De roep om datasoevereiniteit wordt luider nu AI meer rekenkracht én gevoeligere gegevens vraagt. Tussen de grote hyperscalers en lokale modellen ontstaat een nieuwe categorie: edge-AI, die dicht bij de gebruiker draait en volledig onder Europese wetgeving kan blijven. Daar verschuift de discussie van techniek naar strategische autonomie.

Datasoevereiniteit schuift snel op van een abstract begrip naar een strategisch thema. Bedrijven en overheden willen profiteren van AI-toepassingen, maar tegelijk grip houden op hun data, hun infrastructuur en de onderliggende juridische kaders. Datacenters en cloudproviders die volledig onder Europese wetgeving opereren, komen daardoor steeds nadrukkelijker in beeld. Interconnect behoort tot die groep en schetst hoe datasoevereiniteit en nieuwe AI-infrastructuren elkaar gaan versterken.

Dertig jaar

Het Brabantse bedrijf bestaat dertig jaar en is volledig in handen van de familie Stevens. Alle datacenters staan op Nederlandse bodem en alle IT-apparatuur is eigen bezit. “Ons bedrijf valt volledig onder Nederlands recht en zijn er geen externe aandeelhouders of buitenlandse moederorganisaties die via wetgeving zoals de Cloud Act toegang zouden kunnen opeisen,” vertelt Jeroen Stevens, medeoprichter en directeur van Interconnect. “In een tijd waarin organisaties kritischer kijken naar waar data wordt verwerkt en opgeslagen, willen we met onze structuur duidelijkheid bieden.”

De snelle groei van AI versterkt dat gevoel van urgentie. Veel grote AI-modellen worden buiten Europa getraind, maar organisaties willen hun eigen data dicht bij huis houden. Daarbij ontstaat een tussensegment in de markt: toepassingen die te zwaar zijn om lokaal te draaien, maar niet afhankelijk hoeven te zijn van hyperscale omgevingen in de VS. Voor dat gebied ziet Interconnect een rol voor zogenoemde edge-AI, waarbij rekenkracht fysiek dichter bij de gebruiker staat en latency laag blijft.

Om zulke compacte AI-omgevingen te ondersteunen, werkt Interconnect aan direct-to-chip liquid cooling. “De energievraag van AI-hardware dwingt datacenters om zuiniger te koelen en overhead terug te brengen,” zegt Stevens. Immersion cooling acht het bedrijf minder geschikt voor brede adoptie, maar direct-to-chip wordt gezien als een toekomstbestendig alternatief.

Technische uitdagingen

Tegelijk zijn er technische uitdagingen. Er bestaan nog geen uniforme standaarden voor connectoren, koelvloeistoffen en temperatuurbeheer, en waterkwaliteit moet nauwlettend worden gecontroleerd om verstoppingen in koelplaten te voorkomen. Toch verwacht het bedrijf dat deze vorm van koeling de komende jaren snel terrein wint, vooral in compacte edge-omgevingen.

Interconnect ziet daarnaast dat overheden en gemeenten behoefte hebben aan oplossingen die zowel soeverein als praktisch inzetbaar zijn. “Veel organisaties willen wel overstappen naar Europese alternatieven, maar missen de middelen, kennis of mensen om die stap te zetten. Edge-AI kan daarbij een rol spelen, bijvoorbeeld voor lokale sensortoepassingen, datagedreven planning of slimme monitoring. Door zulke diensten binnen de landsgrenzen te verwerken, blijft gevoelige data onder Nederlands toezicht en wordt de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders kleiner.”

 

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Grote AI-modellen draaien zonder datacenters

Onderzoekers laten zien dat een taalmodel met 120 miljard parameters kan draaien op vier reguliere desktop-pc’s. De installatie duurt ongeveer dertig minuten en data blijft lokaal, wat privacyvoordelen oplevert. Antwoorden zijn trager dan bij cloudmodellen, maar de nauwkeurigheid zou vergelijkbaar zijn.
Bron: EPFL

BBC: AI-assistenten maken vaak fouten bij nieuws

BBC testte ChatGPT, Copilot, Gemini en Perplexity met vragen over honderd eigen nieuwsartikelen. In 51 procent van de antwoorden werden significante fouten gevonden, variërend van feitelijke onjuistheden tot misleidende conclusies.
Bron: BBC

OpenAI introduceert ChatGPT Health

OpenAI lanceert ChatGPT Health, een afgeschermde omgeving binnen ChatGPT voor gesprekken over gezondheid. Gebruikers kunnen gegevens koppelen uit onder meer Apple Health en fitnessapps. Deze data blijft gescheiden van andere chats en wordt niet gebruikt om modellen te trainen.
Bron: OpenAI

Virale Reddit-post blijkt door AI gegenereerd

Een virale Reddit-post waarin een DoorDash-bezorger werd beschuldigd van fraude bleek volledig door AI te zijn gegenereerd. Het bericht kreeg duizenden upvotes voordat gebruikers inconsistenties ontdekten, wat laat zien hoe eenvoudig AI-misinformatie zich kan verspreiden.
Bron: Reddit

Claude Code verrast Google-engineer

Een Google-engineer beschrijft hoe Claude Code in één uur een distributed agent orchestration-systeem genereerde op basis van een korte prompt. Haar team werkte al een jaar aan een vergelijkbare oplossing. Het resultaat is niet productie-klaar, maar wel bruikbaar als startpunt.
Bron: The Decoder

