Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Meta introduceert Ray-Ban Display Glasses met AR-functionaliteit

Meta breidt zijn assortiment slimme brillen uit met de nieuwe Ray-Ban Display Glasses. In tegenstelling tot eerdere modellen bevatten deze brillen een ingebouwd display voor AR-overlay en kunnen ze worden aangestuurd via spraak en gebaren. Volgens Meta is dit een volgende stap richting een breder AR-ecosysteem. Met de introductie betreedt het bedrijf een markt waar ook andere spelers zoals Apple, Xreal en Samsung actief zijn.
Bron: TechCrunch

Datastreaming cruciaal voor AI-adoptie

Volgens het nieuwste Data Streaming Report van Confluent ziet 89% van de IT-leiders dat datastreaming de adoptie van AI vereenvoudigt. De technologie helpt om sneller toegang te krijgen tot betrouwbare data en maakt governance overzichtelijker. 90% van de ondervraagden wil de investeringen in datastreaming dit jaar verhogen. Confluent noemt DSP’s ‘de brandstof van moderne organisaties’ en ziet onder meer toepassingen in realtime fraudedetectie en agentic AI.
Bron: ChannelConnect

Zoom-topman pleit voor werkweek van drie dagen dankzij AI

Eric Yuan, CEO van Zoom, ziet in AI een kans om de manier waarop we werken fundamenteel te veranderen. In een interview met Fortune stelt hij dat AI veel routinetaken kan overnemen, waardoor een driedaagse werkweek op termijn haalbaar zou zijn. Werknemers kunnen zich dan richten op creativiteit, strategie en samenwerking. Yuan verwacht dat AI uiteindelijk banen zal vervangen, maar ook ruimte creëert voor een nieuwe balans tussen werk en privé.
Bron: Fortune

Nano Banana groeit razendsnel

De AI-tool Nano Banana, die sterk in opkomst is in Nederland, biedt snelle beeldbewerking met behulp van AI. Gebruikers kunnen onder meer achtergronden verwijderen, gezichten aanpassen of expressies wijzigen. Volgens het bedrijf zijn er inmiddels meer dan een miljoen gebruikers, die dagelijks honderden miljoenen bewerkingen uitvoeren. Nano Banana richt zich op zowel consumenten als zakelijke gebruikers en positioneert zich als laagdrempelig alternatief voor complexere beeldtools.
Bron: AIwereld

AI verandert het koopgedrag van eindklanten

Steeds meer eindklanten oriënteren zich zelfstandig online, geholpen door AI-tools die advies geven, alternatieven tonen en prijzen vergelijken. Daardoor komen klanten later in het verkoopproces bij een msp terecht en verwachten ze meer maatwerk en strategisch advies. Volgens onderzoek van Canalys moet de msp zich aanpassen aan deze verschuiving, onder meer door meer aandacht te geven aan customer success en proactieve dienstverlening.
Bron: ChannelConnect

Tools*

WisprFlow: snelle dicteertool voor tekst op basis van spraak

WisprFlow is een AI-gebaseerde dictatie-app waarmee je direct teksten kunt inspreken. De tool zet spraak razendsnel om naar tekst, bijvoorbeeld voor e-mails, notities of langere documenten. WisprFlow richt zich op gebruikers die hun productiviteit willen verhogen door minder te typen en meer te dicteren.
Bron: WisprFlow

Summate: AI-tool voor samenvattingen van webpagina’s en video’s

Summate is een AI-tool die automatisch samenvattingen genereert van artikelen, webpagina’s en YouTube-video’s. Gebruikers kunnen eenvoudig een link invoeren, waarna Summate de kernpunten overzichtelijk weergeeft. De dienst is bedoeld om tijd te besparen en snel inzicht te krijgen in lange of complexe content.
Bron: Summate

Floot: webapps bouwen via chat zonder te coderen

Floot is een AI-gedreven no-code platform waarmee je volledige webapplicaties kunt maken door simpelweg je ideeën te beschrijven in een gesprek. De tool zet instructies automatisch om in werkende apps, inclusief interface, logica en workflows. Daarmee mikt Floot op makers die snel willen prototypen zonder technische drempels.
Bron: Floot

Flutch: realtime inzicht in kosten en prestaties van AI-agents

Flutch is een analyticsplatform dat realtime inzicht geeft in het gedrag, de kosten en de prestaties van AI-agents. Ontwikkelaars en teams kunnen het inzetten vanaf proof of concept tot en met productie, om beter te begrijpen wat hun agents doen en hoeveel resources dat kost. De tool helpt bij het optimaliseren van workflows en het beheersen van uitgaven.
Bron: Flutch

Skymel: AI-agents bouwen vanuit gewone taal

Met Skymel kunnen gebruikers AI-agents ontwikkelen door simpelweg in gewone taal te beschrijven wat de agent moet doen. Het platform genereert automatisch een plan, kiest geschikte modellen en zorgt voor fallback-mechanismen als iets misgaat. Skymel richt zich op ontwikkelaars en bedrijven die snel production-ready agents willen bouwen zonder diepgaande AI-kennis.
Bron: Skymel
*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Grote investering in Nederlandse techindustrie aangekondigd op Prinsjesdag

Het kabinet investeert 430 miljoen euro extra in de Nederlandse techsector, met specifieke aandacht voor AI, digitalisering en cybersecurity. Met dit pakket wil de overheid de technologische infrastructuur versterken en innovatie stimuleren, zowel in het bedrijfsleven als in de publieke sector.
Bron: Rijksoverheid

