Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

OpenAI nu meest waardevolle private bedrijf ter wereld

Door een aandelenverkoop van 6,6 miljard dollar onder werknemers wordt OpenAI gewaardeerd op 500 miljard dollar. Daarmee streeft het SpaceX voorbij. Het bedrijf zegt de enorme waardering te gebruiken om fors te investeren in datacenters en chips, terwijl medewerkers door de verkoop directe liquiditeit krijgen.
Bron: Yahoo

AI is vergeetachtig en wel hierom

Anthropic onderzocht het fenomeen “context rot”: hoe grote taalmodellen hun focus verliezen naarmate er meer tokens in een gesprek worden meegenomen. In hun analyse laten ze zien hoe informatie na verloop van tijd vervaagt of inconsistent wordt. Mogelijke oplossingen zijn compaction-technieken en gestructureerde notities, zodat het model beter het overzicht kan behouden.
Bron: Anthropic

Wikidata wordt AI-vriendelijker

Wikidata, de database achter Wikipedia, krijgt een update die het makkelijker maakt om door AI-systemen te worden gebruikt. De database wordt uitgebreid met gestructureerde formats en betere API-toegang, zodat ontwikkelaars sneller betrouwbare data kunnen integreren in hun modellen en applicaties. De aanpassing moet Wikidata positioneren als een centrale bron voor open, machineleesbare kennis.
Bron: The Verge

Van deurbel tot detective

Ring breidt zijn functies uit van enkel opnemen naar actief zoeken. Met AI kunnen bewoners hun buurtbeelden doorzoeken om pakketdiefstal, vermiste huisdieren en andere incidenten sneller op te sporen. De nieuwe mogelijkheden zijn gekoppeld aan de nieuwste generatie 4K-camera’s.
Bron: Amazon

China tempert verwachtingen rond superintelligentie

Terwijl Sam Altman voorspelt dat kunstmatige superintelligentie rond 2030 haalbaar is, denkt de CEO van het Chinese Zhipu AI dat dit onwaarschijnlijk is. Volgens hem zullen er wel doorbraken komen op deelgebieden, maar blijft volledige menselijke intelligentie buiten bereik in dit decennium.
Bron: Reuters

Tools*

VoiceDropAI

Met VoiceDropAI kun je je stem klonen op basis van een korte opname en daarmee persoonlijke voicemails op schaal versturen. De berichten komen zonder belsignaal direct in de voicemail-inbox van de ontvanger terecht.
Bron: voicedrop.ai

Multiplayer

Multiplayer biedt een platform dat volledige sessieopnames maakt van zowel front- als backend. Daarmee kun je precies zien wat er gebeurde op het moment dat een bug optrad, inclusief de onderliggende code en data. Ontwikkelaars kunnen annotated replays delen binnen het team, waardoor samenwerken aan fixes en nieuwe features sneller en overzichtelijker wordt. Het idee is om debugging en feature development dichter bij elkaar te brengen, zonder dat je eindeloos logs hoeft door te spitten.
Bron: multiplayer.app

Auth0 for AI Agents

Auth0 lanceert een oplossing specifiek voor GenAI-apps. Met een token vault voor veilige API-toegang en fijnmazige autorisatie moeten ontwikkelaars datalekken voorkomen en controle houden over welke agent toegang krijgt tot welke data. Het platform wil zo een vertrouwde laag bieden voor authenticatie en toegangsbeheer in AI-gedreven applicaties.
Bron: Auth0

Tavily

Tavily ontwikkelt een zoek-API waarmee AI-agents sneller en betrouwbaarder webresultaten kunnen ophalen. De resultaten zijn geoptimaliseerd voor gebruik in grote taalmodellen, zodat de kans op hallucinaties kleiner wordt. De dienst richt zich vooral op enterprise-toepassingen waar nauwkeurigheid en snelheid essentieel zijn.
Bron: Tavily

Sourcetable

Sourcetable brengt Excel, ChatGPT en Python samen in één AI-gedreven spreadsheet. Daarmee kun je data analyseren, automatisch grafieken laten genereren en uiteenlopende taken laten uitvoeren zonder te schakelen tussen verschillende tools. Het platform richt zich op teams die sneller inzichten willen halen uit hun data met behulp van AI.
Bron: Sourcetable

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Just Eat Takeaway schrapt honderden banen door inzet AI

De Nederlandse maaltijdbezorger Just Eat Takeaway gaat circa 450 banen schrappen. Het bedrijf wil onderdelen van de operatie deels automatiseren met behulp van kunstmatige intelligentie. Volgens het management moet dit leiden tot snellere processen en een betere klantenservice, maar de reorganisatie heeft grote gevolgen voor medewerkers die hun baan verliezen.
Bron: Reuters

50 miljoen voor AI-ontwikkeling in Nederland

De Nederlandse overheid stelt 50 miljoen euro beschikbaar om de ontwikkeling van AI in eigen land te stimuleren. Het geld gaat naar onderzoeksprojecten en samenwerkingen tussen kennisinstellingen en bedrijven. Met de investering wil de overheid zowel innovatie bevorderen als de internationale concurrentiepositie van Nederland versterken.
Bron: Computable

AP en ACM: chatbot mag mens niet volledig vervangen

De Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt stellen dat bedrijven klanten altijd de mogelijkheid moeten geven om met een mens te spreken. Chatbots kunnen de klantenservice ondersteunen, maar mogen geen volledige vervanging zijn. De toezichthouders willen voorkomen dat consumenten vastlopen in geautomatiseerde processen zonder menselijke uitweg.
Bron: Autoriteit Persoonsgegevens

Nederlandse bedrijven blijven voorzichtig met AI

Uit onderzoek blijkt dat veel Nederlandse bedrijven terughoudend zijn met de inzet van AI. Organisaties zien wel de potentie, maar maken zich zorgen over kosten, regelgeving en ethische kwesties. Daardoor blijft de daadwerkelijke toepassing achter bij de ambities die bestuurders uitspreken.
Bron: Dutch IT Leaders

Kan Europa het tempo van AI-startups bijbenen?

