Schneider Electric heeft een meerjarig initiatief aangekondigd voor de ontwikkeling van een nieuw ecosysteem rond kunstmatige intelligentie (AI), gericht op energiebeheer en duurzaamheid. De kern van het initiatief wordt gevormd door zogenoemde agentische AI, waarbij digitale ‘agents’ samenwerken met menselijke experts en bestaande IT-systemen. Deze aanpak moet leiden tot slimmere en beter geïntegreerde oplossingen voor energieoptimalisatie en CO₂-reductie.

Het project wordt geleid door Julien Picaud, sinds kort aangesteld als Head of Product Management. Hij krijgt de verantwoordelijkheid over de verdere ontwikkeling van de softwareplatforms van Schneider Electric, inclusief het integreren van technologieën uit de overname van duurzaamheidsadviseur EcoAct.

Volgens het bedrijf moet het toekomstige AI-ecosysteem functioneren als een digitale coördinatielaag voor organisaties die hun energie- en duurzaamheidsstrategie willen automatiseren of verfijnen. Door AI in te zetten in adaptieve workflows kunnen bedrijven volgens Schneider Electric snellere en onderbouwde beslissingen nemen over hun energieverbruik, emissiebeheer en verduurzamingstrajecten.

“Onze visie is collaboratieve intelligentie: AI die fungeert als digitale collega voor menselijke experts”, zegt Steve Wilhite, President van de Sustainability Business-divisie van Schneider Electric. “Hiermee kunnen organisaties strategischer werken aan hun duurzaamheidsdoelen.”

Het bedrijf benadrukt dat domeinkennis van groot belang is bij het ontwikkelen van dergelijke systemen. Amy Cravens, onderzoeksdirecteur Sustainability en ESG Software bij IDC, merkt op dat de effectiviteit van agentische AI in sterke mate afhankelijk is van de expertise waarop deze is gebaseerd. “Door jarenlange ervaring en kennis uit de praktijk in het ontwerp te integreren, kan zo’n systeem daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van complexe duurzaamheidsvraagstukken,” aldus Cravens.

Bij het ontwerp van het nieuwe ecosysteem zegt Schneider Electric rekening te houden met het energieverbruik van AI-oplossingen. Het bedrijf streeft naar een ‘zuinige AI’-aanpak, waarbij lichtere modellen, efficiënte algoritmes en geoptimaliseerde infrastructuren het energieverbruik en de ecologische voetafdruk van AI-systemen moeten beperken. Dan Whitsell, CTO en Head of Software Engineering van de Sustainability Business-divisie, zegt hierover: “We willen maximale intelligentie realiseren met een minimaal gebruik van middelen.”

Het initiatief sluit aan bij eerdere stappen die Schneider Electric heeft gezet op het gebied van AI. Zo ontwikkelde het bedrijf onder meer de Resource Advisor Copilot, een AI-gedreven tool die duurzaamheidsprestaties inzichtelijk maakt voor organisaties. Ook werkt Schneider Electric samen met Nvidia aan datacenteroptimalisatie met behulp van AI, en beschikt het bedrijf over meerdere octrooien op dit vlak.

Schneider Electric ondersteunt al meer dan twintig jaar multinationals wereldwijd bij hun energie- en duurzaamheidsstrategie. De opgebouwde kennis en ervaring vormen naar eigen zeggen de basis voor het nieuwe AI-ecosysteem, dat menselijke expertise en kunstmatige intelligentie moet combineren in een geïntegreerde aanpak.

Steeds meer IT- en securityleiders maken zich zorgen over de risico’s van kunstmatige intelligentie. In de Benelux noemt inmiddels 39 procent van de beslissers AI, grote taalmodellen (LLM’s) en privacy als hun grootste zorgen op het gebied van cybersecurity. Daarmee zijn deze thema’s ransomware en malware voorbijgestreefd. Dat blijkt uit het wereldwijde State of Cybersecurity: 2025 Trends Report van Arctic Wolf, uitgevoerd door Sapio Research onder ruim 1.200 beslissers in vijftien landen, waaronder honderd respondenten uit de Benelux.

Wereldwijd komt AI voor het eerst als belangrijkste zorg naar voren: 29 procent van de respondenten noemt AI, LLM’s en privacy als grootste risico, tegenover 21 procent die ransomware, malware en data-afpersing noemt. De Benelux scoort dus flink boven dat gemiddelde.

29 procent van de respondenten noemt AI, LLM’s en privacy als grootste risico

 

Tegelijk laat het onderzoek zien dat bedrijven nog altijd worstelen met fundamentele uitdagingen, zoals beperkte zichtbaarheid op hun infrastructuur, verouderde incident response plannen en druk op het budget. Zo zegt 84 procent van de organisaties wereldwijd endpointbeveiliging te gebruiken, maar heeft slechts 40 procent vertrouwen in de volledige dekking daarvan. In de Benelux is het gebruik van endpointtools met 78 procent zelfs het laagst van alle onderzochte landen.