EY: Nederlandse AI-adoptie groeit sneller dan verwacht

Nederland maakt volgens de nieuwste EY AI Barometer een opvallende inhaalslag op het gebied van AI-adoptie. Waar het land vorig jaar nog onderaan bungelde in Europa, behoort het nu tot de middenmoot. Vooral in het mkb en de dienstensector groeit het vertrouwen in AI-toepassingen snel.
Bron: EY Nederland

Europese Data Act van kracht sinds 12 september

Sinds 12 september is de Europese Data Act officieel van toepassing. De wetgeving geeft bedrijven en consumenten in de EU meer rechten op het gebied van toegang tot en overdraagbaarheid van data. De regels zijn bedoeld om datadeling te bevorderen, innovatie te stimuleren en gebruikers beter te beschermen tegen oneerlijke voorwaarden.
Bron: Europese Commissie

Fors minder onterechte verdenkingen longkanker door AI-toepassing bij MST en Universiteit Twente

Onderzoekers van het Medisch Spectrum Twente (MST) en de Universiteit Twente melden dat dankzij inzet van AI het aantal onterechte verdenkingen van longkanker flink is gedaald. De AI-systemen helpen bij het verwerken van medische beelden, waardoor diagnoses sneller en met minder fouten gesteld worden.
Bron: Skipr

Overheid en onderwijs mogen Microsoft Copilot gebruiken na aanpassing privacybeleid

Na overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens heeft Microsoft privacyrisico’s rond Copilot verminderd, waardoor het gebruik van de AI-assistent nu ook is toegestaan binnen Nederlandse overheidsinstellingen en onderwijsorganisaties. Eerder was er kritiek op het gebrek aan transparantie en dataminimalisatie, maar volgens de toezichthouder zijn de grootste zorgen inmiddels weggenomen.
Bron: Dutch IT Leaders

Sinds begin dit jaar heeft IT-dienstverlener Vooruit een eigen security–afdeling. Aan het roer staat Earth Grob, een specialist die zijn sporen verdiende bij Fox IT en als tiener begon met hacken. Met zijn team bouwt hij aan een aanpak die zich onderscheidt door niet alleen te adviseren, maar ook daadwerkelijk te implementeren. “Klanten hebben niets aan nog een rapport in de la. Ze willen dat hun IT-omgeving veilig wordt gemaakt.”

Jij begon ooit als hacker. Hoe is dat gegaan?

“Dat klopt. Als puber mocht ik thuis maar beperkt internetten of gamen. Toen mijn ouders de router uitzetten, besloot ik de wifi te -hacken. En omdat ik elke avond mijn iPod moest inleveren, legde ik er een kapot exemplaar neer dat ik via Marktplaats had gekocht. Zo hield ik toch toegang. Dat ondeugende en rebelse zat er vroeg in. Later ben ik informatica gaan studeren in Delft. Dat was niet altijd mijn passie – ik wilde vooral systemen kraken – maar achteraf legde die studie een belangrijke basis voor mijn werk in security.”

Wat was je eerste stap in de cybersecuritywereld?

“Mijn eerste baan was bij een klein securitybedrijf, daarna ben ik naar Fox IT gegaan. Daar heb ik veel geleerd, zowel over offensieve security – het hacken – als over defensieve aspecten, zoals incident response. Ik mocht er veel verschillende rollen vervullen, tot en met voorzitter van de ondernemingsraad. Die brede ervaring heeft mijn blik verruimd. Maar ik zag ook de keerzijde van consultancy: klanten betalen soms tonnen voor rapporten, terwijl hun problemen onopgelost blijven.”

Was dat de reden om met een team van Fox IT naar Vooruit te gaan?

“Ja. We zagen dat het vaak bij rapporteren bleef. Terwijl je als securityspecialist juist wilt dat een klant daadwerkelijk veiliger wordt. Ik ben iemand die graag de knop omzet in plaats van er alleen over schrijft. Samen met vier collega’s ben ik in januari naar Vooruit overgestapt. Inmiddels zijn we met tien mensen. Vooruit gaf ons de kans om een eigen businessunit cybersecurity op te zetten, waarin we onze visie kunnen uitwerken.”

Wat maakt die visie anders dan bij veel andere partijen?

“Vooruit wil security tastbaar -maken. We adviseren niet alleen, we voeren ook uit. Dat betekent dat we klanten helpen bij pentesten en incident response, maar ook bij implementatie en beheer. Ik heb bij de start een businessplan geschreven waarin we nadruk leggen op security engineering. Daarmee willen we de brug slaan tussen advies en praktijk. Klanten krijgen bij ons niet alleen een APK, maar ook de monteur die het probleem direct oplost.”

Hoe werkt dat concreet in de praktijk?

“Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over. Die hebben vaak niet de kennis of capaciteit om met complexe oplossingen te werken. Dan regelen wij het gewoon. Voor grotere klanten – bijvoorbeeld in de zorg of de publieke sector – vullen we bestaande teams aan. Onze oplossingen zijn gebundeld in pakketten onder de naam Vooruit Beschermt: basis, uitgebreid of compleet, afhankelijk van het risicoprofiel. Zo willen we security overzichtelijker en beter toepasbaar maken.”

Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over

Je noemde eerder je frustratie over rapporten die in een la verdwijnen. Kun je een voorbeeld geven?

“Zeker. Ik heb meegemaakt dat er €80.000 werd uitgegeven aan adviesrapporten, zonder dat er iets was opgelost. Terwijl ik wist dat ik met een paar aanpassingen direct resultaat kon bereiken. Dat is zonde van het geld en de tijd. Wij willen dat anders doen. Soms betekent dat dat we tijdens een incident–responsecase zeggen: we kunnen nu uren onderzoek doen, maar daar word je niet veiliger van. Laten we liever de aanbevelingen meteen -implementeren.”

