Het gemak van public cloud-technologie maakt remote en hybride werken niet alleen mogelijk, maar zorgt ook voor een hoge productiviteit. De risico’s van het gebruik van de cloud worden echter ook steeds zichtbaarder. Misconfiguraties van cloud-omgevingen kunnen tot ernstige beveiligingsproblemen leiden. 

Maar liefst 98,6% van de organisaties heeft te maken met zorgwekkende misconfiguraties van hun cloud-­omgeving. Zo heeft 68% van de organisaties externe gebruikers met admin-rechten in hun cloudomgeving, wat kan leiden tot uitdagingen met betrekking tot governance en een hoog risico op datalekken. Deze afwijkingen kunnen grote risico’s veroor­zaken voor data en infrastructuur. Dit blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek van het ­ThreatLabz-team van security-specialist ­Zscaler.

Het onderzoeksteam van dit bedrijf noemt het percentage zorgwekkend, aangezien misconfiguraties de oorzaak bleken te zijn van het grootste deel van de cyber­aanvallen op public clouds. Cloud-misconfiguraties met betrekking tot openbare toegang tot ­storage-buckets, ­account-permissies, wachtwoordopslag en -beheer leidden al tot het uitlekken van ­miljarden gegevens. Uit eerder onderzoek van NetApp bleek al dat 38 procent van de ondervraagde Nederlandse IT’ers geen volledig inzicht heeft in waar gevoelige data in de cloud staan en hoe deze data zijn beveiligd. Met name het feit dat daarmee in veel gevallen onduidelijk is of en hoe de back-ups van data geregeld zijn, zorgt voor nog meer kwetsbaarheden en dataverlies.

Gecompromitteerde accounts

Afgezien van misconfiguraties en kwetsbaarheden, is een aanval bij 97,1% van de organisaties die toegangscontroles voor privileged gebruikers, waaronder vaak beheerders zijn, zonder multi-factor authentication (MFA) terug te herleiden naar gecompromitteerde accounts. Privileged toegang tot de cloud maakt het voor hackers mogelijk om verschillende vormen van detectie te omzeilen. En om aanvallen te lanceren. Toch limiteren veel organisaties de privileges en toegang nog niet.

Ransomware-controles

Daarnaast past 59,4% van de organisaties geen ransomware-controles toe voor ­cloudopslag, blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek. Als het gaat om effectieve ransomware-controles valt te denken aan MFA Delete en versioning. Met Amazon S3 Versioning, bijvoorbeeld, kunnen meerdere object-varianten worden opgeslagen zodat wanneer een file aangepast wordt, per ongeluk of door een cybercrimineel, beide ­kopieën bewaard worden voor toekomstig herstel, vergelijking en verificatie.

Configureren is eigen verantwoordelijkheid

Deze cijfers laten zien dat er nog veel winst te behalen is bij het configureren en onderhouden van cloud-omgevingen. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de cloud-omgeving wordt gedeeld met msp’s, is het correct configureren van deze omgevingen, inclusief de back-ups de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf.

De Nederlandse ERP-specialist Xibis was al Infor Gold Partner en werd onlangs onderscheiden met de Infor Partner Innovations Award 2022. We praten met Sijmon van den Berg, general manager bij Xibis, over de ERP-markt en de reis die klanten maken naar de cloud.

Sijmon van den Berg: “Op 1 juni 1989 startte de onderneming Ibis. De naam staat voor Integrated Business Information Support. In de loop van de tijd ontstond discussie met de leverancier van een calculatiesoftware met dezelfde naam. Toen hebben we er in 2012 een ‘X’ voorgezet. We leveren al vanaf het eerste begin meer dan IT. Een van de oprichters werkte bij een klant die met Baan software werkte. Hij heeft later onder meer Baan geholpen bij softwareontwikkeling voor de procesindustrie. De andere oprichter werkte in de Nederlandse markt als reseller van ERP-software van Baan. Xibis startte met de gedachte klanten te helpen hun processen te optimaliseren. En dat doen we bijna 34 jaar later nog steeds, nu met 37 medewerkers. En nog steeds is de industrie eigenlijk onze belangrijkste markt.”

Xibis starte met de gedachte klant­en te helpen hun proc­essen te optimaliseren. En dat doen we bijna 34 jaar later nog steeds

Verhuizing naar Barneveld

“Toen Xibis eenmaal begon te draaien, groeide het door tot twaalf mensen. Er moest een kantoor komen en voor alle werknemers bleek Gorinchem het meest centraal, dus dat werd de vestigingsplaats. Dat is al die jaren zo gebleven, maar zal dit jaar veranderen met onze verhuizing naar Barneveld. Barneveld was ooit de plaats waar Baan groot werd. En hoewel Baan eerst opging in SSA, dat vervolgens onderdeel werd van Infor, staat het kantoor nog steeds in Barneveld. Met de verhuizing zitten we dus nog dichter bij onze belang­rijkste partner en leverancier, Infor.

Met de verhuizing zitten we dus nog dichter bij onze belang­rijkste partner en leverancier, Infor

In 2012, ik was toen net begonnen, met ook een achtergrond bij Baan, als mede-eigenaar en Manager Business Development, werden we partner van Infor. We konden nog steeds teren op de installed base van Baan, maar om te overleven als onder­neming is ook new business nodig. En het was, gezien onze affiniteit met Baan logisch nauw te gaan samenwerken met Infor. Omdat we ook al vanaf het begin kennis willen hebben van nieuwe ontwikkelingen wilden we meteen preferred subcontractor en reseller van Infor zijn. Zodat we met hen kunnen teamen, niet alleen bij ­implementaties en sales maar ook waar nodig input leveren aan hun softwareontwikkelaars.”

En het was, gezien onze affiniteit met Baan logisch nauw te gaan samenwerken met Infor

Infor Partner Innovations Award

“Xibis is de flexibele arm van Infor in Nederland. Dat wordt ook door Infor onderkend. In 2018 werden we Infor Gold Partner en afgelopen maand werden we onderscheiden met de Infor Partner Innovations Award 2022. Met die prijs werden we onder meer beloond voor de manier waarop we invulling geven aan de wens van ­Infor om klanten zoveel mogelijk te ­migreren naar de cloud. In 2020 zijn we voor nieuwe klanten die ­Infor LN willen kopen gestopt met het on-premise verkopen van de applicatie. We zijn overgestapt op cloud. Binnen twee maanden mochten we al twee ­mooie klanten optekenen.

Een van hen, Van Dam, werkte met een oude versie van Baan, het laatste pakket dat uiteindelijk bekend werd onder de naam Infor LN. We ontwikkelden een specifieke migratie-aanpak, waardoor we Van Dam flexibel van on-premise naar de cloud­omgeving konden migreren, via door ons zelf ontwikkelde tooling en scripting. Daar zijn we zeker voor beloond. Aan de hand van die implementatie-ervaring worden we meer en meer door bedrijven gezien als de partij die dergelijke trajecten goed aankan.”

In 2020 zijn we voor nieuwe klanten die ­Infor LN willen kopen gestopt met het on-premise verkopen van de applicatie.

Toekomstvaste oplossing

“Vanaf 2011 zijn we naast Baan IV en Baan V, ook begonnen met het optimaliseren, migreren en implementeren bij klanten van Infor LN. Als je naar de markt kijkt, zijn er ongeveer 200 klanten in de industrie actief op Baan IV en het merendeel op Infor LN on premise. Van die 200 klanten zijn er meer dan 100 klant bij ons. Die brengen we stap voor stap naar de cloud. Ook dat is een voorbeeld van innovatie. Infor LN wordt veel bij onze klanten gebruikt, maar op dit moment vooral on-premise. Die upgraden we naar de laatste ­versie, maar alleen als er sprake is van veel maatwerk. Als de implementatie relatief standaard is, dan gaan we in één keer naar de cloud.

Een dergelijke transitie is kleiner dan een herimplementatie, maar wel complexer dan een upgrade.