Ook het aantal geslaagde aanvallen blijft hoog. Ruim de helft van de organisaties wereldwijd (52 procent) had het afgelopen jaar te maken met een succesvolle cyberaanval – een stijging ten opzichte van 48 procent een jaar eerder. In de Benelux lag dit percentage zelfs nog hoger: zeven op de tien organisaties (70 procent) rapporteerde in 2024 minstens één ernstige aanval. Business email compromise (BEC) kwam het vaakst voor, gevolgd door malware.

 

 In 2024 rapporteerde in de de Benelux 70% van de organisaties minstens één ernstige aanval

 

Opvallend is dat van de getroffen bedrijven wereldwijd 97 procent het incident inmiddels heeft gemeld bij de autoriteiten. Volgens Arctic Wolf wijst dit op meer transparantie en een betere naleving van de regelgeving.

Bij ransomware-aanvallen schakelen veel organisaties inmiddels professionele onderhandelaars in. Wereldwijd betaalde 76 procent van de slachtoffers losgeld, waarvan 90 procent met hulp van een expert. In meer dan de helft van die gevallen leidde dat tot een lagere betaling. In de Benelux was de bereidheid om te betalen lager dan elders: 57 procent van de getroffen organisaties betaalde losgeld.

 In de Benelux betaalde 76% van de getroffen organisaties losgeld

 

Volgens Arctic Wolf-president Dan Schiappa laat het rapport zien dat de snelle opkomst van AI nieuwe onzekerheden met zich meebrengt – zowel aan de kant van aanvallers als verdedigers. Organisaties doen er volgens hem goed aan om, ondanks de aandacht voor AI, de basisprincipes van security niet te vergeten: regelmatig patchen, detectie- en responsmaatregelen implementeren, en een actueel incident response plan onderhouden.

IT-dienstverlener Vooruit heeft Pascal Stam aangesteld als nieuwe Sales Manager Groot Zakelijke Markt & Overheid. Met zijn komst wil het bedrijf een volgende stap zetten in de verdere uitbouw en versterking van zijn commerciële organisatie.

Stam bekleedde diverse commerciële functies bij software- en hardwareleveranciers. Zijn technische achtergrond moeten bij Vooruit klantbehoeften vertalen naar passende technologische oplossingen. In zijn rol als Sales Manager Enterprise zal Stam zich richten op het verder ontwikkelen van structuur en processen binnen het salesteam.

Uit een analyse van Cisco Talos blijkt dat multi-factor authenticatie niet langer de ondoordringbare verdedigingslinie is het ooit was. Hoewel MFA lange tijd werd gezien als een van de meest effectieve en betaalbare methoden om phishingaanvallen tegen te gaan, constateren de onderzoekers van Cisco Talos dat cybercriminelen nieuwe methoden hebben ontwikkeld om deze beveiligingslaag te omzeilen. De verschuiving in aanvalstactieken vraagt volgens Cisco om een herziening van de bestaande beveiligingsstrategieën binnen organisaties.

De onderzoekers van Cisco Talos signaleren onder meer een duidelijke toename van zogeheten adversary-in-the-middle-aanvallen. Hierbij maken aanvallers geen gebruik meer van traditionele phishingpagina’s, maar zetten ze reverse proxy-servers in die een directe verbinding opzetten met de echte inlogpagina van een dienst. Voor de gebruiker lijkt er in eerste instantie niets ongebruikelijks aan de hand, men logt in zoals gewoonlijk en bevestigt de MFA-verificatie. Wat de gebruiker echter niet ziet, is dat de communicatie via de server van de aanvaller verloopt. Op die manier kunnen cybercriminelen niet alleen inloggegevens onderscheppen, maar ook de bijbehorende sessiecookie. Daarmee verkrijgen zij volledige toegang tot de actieve sessie, zonder verdere tussenkomst van de gebruiker.

Een tweede ontwikkeling die Cisco Talos ziet, is de groeiende beschikbaarheid van zogenoemde Phishing-as-a-Service-platforms. Deze kant-en-klare toolkits, zoals Evilproxy en Tycoon 2FA, stellen aanvallers in staat om zonder diepgaande technische kennis geavanceerde aanvallen op te zetten. Ze bevatten onder andere templates voor populaire diensten, filters voor IP-adressen en user agents en technieken om detectie door beveiligingssoftware te omzeilen. Het gevolg is dat steeds meer cybercriminelen hierdoor in staat zijn om professionele en grootschalige phishingcampagnes uit te voeren.

Webauthn

Daarnaast blijkt uit de analyse dat traditionele securitymaatregelen, zoals spamfilters en cyberawareness-trainingen, steeds minder effectief blijken in het tegenhouden van deze nieuwe aanvalsvormen. Zelfs combinaties van wachtwoorden en pushmeldingen, een MFA-variant die veel wordt toegepast, kunnen met de juiste infrastructuur worden misbruikt. In sommige gevallen voegen aanvallers na een succesvolle inbraak zelfs extra MFA-apparaten toe aan het account, wat vaak onopgemerkt blijft en de controle over het account verder ondermijnt.