Voor het mkb speelt ook het kosten-aspect sterk. Hoe ga je daarmee om?

“Klopt. Voor kleinere bedrijven is security vaak een kostenpost. Ze begrijpen dat het belangrijk is, maar hebben beperkte middelen. Dan moet je creatieve keuzes maken. Een enterprise kan zich uitgebreide logging veroorloven; bij een mkb-klant kijken we misschien alleen naar inlogacties. Het gaat erom dat de maatregelen in verhouding staan tot de risico’s. Daarnaast helpt de overheid met subsidies, zoals via het Digital Trust Center. Dat maakt het voor kleine organisaties haalbaarder om stappen te zetten.”

Je noemde ook voorbeelden van misconfiguraties, zoals open cloud–buckets.

“Ja, dat blijft een groot probleem. Wij hebben eens gekeken hoeveel paspoorten we konden vinden via verkeerd geconfigureerde S3- en Azure-buckets. Binnen twee uur hadden we documenten uit tachtig landen. Het erge is dat zulke -buckets standaard ‘privé’ staan. Het zijn dus fouten van beheerders die ze per ongeluk openzetten. Zulke basisproblemen zijn relatief eenvoudig te voorkomen met toegangscontroles, maar komen toch telkens terug. En dat geldt ook voor kwetsbaarheden als cross-site scripting, die al sinds 2002 bekend zijn.”

Zijn wetten als NIS2 dan niet nodig om organisaties wakker te schudden?

“Die zijn zeker nuttig. Veel eisen zijn eigenlijk vanzelfsprekend, zoals multifactor-authenticatie. Dat je daar anno 2025 nog over moet discussiëren bij bedrijven die met medische data werken, is onvoorstelbaar. Wetgeving legt druk op organisaties om in actie te komen. Maar de interpretatie en implementatie blijven lastig, zeker voor kleinere bedrijven. Daarom zie ik het als onze rol om die vertaalslag te maken: wat moet je echt doen, wat kan praktisch en wat is haalbaar?”

Vooruit bouwt deels ook eigen oplossingen. Wat doen jullie zelf en wat koop je in?

“Het is een mix. Voor endpoint-detectie en -respons gebruiken we bijvoorbeeld ESET. Daarmee maken we bewust de keuze voor een Europese leverancier. Bovenop die -tooling schrijven we onze eigen detectieregels. Daarnaast bouwen we zelf netwerksensoren en hebben we een eigen threat-intelportaal ontwikkeld. We noemen die Vooruit Observatie Service of VOS. Dat portaal haalt informatie uit publieke bronnen zoals het NCSC, maar de engine is door ons team gebouwd. Zo combineren we bestaande oplossingen met -eigen innovatie, zodat we klanten echt maatwerk kunnen bieden.”

Een veelgehoord begrip in security is zero trust. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

“Zero trust klinkt mooi, maar in de praktijk moet je altijd zoeken naar een compromis. Een security-engineer zegt: alles dicht, een beheerder zegt: het moet werkbaar blijven. Uiteindelijk moet je per klant bepalen waar het evenwicht ligt. Bij een zorginstelling maak je andere keuzes dan bij een gemeente. Het belangrijkste is dat security en beheer met elkaar in gesprek zijn. Daarom hebben we bewust een team waarin beide disciplines samenwerken.”

Wat zie jij als de grootste dreiging: cybercriminelen of statelijke actoren?

“De meeste schade wordt veroorzaakt door criminelen. Natuurlijk zijn statelijke actoren gevaarlijk. Zij ontwikkelen vaak de tools en exploits. Maar zodra die publiek bekend worden, gaat de criminele onderwereld ermee aan de haal en dan wordt de impact veel -groter. Een APT kost miljoenen om op te zetten. Een criminele groep kan met dezelfde kwetsbaarheid duizenden organisaties platleggen. Dat volume maakt het risico groter. Ik vind dat we ons daar niet blind op moeten staren: de alledaagse aanvallen zijn vaak het schadelijkst.”

Maak je je zorgen over de vitale infrastructuur in Nederland?

“Ja, dat is altijd een punt van aandacht. Ik heb meerdere trajecten gedraaid bij waterschappen. Gelukkig wordt daar in Nederland veel aandacht aan besteed. Waar ik me meer zorgen over maak, is dat we te veel blijven hangen in rapporteren en adviseren. Uiteindelijk moeten systemen daadwerkelijk worden beveiligd. Dat geldt net zo goed voor energiebedrijven als voor kleinere mkb’ers.”

Waar hoop je over een paar jaar te staan met de security-afdeling van Vooruit?

“Dat we bekendstaan als de partij die dingen oplost. Dat klanten ons bellen omdat ze weten dat er niet alleen een adviesrapport komt, maar dat er daadwerkelijk iets gebeurt. En dat we ook voor kleinere organisaties een manier hebben gevonden om security haalbaar te maken. Want uiteindelijk draait het erom dat je risico’s verkleint en dat je als organisatie gewoon door kunt werken.”

We denken bij digitale duurzaamheid al snel aan zonnepanelen op het datacenterdak of aan groene stroomcontracten. Maar wie iets verder kijkt dan de hardware, ontdekt een ander deel van het verhaal: het enorme volume aan data dat we genereren, opslaan en steeds vaker repliceren. Die onzichtbare datastroom heeft een prijs – niet alleen in euro’s, maar ook in energieverbruik, CO₂-uitstoot en grondstoffengebruik. Duurzaamheid begint dus niet bij de keuze van een energie-efficiënte server, maar bij een simpele vraag: welke data zijn écht nodig – en hoe gaan we daarmee om?