Terwijl bedrijven als OpenAI en Anthropic miljarden investeren en startups aansporen tot snelle groei, worstelt Europa met de vraag of het dit tempo kan volgen. Beperkingen door regelgeving, minder durfkapitaal en gefragmenteerde markten maken de uitdaging groter. Toch zien analisten kansen voor Europese spelers om zich te onderscheiden met betrouwbaarheid en verantwoord gebruik van AI.
Bron: CNBC

Uit recent onderzoek van Infoblox Threat Intel blijkt dat een grootschalige malwarecampagne via DNS-communicatie tienduizenden websites heeft besmet. De dreigingsactor achter de campagne – door onderzoekers aangeduid als Detour Dog – gebruikt DNS-TXT-records om instructies op te halen en malware op servers te activeren, zonder dat eindgebruikers hier iets van merken.

Volgens Infoblox zijn wereldwijd meer dan 30.000 websites gecompromitteerd. Detour Dog selecteert zijn doelwitten zorgvuldig op basis van locatie en apparaattype. Bezoekers die niet tot de doelgroep behoren, krijgen een normale webpagina te zien, waardoor de aanval moeilijk te detecteren is. Het grootste deel van het webverkeer verloopt onopvallend via het Domain Name System (DNS), zonder zichtbare signalen aan de gebruikerszijde.

Detour Dog is volgens de onderzoekers geëvolueerd van het uitvoeren van scam-redirects via affiliate-advertenties naar het verspreiden van zogeheten infostealers. De malware wordt in meerdere stappen opgebouwd via DNS-instructies. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van de StarFish-backdoor en de Strela Stealer-malware, die bekendstaat als tool voor het buitmaken van gevoelige informatie. De dreiging wordt in verband gebracht met Hive0145, een bekende cyberactor.

Opvallend is het gebruik van DNS-TXT-records als command-and-controlkanaal. Deze techniek stelt aanvallers in staat om scripts op te halen via de DNS-laag, zonder direct verkeer naar bekende malwareservers. De staging-hosts zijn afgeschermd achter de gecompromitteerde websites, wat analyse verder bemoeilijkt.

Subtiele aanvalsmethoden

Het onderzoek laat zien dat Detour Dog zich juist kenmerkt door terughoudendheid: ongeveer 90 procent van de DNS-verzoeken resulteert in geen enkele actie. Slechts een klein deel – 9 procent – leidt tot redirects, en 1 procent tot het downloaden en uitvoeren van code. Deze aanpak maakt detectie lastig en zorgt ervoor dat aanvallen lange tijd onopgemerkt kunnen blijven.

Sommige websites bleken al meer dan een jaar besmet, zonder dat dit door eindgebruikers of beheerders werd opgemerkt. De aanvalslogica bevindt zich aan de serverzijde en grijpt alleen in bij specifieke bezoekers. Hierdoor is traditionele endpointbeveiliging vaak niet toereikend.

Detour Dog maakt ook gebruik van botnets om zijn infrastructuur te ondersteunen. In de zomer van 2025 werd de malware verspreid via onder meer het op MikroTik gebaseerde REM Proxy-botnet en het Tofsee-botnet. Daarmee lijken er connecties te bestaan tussen Detour Dog en bekende leveranciers van spam- en botnetdiensten.

Infoblox meldt dat meer dan twee derde van de stagingdomeinen in recente campagnes door Detour Dog worden beheerd. Dat suggereert dat de actor deze domeinen gebruikt als doorgeefluik binnen zijn eigen infrastructuur, in plaats van ze alleen in te zetten voor hostingdoeleinden.

Risico voor bedrijven

De aanvallen van Detour Dog laten zien hoe ogenschijnlijk onschuldige webverzoeken via DNS kunnen uitgroeien tot een serieuze dreiging. Omdat de malware vrijwel volledig buiten zicht van traditionele beveiliging opereert, is monitoring op DNS-niveau essentieel. DNS-security kan volgens Infoblox niet alleen helpen bij detectie, maar ook bij het vroegtijdig blokkeren van kwaadaardige communicatie.

De effectiviteit van die aanpak hangt echter sterk af van actuele en specifieke dreigingsinformatie. Aangezien dreigingsactoren hun methoden voortdurend aanpassen, is diepgaand inzicht in de DNS-laag noodzakelijk om tijdig te kunnen reageren.

AI wordt vaak in één adem genoemd met torenhoge energierekeningen en gigantische rekencentra. En niet zonder reden: het trainen van grote modellen en het draaien van AI-workloads vraagt om enorme hoeveelheden rekenkracht – en dus stroom. Maar diezelfde AI biedt ook oplossingen om duurzamer met digitale infrastructuur om te gaan.

Het publieke debat over AI en duurzaamheid draait momenteel vooral om de negatieve impact. Datacenters die nauwelijks ruimte hebben voor nieuwe AI-racks, exponentieel stijgende GPU-verkoop, en klimaatrapporten die waarschuwen voor de footprint van een enkele AI-query. De zorgen zijn terecht, zeker als AI zonder beleid of begrenzing wordt uitgerold. Maar AI is niet alleen een energieconsument; het is ook een optimalisatiemachine. Goed ingezet, kan het helpen bij energiemanagement, workloadverdeling, efficiënter databeheer en zelfs reductie van hardwarebehoefte.

