De wereldwijde smartphoneverkoop daalt dit jaar met 7% door een tekort aan geheugen en stijgende prijzen. Vooral goedkope toestellen onder de 100 dollar worden hard geraakt met een krimp van bijna 31%. In het slechtste geval kan de markt met meer dan 15% krimpen. De mondiale smartphonemarkt staat onder flinke druk door een combinatie van geheugenschaarste en prijsstijgingen. Marktonderzoeker Omdia verwacht dat de wereldwijde smartphoneleveringen in 2026 met ongeveer 7% dalen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Volgens Omdia zijn de problemen ontstaan door krapte in het geheugenaanbod en gestegen prijzen, waardoor fabrikanten geconfronteerd worden met hogere productiekosten. Geheugen vormt inmiddels een aanzienlijk groter deel van de totale kostprijs van smartphones, wat de winstgevendheid onder druk zet.

Smartphonefabrikanten hebben al sinds het vierde kwartaal van 2025 de verkoopprijzen verhoogd om hun marges op peil te houden. Deze prijsverhogingen remmen echter de vraag af, vooral in prijsgevoelige opkomende markten.

Slechtste scenario nog ernstiger

Omdia waarschuwt dat de situatie nog verder kan verslechteren. Als de geheugenmarkt verder verkrapt door aanhoudende vraag vanuit AI-datacenters en geopolitieke spanningen toenemen, kan de marktdaling oplopen tot ruim 15%. Dat zou een grotere terugval betekenen dan de historische krimp van 12% in 2022.

De impact verschilt sterk per prijssegment. Hoofdanalist Zaker Li van Omdia stelt dat toestellen onder de 100 dollar het zwaarst worden geraakt, met een verwachte daling van bijna 31% op jaarbasis. Dit komt door de zware margedruk waarmee fabrikanten in dit ultra-goedkope segment te maken hebben.

Het middensegment van 100 tot 399 dollar – het kern-volumesegment van de wereldmarkt – krimpt eveneens doordat stijgende geheugenprijzen de winkelprijs opdrijven. Fabrikanten in dit segment zijn sterk afhankelijk van LPDDR4X-geheugen, opereren op dunne marges en hebben vaak een lagere prioriteit in de geheugentoeleveringsketen.

Het premiumsegment boven de 800 dollar vormt de uitzondering met een verwachte groei van ongeveer 4%. Apple en Samsung profiteren volgens Omdia van hun sterke merkpositie, betere supply-chainrelaties en – in het geval van Samsung – eigen halfgeleidercapaciteit.

Gevolgen voor toeleveringsketen

De veranderende kostenomgeving heeft impact op de gehele smartphonetoeleveringsketen. Leveranciers van mid- en low-end onderdelen zoals chipsets en cameramodules krijgen te maken met dalende orders en toenemende prijsdruk nu de vraag naar instapmodellen afneemt.

Fabrikanten reageren door productconfiguraties te vereenvoudigen en productiekosten strakker te bewaken. De volatiliteit in geheugenprijzen dwingt merken tot kortetermijnproductieplanning en kleinere ordervolumes. Voor kleinere ODM’s en gespecialiseerde componentleveranciers neemt het consolidatierisico toe. Omdia verwacht dat consumenten dit jaar langer vasthouden aan hun huidige toestel, waardoor de vervangingscyclus verder vertraagt.

Apple heeft deze week in hoog tempo een reeks nieuwe producten aangekondigd. Voor IT-dienstverleners en zakelijke gebruikers zijn vooral de vernieuwde MacBook-lijn en de bijgewerkte chipgeneratie relevant, met volgens Apple forse prestatieverbeteringen op het gebied van AI-verwerkingscapaciteit.

MacBook Pro met M5 Pro en M5 Max

De meest substantiële update voor professionele gebruikers is de nieuwe MacBook Pro met M5 Pro en M5 Max. Beide chips beschikken over een nieuwe CPU-architectuur, een next-generation GPU met een Neural Accelerator in elke kern en hogere unified memory-bandbreedte. Apple stelt dat dit resulteert in tot viermaal de AI-prestaties ten opzichte van de vorige generatie, en tot viermaal snellere LLM-verwerking vergeleken met M4 Pro en M4 Max.

De nieuwe MacBook Pro start met 1TB opslag bij M5 Pro en 2TB bij M5 Max, en bevat de N1-chip voor Wi-Fi 7 en Bluetooth 6. De batterijduur loopt volgens Apple op tot 24 uur. Thunderbolt 5-connectiviteit blijft aanwezig.

MacBook Air met M5

De nieuwe MacBook Air met M5 komt standaard met 512GB opslag — dubbel ten opzichte van de vorige generatie — en is configureerbaar tot 4TB. Ook hier is de N1-chip aanwezig voor Wi-Fi 7 en Bluetooth 6. De prijs stijgt met $100: de 13-inch begint nu op $1.099, de 15-inch op $1.299.