Volgens Cisco Talos is het belangrijk dat technologieën worden ingezet die bestand zijn tegen geavanceerde phishingtactieken, zoals WebAuthn, een gestandaardiseerde, wachtwoordloze vorm van authenticatie op basis van publieke cryptografie. Deze methode werkt met cryptografische sleutels die zijn gekoppeld aan het domein van een website. Hierdoor wordt het vrijwel onmogelijk om inlogprocessen te repliceren via valse domeinen of tussenliggende servers. Volgens het bedrijf wordt hier nog te weinig gebruik van gemaakt.

Diverse brancheorganisaties in Nederland lanceren een nieuwe website leveranciers van NIS2-entiteiten en mkb-bedrijven een  rapport kunnen opstellen dat inzicht geeft in hun digitale weerbaarheid. Het is een initiatief van ruim 100 brancheorganisaties onder regie van platform Samen Digitaal Veilig (SDV).

Met de website www.nis2cyberscore.eu wil SDV de wildgroei aan verschillende NIS2-vragenlijsten en -checklists in de keten tegengaan. Volgens de organisatie zorgen die momenteel voor veel verwarring en tijdverlies. De tool bestaat uit een online vragenlijst, opgesteld door experts op basis van de kernthema’s van de NIS2-richtlijn. De NIS2 Cyber Score laat zien in hoeverre een bedrijf zijn cybersecurity op orde heeft. Na het invullen van de vragenlijst ontvangt het bedrijf een PDF-rapport met de score en een toelichting, dat kan worden gedeeld met klanten.

“Hoewel de NIS2-wetgeving in tien landen van kracht is, is deze in Nederland nog niet ingevoerd. Dit zorgt ervoor dat sommige Nederlandse bedrijven vanuit het buitenland bijna dagelijks vragen krijgen over de status van hun cybersecurity,” zegt SDV. “Brancheorganisaties constateren dat leveranciers worden benaderd met allerlei verschillende, zelf opgestelde vragenlijsten en checklists, wat tot veel extra werk en tijdverspilling leidt. De NIS2 Cyber Score biedt hiervoor een kosteloze en gestandaardiseerde oplossing voor vrijwel alle branches, in de vorm van één uniforme vragenlijst voor alle mkb-bedrijven.”

 

 

Sinds kort heeft Kaseya een opmerkelijke rol in het leven geroepen: die van Voice of the Customer. De allereerste persoon die deze titel draagt, is Bart Spel. Met ruim dertig jaar ervaring aan de kant van de IT-dienstverlener kent hij de praktijk als geen ander. Nu is het zijn taak om wereldwijd de stem van de partner hoorbaar te maken binnen Kaseya’s productontwikkeling.

“Mijn rol is ontstaan vanuit de wens om de klant écht te vertegenwoordigen in alles wat we ontwikkelen,” zegt Spel. “Ik ben geen salespersoon en ook geen productspecialist. Ik ben de brug tussen de praktijk van de msp en de roadmap van Kaseya.”

Van msp naar leverancier

Spel is afkomstig van Avantage, een bekende Nederlandse msp die inmiddels deel uitmaakt van Ricoh. “Ik heb daar 31 jaar gewerkt, waarvan jaren als COO/CTO. Ik ben die wereld dus niet alleen gewend, ik begrijp haar ook door en door,” vertelt hij. “Bovendien zat ik al jaren in het CEO Council van Kaseya. Dat gaf mij een goed beeld van de organisatie, maar dan van buitenaf.” Nu hij intern actief is bij Kaseya, valt hij direct onder de Chief Product Officer. “Zo houd ik directe invloed op wat er op de roadmap komt – en vooral: waarom.”

Wensen van partners vertalen

Als Voice of the Customer heeft Spel een duidelijk doel: voorkomen dat Kaseya producten ontwikkelt waar niemand op zit te wachten. “We willen geen functionaliteit bouwen waar partners niks mee kunnen. Dat is zonde van tijd én geld. Daarom wil ik de echte klantbehoeften binnenbrengen in de besluitvorming.”

Hij verzamelt zijn input wereldwijd, onder andere via ‘pulse checks’: gesprekken met partners waarin wensen, knelpunten en ideeën worden besproken. “De bedoeling is dat mijn team wereldwijd uitbreidt. We zoeken mensen die – net als ik – uit de praktijk komen. Alleen dan kun je het jargon spreken van de partner en weet je wat er echt speelt.”

Geen commerciële agenda

Opvallend is dat Spel geen commerciële targets heeft. “Ik rapporteer rechtstreeks aan de productorganisatie, niet aan sales. Dat is bewust, want ik moet neutraal zijn. Partners moeten zich vrij voelen om alles met me te delen, zonder dat ze bang zijn dat er een verkoopgesprek uit volgt.”