Tools*

Replay

Replay zet screen recordings van user interfaces om in pixel-perfecte, responsieve code met werkende interacties, hover-states en animaties.
Bron: Replay

CoreWise

CoreWise haalt samenvattingen, inzichten en actiepunten uit YouTube-video’s door meerdere AI-modellen naast elkaar te gebruiken, waaronder Claude, Gemini en ChatGPT.
Bron: CoreWise

X-Design

X-Design genereert complete merksets met AI, waaronder logo’s, posters, flyers, menu’s en mockups, met ondersteuning voor bulkbewerking.
Bron: X-Design

TheySaid

TheySaid vervangt traditionele enquêtes door een conversatie-AI die realtime doorvraagt en thema’s samenvat over grote aantallen antwoorden.
Bron: TheySaid

Format Magic

Format Magic zet platte tekst, rommelige Word-documenten of AI-output om in verzorgde voorstellen en rapporten op basis van professionele templates.
Bron: Format Magic

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Eindhovense chipmaker Axelera AI ontwikkelt energiezuinige AI-chips

Axelera AI werkt aan gespecialiseerde AI-chips die gericht zijn op energiezuinige inferentie aan de edge. Het bedrijf positioneert zich als Europees alternatief voor Amerikaanse chipontwikkelaars.
Bron: ED

AI is zelden de echte reden voor ontslagen

Volgens arbeidsmarktexperts wordt AI vaak genoemd bij reorganisaties, maar ligt de echte reden meestal bij kostenbesparing en strategische herstructurering. AI fungeert daarbij vooral als narratief.
Bron: BNR

Rotterdammer bouwt real-time sneeuwkaart met hulp van AI

Een ontwikkelaar uit Rotterdam maakte in korte tijd een interactieve sneeuwkaart met behulp van AI. Gebruikers kunnen lokaal sneeuwhoogtes invoeren en delen.
Bron: Rijnmond

UvA trekt eredoctoraat in na AI-hallucinatie in toespraak

De Universiteit van Amsterdam trok een voorgenomen eredoctoraat in nadat in een toespraak een niet-bestaand, door AI gegenereerd citaat was gebruikt. De zaak leidde tot discussie over betrouwbaarheid van AI in academische context.
Bron: Folia

Vibe-coding verovert Nederland

Vibe-coding maakt programmeren toegankelijker door AI in te zetten als meedenkende assistent. De aanpak verlaagt de drempel voor niet-technische gebruikers om software te bouwen.
Bron: AI Wereld

Jarenlang leek Quality of Service een hoofdstuk dat je kon overslaan. Netwerken werden sneller, verbindingen stabieler en bandbreedte goedkoper. Veel msp’s zagen QoS daardoor als iets uit het tijdperk van schaarste. Als capaciteit ruim voldoende is, waarom zou je nog prioriteiten instellen?

Die gedachte schuurt steeds vaker. Niet omdat bandbreedte plotseling schaars wordt, maar omdat netwerkverkeer fundamenteel is veranderd. Realtime communicatie, cloudapplicaties en hybride werkplekken stellen andere eisen aan het netwerk. In die context komt QoS opnieuw in beeld als middel om voorspelbaarheid terug te brengen.

Bandbreedte is ruim beschikbaar, netwerkgedrag niet

De meeste mkb-klanten beschikken over verbindingen die op papier ruim voldoende capaciteit bieden. Glasvezel, redundante lijnen en mobiele back-up zijn gemeengoed geworden. Toch blijven klachten terugkomen over haperende gesprekken, wisselende videokwaliteit en vertragingen die lastig te verklaren zijn.

De oorzaak zit zelden in de snelheid van de verbinding. Het probleem zit in het gedrag van het verkeer. Moderne netwerken verwerken tegelijkertijd realtime audio en video, interactieve cloudapplicaties en achtergrondprocessen zoals synchronisatie en back-ups. Al dat verkeer deelt dezelfde infrastructuur.

Zolang de belasting laag blijft, levert dat weinig problemen op. Tijdens piekmomenten verandert dat beeld snel. Grote uploads, synchronisaties of updates drukken realtime verkeer weg. Het netwerk functioneert technisch correct, maar de gebruikerservaring verslechtert meteen.

QoS draait om voorspelbaarheid

QoS maakt geen verkeer sneller. Het zorgt voor volgorde, voorrang en consistent gedrag. Dat onderscheid is belangrijk, omdat realtime toepassingen gevoelig zijn voor latency, jitter en pakketverlies. Die factoren hebben meer invloed op de ervaring dan de beschikbare bandbreedte.

Een stabiele verbinding met beperkte capaciteit presteert in de praktijk vaak beter dan een snelle verbinding met wisselende vertraging. Voor jou als msp betekent dit dat QoS begint bij inzicht in verkeersstromen en hun impact op gebruikers, niet bij het instellen van policies.

Hybride werken heeft realtime communicatie structureel onderdeel gemaakt van het netwerk. Videogesprekken, softphones en samenwerkingstools draaien continu mee in het dataverkeer. Dat verkeer vraagt om stabiele uplinks en consistente prestaties.
Zodra dat ontbreekt, ontstaan klachten die lastig te duiden zijn. Gebruikers ervaren het probleem als een falend netwerk, terwijl de oorzaak ligt in concurrerende datastromen. Zonder prioritering krijgt realtime verkeer geen bescherming op drukke momenten.

Keuzes maken is onvermijdelijk

Effectieve QoS vraagt om duidelijke keuzes. Verkeer met voorrang bestaat alleen bij de gratie van verkeer dat kan wachten. Alles als kritiek bestempelen ondermijnt het hele principe.