AI als energieorakel: voorspel wat je verbruikt

Eén van de meest directe toepassingen van AI in het kader van duurzaamheid is energievoorspelling. In moderne datacenters en cloudomgevingen wordt AI ingezet om het verbruik van systemen nauwkeurig te voorspellen – tot op rackniveau. Op basis van historische patronen, externe factoren (zoals weersomstandigheden) en realtime gebruiksdata, kunnen AI-modellen inschatten wanneer de energievraag toeneemt en waar het verbruik piekt. Operators kunnen daarmee bijvoorbeeld koeling proactief aanpassen of workloads slim spreiden.

Sommige hyperscalers, zoals Microsoft en Google, gaan nog een stap verder. Die gebruiken AI om workloads te plannen op basis van de beschikbaarheid van groene stroom. Als het aanbod van zonne- of windenergie op een bepaald moment hoger is, wordt het dataverkeer automatisch verplaatst naar regio’s waar de energiemix op dat moment duurzamer is. Deze zogeheten carbon-aware scheduling is nog in ontwikkeling, maar toont hoe AI kan helpen om digitale processen af te stemmen op de fysieke wereld.

Slimmer dataverkeer = minder verspilling

AI kan ook helpen bij het sturen en filteren van datastromen zelf. In veel organisaties worden enorme hoeveelheden gegevens verzameld, verstuurd en opgeslagen, vaak zonder duidelijke bestemming of nut. Denk aan logdata, sensordata of videostreams van camera’s die nooit bekeken worden. Door AI toe te passen op het punt van binnenkomst, kun je deze data beoordelen op relevantie, urgentie en context. Onbelangrijke of irrelevante informatie kan worden genegeerd of alleen in samengevatte vorm worden opgeslagen. Zogeheten intelligent edge processing speelt hier een sleutelrol: AI draait direct op edge-devices, zoals gateways of routers, en maakt daar al de eerste selectie.

Een voorbeeld: een logistiek bedrijf gebruikt camera’s en sensoren om vrachtbewegingen te volgen. In plaats van alle beelden live door te sturen naar het datacenter, analyseert AI ter plekke of er afwijkingen of incidenten zijn. Alleen die fragmenten worden verzonden. Het resultaat: 85% minder dataverkeer en lagere opslaglasten.

Predictive cooling en AI-gestuurde koelsystemen

Koeling is een van de grootste energieverbruikers in datacenters. Vooral bij AI-gerelateerde workloads, die veel hitte genereren, zijn traditionele koelsystemen soms onvoldoende efficiënt. Steeds vaker worden koelsystemen uitgerust met AI die op basis van hitteprofielen, rackdata en luchtstromen de koeling dynamisch aanpast. In plaats van een constante stroom koude lucht, kijkt het systeem welke delen van de ruimte op dat moment de meeste koeling nodig hebben en hoeveel precies.

Deze predictive cooling leidt tot flinke besparingen. Schneider Electric en Vertiv claimen bij proefopstellingen besparingen van 15 tot 25% op het energieverbruik van koeling, dankzij AI-gestuurde optimalisatie. Ook nieuwe technologieën, zoals vloeistofkoeling, profiteren van AI. De combinatie van sensoren en slimme algoritmes zorgt ervoor dat vloeistoffen op het juiste moment, met de juiste snelheid en temperatuur door systemen worden gepompt, zonder menselijke tussenkomst.

AI op de werkvloer: minder rekenkracht, meer efficiëntie

AI inzetten voor duurzaamheid betekent niet alleen processen automatiseren, maar ook kritisch kijken naar hoe AI zelf wordt ingezet. Veel modellen worden getraind op enorme hoeveelheden data, terwijl kleinere, getunede modellen vaak volstaan. De opkomst van zogeheten small language models (SLM’s) is hier een goed voorbeeld van. Deze compacte AI-modellen zijn getraind op specifieke taken of domeinen en draaien lokaal op energiezuinige hardware. Voor veel toepassingen, zoals chatbots, workflowautomatisering of documentanalyse, bieden ze vergelijkbare prestaties als hun grote broers, maar met een fractie van het energieverbruik.

Organisaties die AI willen inzetten op een duurzame manier, moeten dus niet alleen kijken naar waar ze de modellen draaien (bijvoorbeeld in groene cloudregio’s), maar ook naar welke modellen ze kiezen, hoe vaak ze inference uitvoeren, en of resultaten lokaal kunnen worden gecached in plaats van elke keer opnieuw berekend.

Van verspilling naar voorspelling

De kracht van AI ligt in het vermogen om te voorspellen en bij te sturen. In plaats van reactief managen, kun je met AI anticiperen op verbruik, vervuiling en belasting. En dat gaat verder dan alleen IT. Zo worden er inmiddels AI-systemen ingezet om duurzaamheidsdoelen te monitoren, ESG-rapportages te automatiseren, of milieueffecten van supplychains in kaart te brengen. Wat dat betreft is AI niet alleen een technologisch hulpmiddel, maar ook een bestuursinstrument.

Dat AI ook zélf veel energie verbruikt, kan niet worden gebagatelliseerd. De opmars van generatieve modellen de laatste paar jaar heeft het energieverbruik van sommige cloudomgevingen verdubbeld. Zonder duidelijke strategie dreigt AI meer problemen te veroorzaken dan op te lossen. Daarom is er steeds meer aandacht voor AI-governance, waarbij duurzaamheid wordt meegenomen in de keuze, inrichting en toepassing van AI-systemen. Bedrijven als IBM, SAP en Capgemini bieden inmiddels tools en frameworks om AI duurzaam en ethisch verantwoord te implementeren.

AI als groene versneller – als je het goed aanpakt

AI is niet per se een vijand te zijn van duurzaamheid. Sterker nog: mits goed ingezet kan het een katalysator zijn voor efficiëntere, slimmere en energiezuinigere IT-processen. Maar dat vereist wél de nodige visie. Niet elke AI-oplossing draagt bij aan een groenere toekomst. De kunst is om te kiezen voor toepassingen die het energieverbruik helpen reduceren in plaats van vergroten. En daarbij hoort ook de bereidheid om niet alles te automatiseren ‘omdat het kan’, maar juist te kijken naar wat écht waarde toevoegt.