Dat heeft uiteindelijk grote voordelen. De cost of ownership pakt veel positiever uit, de security is sterk en je benut de innovatiekracht volledig bij een stap naar de cloud. Je beschikt dan als onderneming over een toekomstvaste oplossing. Een dergelijke transitie is kleiner dan een herimplementatie, maar wel complexer dan een upgrade. Het zit ertussen in. Het is een stap die een onderneming goed moet overwegen. Er moet toch een projectteam opgetuigd worden. En men moet zorgen voor testcapaci­teit en key users. Het is alles bij elkaar weliswaar een eenmalige hogere investering, maar wel een grotere stap dan een upgrade on-premise. Soms is er eerst sprake van drempelvrees, omdat men moet wennen aan het feit dat alles de deur uit is. Een hele stap voor sommigen, maar het is wel de toekomst om te kunnen innoveren.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Richard Stassen, CEO van IT-detacheerder Neomax|Olgreen. Zijn oog viel op het onderzoek van Linden-IT, waaruit blijkt dat een derde van de Nederlandse organisaties zich weleens zorgen maakt over de impact van AI op hun werkzaamheden. In het artikel staat dat AI desondanks wordt omarmd, onder andere in de IT-sector, omdat medewerkers hiermee meer tijd overhouden voor complexere vraagstukken, wat hun werk leuker en uitdagender maakt. Hoewel Stassen het hiermee eens is, maakt hij de kanttekening dat AI deze impact niet overal heeft.

Minder impact

Hoewel AI in sommige sectoren absoluut grote impact heeft en de weg vrijmaakt voor medewerkers om zich op complexere werkzaamheden te storten, is dat niet in alle sectoren zo. Met name voor de interactieve kant van IT, ofwel gebruikersondersteuning, heeft AI maar tot op een bepaald niveau invloed. Natuurlijk is AI ook hier van betekenis voor het overnemen van repeterende of simpele taken. Maar de complexiteit van gebruikersondersteuning zit niet zozeer in deze taken, maar in het menselijke aspect. Techniek moet op een simpele manier vertaald worden naar de gebruiker om een oplossing voor problemen te bieden. Voor deze kern van gebruikersondersteuning – oftewel menselijke interactie – houdt de toepassing van AI op en maakt de mens (nog) het verschil.

Snijvlak van IT en emoties

AI is vooral van toepassing in de digitale wereld. Gebruikersondersteuning speelt zich echter ook grotendeels af in de analoge wereld. Het gaat vaak om livesituaties zoals een hack op bedrijfslaptops of cloudopslag die je tijdens een presentatie opeens in de steek laat. Dat is een heel ander speelveld dan de digitale wereld. In de wereld van de gebruikersondersteuning gaat het om complexe menselijke vraagstukken, die zich op het snijvlak van IT en emotie afspelen. Dit zijn vaak onvoorspelbare situaties met topprioriteit. Goed kunnen luisteren en gebruikers meenemen zijn hierbij cruciaal. Het staat of valt met vriendelijkheid, empathie, vertrouwen en geruststellen. Oftewel; gevoel, en dat bezit AI niet.

Voorkeur voor een mens

Dat blijkt uit de voorbeelden waarin geprobeerd wordt om AI in te zetten voor gebruikersondersteuning. Met online chatbots als bekendste voorbeeld. Hoe vaak kun je jouw probleem of vraag in z’n geheel afwikkelen met een chatbot? De meeste mensen komen vanzelf uit bij een mens. Én geven daar ook de voorkeur aan, blijkt uit onderzoek. Maar liefst zes op de tien eindbeslissers willen per se door een mens geholpen worden als ze een probleem ervaren met een dienst of product. Zeven op de tien zijn zelfs bereid hier langer op te wachten. Waarom? De helft voelt zich niet serieus genomen door een chatbot. Bovendien zien we in onze mkb-klantenkring nog steeds een grote vraag naar on site IT-support, waarbij mensen de mogelijkheid hebben om live geholpen te worden met IT-problemen. Dat AI op dit vlak nog geen voet aan de grond heeft, is wat mij betreft wel duidelijk.

Heilige graal?

AI heeft op een groot deel van werkend Nederland impact. Dat allerlei sectoren AI daarom omarmen, is logisch en iets om te stimuleren. Maar voor IT-gebruikersondersteuning is het geen heilige graal. Integendeel. De mens is per definitie complex en dat gaat AI niet vereenvoudigen. En laat het nu die mens zijn die een hoofdrol speelt in de interactieve kant van IT. Dat maakt dat AI de interactie met de mens, ofwel de kern van gebruikersondersteuning, nu niet en misschien wel nooit gaat vervangen. Geheel zonder impact is AI overigens ook niet op dit vakgebied. Het maakt dat we als mens meer tijd en aandacht krijgen voor elkaar. En dat lijkt me een welkome ontwikkeling.

Zelden werd zo vaak en intensief door een breed publiek gesproken over de opmars van AI als de afgelopen maanden. Ook partners krijgen vragen over de voordelen die AI kan bieden. “Partners profiteren van ons netwerk aan dataspecialisten voor het aanbieden van de juiste oplossing,” zegt Udo Wuertz, Chief Data Officer bij Fujitsu.

Welke ontwikkelingen ziet u op het gebied van AI in de markt?

Udo Wuertz, Chief Data Officer Fujitsu

“Ik denk dat we eerst moeten definiëren waar we het eigenlijk over hebben. Kunstmatige intelligentie is kunstmatig, maar niet intelligent. AI is echter zeer goed in het herkennen van patronen in onbekende gegevens of het herkennen van onbekende patronen in gegevens om daar conclusies uit te trekken. We gebruiken dit bijvoorbeeld in Australië, waar we vroege stadia van hersen­aneurysma kunnen detecteren. We hebben bij het Sankt Carlos Hospital in Madrid patiëntendossiers anoniem verwerkt in een intelligent systeem. Dat betekent dat als een patiënt een mentale stoornis heeft, het intelligente systeem in staat is om te zeggen: hier is mogelijk ook sprake van drugs- of alcoholmisbruik. Of er zijn suïcidale gedachten. In 85% van de gevallen heeft de AI gelijk.”

Wat kan AI betekenen voor data­centers?

“Voorheen werd de netwerkbeheerder nog gevraagd om een probleem op te lossen als er iets mis was in het netwerk. In de nieuwe wereld die wij mogelijk maken vraag je direct aan het netwerk wat er aan de hand is. Je geeft als beheerder aan dat een gebruiker problemen heeft met, bijvoorbeeld Microsoft Teams, en het netwerk laat weten waar het probleem is ontstaan en wat eraan te doen is. Een ander voorbeeld is het vervangen van een switch. De intelligentie binnen het netwerk zal de juiste configuratie doorvoeren. Maar het gaat nog verder. Als er bijvoorbeeld in de komende dagen een storing te verwachten is, omdat de infrastructuur zonder dat het al merkbaar is anders performt, dan kan het systeem dat melden voordat er echt een incident is.”

Zo kun je zelf nog het moment van onderhoud plannen.

“Zeker, en dit adresseert natuurlijk ook het tekort aan vakmensen dat we hebben in Europa, met name op het gebied van IT.”

Dit is allemaal al beschikbaar voor de markt?

“Ja, we hebben het operationeel in de vorm van onze infrastructuurmanager. Die oplossing heeft de mogelijkheid om de ingebouwde AI-systemen te trainen op de situatie in het specifieke data­center, zodat het systeem perfect op jou is afgestemd. Je geeft als IT-staf die gevoelige gegevens niet uit handen om de AI elders te trainen, maar houdt ze binnen het eigen netwerk.”

Het klinkt heel logisch, maar toch zal de adoptie van AI door ondernemingen en hun partners best een drempel zijn.