Die keuzes hebben nogal wat invloed op bedrijfsprocessen. Welke toepassingen moeten altijd beschikbaar blijven? Welke rollen zijn afhankelijk van realtime communicatie? Welke taken verdragen vertraging zonder directe impact? Voor de msp is er een adviserende rol weggelegd. Je legt dan geen policies op, maar bepaalt samen met de klant wat echt bedrijfskritisch is.

QoS functioneert steeds vaker als onderdeel van een breder netwerkontwerp. In combinatie met SD-WAN, cloudapplicaties en versleutelde verbindingen verschuift de focus van losse instellingen naar samenhang. Zonder QoS blijft verkeer concurreren op basis van toeval. Mét QoS ontstaat structuur. Lokaal, maar ook in combinatie met externe verbindingen en cloudplatforms.

Verwachtingsmanagement is daarbij belangrijk, want prioritering werkt alleen binnen de delen van het netwerk waar je invloed hebt.
QoS vervangt namelijk geen capaciteit en herstelt geen slechte verbinding. Het helpt om bestaande middelen beter te benutten. Die nuance is belangrijk in gesprekken met klanten die structurele problemen ervaren. Daarnaast vraagt QoS om monitoring. Zonder inzicht blijft het giswerk. Met meetgegevens ontstaat een onderbouwd gesprek over prestaties, knelpunten en verbeteringen.

Checklist

Hoe pak je dit aan? Zorg dat QoS verschuift van een technische optie naar een vast onderdeel van netwerkontwerp. Het helpt je om voorspelbaarheid te introduceren in omgevingen die steeds meer realtime afhankelijk zijn.
Dus:

• Neem QoS mee in standaard netwerkassessments,
• benoemen expliciet de realtime applicaties bij ontwerpkeuzes,
• leg het verschil uit tussen snelheid en consistentie,
• en probeer beslissingen zoveel mogelijk te onderbouwen met monitoringdata.

QoS past daarmee beter bij moderne netwerken dan veel msp’s gewend zijn, als manier om grip te houden op steeds complexer verkeer.

 

De managed services-markt staat op een kantelpunt. Automatisering gaat sneller dan ooit, NIS2 zet extra druk op securityprocessen en de concurrentie tussen msp’s wordt zichtbaarder. In die context presenteert Kaseya zijn Fall 2025-release: ruim negentig innovaties die moeten inspelen op wat de msp eigenlijk doet.

In een uitgebreid gesprek met Hans ten Hove, VP Continental Europe bij Kaseya, wordt duidelijk dat deze release veel meer is dan een optelsom van nieuwe ­functies. Het is een strategisch signaal: msp’s moeten zich voorbereiden op een nieuwe fase waarin automatisering, ­identity-beveiliging en data-­gedreven IT-operaties het verschil maken.

Digital workforce wordt de nieuwe motor van efficiëntie

De introductie van Kaseya’s ­digital workforce vormt de kern van de nieuwe koers. Het concept is eerder globaal aangekondigd, maar wordt nu concreter. De digital work­force bestaat uit digitale workers, AI-­gestuurde modules die taken automatiseren die normaal handmatig worden uitgevoerd. Ten Hove noemt het een ­logische stap: “Elke msp loopt tegen ­dezelfde operationele druk aan. Je wilt een hoge kwaliteitsstandaard neer­zetten, maar je wilt niet voor elk ticket of elke procedure handmatig werk verrichten. Dat is waar die digitale workers gaan helpen.”

De digital workforce komt in 2026 beschikbaar, maar vormt nu al het fundament onder de innovaties die Kaseya lanceert. Tools als smart ­ticket triage, de AI-gestuurde SOP-generator en ­geautomatiseerde rapportages zijn de eerste bouwstenen van een bredere AI-laag die straks door het hele platform heen moet gaan werken. Wat Ten Hove vooral benadrukt, is dat een digital worker geen poging is om medewerkers te vervangen, maar om repetitief werk op te vangen. “Het gaat niet om het vervangen van ­mensen, het gaat om het vervangen van taken. De kwaliteit gaat omhoog, de snelheid ook, terwijl je team zich kan richten op het werk waar een menselijke blik wél nodig is.”

Nieuwe securitylaag: Inky vervangt Graphus

Security vormt de tweede pijler van de release. Kaseya heeft de ­Amerikaanse e-mailbeveiligings­specialist Inky overgenomen, waarmee het bedrijf zijn securitystack verder uitbreidt. De technologie van Inky draait op AI en richt zich niet ­alleen op klassieke phishing, maar ook op impersonatieaanvallen die steeds realistischer worden. Volgens Ten Hove is dat geen luxe maar pure noodzaak. “E-mail blijft het grootste risico. De aanvallen worden slimmer, dynamischer en vaak volledig afgestemd op de persoon die ze proberen te misleiden. Traditionele filters zijn daar niet ­altijd tegen bestand.” Inky vervangt Graphus binnen Kaseya 365 User. De prijs verandert niet, terwijl de beveiligingscapaciteit omhooggaat. Voor msp’s betekent dat dat ze zonder prijsdiscussie een steviger beveiligingsniveau kunnen bieden aan alle gebruikers binnen het M365-domein van een klant.