De Auditdienst Rijk en NOREA hebben het Cbw (NIS2) Control Framework gelanceerd. Dit raamwerk is ontwikkeld om organisaties te ondersteunen bij het versterken van hun digitale weerbaarheid in aanloop naar de nieuwe Cyberbeveiligingswet (Cbw) en het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbb). Deze wet- en regelgeving is de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn.

De Cyberbeveiligingswet legt meer nadruk op de verantwoordelijkheid van bestuurders voor de digitale weerbaarheid van hun organisatie. Het framework biedt een gestructureerde manier om de vereisten uit de wet inzichtelijk te maken en helpt verbeterpunten te identificeren.

Dankzij de modulaire opzet kan het framework worden aangepast aan sector- of organisatiespecifieke eisen. Voor de overheid (BIO2) en de financiële sector (DORA) zijn de vereisten al verwerkt. Het raamwerk is opgezet als een levend document, zodat ook andere sectoren in de toekomst specifieke normen kunnen toevoegen.

Het Cbw (NIS2) Control Framework is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De initiatiefnemers nodigen organisaties uit het raamwerk te gebruiken en feedback te geven om verdere doorontwikkeling mogelijk te maken. Het framework en het bijbehorende studierapport zijn beschikbaar via de websites van de Auditdienst Rijk en NOREA.

Hoewel de Cyberbeveiligingswet nog niet van kracht is, adviseert de Rijksoverheid organisaties nu al maatregelen te treffen. Digitale risico’s zijn immers al aanwezig. Voor aanvullende informatie en praktische hulpmiddelen kunnen organisaties ook terecht bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en het Digital Trust Center (DTC).

LANCOM Systems, onderdeel van het Duitse Rohde & Schwarz, positioneert zich als leverancier van netwerkoplossingen die in Europa worden ontwikkeld en getest. Co-CEO Robert Mallinson ziet een groeiende aandacht voor digitale soevereiniteit. “Organisaties zijn zich meer bewust van de risico’s van afhankelijkheid van niet-Europese partijen.”

Rohde & Schwarz is een familiebedrijf met wereldwijd ongeveer 15 duizend medewerkers en een jaaromzet van zo’n drie miljard euro. De groep levert onder meer meetapparatuur, communicatiesystemen voor defensie en cybersecurityoplossingen. LANCOM valt binnen de divisie Networking & Cybersecurity, waar ook Rohde & Schwarz Cybersecurity en het Duitse encryptiebedrijf SIT onder vallen. “Die combinatie maakt het mogelijk netwerk- en beveiligingsoplossingen in samenhang aan te bieden,” zegt Mallinson.

LANCOM werkt vrijwel volledig via het kanaal en telt wereldwijd 1.800 actieve partners, waarvan veel al tientallen jaren met het bedrijf samenwerken. De vraag naar veilige netwerken groeit en kennisoverdracht is een belangrijk speerpunt. “We willen dat partners zelfstandig implementaties kunnen uitvoeren en storingen oplossen,” zegt Mallinson. Online trainingen en productgebonden AI-chatbots moeten hen daarbij ondersteunen.

Licentiemodel

In tegenstelling tot leveranciers die volledig overstappen op strikte abonnementsmodellen, kiest LANCOM voor een flexibeler benadering. Apparatuur blijft functioneren als een licentie afloopt, al vervallen dan centrale beheerfuncties via de LANCOM Management Cloud. Partners kunnen via het Service Provider License Agreement-model licenties maandelijks afnemen. “Dat geeft organisaties ruimte om hun licenties aan te passen aan hun actuele situatie,” licht Mallinson toe.

Het portfolio bestaat uit routers, firewalls, wifi-oplossingen en switches tot 6,4TBps, waarmee ook grote campusomgevingen bediend kunnen worden. Nieuwe Wifi 7-accesspoints worden uit recyclebaar materiaal zonder gelijmde onderdelen vervaardigd en bevatten energiebesparende functies. Via de LANCOM Management Cloud is het mogelijk het energieverbruik van netwerkapparatuur te monitoren en te optimaliseren. “Waarom zou een winkel ’s nachts wifi aan hebben staan? Door slim te schakelen besparen organisaties kosten en energie,” zegt Mallinson.

Ook in de gezondheidszorg ziet LANCOM mogelijkheden, bijvoorbeeld door het integreren van IoT-functies in wifi-infrastructuur. In ziekenhuizen kan zo apparatuur worden gevolgd en beheerd, variërend van bedden tot medische meetinstrumenten.

Mallinson verwacht dat de vraag naar veilige en beheersbare netwerkoplossingen de komende jaren verder zal toenemen, vooral in sectoren met kritieke infrastructuur zoals zorg, energie en transport. “Met de combinatie van Europese ontwikkeling, aandacht voor security en een sterke partnerbasis willen we daar een relevante bijdrage aan leveren.”

