Terwijl Ronald Koeman en zijn team zich opmaakten voor de interland tegen Griekenland, kwamen de partners van Datto/Kaseya naar de KNVB Campus in Zeist voor een business update. En zoals het Nederlands elftal na Van Gaal in een nieuwe fase kwam, zo veranderde er ook voor Datto en zijn partners veel.

“Er is veel gebeurt bij ons het afgelopen jaar,” start Hans ten Hove (foto), Area Vice President Continental Europe bij Datto zijn welkomstwoord. “Datto is immers overgenomen door Kaseya.” Ten Hove vertelt dat de integratie van Datto in Kaseya snel is gegaan. “Eigenlijk zijn de belangrijkste stappen naar één organisatie al in de eerste vier maanden gezet.” Hij benadrukt dat in de Benelux één organisatie naar de markt opereert, met het complete portfolio, en dat is Datto. Maar wel met als toevoeging: a Kaseya Company. “Er is geen aparte Kaseya-organisatie actief in de Benelux.

Overnames en integraties

Kaseya geeft, zo legt Ten Hove uit, veel ruimte om te investeren sinds de overname. Gemiddeld elk kwartaal wordt een bedrijf overgenomen. Dit om steeds weer nieuwe diensten via de partners aan de eindklant te kunnen blijven leveren. En los van die investeringen in overnames, gaat veel budget naar de integratie van die (aangekochte) diensten in een compleet samenhangend portfolio. Ten Hove: “het streven naar een samenhangend portfolio vertaalt zich in onze strategie IT Complete.”

René van Putten, Sales Director Benelux bij Datto, ging verder in op het portfolio. “Zoals Hans ten Hove al uitlegde is IT Complete de strategie van Datto als onderdeel van Kaseya.” KaseyaOne is het platform waarop die strategie wordt uitgerold. “We willen onze msp’s op de best mogelijke manier ondersteunen,” geeft Van Putten aan. “Door het aanbieden van oplossingen die taken eenvoudiger maken en veel services naar de eindklanten mogelijk maken.”

Mkb-onderneming

Van Putten: “Dat begint met een goed ingerichte helpdeskomgeving, maar het gaat verder dan dat. Het gaat vooral om het aanbieden van diensten en producten waarmee de eindklant veiliger opereert.” En niet voor niets: deze eindklant is vaak een mkb-onderneming. Die wil ‘gewoon’ zijn business doen en de IT moet daarbij simpelweg altijd functioneren.

IT Complete is specifiek in het leven geroepen voor de multifunctionele IT-professional, stelt Van Putten. “Daarmee bedoelen we een medewerker die bij de msp in dienst is en die meerdere taken vervult voor de eindklanten.” Dat kan zijn dat die verantwoordelijk is voor recovery, voor security-taken, of audit en compliancy en wellicht zelfs voor al die aspecten. “Dat maakt het aantrekken van nieuw personeel lastig. Ze moeten nogal wat in hun mars hebben.”

Om die reden is het goed, dat deze IT-professionals hun taak efficiënt kunnen vervullen. Enerzijds omdat ze dan productiever zijn, maar anderzijds omdat efficiënt werken tot minder frustraties leidt. “De sleutel is ervoor te zorgen dat de helpdeskmedewerkers niet hoeven te schakelen tussen een groot aantal tools, maar dat een geïntegreerd platform hen ondersteunt. Dat schakelen kost immers tijd en dat merkt de klant in negatieve zin.” Van Putten stelt dat msp’s dankzij IT Complete meer kunnen doen met minder mensen. “Beter gezegd: onze partners kunnen met hetzelfde aantal personeelsleden veel meer diensten leveren en klanten bedienen.’

Nederland belangrijk

Nederland is en blijft overigens belangrijk voor het bedrijf. Op korte termijn staat een verhuizing naar een nieuw kantoor in Amsterdam op de planning. Dit pand biedt dan ruimte aan ongeveer 100 medewerkers. En er zijn veel vacatures op dit moment, want Datto is op zoek naar nieuwe medewerkers die de relaties met de partners, de msp’s, zullen versterken. Ten Hove: “Amsterdam wordt een belangrijke hub voor ons.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. 

Mark-Peter Mansveld, Vice President Northern Europe, Middle-East & Israel bij Proofpoint, las op 29 augustus het onderzoek van ABN AMRO over cyberaanvallen op het mkb. In het artikel wordt beschreven dat cybercriminelen hun aandacht verleggen naar kleinere bedrijven. Zo is het aantal aanvallen in het mkb-segment verdubbeld, van 39 procent vorig jaar tot 80 procent dit jaar. Extra zorgwekkend is dat het risicobewustzijn onder mkb’ers volgens de onderzoekers lijkt af te nemen.

Mansveld: “Het mkb is niet immuun voor cyberaanvallen, terwijl kleinere bedrijven vaak denken dat ze niet ‘de moeite waard zijn’ om aan te vallen. Maar het onderzoek van ABN Amro bewijst dat organisaties van een kleiner formaat juist interessant zijn voor aanvallers. Mkb-bedrijven beschikken immers over veel waardevolle informatie en zijn vaak onderdeel van de supply chain van grote ondernemingen.”