Identiteiten als aanvalsvector: backup voor Microsoft Entra ID

Een andere opvallende innovatie is de komst van back-up voor Microsoft Entra ID. Wanneer identiteiten worden misbruikt of vernietigd, ligt een volledige organisatie stil. Herstel is vaak complex, tijdrovend en soms helemaal niet meer mogelijk. Ten Hove: “Als een aanvaller je ­Entra-omgeving heeft, dan heeft hij alles. Dat zien we steeds vaker. De focus van cybercriminelen verschuift van bestanden naar identiteiten, omdat ze daarmee toegang hebben tot het volledige IT-landschap.” De nieuwe back-updienst kan ­gebruikers, rollen, groepen en ­policies herstellen. Het is een van de meest gevraagde toevoegingen binnen het securityportfolio en wordt gratis onderdeel van Kaseya 365 User. Voor msp’s betekent dit dat een cruciale zwakke plek die tot nu toe nauwelijks afgedekt kon worden, nu standaard beschermd is.

Datto SIRIS 6: snellere recovery in een tijd van continuïteitseisen

Back-up en herstel blijven een kern­onderdeel van de dienstverlening van msps. Kaseya introduceert in deze release de Datto SIRIS 6, een nieuwe generatie backup-appliance die gericht is op hogere prestaties en snellere RTO’s. Het belang ervan sluit direct aan op de eisen rond business­continuïteit waar steeds meer organisaties mee te maken hebben. NIS2 legt de lat hoger, klanten worden kritischer en msp’s moeten kunnen aantonen dat hun backuplandschap zowel ­betrouwbaar als herstelbaar is. “Recovery is uiteindelijk het enige dat telt,” zegt Ten Hove. “Een ­goede back-upstrategie is niet het­zelfde als een businesscontinuïteits­strategie. Dat moet je je klanten blijven uitleggen. SIRIS 6 helpt om dat onderscheid duidelijker én ­behapbaarder te maken.”

Autotask maakt serviceroutines slimmer – Aan de PSA-kant introduceert Kaseya meerdere updates die ­vooral gericht zijn op het terugdringen van handmatige administratieve last.

Umbrella contracts – Een nieuwe contractvorm waarmee msp’s uiteenlopende diensten, ­afspraken en prijsconstructies ­onder één overkoepelend contract kunnen vastleggen. Dat was een veelgevraagde feature in de Nederlandse markt.

Smart ticket triage – Tickets krijgen automatisch een bestemming op basis van eerdere patterns, klantcontext, medewerkerexpertise en urgentie. Dat moet responstijden verkorten en escalaties verminderen.

Ticketsummary – Langlopende tickets worden door het platform samengevat in duidelijke taal. Dat helpt bij overdracht, documentatie en klantcommunicatie.

Het zijn volgens Ten Hove allemaal voorbeelden van hoe msp’s oper­ationele efficiëntie kunnen vergroten. “Je wilt dat werk dat voorspelbaar is, zoveel mogelijk geautomatiseerd wordt. Dat is de enige manier om schaalbaar te blijven.”

VSA X en automatisering door het hele landschap

Ook aan de RMM-kant is de auto­matiseringsslag zichtbaar. De AI-­workflowgenerator in VSA X maakt het mogelijk om met natuurlijke taal nieuwe workflows of scripts te ­creëren. Daarnaast kunnen QBR-rapportages automatisch worden samengesteld, waardoor msp’s sneller managementinformatie kunnen leveren. Ten Hove ziet juist dat stuk als een kans die nog lang niet door iedereen wordt benut. “Veel msp’s ­praten wel over advies, maar leveren het nog steeds in technische termen. Als je beveiligingsrisico’s, vervangingsmomenten en prestatie-inzichten vertaalt naar bedrijfsimpact, dan voeg je échte waarde toe.” Daarom wijst hij ook op tools als MyITProcess, waarmee msp’s een vaste structuur kunnen hanteren voor jaarlijkse of kwartaalreviews. Niet vanuit techniek, maar vanuit bedrijfscontinuïteit.

NIS2 en ketenaansprakelijkheid: de grootste blinde vlek

NIS2 houdt de markt bezig, maar Ten Hove ziet dat veel msp’s nog steeds moeite hebben met de ­implicaties. De misvatting dat NIS2 alleen geldt voor bedrijven met meer dan vijftig medewerkers is volgens hem hardnekkig én gevaarlijk. “Het klopt juridisch – er is inderdaad een ondergrens van 50 ­medewerkers of 10 miljoen euro ­omzet – maar praktisch niet. Als jouw klant, een klein mkb-­bedrijf, in de lever­keten zit van een NIS2-­plichtige organisatie zal die de voorwaarden van NIS2 doorgezet ­krijgen van deze NIS2-plichtige klant. Dat is de ketenaansprakelijkheid zoals die geldt voor NIS2-­bedrijven. Als msp van zo’n bedrijf moet je dus de maatregelen treffen en proposities bieden die deze nieuwe eisen invullen. Doe je dat niet dan loopt jouw klant het risico een opdrachtgever kwijt te raken.”

Kaseya werkt daarom nauw samen met initiatieven als Samen Digitaal Veilig en de diverse quality marks die in Nederland worden gebruikt om security-volwassenheid inzichtelijk te maken. Volgens Ten Hove gaat het om bewustwording: “Een msp moet zijn klanten niet alleen beschermen, maar ze ook helpen om aan te tonen dat ze aan hun ketenverplichtingen voldoen. Dat wordt in 2026 misschien wel de ­belangrijkste rol die ze spelen.”