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Apple Intelligence nu ook in Nederland beschikbaar

Met de beta’s van iOS 26.1 en macOS 26.1 is Apple Intelligence voor het eerst actief in Nederland. Daarmee krijgen gebruikers toegang tot de AI-functies die eerder alleen in Engelstalige landen beschikbaar waren, zoals slimme samenvattingen en verbeterde schrijfhulp.
Bron: iCulture

Google brengt goedkoper AI Plus-abonnement uit

Google introduceert wereldwijd een voordeliger AI Plus-plan van circa 5 dollar per maand. Het pakket bevat toegang tot Gemini 2.5 Pro, tools als Veo 3 Fast en Flow, integratie in Gmail en Docs, plus 200 GB opslag. Daarmee zet Google druk op concurrerende AI-abonnementen.
Bron: TechCrunch

Advocaat in Californië krijgt boete voor ChatGPT-fabricaties

Een advocaat in Californië moet 10.000 dollar betalen omdat hij in een beroepschrift tientallen verzonnen citaten gebruikte die door ChatGPT waren gegenereerd. Het hof noemde dit een waarschuwing voor de juridische sector en werkt aan strengere richtlijnen rond AI-gebruik in rechtbanken.
Bron: CalMatters

Microsoft blokkeert AI-verhulde phishingcampagne

Microsoft Threat Intelligence ontdekte en stopte een phishingaanval waarbij aanvallers AI gebruikten om de kwaadaardige code te verhullen. Volgens het bedrijf laat dit zien hoe cybercriminelen AI inzetten om detectie te ontwijken, en hoe beveiligingsteams op hun beurt AI moeten gebruiken om zulke aanvallen te herkennen.
Bron: Microsoft Security Blog

Ontwikkelaars omarmen AI volgens Google’s DORA-rapport

Het jaarlijkse DORA-rapport van Google laat zien dat meer dan 70 procent van de ontwikkelteams AI-tools inzet om code sneller te schrijven en softwarekwaliteit te verbeteren. Teams die AI integreren rapporteren hogere productiviteit en minder incidenten in productie.
Bron: Google Blog

Tools*

DevPlan – AI-hulp bij softwareplanning

DevPlan is een AI-tool die ontwikkelteams ondersteunt bij het plannen en prioriteren van softwareprojecten. De tool genereert automatisch roadmaps, sprintplannen en taakverdelingen op basis van teamdoelen en beschikbare capaciteit.
Bron: DevPlan

Cresh – AI voor marktonderzoek en businessanalyse

Cresh is een multi-agent AI-tool die ondernemers helpt hun businessideeën te verfijnen. De tool voert automatisch marktonderzoek en concurrentieanalyses uit en genereert aanbevelingen om strategieën te verbeteren.
Bron: Cresh

Stakly – full-stack webapps bouwen met AI

Stakly is een AI-platform waarmee je complete webapplicaties kunt ontwikkelen en lanceren. De tool automatiseert het schrijven van code, koppelt databases en regelt veilige authenticatie, zodat ontwikkelaars sneller van idee naar live product gaan.
Bron: Stakly

Developer Toolkit – code genereren vanuit prompts

Developer Toolkit zet natuurlijke taal direct om in productieklare code. Ontwikkelaars kunnen volledige features in enkele minuten laten bouwen door simpelweg een prompt in te voeren.
Bron: Developer Toolkit

Barie – AI-assistent voor research en strategie

Barie is een AI-platform dat fungeert als executive assistant. Het combineert diepgaand onderzoek, workflow-automatisering en strategische planning, zodat professionals sneller onderbouwde beslissingen kunnen nemen.
Bron: Barie
*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Nieuwe plug-and-play AI-modules voor mkb

Het Nederlandse AiBitches.nl introduceert tien kant-en-klare AI-modules waarmee mkb-bedrijven zonder technische kennis AI kunnen integreren in bestaande processen. De modules richten zich onder meer op documentverwerking, klantinteractie en voorspellende analyses.
Bron: AIwereld

Guzco – Nederlandse startup voor AI-fraudedetectie

Het Amsterdamse Guzco.ai ontwikkelt een API die online transacties in realtime scant op fraude. Het systeem maakt gebruik van federated learning en een zero-knowledge architectuur, waardoor bedrijven risico’s kunnen detecteren zonder gevoelige data te delen.
Bron: Guzco

Nederland start internationale dialoog over AI in defensie

Nederland is binnen de Verenigde Naties een dialoog gestart over het verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. Doel is om met andere landen afspraken te maken over transparantie, toezicht en ethische kaders bij de inzet van AI-toepassingen in defensie.
Bron: Rijksoverheid

AI & Big Data Expo Europe 2025 in Amsterdam

Op 24 en 25 september vond in de RAI Amsterdam de AI & Big Data Expo Europe plaats. Met meer dan 150 sprekers en interactieve sessies werd ingegaan op onderwerpen als Responsible AI, personalisatie en ethische AI. Het evenement bood professionals volop netwerkmogelijkheden en een blik op de toekomst van digitale transformatie.
Bron: data.europa.eu

Allianz: 60% van banen hogeropgeleiden in Nederland gevoelig voor Agentic AI

Volgens kredietverzekeraar Allianz Trade bevat 60 procent van de banen van hogeropgeleiden in Nederland taken die de komende vijf jaar kunnen worden overgenomen door Agentic AI. Vooral functies in ICT, consultancy, advocatuur en management lopen risico op ingrijpende veranderingen.
Bron: AIwereld

Unified communications en telecom zijn al jaren onmisbare pijlers onder het digitale werken. De volgende stap in die evolutie is de integratie van AI en automatisering. Wat ooit begon met simpele transcripties en automatische ondertiteling, ontwikkelt zich nu tot slimme assistenten die gesprekken analyseren, processen versnellen en zelfs klantinteractie deels overnemen. Wat levert AI in telecom en UC nu al op voor de eindklant?

In platforms als Microsoft Teams, Zoom en Webex verschijnen AI-functies in rap tempo. Bekende voorbeelden zijn live transcripties en real-time vertalingen, waarmee organisaties taalbarrières kunnen doorbreken. Ook samenvattingen van vergaderingen, inclusief actielijsten en deadlines, worden steeds betrouwbaarder. Dit scheelt tijd en maakt vergaderingen toegankelijker voor collega’s die later aanhaken.

Daarnaast wordt sentimentanalyse ingezet om klantgesprekken te beoordelen: hoe tevreden klinkt een klant, waar loopt de frustratie op en hoe reageert de medewerker? Deze inzichten worden gekoppeld aan training en coaching. Contactcenters gebruiken bovendien AI om gesprekken te routeren naar de juiste medewerker op basis van het onderwerp, de taal of de emotie van de beller.

