TD SYNNEX heeft een distributieovereenkomst aangekondigd met Object First, de ontwikkelaar van Ootbi (Out-of-the-Box-Immutability).

Met deze samenwerking biedt TD SYNNEX partners in België, Nederland en Luxemburg de Ootbi-oplossing van Object First.

“We zijn verheugd om Object First toe te voegen aan ons portfolio en hun innovatieve opslagoplossingen aan onze partners aan te bieden”, aldus Noureddine Laoulichki. “Gegevensbescherming en weerbaarheid tegen ransomware zijn topprioriteiten voor onze klanten, en de plug-and-play-aanpak van Ootbi biedt een krachtig antwoord voor Veeam-gebruikers in de Benelux”

“Door samen te werken met TD SYNNEX in de Benelux kunnen we een breder netwerk van Veeam-partners bereiken en meer organisaties helpen hun kritieke gegevens te beveiligen”, zegt Pete Hannah, Vice President of Partners & Alliances, EMEA, bij Object First. “Samen kunnen we de acceptatie van veilige, eenvoudige en krachtige opslag in de hele regio versnellen.”

Nu bijna alle Nederlandse huishoudens voorzien zijn van glasvezel, moet de sector de bakens verzetten naar nieuwe urgente uitdagingen. Dat stelt de Fiber Carrier Association (FCA) in haar jaarrapport ‘Glasvezel in Stad en Land 2025’.

Met 8,26 miljoen glasvezelaansluitingen die inmiddels beschikbaar zijn, is de grote verglazing van Nederland grotendeels voltooid. Maar volgens de FCA dienen zich nu nieuwe prioriteiten aan: digitale soevereiniteit, AI-infrastructuur, quantum computing, cybersecurity en investeringen in intercontinentale zeekabelverbindingen.

“Glasvezelnetwerken zijn en blijven een absolute basisvoorwaarde voor goed functionerende digitale samenlevingen en economieën. Die afhankelijkheid zal in de toekomst alleen maar toenemen,” aldus Andrew van der Haar, directeur van de FCA. “Nederland heeft andere Europese landen veel te bieden als het gaat om kennis en kunde bij de uitrol van glasvezel. Maar sinds kort zijn ook het veiligheidsaspect en vragen rondom digitale soevereiniteit belangrijker geworden.”

In 2024 werden nog 1,13 miljoen nieuwe glasvezelaansluitingen opgeleverd, een lichte daling ten opzichte van de recordaantallen in voorgaande jaren. Voor het eerst zijn er nu meer glasvezelaansluitingen beschikbaar dan coax-aansluitingen in Nederland.

Strategische autonomie onder druk

In Europees perspectief blijft Nederland koploper op glasvezelgebied, maar het continent heeft nog volop werk aan de winkel. “Dat Europese perspectief wordt daarbij snel belangrijker,” benadrukt Van der Haar. “We moeten ons weerbaar maken tegen dreigingen die enkele jaren geleden nog bijna ondenkbaar waren. Dat betekent ook dat onze netwerken ‘gezekerd’ moeten zijn in de hele keten: van fabricage tot aanleg, van beheer tot eigendom.”

De veranderende geopolitieke verhoudingen maken strategische autonomie urgenter dan ooit. De snel verschuivende geopolitieke panelen maken dat digitale en technologische afhankelijkheden snel zeer risicovol zijn geworden. Ook de glasvezelsector moet de handschoen van digitale soevereiniteit daarom oppakken aldus de FCA.

“De EU moet op eigen benen staan, ook als het gaat om digitale diensten en technologieën. Op dit vlak is de afhankelijkheid van de VS in de huidige geopolitieke context onacceptabel,” stelt Van der Haar. “Als het gaat om backbone capaciteit en transatlantische verbindingen, zijn er wel degelijk risico’s. Veel zeekabels worden de laatste jaren aangelegd door Amerikaanse techreuzen die daarmee essentiële infrastructuur beheersen. We moeten daar op zijn minst alternatieven tegenover kunnen stellen. Die zijn er nu onvoldoende en er wordt ook onvoldoende op gepland.”

Een toekomstbestendige infrastructuur

De opkomst van AI en quantum computing stelt nieuwe eisen aan de glasvezelinfrastructuur. Waar voorheen 100 Gbps nog de norm was, wordt 400 Gbps per Wavelength Division Multiplexing (WDM) nu de standaard. “Glasvezel blijft nieuwe technologie zoals AI faciliteren. Zo jaagt glasvezel ook innovatie aan,” aldus Van der Haar.

De massale adoptie van AI zorgt voor sterke toename van de vraag naar breedbandige verbindingen, terwijl datacenters al meer glasvezelverbindingen tussen AI-clusters aanleggen. Parallel daaraan boekt quantumtechnologie snel vooruitgang.

Het rapport is te downloaden via de website van de Fiber Carrier Association.