Volgens Spel is dat ook waarom de msp’s hem nu al waarderen. “Ze krijgen iemand die hun taal spreekt, zonder bijbedoelingen. En binnen Kaseya krijgen de productteams waardevolle feedback – ook als het minder leuk is om te horen dat een nieuwe feature toch niet goed aansluit.”

Wereldwijde impact

De rol van Spel is wereldwijd. Hij werkt vanuit Amsterdam, maar reist veel: Zuid-Afrika, Miami, Dublin. “De wereld van een msp in Nederland is echt anders dan die in Zuid-Afrika. Denk aan internetkwaliteit, stroomvoorziening, of de rol van cloud. Dat betekent dat je per regio andere keuzes moet maken, maar wel binnen één productstrategie.”

Hoewel Spel nog maar net is begonnen, is hij realistisch over het effect op korte termijn. “De eerste roadmap-cyclus waarin ik invloed heb, moet nog komen. Maar de basis ligt er: een structurele stem voor de partner. Het is nu aan ons om dat waar te maken – wereldwijd.”

De wereld van IT-distributie verandert snel. Cisco distributeur Comstor ziet het als zijn missie om partners te helpen die veranderingen te begrijpen én er voordeel uit te halen. Daarbij speelt security een centrale rol, naast slimme logistiek en data-gedreven salesondersteuning. “Wij ademen Cisco en we zorgen dat onze partners klaar zijn voor de toekomst,” zeggen Patrick Govers en Tim Van Steenwinkel van Comstor stellig.

Cisco is allang niet meer alleen een netwerkbedrijf. De fabrikant transformeert in hoog tempo naar een leverancier van software, security en managed diensten. Comstor zit als distributeur boven op die verandering. “We merken dat Cisco-partners meer vragen hebben dan ooit. Over nieuwe technologie, over partnerprogramma’s, over lifecycle management en over hoe je omzet blijft maken in een wereld die richting software en recurring modellen beweegt,” zegt Patrick Govers, managing director van Comstor Benelux.

We merken dat Cisco-partners meer vragen hebben dan ooit

Die transitie is niet vrijblijvend. Cisco dwingt partners feitelijk om die kant op te bewegen. Govers: “Partners hebben tot februari 2026 de tijd om zich voor te bereiden voor het nieuwe Cisco Partner Programma. Dat betekent dat ze andere skills nodig hebben. Daar helpen wij ze actief bij. Met trainingen, enablement, labs, co-marketing en soms zelfs met het overnemen van een deel van hun dienstverlening.”

Security als verbindende factor

De grote trends die Comstor ziet, zijn onder te brengen in drie overkoepelende thema’s: future-proofed workplaces, AI-ready datacenters en digital resilience. “Security is daar altijd een integraal onderdeel van,” legt Tim Van Steenwinkel, Sales Manager Comstor België, uit. “Zelfs bij een wifi-project is de eerste vraag: hoe is de security geregeld?”

Comstor heeft stevig ingezet op partner enablement rond security. Govers: “Veel Cisco-partners zijn opgegroeid in networking en hebben security via andere vendoren gedaan. Maar Cisco heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet in security. Wij helpen partners om die stap te maken, bijvoorbeeld met labs voor onder andere firewalls, zero trust en XDR.”

Maar Cisco heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet in security

Die enablement labs vormen een belangrijk onderdeel van Comstors strategie. “We hebben inmiddels zeven tot acht verschillende lab-omgevingen ontwikkeld,” aldus Van Steenwinkel. “Daarin kunnen partners hands-on oefenen met Cisco-technologieën, in een veilige en realistische setting. Zo bouwen engineers niet alleen technische kennis op, maar ook het vertrouwen om nieuwe oplossingen bij hun klanten te positioneren.”

Dat begint met training en enablement, maar daar houdt het niet op. Govers: “Wij gaan samen met partners naar klanten toe, helpen bij marketingacties en bij het bouwen van proposities. Soms nemen we de lead, soms ondersteunen we. Het doel is altijd om partners autonoom succesvol te maken met het Cisco-portfolio.”

Splunk en Managed XDR

Comstor speelt ook in op overnames van Cisco, zoals de acquisitie van Splunk. Splunk is een platform voor data-analyse, observability en security. Het verzamelt en correleert loggegevens van IT-systemen en applicaties, waardoor organisaties sneller kunnen reageren op incidenten. Govers: “Cisco heeft Splunk overgenomen om zijn securityportfolio te versterken, vooral op het gebied van SIEM en analytics. Voor partners betekent dat een enorme kans om end-to-end inzicht en beveiliging aan te bieden.”

“Splunk is een andere wereld,” voegt Van Steenwinkel toe. “Daar helpen wij partners bij: hoe bouw je een Splunk-propositie, hoe verkoop je dat in combinatie met Cisco, hoe integreer je dat eventueel met AWS of andere omgevingen?”