Tussen hype en werkelijkheid

Niet alles wat in de markt wordt gepresenteerd, levert al directe waarde op. Sommige AI-toepassingen zijn nog vooral een belofte, zoals de ‘vergadercoach’ die vergaderingen automatisch optimaliseert of AI-gestuurde besluitvorming die managers adviseert. De praktijk wijst uit dat veel organisaties eerst worstelen met basale zaken als het inrichten van de juiste governance en het trainen van medewerkers in het gebruik van de nieuwe functies.

Maar er tekent zich wel een duidelijke lijn af: toepassingen die de administratieve last verminderen, worden snel geaccepteerd. Automatische notulen, follow-up taken en integraties met CRM-systemen worden al volop gebruikt. Want AI bespaart hier direct tijd en levert tastbare voordelen op.

Risico’s en aandachtspunten

De snelle opmars van AI binnen UC-platformen brengt ook nieuwe vragen met zich mee. Omtrent privacy bijvoorbeeld. Gesprekken die worden geanalyseerd of opgeslagen in de cloud moeten voldoen aan wetgeving als de AVG. Wie heeft toegang tot die data, en hoe worden fouten in transcripties of analyses gecorrigeerd?

Ook is er een afhankelijkheid van de leverancier. De meeste AI-functies draaien in de cloud van de aanbieder, wat betekent dat organisaties beperkt grip hebben op de werking en de beveiliging. Er zijn ook nogal wat verschillen in de taalversies. Engelstalige transcripties zijn vaak beter dan Nederlandstalige, tot frustratie van gebruikers die regelmatig tussen deze talen schakelen in hun dagelijkse werk.

De rol van providers en partners

Het is duidelijk dat eindklanten behoefte hebben aan begeleiding bij het selecteren, configureren en beveiligen van AI-functies. Providers kunnen bovendien helpen bij het koppelen van UC-platformen aan andere systemen, zodat bijvoorbeeld een klantgesprek in Teams direct zichtbaar is in het CRM.

Een andere rol ligt in het bewaken van de balans tussen efficiëntie en menselijkheid. Niemand wil steeds maar weer aangesproken worden door overduidelijke bots. Automatisering mag dus niet ten koste gaan van persoonlijke interactie in klantcontact.

Je hoeft geen profeet te zijn om te kunnen zeggen dat UC zich in de komende jaren zal ontwikkelen tot een intelligent ecosysteem waarin spraak, video en data volledig geïntegreerd zijn. AI is dan geen losse toevoeging meer, maar de basis die alle communicatie kan aansturen en liefst verrijken.

Zover is het nu nog niet, maar het kan geen kwaad nu al te investeren in kennis en ervaring met AI in telecom en UC. De uitdaging wordt om de balans te vinden tussen de technologie en de dagelijkse praktijk van veilig, effectief en vooral menselijk communiceren.

Na Wi-Fi 6 en de uitbreiding met 6E staat nu de zevende generatie draadloze netwerktechnologie op de drempel van adoptie: Wi-Fi 7, oftewel IEEE 802.11be. Deze nieuwe standaard belooft snellere verbindingen, minder vertraging en hogere capaciteit. Maar hoe relevant is dit in de praktijk voor organisaties met enkele tientallen tot honderden werkplekken? En is het de moeite waard om je klanten nu al te helpen met de overstap?

Wi-Fi 7 bouwt voort op de verbeteringen van zijn voorgangers, maar voegt daar enkele belangrijke nieuwe functies aan toe die vooral in drukbezette werkomgevingen tot hun recht komen.

Zo wordt de kanaalbreedte in de 6 GHz-band verdubbeld naar 320 MHz. Dit betekent dat er aanzienlijk meer data tegelijk kan worden verwerkt, waardoor congestie wordt verminderd. Dankzij 4K QAM – een efficiëntere modulatiemethode – kan elke datapuls meer informatie bevatten, wat resulteert in hogere snelheden.

Een van de opvallendste innovaties is de zogeheten Multi-Link Operation (MLO). Daarmee kunnen apparaten tegelijkertijd meerdere frequentiebanden gebruiken, zoals 2.4, 5 en 6 GHz. Dat maakt het netwerk niet alleen sneller, maar ook robuuster: als één band overbelast is, wordt automatisch een andere gebruikt.

Verder is de latency bij Wi-Fi 7 lager dan bij eerdere standaarden. In de praktijk betekent dit dat toepassingen zoals videobellen, online samenwerken of realtime cloudgebruik soepeler verlopen. De maximale bruto datasnelheid ligt op papier op 46 Gbps – aanzienlijk hoger dan de 10 Gbps die bij Wi-Fi 6 mogelijk was – al zullen die snelheden in realistische omgevingen meestal lager uitvallen.

Wanneer biedt Wi-Fi 7 echt voordeel?

Voor organisaties met zo’n 50 tot 250 werkplekken zijn snelheid en capaciteit belangrijk, maar stabiliteit en betrouwbaarheid minstens zo relevant. Wi-Fi 7 komt dan vooral van pas in situaties waarin veel medewerkers tegelijkertijd online zijn, waarbij het netwerk meerdere applicaties moet ondersteunen.

Denk aan kantoren waar werknemers intensief gebruikmaken van Microsoft 365, cloudgebaseerde boekhoud- of CRM-systemen, en regelmatig videocalls houden via Teams of Zoom. Ook als er regelmatig gasten of flexwerkers inloggen op het netwerk, of als er veel mobiele apparaten (laptops, tablets, smartphones) in omloop zijn, levert een Wi-Fi 7-netwerk voordelen op.

De verbeterde bandbreedteverdeling en lagere latency helpen ook om vertragingen of haperingen te voorkomen, bijvoorbeeld bij het openen van grote bestanden vanuit de cloud of bij het bewerken van gedeelde documenten.