 

Ashley Schut verlaat na zeven jaar ESET Nederland. Per 1 september gaat ze aan de slag als Channel Accountmanager bij het Amerikaanse cybersecuritybedrijf Arctic Wolf.

Schut begon in 2018 als Solution Advisor bij ESET. Vier jaar later werd ze Head of MSP, om uiteindelijk door te groeien tot Channel Sales Manager. In die hoedanigheid was ze onder meer verantwoordelijk voor de aansturing van het channelteam van ESET Nederland en het opzetten, uitrollen en borgen van de segmentstrategieën.

Het voelde na zeven jaar als het juiste moment voor iets nieuws, aldus Schut. “Bij Arctic Wolf krijg ik de kans om verder te bouwen aan een weerbare digitale wereld. Samen met het team focus ik me op het versterken van het partnerkanaal in de Benelux, waarbij proactieve monitoring en het minimaliseren van risico’s centraal staan.”

Schut: “Ik geloof er echt in dat alleen door samenwerking we échte stappen kunnen zetten. Alleen via schaalbaarheid en sterke partnerships kunnen we hoogwaardige securitydiensten bereikbaar maken voor organisaties van elke omvang. Partners zijn daarin onmisbaar – zij kennen hun klanten als geen ander en vormen de sleutel tot duurzame impact. We willen samen duurzame relaties opbouwen waarin we klanten niet alleen beschermen, maar ook strategisch verder helpen. Dat maakt cybersecurity niet alleen noodzakelijk, maar ook een gedeelde winst.”

Steeds meer bedrijven nemen maatregelen nemen om hun klanten of medewerkers veilig te laten inloggen op hun ICT-systemen, websites en apps. Het gebruik nam toe van 26% in 2017, naar 61% in 2024. Het gebruik van tweefactorauthenticatie door kleinere bedrijven met 10 tot 50 werknemers is zelfs ruim verdubbeld: van 29% in 2017 naar 76% in 2024. Dat blijkt uit de Cybersecuritymonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Zowel grote als kleine bedrijven gebruiken steeds vaker veilige manieren om te loggen. Zo maakt 97% van de bedrijven met 250 of meer werknemers in 2024 gebruik van tweefactorauthenticatie, tegen 57% van de bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen. Het gebruik van veilige manieren om in te loggen is bij kleinere bedrijven wel sneller gestegen. Zo is het gebruik van tweefactorauthenticatie door bedrijven met 10 tot 50 werknemers ruim verdubbeld: van 29% in 2017 naar 76% in 2024.

Kleine bedrijven besteden het vaakst uit

ICT-veiligheidswerkzaamheden werden in 2023 het vaakst volledig uitbesteed door kleine bedrijven (10 tot 50 werkzame personen). Bij grote bedrijven (250 of meer werkzame personen) werden de werkzaamheden juist het vaakst deels uitbesteed en deels door het eigen personeel uitgevoerd. Dit laatste is niet opmerkelijk, omdat een groot bedrijf meer personeel in dienst heeft en vaker over de middelen beschikt om complexere zaken uit te besteden.

Dalende trend cyberincidenten

Ondanks alle genomen maatregelen blijven cybersecurityincidenten plaatsvinden. Grote bedrijven hebben vaker cyberincidenten dan kleine bedrijven, maar bij alle bedrijfsgroottes daalde het aantal bedrijven met incidenten. In 2017 gaf nog bijna 40% van de grootste bedrijven (250 of meer werknemers) aan in het jaar daarvoor een incident door een aanval van buitenaf te hebben gehad, in 2024 was dat nog maar 1%.

Grotere bedrijven vaker slachtoffer

Grotere bedrijven zijn percentueel gezien vaker slachtoffer van ransomware-aanval. Van alle bedrijven met 2 of meer werkzame personen kreeg 1% in 2023 te maken met een ransomware-aanval. Hoewel slechts 2% daarvan losgeld betaalde, kreeg ongeveer een derde wel te maken met andere kosten ten gevolge van de ransomware-aanval.

Een vijfde van incidenten gaat gepaard met kosten

Lang niet alle cybersecurityincidenten gaan gepaard met kosten. Ook neemt het aandeel van bedrijven met kosten aan het cybersecurityincident neemt af met de tijd. Zo had in 2016 nog bijna 41% van de bedrijven met ten minste één cybersecurityincident met een interne oorzaak (2 of meer werkzame personen) daadwerkelijk kosten aan het incident. Dit was in 2023 nog maar 20%. Van de bedrijven met ten minste één cybersecurityincident door een aanval van buitenaf (2 of meer werkzame personen) had in 2016 nog bijna 55% kosten aan het incident. Ook dit percentage is in 2023 gedaald naar 20%.

Het rapport is hier in te zien.