Om partners van elk formaat sneller mee te laten doen ontwikkelde Comstor recent een white-labeled managed XDR-dienst. Van Steenwinkel: “We bieden dit aan vanuit ons eigen SOC. Het is een dienst gebaseerd op Cisco XDR, maar dan zó verpakt dat partners die zelf geen SOC of NOC hebben, het toch kunnen verkopen als hun eigen dienst.” Dat Cisco XDR open integraties biedt met andere grote securitypartijen helpt daarbij. “Je hoeft dus niet full stack Cisco te verkopen om met Cisco XDR aan de slag te gaan,” aldus Govers. “Dat maakt het aantrekkelijk voor partners die in een gemengde omgeving opereren.”,

Comstor = Cisco

Comstor is onderdeel van distributeur Westcon-Comstor en richt zich volledig op Cisco. Govers: “Comstor is Cisco, Westcon biedt een twintigtal andere netwerk- en securityvendoren. In de praktijk trekken we veel samen op. We zijn immers niet blind voor het feit dat klanten zelden één vendor gebruiken.”

De band met Cisco is hecht. Govers: “Wij zijn een verlengstuk van Cisco. Wij spreken dezelfde taal, hebben wereldwijd coverage en beschikken over een schat aan Cisco-specifieke data.”

Wij zijn een verlengstuk van Cisco

Comstor gebruikt die data actief. Bijvoorbeeld voor lifecycle management en install-base analyse. “We weten precies welke apparatuur wanneer end-of-life gaat en kunnen samen met partners voorspellend werken richting vervanging of migratie.”,

Digitale ondersteuning en lokale logistiek

Daarbij biedt Comstor een uitgebreid digitaal portaal, Partner-Central, waarin partners niet alleen kunnen bestellen maar ook informatie kunnen ophalen over Cisco-oplossingen, licenties, lifecycle en andere zaken. “Digitale distributie is essentieel,” zegt Van Steenwinkel. “Maar we combineren het met lokale logistieke kracht.”

Zo beschikt Comstor over een logistiek centrum in Houten, Nederland, van waaruit het Europese vasteland wordt bediend, en in andere regio’s beschikt Comstor over soortgelijke faciliteiten. “Vanuit Houten bieden we staging, kitting, consignment stock en zelfs white-label installatie aan. Als een partner dat wil, kunnen onze engineers het product volledig voorbereiden, labelen en verzenden naar de eindklant, uit naam van de partner.”

Ook in internationale trajecten is dat waardevol. “Als een integrator levert aan meerdere landen, kunnen wij levering, belasting en compliance ondersteunen. Dat is voor veel partners een belangrijke reden om met ons samen te werken.”

Comstor is actief in de hele Benelux, met kantoren in Houten (NL) en Diegem (BE). De organisaties zijn gespiegeld en werken met dezelfde architectuur en systemen. Van Steenwinkel: “Ik ben verantwoordelijk voor de Belgische en Luxemburgse markt. We hebben lokale salesteams met kennis en expertise en we werken vanuit een Benelux perspectief nauw samen met specialisten per oplossing.”

Tijdens Cybersec Europe op 21 en 22 mei in Brussel is Comstor, samen met Westcon, prominent aanwezig. Govers: “We laten daar de volledige Comstor securitypropositie zien. Voor ons is het ook een manier om het Belgische team zichtbaarder te maken.”

Partner first

De kern van het Comstor-verhaal blijft partnerondersteuning. Govers: “Onze slogan is niet voor niets ‘Partner success, it’s what we do’. Soms begeleiden wij wel 60 tot 80% van een Cisco-deal, zeker bij partners die net opstarten met het positioneren van Cisco-oplossingen. We zorgen dat ze die kennis opbouwen, zodat ze ons straks minder nodig hebben.”

Dat kan verschillen per type partner. “Bij grote integratoren ligt onze toegevoegde waarde meer op logistiek en internationale support, bij andere partners eerder op presales en enablement. We kijken altijd: wat heeft deze partner nodig? En dan leveren we dat, zodat hij zijn klant optimaal kan bedienen.”

Want uiteindelijk, zegt Van Steenwinkel, is dat waar het om gaat: “De technologie verandert, de markt verandert, maar het draait nog steeds om vertrouwen. Partners moeten weten dat wij er staan, elke dag opnieuw.”

De Nederlandse value added distributeur Alcadis gaat de glasvezeltechnologie van Nokia distribueren in de Benelux. Daarbij worden de glasvezeloplossingen gecombineerd met draadloze netwerkoplossingen van RUCKUS, gericht op partners die actief zijn in het mkb en mkb+.

De samenwerking richt zich op Optical LAN, een netwerkarchitectuur waarbij glasvezel direct tot aan de eindgebruiker wordt doorgetrokken. Hierdoor zijn minder actieve netwerkcomponenten nodig tussen de centrale infrastructuur en de werkplekken, wat onder meer resulteert in minder energieverbruik en een vereenvoudigde bekabelingsstructuur.