“Dat klopt. Er zijn eigenlijk twee uitdagingen. De eerste is de algemene vraag: kan AI iets voor mij of mijn klant betekenen? En de andere vraag is: als ik dan ervaar dat AI een interessant hulpmiddel kan zijn, welke technologie heb ik dan nodig? In het eerste geval kun je profiteren van een ontwerpoplossing die we speciaal hiervoor ontwikkelden, en die we Human Centric Design noemen. Daarbij nemen we samen met de klant en diens partner deel aan een proces waarin we gezamenlijk ontdekken of en hoe bedrijfsprocessen te verbeteren zijn met behulp van AI.  In het tweede geval, als je eenmaal voor hebt gekozen AI in te zetten, dan kan de infrastructuur voor AI erg duur zijn. Om hierop in te spelen heeft Fujitsu een zogenoemde AI Test Drive gecreëerd. Hier kun je als klant of partner gratis met ons uitproberen wat eigenlijk de juiste infrastructuur is. Dan heb je de zekerheid dat je alleen het geld uitgeeft dat echt nodig is om de oplossing te laten werken. Daarbij kun je, net als bij andere elementen van ons uSCALE-programma er ook voor kiezen de oplossing op een pay-per-use-basis af te nemen. Dan heb je een volledig schaalbare oplossing, zonder een grote initiële investering.”

Hoe ondersteunen Fujitsu partners daarbij?

“De partner heeft klanten die naar hem toe komen en zeggen: “Ik heb een probleem, ik heb daar waarschijnlijk een AI-oplossing voor nodig.” Denk bijvoorbeeld aan een fabrikant van machines die de uitvaltijd van die toestellen wil optimaliseren met behulp van AI. In dat geval moet de AI-oplossing tijdig kunnen detecteren wanneer er een storing dreigt.  Onze partners hebben vaak te maken met het probleem dat ze niet genoeg specialisten hebben om zo’n klantvraag te beoordelen. Dan ondersteunen we deze partners. Ze kunnen gebruik maken van de kennis van meer dan 650 datawetenschappers in ons netwerk die we snel kunnen inzetten voor dergelijke projecten. We hebben meer dan 150 kant-en-klare oplossingen die we partners kunnen aanbieden of via partners aan klanten kunnen leveren. Dat betekent dat we de partner helpen om als interessant, aantrekkelijk en competent te worden gezien door hun klanten bij het creëren van dergelijke oplossingen.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Deze week: Thomas Burghart, Business Unit Director Rijksoverheid bij TOPdesk.

Burghart las op 24 juli het artikel over Googles AI-chatbot Bard. Chatbot Bard is vanaf heden beschikbaar in het Nederlands en wordt in het artikel vergeleken met concurrent ChatGPT.

Krappe arbeidsmarkt

Hoewel ChatGPT nog niet zo lang op de markt is, krijgt het enorm veel aandacht. Veel mensen maken er gebruik van; het is een hele welkome techniek. Mijn verwachting is dat dit met Googles Bard hetzelfde gaat zijn. Zeker als het vervlochten wordt met Google, wat door de meeste mensen wordt gebruikt als zoekmachine of browser. Dat heeft alles te maken met de bovenliggende trend waar deze AI-ontwikkelingen op inspelen, namelijk de krappe arbeidsmarkt. Daar hebben we al lange tijd mee te maken en dat gaat de komende tijd niet veranderen.

Daartegenover staat dat de hoeveelheid werk tegelijkertijd toeneemt. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om nog efficiënter te werken en meer te doen met minder handen. Daar kan dit soort technologie natuurlijk ontzettend goed bij helpen.

Allerlei sectoren

Je ziet dan ook dat AI in allerlei verschillende sectoren werk uit handen kan nemen. Denk aan simpele voorbeelden zoals het maken en controleren van e-mails, samenvatten of vertalen van teksten. Maar ook voor specifiekere taken kan het van betekenis zijn.

Een voorbeeld hiervan noemde Gartner een aantal jaar geleden al: probleembeheer. Terugkerende meldingen op de servicedesk over een printer die continu in storing schiet, zou weleens een probleem kunnen zijn in plaats van losse incidenten. In dat geval is vervanging van die printer wellicht effectiever dan de storingen continu opnieuw oplossen. AI kan het onderscheiden en signaleren van problemen en incidenten op de servicedesk overnemen.

Maar ook in het mkb kan AI tijd en geld besparen. Bijvoorbeeld bij horecabedrijven, die AI inzetten als inspiratie voor nieuwe gerechten en recepturen. En ook voor de grafische vormgeving van menukaarten hoeft er geen externe designer aan te pas te komen. Door AI in te zetten voor dit soort taken, houden medewerkers tijd en geld over voor andere wellicht leukere werkzaamheden.

Scherp zijn

Het is wel belangrijk om in dit stadium van AI-technologie scherp te zijn op de beperkingen die het nog heeft. Daarin schuilt een gevaar als AI taken volledig autonoom gaat uitvoeren. Zo hebben de makers van ChatGPT onlangs hun AI-herkenningstool uit de lucht gehaald vanwege onnauwkeurigheid.

En het blijft een feit dat ChatGPT, in tegenstelling tot Bard, nog geen kennis heeft over data van na 2021 en daardoor zelf met informatie aan de haal kan gaan. Dat Bard hier al een stap verder in is, is logisch. Ontwikkelaars maken handig gebruik van elkaars werk en bouwen hierop voort. Ik ben er daarom van overtuigd dat dit soort beperkingen tijdelijk zijn. Dat zie je altijd als er nieuwe technologie geïntroduceerd wordt; kinderziektes komen aan het licht zodra het veelvuldig gebruikt wordt. In de loop van de tijd wordt de technologie aangescherpt en verder doorontwikkeld. Is het niet door Microsoft of Google zelf, dan wel door een andere grote speler.

Versnelde digitalisering

Het is een logische verwachting dat de grote spelers zoals Microsoft en Google als eerste met nieuwe AI-technologie naar buiten komen. Maar ik verwacht dat we het steeds meer gaan zien. De techniek die achter ChatGPT en Bard zit gaat steeds meer omarmd worden, want we staan nog maar aan het begin van het begrijpen hoe we AI kunnen inzetten. Iedere productontwikkelaar gaat opnieuw naar de tekentafel met zijn of haar product om te kijken hoe ze het met AI nog gebruiksvriendelijker, simpeler of slimmer kunnen maken. Kortom, met de komst van AI-technologie, zoals ChatGPT en Bard, wordt digitalisering verder versneld.

De angst van elke IT-beheerder en elke msp is een storing. Bedrijven en gebruikers gaan ervan uit dat het internet werkt, dat ze altijd bij hun data kunnen. “Het netwerk moet werken en veilig zijn. En data moeten alleen beschikbaar zijn voor degene die de gegevens mogen zien. Of die nu on-premise of elders staan”, zo weten Gillian Roseval, Presales Engineer en Arend Karssies, Regional Director Benelux & Nordics bij Netgear.

Met welke vragen komen msp’s naar jullie?

Gillian Roseval: “Vroeg of laat ­denkt een msp erover na of hij zijn infrastructuur, de hardware, de applicaties en de data, naar een datacenter brengt, of het toch in een eigen omgeving wil houden. De eerste vraag is dan toch vaak: kan ik met mijn applicaties eigenlijk wel naar een extern datacenter? Zeker partners die actief zijn in een ­bepaalde vertical, bijvoorbeeld msp’s met accountants of bepaalde medische praktijken als klant, hosten applicaties die eigenlijk niet eens kúnnen landen in een datacenter. De tweede vraag is: is het wel handig qua regelgeving op het gebied van GDPR of privacy of heb ik klanten die in een markt actief zijn waarvoor geldt dat data in ­Nederland of de EU moeten ­blijven?”

Als het antwoord twee keer ‘nee’ is, zal de uitkomst helder zijn. Maar als ze wel naar een data­center zouden kunnen?

Roseval: “Dan moeten ze zich in die vorm van dienstverlening verdiepen. Dan blijkt dat je met outsourcen niet van alle problemen verlost bent. Je moet er toch een soort ­regie-organisatie voor inrichten. En op het moment dat data toch ­gelekt worden, of als een ­onbevoegde erbij kon, dan moet je de hele klantenbase aanschrijven, ook als er eigenlijk niets kwalijks gebeurd is met die data.”