De hoeveelheid digitale informatie groeit exponentieel. Volgens IDC zal de totale hoeveelheid data wereldwijd in 2025 boven de 180 zettabyte uitkomen. Een aanzienlijk deel daarvan wordt niet bij hyperscalers opgeslagen, maar juist in lokale datacenters, edge-opstellingen en on-prem infrastructuren van bedrijven.

Elke byte die je bewaart, verplaatst of dupliceert, kost energie. Zelfs als die infrastructuur volledig draait op hernieuwbare energie, blijft er sprake van materiaalgebruik, koeling en transport. Het probleem zit daarbij niet alleen in de omvang van de datasets, maar ook in hun aard. Veel data zijn verouderd, ongestructureerd of simpelweg overbodig. Back-ups en archieven worden jaren bewaard zonder dat iemand nog weet wat erin zit. Replicatieprocessen zorgen ervoor dat dezelfde informatie op drie of vier plekken tegelijk staat. En bedrijven bewaren liever ‘voor de zekerheid’ dan dat ze actief opschonen.

Wat we niet zien, kost wél stroom

Informatie die niet meer gebruikt wordt maar toch blijft bestaan, wordt vaak aangeduid als ‘dark data’. Onderzoek van Veritas wijst uit dat dit type data bij bedrijven al snel 50 procent van de totale opslagcapaciteit in beslag neemt. Deze gegevens worden zelden nog geraadpleegd, maar blijven wel continu beschikbaar – vaak op snel toegankelijke systemen die energie slurpen.

Daarnaast is er een groeiende berg ‘dead weight data’ in omloop. Denk aan testbestanden, oude marketingmaterialen, niet-gebruikte datasets en softwarelogs die nooit geanalyseerd zullen worden. Samen vormen ze een digitale ballast die de duurzaamheid van IT-systemen structureel ondermijnt.

Voor een organisatie met een datavolume van een petabyte – tegenwoordig geen uitzondering meer – kan deze overbodige data tienduizenden euro’s per jaar aan onnodige opslagkosten en energieverbruik veroorzaken. De ecologische voetafdruk is daarbij lastig te kwantificeren, maar zeker niet verwaarloosbaar.

Duurzaam databeheer begint bij inzicht

Een van de meest effectieve maatregelen voor duurzame IT is het opschonen van data. Niet alleen om kosten te besparen, maar ook om de ecologische impact structureel te verkleinen. De eerste stap is inzicht: welke data worden daadwerkelijk gebruikt, wat is de herkomst, en welke informatie kan veilig worden verwijderd of gearchiveerd?

Daarvoor is het essentieel dat organisaties hun data goed classificeren. Niet alle gegevens hebben dezelfde waarde of bewaartermijn. Klantgegevens, financiële administratie en compliance-gerelateerde documenten verdienen een andere behandeling dan bijvoorbeeld tijdelijke exportbestanden of ruwe logdata. Door dergelijke onderscheidingen actief te maken, kan data worden toegewezen aan opslaglagen die passen bij het gebruiksprofiel.

Veel moderne opslagplatforms bieden functionaliteit voor deduplicatie, waardoor dubbele bestanden automatisch worden samengevoegd. Zeker in back-ups of gespiegelde omgevingen levert dit directe winst op. Ook het automatiseren van archivering helpt: data die zelden wordt geraadpleegd, kan worden overgezet naar energiezuinige opslaglagen. Daarmee daalt niet alleen het energieverbruik, maar vaak ook de opslagfactuur.

De juiste tools maken het verschil

De markt biedt inmiddels diverse oplossingen die duurzaam datamanagement mogelijk maken. Grote opslagleveranciers zoals NetApp, Dell EMC en Pure Storage leveren analytische tools waarmee gebruikers inzicht krijgen in het gebruik en de groeipatronen van hun data. In cloudomgevingen zoals AWS worden data automatisch verplaatst naar goedkopere en zuinigere opslagklassen via intelligent tiering.

Ook aan de back-upzijde zijn er ontwikkelingen. Software van partijen als Veeam, Rubrik en Commvault biedt mogelijkheden om bewaarbeleid af te dwingen, bestanden automatisch te verwijderen of verplaatsen, en gebruikers bewust te maken van de opslagimpact van hun gedrag. Er zijn zelfs gespecialiseerde platforms, zoals Atempo, die zich volledig richten op het opschonen van ongestructureerde data.

Rapporteren over wat je bewaart

Nu steeds meer organisaties ESG-doelen formuleren en rapportages moeten opstellen, komt databeheer ook in beeld bij duurzaamheidsbeleid. Toch wordt opslag en dataverkeer zelden meegenomen in CO₂-berekeningen. Terwijl de opslag van data in eigen datacenters onder scope 2 valt en uitbestede opslag, zoals in public cloud, formeel onder scope 3-emissies kan vallen.

Bedrijven die serieus werk maken van hun duurzaamheidsverslaglegging, kunnen dus niet om data heen. Door het opnemen van databeheer in ESG-strategieën ontstaat ook ruimte voor betere governance, interne bewustwording en beleidskeuzes rond cloudmigratie, retentie of dataopslaglocatie.

De winst zit in de schoonmaak

De voordelen van duurzaam databeheer reiken verder dan energie- en CO₂-besparing. Bij een zorginstelling in Noord-Nederland leidde een opschoningsproject tot een jaarlijkse besparing van meer dan 50.000 euro, door verouderde patiëntendossiers naar cold storage te verplaatsen en onnodige bestanden te verwijderen.