“Traditionele netwerken zijn vaak gebaseerd op koperbekabeling, die niet meer voldoet aan de eisen van moderne toepassingen,” zegt Ana Pesovic, verantwoordelijk voor marketing van enterprise-oplossingen bij Nokia. “Fiber biedt hogere snelheden en een veel langere levensduur. Een infrastructuur op basis van glasvezel kan decennialang mee zonder grote aanpassingen.” Volgens Pesovic zijn duurzaamheid en energie-efficiëntie belangrijke motieven om over te stappen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het gebruik van Optical LAN, afhankelijk van de configuratie, kan leiden tot een energiebesparing tussen de 40 en 70 procent ten opzichte van traditionele netwerken.

Ana Pesovic

Verschuiving naar Wi-Fi 7

De timing van de introductie sluit aan bij technologische ontwikkelingen. Veel organisaties bereiden zich voor op de overstap naar Wi-Fi 7, dat hogere datasnelheden en lagere latency mogelijk maakt. “Dat vraagt om een backhaul-infrastructuur die deze hogere capaciteiten kan ondersteunen,” zegt Bart van Vliet, Business Development Manager bij Alcadis. “De bestaande bekabeling is daar vaak niet op berekend. Bij vervanging is het logisch te kiezen voor een oplossing die toekomstvast is.”

De glasvezeloplossingen van Nokia worden gecombineerd met de wifi-infrastructuren van RUCKUS. Beide oplossingen zijn via een centrale beheeromgeving aan te sturen. Volgens Pesovic levert dit voordelen op in beheer en onderhoud, zeker voor dienstverleners die meerdere klantomgevingen beheren. “Het gaat niet alleen om draadloos of bedraad,” zegt Pesovic. “Beide technologieën vullen elkaar aan. Ook in een draadloze wereld blijft glasvezel essentieel voor de backbone van het netwerk.”

Internationale ervaring met glasvezeltechnologie

Nokia heeft wereldwijd ervaring met de implementatie van glasvezeltechnologie in uiteenlopende sectoren. Pesovic noemt onder andere luchthavens, hotelketens en onderwijsinstellingen als voorbeelden. “We zien toepassingen variërend van grote luchthavens zoals Changi in Singapore tot onderwijsinstellingen zoals St. Mary’s School in Cambridge.”

Hoewel de voorbeelden vaak grootschalige projecten betreffen, benadrukt Alcadis dat Optical LAN ook interessant is voor kleinere omgevingen. “In Nederland hebben we veel gebouwen van beperkte omvang, zoals scholen, zorginstellingen en kleinere hotels,” zegt Van Vliet. “Juist daar kan de eenvoudige aanleg en het lagere energieverbruik van fiber een groot verschil maken.”

Pesovic vult aan dat ook in kleinere netwerken de voordelen zichtbaar zijn. “De investeringen zijn misschien minder spectaculair, maar de baten in energie, onderhoud en duurzaamheid zijn er niet minder om.”

Bart van Vliet

Rol van Alcadis

Alcadis treedt op als distributeur en biedt ondersteuning aan partners bij ontwerp, implementatie en beheer van de oplossingen. Daarbij richt het bedrijf zich specifiek op msp’s en system integrators in het mkb en mkb+. “Onze rol gaat verder dan alleen distributie,” legt Van Vliet uit. “We ondersteunen partners technisch en commercieel en zorgen dat zij de technologie kunnen vertalen naar de behoeften van hun klanten.”

Volgens Van Vliet past de uitbreiding van het portfolio met fiber goed bij de ontwikkelingen die Alcadis de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. “We zijn begonnen met draadloze netwerken en hebben dat stapsgewijs uitgebreid met IoT- en private 5G-oplossingen. Nu voegen we daar een glasvezelcomponent aan toe, waarmee we partners nog beter willen ondersteunen bij de inrichting van complete netwerkarchitecturen.”

Bewustwording vergroten

Een belangrijk aandachtspunt is volgens beide partijen het vergroten van de bekendheid van glasvezeltechnologie. “Veel organisaties zijn nog gewend aan de traditionele manier van netwerkopbouw,” zegt Pesovic. “De voordelen van fiber zijn bekend in de telecomwereld, maar binnen bedrijfsnetwerken is de adoptie pas de laatste jaren op gang gekomen.”

Alcadis ziet het als taak om partners te helpen bij het uitleggen van de voordelen aan eindklanten. “Er is vaak nog veel onwetendheid,” zegt Van Vliet. “Wij helpen partners om die vertaalslag te maken, onder andere met trainingen, technische ondersteuning en concrete voorbeelden uit de praktijk.”

Hoewel grotere projecten grotere kostenbesparingen opleveren, is de technologie volgens Pesovic ook geschikt voor kleinere implementaties. “Zelfs in een kantooromgeving met enkele tientallen werkplekken kunnen de voordelen in beheer en energieverbruik al merkbaar zijn,” stelt ze.

Van Vliet sluit zich daarbij aan. “In Nederland en België zijn veel gebouwen niet megagroot. Dat betekent dat we juist moeten benadrukken dat Optical LAN ook kosteneffectief kan zijn voor kleinere ondernemingen en instellingen.”