Studio Display en Studio Display XDR

Apple vernieuwde ook zijn displaylijn. De Studio Display XDR vervangt de Pro Display XDR en biedt een 27-inch 5K Retina XDR-scherm met mini-LED-achtergrondverlichting, 2000 nits piekhelderheid en een verversingssnelheid van 120Hz. Beide displays bieden Thunderbolt 5-connectiviteit en een 12MP Center Stage-camera. De Studio Display begint op $1.599, de XDR op $3.299.

iPhone 17e en iPad Air

De iPhone 17e draait op de A19-chip en de C1X-modem, die volgens Apple tot tweemaal sneller is dan de C1 in de iPhone 16e. Het instapmodel start nu met 256GB opslag en ondersteunt MagSafe. De nieuwe iPad Air met M4 is beschikbaar in 11- en 13-inch formaat, ondersteunt Wi-Fi 7 en 5G via de N1- en C1X-chips, en behoudt dezelfde vanafprijzen als de vorige generatie.

Vandaag mogelijk nog meer

Apple houdt vandaag mediasessies in New York, Londen en Shanghai. Lekken wijzen op de aankondiging van een goedkopere MacBook — mogelijk de MacBook Neo — in meerdere kleuropties, mogelijk vergezeld van een vernieuwd instap-iPad. Of die aankondiging vandaag ook daadwerkelijk volgt, is op het moment van publicatie nog niet bevestigd.

Pre-orders voor de nieuwe MacBooks, displays, iPhone 17e en iPad Air zijn vanaf vandaag mogelijk; levering start op 11 maart.

Drie nieuwe rapporten van Barracuda, HarfangLab en Cloudflare schetsen een consistent beeld: het dreigingslandschap verschuift fundamenteel. Aanvallers richten zich massaal op gebruikersidentiteiten, zetten AI in als aanvalswapen en bereiken met DDoS-aanvallen recordniveaus van 31,4 Tbps.

De tijd dat cybercriminelen vooral technische kwetsbaarheden uitbuitten, lijkt voorbij. Uit analyse van meer dan twee biljoen IT-events in Barracuda’s Managed XDR-dataset blijkt dat aanvallers zich massaal richten op gebruikersidentiteiten. In 32% van de gevallen was een afwijkende Microsoft 365-login de eerste indicator van een aanval. In 17% van de incidenten werd ‘impossible travel’ gedetecteerd, waarbij een gebruiker binnen korte tijd inlogt vanaf twee fysiek ver uit elkaar liggende locaties.

Cloudflare spreekt in zijn Threat Intelligence Report 2026 in dit verband van een fundamentele verschuiving: cybercriminelen proberen niet langer in te breken, maar in te loggen. Gekaapt identiteiten en legitieme inlogprocedures worden het primaire aanvalspad.

Escalatie naar volledige controle

Eenmaal binnen is het doel van aanvallers vrijwel altijd hetzelfde: adminrechten verkrijgen. Binnen Windows voegde de aanvaller in 42% van de gevallen een gebruiker toe aan een groep met hoge rechten, zoals Domain Administrators. Binnen Microsoft 365 werd in 16% van de incidenten een nieuwe gebruiker toegevoegd aan de Global Administrator-groep. Bij 66% van de incidenten met bestandsloze malware werd PowerShell ingezet, waardoor traditionele scanners de aanval vaak missen. In 94% van de onderzochte instanties bleek de endpoint agent uitgeschakeld.

Parallel hieraan waarschuwen zowel HarfangLab als Cloudflare voor de snelle opkomst van AI als aanvalswapen. Cloudflare documenteerde een aanvaller die AI gebruikte om waardevolle gegevens te lokaliseren en honderden bedrijfsapplicaties te compromitteren — volgens onderzoeksteam Cloudforce One een van de meest impactvolle supply chain-aanvallen ooit waargenomen.

HarfangLab wijst op een andere zorgwekkende ontwikkeling: de gerichte manipulatie van code die door AI-assistenten wordt gegenereerd. Aanvallers kunnen large language models beïnvloeden zodat ze onveilige of kwaadaardige code voorstellen aan ontwikkelaars. Wanneer die code wordt opgenomen in applicaties of softwarebibliotheken, verspreidt de impact zich via supply chains naar duizenden eindgebruikers.

Phishing evolueert ondertussen naar een polymorf model waarbij berichten automatisch worden aangepast aan specifieke doelwitten en eerdere interacties. Aanvallen beperken zich niet meer tot e-mail en sms: vishing met AI-gegenereerde stemmen neemt toe, en deepfakes worden steeds laagdrempeliger.

