Info Support heeft Dion van der Arend benoemd tot commercieel unitmanager Managed Services. Met de benoeming wil het bedrijf Managed Services verder positioneren als onderdeel van de groeistrategie, met nadruk op sectorfocus, langdurige klantrelaties en schaalbare dienstverlening.

Van der Arend brengt ervaring mee in het aansturen en doorontwikkelen van managed services-organisaties. In eerdere functies was hij betrokken bij het opschalen van serviceactiviteiten, omzetontwikkeling en teamopbouw. Binnen Info Support krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de verdere uitbouw van Managed Services als vaste pijler in het dienstenportfolio.

De rol richt zich op het combineren van beheer, doorontwikkeling en optimalisatie van IT-omgevingen. Volgens Info Support sluit deze aanpak aan bij de behoefte van klanten aan continuïteit, terwijl er ruimte blijft voor gecontroleerde vernieuwing. De eenheid Managed Services moet daarbij bijdragen aan stabiele dienstverlening en voorspelbare groei.

Met de aanstelling kiest Info Support voor een commerciële aansturing met behoud van technische expertise. Het bedrijf meldt dat sector- en dienstverantwoordelijkheid worden gecombineerd met inhoudelijke kennis, om zo de aansluiting met complexe IT-vraagstukken te behouden. De benoeming past binnen de bredere ontwikkeling van de organisatie, waarin Managed Services een grotere rol krijgen naast projectmatige dienstverlening.

De opkomst van generatieve AI verschuift de aandacht van ceo’s van ransomware naar fraude en identiteitsmisbruik. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het World Economic Forum. Tegelijk groeit bij consumenten de zorg over identiteitsdiefstal, zo blijkt uit cijfers van Experian.

Volgens het World Economic Forum is cyber-enabled fraude in korte tijd een dominante zorg geworden. In het onderzoek geeft 73 procent van de ondervraagde ceo’s aan dat zijzelf, of iemand in hun professionele of privéomgeving, in 2025 te maken had met digitale fraude. Phishing, vishing en smishing worden het vaakst genoemd, gevolgd door betalingsfraude en identiteitsdiefstal. Daarmee is de focus verschoven ten opzichte van een jaar eerder, toen ransomware nog als belangrijkste dreiging gold.

Het forum plaatst deze ontwikkeling in de context van het bredere gebruik van generatieve AI. Die technologie verlaagt de drempel voor aanvallers en maakt aanvallen overtuigender en beter schaalbaar. Fraude en impersonatie profiteren daarbij van realistisch taalgebruik, stemimitatie en synthetische beelden, waardoor het voor slachtoffers lastiger wordt om echt van nep te onderscheiden.

Ook aan consumentenzijde nemen de zorgen toe. Experian meldt dat 68 procent van de ondervraagden identiteitsdiefstal als grootste risico ziet, gevolgd door misbruik van creditcardgegevens. Dat beeld sluit aan bij recente cijfers van de Amerikaanse toezichthouder FTC, waaruit blijkt dat gemelde fraudeverliezen in 2024 opliepen tot 12,5 miljard dollar, een stijging van 25 procent op jaarbasis.

Volgens Konstantin Levinzon, medeoprichter van Planet VPN, versnelt AI deze ontwikkeling verder. Hij wijst erop dat aanvallers sociale engineering eenvoudiger kunnen vertalen en lokaliseren, waardoor campagnes geloofwaardiger worden en zich sneller over regio’s verspreiden. Ook hyperrealistische deepfake-aanvallen zijn met AI toegankelijker geworden.

Het WEF benadrukt dat bepaalde groepen extra kwetsbaar zijn. Kinderen en vrouwen worden vaker doelwit van impersonatie en misbruik van synthetische beelden. Tegelijkertijd staat de weerbaarheid van organisaties onder druk door structurele tekorten aan cybersecurityspecialisten. In Europa en Centraal-Azië zegt een derde van de bedrijven onvoldoende expertise te hebben, in Noord-Amerika ligt dat aandeel vergelijkbaar. In delen van Latijns-Amerika en Afrika loopt dit op tot rond de 70 procent.