Een SaaS-aanbieder ontdekte via analytics dat 60 procent van hun back-ups uit testdata en tijdelijke versies bestond. Na het instellen van automatische deduplicatie en strengere bewaartermijnen kromp het datavolume met 43 procent in een half jaar tijd. En bij een Brabantse gemeente leidde lifecyclebeleid tot 28 procent minder data – goed voor een directe besparing op opslagcapaciteit, koeling én stroomverbruik.

Van green naar lean

Echte digitale duurzaamheid vereist meer dan alleen vergroening van hardware of overstap op hernieuwbare energie. Het vraagt om een fundamentele herziening van hoe we met data omgaan. Hoe minder je hoeft op te slaan en te verplaatsen, hoe lager je verbruik – en hoe kleiner de impact op klimaat en kosten.

Dat betekent ook: afscheid nemen van de reflex om ‘alles maar te bewaren’. Niet langer data hamsteren, maar actief beheren. Dat begint bij inzicht, gaat verder met beleid, en eindigt in besparing – van resources en CO₂.

Oracle heeft de nieuwste versie van zijn programmeertaal en ontwikkelplatform aangekondigd: Java 25. Deze release bevat 18 JDK-verbeteringsvoorstellen (JEP’s) die gericht zijn op het uitbreiden van de mogelijkheden van de taal, het ondersteunen van AI-toepassingen en het verbeteren van de productiviteit van ontwikkelaars.

Met de komst van Java 25 zet Oracle de lijn voort van regelmatige halfjaarlijkse updates. Volgens het bedrijf zijn er in deze versie duizenden verbeteringen doorgevoerd die bijdragen aan betere prestaties, stabiliteit en beveiliging. Door deze consistente releasecyclus kunnen ontwikkelaars snel beschikken over nieuwe functies die inspelen op actuele technologische trends.

Een belangrijk speerpunt in Java 25 is de verdere integratie van AI-functionaliteiten. Oracle stelt dat de nieuwe mogelijkheden ervoor zorgen dat applicaties efficiënter en schaalbaarder draaien op uiteenlopende hardwareplatforms. Analisten, zoals Arnal Dayaratna van IDC, wijzen erop dat Java dankzij deze vernieuwingen goed gepositioneerd blijft voor de ontwikkeling van de volgende generatie AI-gedreven applicaties.

Naast de technologische vernieuwingen speelt ook de toegankelijkheid van de taal een rol. Georges Saab, senior vicepresident van Oracle Java Platform en voorzitter van de OpenJDK-raad, geeft aan dat de wijzigingen in Java 25 zijn ontworpen om de taal eenvoudiger te leren en toe te passen, ook voor nieuwe ontwikkelaars en IT-teams. Daarmee wil Oracle de instapdrempel verlagen en het gebruik van Java in brede ontwikkelomgevingen stimuleren.

Een ander belangrijk aspect van deze release is de lange termijn ondersteuning. Oracle heeft aangekondigd dat Java 25 tot september 2028 elk kwartaal beveiligings- en prestatie-updates zal ontvangen onder de No-Fee Terms and Conditions-licentie (NFTC). Updates na die periode worden geleverd onder de Java SE OTN-licentie en zijn beschikbaar tot minstens september 2033. Voor organisaties betekent dit dat zij de flexibiliteit hebben om in hun eigen tempo te migreren, zonder direct onder druk te staan van korte updatecycli.

Java vierde eerder dit jaar zijn 30-jarig jubileum en blijft volgens Oracle een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van bedrijfsapplicaties. Met de introductie van Java 25 probeert het bedrijf te laten zien dat de taal relevant blijft in een tijdperk waarin AI en beveiliging steeds meer centraal staan in softwareontwikkeling.

Arctic Wolf heeft zijn jaarlijkse Security Operations Report gepubliceerd. Uit de analyse blijkt dat 51 procent van alle door het bedrijf afgegeven security-alerts buiten werktijden plaatsvindt. Van alle alerts kwam 15 procent in het weekend.

Voor het rapport onderzocht Arctic Wolf meer dan 330 biljoen securityobservaties die zijn verzameld via het Aurora-platform en het eigen AI-aangedreven Security Operations Center (SOC). De data zijn afkomstig van zo’n 10.000 organisaties wereldwijd. Het rapport schetst hoe aanvallers steeds sneller te werk gaan en misbruik maken van identiteiten en timing om verdedigingsmaatregelen te omzeilen.

Volgens Arctic Wolf reduceerde het Aurora-platform de ruwe dataset tot 8,6 miljoen alerts, wat neerkomt op een ruisreductie van meer dan 99,99999 procent. Dat betekent dat er gemiddeld één alert overblijft per 138 miljoen gebeurtenissen. AI speelt hierbij een belangrijke rol: het interne Alpha AI-model triageerde ongeveer 10 procent van alle alerts. Hierdoor hoefden securityanalisten ruim 860.000 meldingen niet handmatig te beoordelen. De gemiddelde tijd die nodig is om van observatie naar een ticket te gaan, daalde in twee jaar met 37 procent.

Sectoren en aanvalstrends

Het rapport laat zien dat onderwijs, gezondheidszorg en maakindustrie de sectoren zijn die het vaakst doelwit waren. Factoren die hieraan bijdragen zijn onder meer het gebruik van verouderde infrastructuur, de aanwezigheid van waardevolle data en de beperkte mogelijkheden voor downtime.