Daar staan toch ook voordelen van het datacenter tegenover?

Roseval: “Als het gaat om schaalbaarheid is een datacenter sterk. En natuurlijk klinkt het goed: 99,9% uptime, maar waarom zou je ervan uitgaan dat je zelf, met gepland onderhoud een slechtere performance hebt? Stel dat je meerdere vestigingen hebt als bedrijf, waarom zou je dan bij een van die vestigingen geen mini-datacenter neerzetten? Je profiteert al snel van lagere ­latency. Een on-­premise omgeving heb je in de hand. Je wordt niet verrast doordat ergens iemand besluit systemen te gaan upgraden, dat kun je helemaal zelf plannen. We merken dat dit erg resoneert in de markt. Ook omdat je met onze producten als mkb-ondernemer enterprise-apparatuur tegen een mkb-prijspeil kunt kopen, die erop gebouwd is om invulling te geven aan de belangrijkste eis van de msp: continuïteit.”

Een ander argument kan zijn: de security is bij grote partijen beter geregeld.

Arend Karssies: “Terecht is ­cybersecurity een hot topic. Wij zetten ons met onze producten sterk in op de beveiliging van het netwerk, inclusief de edge- en de IoT-omgeving. Dat doen we niet voor niets; we weten dat kwaadwillenden inmiddels wel doorhebben dat de datacenters van AWS en Google te vergelijken zijn met Fort Noxx. Elke overvaller weet dat bij een vestiging van een gerenommeerde juwelier lastiger in te breken is dan bij een sieradenwinkeltje in een wijkwinkelcentrum. Cybercriminelen richten hun pijlen op het mkb, richt je netwerk daarom veilig in. Wij willen daarin ondersteunen op het bedraade en draadloze deel van het netwerk.”

Als jullie netwerken ontwerpen voor resellers, zijn redundantie, continuïteit en prijs dan allemaal even belangrijk voor hen?

Roseval: “Dat hangt ervan af. Als gevraagd wordt om, ­bijvoorbeeld, een mini-datacenter on-premise, dan gaat het vooral over beschikbaarheid en hoge snelheden.”

Karssies: “En zeker ook over de benodigde rackspace. Dat is vaak een issue, alles moet toch zo klein mogelijk gehouden worden. Wij hebben switches met een breedte van een halve RU, dat betekent dat je er twee naast elkaar in kunt plaatsen. Daarmee maak je redundantie natuurlijk wel heel makkelijk.

Roseval: “Binnen onze M4300-serie hebben we switches met een diversiteit aan formaten van 1RU halve breedte tot 2RU volledige breedte. Deze switches kunnen een vorm van redundantie bieden met NSF (non stop forwarding). Hitless forwarding zorgt ervoor dat op het moment dat de master switch niet beschikbaar is de standby het overneemt en de dienst niet onderbroken wordt. De eindgebruiker merkt hier niets van.”

Het gaat uiteindelijk om beschikbaarheid.

Roseval: “Je kunt je hele endpoint-deel perfect voor elkaar hebben maar als je netwerk (gedeeltelijk) down is dan ligt toch je bedrijf stil en dat wil niemand, of je nu ProRail of KLM bent of de lokale ondernemer – we zijn allemaal afhankelijk van een werkende IT-infrastructuur en internetverbinding. We zien zelfs weer een toename in de verkoop van mobiele hotspots (M6/M6Pro) om altijd een 5G back-up internetlijn te hebben voor het geval de ISP het laat afweten.”

De Europese markt biedt unieke uitdagingen en kansen voor bedrijven, stelt Vik Malyala, MD & President EMEA bij Supermicro. “Vooral mkb-klanten profiteren van een heel nauwe band met hun partners.”

In dit Europese partner-ecosysteem speelt Exertis Enterprise een essentiële rol, legt Vik Malyala, die al 15 jaar voor Supermicro werkt, uit. Hij schrijft deze ­nauwe relatie toe aan verschillende factoren die in Europa spelen, en die veel partners en hun eindklanten raken. “Denk daarbij aan GDPR-regelgeving. Maar we zien ook veel regionale implementaties en, in tegenstelling tot de situatie in de VS, een sterkere behoefte aan persoonlijke assistentie.”

Volgens de topman van Supermicro maakt de nauwe samenwerking met Exertis Enterprise een vitaal partnerlandschap mogelijk, evenals een sterke relatie tussen de eindklant en hun partner, in de vorm van resellers, var’s of msp’s. “Dankzij dit ecosysteem zijn we in staat op maat gemaakte oplossingen te leveren, die tegemoetkomen aan de specifieke behoeften van de klanten in verschillende Europese landen”, is de overtuiging van Malyala.

Veranderende uitdagingen

De afgelopen jaren waren er talloze covid- en energiegerelateerde crises, met verstoringen in toeleveringsketens tot gevolg. Die stelden bedrijven voor grote uitdagingen, weet Malyala. “Supermicro biedt klanten dankzij de nauwe samenwerking met een partij als Exertis Enterprise een unieke waardepropositie. Ons vermogen om producten gedurende langere levenscycli te ondersteunen, zowel voor klanten die hun bestaande infrastructuur willen behouden, als voor klanten die de nieuwste innovaties willen gebruiken, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het voldoen aan veranderende eisen en het verhogen van de efficiëntie en prestaties.”

­Exertis Enterprise fungeert daarbij als een ­cruciale brug tussen Supermicro en de var’s en msp’s en klanten. ­Sebastiaan Reijmann Hinze, Country Manager Nederland van Exertis Enterprise: “Onze samenwerking stelt Supermicro in staat om de eisen van de klant te begrijpen en samen optimale oplossingen te ontwikkelen. Door gebruik te maken van de expertise en inzichten van Exertis Enterprise als oren en ogen in de markt kunnen wij ons aanbod afstemmen op de unieke uitdagingen waarmee verschillende klanten ­worden geconfronteerd.”

Feedback zorgt voor innovatie

Deze feedback van Exertis Enterprise ­leidde zo tot innovaties zoals systeemconfiguraties die de energie-efficiëntie verbeteren, geïntegreerde opslagoplossingen en de verkenning van opties voor vloeistofkoeling. Malyala: “Zo kunnen we producten ontwikkelen die de pijnpunten van de klant aanpakken, hetzij door het stroomverbruik te optimaliseren, hetzij door de acceptatie van opkomende technologieën zoals vloeistofkoeling te vereenvoudigen.”

Paul Smit, CTO en Co-Founder bij ForeNova, las op 14 juli het State of Cybersecurity Resilience rapport van Accenture dat schetst dat het afstemmen van cybersecurity op bedrijfsdoelstellingen de omzetgroei helpt.

Het onderzoek is gedaan met organisaties met 1 miljard omzet of meer. Logisch voor Accenture, maar het is natuurlijk maar een beperkt deel van de markt. Net zoals op dit moment het merendeel van de security-oplossingen op de markt geschikt is voor grote organisaties, is voor middelgrote en kleinere bedrijven een vertaling noodzakelijk. Graag kijk ik, vanuit hetzelfde oogpunt waarmee we als ForeNova cybersecurity binnen het bereik van middelgrote organisaties brengen, naar hoe de aanbevelingen vanuit dit onderzoek voor grote bedrijven door het mkb toegepast kunnen worden.

Cyber Transformers

Accenture stelt dat organisaties cybersecurity stevig moeten integreren in hun digitale transformatie-inspanningen om veerkracht in deze dynamische tijden te waarborgen. Men noemt organisaties die dit doen Cyber Transformers. Deze Cyber Transformers zijn beter in staat om klanttevredenheid te verbeteren en de kosten van cybersecurity-incidenten te verlagen met gemiddeld 26 procent. Dat wil elk bedrijf natuurlijk wel. Maar voor veel mkb-bedrijven is het niet zo eenvoudig om zich tot Cyber Transformer te ontwikkelen.