AI als hulpmiddel

Het artikel gaat verder in op de populairste aanvalsmethodes van criminelen, met phishing op plek één. Cybercriminelen gebruiken steeds vaker kunstmatige intelligentie (AI) om overtuigende phishing-mails te schrijven, of om de stem van een CEO na te bootsen. Mansveld benadrukt dat de recente vooruitgang op het gebied van AI oplichters in het zadel heeft geholpen: “De introductie van tools als ChatGPT, Bing Chat en Google Bard luidt de komst in van een nieuw soort chatbot die context kan begrijpen, kan redeneren en slachtoffers zelfs kan proberen te overtuigen. Dit soort AI-bots kunnen worden gebruikt om zelfs de meest gevorderde slachtoffers op te lichten.”

Toch biedt AI ook de verdedigende partij kansen, zo stelt Mansveld: “Om dit soort aanvallen te stoppen, kunnen organisaties een AI-oplossing inzetten die het steeds veranderende landschap één stap voor blijft en zich aanpast aan de manier waarop mensen handelen. AI is een essentieel onderdeel van een robuuste cybersecuritystrategie. Het is sneller en effectiever dan handmatige analyse en kan zich snel aanpassen aan nieuwe en veranderende bedreigingen en trends.”

Supply chain-aanvallen

In het onderzoek van ABN AMRO komt ook naar voren dat cybercriminelen zich steeds vaker richten op IT-leveranciers, zoals cloudbedrijven, IT-dienstverleners en softwareontwikkelaars. Volgens Mansveld komt dit doordat bedrijven steeds afhankelijker zijn van partners om zaken te kunnen doen: “Dit maakt hen kwetsbaar voor zwakke plekken in de beveiliging van externe partijen. Denk bijvoorbeeld aan de ransomware-aanval op het logistieke bedrijf Bakker in 2021, die voor lege kaasschappen zorgde bij Albert Heijn. Of het datalek eerder dit jaar bij softwareleverancier Nebu, waarbij grote bedrijven als NS en VodafoneZiggo betrokken waren. Deze aanvallen laten zien hoe belangrijk het is voor leveranciers om hun applicaties en systemen te beveiligen om zo het aanvalsoppervlak en het risico op een succesvolle cyberaanval te verkleinen.”

Security awareness

Het artikel van 29 augustus gaat ten slotte in op de dalende risicoperceptie van mkb’ers. “Een gemiste kans, want goed opgeleide medewerkers zijn cruciaal om een succesvolle phishing-aanval te voorkomen”, aldus Mansveld.

Op dit punt schieten organisaties nogal eens tekort, zo bleek ook al uit het meest recente State of the Phish-rapport van Proofpoint. Daaruit blijkt dat slechts 52% van de Nederlandse bedrijven met een security awareness-programma hun volledige personeel traint en slechts 31% voert phishing-simulaties uit. “De rode draad bij succesvolle cyberaanvallen is de eindgebruiker. De vraag is dus niet wat het mkb-bedrijven kost om security awareness-trainingen aan te bieden, maar wat het hen kost om dit aspect van beveiliging te negeren”, zo besluit Mansveld.

Security-specialist Zscaler, dat een zero trust framework realiseert door middel van een cloud-gateway, richt zich nadrukkelijk op het mkb. “Onze partners kunnen zorgen voor de adoptie van onze oplossingen, omdat zij de business van de eindklanten kennen.”

Samen met de msp’s en distributeur Westcon International bouwt securityspecialist Zscaler aan een ecosysteem dat zich specifiek richt op mkb-ondernemingen, geeft Blanca Galletero (foto), VP International Partners, Alliances and Ecosystems bij ZScaler, aan tijdens een gesprek met ChannelConnect. “We doen dit onder meer door een groot aantal use cases te beschrijven die typische uitdagingen in het mkb-segment adresseren. Daarmee ondersteunen we onze partners die zich richten op bedrijven in het midden- en kleinbedrijf.”

Kleinere bedrijven hebben geen security-staff

Zscaler staat bekend als security as a service-provider. “Juist voor msp’s die zich op kleinere ondernemingen richten biedt dit kansen,” is de overtuiging van Galletero. “De bedreigingen voor kleinere bedrijven zijn niet minder groot dan voor enterprises, ze zijn voor hun bedrijfsvoering volledig afhankelijk van mail- en internetservices, maar hebben niet de resources zelf een uitgebreide IT- en security-staff in dienst te hebben. Daarvoor leunen ze nadrukkelijk op hun IT-dienstverlener.” Volgens Galletero is de kracht van Zscaler juist het veilig managen van internettransacties tussen bedrijven en hun klanten.

Trainingen via distributeur

Om de partners daarbij optimaal te ondersteunen werkt Zscaler sinds bijna twee jaar in de Europese regio samen met distributeur Westcon. Galletero: “We hebben al flinke stappen gezet in die samenwerking, ondanks de grootte van de regio en de diversiteit van partners en hun eindklanten.” Westcon zorgt daarbij niet alleen voor distributie, maar ook voor actieve ondersteuning van de partners, bijvoorbeeld bij het geven van trainingen.

Wij willen talent stimuleren om security-specialist te worden

Een opvallende rol wil Zscaler spelen door het oprichten van een talentpool die ervoor moet zorgen dat nu en ook in de toekomst genoeg mensen ervoor kiezen zich te specialiseren in cybersecurity. “We zien absoluut een gebrek aan skills in de markt. We willen professionals enthousiast maken die overwegen te switchen naar een loopbaan binnen cybersecurity en dan willen werken bij ons of bij een van onze partners. Daar investeren we in.”