AI kan volgens het rapport helpen om delen van dat tekort op te vangen, bijvoorbeeld door automatisering van beveiligingstaken. Tegelijk waarschuwt het forum voor nieuwe risico’s bij gebrekkige implementatie, zoals verkeerde configuraties, vertekeningen in besluitvorming en een te grote afhankelijkheid van automatisering.

De bevindingen passen binnen een bredere ontwikkeling waarin digitale veiligheid steeds minder een puur technisch vraagstuk is. De snelle adoptie van generatieve AI vergroot de urgentie om fraude en identiteitsmisbruik structureel mee te nemen in risicobeoordelingen, binnen bedrijven en daarbuiten.

DEFION Security heeft Talitha Papelard benoemd tot Chief Client Officer. Zij wordt verantwoordelijk voor de aansturing van de dienstverlening aan klanten en voor de verdere positionering van het bedrijf als strategische cybersecuritypartner in de Benelux.

Met de benoeming van een Chief Client Officer brengt DEFION Security commerciële verantwoordelijkheid en klantrelaties samen in één functie. Papelard richt zich op het ondersteunen en adviseren van bestuur en management bij vraagstukken rond cybersecurity. Daarnaast krijgt zij de eindverantwoordelijkheid voor de totale dienstverlening aan opdrachtgevers.

Papelard heeft ervaring op het gebied van cybersecurity, strategie en commercie. Voor haar komst naar DEFION was zij actief als General Manager Benelux bij Northwave. In die functie was zij betrokken bij de groei van de organisatie en bij trajecten waarin cybersecurity op managementniveau werd gepositioneerd. Ook werkte zij met bestuurders en directies aan het structureel organiseren van cybersecurity binnen hun organisaties.

Bij DEFION gaat Papelard zich bezighouden met de integrale ondersteuning van bestuur, management en securityverantwoordelijken bij klanten. Daarbij ligt de nadruk op het inrichten van securitymanagement, het ondersteunen van besluitvorming rond risico’s en het verhogen van de volwassenheid van cybersecurity binnen organisaties.

Oprichter en CEO Hartger Ruijs meldt dat de benoeming past bij de ambitie van DEFION om klanten breder te ondersteunen bij cybersecurityvraagstukken, waarbij risico, controle en compliance een belangrijke rol spelen.

Papelard geeft aan zich in haar nieuwe rol te willen richten op het versterken van digitale weerbaarheid bij organisaties, in samenwerking met klanten en de specialisten binnen DEFION.

Incidenten waarbij AI-applicaties betrokken zijn, zijn het afgelopen jaar met 43 procent toegenomen. Dat blijkt uit wereldwijd onderzoek van KnowBe4 onder securityverantwoordelijken en medewerkers. Governance, toezicht en technische detectie lopen volgens het onderzoek achter op het tempo waarin AI binnen organisaties wordt ingezet.

AI is daarmee, na e-mail, de snelst groeiende factor in het dreigingslandschap. Het onderzoek, uitgevoerd onder 700 cybersecurity-leiders en 3.500 medewerkers wereldwijd, wijst op de snelle adoptie van generatieve AI, autonome agents en AI-gedreven workflows. Deze toepassingen introduceren nieuwe aanvalsvectoren die lastiger te beheersen zijn dan traditionele IT-risico’s.

Respondenten geven aan dat gevoelige documenten regelmatig worden geüpload naar externe AI-tools. Tegelijkertijd kunnen AI-systemen zelf doelwit zijn van manipulatie. Aanvallers zetten AI bovendien in om phishing en andere aanvallen overtuigender en beter schaalbaar te maken. Voor 45 procent van de securityleiders vormt het bijhouden van deze AI-gedreven dreigingen de grootste uitdaging bij het beïnvloeden van menselijk gedrag.

Ook het gebruik van deepfakes neemt toe. Bij 32 procent van de organisaties is het aantal incidenten met deepfakes het afgelopen jaar gestegen. Deze technieken worden ingezet voor stem- en identiteitsvervalsing, waardoor social engineering-aanvallen persoonlijker en geloofwaardiger worden. Medewerkers zijn zich hiervan bewust: 86 procent zegt zich zorgen te maken over misleiding via deepfakes, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot systemen of vertrouwelijke informatie.