De laatste, verder niet uitgewerkte aanbeveling uit het artikel – stel een verantwoordelijke aan voor cybersecurity – is namelijk vaak de bottleneck voor allerlei cybersecurity-initiatieven binnen middelgrote en kleine organisaties. Er is meestal geen budget of capaciteit voor het aannemen van een in-house IT’er om zich erop te focussen. Uitbesteding is dan de snelste weg om cybersecurity-programma’s aan te pakken.

Kennis inhuren door mkb

Voor kleine bedrijven zal het inschakelen van een ms(s)p de meest voor de hand liggende optie zijn. Maar het is toch nog wel van belang om iemand in huis te hebben om beveiligingschecks te doen. En om actie te kunnen ondernemen wanneer nodig. Een budgetvriendelijke optie hiervoor is bijvoorbeeld het inhuren van IT-securitykennis voor een paar uur per maand. Mooie initiatieven zoals die van Cybermeister maken het mogelijk om gemakkelijk betrouwbare expertise te vinden.

Cybersecurity as a service

Accenture omschrijft Cyber Transformers met een viertal kenmerken. Laten we per aanbeveling kijken hoe een dergelijke aanpak in een mkb-organisatie overeind blijft.

Ten eerste zijn Cyber Transformers volgens Accenture organisaties die cybersecurity met risicobeheer integreren. Voor een mkb-bedrijf is risicobeheer niet echt dagelijkse kost. Laat staan het integreren met cybersecurity. Ook hiervoor zul je dus als mkb tijdelijk kennis moeten inhuren. Los van mensen en kennis zie ik steeds meer het inhuren van cybersecurity services als standaard voor mkb-bedrijven.

Ten tweede zetten Cyber Transformers Cybersecurity as a Service (CSaaS) in om de beveiliging te verbeteren. Waar CSaaS hier voor grote bedrijven al een aanbeveling is, is het voor bedrijven die niet de capaciteit hebben om in-house securityoplossingen en -specialisten binnen te halen eigenlijk de enige haalbare en betaalbare route.

Cybersecurity checks

Accenture benoemt als derde het nemen van maatregelen om hun ecosysteem of supply chain-partners te beveiligen. Als voorbeeld wordt er geopperd om cybersecurity-checks in te bouwen voordat nieuwe diensten of producten worden gelanceerd. Indringers komen vaak bij grotere bedrijven binnen via hun kleinere mkb supply chain partners met minder uitgebreide beveiliging. Het is dus inderdaad cruciaal om op de hoogte te zijn van de veiligheid van jouw supply chain partners.

Het standaardiseren van cybersecurity-checks voor het integreren van nieuwe diensten of producten is dan ook een goede stap om de veiligheid van jouw bedrijf te waarborgen. Zo geef je ook direct een goed voorbeeld voor de beveiliging van jouw supply chain partners.

Automatisering belangrijk voor mkb

Tot slot beschouwen Cyber Transformers automatisering als een belangrijk onderdeel van de cybersecurity-programma’s. Voor het mkb is dit net zo actueel. Met automatisering kun je een deel van menselijke fouten voorkomen. Denk aan betalingen waarbij het met handmatig werken nog voor zou kunnen komen dat iemand een betaling doet die niet is gewenst. Maar ook het automatiseren van updates op systemen kan voorkomen dat systemen gemist worden in de patchronden en voor langere tijd wellicht minder goed afgedekt zijn.

Als laatste aanbeveling klinkt het belang van gefaseerde integratie van cybersecuritymaatregelen. Hier zie je weer de belevingswereld van de organisaties die binnen het State of Cybersecurity Resilience-rapport zijn meegenomen. Voor mkb-bedrijven is dit minder relevant. Vaak is de structuur van het mkb-bedrijf makkelijker om dit in één keer goed te regelen. Wel van belang is het blijven herhalen en het bereiken van ‘awareness’ bij het personeel.

Inhuren van IT’ers goede basis

Conclusie: De ‘best practices’ van de Cyber Transformers snijden ook hout voor het mkb, al verwacht ik dat weinig mkb’ers het ‘Cyber Transformer worden’ bovenaan hun prioriteitenlijst zullen zetten. Het vinden van een oplossing voor hun capaciteitsprobleem staat daar meestal wel. Het inhuren van een IT’er op uurbasis en het inzetten van Cybersecurity as a Service kunnen daarbij helpen en de basis leggen voor de volgende stappen in de goede richting.

Slechts 20% van alle medewerkers wil (nog) volledig vanuit kantoor werken. 70% van de werknemers kiest voor een vorm van hybride werken, blijkt uit onderzoek van HP. De leverancier zet dan ook vol in op oplossingen voor hybride werken en betrekt daarbij zoveel mogelijk zijn partners.

Al tijdens een grote conferentie die HP eerder dit jaar hield bleek dat de IT-leverancier groot inzet op hybride werken. De overname van Poly, dat met audio- en video-oplossingen het samenwerken tussen medewerkers op verschillende locaties optimaliseert, past bij de ambitie om, samen met de partners, hybride werken voor elk bedrijf mogelijk te maken.

HP geeft daarbij zelf het voorbeeld, legt Koen van Beneden, sinds begin dit jaar Managing Director Benelux bij HP uit. “De Nederlandse tak en de HP-organisatie in België en Luxemburg zijn samengevoegd en ook de medewerkers van Poly maken nu deel uit van de familie,” vertelt Van Beneden. “We hebben kantoren in Nederland, België en Luxemburg en daarnaast werken veel medewerkers remote. Tien jaar geleden zou die manier van werken niet mogelijk zijn geweest.” Vanuit die ervaring, zegt de Managing Director, doet HP de belofte “de wereld naar geweldig hybride werk te brengen.”

Persona’s definiëren

Partners zijn daarbij van groot belang. Van Beneden: “Een eerste belangrijke taak voor hen is te analyseren op welke manier de individuele medewerkers het best functioneren.” De Managing Director geeft aan dat het creëren van verschillende persona’s kan helpen om overzicht te krijgen in de verschillende rollen van werknemers, zowel in de kantooromgeving als wanneer ze thuis of onderweg werken. “Van daaruit kan de partner adviseren welke hard- en software het best bij een bepaald persona past. De tijd dat een standaard pc voor de meeste werknemers voldeed is niet meer. De partner kan in de vorm van consultancy een belangrijke rol vervullen.”

Ook het beheer is grotendeels op afstand mogelijk en kan een taak zijn voor de partners. Want duidelijk is wel dat hybride werken niet zal leiden tot meer IT-personeel, want dat is haast niet te vinden. Maar de workload wordt groter, nu mensen niet meer op een locatie aanwezig zijn en IT ook een grotere taak kreeg door de inzet van audio- en video-oplossingen.

Beheer op afstand

“Het is niet reëel te verwachten dat medewerkers die grotendeels remote werken toch naar kantoor moeten komen voor updates. Dat kan een msp moeiteloos overnemen.” Om de partner daarbij te helpen en de impact van een eventuele storing zo klein mogelijk te houden, ontwikkelde de leverancier HP Tech Pulse. “Die software monitort en analyseert continu de prestaties van de pc. Als daaruit, bijvoorbeeld, blijkt dat een harde schijf warmer wordt dan normaal, dan krijgt de partner een notificatie en kan die ingrijpen voordat het component werkelijk stuk gaat.”

AI inzetten bij security

Van Beneden noemt hiermee aspecten van het hybride werken die voor medewerkers en partners zichtbaar zijn. “Minstens zo belangrijk is het niet-zichtbare stuk in onze oplossingen,” maakt de Managing Director duidelijk. “Met het hybride werken is behoefte aan security groter geworden. De dreiging nam toe en cybercriminelen zijn zo goed georganiseerd dat elk bedrijf van mkb tot enterprise ermee te maken kan krijgen.”

Het kwetsbare punt is meer dan ooit het endpoint. 70% van de aanvallen verloopt via het endpoint. 97% aanval is gericht op een menselijke fout. Van Beneden: “Daar spelen we op in.” Concreet zet HP zet AI in om dreigingsniveaus te analyseren en, als een medewerker bijvoorbeeld op een kwaadaardige link klikt, meteen het endpoint containeriseert. “Het gevaar zal zich dan niet verspreiden over het hele netwerk.”