Staatsactoren met langetermijndoelen

Cloudflare legt ook bloot hoe staatsactoren hun aanpak veranderen. Door China gesteunde groepen zoals Salt Typhoon en Linen Typhoon richten zich op Noord-Amerikaanse telecomBedrijven, overheidsinstanties en IT-dienstverleners. Ze stappen over van traditionele spionage naar ‘persistent pre-positioning’: code installeren op netwerken van concurrerende staten om toekomstige aanvallen op kritieke infrastructuur mogelijk te maken.

Noord-Koreaanse actoren gaan nog verder: zij gebruiken AI-gegenereerde deepfakes en valse identiteitsbewijzen om selectieprocedures te omzeilen en staatsgesponsorde werknemers rechtstreeks op de loonlijsten van westerse bedrijven te plaatsen.

HarfangLab waarschuwt voor een verdere escalatie nu AI-systemen worden geïntegreerd in operationele omgevingen zoals energiebeheer, logistiek en industriële automatisering. De opkomst van autonome systemen verkleint de afstand tussen digitale instructie en fysieke actie. Manipulatie kan leiden tot verstoringen in industriële robots, transportlijnen of logistieke processen.

DDoS-aanvallen bereiken ondertussen recordniveaus. Cloudflare registreerde aanvallen van 31,4 Tbps via botnets zoals Aisuru, die inmiddels zijn uitgegroeid tot dreigingen op nationaal niveau. De aanvallen overtreffen het menselijke reactievermogen, wat volgens Cloudflare volledig autonome verdedigingssystemen noodzakelijk maakt.

Aanbevelingen

Barracuda adviseert om multi-factor authenticatie strikt te handhaven, te monitoren op onverwachte wijzigingen en continu toezicht te houden op Privileged Groups binnen zowel Windows- als cloudomgevingen. HarfangLab benadrukt dat vertrouwen in AI-tools technologische waarborgen, transparantie en onafhankelijke controles vereist. Cloudflare pleit voor autonome verdedigingssystemen die dreigingen in realtime kunnen neutraliseren.

Tijdens MWC 2026 presenteert Lenovo een reeks nieuwe systemen en concepten, maar de onderliggende boodschap is strategischer van aard. Waar de afgelopen jaren vooral werd gesproken over ‘AI-pc’s’ als aparte categorie, draait het nu om de vraag hoe diep AI in het apparaat zelf wordt geïntegreerd. Lenovo positioneert AI minder als losse functie en meer als structurele laag binnen hardware en besturingssysteem.

Centraal staat Lenovo Qira, een zogeheten Personal Ambient Intelligence die volgens het bedrijf op systeemniveau is geïntegreerd. Daarmee zou Qira zich van veel AI-assistenten onderscheiden die als afzonderlijke applicatie bovenop het besturingssysteem draaien. Lenovo wil met deze benadering continuïteit tussen apparaten mogelijk maken, zodat taken en context niet ophouden bij één pc of tablet. De uitrol start op meer dan twintig pc-modellen binnen de Yoga-, IdeaPad-, Legion- en ThinkPad-lijnen, gevolgd door uitbreiding naar tablets en later ook Motorola-smartphones.

De stap past in een bredere marktontwikkeling. Microsoft integreert AI steeds dieper in Windows en positioneert Copilot als onderdeel van het platform. Apple kiest voor nauwe verwevenheid tussen hardware, besturingssysteem en on-device AI binnen het eigen ecosysteem. Lenovo zoekt met Qira een vergelijkbare diepgang, maar dan verspreid over een portfolio dat zowel Windows- als Android-apparaten omvat.

Lenovo gebruikt in dat kader de term ‘adaptieve pc’s’. Die aanduiding is breed. Het gaat om systemen die prestaties, energieverbruik en gebruikersinteractie dynamisch zouden kunnen aanpassen op basis van context. Daarnaast krijgt het begrip een fysieke invulling via modulaire en flexibele hardwareconcepten.

Het ThinkBook Modular AI PC Concept is daarvan het meest uitgesproken voorbeeld. Lenovo verkent hier een modulaire architectuur waarbij een compacte 14-inch basis kan worden uitgebreid met extra displays, alternatieve invoercomponenten en modulaire aansluitingen. Het concept is nog niet commercieel beschikbaar, maar illustreert hoe fabrikanten nadenken over aanpasbare werkplekken en langere inzetbaarheid van hardware. In een omgeving waarin AI-workloads nieuwe eisen stellen aan rekenkracht en thermisch beheer, kan modulaire uitbreidbaarheid opnieuw relevant worden.

Binnen het zakelijke portfolio krijgt de vernieuwde ThinkPad T-serie verbeteringen rond onderhoud en onderdelenvervanging. Volgens Lenovo behalen geselecteerde modellen hoge reparatiescores binnen hun klasse. Daarmee sluit het bedrijf aan bij de bredere discussie over lifecyclebeheer en duurzaamheid. De ThinkPad X13 Detachable richt zich op mobiele gebruikers met geïntegreerde penondersteuning en vervangbare componenten, terwijl de ThinkTab X11 inspeelt op robuuste inzet in industriële omgevingen.