Is het al beschikbaar?

Ja, maar beperkt. Verschillende fabrikanten hebben inmiddels access points op de markt gebracht die Wi-Fi 7 ondersteunen. Bekende voorbeelden zijn modellen uit de reeksen TP-Link Omada, Ubiquiti UniFi, Cisco Meraki Go en Aruba Instant On. Dit zijn oplossingen die specifiek bedoeld zijn voor kleinere en middelgrote organisaties.

Aan de gebruikerskant is ondersteuning nog schaars. Alleen de nieuwste smartphones, tablets en laptops zijn op dit moment compatibel met Wi-Fi 7. Maar omdat de meeste access points ook oudere standaarden ondersteunen, kunnen bestaande apparaten voorlopig gewoon blijven werken. Je kunt dus al investeren in een Wi-Fi 7-infrastructuur, zonder dat je direct al je devices hoeft te vervangen.

Wat betekent dit voor het netwerk?

Klanten die nu al nadenken over vernieuwing van het draadloze netwerk, doen er goed aan een paar randvoorwaarden mee te nemen. Allereerst moet de bekabelde infrastructuur krachtig genoeg zijn om de hogere snelheden aan te kunnen. Access points die Wi-Fi 7 ondersteunen, leveren vaak meer dan 1 Gbps door, waardoor het verstandig is om te kiezen voor switches met 2.5G- of zelfs 10G-uplinks.

Ook de stroomvoorziening kan een aandachtspunt zijn. Veel Wi-Fi 7-apparaten vragen meer vermogen dan eerdere generaties. PoE++ (de 802.3bt-standaard) is dan een vereiste om access points via de netwerkkabel van voldoende stroom te voorzien.

Daarnaast loont het om te kijken naar het beheerplatform. Zeker als er meerdere vestigingen zijn, of als je als organisatie geen eigen IT-afdeling hebt, is het handig als je netwerk eenvoudig te beheren is via een centrale cloudomgeving of mobiele app.

En de beveiliging?

Net als Wi-Fi 6 maakt Wi-Fi 7 standaard gebruik van WPA3-versleuteling. Daarmee zijn verbindingen beter beschermd tegen afluisteren en brute force-aanvallen. In moderne oplossingen is het bovendien vaak mogelijk om extra beveiligingsopties te activeren, zoals netwerksegmentatie (bijvoorbeeld aparte netwerken voor personeel en gasten), toegangsregels per apparaattype of tijdslot, en realtime monitoring via dashboards.

Juist in kleinere organisaties, waar IT-beheer niet altijd prioriteit heeft, biedt dit type beheeromgeving meer overzicht en controle zonder dat het complex wordt.

Is overstappen verstandig?

Bij klanten waar je recent een upgrade naar Wi-Fi 6 hebt gedaan, is het niet nodig om direct actie te ondernemen. De stap van Wi-Fi 6 naar 7 is weliswaar technisch relevant, maar niet zo fundamenteel als de overgang van Wi-Fi 4 of 5 naar Wi-Fi 6 was.

Merk je dat netwerk regelmatig traag aanvoelt, of staat er binnenkort toch al een vervanging op de planning, dan doe je er goed aan om Wi-Fi 7 nu al mee te nemen in de overweging. Nieuwe access points zijn immers ook geschikt voor oudere apparaten, en zorgen ervoor dat toekomstige uitbreidingen geen bottleneck vormen.

Voor organisaties die volop inzetten op cloud, hybride werken en digitale samenwerking, kan Wi-Fi 7 bijdragen aan een merkbaar betere netwerkervaring – zeker op piekmomenten.

Wi-Fi 7 vs. private 5G – concurrenten of complementair?

Nu Wi-Fi 7 aan de vooravond van adoptie staat, duikt ook de vraag op of private 5G niet een aantrekkelijker alternatief is. Zeker in sectoren waar mobiliteit, bereik of betrouwbaarheid centraal staan, worden beide technologieën vaak naast elkaar genoemd. Maar hoe verhouden ze zich tot elkaar?

Private 5G is vooral interessant voor omgevingen waar hoge betrouwbaarheid, lage latency en dekking over grotere afstanden belangrijk zijn. Denk aan industriële omgevingen, logistieke centra of buitenterreinen. Het vraagt echter om licenties, een aparte infrastructuur en vaak ook ondersteuning van gespecialiseerde partijen.

Wi-Fi 7 daarentegen is eenvoudiger te implementeren, maakt gebruik van bestaande netwerkinfrastructuur, en is goedkoper in beheer en onderhoud. Dat maakt het beter geschikt voor kantooromgevingen, onderwijsinstellingen, zorglocaties of kleinere bedrijfspanden.

In de praktijk vullen beide technologieën elkaar eerder aan dan dat ze elkaar vervangen. Voor organisaties tot 250 werkplekken is Wi-Fi 7 in de meeste gevallen de logische keuze, tenzij er hele specifieke eisen zijn rond mobiliteit of beschikbaarheid onder zware omstandigheden.

 

Bij een gerichte aanvalscampagne zijn wereldwijd gevoelige klantgegevens buitgemaakt uit Salesforce-omgevingen van honderden bedrijven. In totaal zouden meer dan 1,5 miljard records zijn gestolen. De aanvallers wisten misbruik te maken van OAuth-integraties met populaire tools van derden, waaronder Drift en Salesloft.

Het gaat volgens onderzoekers van Google Cloud’s Threat Intelligence-team om een geavanceerde supply chain-aanval waarbij geautoriseerde toegangstokens zijn buitgemaakt. De aanvallers konden daarmee Salesforce-instances benaderen en op grote schaal data exporteren, zonder dat sprake was van een kwetsbaarheid in Salesforce zelf.