 

Tien jaar Dutch Data Center Association (DDA) werd donderdag gevierd in de Heineken Experience in Amsterdam. Managing Director Stijn Grove blikte terug op de begintijd. “Het idee om een brancheorganisatie voor datacenters op te richten, ontstond in een tijd waarin digitale infrastructuur nog geen vanzelfsprekend thema was op overheidsagenda’s.”

Tekst: Mels Dees

De organisatie richt zich vanaf de oprichting op drie pijlers: energie en duurzaamheid, onderwijs en werkgelegenheid, en de digitale economie. Grove benadrukte hoe belangrijk het was dat de sector destijds die focus koos. “Focus heeft ons veel gebracht. Vooral in het begin. Energie, onderwijs, economie – dat zijn de kerngebieden waarin we echt iets konden betekenen.”

Manager Public Affairs Laura Beukers, inmiddels vier jaar werkzaam voor DDA, ging tijdens het evenement in op het maatschappelijk debat over datacenters. Dat laaide in de afgelopen jaren op. “We moesten ineens veel meer uitleggen over thema’s als energiegebruik en waterverbruik.” Die uitleg werpt vruchten af, stelde Beukers. “Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.”

Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.

Het jaarlijks rapport State of the Dutch Data Centers, dat samen met onderzoeksbureau Pb7 wordt uitgebracht, is een concreet voorbeeld van die inspanning. “Dit jaar was het bijna 100 pagina’s,” vertelt Laura. “Het laat goed zien hoe de markt zich ontwikkelt. Dat onze bevindingen letterlijk worden overgenomen in overheidsdocumenten is het beste bewijs dat we impact hebben.”

Kickstart Europe als toonaangevende beurs

Een van de grootste publiekssuccessen van de DDA is het jaarlijkse event Kickstart Europe, dat inmiddels is uitgegroeid tot een van de belangrijkste Europese bijeenkomsten in de sector. Zoë Derksen, Manager Marketing, PR & Events, legde uit hoe bijzonder die groei is geweest. “In 2018 begonnen we met 250 mensen. Nu zitten we over de 2000. En het unieke is: het is een evenement vóór en dóór het netwerk.”

Ook op het gebied van duurzaamheid is er veel gebeurd. Erik Barentsen blikte terug op het eerste initiatief rond restwarmte. “In 2017 boden we onze warmte aan. Het idee was simpel: gebruik energie twee keer. Maar al snel ontdekten we dat het niet zo makkelijk was. Er moet ook een warmtevraag zijn. En daar liep het spaak. Die warmtevraag wordt niet voldoende gestimuleerd in Nederland. Het is frustrerend, want we hebben honderden megawatts beschikbaar aan restwarmte, maar het beleid loopt achter.”

Andrew van der Haar, verantwoordelijk voor onder meer de energie-efficiëntiemaatregelen, vulde aan: “Wat we hebben geleerd is dat we als sector al veel doen, maar dat het zichtbaar maken van die inspanningen cruciaal is. Samen met toezichthouders hebben we nu een werkbare methode ontwikkeld om die besparingen goed te rapporteren. Dat is echt een doorbraak.”

Het zichtbaar maken van onze inspanningen is cruciaal.

Het gesprek verschoof daarna naar onderwijs en werkgelegenheid. Van der Haar zag daar een groot gat dat gedicht moest worden. “Binnen het onderwijs was nauwelijks aandacht voor onze sector. Je had opleidingen voor ICT, programmeren, maar niets over datacenterbeheer, fysieke installaties, onderhoud. We hebben nu MBO-opleidingen opgezet, keuzevakken geaccrediteerd gekregen. Vorig jaar schreven we 206 certificaten uit. Dat is echt een verschil.”

Nederland staat stil

Toen het gesprek richting toekomst verschoof, stelde Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer (D66), een centrale vraag: wat zijn de strategische keuzes die Nederland nu moet maken? Michiel Eielts, voorzitter van het bestuur van DDA, was duidelijk: “Als je kijkt naar AI, naar robotisering, naar digitalisering in brede zin, dan staat de wereld niet stil. Maar Nederland wél. En dat is zorgelijk. We moeten de randvoorwaarden creëren zodat we kunnen blijven innoveren. Dat vraagt om lef, beleid en samenwerking.”

We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.

Managing Director Stijn Grove vulde aan: “Ik zie een positieve kans. We kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie, we kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Maar we moeten wél erkend worden als infrastructuur. Op dit moment zitten we nog te vaak in de uitlegfase. We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.”

Diederik Wennekes is Managing Director van IT-dienstverlener Varity, een onderneming die zich ontwikkelde van webhostingaanbieder tot een serieuze speler op het gebied van cloud- en securityoplossingen. “Soevereine cloud? Bij en met ons kan het.”