Ook in het midden- en kleinbedrijfsegment worden nieuwe systemen gepositioneerd als AI-ready, waaronder de ThinkBook 14 2-in-1 Gen 6. In het consumenten- en gamingsegment introduceert Lenovo onder meer nieuwe Yoga- en Legion-modellen, waarbij AI-functionaliteit wordt ingezet voor prestatieoptimalisatie en samenwerking. Daarnaast toont Lenovo concepten zoals een laptop met brillenvrije 3D-weergave en een opvouwbare gaming-handheld. Deze ontwerpen bevinden zich in een verkennende fase.

Cyberaanvallen worden vaak geassocieerd met ransomware, phishingmails of kwetsbare endpoints. Minder zichtbaar is wat er op de netwerklaag gebeurt. Aanvallers kunnen routers kapen, DNS-instellingen aanpassen en verkeer via verborgen infrastructuur omleiden. Het resultaat is een aanvalsvorm die moeilijk te detecteren is en grote gevolgen kan hebben voor organisaties die vertrouwen op stabiele connectiviteit en betrouwbare naamresolutie.

De aanvalsketen begint meestal klein. Aanvallers scannen het internet op routers met verouderde firmware, standaardwachtwoorden of bekende kwetsbaarheden. Zodra een apparaat is gecompromitteerd, passen ze de DNS-configuratie aan. In plaats van legitieme resolvers gebruikt het netwerk ineens servers die onder controle staan van criminelen.

Dat lijkt op het eerste gezicht een subtiele wijziging, maar de impact is groot. DNS bepaalt immers naar welk IP-adres een domeinnaam verwijst. Door die vertaalslag te manipuleren kunnen aanvallers gebruikers ongemerkt naar andere systemen sturen. Denk aan nepportals, downloadsites of infrastructuur die advertenties en malware verspreidt.

Onder meer Infoblox deed onderzoek en beschrijft een campagne waarbij een zogenoemd traffic distribution system, een TDS, centraal staat. Zo’n systeem beslist dynamisch waar verkeer heen gaat. Een gebruiker kan bijvoorbeeld de echte website zien, terwijl een andere bezoeker via dezelfde URL wordt doorgestuurd naar een frauduleuze omgeving. Dat maakt analyse lastig, omdat het gedrag afhankelijk is van locatie, apparaat of tijdstip.

Strategische aanvalsvector

De afgelopen jaren lag de nadruk in securitydiscussies vooral op identiteit, endpoints en cloudconfiguraties. DNS bleef vaak buiten beeld. Toch biedt deze laag aanvallers een aantrekkelijke ingang. Wie controle heeft over naamresolutie, heeft indirect invloed op vrijwel alle applicaties en diensten.

Aanvallen via DNS hebben een paar eigenschappen die ze gevaarlijk maken:

  • Ze zijn lastig zichtbaar voor traditionele endpoint-beveiliging.
  • Verkeer lijkt legitiem omdat het via normale protocollen loopt.
  • Redirects kunnen selectief plaatsvinden, waardoor monitoringtools weinig afwijkingen zien.

Daarnaast verschuift de aanvalsvector van individuele apparaten naar infrastructuur. In plaats van één laptop te compromitteren, krijgt een aanvaller toegang tot het netwerkverkeer van een hele organisatie. Dat maakt DNS-manipulatie interessant voor cybercriminelen die op schaal willen opereren.

Bulletproof hosting en TDS-netwerken

Een opvallend element is het gebruik van infrastructuur bij zogenoemde bulletproof hostingproviders, hostingnetwerken die bekendstaan om hun minimale moderatie en beperkte samenwerking met opsporingsinstanties. Daardoor vormen ze een aantrekkelijke basis voor cybercriminelen die infrastructuur willen opzetten die moeilijk offline te halen is. Door DNS-servers en TDS-systemen in dergelijke omgevingen te plaatsen, vergroten aanvallers hun weerbaarheid tegen takedowns.

Het TDS-model zelf komt oorspronkelijk uit de advertentiewereld, waar verkeer wordt verdeeld om campagnes te optimaliseren. In handen van criminelen verandert het in een flexibel mechanisme om slachtoffers te segmenteren. Sommige bezoekers zien niets verdachts, terwijl anderen worden doorgestuurd naar phishingpagina’s of exploitkits. Dat maakt forensisch onderzoek complex en vertraagt incidentrespons.

Waarom nu?

Hoewel DNS-manipulatie geen nieuw fenomeen is, groeit de impact door een aantal trends. Netwerken worden complexer, edge-devices nemen toe en veel organisaties beheren een mix van on-premises, cloud en thuiswerkverbindingen. Routers en gateways vormen daardoor een aantrekkelijk doelwit.