Firmware bescherming

Een andere oplossing die HP in de devices inbouwt is een bescherming tegen firmware attacks. “Een microcontroler checkt of het bios is aangevallen nog voor het opstarten van essentiële onderdelen of applicaties van het device. Als daarbij een afwijking geconstateerd wordt zal het opstarten stoppen. De msp kan dan terugvallen op de laatste ‘veilige’ dataset en vermijdt zo risico’s.”

Aan de hand van drie vragen en vier stellingen gaan vijf specialisten op het gebied van datacenters en cloud met elkaar in gesprek. Hoe verhouden cloud en datacenters zich tot elkaar? Waar is de grootste innovatie op het gebied van performance en duurzaamheid te verwachten? En hoe zien nieuwe datacenters er over tien jaar uit? “Met cyberdreigingen leerden we omgaan, maar een terreuraanslag moeten we vrezen.”

Vraag 1: Wat is een datacenter?

Datacenters zijn er in vele vormen, van een cluster aan servers voor edge-computing, via micro- en mini-datacenters tot hyperscalers. Wanneer hebben we het eigenlijk over een datacenter?

Erik Hoeboer, EMEA Channel Marketing Manager bij Netgear, reageert als eerste. “Het is voor mij een soort gewetensvraag. Voor ik bij Netgear ging werken zou ik waarschijnlijk gezegd hebben dat een datacenter echt een verzamelgebouw moet zijn waar grote bedrijven hun servers en IT-infrastructuur neer kunnen zetten. Een gebouw met goede connectiviteit, redundant aangesloten op de AMS-IX.” Sinds Hoeboer werkt bij Netgear is zijn oordeel iets anders. “Het kan ook heel goed een cabinet of een rek zijn dat geoptimaliseerd is voor het werken met, en verwerken van data. Met daarin een aantal switches, een router en servers. Apparatuur zoals Netgear die levert. Wij stellen resellers en mkb-klanten in staat om een eigen mini- of micro-datacenter te bouwen op basis van enter­prise-grade hardware tegen aantrekkelijke prijzen.”Dat is een andere wereld dan de ­datacenters van de verschillende ­hyperscalers, weet Hoeboer. “Die bouwen hun eigen dienstverlening en bieden dat als een service aan. Maar je hebt ook altijd data die ­privacygevoelig is of applicaties waarvan je wilt dat de IT-mensen erbij kunnen. Die je bij je wilt hebben. Dat kan in een lokaal datacenter zijn, maar ook op de eigen locatie.”

Bij ABB is geen eigen definitie die een omgeving de kwalificatie ‘datacenter’ geeft. “We hebben intern drie subsegmenten binnen het data­center segment,” legt Freek van Alphen, Head of Data Center Solutions Benelux bij ABB, uit. “Hyperscale, Colocation en Enterprise, maar binnen enterprise zou dan een edge voor een IoT-toepassing op een plant van een raffinaderij een voorbeeld zijn van een klein datacenter. En dat kan ook geplaatst zijn in een container. Dat is dan al een datacentertje.”

Voor hem is de manier waarop een datacenter gebouwd of ingericht wordt uiteindelijk afhankelijk van de usecase. “Welke IT heb je ter plaatse nodig, en wat kan vanuit de cloud?”

Freek van Alphen,                        ABB

Rick van den Hoogenhof, Copaco

Hans ten Hove,                          Datto

Erik Hoeboer, Netgear

Sebastiaan Smit, Huawei

Stroom, koeling en connectiviteit

“Ik vind een omgeving een datacenter op het moment dat het een ruimte is die je optimaliseert voor het plaatsen van hardware.” Dat is de definitie van een datacenter die Rick van den Hoogenhof, Manager Copaco Cloud bij Copaco, geeft. “Van oorsprong hebben we het dan over servers, maar het kan inmiddels ook allerlei IoT-hardware zijn.” Dat betekent, geeft hij aan, dat die ruimte moet voorzien in stroom, koeling en connectiviteit. “Dat is eigenlijk de basis. En ja, dan kun je zelf on-prem een datacenter hebben.”

Voor Sebastiaan Smit, Salesdirector bij Huawei Enterprise Group Nederland, is een datacenter een centrale locatie die geconditioneerd is voor IT-toepassingen op verschillende hardware die bij elkaar gebracht wordt. “Bij voorkeur verdeeld over twee redundante locaties, maar dat betekent niet dat die redundantie bepaalt of iets een datacenter is. Dat geldt wel voor andere zaken die continuïteit mogelijk maken, zoals noodstroom, brandveiligheid en vooral ook toegangsbeveiliging. Dat laatste wordt nogal eens onderschat.”

Hans ten Hove, Area Vice President Continental Europe bij Datto, reageert op zijn beurt op de vraag. “Als je teruggaat naar het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw, zie je dat iedereen een eigen definitie van een datacenter had. Er was ook toen geen standaard.” Rond de eeuwwisseling zijn we gewend geraakt aan aparte gebouwen voor data-opslag en -verwerking, met eigen specifieke voorzieningen. “Tot die tijd waren het gewoon kasten met racks.”

Centraliseren bij een specialist

Van den Hoogenhof (Copaco) heeft eerder binnen een datacenterorganisatie gewerkt en herkent zich in de historische schets van Ten Hove. “Rond de eeuwwisseling besloten steeds meer bedrijven hun hard­ware buiten de deur te plaatsen. Zij maakten een bewuste keuze tussen verschillende datacenters.” Zaken als redundantie, beveiliging en de precieze locatie werden daarbij tegen elkaar afgewogen. “Nu vinken gebruikers een cloudservice aan en realiseren zich niet dat die dienst draait dankzij een datacenter.”

Gebruikers gaan er, kortom, zonder meer van uit dat hetgeen waar ­datacenters de hele dag min of meer onzichtbaar mee bezig zijn, en wat je kunt samenvatten als: zorgen voor de noodzakelijke continuïteit, goed geregeld is.

“Het is te vergelijken met energiecentrales. Die stroom wekten we, voor de opmars van zonnepanelen op daken, lange tijd ook niet zelf op, maar we centraliseerden dat en besteedden dat uit aan een klein aantal echte specialisten. Dat is precies wat we met data ook doen: daar zijn specialisten voor die datacenters bouwen en beheren. Die kunnen dat beter en, uiteindelijk, ook duurzamer dan wanneer elk bedrijf dat afzonderlijk gaat doen.”

Van cloud naar on-premise

In dit kader is het van belang niet te onderschatten hoeveel bedrijven zelf nog eigen servers in een datacenter hebben staan, betoogt Smit (Huawei). “Datacenters associëren we nu over het algemeen met cloud, maar colocatie, waarbij de IT-apparatuur eigendom is van de eindklant en komt veel voor. Dat geldt ook voor eigen datacenters on-prem die je nog veel ziet bij onder meer banken, maar ook in de manufacturing.”

Hij legt uit dat die bedrijven (deels) niet afhankelijk willen zijn van de cloud. “Sterker nog: je ziet een ontwikkeling waarbij men de cloud toch weer verruilt voor on-premise, als gevolg van ransomware. Partijen willen er dichter opzitten, al was het maar omdat de recovery-snelheid na een incident daarmee omhooggaat.”

Het is volgens Ten Hove (Datto) inderdaad wel relevant dat we naar het gebruikersperspectief kijken. “Heb je het over datacenters of heb je het over cloud?” Daar ziet hij een interessante verschuiving. “Rond 2000 zeiden bedrijven: ‘Ik breng mijn on-premise omgeving naar een veilig datacenter’, dat wordt minder, omdat de dienstverlening waarom het de eindklant gaat naar de cloud is gegaan.”

Ten Hove bedoelt daarmee dat de eindklant niet geïnteresseerd is in het onderliggende ijzer, maar in de applicatie die hij gebruikt, zoals Van den Hoogenhof al aangaf. “Inderdaad draait die cloud in datacenters, maar de eindklant kiest niet voor dat datacenter, maar voor een service die zich onderscheidt van een andere service.”