Geen direct sales-leverancier

Zscaler zet niet alleen in het mkb-segment in op het partnermodel. “Het overgrote deel van onze transacties is daarbij gemanaged en uitgevoerd via onze partners. We zijn geen direct sales leverancier. We ageren indirect. Dat is al zo sinds onze start. We werken met verschillende go to markets. We werken in de praktijk zowel met wereldwijd opererende system integrators, als met lokale partijen.” En niet voor niet geeft Galletero aan. “We hebben de partner nodig om onze oplossingen te vertalen naar de specifieke business van de eindklant. Dergelijke adoptieservices kun je alleen uitvoeren als je de eindklant kent. Dat is de rol van onze partnercommunity. Zij maken de vertaalslag van onze producten naar de specifieke vertical waarin hun afnemers actief zijn.”

Toegevoegde waarde

Dat vereist beslist kennis bij de partners. “Als wij met een set updates of innovaties komen, moeten zij in staat zijn uit de dertig nieuwe functionaliteiten die acht te herkennen die belangrijk zijn voor een specifieke vertical of klant. Dat zie ik als een voorbeeld van toegevoegde waarde waarover zo vaak gesproken wordt.” Zscaler ondersteunt de partners daar direct in, of distribueert die kennis via Westcon.

Op de slot vraag van ChannelConnect of Galletero nog een advies heeft aan de partners, luidt het antwoord: “We zijn samen op reis. Laten we onze relatie vormgeven en samen businessplannen maken. We hebben een hoge netto promotiescore bij de eindklanten, we willen dat ook bij onze partners bereiken door naar hun wensen te luisteren.”

Nederlandse Field CTO

De Nederlander Daan Huybregts is Field CTO bij Zscaler. Hij ziet aanzienlijke kansen voor resellers, zeker binnen het mkb-segment.

“Covid was de accelerator als het gaat om het besef dat een zero trust strategie onmisbaar is. Iedereen moest ineens vanuit huis werken.” Qua security had dit enorme impact, blikt Huybregts terug. “Er stond altijd een grote dikke muur om het kantoornetwerk. Nu werkte ineens iedereen aan de andere kant van die muur.” Deze transitie zorgde voor meer bewustwording als het gaat om de risico’s. “Men realiseerde zich dat er een serieuze kans was dat cruciale verbindingen wegvallen of gegevens op straat komen te liggen. Dat zorgde ervoor dat mensen meer belangstelling kregen voor zero trust.”

Het is een vervreemdend beeld. In het motorhome van het F1-team van Williams zit op de donderdagochtend voor het raceweekend in Zandvoort een monteur op de garagevloer. Terwijl zijn collega’s met hypermoderne apparatuur onderdeel na onderdeel de bolide van Alex Albon opbouwen, zit hij met een ouderwetse handpomp olie te hevelen naar een kunststof beker. Na elk ‘slokje’ olie gebruikt de monteur een simpele keukenweegschaal om het gewicht te bepalen. En als de gewenste hoeveelheid is bereikt, wordt het resultaat met een pen in een klein notitieboekje genoteerd.

1 Terabyte aan data

Een exclusief bezoek aan het technisch hart van een F1-team heeft als nadeel dat het maken van foto’s bijna overal verboden is. En dat antwoorden op vragen van de journalist vaak vaag blijven. Zelfs het antwoord op de simpele vraag: “hoeveel data genereert een F1-auto tijdens het weekend?” wordt niet heel concreet. Maar wie verschillende antwoorden combineert (Red Bull: ongeveer 1 terabyte, Mercedes: bijna een terabyte, of misschien iets meer), snapt dat de monteur met het notitieboekje een uitzondering is.

De Formule 1: heel veel banden, maar nog veel meer data

Concrete oplossingen

Al decennialang staan ICT-leveranciers en dienstverleners met hun logo’s op de bolides. En dat is nog steeds zo. TeamViewer, Cognizant, HP, Oracle en Acronis, om een paar voorbeelden te noemen, zijn tijdens een raceweekend volop in beeld. Acronis heeft een nauwe relatie met het team van Wiliams. “Als we bij een sport betrokken zijn, dan is dat zeker ook een inhoudelijke relatie,” legt Marc Mitchel, verantwoordelijk voor de sportmarketing bij Acronis uit. “We leveren daadwerkelijk onze oplossingen op het gebied van security en back-up aan deze sportorganisaties.”

Hybride werken als norm

De uitdaging in het geval van de Formule 1 is niet alleen de enorme hoeveelheid data die door de auto’s gegenereerd worden, maar zeker ook het feit dat slechts een gelimiteerd en relatief klein team op het circuit aanwezig mag zijn. In feite werken de renstallen al jarenlang remote en hybride. “Onze medewerkers bevinden zich voor een deel op de circuits, en dan soms elke week op een ander continent, maar ook in de fabriek en op diverse externe locaties,” legt CIO Doug Goodridge van Williams uit. Toch moet iedereen zonder hindernissen veilig in de meest actuele documenten kunnen werken.”

1500 endpoints

De IT-omgeving van het Williams Raceteam bestaat uit ongeveer 300 servers en 1500 endpoints. De organisatie gebruikt Acronis Cyber Protect om circa een halve petabyte aan data te beschermen. “Dit staat nog los van de meer dan 1200 mailboxen en talloze SharePoint-sites van de organisatie. Daarbij heb je het dan toch ook al snel over tientallen terabytes aan data.” De race-onderneming maakt gebruik van de back-upmogelijkheden van Microsoft 365 die in de oplossing zijn ingebouwd.

Goodridge benadrukt dat Williams met de oplossing zowel back-up als security bij slechts een fabrikant hoeft onder te brengen. “We besparen daardoor op licenties, testprocedures en training van onze medewerkers.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. 