Daarnaast is er een verschuiving zichtbaar in hoe aanvallers schaal zoeken. In plaats van grootschalige malwarecampagnes kiezen ze vaker voor infrastructuurcontrole. Door een beperkt aantal strategische systemen te compromitteren kunnen ze verkeer beïnvloeden zonder duizenden endpoints individueel aan te vallen.

Voor securityteams betekent dit dat traditionele perimeterbeveiliging niet altijd voldoende is. Visibility op DNS-verkeer en netwerkconfiguraties krijgt meer gewicht binnen moderne securityarchitecturen.

Impact op dagelijkse IT-operaties

De gevolgen van een DNS-gebaseerde aanval gaan verder dan securityincidenten alleen. Gebruikers kunnen worden omgeleid naar verkeerde applicaties, software-updates kunnen falen en monitoringtools krijgen vervuilde data. Omdat de oorzaak zich buiten endpoints bevindt, zoeken teams vaak lang op de verkeerde plek.

Organisaties merken het probleem soms pas wanneer klanten klagen over vreemde redirects of certificaatwaarschuwingen. Tegen die tijd kan het netwerk al langere tijd gemanipuleerd zijn. Dat maakt snelle detectie lastig en vergroot de kans op reputatieschade.

Daarnaast kan DNS-misbruik leiden tot compliancevraagstukken. Wanneer verkeer via onbekende resolvers loopt, verliezen bedrijven controle over datastromen en logging. In sectoren met strikte regelgeving vormt dat een extra risico.

Wat betekent dit voor msp’s?

Voor msp’s raakt deze ontwikkeling direct aan hun rol als beheerder van netwerken en beveiligingslagen. Veel mkb-omgevingen draaien nog op routers die jaren geleden zijn geïnstalleerd en daarna nauwelijks zijn bijgewerkt. Firmwarebeheer en configuratiecontrole krijgen daardoor meer gewicht binnen managed services.

Er zijn een paar aandachtspunten die voor msp’s steeds relevanter worden:

  • DNS-monitoring als standaardonderdeel van beheer
    Het actief controleren van resolverinstellingen en DNS-verkeer kan helpen om afwijkingen sneller te signaleren.
  • Segmentatie en zero-trust-netwerkmodellen
    Door netwerkverkeer te beperken tot bekende paden verklein je de kans dat een gecompromitteerde router grote impact heeft.
  • Automatisering van patchbeheer voor edge-devices
    Veel routers vallen buiten traditionele endpointmanagementtools. Een centrale aanpak voorkomt dat kwetsbare firmware jarenlang blijft draaien.
  • Bewustwording bij klanten
    Gebruikers zien een router vaak als een simpel apparaat. Voor msp’s ligt hier een rol om uit te leggen dat deze systemen net zo goed onderdeel zijn van de securityketen als servers en laptops.

Voor dienstverleners die security als managed service aanbieden, kan DNS-visibility een manier zijn om hun portfolio uit te breiden, door bestaande monitoring en netwerkbeheer te verdiepen.

Bredere trend

In meerdere rapporten zien analisten dat infrastructuur-gerichte aanvallen toenemen. Aanvallers zoeken naar plekken waar controle weinig zichtbaarheid heeft, zoals DNS, routing en edge-devices. Dat past in een bredere verschuiving binnen cybercrime, waarbij stealth en persistente toegang belangrijker worden dan snelle exploits.

Voor organisaties betekent dit dat security niet alleen draait om endpoints of identity. Netwerkfundamenten krijgen opnieuw aandacht, vooral nu hybride werkplekken en cloudconnectiviteit de complexiteit vergroten.

Een nieuwe blik op een oude laag

DNS wordt vaak gezien als een technische basisvoorziening, vergelijkbaar met elektriciteit in een gebouw. Zolang het werkt, staat niemand erbij stil. Het onderzoek naar gecompromitteerde routers en verborgen TDS-netwerken laat zien dat die vanzelfsprekendheid een risico vormt.

De belangrijkste les is misschien wel dat moderne dreigingen steeds vaker beginnen op plekken die jarenlang buiten de spotlight stonden. Wie DNS en edge-devices serieus meeneemt in zijn beveiligingsaanpak, vergroot de kans om dit soort campagnes vroeg te herkennen en de impact te beperken.

Arctic Wolf introduceert nieuwe endpointsecuritymogelijkheden voor msp-partners. Met Aurora Managed Endpoint Defense wil het bedrijf partners ondersteunen bij het beheren van endpointomgevingen en het uitbreiden van hun managed securitydiensten.

De uitbreiding bouwt voort op het bestaande partnerprogramma en Aurora Endpoint Security voor msp’s. Volgens het bedrijf kunnen partners met de nieuwe mogelijkheden hun dienstverlening stroomlijnen en beter inspelen op de groeiende vraag naar doorlopende beveiliging.