Weerbaarheid blijft achter

Tegelijk blijft de technische weerbaarheid achter. Slechts 35 procent van de organisaties heeft technologie geïmplementeerd om deepfakes te detecteren. Veel AI-gedreven aanvallen blijven daardoor onopgemerkt of worden pas laat ontdekt. Training en e-mailbeveiliging worden volgens het onderzoek vaker ingezet dan gespecialiseerde detectiemiddelen.

Een ander terugkerend thema is de opkomst van zogenoemde shadow AI. Hoewel 98 procent van de organisaties aangeeft maatregelen te hebben genomen om AI-gerelateerde cyberrisico’s te beheersen, ervaren medewerkers in de praktijk beperkingen. Slechts 26 procent zegt snel toegang te hebben tot de AI-tools die nodig zijn voor het werk. Meer dan de helft ervaart de toegang als te traag of geheel afwezig.

Die kloof tussen beleid en praktijk leidt tot risicovol gedrag. Zeventien procent van de medewerkers gebruikt AI-tools zonder toestemming van IT- of securityteams. Dit vergroot de kans op datalekken, het delen van gevoelige informatie en onzichtbare manipulatie van AI-agents, doordat gebruik buiten het zicht van toezicht en logging plaatsvindt.

Human Risk

Het onderzoek plaatst AI nadrukkelijk binnen het domein van Human Risk Management. AI fungeert daarbij niet alleen als externe dreiging, maar ook als interne risicofactor die direct samenhangt met menselijk gedrag. Zonder duidelijke richtlijnen, realtime begeleiding en inzicht in gebruik verschuift werk naar omgevingen met een hoger risicoprofiel.

Volgens Javvad Malik, Lead CISO Advisor bij KnowBe4, is de productiviteitswinst van AI te groot om te negeren. Hij stelt dat mens en AI steeds nauwer zullen samenwerken en dat beveiligingsprogramma’s deze realiteit moeten volgen door ook de AI-laag expliciet mee te nemen.

Trend Micro heeft zijn cybersecurityplatform Trend Vision One beschikbaar gemaakt binnen de AWS European Sovereign Cloud. Daarmee kan het platform worden ingezet in een Europese cloudomgeving die is ingericht voor organisaties met strikte eisen rond datalocatie, governance en compliance.

De stap bouwt voort op de bestaande samenwerking tussen Trend Micro en Amazon Web Services. De focus ligt op organisaties in sterk gereguleerde sectoren, zoals overheid, defensie en kritieke infrastructuur, waar cloudgebruik steeds vaker botst met juridische en organisatorische randvoorwaarden.

De AWS European Sovereign Cloud is opgezet als een zelfstandig beheerde cloudomgeving, met infrastructuur en operationele aansturing binnen Europa. AWS stelt dat klanten toegang houden tot hetzelfde dienstenportfolio en dezelfde technische bouwstenen als in andere regio’s, waaronder de bekende architectuur, API’s en het AWS Nitro System, terwijl wordt voldaan aan aanvullende Europese soevereiniteitsvereisten.

Trend Vision One draait binnen deze omgeving met behoud van de bestaande functionaliteit. Het platform is gericht op het centraal beheren van cyberrisico’s en combineert detectie, respons en preventie binnen één architectuur. Onderdeel daarvan zijn onder meer extended detection and response, geautomatiseerde security orchestration en het correleren van dreigingsinformatie over verschillende lagen van de IT-omgeving.

Volgens Trend Micro sluit de beschikbaarheid binnen een soevereine cloud aan op een markt waarin organisaties steeds vaker zoeken naar een balans tussen schaalbaarheid en controle. De combinatie van toenemende dreigingscomplexiteit en strengere eisen rond dataverwerking maakt dat cloudkeuzes minder vrijblijvend worden, vooral in gereguleerde omgevingen.

Trend Micro en AWS werken al meer dan tien jaar samen op het gebied van cloudbeveiliging. De uitbreiding naar de European Sovereign Cloud past binnen een bredere ontwikkeling in Europa, waarbij leveranciers hun diensten aanpassen aan nationale en Europese wet- en regelgeving rond digitale soevereiniteit.