Phaedra Kortekaas, Managing Director bij SAS Benelux, las het nieuws dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een rapport heeft gepubliceerd over de belangrijkste algoritmerisico’s. Daarin wordt benadrukt dat terughoudendheid gepast is bij de toepassing van deze technologieën zolang die risico’s nog niet volledig in kaart zijn gebracht.

Phaedra Kortekaas reageert: “We moeten inderdaad zorgvuldig omgaan met AI en algoritmes. Maar te strakke inkadering kan leiden tot bijkomende problemen. Het ontwikkelen van een maatschappelijk bewustzijn en kennis rondom AI door middel van onderwijs en samenwerking tussen private en publieke partijen kan de verantwoorde inzet van AI structureel bevorderen.”

Inkadering: belangrijk, maar niet sluitend

Het artikel beschrijft het eerste rapport van de AP over AI- en algoritmerisico’s. Nieuwe technologieën, zoals Chat GPT, hebben de snelheid waarmee AI zich ontwikkelt in de schijnwerpers gezet. Het rapport wijst erop dat we door die snelheid niet altijd goed zicht hebben op algoritmerisico’s, zoals potentieel discriminerende of misinformerende AI, zegt Kortekaas.

Positieve kracht van AI

Phaedra Kortekaas: “Ik geloof sterk in de positieve kracht van AI en denk dat voorstellen die innovatie aan banden willen leggen, vaak te veel kijken naar de potentiële negatieve gevolgen. Tegelijkertijd ben ook ik aan het denken gezet door ontwikkelingen, zoals de opkomst van generatieve AI en de recente brief waarin wetenschappers en technologieleiders oproepen tot een ontwikkelingspauze van 6 maanden. Er leeft een bruisend maatschappelijk debat. Daarin moeten ook overheden en bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Ik sta daarom positief tegenover het initiatief van de AP om de risico’s van AI verder onder de aandacht te brengen, maar heb ook mijn bedenkingen.”

Het rapport van de AP bevat ook een call-to-action richting bedrijven en de overheid, legt Kortekaas uit. Volgens het rapport zullen stappen moeten worden gezet in het beheersen van die risico’s, zoals het verder ontwikkelen van het al bestaande publieke algoritmeregister. Kortekaas over het ontwikkelen en toepassen van kaders: “De ontwikkelingen rondom AI gaan zo snel dat het inderdaad belangrijk is om goede kaders op te stellen en daarbinnen verantwoord te innoveren.”

Geen restrictieve kaders

“Cruciaal is echter wel dat dit innovatie en adoptie niet in de weg gaat staan. Als de kaders te restrictief worden, zullen er manieren worden gevonden om die te omzeilen met mogelijk nog meer problemen als gevolg. Daarbij gaat de innovatie zo snel, dat de regels van morgen, overmorgen alweer ingehaald kunnen zijn. Daarom is het voorstel van het AP om het algoritmeregister te focussen op systemen met een hoog risico een goed plan. Het stelt prioriteiten en behoudt wendbaarheid.”

Volgens Kortekaas moet de focus niet alleen liggen op directe wet- en regelgeving. “De overheid kan ook richtlijnen geven en bedrijven kunnen verantwoord AI gebruik opnemen in hun beleidsdocumenten. Zo heeft SAS bijvoorbeeld een generatieve AI policy toegevoegd, die specifiek bedoeld is om randvoorwaarden op te stellen voor het gebruik van AI door medewerkers, zonder de mogelijke voordelen teniet te doen. Uiteindelijk moeten we een shift doormaken waarbij risicoidentificatie en mitigatie een vast onderdeel worden van ieder AI-project, net zoals nu al het geval is bij dataprivacy sinds met name de invoering van de GDPR.”

Systemen ingekaderd, mensen onderwezen?

Naast de call-to-action rondom het wettelijk inkaderen van AI erkent het rapport van de AP ook dat mensen een rol spelen bij de inzet van AI. Zo roept het organisaties op zelf stappen te zetten door meer personeel en scholing in te zetten in de bewaking van algoritmes, en door in het algemeen terughoudend te zijn in de toepassing van nieuwe, nog onvolledig doorgronde AI.

“Het is goed dat het AP de menselijke kant van het verhaal belicht, tenslotte kan zelfs de best ingekaderde technologie in de verkeerde handen kwaad aanrichten. Maar de oproep om meer personeel en scholing in te zetten voor alleen de bewaking van AI gaat niet ver genoeg. Verantwoordelijke toepassing van AI vraagt om educatie in de bredere zin, onder de noemer van ‘data literacy’. Het moet dieper in de maatschappij doordringen wat data is, hoe AI werkt en wat de consequenties zijn als die wordt toegepast,” vertelt Kortekaas.

“Ik moedig bedrijven en overheden aan om hierin de samenwerking te blijven opzoeken. Een praktisch en recent voorbeeld van hoe we vanuit SAS hieraan bijdragen, is de oprichting van het ReAiHL  Dit is een AI ethiek-lab voor de zorg. We hebben dat samen met het Erasmus MC en de TU Delft opgericht om met onze gezamenlijke kennis en kunde de 6 WHO-principes voor verantwoord gebruik van AI in de gezondheidzorg te vertalen naar de praktijk.”

Met andere woorden; om de volle belofte van AI waar te maken is er meer nodig dan technologie alleen, betoogt Kortekaas. “Samenwerking tussen organisaties en een breder bewustzijn in de vorm van data literacy zijn net zo goed cruciale schakels.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. 