Daarnaast beschrijft Arctic Wolf zogeheten ‘mega-events’, waaronder Fortinet Console Chaos en de SonicWall-kwetsbaarheid CVE-2024-40766. Deze campagnes tonen volgens het bedrijf hoe snel aanvallers identiteits- en VPN-kwetsbaarheden kunnen benutten om binnen anderhalf uur privileges te escaleren en systemen te versleutelen.

Druk op securityteams

Dan Schiappa, President Technology and Services bij Arctic Wolf, stelt dat securityteams onder grote druk staan. “We zien wereldwijd dat aanvallen vaker plaatsvinden buiten werktijden, dat teams te maken hebben met alert fatigue en dat dreigingen complexer worden. Met dit rapport willen we inzichten delen waarmee organisaties hun beslissingen beter kunnen onderbouwen, middelen gerichter kunnen inzetten en hun veerkracht vergroten,” aldus Schiappa.

Object First, de beste opslagoplossing voor Veeam-gebruikers, kondigt een jaar-op-jaar stijging van 400% aan in boekingen voor het tweede kwartaal van 2025. De wereldwijde vraag naar Object First blijft sterk toenemen, omdat steeds meer eindgebruikers en partners prioriteit geven aan veilige, eenvoudige en krachtige onveranderlijke back-upopslag als de beste verdediging tegen ransomware-aanvallen.

Ootbi (Out-of-the-Box Immutability), het back-upopslagapparaat van Object First, kende een sterke groei in gebruik, met een jaar-op-jaar stijging van het aantal boekingen van 76% in de VS en Canada, 364% in Latijns-Amerika en 961% in EMEA.

Uit onderzoek van Enterprise Strategy Group in het tweede kwartaal van 2025 bleek dat back-upgegevens bij 96% van de ransomware-aanvallen het doelwit waren. Bovendien gaf 81% van de IT-professionals aan dat onveranderlijke back-upopslag het belangrijkste onderdeel is van een effectieve strategie ter bescherming tegen ransomware.

Om onveranderlijkheid beschikbaar te maken voor een breder scala aan Veeam-gebruikers, van kleine bedrijven tot grote ondernemingen, introduceerde Object First in april drie nieuwe Ootbi-apparaten met capaciteiten van 20 TB, 40 TB en 432 TB.

In diezelfde maand lanceerde het bedrijf in de VS ook een pay-per-use-verbruiksmodel. Met dit flexibele model kunnen klanten, resellers en serviceproviders kiezen tussen een CapEx-aankoop of een abonnement zonder voorafgaande investeringen of kosten voor hardwarevernieuwing.

Wereldwijde groei van klanten en partners

Object First realiseerde in het tweede kwartaal van 2025 een jaar-op-jaar groei van 225% in het wereldwijde klantenbestand en 237% in het partnerecosysteem. Tientallen nieuwe partners sloten zich aan bij het Object First Partner Program, waaronder Relevo (Zweden), dualutions (Duitsland) en SoftwareOne (Nederland) in EMEA.

In Noord-Amerika zorgde het nieuwe pay-per-use-model ervoor dat verschillende toonaangevende MSP’s zich aansloten, waaronder Cloudsmart en Virtual Systems, een Platinum Veeam Cloud Service Provider.

Erkenning door de sector

In juni werd Object First tijdens de 22e jaarlijkse Storage Awards in Londen erkend voor zijn innovatie en leiderschap met twee belangrijke onderscheidingen: Immutable Storage Company of the Year en Editor’s Choice – Company.

Daarnaast werd Object First door CRN, een merk van The Channel Company, genoemd als toonaangevende leverancier in de opslagsector op de 2025 Storage 100-lijst.

Ook werden Kelly Wells (Chief Operating Officer), Meredith Frick (Head of Partner Marketing), en Kasey King (Channel Marketing Manager) opgenomen in de 2025 Women of the Channel-lijst.

ESET Research heeft een nieuwe ransomwarevariant ontdekt die de naam HybridPetya heeft gekregen. De malware verwijst naar de beruchte Petya- en NotPetya-aanvallen uit 2017, maar onderscheidt zich doordat ze ook moderne UEFI-gebaseerde systemen kan compromitteren.

De eerste monsters van HybridPetya werden in februari 2025 geüpload naar VirusTotal. Volgens ESET-onderzoeker Martin Smolár ging het in juli om bestanden met namen als notpetyanew.exe, wat direct wees op een link met de destructieve aanval van acht jaar geleden. NotPetya veroorzaakte destijds wereldwijd miljarden dollars aan schade en wordt nog steeds gezien als een van de meest ontwrichtende cyberaanvallen ooit.

Net als de oorspronkelijke Petya versleutelt HybridPetya de Master File Table (MFT) van NTFS-geformatteerde systemen, waardoor bestanden onbereikbaar worden. Anders dan NotPetya kan de nieuwe variant wel als traditionele ransomware worden ingezet, omdat de aanvaller in dit geval de decoderingssleutel kan reconstrueren.

Een belangrijk verschil is dat HybridPetya zich richt op moderne UEFI-systemen. De malware installeert een kwaadaardige EFI-applicatie op de systeempartitie, die vervolgens de MFT versleutelt. Tijdens het onderzoek trof ESET op VirusTotal zelfs een archief aan met de volledige inhoud van een EFI-systeempartitie, inclusief een dergelijke applicatie.

Daarnaast blijkt een van de varianten misbruik te maken van CVE-2024-7344, een kwetsbaarheid in de implementatie van UEFI Secure Boot. Via een speciaal opgemaakt cloak.dat-bestand kan de beveiliging op verouderde systemen worden omzeild. ESET had begin 2025 al melding gemaakt van deze kwetsbaarheid, maar zonder technische details. Volgens de onderzoekers is de exploit waarschijnlijk zelfstandig gereconstrueerd door middel van reverse engineering.

Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat HybridPetya actief wordt ingezet in aanvallen. ESET benadrukt dat het mogelijk om een proof-of-concept gaat, ontwikkeld door een onderzoeker of een onbekende dreigingsactor. Ook vertoont de malware geen eigenschappen van grootschalige netwerkverspreiding zoals destijds bij NotPetya.

Apple heeft gisteren de nieuwste versies van zijn besturingssystemen vrijgegeven: macOS 26, iOS 26 en iPadOS 26. Met deze release zet het bedrijf in op een visuele vernieuwing via het zogenoemde Liquid Glass-design en worden meer functies ondersteund die gebruikmaken van on-device AI. Voor de zakelijke markt gaat het echter vooral om vragen rond compatibiliteit, beheer en timing van de overstap.

Een van de opvallendste vernieuwingen is dat Apple zijn platforms sterker naar elkaar toetrekt. Dat is ook de reden dat het bedrijf de versienummers gelijk heeft gemaakt. iPadOS ondersteunt voortaan een uitgebreider vensterbeheer en multitasking, macOS krijgt meer personalisatieopties in menubalk en Control Center en iOS introduceert functies die samenwerking en communicatie verbeteren, zoals het live vertalen van gesprekken en het automatisch beheren van onbekende telefoongesprekken. Voor organisaties is dit minder belangrijk dan de vraag of de nieuwe systemen stabiel draaien en welke hardware wel of niet ondersteund blijft. Zo vallen bij iOS 26 de iPhone XR, XS en XS Max buiten de boot, terwijl bij macOS opnieuw een aantal oudere Intel-modellen geen update meer krijgt. Voor bedrijven met een gemengd devicepark is dat een factor die direct impact heeft op het beheer.

Niet alles in Europa

Daar komt bij dat in Europa niet alle aangekondigde functies beschikbaar zijn. Apple stelt dat de Digital Markets Act (DMA) aanleiding is om bepaalde mogelijkheden later of in aangepaste vorm uit te rollen. Zo ontbreken functies als iPhone-mirroring naar de Mac en de bijbehorende Live Activities in macOS voorlopig in de EU. Ook de nieuwe Visited Places-functie in Apple Maps en het live vertalen via AirPods worden hier niet uitgerold bij de lancering. Voor IT-dienstverleners betekent dit dat gebruikers in Europese vestigingen minder functionaliteit krijgen dan hun collega’s elders. Dat vraagt om het nodige aan verwachtingsmanagement, zodat helpdesks niet overspoeld worden met vragen waarom bepaalde opties ontbreken.

De nieuwe versies brengen daarnaast meer nadruk op on-device verwerking van data, bijvoorbeeld bij live vertalen en AI-functies in berichten en telefoongesprekken. Dat sluit aan bij de wens om gevoelige informatie niet standaard via de cloud te laten lopen. Tegelijkertijd is nog niet alle functionaliteit in alle talen beschikbaar, waardoor de toegevoegde waarde voor Nederlandse gebruikers beperkt op dit moment nog beperkt is. Hetzelfde geldt voor batterij- en prestatie-optimalisaties: Adaptive Power Mode kan nuttig zijn, maar vraagt om duidelijke instructies richting medewerkers om te voorkomen dat prestaties onverwacht terugvallen.

Voor IT-dienstverleners is het belangrijk te beoordelen of de updates direct uitgerold kunnen worden of dat het verstandiger is te wachten tot de eerste bugfix-releases beschikbaar zijn. Nieuwe macOS-versies brengen traditioneel compatibiliteitsvragen met zich mee rond specifieke zakelijke applicaties en beveiligingssoftware. Hetzelfde geldt voor iOS en iPadOS in combinatie met Mobile Device Management (MDM)-oplossingen. Het testen van de nieuwe releases in een gecontroleerde omgeving is daarom aan te raden voordat organisaties massaal overstappen.

Vervanging

De strategische keuze ligt dus niet zozeer in de vraag of de nieuwe systemen meer functionaliteit bieden, maar in de planning van het beheer. Apparaten die niet langer ondersteund worden, vereisen vervanging of moeten los worden gezet in het beheer, met alle gevolgen van dien voor security en lifecycle-management. Daarbij komt dat in Europa sommige functies pas later beschikbaar komen, waardoor IT-afdelingen rekening moeten houden met verschillen tussen vestigingen wereldwijd.

Met de komst van macOS, iOS en iPadOS 26 wordt duidelijk dat Apple steeds meer inzet op integratie en AI-gedreven functionaliteit. Voor eindgebruikers levert dat nieuwe mogelijkheden en een frissere interface op, maar voor bedrijven ligt de prioriteit bij stabiliteit, ondersteuning en beheerbaarheid. De komende weken zullen uitwijzen hoe soepel de uitrol verloopt, welke kinderziektes nog boven water komen en in hoeverre Europese regelgeving de verdere ontwikkeling beïnvloedt.

Steeds meer Nederlandse organisaties passen AI toe in hun cybersecuritystrategie, maar maken zich tegelijkertijd zorgen over de nieuwe risico’s die dit met zich meebrengt. Dat blijkt uit onderzoek van Trend Micro, uitgevoerd door Sapio Research onder 2.250 IT- en securityverantwoordelijken in 21 landen, waaronder 109 uit Nederland.