Wat ooit begon als een onderneming in de hostingwereld, is uitgegroeid tot een organisatie met ongeveer 35 medewerkers, verspreid over meerdere locaties, met klanten in binnen- en buitenland. “We zijn 16 jaar geleden begonnen als Trans-IX,” vertelt Wennekes. “In 2023 hebben we SIS Automatisering overgenomen en dat was het moment waarop we de naam hebben veranderd naar Varity.”

De oorsprong van Varity ligt in webhosting. “Zo begonnen we. Van daaruit zijn we doorgegroeid naar kantoorautomatisering en alles wat daarbij hoort, met onder meer VoIP. Altijd met onze eigen cloudinfrastructuur, met eigen apparatuur en verbindingen in meerdere datacenters, volledig in eigen beheer.”

Tegenwoordig biedt Varity een breed scala aan diensten aan, van IaaS en VoIP tot 24/7 beheer en support.

Impact van NIS2

Security speelt daarbij een steeds grotere rol. “We zijn inmiddels al zeven jaar ISO- en NEN-gecertificeerd,” vertelt Wennekes. “Security zit echt diep in onze werkwijze, en we zijn druk bezig met de NIS2-regelgeving. Niet alleen voor onze eigen infrastructuur, maar vooral ook richting klanten.”

Security zit echt diep in onze werkwijze.

Veel mkb’s, vertelt hij, zijn zich niet altijd bewust van de risico’s. “Je moet, zeker bij bedrijven tot tien werkplekken, klanten soms overtuigen om werk te maken van hun beveiliging.” Nu verbaast dat de Managing Director niet, gezien de kosten en de complexiteit die samen kunnen hangen met goede security. “Maar wij nemen daarin wel onze verantwoordelijkheid als msp, ook al omdat een organisatie als de onze daadwerkelijk onder de NIS2-regelgeving valt.”

De doelgroep van Varity is de laatste jaren verschoven. Waar eerder organisaties onder de tien werkplekken bediend werden, richt het bedrijf zich nu vooral op het grotere mkb. “Alles boven de vijftien werkplekken is voor ons interessant. Daarnaast leveren we IaaS-activiteiten voor wat grotere partijen, dat zijn bijvoorbeeld bedrijven in de olie, finance en zorg.”

Wat opvalt aan de aanpak van Varity is de samenwerking met andere technisch georiënteerde partijen, zowel klanten als partners. “We worden vaak ingeschakeld als verlengstuk van een IT-team. Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit. En met partners werken we vooral samen om landelijke dekking te realiseren. Wij zitten in Wormer, maar als een klant in Limburg zit, dan is het prettig om lokaal iemand te hebben die dezelfde taal spreekt – letterlijk en figuurlijk.”

Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit.

Veilig internetprotocol

Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen binnen Varity is de uitrol van SCION. “Dat is de afgelopen twaalf jaar ontwikkeld in Zwitserland. Het is een internetprotocol en wordt gezien als de opvolger van BGP,” legt Wennekes uit, refererend aan het Border Gateway Protocol. “Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt. Je krijgt dus niet automatisch de goedkoopste of snelste route, zoals bij BGP, maar de veiligste of meest betrouwbare.”

Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt.

Voor organisaties die met gevoelige gegevens werken, zoals banken, is dat een gamechanger, want bij SCION praat je over gesloten netwerken. “Je kunt complete geïsoleerde netwerken bouwen en end-to-end encrypten.”

De commerciële variant van SCION, dat zelf een stichting is die de open-source software managed, heet Anapaya, en Varity heeft de exclusieve uitrolrechten gekregen voor de Benelux. “We zijn daar ontzettend trots op,” zegt Wennekes. “Het interesseert veel overheden, financiële instellingen en ziekenhuizen.”

Concreet draait de software op een core server, die als router fungeert, en edges die bij klanten draaien on-premise of in de cloud. “En straks heb je ook nog een gate-client, waarmee apps rechtstreeks kunnen connecten met het SCION-netwerk. Gebruikers of hun partners kunnen zelf een isolated domain maken en bepalen wie er wel of niet op kan komen. Het is extreem schaalbaar en veilig.”

Europese onafhankelijke cloud

Een ander project dat Varity nauw aan het hart ligt, is het samenwerken met Whitesky, een Belgische partij die een controlpanel op KVM Hypervisor bouwde. Wennekes: “We draaien dat in een van onze Nederlandse datacenters. Alles soeverein geen Amerikaanse afhankelijkheid, dus Open Cloud.”

Via dit platform kan Varity eenvoudig virtuele machines, storage en complete omgevingen aan­bieden aan klanten. “En als andere providers ook via dit platform ­willen leveren, kan dat. Zo bouwen we samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.”

We bouwen samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.

Die onafhankelijkheid viel ook op bij SURF, voor meer dan 1500 ­onderwijsinstellingen een belangrijke IT-organisatie. “We hebben meegedaan aan een Europese aanbesteding voor het leveren van cloudcapaciteit gedurende vier jaar, en zijn één van de 30 partijen die zijn geselecteerd.”