Nederland loopt voorop, maar voelt ook als eerste de druk

Opvallend is dat Nederland volgens Ten Hove tot de meest volwas­sen msp-markten in Europa ­behoort. Het gebruik van managed ­services, documentatiesystemen en ­geïntegreerde toolstacks ligt hier aanzienlijk hoger dan in omringende landen. Tegelijkertijd betekent die volwassenheid dat de concurrentie sneller toeneemt. Vooral door de groei van buy-and-build-­groepen. De markt kent inmiddels zeker tien grote clusters met honderden mede­werkers. De afgelopen jaren lag de focus vooral op interne standaardisatie – één PSA, één RMM, één documentatiesysteem. Maar nu die consolidatiefase grotendeels is afgerond, verschuift de aandacht naar commerciële slagkracht.

“De lokale msp in Hilversum of Apeldoorn krijgt er concurrenten bij die landelijk opereren en veel ­sneller kunnen opschalen. Dat vraagt iets van je positionering. Je moet duidelijk maken waarom klanten voor jou kiezen.” Ten Hove ziet dat verticalisering steeds belangrijker wordt, juist voor kleinere en middelgrote msp’s. Niet omdat de techniek anders is, maar omdat de context anders is. “Je onderscheidt jezelf als je sector­inzichten kunt combineren met IT-expertise. In hospitality, zorg of logistiek is die domme techniek niet het verschil, maar hoe je die toepast binnen hun realiteit.” Sector­gerichte content, thought leadership en proactieve advisering worden ­volgens hem belangrijke wapens in een markt die volwassener én ­drukker wordt.

Operational excellence: van 10 naar 30 procent marge

De gemiddelde EBITDA-marge van msp’s in Nederland ligt nog altijd rond de tien tot twaalf procent. Volgens Ten Hove is dat te laag, zeker gezien de risico’s en verantwoor­delijkheden die msp’s dragen. Door meer te automatiseren, beter te adviseren, klanten bewust te kiezen en tools slimmer in te zetten, moet een marge richting twintig of dertig procent realistisch worden. Daarmee krijgt de digital workforce opnieuw een prominente rol. Het moet de ­motor worden die msp’s helpt om structureel efficiënter te opereren. “Het landschap wordt niet eenvoudiger, maar de ­tooling wordt wel slimmer. Dat is wat je nodig hebt om te groeien zonder je kosten exponentieel te verhogen.”

Vooruitkijken naar 2026

Voor msp’s wordt 2026 ook het jaar waarin businesscontinuïteit, keten­aansprakelijkheid en operationele efficiëntie centraal komen te staan. De digital workforce moet die transitie versnellen. De nieuwe securitylagen moeten organisaties weerbaarder maken. En de consolidatiegolf dwingt tot keuze, focus en positionering. Ten Hove vat het samen: “De markt wordt competitiever, professioneler en veeleisender. De msp die zijn klanten ­begrijpt, business­impact kan uitleggen en zijn processen op orde heeft, gaat de komende jaren het verschil maken.”

Het recent gepresenteerde adviesrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink over het Nederlandse verdienvermogen krijgt scherpe kritiek van economische analisten en andere deskundigen. Zij waarschuwen voor wat zij een „stortvloed aan spookcijfers” noemen en noemen de gebruikte statistieken creatief tot misleidend.

Volgens tegenstanders bevat het plan selectieve en niet-geverifieerde aannames. In het rapport wordt gesteld dat Nederland moet handelen om de economische groei boven 1,5 procent te tillen omdat anders de koopkracht van huishoudens zou afnemen. Het rapport noemt een verlies van 1700 euro per gemiddeld gezin op basis van het huidige beleid, een resultaat dat volgens critici niet overeenkomt met ramingen van het Centraal Planbureau, dat bij lagere groei juist een lichte stijging van de koopkracht verwacht.

Daarnaast wijzen critici op een scenario in het rapport waarin de staatsschuld oploopt tot 234 procent van het bbp, een percentage dat volgens hen veel hoger ligt dan de ramingen van politieke partijen. Ook de bewering dat Nederland te weinig grond biedt aan bedrijven in vergelijking met buurlanden wordt betwist: Nederland zou volgens de oppositie juist relatief meer grond aan bedrijvigheid besteden dan bijvoorbeeld Duitsland.

De financiële onderbouwing van voorgestelde investeringen wordt eveneens ter discussie gesteld. Een onderdeel van het plan, een private AI-fabriek op de Maasvlakte, wordt in het rapport begroot op 22 miljard euro, terwijl initiatiefnemers recent over een lagere investering spraken waarvan een deel publiek geld moet zijn. De totale jaarlijkse kosten worden in het rapport op 2 tot 8 miljard euro geschat, maar critici zien onderdelen die duiden op hogere uitgaven.

De discussie over de methoden en aannames in het rapport vormt onderdeel van een bredere debat over de transparantie en betrouwbaarheid van economische prognoses en beleidsadviezen in Nederland.

Google en Microsoft hebben bij de Nederlandse overheid geen volledige cijfers aangeleverd over het energieverbruik van hun hyperscale-datacenters. Dat blijkt uit onderzoek waarover NRC berichtte. In de rapportages die de bedrijven indienden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontbreken op meerdere punten concrete gegevens.

Grote datacenters zijn op basis van de Europese Energy Efficiency Directive (EED) verplicht om jaarlijks informatie te verstrekken over hun energie- en waterverbruik. In Nederland geldt deze verplichting voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van minimaal 500 kilowatt. De aangeleverde gegevens moeten worden gebruikt om inzicht te krijgen in het energiegebruik van de sector.