De aanval is toegeschreven aan een groep met de aanduiding UNC6395, die eind juli 2025 toegang wist te krijgen tot OAuth-tokens via een compromis in de infrastructuur van Salesloft en Drift. Met die tokens werden Salesforce-accounts van onder meer Google, Zscaler, Cloudflare en andere grote organisaties benaderd. Ook de FBI heeft inmiddels een officiële waarschuwing uitgegeven waarin deze en vergelijkbare campagnes worden beschreven.

Social engineering en connected apps

Naast het misbruik van OAuth-integraties via tools van derden signaleren experts ook een tweede aanvalsmethode. Een andere groep, UNC6040, past geavanceerde vormen van social engineering toe. Daarbij worden medewerkers telefonisch benaderd door personen die zich voordoen als IT-support, met als doel toegang tot accounts of installaties van tools zoals Salesforce Data Loader.

In beide gevallen richten de aanvallers zich op export van klantgegevens, toegang tot gevoelige tokens, of het in kaart brengen van de bedrijfsstructuur via Salesforce-objecten zoals Accounts, Opportunities en Cases.

Zowel Salesforce als de getroffen integratiepartners geven aan dat hun platformen zelf niet zijn gecompromitteerd. De aanval laat volgens analisten vooral zien hoe kwetsbaar OAuth-gestuurde integraties zijn wanneer derde partijen toegang krijgen tot bedrijfsdata zonder aanvullende beveiligingsmaatregelen.

Google meldt dat honderden organisaties getroffen zijn en dat de aanvallen maandenlang onopgemerkt zijn gebleven. De schaal van de datadiefstal — met ruim 1,5 miljard records — maakt deze supply chain-aanval een van de grootste in zijn soort.

FBI en Google publiceren mitigatieadviezen

De FBI heeft een Flash Bulletin uitgegeven met daarin indicatoren van compromittering (IoC’s), aanbevelingen en waarschuwingen voor IT-teams. Ook Google publiceerde een lijst van getroffen apps en best practices voor organisaties die Salesforce gebruiken:
• Controleer alle geautoriseerde OAuth-integraties.
• Herroep en roteer alle tokens van verdachte of onnodige apps.
• Beperk rechten via het ‘least privilege’-principe.
• Analyseer logs op ongebruikelijke data-extractie of SOQL-queries.
• Zet waar mogelijk aanvullende beveiliging in, zoals IP-whitelisting en phishing-resistente MFA.

Securityspecialisten raden verder aan om medewerkers bewust te maken van social engineeringtechnieken, met name rond telefonische benaderingen of valse IT-helpdesks.

Microsoft heeft een publieke preview gelanceerd van Windows 365 Cloud Apps, een nieuwe functionaliteit waarmee organisaties specifieke Windows-applicaties via de cloud kunnen aanbieden aan gebruikers – zonder dat een volledige virtuele desktop per persoon nodig is.

Microsoft breidt zijn Windows 365-portfolio uit met de introductie van Cloud Apps. Deze nieuwe functie maakt het mogelijk om individuele applicaties, zoals Word of Outlook, te streamen naar gebruikersapparaten, zonder dat daarvoor een complete Cloud PC hoeft te worden ingericht. De functie is per direct beschikbaar als publieke preview.

De applicaties draaien in een virtuele Windows-omgeving, maar worden als losse vensters gepresenteerd op het apparaat van de gebruiker. In tegenstelling tot browserversies van Office-apps gaat het hier om volwaardige Windows-versies, met ondersteuning voor functies zoals macro’s, plug-ins en integraties met andere zakelijke software. Organisaties kunnen hiermee dus zwaardere of bedrijfskritische toepassingen aanbieden zonder concessies te doen aan functionaliteit.

De Cloud Apps werken op basis van een Windows 365 Frontline-licentie in zogenaamde shared mode. Hierbij delen meerdere gebruikers één licentie, zolang zij de cloudomgeving niet gelijktijdig gebruiken. Dit maakt het model vooral aantrekkelijk voor scenario’s waarbij applicaties op gedeelde werkplekken of in ploegendiensten worden gebruikt, zoals in de retail, zorg, of productieomgevingen.

IT-beheerders kunnen via Intune of de Windows 365-beheerconsole per gebruiker of gebruikersgroep instellen welke applicaties worden gepubliceerd. Standaardapps zoals Microsoft 365 kunnen eenvoudig worden gedeeld, maar ook aangepaste bedrijfsapplicaties kunnen beschikbaar worden gemaakt via custom images – al is die functionaliteit nog beperkt in de huidige previewfase.

De toegang tot de Cloud Apps verloopt via de Windows App, die beschikbaar is voor meerdere platformen, waaronder Windows, macOS, iOS en via de browser. In deze applicatie is nu een Windows 365-filter toegevoegd, waardoor gebruikers hun gepubliceerde apps sneller kunnen terugvinden. Op de Mac biedt de app volledige ondersteuning voor het gebruik van Cloud Apps, inclusief bestandsdeling en multi-monitorfunctionaliteit, mits correct geconfigureerd.

Toepassingen als Microsoft Teams worden nog niet ondersteund binnen Windows 365 Cloud Apps. Ook moeten de gepubliceerde apps vindbaar zijn via het Startmenu van de image waarop ze zijn gebaseerd – installaties die hiervan afwijken worden in deze preview nog niet meegenomen. Volgens Microsoft wordt de functionaliteit de komende maanden verder uitgebreid.

IT-organisaties krijgen zo een extra mogelijkheid om Windows-apps te leveren in hybride of multi-device omgevingen, zonder dat de complexiteit of licentiekosten van volledige virtuele werkplekken nodig zijn. Tegelijkertijd behouden gebruikers toegang tot hun vertrouwde apps, inclusief instellingen, personalisaties en integraties, waar ze zich ook bevinden.