Met Aurora Managed Endpoint Defense ondersteunt het AI-gestuurde SOC van Arctic Wolf msp’s bij het beheren van implementaties van Aurora Endpoint Security bij klanten. De dienst omvat 24×7 monitoring, triage van meldingen en responsacties. Het bedrijf stelt dat partners hiermee hun operationele belasting kunnen verlagen en hun aanbod rond endpointsecurity kunnen uitbreiden.

Daarnaast introduceert Arctic Wolf een Rapid Response Add-On voor de JumpStart Retainer. Klanten van msp’s die beschikken over deze retainer kunnen een service level agreement van één uur activeren voor urgente incidenten. De JumpStart Retainer wordt aangeboden via een jaarlijks abonnement en omvat een aanpasbaar responsplan en vastgestelde tarieven voor incident response.

Ook komt er een MSP Admin Portal. Dit portaal biedt centraal inzicht in klantomgevingen, waaronder waarschuwingen, de status van agentimplementaties en de mogelijkheid om rapportages in bulk te downloaden. Volgens het bedrijf kan dit de administratieve lasten verminderen en het beheer vereenvoudigen.

Arctic Wolf meldt dat met het Aurora-platform detectie, respons en risicobeheer zijn samengebracht in één omgeving. Daarmee wil het bedrijf msp’s ondersteunen bij het leveren van beveiligingsdiensten aan klanten van verschillende omvang.

De wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur begint steeds meer impact te krijgen op de opslagmarkt. Waar eerder vooral geheugenmodules en GPU’s onder druk stonden, signaleren fabrikanten en analisten dat ook harde schijven lastiger verkrijgbaar worden door de groei van grootschalige datacenterprojecten.

Een belangrijke oorzaak is dat hyperscalers hun capaciteit voor meerdere jaren vastleggen via langlopende contracten. Hierdoor komt minder productie beschikbaar voor andere afnemers. Nearline-HDD’s blijven een populaire keuze voor AI-workloads, omdat ze grote hoeveelheden data tegen relatief lage kosten kunnen opslaan. Dat zorgt ervoor dat een deel van de productie verschuift naar cloud- en AI-platforms.

Distributeurs merken dat levertijden oplopen en dat prijzen voorzichtig beginnen te stijgen. Vooral partijen die afhankelijk zijn van projectmatige hardware-inkoop krijgen te maken met minder voorspelbare beschikbaarheid. Analisten verwachten dat deze ontwikkeling zich in 2026 verder doorzet, nu steeds meer organisaties investeren in AI-training, archivering en dataverwerking op grote schaal.

De situatie laat zien dat de impact van AI zich uitbreidt van compute naar de volledige hardwareketen. Naast servers en geheugen krijgt ook opslag een strategische rol in capaciteitsplanning, met mogelijke gevolgen voor projecten en budgetten in het komende jaar.

Een juridisch onderzoek naar de soevereiniteit van de Europese cloudomgeving van Amazon Web Services is kort na publicatie offline gehaald. Dat melden onze zustersites Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders. Het rapport, opgesteld door Greenberg Traurig in opdracht van de Rijksoverheid, stond op naam van Strategisch Leveranciersmanagement Rijk (SLM), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Redacties van Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders hebben vragen gesteld over de reden van het verdwijnen van het document.

Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag in hoeverre de zogeheten AWS European Sovereign Cloud voldoet aan de eisen rond digitale soevereiniteit die de Nederlandse overheid stelt. Daarbij werd gekeken naar technische waarborgen, juridische controle over data en de continuïteit van dienstverlening bij internationale spanningen of juridische conflicten.

Volgens informatie uit de sector richtte het Engelstalige rapport zich onder meer op datasoevereiniteit en de invloed van buitenlandse wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act. Ook werd geanalyseerd hoe de overheid regie houdt over systemen die draaien op een internationale cloudinfrastructuur.

Het plotseling offline halen van het document roept vragen op, omdat de bevindingen een rol spelen in bredere discussies over cloudstrategie en digitale autonomie binnen de publieke sector. Voorlopig is onduidelijk of het rapport wordt aangepast of later opnieuw wordt gepubliceerd. Een inhoudelijke reactie vanuit SLM Rijk is nog niet gegeven.

Twintig jaar na de start staat cloudinfrastructuurprovider Worldstream op een interessant kruispunt. De markt praat volop over digitale soevereiniteit, geopolitieke afhankelijkheid en weerbaarheid van IT-ketens. Voor CEO Ruben van der Zwan draait het gesprek minder om slogans en meer om nuchter vooruitdenken. Soevereiniteit is volgens hem geen eindpunt, maar een manier om onzekerheid te managen.

Die invalshoek vormt de rode draad in het verhaal dat Worldstream wil neerzetten richting de msp. Het twintigjarig bestaan fungeert daarbij vooral als aanleiding om terug te kijken naar wat wel en niet veranderd is. “We zijn twintig jaar verder en de wereld ziet er anders uit, maar over continuïteit is er eigenlijk weinig veranderd,” zegt Van der Zwan. “Twintig jaar geleden dacht je al na over afhankelijkheid van één leverancier of één datacenter. Dat gesprek is alleen opnieuw verpakt.”