Deze week las Marc De Schepper, Sales Engineering Manager Benelux bij Commvault, berichten op deze website. Achtergrondstukken die we plaatsten op 10 en 11 augustus over de toekomst van AI en automatisering in datacenters en de problemen met de huidige cloud-prijsmodellen vielen hem op.

De Schepper: “AI en prijsmodellen zijn ontwikkelingen die het cloudlandschap nu en in de toekomst waarschijnlijk zullen tekenen, maar het raakvlak tussen deze ontwikkelingen is eigenlijk net zo interessant.”

AI en datacenters: waar hebben we het over?

Met de hype rondom AI en automatisering vergeten we soms wat AI in de praktijk betekent. In het artikel van 10 augustus over de mogelijke toekomst van AI in datacenters wordt dit volgens De Schepper goed belicht. “Het artikel benoemt dat in enkele datacenters van Google een AI-systeem zonder menselijke tussenkomst snapshots van duizenden sensoren analyseert. Dit om het energieverbruik te optimaliseren. Aan de technische zijde ben ik niet gespecialiseerd in AI. Maar als we het hebben over AI in datacenters in een operationele zin, is efficiënter met resources omgaan door enerzijds inzichten te verwerven met AI-analyses, en anderzijds die inzichten geautomatiseerd in te zetten, wel de kern van het verhaal.”

Levensduur hardware verlengen

Volgens De Schepper is de inzet van AI een logische volgende stap in het automatiseren van het beheer van datacenters, en kan dit helpen om kosten terug te dringen: “We zien dit in datacenters bijvoorbeeld al bij Kubernetes. Wanneer een container op een inefficiënte intensiviteit een applicatie runt, kan een systeem automatisch een extra container opspinnen voor een effectievere verdeling van de workload. Zoals het artikel benoemt kan je daar inderdaad energieverbruik, CO2 uitstoot en mogelijk zelfs fysieke ruimte voor datacenters mee besparen. Wat niet in het stuk wordt benoemd, maar wat wel meetelt, is dat je met AI zelfs kunt bepalen dat servers op bepaalde momenten uitgezet kunnen worden. Dit kan de levensduur van hardware opkrikken. Door meer te doen met minder capaciteit kunnen vooral de IaaS-dienstverleners hier flinke winst uithalen.”

De potentie van AI voor cloud consumptie

Het artikel van 11 augustus gaat over een ander onderwerp, namelijk dat van cloud prijsmodellen. De voordelen op het gebied van flexibiliteit en schaalbaarheid van de cloud zijn algemeen bekend, maar soms zijn snelle beslissingen nodig om hier optimaal van te profiteren. De Schepper: “Organisaties hebben in het moment niet altijd direct zicht op de resources die ze daadwerkelijk nodig hebben. Snelle beslissingen leiden daarom nog wel eens tot onoverzichtelijke en dure consumptie van clouddiensten. “

Prijsmodellen van de provider

AI kan een deel van de oplossing vormen voor onoverzichtelijke en dure cloud-consumptie. “Het artikel benoemt correct dat voor een deel van de bedrijven die hun data bij een provider hebben gestald, het praktisch gezien niet rendabel is om nog over te stappen. Daardoor zijn zij overgeleverd aan de prijsmodellen van de provider, die vaak weinig inzichtelijk zijn. Hierdoor maakt een bedrijf hoge kosten. Door de efficiëntieslag die AI in datacenters mogelijk kan maken, wacht providers winst als zij daar goed gebruik van maken,” vertelt De Schepper.

Meer doen met minder

“Die efficiëntie kan alleen tot stand komen als workloads optimaal aan de juiste cloud-resources gekoppeld worden. Als de inzet van AI goed ingekaderd wordt, zal automatische koppeling voorkomen dat bedrijven gebruik maken van diensten die buiten hun pakket vallen, zonder in te leveren op de snelheid waarmee ze besluiten nemen. Zo kan de inzichtelijkheid teruggebracht worden in de prijsmodellen. Als bijkomend effect zou toegenomen efficiëntie ook kunnen leiden tot lagere prijzen. Zo kan een bedrijf winst behalen bij een provider die meer wil doen met minder.”

De Schepper brengt nog een nuance aan: “Bedrijven moeten daarnaast niet vergeten dat zij ook zelf nog invloed hebben op hun verbruik, bijvoorbeeld door de applicaties waar ze voor kiezen. Een databeheer-applicatie die op Linux draait kan bijvoorbeeld veel zuiniger zijn dan een die op Microsoft gebouwd is.”

Risico van korte termijn denken

De Schepper sluit af. “Ik voorzie nog wel uitdagingen bij het realiseren van deze potentiële win-win. Bij de huidige cloud-prijsmodellen bestaat het risico dat providers ten prooi vallen aan kortetermijndenken. Dat ze blijven focussen op consumptiestijging. Partners zijn nog wel eens geneigd om aan lift en shift te doen. Ik bedoel: wat we on-premise deden, doen we ook gewoon in de cloud. Het besef dat er in de cloud op termijn meer te behalen valt door energieverbruik, CO2, fysieke ruimte en capaciteit te besparen zal eerst breed moeten indalen. Misschien dat analyses van AI ook dat duidelijk kunnen maken. En zo kunnen helpen om ingesleten prijsmodellen te doorbreken.”

Twee toonaangevende fabrikanten van laptops en andere endpoints, Fujitsu en Dynabook, verlaten de Europese markt. Is dat toeval of speelt er het nodige in de verkoop van computers?