Volgens NRC hebben meerdere Amerikaanse datacenterexploitanten, waaronder Google en Microsoft, velden in de verplichte rapportages leeg gelaten of slechts globaal ingevuld. De bedrijven geven aan dat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie, waardoor zij geen gedetailleerde cijfers openbaar willen maken.

Onderzoekers signaleren dat het ontbreken van specifieke gegevens het lastig maakt om de impact van grote datacenters op het Nederlandse elektriciteitsnet en het totale energieverbruik goed te beoordelen. De RVO heeft laten weten geen juridische instrumenten te hebben om aanvullende informatie af te dwingen wanneer rapportages onvolledig worden aangeleverd.

Uit beschikbare statistieken blijkt dat het gezamenlijke energieverbruik van datacenters in Nederland de afgelopen jaren is toegenomen en inmiddels een aanzienlijk deel van het nationale elektriciteitsverbruik vertegenwoordigt. Het exacte aandeel per exploitant blijft echter onduidelijk.

De situatie roept vragen op over de effectiviteit van de huidige rapportageplicht en de mate waarin deze bijdraagt aan transparantie over het energieverbruik van grote datacenterbedrijven in Nederland.

Hoe kies je in 2026 nog de juiste mix van cloud, security en automatiseringsdiensten als het aanbod blijft groeien en de marges onder druk staan? Een mogelijke oplossing vormen de marketplaces. Ooit bedoeld als gemakstools voor licentiemanagement, zijn het inmiddels strategische platforms voor het kanaal.

Een IT-marketplace is inmiddels meer dan een catalogus waar je softwarelicenties bestelt. De moderne variant biedt een platform voor inkoop, provisioning, billing, compliance en integratie. Een marketplace biedt overzicht binnen steeds complexere cloudomgevingen, waarin diensten van tientallen leveranciers samenkomen. Hoe ziet zo’n marketplace eruit?

De meeste oplossingen rusten op drie pijlers. Distributie en commerce vormen de basis, zodat je als msp software, securitydiensten en cloudcapaciteit kunt inkopen en direct kunt activeren. Automatisering zorgt er vervolgens voor dat provisioning, facturatie en wijzigingsbeheer niet langer losse processen zijn. De derde pijler is partner enablement, met trainingen, supportflows en securitystandaarden, aangevuld met steeds vaker AI-ondersteuning voor advies en configuratie.

Voor distributeurs en vendoren is de marketplace een manier om complexiteit te reduceren en partners aan zich te binden met een centrale toegangspoort. Voor msp’s wordt het een manier om schaalbaar te werken zonder de overhead die het traditionele licentiebeheer jarenlang kenmerkte.

Wat bieden marketplaces de msp concreet? In de praktijk zie je vier dominante toepassingen.

  1. Slimmer licentiebeheer
    De klassieke reden om een marketplace te gebruiken blijft relevant. Licenties voor Microsoft 365, securityoplossingen of collaborationtools kun je centraal inkopen, verlengen, pauzeren of opschalen. De kans op verlopen services of foutieve facturatie daalt en het scheelt handmatig werk op dagen dat iedereen al vol zit.
  2. Directe provisioning
    Veel platforms koppelen direct met vendor-API’s. Een klant met meer medewerkers? Binnen minuten is het geregeld, zonder lange doorlooptijden of handmatig configuratiewerk. In 2026 wordt deze provisioning steeds meer geautomatiseerd. Denk aan AI-gestuurde workflows die op basis van klantprofielen suggesties doen voor aanvullende diensten.
  3. Consolidatie en rapportage
    In een markt waar klanten overzicht willen en audits frequenter worden, kun je als msp via marketplaces uniform rapporteren. Kosten, verbruik, wijzigingen en securitystatussen kun je in één omgeving bijhouden. Dat voorkomt losse spreadsheets en maakt maandelijkse klantgesprekken gemakkelijker.
  4. Toegang tot nieuwe diensten
    Marketplaces worden steeds vaker gebruikt om nieuwe oplossingen te testen, pilots op te zetten en diensten te bundelen in eigen proposities. Voor msp’s die willen differentiëren ontstaat hier ruimte om eigen servicebundels te bouwen zonder dat de backoffice ingewikkelder wordt.

Facturering en margebeheer vaak onderschat

Billing is een van de belangrijkste redenen waarom marketplaces in het channel zo sterk groeien. Met traditionele handmatige facturatie worden maandelijkse licentiewijzigingen, op- en afschakelingen en verschillen in contractduur al snel onoverzichtelijk. Marketplaces bieden hiervoor verschillende oplossingen.

Geautomatiseerde facturatie

Het platform houdt exact bij welke diensten actief zijn, hoeveel seats worden gebruikt en welke contractvorm daarbij hoort. Hierdoor kun je maandelijks betrouwbaar factureren zonder dat je tientallen mutaties moet nalopen. De meeste systemen genereren direct factuurruns die naar je ERP of PSA-systeem gaan.

Marge- en kostprijsbewaking

Door integratie met vendor-tarieven kan de marketplace bijhouden wat de netto inkoopprijs is, wat er verandert bij seizoensacties of valutawijzigingen, en wat dat betekent voor je marge. Ook kun je scenario’s maken voor prijswijzigingen, iets wat in 2026 steeds belangrijker wordt door dynamische vendorpricing.

Doorbelasting per klant

Wanneer eindklanten hybride omgevingen hebben met meerdere vendoren, ontstaan al snel complexe facturen. Marketplaces koppelen cloudverbruik, licenties en aanvullende diensten aan klantprofielen, waardoor doorbelasting eenvoudiger wordt. Dat maakt tarieven transparanter en voorkomt discussie over aantallen of looptijden.