Soevereiniteit als containerbegrip

Binnen het Europese IT-landschap is soevereiniteit uitgegroeid tot een breed begrip dat voor elke organisatie iets anders betekent. Van der Zwan ziet dat veel partijen het begrip inzetten als marketinginstrument, terwijl het volgens hem juist vraagt om een bredere blik. “Iedere organisatie hanteert zijn eigen definitie,” legt hij uit. “Het is verleidelijk om te roepen dat je volledig soeverein bent omdat je alles zelf beheert. Dat is maar een deel van het verhaal.”

Waar veel discussies focussen op herkomst van technologie of geografische grenzen, kijkt Worldstream vooral naar weerbaarheid op lange termijn. Soevereiniteit gaat volgens Van der Zwan minder over het vermijden van bepaalde leveranciers en meer over het creëren van handelingsruimte. “Je moet accepteren dat je niet weet wat er morgen gebeurt,” zegt hij. “De vraag is welke keuzes je vandaag maakt zodat je morgen nog kunt bewegen.”

Die visie leidt tot een genuanceerde positie in een debat dat vaak zwart-wit wordt gevoerd. Amerikaanse technologie uitsluiten is volgens hem geen realistisch uitgangspunt. “Ik ben ook fan van Amerikaanse technologie,” zegt Van der Zwan. “Het brengt dingen die je ergens anders niet vindt. Alleen moet je wel nadenken over wat-als-scenario’s als je er volledig afhankelijk van wordt.”

Van hype naar weerbaarheid

Volgens Worldstream ligt het risico vooral in het zoeken naar snelle oplossingen die op langere termijn nieuwe afhankelijkheden creëren. Van der Zwan ziet regelmatig organisaties die een Europese aanbieder kiezen om geopolitieke redenen, waarna investeringen of overnames alsnog voor nieuwe afhankelijkheden zorgen. “Je kunt een oplossing kiezen die vandaag goed voelt,” zegt hij, “en morgen ontdekken dat de situatie alweer veranderd is.”

Die gedachte sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond regelgeving en compliance. Initiatieven zoals NIS2, ISO-certificering en sectorale richtlijnen dwingen organisaties om structureel na te denken over continuïteit. Voor Van der Zwan staat vast dat certificering alleen waarde heeft als het onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. “Als je het alleen doet voor het stickertje, verzamel je bewijs omdat iemand erom vraagt,” zegt hij. “Dan mis je de kans om er echt een beter bedrijf van te maken.”

Infrastructuur als fundament

Hoewel Worldstream zich nadrukkelijk positioneert als cloudinfrastructuurprovider en niet als managed servicepartij, ziet het bedrijf een duidelijke rol in het vergroten van weerbaarheid bij klanten. De focus ligt op het bouwen van een robuuste onderlaag waarop partners hun eigen diensten kunnen ontwikkelen. “Wij beheren geen applicaties van klanten,” zegt Van der Zwan. “Wat we wel doen, is een fundament neerleggen waar zij op kunnen leunen.”

Dat fundament bestaat uit een netwerkarchitectuur die autonoom kan functioneren, redundante locaties en geïntegreerde bescherming tegen aanvallen zoals DDoS. Volgens Van der Zwan draait het om het vereenvoudigen van complexe infrastructuurvraagstukken. “Complexe materie eenvoudig maken is misschien wel het lastigste wat er is,” zegt hij. “Daar maken wij dagelijks keuzes in, zodat klanten zich kunnen richten op hun eigen dienstverlening.”

Voor msp’s vormt die aanpak een interessant vertrekpunt. Veel dienstverleners willen meerwaarde creëren bovenop infrastructuur zonder zelf grote investeringen te doen in datacenters of netwerken. Worldstream werkt veel met msp’s, maar ondersteunt ook digital agencies en grote interne IT-afdelingen die zelf regie willen houden over hun stack.

Gaming-DNA als onverwachte basis

Een opvallend element in het verhaal van Worldstream is de oorsprong van het netwerk. Het bedrijf begon ooit in de gamingsector, waar lage latency en hoge performance doorslaggevend zijn. Die focus blijkt nu een voordeel in een markt waar steeds meer bedrijfskritische workloads naar de cloud verschuiven. “Als iets perfect moet werken voor gaming, heb je een uitmuntend netwerk nodig,” zegt Van der Zwan. “Die basis komt nu goed van pas bij zakelijke workloads.”

De technische erfenis uit die periode vertaalt zich volgens hem in een infrastructuur die is ontworpen voor snelheid en schaalbaarheid. Dat sluit aan bij de groeiende vraag naar performance-gevoelige toepassingen, van realtime analytics tot AI-workloads. Voor partners betekent het dat ze een platform hebben waarop ze kunnen bouwen zonder zelf de complexiteit van de onderliggende infrastructuur te beheren.