Fujitsu en Dynabook hebben een indrukwekkende historie. Fujitsu vormde lange tijd de voortzetting van Siemens/Nixdorf, dat al vanaf het begin van het pc-tijdperk actief was. De laatste jaren werkte het Japanse Fujitsu voor de productie van laptops en pc’s samen met Lenovo. Dynabook ontstond in 2019 uit een samenwerking tussen Foxconn en Sharp, als voortzetting van de pc-divisie van de eveneens Japanse vendor Toshiba.

Garanties gegarandeerd

Waar Dynabook eerder dit jaar nogal abrupt stopte in Europa, daar gaat Fujitsu met de Client Computing Devices (CCD) nog tot april 2024 door. Belangrijke informatie voor partners is dat garanties op de apparatuur vanuit de leverancier volledig nagekomen worden. Tot vijf jaar na het vertrek uit Europa zullen reserve-onderdelen van Fujitsu-hardware beschikbaar blijven, zo verzekert de fabrikant in Duitse media.

Dat er met name in Duitsland veel aandacht is voor de stap van Fujitsu is niet verwonderlijk. Zoals gezegd zit de historie van de pc-activiteiten van Nixdorf en Siemens nog steeds in het DNA van het bedrijf. Daarnaast werden tot drie jaar geleden in de Zuid-Duitse stad Augsburg moederborden en computers geproduceerd. In 2020 werd de productie helemaal naar Azië verplaatst, aangevuld met een locatie voor eindmontage in Tsjechië.

Dalende markt

Die ontwikkeling was al een teken aan de wand, dat Fujitsu worstelde met deze divisie in Europa. Uit cijfers van IDC en Gartner blijkt sinds het eind van de pandemie dat de verkoop van devices als pc’s en notebooks vooral in Europa daalt.

Daar had ook Dynabook last van. De fabrikant, die zich nadrukkelijk richtte op het mkb-segment, is er niet in geslaagd om zich staande te houden in de snel dalende notebookmarkt. Ook de synergie die men hoopte te bereiken door de intensieve samenwerking met Foxconn en Sharp mocht niet baten. Bronnen in Duitsland melden dat service en ondersteuning beschikbaar blijven voor de bestaande klanten. Ook Dynabook geeft aan de garanties op de apparatuur te respecteren.

De verkoopdalingen die Gartner en IDC registreren zijn deels het gevolg van het beëindigen van de lockdowns: wie devices nodig had heeft ze tijdens de pandemie gekocht of via de werkgever ter beschikking gekregen. Dat zorgt voor verzadiging, vooral in Europa. Daarnaast zorgde de pandemie bij veel fabrikanten voor forse leveringsproblemen wat de hele supply chain lamlegde.

Uitdagingen voor fabrikanten

Maar er speelt meer, legt een bron met nauwe contacten bij HP Nederland uit. “Het hybride werken brengt met zich mee dat fabrikanten een breed en, op afstand, eenvoudig te beheren en monitoren portfolio moeten aanbieden, om het hybride werken te faciliteren. Met de security die juist nu nodig is op de endpoints.”

Daarnaast zien we breed de overstap naar pay-per-use en andere abonnementsvormen. Dat betekent niet alleen voor partners maar ook voor leveranciers een andere manier van werken. Tel je die veranderingen op bij een dalende markt, dan zal dat voor sommige merken een te grote uitdaging zijn,” legt onze bron uit. Zeker gezien de marktaandelen van Dynabook. Beide merken blijven in niet-Europese markten wel actief in dit segment.

Fujitsu zal zich in Europa gaan concentreren op wat het bedrijf noemt ‘platformgerelateerde datacentertechnologieeen’, wat neerkomt op met name server- en opslagtechnologie en on-premise infrastructuurdiensten.

Melchior Aelmans, Chief Architect EMEA bij Juniper Networks, las op 1 augustus het nieuws dat Vertiv met nieuwe adviezen komt voor de omgang met extreme hitte in datacenters.

Aelmans reageert: “Hitte en energieverbruik in datacenters worden steeds belangrijkere thema’s binnen het kanaal en de IT-industrie. Dit ten eerste omdat duurzaamheid binnen bijna elk bedrijf hoog op de agenda staat. Ten tweede omdat we ook vaker te maken lijken te krijgen met de effecten van klimaatverandering, waaronder extreem weer.”

“Vertiv geeft in dit nieuwsbericht zinnige tips over het bestrijden van warmte. Namelijk door te kijken naar de systemen van het datacenter, datakoeling, onderhoud en alternatieve energiebronnen. Het is belangrijk dat hier aandacht voor is, omdat de IT-industrie de plicht heeft om duurzame methoden voor hun klanten in de praktijk te brengen. En hier transparant over te communiceren. In het verlengde daarvan moeten we ook kijken naar de bron van die warmte binnen datacenters: de apparatuur. Bestrijden is immers goed, maar voorkomen is beter.”

Verhoogde efficiëntie

Apparatuur gebruikt in datacenters wordt van oudsher gebouwd met het oog op hoge beschikbaarheid en performance en niet direct op energie-efficiëntie. Sommige vooruitstrevende leveranciers passen echter het ontwerp van hardware aan om ervoor te zorgen dat energiezuinigheid een topprioriteit is naast prestaties. Aelmans: “Apparatuur, waaronder servers, routers en switches, kan de omgevingstemperatuur nog verder verhogen, wat moeilijker te controleren is bij extreem warm weer. Eén voorbeeld voor het efficiënter inzetten van apparatuur wordt in het artikel al gegeven, namelijk de eco-modus instellen op de UPS (Uninterruptible Power Supply). Er zijn echter veel andere stappen om te zetten om de efficiëntie van apparatuur te verhogen.”