Facturering wordt zo een strategisch onderdeel van de marketplace-ervaring. Het geeft je als msp grip op je financiële gezondheid, iets wat de komende jaren alleen maar belangrijker wordt met stijgende kosten, strengere rapportage-eisen en margedruk in het mkb-segment.

Verschillende soorten marketplaces

Met de steeds belangrijkere rol van de marketplace, is het niet zo vreemd dat allerlei partijen op de trein springen. Bij nadere bestudering kun je drie verschillende categorieën onderscheiden.

1. Vendor-marketplaces

Hier biedt de leverancier zijn eigen diensten aan, zoals Microsoft, Google Cloud of AWS. Voor msp’s zijn deze vaak rijk aan functionaliteit, maar beperken ze zich tot het portfolio van één speler. Ze blijven relevant doordat enterprise-klanten steeds vaker directe cloudcontracten afsluiten.

2. Distributeur-gedreven marketplaces

Dit is het domein waar Nederlandse msp’s het meest mee werken. Bekende voorbeelden zijn Pax8, ALSO Cloud Marketplace, TD SYNNEX Cloud Marketplace en de ecosystemen van partijen zoals Copaco. Dit zijn multi-vendorplatforms, vaak met sterk ontwikkelde automation-lagen en doorlopende aandacht voor partnerondersteuning.

3. Onafhankelijke of specialistische marketplaces

Deze richten zich op niches, bijvoorbeeld securitydiensten, observability, API-beveiliging of compliance. Ze blijven kleiner maar winnen tractie doordat mkb-klanten specifieker inkopen. Denk aan platforms waarin je direct SOC-diensten, zero-trustoplossingen of back-updiensten kunt combineren, zonder dat het vendor-specifiek wordt.

Ontwikkelingen in 2026

De opmars van marketplaces staat niet op zichzelf. Er zijn belangrijke, brede ontwikkelingen die ook in 2026 de richting van het kanaal bepalen.

Operationele efficiëntie als noodzaak

De groei van workloads in het mkb vraagt om strakkere processen. Marketplaces verschuiven richting workflow-automatisering, waarbij provisioning, patchbeheer, billing en rapportage in elkaar grijpen. Dit moet msp’s ontlasten die kampen met personeelstekorten en piekbelasting.

AI-ondersteunde besluitvorming

Veel aanbieders voegen advieslagen toe, variërend van licentie-optimalisatie tot risicoanalyse. De verwachting is dat dit in 2026 verder toeneemt, waarbij marketplaces eerder platforms worden voor geautomatiseerd aanbodbeheer dan voor handmatige inkoop. AI kan daarbij helpen om pieken in verbruik te detecteren, combinaties van diensten te suggereren of afwijkend klantgedrag te signaleren.

Consolidatie van leveranciers

Zowel distributeurs als vendoren reorganiseren hun portfolio richting minder losse diensten en meer geïntegreerde proposities. De marketplace fungeert hierdoor als centrale etalage waar msp’s kunnen zien wat logisch samenwerkt, wat zich vertaalt naar snellere proposities richting klanten.

Regionale differentiatie

In Nederland zie je een groeiende behoefte aan marketplaces die inspelen op lokale wetgeving, datalocatie en compliance. Platforms die Nederlandse datacenters, lokale support en specifieke mkb-modules combineren, krijgen hierdoor meer gewicht in de keuze van msp’s.

De positie van de msp blijft bepalend

De opkomst van IT-marketplaces verandert veel, maar niet het fundament van het channel. Als msp blijf je de gids in een landschap dat steeds ingewikkelder wordt. De marketplace kan je werk verlichten, diensten samenbrengen, marges bewaken en processen automatiseren. Maar de waarde ontstaat pas wanneer je dit inzet om keuzes begrijpelijk te maken voor klanten, risico’s te beperken en digitale ambities in concrete stappen te vertalen.

 

Het netwerkbedrijf Cloudflare heeft een ingrijpend herstelplan gepresenteerd na twee grote storingen die het wereldwijde internetverkeer verstoorden. Onder de naam Code Orange: Fail Small zet het bedrijf alle andere werkzaamheden op pauze om de stabiliteit en weerbaarheid van zijn netwerk te verbeteren.

Op 18 november en 5 december 2025 werd het netwerk van Cloudflare getroffen door ernstige incidenten. Door deze storingen waren wereldwijd duizenden websites en applicaties tijdelijk onbereikbaar of gaven zij foutmeldingen. Uit intern onderzoek bleek dat beide incidenten werden veroorzaakt door foutieve configuratie-updates die vrijwel gelijktijdig over het hele netwerk werden uitgerold.

Met het uitroepen van Code Orange geeft Cloudflare aan dat de situatie als kritiek is aangemerkt. Binnen het bedrijf betekent dit dat productontwikkeling en nieuwe functionaliteiten tijdelijk worden stilgelegd. Alle teams richten zich op het verkleinen van risico’s in het netwerk. Het Fail Small-principe moet ervoor zorgen dat fouten, menselijk of technisch, beperkt blijven tot een klein deel van het netwerk en zich niet meer wereldwijd kunnen verspreiden.