Menselijke support als onderscheid

Naast techniek noemt Worldstream ook de menselijke factor als belangrijk onderscheidend element. Volgens Van der Zwan blijkt uit gesprekken met klanten dat directe support en meedenkend vermogen vaak zwaarder wegen dan pure specificaties. “Als je ons belt, krijg je een engineer aan de lijn,” zegt hij. “Dat is voor veel organisaties nog steeds een verschil.”

Die nadruk op bereikbaarheid en expertise sluit aan bij de bredere positionering van het bedrijf: geen hypegedreven boodschap, maar een focus op stabiliteit en voorspelbaarheid. Het motto van Worldstream, ‘solid IT, no surprises’, vat die aanpak samen.

Een andere toon in het debat

Wat dit verhaal vooral typeert, is de poging om afstand te nemen van extreme standpunten in het soevereiniteitsdebat. In plaats van een exclusieve focus op nationale oplossingen pleit Van der Zwan voor een pragmatische benadering waarin diversificatie en continuïteit centraal staan. “Het gesprek overstijgt leveranciers,” zegt hij. “Het gaat over hoe je omgaat met onzekerheid.”

Die boodschap sluit aan bij de realiteit waarin veel msp’s opereren: een hybride landschap van internationale platforms, lokale infrastructuur en steeds strengere regelgeving. Voor Worldstream is het doel om daarin een bouwsteen te zijn, geen allesomvattende oplossing. Of, zoals Van der Zwan het zelf samenvat: “Wij willen niet de hype volgen. We willen dat klanten morgen nog keuzes hebben.”

 

Bedrijven die hun pc-vloot willen vernieuwen krijgen te maken met hogere kosten. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP hebben prijsstijgingen van 15 tot 20 procent doorgevoerd, terwijl analisten verwachten dat geheugenmodules in het eerste kwartaal van 2026 nog verder in prijs oplopen. Volgens marktkenners hangt dat samen met een structurele verschuiving in de chipmarkt door de groeiende vraag naar AI-infrastructuur.

Geheugenproducenten zoals Samsung, SK Hynix en Micron richten een groter deel van hun productie op High Bandwidth Memory, het type geheugen dat veel wordt gebruikt in AI-servers. Daardoor komt minder capaciteit beschikbaar voor traditionele pc-hardware. Fabrieken en grondstoffen blijven hetzelfde, maar prioriteiten binnen de sector veranderen door de vraag vanuit datacenters.

In december maakte Micron bekend te stoppen met het consumentenmerk Crucial. Chief business officer Sumit Sadana stelde dat het bedrijf zich sterker wil richten op strategische groeisegmenten, wat volgens analisten past binnen de bredere verschuiving richting AI-gerelateerde producten.

Sterke prijsstijgingen bij DDR5

De impact is zichtbaar in de markt voor werkgeheugen. DDR5-prijzen zijn sinds oktober 2025 fors gestegen en sommige configuraties kosten inmiddels meerdere keren zoveel als een jaar geleden. Dell-topman Jeff Clarke waarschuwde eerder dat de snelheid waarmee geheugenkosten stijgen ongekend is. Niet alleen DRAM wordt duurder. Ook NAND-flash en opslagcomponenten volgen die trend, onder meer door hogere waferprijzen.

Waar geheugen eerder rond de tien tot vijftien procent van de materiaalkosten van een laptop vertegenwoordigde, kan dat aandeel volgens onderzoeksbureau TrendForce oplopen tot ruim twintig procent in 2026. Analisten van Goldman Sachs verwachten dat de krapte nog jaren kan aanhouden.

Windows 11 versterkt de druk

De timing valt samen met de vervangingsgolf die wordt aangejaagd door de overgang naar Windows 11. Nieuwe hardware-eisen, zoals TPM 2.0 en modernere processors, maken dat oudere systemen minder geschikt zijn. In de praktijk kiezen veel bedrijven voor configuraties met minimaal 16 GB RAM, waardoor de vraag naar geheugen verder groeit.

IDC schetst voor 2026 twee scenario’s: een lichte daling van de pc-markt als de situatie stabiliseert, of een grotere krimp wanneer tekorten aanhouden en prijzen blijven stijgen. Dat zet IT-budgetten onder druk op een moment dat veel organisaties toch al voor een hardwarevernieuwing staan.

Structurele verschuiving

Volgens analisten gaat het niet om een tijdelijke schommeling, maar om een structurele herverdeling van productiecapaciteit richting AI. Zolang chipmakers hun focus houden op datacenters en accelerators blijft de zakelijke pc-markt gevoelig voor prijsschokken. Voor veel IT-afdelingen wordt hardwareplanning daarmee opnieuw een strategisch vraagstuk, waarbij prijsontwikkeling en beschikbaarheid een grotere rol spelen dan de afgelopen jaren het geval was.