Volgens Wennekes is dat een duidelijk signaal dat er behoefte is aan alternatieven voor de grote Amerikaanse aanbieders als Google, Azure of AWS. “Universiteiten willen grip houden op hun data en infrastructuur. Met ons kunnen ze dat met een eigen cloud en Europese software.”

De Ops in DevOps

Ondanks het technologisch hoge niveau blijft het vinden van personeel een uitdaging, zeker als developers gezocht worden die buiten de paden van de Amerikaanse providers kunnen denken, zoals het geval is bij Whitesky. “De hypervisors bieden vaak mooie tools aan, die prima gebruikt kunnen worden in testomgevingen. Zodra de oplossing in productie draait of het verkeer meegroeit met het bedrijf, stijgt ook de te betalen rekening waarmee de hypervisors komen fors.”

Varity definieert zichzelf als de Ops in DevOps. “We zijn operators. Developers hebben dan soms het gevoel op ons te moeten wachten en de hypervisors speelden daarop in door te zeggen: ‘klik je oplossing zelf bij elkaar’. Dus de afgelopen vijf jaar zag je dat men de Ops in Dev­Ops probeerde minder belangrijk te maken. Maar zo ontstaat wel een lock-in. Wie met ons werkt krijgt een alternatief.”

Mike Giresi zal op 30 juni starten als Global Chief Information Officer (CIO) bij Vertiv. In deze rol is hij verantwoordelijk voor AI-adoptie, cybersecurity, productbeveiliging en verbeterde productiviteit en klantervaring met behulp van digitale middelen.

Giresi heeft meer dan dertig jaar ervaring in de IT, waarvan meer dan twintig jaar in leidinggevende posities. Hij was tot voor kort Chief Digital Officer bij elektronicaproducent Molex. Daarvoor was hij onder meer Chief Digital & Technology Officer bij Aramark, CIO van Royal Caribbean Cruises, Ltd., CIO van Tory Burch, CIO van Direct Brands (Columbia House & Doubleday) en CIO en SVP IT bij Godiva Chocolatier.

“Een sterke IT-visie en -uitvoering staan centraal in onze strategie om marktleider te blijven en de waarde die wij onze klanten bieden voortdurend te vergroten,” zegt Giordano Albertazzi, CEO van Vertiv. “Mike begrijpt als geen ander waar de kansen binnen het snel veranderende AI-, IT- en digitale landschap liggen. Hij beschikt over de ervaring, focus en expertise om onze concurrentievoordelen te versterken.”

“Ik kijk ernaar uit om bij Vertiv aan de slag te gaan,” vertelt Giresi. “Ik ga de wereldwijde teams helpen om waarde toe te voegen door het verder ontwikkelen van de digitale strategie van het bedrijf. Door de klantervaring, productontwikkeling en productiecapaciteiten van Vertiv verder te ontwikkelen en te verbeteren, versnellen we de adoptie van AI en digitalisering voor hyperscale-, enterprise- en edge-klanten.”

Voor wie Veeam inzet voor back-up en recovery, kan de zoektocht naar geschikte storage behoorlijk complex zijn. Object First wil daar verandering in brengen. De Amerikaanse vendor – opgericht door de medeoprichters van Veeam – levert een plug-and-play appliance.

De Ootbi-appliance (Out Of The Box Immutability) is speciaal ontwikkeld voor één ding: ransomwarebestendige back-upopslag voor Veeam. Nederland is een van de focusmarkten binnen Europa, en daarom bouwt Object First nu een partnernetwerk op in de Benelux.

Maar hoewel het woord ‘opslag’ veel voorkomt in dit interview, wil Walter Berends, sales engineer voor Object First in de regio EMEA, alvast een misverstand wegnemen. “Wij zijn niet alleen storageleverancier. Wij zijn een securitybedrijf en leveren veilige storage, de laatste verdedigingslinie tegen ransomware, en dat is een belangrijk verschil.”

Wij zijn niet alleen storageleverancier. Wij zijn een securitybedrijf en leveren veilige storage.

Samen met partner accountmanager Andrey Romanov, marketingmanager Benelux & Nordics Marlies Maljaars, en territority manager Benelux Conor Bannon, vormt hij het Nederlandse team van het bedrijf.

Eén product, één platform

De positionering van Object First is opmerkelijk helder. Er is slechts één product – de Ootbi appliance (uitgesproken als ‘oetbie’) – die uitsluitend werkt met Veeam. Waarom zo’n sterke focus? Volgens Romanov is juist die beperking de kracht van het concept. “Door ons volledig te richten op één platform kunnen we uitblinken in prestaties, eenvoud en veiligheid. Wij gebruiken álle functies van de SOS API in Veeam, waardoor we back-ups extreem snel kunnen maken én herstellen.”