‘Techniek is goed geregeld’

Hij wordt bijgevallen door Hoeboer (Netgear). “Daar ben ik het mee eens. Ik zie cloud-dienstverlening niet als datacenterdienstverlening. Het is een service die het gebruik van een applicatie mogelijk maakt voor de eindgebruiker, die ervan uitgaat dat de techniek achter die service goed geregeld is om zo een optimale beschikbaarheid van de applicatie te garanderen.”

Ook Van den Hoogenhof (Copaco) merkt op dat bepaalde klanten op dit moment (deels) terugkeren vanuit de cloud, bijvoorbeeld vanwege de kosten. “Op dat moment realiseert men zich, dat die kosten ook gebaseerd zijn op de onderliggende techniek en men vraagt zich af welke voordelen private cloud, colocatie of on-premise oplossingen kunnen bieden. Klanten kiezen voor datacenters bij bekende partijen, waarbij data in Nederland blijven. Deze datacenters zijn bovendien gebouwd door specialisten in samenwerking met partijen als ABB en Netgear. Zo maakt iedereen zijn eigen keuze.”

Hoeboer (Netgear) keert terug naar de vraag die centraal stond bij dit deel van de discussie. “Wij leveren onze AV-switches ook voor omroepwagens. In die voertuigen hebben ze een eigen stroomvoorziening en security, is dat daarmee een mobiel datacenter?” Als we stellen dat een datacenter een ruimte is die geoptimaliseerd is voor data-opslag en dataverwerking, dan is die bus een datacenter, is de mening van Ten Hove (Datto). “Een flexibel en ­mobiel datacenter,” bevestigt Van den Hoogenhof (Copaco).

De eindklant kiest niet voor een datacenter, maar voor een service die zich onderscheidt van een andere service

Stelling 1

Cloud en datacenters zijn niet hetzelfde

Het onderwerp kwam eerder al aan de orde, maar wordt hier verder uitgediept. “Het gaat om de loskoppeling van een fysieke locatie, de servers in het datacenter enerzijds, en de diensten die uiteindelijk wel gebruik maken van die fysieke locatie anderzijds,” legt Ten Hove uit. Ooit kochten bedrijven hardware en zetten die in het bedrijf neer, dat was de IT van een organisatie, met software erop en een netwerk tussen de componenten. “Al die componenten zag je terug in de offerte van een leverancier, aangevuld met een post projectcoördinatie en eventueel beheer. Dat is nu helemaal anders.” End-to-end diensten spelen nu de hoofdrol gaat hij verder, “maar de eindklant kent die tussenliggende partijen die de functionaliteit van de applicatie mogelijk maken niet. Daar valt ook het datacenter onder.”

Van den Hoogenhof (Copaco) is wel van mening dat je cloud en datacenters niet helemaal los van elkaar kunt zien. “Als je een eigen datacenter hebt, waar voor het hele bedrijf de applicaties staan, dan bied je die eigenlijk as-a-service aan het eigen personeel aan.” Hij meent dat het begrip datacenter vooral gekoppeld is aan techniek, waar het bij cloud naast een techniek juist om een businessmodel gaat. “Het datacenter is een ruimte en heeft klanten – waaronder veel cloudproviders.”Hoeboer van Netgear herkent veel in wat Van den Hoogenhof zegt. “Met een datacenter ben je eigenlijk je eigen cloudprovider.”

Cloud of virtualisatie?

Smit (Huawei) vindt dat het begrip cloud niet altijd ­eenduidig wordt gebruikt. “Is het cloud of virtualisatie?” Hij vermoedt dat aanstaande regelgeving, zoals NIS2, impact gaat hebben, zeker op de kleinere msp’s. Dit omdat ze met nieuwe problematiek te maken gaan krijgen. “Kunnen kleinere partijen dat aan?” Het antwoord komt van Van den Hoogenhof: “Wij van Copaco, maar zeker ook Datto, zijn er nu juist om de msp te helpen om die stap te maken.”

Ten Hove (Datto) sluit aan bij een eerdere opmerking van Rick van den Hoogenhof, als hij stelt dat er nog een belangrijk verschil is tussen datacenters en de adoptie van cloud. “Twintig jaar geleden was er nog geen cloud, maar waren er wel datacenters. Wie overwoog te gaan outsourcen dacht heel goed na bij de keuze van het datacenter. Bij de overstap naar cloud doen bedrijven dat niet. Niemand stelt eigenlijk vragen over de datacenters waarop de cloud­applicaties draaien.”

Van Alphen (ABB) reageert nog op een eerdere ­constatering tijdens het gesprek, dat sommige partijen weer op hun beslissing naar de cloud te gaan terugkomen. “Dat is eigenlijk niets nieuws. Ook bij outsourcing zijn er golven.Men besteedt uit en neemt het later toch weer terug. De IT ademt mee op de bewegingen van het bedrijf.”

Vraag 2: datacenter van de toekomst

Als je over tien jaar door een net opgeleverd datacenter loopt, wat is dan het grootste verschil met nu?

Van Alphen (ABB) verwacht dat een klein datacenter tegen die tijd echt heel veel data kan verwerken, vooral dankzij het gebruik van high density computing. “En datacenters kunnen, ook door de forse koeling die ­nodig is, een warmteleverancier zijn.” Daarnaast verwacht Van Alphen dat de locaties onbemand zijn, mede dankzij intelligente hardware die even­tuele verstoringen ruim van ­tevoren kan voorspellen, in combinatie met automatisering en robotisering om onderhoud en beheer voor een deel uit te voeren.“Ik verwacht dat het er doodstil zal zijn,” geeft Ten Hove (Datto) aan. “Dankzij vloeistofkoeling heb je geen ventilatoren meer nodig.” Hij voegt eraan toe dat er echt wel het een en ander moet gebeuren in bij datacenters. “Als je kijkt naar de snelheid waarmee de hoeveelheid data toeneemt, dan is daar eigenlijk niet tegenop te bouwen.”Een oplossing is volgens Hoeboer (Netgear) dat de apparatuur steeds kleiner wordt, er passen nu al meerdere switches in dezelfde U-ruimte, waardoor de footprint naar beneden gaat. Hiernaast nemen de prestaties toe, terwijl de apparatuur minder energie nodig heeft. Ook Van den Hoogenhof (Copaco) verwacht meer high density en de daaraan verbonden noodzaak sterk te ­koelen. “Inderdaad kunnen datacenters dan een bron van warmte zijn voor tuinbouw en de gebouwde omgeving. Nu roepen we dat natuurlijk al langer; het gebeurt alleen nog niet veel.”

Ook bij outsourcing zijn er steeds golven. Men besteedt uit en neemt het later toch weer terug

Verandering valt mee

Dat leidt tot de reactie van Smit (Huawei). “Laten we over 10 jaar afspreken in een nieuw datacenter. Ik denk dat er niet veel veranderd is. Ja, apparatuur is efficiënter, maar ­robots en warmtenetten, ik zie het niet gebeuren, tenzij het businessmodel voor het datacenter duidelijk is, zoals bij het opslaan van zonnestroom in battery packs voor eigen gebruik.

Van Alphen reageert hierop: “De ontwikkelingen gaan hard en er is veel mogelijk, maar wie neemt het initiatief om waarin te investeren? Datacentereigenaren gaan echt geen buizen aanleggen naar een woonwijk, daar moet de overheid een regierol oppakken.”

Algemeen verwachten de deelnemers dat ‘vuile’ diesel over tien jaar vervangen zal zijn door duurzamere alternatieven. Netgear ziet kansen voor meer gebruik van Power over Ethernet in mini- en micro-datacenters in combinatie met de mkb-kantooromgeving. Maar, zo blijkt uit de rondgang, heel duidelijk is het beeld van de veranderingen die we binnen tien jaar mogen verwachten niet. “Eigenlijk zijn we helemaal niet in staat om tien jaar vooruit te kijken,” vat Ten Hove (Datto) kernachtig samen.

