agents zelfstandig code schrijven en workflows uitvoeren, in plaats van dat mensen stap voor stap prompts formuleren. Het idee voedt het debat over de volgende fase van softwareontwikkeling.
Bron: Business Insider

Tools*

HeyGen zet in op schaalbare AI-avatarvideo

HeyGen ontwikkelt realistische AI-avatars waarmee gebruikers één keer content kunnen opnemen en die vervolgens automatisch in meerdere talen en formats kunnen worden uitgerold. De tool richt zich op marketing, training en interne communicatie en speelt in op de vraag naar schaalbare videoproductie zonder traditionele studio-opnames.
Bron: HeyGen

AIQAMonkey test AI-apps met extreme randgevallen

AIQAMonkey genereert edge cases en onverwachte prompts om AI-toepassingen te stress-testen voordat gebruikers ermee aan de slag gaan. De tool richt zich op het blootleggen van kwetsbaarheden en foutscenario’s in generatieve toepassingen.
Bron: AIQAMonkey

Infinite Creator automatiseert maanden social content

Infinite Creator analyseert een website, leert de merkidentiteit kennen en genereert vervolgens automatisch socialmediacontent voor meerdere platforms. Het platform positioneert zich als hands-off contentengine voor marketingteams.
Bron: Infinite

AI Renamer ordent bestanden automatisch

AI Renamer analyseert bestanden en hernoemt ze automatisch met betekenisvolle bestandsnamen. De tool wil een einde maken aan mappen vol onbegrijpelijke cijferreeksen en generieke namen.
Bron: AI Renamer

Fabric vervangt mappenstructuur door semantisch zoeken

Fabric slaat opgeslagen links, documenten en bestanden op en gebruikt AI om ze terug te vinden via natuurlijke taal. In plaats van mappen en tags draait alles om betekenis en context, waardoor gebruikers sneller relevante informatie moeten kunnen terugvinden.
Bron: Fabric

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Oud-ASML-topman verwacht meer ontslagrondes door AI

Peter Wennink waarschuwt dat bedrijven vaker reorganisaties zullen doorvoeren onder invloed van AI en productiviteitsdruk. Volgens hem zullen ontslagrondes, zoals recent bij grote ondernemingen, geen uitzondering blijven. De uitspraken komen uit een ANP-bericht over bredere economische ontwikkelingen.
Bron: BNR

Indeed: Nederland loopt structureel achter in AI-adoptie

Volgens Indeed bevat een relatief klein deel van de Nederlandse vacatures AI-gerelateerde termen vergeleken met andere Europese landen. De achterstand is de afgelopen jaren nauwelijks ingelopen, wat vragen oproept over de snelheid waarmee AI in de arbeidsmarkt wordt geïntegreerd.
Bron: Indeed

KPMG zet AI in om auditkosten te verlagen

KPMG gebruikt AI om controlewerk efficiënter uit te voeren en dringt aan op lagere auditkosten. De inzet van technologie moet processen versnellen en de afhankelijkheid van handmatige controles verminderen, wat druk zet op traditionele verdienmodellen in de accountancy.
Bron: FD

Europese browser kiest bewust voor geen ingebouwde AI

Browsermaker Vivaldi kiest ervoor geen AI-assistent in de browser te integreren en zet in op privacy en gebruikerscontrole. Daarmee positioneert het bedrijf zich als alternatief voor browsers die AI-functies standaard toevoegen.
Bron: AI Insider

Techleap: veel AI-talent, maar beperkte doorgroei

Uit het State of Dutch Tech Report 2026 van Techleap blijkt dat Nederland relatief veel AI-talent heeft, maar moeite heeft om AI-bedrijven door te laten groeien tot grotere spelers. De combinatie van talentdichtheid en beperkte scale-upgroei zet de concurrentiepositie binnen Europa onder druk.
Bron: Techleap

De wereldwijde markt voor cloudinfrastructuurdiensten heeft in het vierde kwartaal van 2025 een recordomzet bereikt. Volgens marktonderzoeker Synergy Research Group is de sterke vraag naar generatieve AI de belangrijkste aanjager van die groei.

De omzet uit cloudinfrastructuurdiensten kwam in het vierde kwartaal uit op 119,1 miljard dollar. Dat is bijna 12 miljard dollar meer dan in het voorgaande kwartaal en 29 miljard dollar hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Over heel 2025 bedroeg de totale marktomzet 419 miljard dollar. Gecorrigeerd voor wisselkoerseffecten groeide de markt op jaarbasis met circa 30 procent.

Volgens de onderzoeker stimuleert de vraag naar generatieve AI niet alleen specifieke AI-diensten, maar ook bredere cloudinvesteringen. De extra vraag naar rekenkracht en infrastructuur vertaalt zich in hogere uitgaven aan publieke cloudservices.

Binnen de markt blijft Amazon Web Services de grootste aanbieder met een marktaandeel van 28 procent. Microsoft volgt met Azure op 21 procent en Google met Google Cloud op 14 procent. Samen zijn deze drie partijen goed voor 68 procent van de wereldwijde publieke cloudmarkt.

Naast de gevestigde aanbieders laten gespecialiseerde AI-cloudleveranciers de hoogste groeipercentages zien. Voorbeelden zijn CoreWeave, Oracle, Crusoe en Nebius. CoreWeave groeide volgens de cijfers in twee jaar uit tot een aanbieder met een kwartaalomzet van ruim 1,5 miljard dollar.

Regionaal blijft de Verenigde Staten de grootste cloudmarkt, met een groei van circa 30 procent in het vierde kwartaal. Landen als Ierland, India, Mexico en Taiwan noteerden groeicijfers boven het wereldwijde gemiddelde. Binnen Europa behoren het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tot de grootste markten.

De cijfers wijzen op een verdere versnelling van investeringen in cloudinfrastructuur, mede door de inzet van generatieve AI.

Ongeveer 45 procent van alle e-mails wereldwijd in 2025 is aangemerkt als spam. Dat blijkt uit een analyse van beveiligingsbedrijf Kaspersky. Het aantal kwaadaardige of ongewenste bijlagen nam met 15 procent toe ten opzichte van 2024.

Uit de analyse blijkt dat het wereldwijde aandeel spam uitkwam op bijna 45 procent van het totale e-mailverkeer. Onder spam vallen ook berichten met phishing, oplichting en malware. In totaal werden meer dan 144 miljoen kwaadaardige of potentieel ongewenste e-mailbijlagen gedetecteerd. Dat is een stijging van 15 procent vergeleken met het voorgaande jaar.

De gegevens zijn gebaseerd op telemetrie en analyse van e-mailverkeer in 2025. De regio Azië-Pacific noteerde het hoogste aandeel antivirusdetecties in e-mails. Daarna volgen Europa, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Rusland en de GOS-landen, en Afrika. Op landenniveau registreerde China het grootste aandeel detecties, gevolgd door Rusland, Mexico, Spanje en Turkije.

De meeste detecties werden gemeten in juni, juli en november. Volgens het bedrijf gebruiken aanvallers steeds vaker combinaties van verschillende communicatiekanalen. Ook passen zij uiteenlopende technieken toe om phishinglinks en schadelijke bestanden te verbergen in e-mails en bijlagen. De cijfers geven een beeld van de omvang en ontwikkeling van ongewenst en kwaadaardig e-mailverkeer in het afgelopen jaar.