Berends vult aan: “Andere leveranciers zeggen dat ze SOS API ondersteunen, maar gebruiken slechts één feature, zoals capaciteitsbeheer. Wij gebruiken het volledige API-pakket. Dat maakt een enorm verschil in snelheid en betrouwbaarheid.”

De appliance wordt geleverd in verschillende opslagcapaciteiten, maar is onder de motorkap altijd identiek. Gebruikers hoeven slechts enkele instellingen door te voeren – IP-adressen, hostname en wachtwoord – en binnen tien minuten is het systeem operationeel. Daarna hoeft alleen nog de koppeling met Veeam te worden gemaakt.

De prestaties zijn lineair schaalbaar. Berends: “Met één Ootbi-appliance haal je een back-upsnelheid van 1 GB/s en een restoresnelheid van 600 MB/s. Voeg je een tweede appliance toe, dan verdubbelt die snelheid. En dit alles is volledig transparant voor de gebruiker.”

Met één Ootbi-appliance haal je een back-upsnelheid van 1 GB/s en een restoresnelheid van 600 MB/s.

Immutable en ondoordringbaar

De appliance is out-of-the-box immutable. Data kunnen niet worden aangepast of verwijderd – zelfs niet met beheerdersrechten of toegangssleutels. Dat is geen marketingclaim, benadrukt Berends: “We hebben het laten testen door de NCC Group, bekend van onder andere FoxIT. Zelfs met roottoegang en sleutels kregen zij de data niet verwijderd.”

Die focus op security is volgens Romanov essentieel. “Je koopt geen storage voor de back-up zelf, je koopt het voor de mogelijkheid tot herstel. Dat is de kern. Onze oplossing biedt de zekerheid dat je de data kunt terughalen.”

Je koopt geen storage voor de back-up zelf, je koopt het voor de mogelijkheid tot herstel. Dat is de kern.

Object First ondersteunt alle restorescenario’s van Veeam, inclusief de instant recoveryfunctie waarmee volledige VM’s binnen vijftien minuten kunnen worden hersteld.

Veeam only – en daar is een reden voor

Het feit dat Object First zich uitsluitend richt op Veeam is een bewuste keuze. Niet alleen vanwege de gedeelde geschiedenis – veel medewerkers, onder wie de oprichters, komen bij Veeam vandaan – maar ook omdat Veeam wereldwijd marktleider is op het gebied van back-up- en datamanagement.

“Veeam heeft een enorm marktaandeel, zeker in Europa,” aldus Romanov. “We kennen het platform door en door, en kunnen daardoor een oplossing bieden die geen enkele andere vendor biedt: maximale prestaties zonder enige tuning of configuratie, puur gericht op Veeam.”

Object First werkt exclusief via partners. “We verkopen nooit direct aan eindklanten,” zegt Romanov. “Ons model is 100% channelgericht. Partners krijgen de ruimte om eigen diensten toe te voegen, zonder concurrentie van ons. We investeren actief in het opbouwen van ons partnernetwerk in Nederland en België.”

Ons model is 100% channelgericht.

Conor Bannon, territory manager Benelux: “Mijn focus ligt op het ondersteunen van onze partners bij eindklanten en het samen opbouwen van een sterke salespipeline. Het onboarden van nieuwe partners is een van de topprioriteiten voor de komende maanden. Daarnaast blijven we investeren in ons partnerprogramma en partnerportaal.”

Dit partnerprogramma kent vier niveaus: Registered, Silver, Gold en Platinum. Er zijn volgens Romanov heldere voorwaarden op het gebied van omzet en certificering, zonder verborgen kosten of complexe structuren.

Ook ondersteuning speelt een belangrijke rol. “Hardwareproblemen? We leveren next-business-day vervanging. Software-updates? Die krijg je elke vijf tot zes weken, volledig getest door onszelf. Updates zijn met één klik te installeren via de web-interface – en na tien minuten ben je weer helemaal up-to-date,” aldus Berends.

Compliance en updates

De appliance voldoet aan alle ­principes uit het Zero Trust Data Resilience (ZTDR)model van Veeam, inclusief isolatie, ondoordringbaarheid en verifieerbaarheid. “Wij volgen dat model tot in detail,” zegt Berends. “Updates zorgen niet alleen voor nieuwe functies, maar ook voor extra hardening van het systeem. Wij zorgen voor je beveiliging, zodat partners en gebruikers dat niet meer zelf hoeven te doen.”

Object First introduceerde zijn product in de VS in 2023. Sinds januari 2024 is de Europese uitrol gestart, met focus op Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Nederland is de volgende stap. “We zien hier veel potentieel en zoeken daarom actief naar channelpartners die samen met ons willen bouwen aan veilige back-upopslag voor Veeam,” zegt Romanov.

Marlies Maljaars: “In 2025 blijft ­Object First zich richten op groei via het kanaal, onder andere met productinnovaties zoals de uit­breiding van onze Ootbi-lijn. Daarmee ­willen we echte immutability bieden voor elke sector – van mkb tot grote enterprise­omgevingen. Als volledig channelgedreven organisatie zijn onze partners essentieel voor ons succes.”