“Kun je bijvoorbeeld een deel van de routers en switches die in gebruik zijn uitzetten wanneer de vraag naar netwerkcapaciteit minder hoog is? Het uitzetten van een deel van de apparatuur klinkt voor menig bedrijf angstaanjagend, maar er zijn routers op de markt die de mogelijkheid bieden om individuele Packet Forwarding Engines (PFE’s) aan en uit te zetten, zonder andere eenheden te beïnvloeden. Als deze mogelijkheid goed benut wordt, kan dit niet alleen de opgewekte warmte verminderen, maar ook voor aanzienlijke energiebesparingen zorgen in zowel de koeling als verbruik van het apparaat zelf.”

Pay as you grow

“Met deze strategie in gedachten kunnen bedrijven er ook voor kiezen een ‘pay as you grow’ model te implementeren, waarbij met het oog op toekomstige opschaling een router of switch met meer capaciteit wordt aangeschaft dan op dit moment nodig is. Een deel van de apparatuur wordt direct gebruikt en wanneer uitbreiding gewenst is, kan simpelweg meer capaciteit ingezet worden op de geïnstalleerde infrastructuur. Dit is zowel financieel voordelig als duurzaam.”

Een andere stap is het energiezuiniger maken van componenten terwijl ze draaien. Vooral indien deze altijd aan moeten blijven. Aelmans: “Er zijn veel factoren die invloed hebben op het energieverbruik van bijvoorbeeld een high-end router. Hoe vaak schakelen componenten, hoe zijn deze componenten inherent ontworpen? Maar ook: hoe zijn ze met elkaar verbonden? En op welk technologisch proces zijn ze gebaseerd? Dit heeft allemaal invloed op het energieverbruik. Dit is niet iets wat een datacenterbeheerder zelf op kan lossen. Maar dit zijn wel allemaal knoppen waar sommige duurzame leveranciers aan draaien. Op het moment dat het bestaande netwerk of de componenten uitgebreid of vervangen moeten worden, is het belangrijk om te gaan kijken naar de energiezuinigheid van het aanbod.”

Gebruik de eco-modus

Aelmans vat samen: “Voor het efficiënter maken van een datacenter gelden eigenlijk dezelfde tips als thuis. Gebruik de eco-modus op een apparaat als dit beschikbaar is. Zet apparatuur, of delen ervan die je niet gebruikt, uit. En kijk bij de aanschaf naar het stroomverbruik. Gezien de schaal van datacenters, is er met deze tips een wereld te winnen. Dit zowel in termen van verantwoord verbruik als operationele kosten.”

Tijdens de Grotetafeldiscussie Datacenter & Cloud keken we met de deelnemers vooruit. Hoe zal een pas opgeleverd datacenter er over tien jaar uitzien? Eén conclusie is al duidelijk: AI en automatisering worden belang­rijker.

Google meldde onlangs dat het in enkele datacenters is overgegaan naar een systeem dat op basis van kunstmatige intelligentie de koeling van zijn datacenters beheert zonder tussenkomst van mensen. Het AI-systeem maakt elke vijf minuten een snapshot van duizenden sensoren van het hele datacenter. Het analyseert vervolgens hoe het energieverbruik van het datacenter verminderd kan worden. Een energiebesparing van gemiddeld 30% zou er al mee mogelijk zijn, en aan de instellingen van de AI-oplossing wordt nog steeds gewerkt, waardoor in de nabije toekomst verdere verbeteringen gerealiseerd kunnen worden.

Automatisering in het datacenter

Datacenters zijn cruciaal voor moderne bedrijven en consumenten. En de implementatie van infrastructuurautomatisering en kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol bij het optimaliseren van deze complexe omgevingen. De enorme en nog steeds sterk groeiende hoeveelheid data die we genereren is zonder intelligente systemen en automatisering niet meer te verwerken. Uit onderzoek van Gartner onder leidinggevenden op het gebied van Infrastructuur en Organisatie (I&O) zal in 2025 circa 70% van de organisaties automatisering voor de datacenter-infrastructuur geïmplementeerd hebben om te beschikken over de noodzakelijke flexibiliteit. Maar vooral ook om duurzaam, betrouwbaar en efficiënt in te ­spelen op de wensen van de klant. In 2021 bedroeg dit percentage nog slechts 20%.

Datacenter met AI gebruikt 30% minder energie

Automatisering speelt dus een steeds grotere rol. Dit gaat echter gepaard met een aanzienlijke verschuiving in de manier waarop datacenter-ondernemingen hun infrastructuur beheren en optimaliseren, stelt Gartner. Platform-as-a-Service (PaaS) en kant-en-klare on-premise software zijn twee verschillende benaderingen om infrastructuurautomatisering te realiseren. Deze automatisering biedt operationele efficiëntie en verbeterde productiviteit door routinetaken over te dragen aan slimme automatiseringsapplicaties. ­Volgens de eerdergenoemde jaarlijkse I&O-leidersenquête van Gartner beschouwt maar liefst 59% van de I&O-leiders het automatiseren van de datacenter­infrastructuur als belangrijkste activiteit om automatisering op toe te passen.