Verwachtingen

De samenwerking tussen Alcadis en Nokia is inmiddels gestart. De komende tijd zullen de eerste implementaties worden uitgerold. Zowel Alcadis als Nokia verwachten dat de combinatie van glasvezel en draadloze technologieën partners nieuwe kansen biedt om hun klanten duurzamere en toekomstvaste netwerkoplossingen te bieden. “Met de focus op duurzaamheid, eenvoud in beheer en de vraag naar hogere netwerksnelheden, past deze technologie uitstekend bij de behoeften van vandaag en morgen,” besluit Pesovic.

 

 

Vandaag is het Wereld Wachtwoord Dag – een dag die ooit bedoeld was om gebruikers bewust te maken van het belang van sterke wachtwoorden. Maar anno 2025 rijst de vraag: hoe lang vieren we deze dag nog? Binnenkort misschien de Dag van de Identiteit?

Het traditionele wachtwoord staat steeds meer onder druk. Kwetsbaarheden stapelen zich op, gebruikers blijven slordig omgaan met hun inloggegevens en cybercriminelen richten zich juist op die zwakke schakel. Tegelijkertijd maken moderne vormen van authenticatie, zoals biometrie, passkeys en context-based access, razendsnel terreinwinst. Steeds meer organisaties kiezen voor een aanpak waarin identiteit, niet het wachtwoord, de sleutel is tot toegang.

Van wachtwoord naar identiteit

De beveiligingswereld maakt een duidelijke omslag: van perimeterbeveiliging en wachtwoorden naar identiteitsgestuurde toegang. Deze trend is niet nieuw, maar krijgt in 2025 versneld vorm. Gartner voorspelde het al jaren geleden: identity is the new perimeter. In de praktijk betekent dat: het is minder relevant wáár iemand zich bevindt of welk device hij gebruikt. Wat telt, is wie die persoon is en of hij daadwerkelijk toegang mag krijgen tot die data of dienst.

Deze benadering sluit aan op Zero Trust en op het steeds complexere hybride landschap waarin organisaties opereren. Voor jou als it-dienstverlener betekent dit dat je klanten moet begeleiden naar een model waarin identiteit, authenticatie en autorisatie centraal staan.

Waarom wachtwoorden tekortschieten

Wachtwoorden zijn al decennia de standaard voor toegangscontrole, maar hun tekortkomingen zijn inmiddels overduidelijk. Veel gebruikers hergebruiken hetzelfde wachtwoord voor meerdere accounts, wat het risico op een kettingreactie bij een datalek vergroot. Sterker nog, uit recente cijfers blijkt dat ruim een kwart van de mensen hetzelfde wachtwoord gebruikt voor tussen de 11 en 20 verschillende accounts.

Daarnaast worden wachtwoorden vaak onderschept via phishing, keyloggers of man-in-the-middle-aanvallen. Zelfs als gebruikers complexe wachtwoorden aanmaken, biedt dat geen garantie op veiligheid. Het probleem zit niet alleen in de gebruiker, maar ook in het feit dat wachtwoorden centraal worden opgeslagen en dus een aantrekkelijk doelwit vormen voor aanvallers.

Uit het Verizon Data Breach Investigations Report blijkt dat gestolen of zwakke credentials in 81 procent van succesvolle cyberaanvallen een meer of minder belangrijke rol spelen. Het is duidelijk dat het wachtwoord zijn langste tijd heeft gehad.

Identity-first security in de praktijk

De overstap naar identity-first security betekent dat identiteit het nieuwe uitgangspunt wordt voor toegangscontrole. In plaats van een enkel wachtwoord draait het om meerdere lagen van verificatie, waarbij factoren als biometrie, device-trust, locatie en gebruikersgedrag meespelen. Authenticatie wordt hierdoor dynamisch en contextafhankelijk. Toegang wordt niet meer automatisch verleend op basis van een gebruikersnaam en wachtwoord, maar beoordeeld op basis van risico’s en omstandigheden. Een medewerker die altijd vanuit Nederland werkt en ineens vanaf een onbekende locatie in Zuid-Amerika probeert in te loggen, krijgt bijvoorbeeld geen toegang zonder aanvullende verificatie.

Ook autorisatie verandert mee. Waar vroeger vaste rollen bepaalden wie toegang kreeg tot bepaalde systemen, zijn er nu modellen zoals Just-In-Time en Just-Enough Access, waarbij toegang tijdelijk en minimaal wordt toegekend. Dit verkleint de kans dat kwaadwillenden toegang krijgen tot gevoelige systemen.

Identity-tools

Identity-first security vraagt om slimme tooling, maar vooral ook om een gedragsverandering in hoe organisaties omgaan met toegang. IT-dienstverleners spelen hierin een centrale rol.