In 2025 blijft ­Object First zich richten op groei via het kanaal, onder andere met productinnovaties.

De cloud contact center-markt in Nederland staat aan de vooravond van stevige groei. Volgens onderzoek van Evolve IP en Cavell Group zal de omzet de komende jaren stijgen van 50 miljoen dollar naar bijna 80 miljoen dollar in 2028. Daarbij speelt AI een steeds grotere rol, al blijft de menselijke interactie onmisbaar.

De invloed van AI op klant­contact groeit snel, maar volgens Finbarr Begley, Customer Experience-analist bij Cavell, hoeven contact center-medewerkers zich geen zorgen te maken over massaal baanverlies. “Er wordt vaak gevreesd voor een doem­scenario waarin AI alle agenten overbodig maakt, maar de werkelijkheid ligt genuanceerder,” zegt Begley.

Er wordt vaak gevreesd voor een doem­scenario, maar de werkelijkheid ligt genuanceerder.

Hij voorspelt zelfs een lichte stijging van het aantal agenten, van net onder de 176.000 nu naar bijna 186.000 in 2028. “De vraag naar cloudgebaseerde functies neemt toe, mede door de verdere verschuiving van on-premise naar hybride modellen.”

Begley benadrukt dat de rol van AI sterk afhangt van het type interactie. “Klanten geven de voorkeur aan een menselijke gesprekspartner bij klachten of complexe vragen. Tegelijkertijd ondersteunt AI agents steeds vaker, bijvoorbeeld bij administratieve taken of het analyseren van klant-vragen.”

AI als assistent, niet als vervanger

De verwachtingen van consumenten veranderen razendsnel. Volgens Begley kijken klanten naar tools als ChatGPT en vragen zich af waarom hun klantenservice niet net zo slim en snel reageert. “Bedrijven moeten manieren vinden om AI slim in te zetten, zodat de klantbeleving juist verbetert in plaats van verslechtert,” stelt hij.

AI maakt contact center slimmer, niet mensloos.

AI komt nu vooral tot zijn recht in sentimentanalyse, intentiedetectie en data-analyse. Toch bestaat er nog veel terughoudendheid om klantinteracties volledig aan machines over te laten. “Vertrouwen is een sleutelbegrip,” aldus Begley. “Klanten willen menselijke connectie blijven voelen. AI kan de interactie ondersteunen en verrijken, maar niet vervangen.”

Cloud contact centers nemen een vlucht

De cijfers van Cavell onderschrijven een bredere trend: steeds meer organisaties stappen over naar cloudgebaseerde contact center-oplossingen (CCaaS). Waar traditioneel veel bedrijven hun klantcontactsystemen in eigen beheer hadden, kiezen ze nu vaker voor schaalbare, flexibele platforms in de cloud.

“Cloud biedt bedrijven de mogelijkheid om sneller te innoveren, ­nieuwe kanalen toe te voegen en beter in te spelen op veranderende klant­verwachtingen,” legt Begley uit. “Bovendien maken cloud­oplossingen integratie met AI en data-analyse veel eenvoudiger.”

Cloud­oplossingen maken integratie met AI en data-analyse veel eenvoudiger.

Intelligente experience center

De volgende stap in de evolutie van klantcontact is volgens Cavell de opkomst van het ‘intelligent experience center’. Dat gaat verder dan traditionele contact centers: Unified Communications, CRM, data­management en andere diensten worden geïntegreerd in één ­totaalervaring rondom de klant.

In deze aanpak draait alles om personalisatie en proactiviteit. Denk aan systemen die automatisch voorspellen waarom een klant belt, of realtime suggesties geven aan agents voor betere dienstverlening.

Groeikansen voor partners

Deze ontwikkelingen bieden volop kansen voor partners en resellers. Eric Fronik, Sales Director bij Evolve IP, ziet vooral in het segment tot 250 seats een aantrekkelijke groeimarkt. “Er zit een natuurlijk gat in de markt,” zegt hij. “Resellers ­kunnen zich onderscheiden door CCaaS toe te voegen aan hun traditionele UC-portfolio. Op veel plekken ­wereldwijd ligt de CCaaS-penetratie daar nu nog maar op 11%.”

Resellers ­kunnen zich onderscheiden door CCaaS toe te voegen aan hun traditionele UC-portfolio.

Volgens Fronik is het juist in het mkb dat de behoefte aan flexibele, schaalbare en betaalbare klant­contactoplossingen sterk toeneemt. “Bedrijven zoeken partners die hen kunnen begeleiden in de transitie naar een modern, toekomstbestendig contact center. Met de juiste oplossingen en ondersteuning ­kunnen resellers daar echt het verschil ­maken.”