Met deze stap positioneert Trend Micro zijn platform binnen een cloudmodel dat expliciet is ontworpen voor Europese compliance-eisen, zonder dat het functionele bereik van het platform verandert.

Een vijfde van de werkende Nederlanders heeft het gevoel vals te spelen bij het gebruik van AI op het werk. Tegelijkertijd gebruikt bijna vier op de tien werknemers geen enkele vorm van AI tijdens hun werkzaamheden, blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 Nederlandse werknemers.

Uit het onderzoek komt naar voren dat AI op de werkvloer nog lang niet overal is ingeburgerd. Van de werknemers die AI wel inzetten, doet een deel dat niet openlijk. Negen procent geeft aan het gebruik van AI bewust niet te delen met de leidinggevende. Het gevoel dat AI-gebruik gelijkstaat aan valsspelen speelt daarbij een rol, vooral wanneer technologie taken overneemt die traditioneel door mensen werden uitgevoerd.

Werknemers die AI gebruiken, zetten de technologie vooral in om efficiënter te werken. Het grootste vertrouwen is er bij het slimmer organiseren van werkzaamheden en het ondersteunen van agendabeheer en prioriteitenstelling. Voor meer persoonlijke of mensgerichte aspecten van werk is dat vertrouwen beduidend lager. Slechts een beperkt deel van de werknemers ziet een rol voor AI bij het herkennen van signalen van overbelasting of bij het geven van feedback op het eigen functioneren. In die situaties blijft de menselijke factor leidend.

Tegelijkertijd leeft er behoefte aan duidelijkheid over de inzet van AI. Bijna vier op de tien werkenden vinden dat werkgevers heldere kaders moeten stellen over wat technologie wel en niet mag overnemen. Een kleinere groep neemt hierin zelf het initiatief door bewust af te wegen welke taken zij zelf uitvoeren en welke zij overlaten aan AI. Volgens de onderzoekers kan het stellen van duidelijke grenzen helpen om het ongemak rond AI-gebruik te verminderen en de balans tussen mens en technologie te bewaken.

Het onderzoek laat zien dat nieuwe technologie vaker gepaard gaat met gevoelens van twijfel of ongemak. Volgens Fellowmind past dit patroon bij eerdere technologische ontwikkelingen, waarbij hulpmiddelen aanvankelijk als spannend werden ervaren, maar uiteindelijk ruimte boden voor ander, waardevoller werk. Heldere afspraken en aandacht voor de menselijke kant van werk spelen daarbij een belangrijke rol.

Microsoft was in het vierde kwartaal van 2025 opnieuw het meest nagebootste merk in phishingaanvallen. Het merk was goed voor 22 procent van alle merkgerichte phishingpogingen, blijkt uit cijfers van Check Point Research, het onderzoeksteam van Check Point Software Technologies.

Na Microsoft stond Google op de tweede plaats met 13 procent, gevolgd door Amazon met 9 procent. Amazon klom daarmee na de Black Friday- en kerstperiode naar de derde positie en passeerde Apple. Ook Meta keerde terug in de top tien en eindigde op de vijfde plaats. Volgens de onderzoekers wijst dit op een hernieuwde focus van aanvallers op het overnemen van socialmedia-accounts.

Phishers maken steeds vaker misbruik van bekende bedrijfs- en consumentenmerken om inloggegevens te verzamelen. Met name accounts die onderdeel zijn van identiteits-, productiviteits- en authenticatieworkflows zijn aantrekkelijk, omdat gestolen gegevens vaak toegang geven tot meerdere diensten. De aanhoudende hoge positie van Microsoft en Google hangt samen met hun centrale rol binnen deze omgevingen.

De volledige top tien van meest geïmiteerde merken bestaat uit Microsoft, Google, Amazon, Apple, Facebook, PayPal, Adobe, Booking, DHL en LinkedIn. Samen vertegenwoordigen deze merken het grootste deel van de waargenomen merkgerichte phishingcampagnes in het onderzochte kwartaal.