Concrete toepassingen en tools die verband houden met Identity-first zijn

  • Single Sign-On (SSO): één keer inloggen om toegang te krijgen tot meerdere gekoppelde applicaties binnen één domein of organisatie, bijvoorbeeld via een centrale identiteit in Microsoft Entra ID of een interne AD-server.
  • Federated identity management: toegang tot applicaties over meerdere domeinen of organisaties heen, waarbij identiteitsbronnen met elkaar worden vertrouwd. Dit werkt vaak via standaarden zoals SAML of OAuth, en wordt ondersteund door platforms als Okta, Azure AD en Google Workspace
  • Context-aware access op basis van locatie, tijdstip, device en gebruikersgedrag
  • Just-In-Time en Just-Enough Access voor gecontroleerde toegang tot resources

De rol van IT-dienstverleners

Voor jou als msp of IT-partner liggen hier duidelijke kansen. Denk aan het implementeren van moderne IAM-oplossingen, het trainen van gebruikers in veilig gedrag en het zorgen voor governance en monitoring van identiteitsbeheer. Het betekent ook: afstappen van het idee dat toegangsbeheer een technische kwestie is. Identity-first security is een bedrijfsrisico, een compliance-uitdaging én een gebruikerservaring in één.

 

Het aantal cyberaanvallen is in het eerste kwartaal van 2025 wereldwijd met 47% gestegen tot gemiddeld 1.925 aanvallen per organisatie per week. Nederland overstijgt die trend met een stijging van 53%, zo blijkt uit het nieuwste rapport van security-specialist Check Point Software Technologies.

De aanvallen worden steeds geavanceerder, en Nederlandse bedrijven worden vooral benaderd via gecompromitteerde infrastructuur in de VS, Nederland en Duitsland. Nederlandse bedrijven worden het meest aangevallen vanuit de VS (44%), Nederland (13%) en Duitsland (8%). Dit zijn de landen die geregistreerd worden als laatste “verzendpunt” van de aanval, maar het land van origine is vaak elders. Hackers trachten zo geoblockers te omzeilen en verbergen zich achter gecompromitteerde systemen of botnets om van daaruit hun aanval te initiëren.

De top 3 van meest geraakte sectoren lijkt op die van Q3 2024 maar heeft een nieuwe naam op de derde plaats:
1. Gezondheidszorg met gemiddeld 3.164 aanvallen per week
2. Consultancy met gemiddeld 1.382 aanvallen per week
3. Retail/groothandel met gemiddeld 1.179 aanvallen per week

Topbedreigingen in Nederland

Het meest voorkomende type kwetsbaarheid is Information Disclosure, goed voor 63% van alle kwetsbaarheden in Nederland. Information Disclosure is een kwetsbaarheid in software waardoor een onbevoegde gebruiker of aanvaller toegang kan krijgen tot gevoelige gegevens of informatie die beschermd moet worden. De belangrijkste malware in Nederland is AndroxGh0st, een botnet die Windows, Mac en Linux platform raakt. Van alle malware-bestanden wordt 42% verstuurd via het web en 58% via mail.

Meest geïmiteerde merken

In Q1 2025 behield Microsoft zijn positie als het meest misbruikte merk, goed voor 36% van alle phishing-pogingen. Google steeg naar de tweede plaats met 12%, terwijl Apple in de top 3 bleef met 8%. Mastercard maakte een sterke comeback en verscheen voor het eerst sinds Q3 2023 weer in de top 10, op de vijfde positie. De technologiesector was de meest geïmiteerde sector, gevolgd door sociale netwerken en de detailhandel, wat de aanhoudende kwetsbaarheid van grote online dienstverleners benadrukt.

Microsoft – 36%
Google – 12%
Apple – 8%
Amazon – 4%
Mastercard – 3%
Alibaba – 2%
WhatsApp – 2%
Facebook – 2%
LinkedIn – 2%
Adobe – 1%

Sectoren

Hoewel geen enkele sector immuun is voor cyberaanvallen, werd de onderwijssector het hardst getroffen in Q1 2025, met een gemiddelde van 4.484 aanvallen per organisatie per week – een stijging van 73% ten opzichte van het voorgaande jaar. De overheidssector volgde op de voet met 2.678 aanvallen per organisatie per week, een stijging van 51%, terwijl de telecommunicatiesector de hoogste procentuele stijging kende, met een sprong van 94% tot 2.664 aanvallen per organisatie per week. De groeiende afhankelijkheid van digitale infrastructuur in deze sectoren, in combinatie met hun publieke karakter, maakt deze kritieke infrastructuursectoren tot uitstekende doelwitten voor cybercriminelen die kwetsbaarheden willen uitbuiten.

Wat betreft de wereldwijde regio’s, zag Afrika het hoogste gemiddelde aantal cyberaanvallen per organisatie, met 3.286 wekelijkse aanvallen, wat neerkomt op een stijging van 39% ten opzichte van een jaar eerder. Europa kende ook een aanzienlijke stijging, met een gemiddelde van 1.612 aanvallen, een stijging van 57%.