Strategische samenwerking met Cavell

Evolve IP heeft bewust geïnvesteerd in marktonderzoek met Cavell om partners beter te kunnen ondersteunen. “We willen onze partners niet alleen oplossingen bieden, maar ook inzichten waarmee ze hun eigen groeikansen kunnen benutten,” zegt Fronik. “De resultaten helpen ons bij het ontwikkelen van technologie die aansluit op de ­wensen van gebruikers en partners.”

We willen onze partners niet alleen oplossingen bieden, maar ook inzichten.

De samenwerking met Cavell biedt Evolve IP volgens Fronik waardevolle inzichten in markttrends en klantverwachtingen. “Zo kunnen we sneller inspelen op veranderingen en onze partners helpen om hun klanten nóg beter te bedienen.”

De toekomst van klantcontact

Hoewel AI steeds krachtiger wordt, gelooft Evolve IP niet in een volledig geautomatiseerd klantcontact. “AI gaat de industrie niet over­nemen, maar wel verrijken,” benadrukt Fronik. “De kracht zit in de combinatie van menselijke empathie en technologische ondersteuning. Zo creëren we samen een klantbeleving die persoonlijker, sneller en effectiever is dan ooit tevoren.”

AI gaat de industrie niet over­nemen, maar wel verrijken.

Tijdens de Nationale Datacenter Dag heeft de Dutch Data Center Association (DDA) de jubileumeditie van het rapport State of the Dutch Data Centers gepubliceerd. Het rapport biedt een overzicht van tien jaar datacenterontwikkeling in Nederland en laat zien hoe de sector zich heeft ontwikkeld tot fundament van de digitale economie.

De Nederlandse datacentermarkt blijft groeien, ondanks aanhoudende uitdagingen rondom netcongestie en vergunningstrajecten, zo blijkt uit het rapport.

In 2024 bereikte het totale colocatievermogen 924 megawatt. Voor 2025 verwacht de sector een recordinvestering van meer dan €1,4 miljard. Steeds vaker bouwen datacenterexploitanten schaalbare colocatiecampussen die inspelen op de snelgroeiende vraag naar rekenkracht voor AI- en cloudtoepassingen. Tegelijkertijd verliezen enterprise datacenters terrein; organisaties kiezen steeds vaker voor colocatie of cloud infrastructuur.

Regionale groei: Groningen, Zuid-Holland en Noord-Brabant

Hoewel de Metropoolregio Amsterdam (MRA) nog altijd goed is voor circa 70% van de colocatiecapaciteit, verschuift de groei richting regio’s zoals Groningen, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Daar is vaak meer netcapaciteit beschikbaar, liggen vergunningstrajecten minder complex en sluit het aanbod beter aan op lokale economische ecosystemen.

Duurzaamheid: een randvoorwaarde

Nederlandse datacenters zetten belangrijke stappen op het gebied van duurzaamheid. Het gemiddelde Power Usage Effectiveness (PUE) wordt in 2025 geschat op 1.25, waarmee Nederlandse datacenters zich scharen onder de Europese koplopers qua efficiënt energieverbruik. Daarnaast geeft 55% van de datacenteroperators aan te investeren in datathermie (hergebruik van restwarmte). Ook neemt de inzet op lokale groene stroom via Power Purchase Agreements (PPA’s) toe, evenals deelname aan netstabilisatieprogramma’s.

Vooruitgang op klimaatdoelen: sector op schema

De meeste datacenters liggen op schema om de doelstellingen van het Climate Neutral Data Centre Pact te behalen. Maar liefst 99,9% van de ondervraagde datacenters maakt gebruik van groene stroomcontracten. Omdat de elektriciteitsmix niet op elk moment van de dag volledig groen is, verwacht 81% van de datacenters in 2030 volledig op hernieuwbare energie te draaien. 64% van de nieuwe faciliteiten voldoet al aan de PUE-norm van maximaal 1.30. Innovatieve technologieën zoals Direct Liquid Cooling en batterijsystemen worden onderzocht of al toegepast, en op termijn waterstof en SMR’s (Small Modular Reactors) ook.

Arbeidsmarkt en inclusie: structurele groei vraagt om talent

In 2024 werkten er ruim 5.900 mensen in Nederlandse datacenters; dit aantal groeit naar verwachting door tot 7.710 in 2030. De sector zet steeds vaker in op samenwerkingen met onderwijsinstellingen en investeert in diversiteit en inclusie.

Nationale Datacenter Dag: datacenters in de schijnwerpers

Het rapport verscheen traditiegetrouw op de Nationale Datacenter Dag, een initiatief van de DDA om het belang van datacenters bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. De eerste uitgave van State of the Dutch Data Centers 2025 werdfeestelijk overhandigd bij Greenhouse Datacenters, in aanwezigheid van ondernemers, gemeenten, en provincie.

Het rapport is hier te downloaden.