AI maakt automatisering datacenter mogelijk

De gewenste automatisering zal voor een deel mogelijk worden door de inzet van kunstmatige intelligentie (AI). Als deze intelligentie wordt geïntegreerd in automatiseringsoplossingen, dan kunnen datacenters winst behalen op het gebied van flexibiliteit en schaalbaarheid. Het zal bovendien leiden tot foutvermindering en vereenvoudiging van processen. Ge­automatiseerde analyses bewaken de infrastructuur en kunnen veel sneller handelen dan een menselijke operator. Opslag­leveranciers hebben bijvoorbeeld AI al langer geleden geïntegreerd in hun producten, waardoor de traditionele overhead voor opslagbeheer en -ondersteuning aanzienlijk is verminderd.

De mogelijkheden voor zelfbeheer van AI, waarbij de AI van een systeem het eigen presteren monitort, verlagen de kos­ten en maken het aanstellen van schaars en duur personeel min­der noodzakelijk. Deze technologie zal naar verwachting steeds vaker voorkomen in bedrijfsnetwerken van datacenters om uitval te mi­nimaliseren. En om de responstijd bij het oplossen van gemelde en geregistreerde problemen te versnellen. AI biedt veel voordelen voor datacenters, waaronder energiebesparing. Met AI-gestuurde systemen kunnen datacenters namelijk beter reageren op veranderingen in de belasting en vraag naar performance van de klanten. Ook kan deze intelligentie de ­koeling van de servers optimaliseren, waardoor energiekosten worden verlaagd (zie kader).

Vaardigheden van de staf

Het is echter belangrijk op te merken dat IT-teams vaak de vaardigheden missen die nodig zijn om dergelijke omgevingen effectief te beheren, blijkt uit de Gartner-rapportage. Om de impact van infrastructuurautomatisering te vergroten, is het essentieel dat IT-teams investeren in het verwerven en ontwikkelen van automatiseringsvaardigheden in meerdere technologiedomeinen.

Ook dat kwam overigens al ­terug in het Grotetafelgesprek: er wer­ken weliswaar niet heel veel mensen in een datacenter, maar ze moeten wel een brede kennis hebben. Een ‘automatisering eerst’-mentaliteit en samen­werking tussen technologieteams zijn cruciaal om vertragingen in de levering te voorkomen, stelt Gartner. Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur.

Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur

Optimalisatie van workloads en beveiliging

AI heeft een grote invloed op workloadbeheer in datacenters, waarbij machine learning-technieken worden gebruikt om piekmomenten te voorspellen en workloads dynamisch te verdelen. Dit zorgt voor betere benutting van de capaciteit en optimalisatie van prestaties. Bovendien kan AI bijdragen aan beveiliging door middel van ­real-time analyses om af­wijkende patronen en verdachte ­activiteiten te identificeren, en pro­actieve maatregelen te ­nemen om ­beveiligingsrisico’s te voorkomen. Zo kan de tijd tussen detectie en respons fors korter worden.

Een uitdaging is echter in veel gevallen, dat het implementeren van AI in bestaande infrastructuur complex kan zijn. Het vereist de nodige aanpassingen en investeringen als het datacenter niet ‘native’ op de inzet van AI is voor­bereid. Ook het waarborgen van gegevensprivacy en -beveiliging is van essentieel ­belang. Sterke ­beveiligingsmaatregelen en ethisch gebruik van AI zijn vereist. Naarmate de techno­logie ­evolueert, zullen datacenters profiteren van geavanceerdere AI-toepassingen en daarmee ­tevens van een hoger niveau van automatisering.

Tijdens het Grotetafelgesprek dat we ­organiseerden met professionals uit de datacenter- en cloud-sector kwam ook de security aan de orde. Niet alleen de cybersecurity, met virussen en dreigingen als ­ran­somware. Maar zeker ook de fysieke beveiliging. Dat gespreksonderwerp was niet nieuw, tijdens eerdere edities van een Grotetafelgesprek over datacenters schoof ook een vertegenwoordiger van Rittal aan. Hij sprak dan onder meer over de beveiliging van de severracks in een datacenter.

Slotgracht om het datacenter

Maar daar ging het deze keer echter niet over. Het ging, in een steeds onrustiger maatschappij vol protesten die vaak gepaard gaan met dreigingen, om fysieke agressie tegen datacenters. Locaties waarvan, bijvoorbeeld, vermoed wordt dat bepaalde groeperingen er servers hebben staan. Of zelfs een statelijke agressor die met de aanslag op een datacenter bepaalde delen van de digitale infrastructuur wil platleggen. Dit onderdeel van het gesprek eindigde met de stelling dat we wel firewalls hebben, “maar dat er geen slotgracht om een datacenter ligt.”

Atoombunker

Hoewel: er is een datacenter in Kloetinge (dat ligt bij Goes) dat qua fysieke beveiliging een heel eind komt. Dit center van Hollanddatacenters is gevestigd in een atoombunker uit de Koude Oorlog. De stad Goes werd zelf zwaar gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en op de puinberg verrees de bunker, die zich daarmee twee meter boven maximaal zeewaterpeil bevindt. Daarnaast is het een zogeheten vlotbunker, een soort grote woonboot. Als het grondwater stijgt, stijgt de bunker mee. Het pand lijkt me redelijk bestand tegen een aanslag en, wellicht relevanter, is ook in staat zeewaterstijgingen te verwerken.

Dat laatste geldt overigens ook voor de datacenters die Cellnex (voorheen Alticom geheten) realiseert in oude televisiezendmasten die her en der in het land te vinden zijn. Meters boven de grond heb je van overstromingen geen last. Laat een van die torens nu ook in Goes staan.

Dat maakt het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland een unieke datacenterlocatie.