Opvallend is dat phishingcampagnes zich niet alleen op volwassenen richten. In het vierde kwartaal identificeerde Check Point Research een campagne die het gamingplatform Roblox imiteerde. De frauduleuze website week slechts minimaal af van het legitieme roblox.com door een kleine aanpassing in de domeinnaam. De pagina toonde een nep-game met realistische beelden, beoordelingen en een prominente speelknop, duidelijk ontworpen om kinderen aan te spreken.

Daarnaast werd een phishingwebsite ontdekt die zich voordeed als Netflix. Deze site maakte gebruik van een domeinnaam die sterk leek op het officiële netflix.com en presenteerde een nagemaakte inlog- en accountherstelpagina. Gebruikers werd gevraagd hun e-mailadres of telefoonnummer en wachtwoord in te voeren, met als doel het verzamelen van inloggegevens voor accountovername en mogelijke doorverkoop. Ook werd een vergelijkbare Spaanstalige phishingpagina aangetroffen die zich voordeed als een Facebook-inlogportaal.

Volgens de onderzoekers blijft phishing met merknamen effectief doordat het inspeelt op het vertrouwen van gebruikers in bekende platforms. Aanvallers maken daarbij gebruik van subtiele domeinmanipulatie, licht aangepaste beelden en meerstapsprocessen die de legitieme gebruikerservaring nauwkeurig nabootsen, waardoor slachtoffers vaak niet direct doorhebben dat hun gegevens zijn buitgemaakt.

Partners binnen het ecosysteem van Amazon Web Services realiseren steeds hogere omzetkansen. Uit nieuw onderzoek van Omdia blijkt dat partners gemiddeld 7,13 dollar aan aanvullende omzet kunnen genereren voor elke dollar die klanten besteden aan AWS-technologie.

Het onderzoek is gepresenteerd tijdens AWS re:Invent 2025 en maakt gebruik van de zogeheten Partner Ecosystem Multiplier. Deze maatstaf geeft inzicht in de verhouding tussen directe cloudbestedingen en aanvullende diensten die partners leveren. Volgens Omdia is de gemeten multiplier de hoogste tot nu toe binnen het AWS-ecosysteem.

De studie laat zien dat het grootste deel van de omzetkansen niet direct bij de eerste verkoop ontstaat. Ongeveer 61 procent van de totale partneromzet volgt in de drie jaar na de initiële afname van AWS-diensten. Deze inkomsten komen voort uit activiteiten zoals advies, implementatie, optimalisatie, beheerde diensten en aanvullende toepassingen.

Een opvallende ontwikkeling is de groei binnen het mkb-segment. Partners die zich richten op kleine en middelgrote bedrijven zagen hun omzetmogelijkheden met circa 36 procent toenemen ten opzichte van eerdere metingen. Volgens Omdia hangt dit samen met een bredere adoptie van cloudoplossingen en een toenemende vraag naar begeleiding en beheer.

Daarnaast signaleert het onderzoeksbureau dat AWS zijn partnerprogramma’s verder aanpast om drempels te verlagen. Tijdens re:Invent zijn initiatieven aangekondigd die gericht zijn op vereenvoudiging van incentives en ondersteuning van partners die werken met nieuwe cloudklanten. Ook technologische ontwikkelingen, waaronder toepassingen rond AI, spelen een rol in de uitbreiding van diensten die partners kunnen aanbieden.

Het onderzoek concludeert dat partners met een breed dienstenportfolio beter in staat zijn om langdurige omzetstromen op te bouwen binnen het AWS-ecosysteem.

Westcon-Comstor en Weblib hebben hun bestaande samenwerking uitgebreid met een overeenkomst rond de AWS Marketplace. De afspraak is gericht op het versnellen van de groei voor partners en Weblib binnen deze marktplaats, met name in Europa en het Midden-Oosten.

Westcon-Comstor wordt met deze overeenkomst de eerste en enige distributeur die de softwareproducten van Weblib via privé-aanbiedingen beschikbaar stelt in de AWS Marketplace. Partners kunnen de cloudgebaseerde Smart Wifi-oplossing van Weblib inkopen via de distributeur en deze vervolgens rechtstreeks doorverkopen aan eindklanten. Het volledige bestel- en facturatieproces verloopt binnen de AWS Marketplace.