Stelling 2

Er is voor de meeste bedrijven in Nederland geen reden om níet voor public cloud te kiezen.

“De meeste bedrijven in Nederland zouden gebruik kunnen maken van public cloud,” is de mening van Van den Hoogenhof (Copaco). “En misschien zouden ze er zelfs wel voor móeten kiezen. Als je kijkt naar de schaalbaarheid en het technologische voordeel dat ze met de public cloud kunnen behalen.”Voor Smit (Huawei) zou de vraag moeten zijn: “Wat is de drijfveer voor een specifieke onderneming op naar de cloud te gaan. Is dat schaalbaarheid, is dat prijsefficiency?” De aanname, geeft Smit aan, is vaak dat cloud goedkoper is. “Dat is echter in de praktijk nog maar de vraag.” Van den Hoogenhof (Copaco) reageert hierop dat dit inderdaad een belangrijke kwestie is. Hij gelooft niet dat alles naar de cloud gaat. “Ziekenhuizen, banken en de industrie zullen deels on-premise blijven. Je hebt bijvoorbeeld minder last van latency. Aan de andere kant zorgt public cloud voor schaalbaarheid. En vaak ook voor kostenvoordeel.”Het feit dat een bedrijf over het algemeen gebruik zal maken van een hybride model herkent Hoeboer (Netgear). “De schaalvoordelen van public cloud zullen bij standaardoplossingen te vinden zijn.”

Investeren in governance

Het beeld bestaat nog steeds bij ondernemingen dat je met een stap naar de ­cloud van alle zorgen bevrijd bent. “Je blijft echter verantwoordelijk voor de integriteit van de data,” geeft Van Alphen (ABB) aan. “Je hebt een regie-­organisatie nodig en controlesystemen.” Hij is het wel eens met de stelling. “Maar als je voor die public cloud kiest moet je investeren in de governance.”

Ook Ten Hove (Datto) onderschrijft de stelling. “De meeste bedrijven in ­Nederland bevinden zich in het mkb-segment en hebben één tot vijf ­medewerkers. Vaak zijn de oplossingen die zij gebruiken cloud based. De public cloud zal voor hen bijna altijd prima zijn.”

Stelling 3

De echte innovatie vindt bij datacenters niet bij de servers en switches plaats, maar op het gebied van koeling, waterbeheer en energie.

Deze stelling wordt door geen van de deelnemers onderschreven. “De innovatie in serverkracht gaat nog steeds door,” stelt Van Alphen (ABB). “Juist daar spelen interessante ontwikkelingen als immersion cooling, waarbij de apparatuur wordt ondergedompeld in een vloeistof voor de meest effectieve koeling.” Hierdoor kunnen de servers bij hogere temperaturen werken, waardoor warmteteruglevering eenvoudiger wordt. “Er zijn ook bij de switches zeker nog innovaties te zien,” vult Hoeboer (Net­gear) aan. “Denk aan devices die Power over Ethernet ondersteunen. Of aan de AV-Switches van Netgear, waarvan we de ventilator minder kunnen laten koelen waardoor ze nagenoeg geluidloos zijn en ook bij audioregistraties goed te gebruiken zijn.” Dat neemt niet weg dat er, zeker bij de datacenters grote innovatiekracht zichtbaar is, ook op het gebied van duurzaamheid en waterbeheer.

Hogere temperaturen mogelijk

“Er spelen meerdere zaken die bij elkaar komen,” meent Smit (Huawei): “Temperatuurgevoeligheid van de apparatuur enerzijds en de omgevingstemperatuur anderzijds bepalen de koelingsbehoefte en daarmee het energiegebruik.” Hij vertelt dat de apparatuur van Huawei ook gebruikt wordt in Azië en Afrika en daar probleemloos bij hogere temperaturen werkt, mede dankzij een ander design. “Ook zaken als verglazing binnen een device, dat minder warmte-ontwikkeling kent dan koper, het gebruikte OS en de chipset hebben invloed op de warmte-ontwikkeling. In de praktijk hoeft de temperatuur in een datacenter echt niet precies 21 graden te zijn.”

Van den Hoogenhof (Copaco) reageert hierop: “In principe heeft elk datacenter een incentive om enorm zuinig te opereren. Dat drukt de bedrijfskosten en vergroot de marge. Maar emotie en gewoontes houden dit tegen.”

Vraag 3: uitdagingen

Waar ligt de eigenaar of directeur van een datacenter op zakelijk gebied van wakker?

Ook bij deze vraag geeft Freek van Alphen, van ABB, als eerste een antwoord. “Zoals bij elke onderneming speelt ook bij een datacenter de war for talent. De directeur zoekt goed personeel, maar kan dat niet ­vinden.” Weliswaar heeft een datacenter niet heel veel personeel nodig, maar het aantal datacenters neemt nog steeds toe, “en de mensen die er werken hebben brede kennis nodig.”

Er is, wordt aangegeven, natuurlijk een verschil tussen verschillende ­datacenters: is de persoon die wakker ligt de eigenaar van het gebouw en de technische installaties, of ook van de IT-apparatuur in het datacenter? Van den Hoogenhof (Copaco): “In dat laatste geval is security, en dan met name ransomware, een uitdaging.”

Slotgracht om datacenters

Van Alphen (ABB) was nog niet klaar met zijn opsomming: “Ook het ­imago van datacenters speelt een rol. De weerstand van veel ­mensen tegen de grote panden, waarvan men vooronderstelt dat ze veel stroom verbruiken, is niet te onderschatten, de sector heeft een probleem met zijn reputatie.” Hoeboer vult aan dat veranderende wet­geving, beschikbaarheid van kosten van energie, een forse uitdaging is.

“En de aansprakelijkheid die dat met zich mee kan brengen,” voegt Smit (Huawei) toe. Hij benoemt een groter probleem en Van Alphen valt hem bij: “De meeste van de genoemde issues in zekere zin bekend, en daar zullen de directeuren niet meer van wakker liggen. De fysieke bedreiging, echter, bijvoorbeeld een terreuraanslag omdat bepaalde groepen mensen weten of vermoeden dat servers van een organisatie in jouw datacenter staan, wordt een serieus probleem. Er ligt geen slotgracht om de datacenters, je kunt je er eigenlijk niet tegen wapenen. ­Cybercrime raakt vooral jouw klant en diens klant, maar een bom raakt jou als eigenaar.”

Stelling 4

Datacenterdiensten zijn te goedkoop voor de kritische functionaliteit die ze bieden.

Van den Hoogenhof (Copaco) maakt een vergelijking. “Vergelijk het met water. Toegang tot drinkwater is van groot belang voor mensen en (veel) bedrijven. We gaan ervan uit dat het altijd uit de kraan komt en dat is in Nederland ook zo. Ook datacenters spelen een essentiële rol in de samenleving, en ook daarbij gaan we ervan uit dat het werkt. Alles wat we doen gaat via een datacenter. Toch is water heel goedkoop, ondanks het belang ervan. Dat geldt voor datacenterdiensten net zo.” Zoals we vroeger de uitdrukking ‘wees wijs met water’ hadden, zo moeten we verstandiger omgaan met ons datagebruik, meent Van den Hoogenhof. “We moeten nadenken over de explosie aan data en de bouw van steeds meer datacenters die dat met zich meebrengt.”

Smit (Huawei) kiest een andere insteek. “Er zijn beslist datacenters die zich onderscheiden in prijs en kwaliteit. Zij vragen voor een goede en betrouwbare dienst een hogere prijs.” Maar erkent hij: in vergelijking met zelf een serverruimte inrichten ben je als bedrijf een stuk goedkoper uit in een datacenter. “Uiteindelijk gaat het om besef van de kwaliteit en het belang van datacenters ook om de positionering,” stelt Hoeboer (Netgear). “Het publiek realiseert zich niet wat er gebeurt in een datacenter, hoe belangrijk ze zijn. Ze zien alleen grote dozen langs de snelweg staan.”