Volgens de resultaten gebruikt 73 procent van de Nederlandse organisaties inmiddels AI-tools binnen hun beveiligingsaanpak. Nog eens 24 procent onderzoekt actief de mogelijkheden om AI te implementeren. In totaal staat 97 procent open voor het gebruik van AI in een of andere vorm. Vooral voor taken als geautomatiseerde asset discovery, risicoprioritering en anomaliedetectie wordt AI al toegepast. Zo vertrouwt 41 procent van de ondervraagden op AI voor essentiële processen, terwijl 37 procent aangeeft dat AI en automatisering de komende twaalf maanden een prioriteit vormen in het verbeteren van de eigen beveiliging.

Toenemende zorgen

De groeiende inzet van AI gaat gepaard met zorgen over de mogelijke keerzijde. Zo verwacht 96 procent van de Nederlandse organisaties dat de inzet van AI ertoe leidt dat zij in de komende drie tot vijf jaar vaker te maken krijgen met nieuwe cyberrisico’s. Meer dan de helft rekent op een toename van zowel de hoeveelheid als de complexiteit van aanvallen waarbij AI wordt ingezet.

De belangrijkste risico’s die organisaties daarbij zien, zijn onder meer:

  • een hoger risico op AI-gestuurde phishing- en social engineering-aanvallen
  • blootstelling van gevoelige gegevens
  • onduidelijkheid over hoe AI-systemen data verwerken en opslaan
  • mogelijk misbruik van bedrijfseigen informatie door onbetrouwbare modellen
  • extra druk vanuit compliance en monitoring door de groei van endpoints, API’s en shadow IT

AI als nieuw aanvalsmiddel

Dat AI ook door aanvallers wordt ingezet, werd zichtbaar tijdens het Pwn2Own-evenement van Trend Micro in Berlijn. Voor het eerst was er dit jaar een aparte AI-categorie, met twaalf inzendingen gericht op frameworks zoals NVIDIA Triton Inference Server, Chroma, Redis en NVIDIA Container Toolkit. Daarbij werden zeven unieke zero-day-kwetsbaarheden gevonden. In sommige gevallen bleek één fout al voldoende om een succesvolle aanval mogelijk te maken.

De onderzoekers concluderen dat organisaties enerzijds profiteren van de voordelen van AI, maar anderzijds hun beveiligingsstrategie opnieuw moeten inrichten om met het veranderende dreigingslandschap om te gaan. Het rapport benadrukt dat beveiliging vanaf het begin onderdeel moet zijn van AI-systemen, juist omdat de technologie steeds dieper verankerd raakt in de IT-infrastructuur.

HP Wolf Security heeft in zijn nieuwste Threat Insights Report inzicht gegeven in de manier waarop cybercriminelen hun methoden verder aanscherpen. Het rapport beschrijft hoe aanvallers legitiem ogende middelen, zoals PDF-facturen en systeemeigen Windows-tools, inzetten om traditionele beveiligingsmechanismen te omzeilen.

Volgens HP gebruiken aanvallers in toenemende mate zogenoemde living-off-the-land-technieken (LOTL). Hierbij maken zij gebruik van standaardhulpmiddelen binnen het besturingssysteem, waardoor het onderscheid tussen legitiem en kwaadaardig gedrag moeilijker te maken is.

Nieuwe golf aan lokmiddelen

Het rapport signaleert campagnes waarbij zeer realistische nagemaakte Adobe Reader-documenten werden verspreid. Deze bestanden bevatten onder meer een verborgen reverse shell die controle kon geven over het systeem van de gebruiker. Ook werden de bestanden specifiek aangeboden in Duitstalige regio’s, wat het risico op automatische detectie verminderde.

Daarnaast ontdekten onderzoekers dat schadelijke code in pixeldata van afbeeldingen werd verstopt. In deze gevallen werd een XWorm-payload ingezet via Microsoft Compiled HTML Help-bestanden. Na uitvoering verwijderden scripts automatisch sporen van de infectie.

Een ander voorbeeld dat HP aanhaalt is de terugkeer van de Lumma Stealer. Deze malware werd onder meer via IMG-archieven verspreid, ondanks eerdere politieacties tegen de groep achter de software.

Misbruik van vertrouwde tools

HP stelt dat de kracht van deze campagnes ligt in de verfijning van bestaande methoden. Door eenvoudige scripts of minder voor de hand liggende bestandstypen te gebruiken, weten aanvallers vaak detectie te ontwijken. Het misbruik van tools zoals PowerShell en CMD, standaard aanwezig in Windows, vergroot daarbij de kans dat een aanval ongemerkt blijft.

Cijfers en trends

  • Het rapport, gebaseerd op gegevens van april tot en met juni 2025, schetst de volgende trends:
  • 13% van de geïdentificeerde e-maildreigingen wist één of meerdere e-mailgatewayscanners te passeren.
  • Archiefbestanden waren het meest gebruikte formaat (40%), gevolgd door uitvoerbare bestanden en scripts (35%).
  • .rar-archieven werden in 26% van de gevallen gebruikt, vaak in combinatie met legitieme software zoals WinRAR.

Onderzoekers van HP geven aan dat de combinatie van LOTL-technieken, regionaal gerichte aanvallen en het verbergen van code in ogenschijnlijk onschuldige bestanden de detectie aanzienlijk bemoeilijkt. “Zelfs de beste systemen missen soms dreigingen. Daarom is het noodzakelijk om een gelaagde aanpak met isolatie en containment toe te passen,” stelt HP.

Het rapport benadrukt dat aanvallers bestaande middelen slimmer inzetten in plaats van volledig nieuwe methoden te ontwikkelen. Daarmee groeit de druk op organisaties om hun beveiligingsstrategieën voortdurend aan te passen.