Weblib, gevestigd in Parijs, is de meest recente softwareleverancier die toetreedt tot het AWS Marketplace-programma van Westcon-Comstor. Dat programma werd in 2024 gestart om channel partners te ondersteunen bij verkoop via de AWS Marketplace. Naast Weblib nemen ook andere leveranciers deel aan het programma, waaronder Cisco en Juniper Networks.

Volgens prognoses van marktonderzoeksbureau Omdia zullen channel partners in 2030 goed zijn voor 59 procent van de verwachte 163 miljard dollar aan uitgaven via cloud marketplaces van hyperscalers. Het programma van Westcon-Comstor is opgezet om partners toegang te geven tot deze markt, met ondersteuning bij transacties en commerciële afhandeling.

Het programma is gebaseerd op het AWS Designated Seller of Record-model. Daarbij biedt Westcon-Comstor ondersteuning en advies via een gespecialiseerd intern team. Recent is het programma uitgebreid met ondersteuning voor meerdere valuta’s en voor oplossingen die uit meerdere producten bestaan. Deze functionaliteit maakt het mogelijk om combinaties van producten en diensten als één oplossing aan te bieden binnen de AWS Marketplace.

Westcon-Comstor en Weblib werken al langere tijd samen in Frankrijk. Die samenwerking werd eerder uitgebreid naar de bredere EMEA-regio. De oplossingen van Weblib worden ingezet in sectoren zoals retail, horeca, onderwijs en gezondheidszorg en zijn gericht op beheer van wifi-netwerken en inzicht in gebruik, binnen geldende privacyregels.

WatchGuard Technologies heeft Open MDR toegevoegd aan zijn managed detection & response-diensten. De dienst is gericht op msp’s en ondersteunt zowel eigen beveiligingstechnologie als oplossingen van andere leveranciers, zonder dat migratie naar één platform vereist is.

WatchGuard Technologies meldt dat Open MDR is ontwikkeld om detectie en respons te combineren over meerdere beveiligingsdomeinen, waaronder endpoints, identiteiten, netwerken, cloudomgevingen en productiviteitstools. De monitoring en afhandeling van incidenten worden 24 uur per dag uitgevoerd door het Security Operations Center van het bedrijf.

Volgens WatchGuard is Open MDR bedoeld voor omgevingen waarin meerdere beveiligingsoplossingen naast elkaar worden gebruikt. De dienst brengt signalen uit verschillende tools samen en beoordeelt deze centraal. Irrelevante meldingen worden gefilterd, terwijl gevalideerde dreigingen kunnen leiden tot directe responsmaatregelen, zoals het isoleren van systemen of het beperken van verdere verspreiding.

De dienst ondersteunt naast WatchGuard-producten ook technologie van andere leveranciers, waaronder Microsoft Defender, CrowdStrike Falcon, Okta Workforce Identity, Microsoft 365, Amazon Web Services en Google, evenals firewalls van andere merken. WatchGuard geeft aan dat dit onboarding moet vereenvoudigen en het mogelijk maakt om bestaande beveiligingsomgevingen te blijven gebruiken.

Open MDR maakt gebruik van eigen AI- en machine learning-functionaliteit voor het valideren van dreigingen en het verminderen van foutpositieve meldingen. Daarnaast voert het SOC doorlopend threat hunting uit. Rapportages geven inzicht in incidenten en genomen acties.

De oplossing is ontworpen voor msp’s die beveiligingsdiensten op schaal aanbieden. Zij behouden volgens WatchGuard de regie over de klantrelatie, terwijl het bedrijf de SOC-activiteiten uitvoert. Ondersteuning bij escalaties en analyse wordt geleverd door vaste contactpersonen.

Open MDR maakt deel uit van het bredere MDR-portfolio van WatchGuard en volgt op eerdere introducties, waaronder Total MDR en de overname van ActZero in 2025. De dienst is beschikbaar via het wereldwijde partnernetwerk van WatchGuard.