Het herstelplan bestaat uit drie technische maatregelen. Allereerst wordt de uitrol van configuratiewijzigingen aangepast. Waar dergelijke wijzigingen eerder in één keer wereldwijd actief werden, moeten ze voortaan stapsgewijs en op kleine schaal worden getest voordat ze breder worden doorgevoerd. Daarnaast wil Cloudflare de foutafhandeling verbeteren. Systemen moeten bij een foutieve instelling automatisch terugvallen op veilige standaardconfiguraties, in plaats van verkeer volledig te blokkeren. Tot slot pakt het bedrijf zogeheten circulaire afhankelijkheden aan. Tijdens de recente storingen bleek dat beheerders soms geen toegang hadden tot essentiële systemen, omdat beveiligings- en beheertools afhankelijk waren van hetzelfde netwerk dat was uitgevallen. Deze afhankelijkheden worden doorbroken om noodtoegang mogelijk te maken.

In een toelichting erkent het bedrijf dat de snelheid waarmee configuraties wereldwijd kunnen worden aangepast, normaal een voordeel, in deze gevallen juist tot grootschalige uitval heeft geleid. Volgens Cloudflare wordt daarom prioriteit gegeven aan beheersbaarheid boven snelheid.

Dane Knecht, verantwoordelijk voor engineering, geeft aan dat het bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor de impact van de storingen op klanten en internetgebruikers. Cloudflare verwacht dat de belangrijkste verbeteringen uiterlijk aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 zijn doorgevoerd. Met deze maatregelen wil het bedrijf het vertrouwen in de betrouwbaarheid van zijn infrastructuur herstellen.

Apple voert in iOS 26.3 aanpassingen door die de interoperabiliteit met accessoires van derde partijen verbeteren. De wijzigingen volgen uit verplichtingen onder de Digital Markets Act en gelden uitsluitend binnen de Europese Unie. Europese gebruikers en ontwikkelaars krijgen hierdoor meer mogelijkheden bij het koppelen en gebruiken van externe apparaten.

Volgens MacRumors kunnen fabrikanten van accessoires in de EU met de update functies testen zoals proximity pairing en uitgebreidere notificaties. Dat betekent dat onder meer draadloze oordopjes van derden op een vergelijkbare manier gekoppeld kunnen worden als AirPods. Door het accessoire dicht bij een iPhone of iPad te houden, kan de verbinding met één handeling tot stand komen. Voorheen waren hiervoor meerdere stappen nodig.

Naast het vereenvoudigde koppelproces krijgen smartwatches van andere fabrikanten toegang tot iPhone-notificaties. Gebruikers kunnen meldingen ontvangen en erop reageren, een mogelijkheid die tot nu toe was voorbehouden aan de Apple Watch. Daarbij geldt wel een beperking: notificaties kunnen slechts naar één gekoppeld apparaat tegelijk worden doorgestuurd. Wanneer meldingen worden ingeschakeld voor een smartwatch van een derde partij, worden ze automatisch uitgeschakeld voor een eventueel gekoppelde Apple Watch.

De Europese Commissie geeft aan dat ontwikkelaars de nieuwe functies kunnen testen op verschillende typen apparaten, waaronder televisies, smartwatches en hoofdtelefoons van derde partijen. De volledige beschikbaarheid van deze interoperabiliteitsopties in Europa staat gepland voor 2026.

De uitrol van iOS 26.3 wordt volgens de berichtgeving eind januari verwacht. De aanpassingen maken deel uit van bredere maatregelen waarmee Apple zijn besturingssysteem in de EU in lijn brengt met de DMA-verplichtingen.

Het Amerikaanse Nationaal Instituut voor Standaarden en Technologie waarschuwt dat een aantal van zijn tijdservers in december tijdelijk een onjuiste tijd doorgaf. De afwijking ontstond na een stroomstoring en kan gevolgen hebben gehad voor systemen die sterk leunen op nauwkeurige tijdsynchronisatie.

Het National Institute of Standards and Technology beheert meerdere openbare tijdservers die wereldwijd worden gebruikt voor tijdsynchronisatie via het Network Time Protocol. Deze servers ontvangen hun tijdsinformatie van atoomklokken en worden ingezet door computersystemen in uiteenlopende sectoren.

Volgens een melding op de Internet Time Service mailinglijst kreeg de NIST-campus in Boulder, in de Amerikaanse staat Colorado, op 17 december te maken met een langdurige stroomstoring. Die storing werd veroorzaakt door slecht weer in combinatie met een probleem met een back-upgenerator. Hierdoor viel de atoomklok die de tijdserver aanstuurt kortstondig uit en liep deze ongeveer 4,8 microseconden achter.

Als gevolg daarvan waren enkele specifieke tijdservers tijdelijk niet accuraat. Het ging onder meer om de servers time-a-b.nist.gov tot en met time-e-b.nist.gov. Andere veelgebruikte diensten, waaronder time.nist.gov, bleven volgens NIST wel correct functioneren.

Een afwijking van enkele microseconden is voor de meeste toepassingen niet merkbaar. Het betreft een verschil van enkele miljoensten van een seconde. Alleen systemen die een zeer hoge tijdsnauwkeurigheid vereisen kunnen hierdoor worden beïnvloed. Voorbeelden zijn toepassingen binnen wetenschap, ruimtevaart, telecommunicatie en financiële diensten. Binnen deze domeinen geldt al langer de praktijk om meerdere tijdbronnen te gebruiken om afwijkingen te kunnen opvangen.

Het incident in Boulder is de tweede storing bij de Internet Time Service van NIST in december. Op 10 december meldde de organisatie al een probleem met een tijdserver op de campus in de staat Maryland. De tijdservers in Boulder zouden inmiddels weer correct functioneren en de juiste tijd doorgeven.