Trends en onderzoeken wijzen uit dat 2023 genoeg kansen biedt voor MSP’s. De markt voor IT-services zal volgens Gartner groeien. Een andere trend echter, kan het resellers lastiger maken:  MSP’s zijn in 2023 steeds vaker elkaars concurrent. Dat noopt tot specialisatie en samenwerking. 12 trends in ICT voor 2023.

Volgens de nieuwste wereldwijde technologievoorspelling van Gartner zullen IT-diensten in 2023 met 7,9% groeien tot 1,3 miljard dollar. Dat percentage maakt services tot het op een na snelst groeiende deel van de wereldwijde IT-uitgaven. Alleen de softwaremarkt groeit met 11,3% sterker.

IT-services hebben de afgelopen jaren consequent beter gepresteerd dan de algehele IT-markt. De verwachte stijging van de markt voor IT-diensten in 2023 is het gevolg van de vraag naar IaaS (en wat op zich dan weer een dienst is) en de behoefte van de onderneming personeelstekorten op te vangen door digitalisering.

“We zien een toename van de hoeveelheid diensten die CIO’s nodig hebben, omdat ze niet in staat zijn om te groeien en, in sommige gevallen, om hun eigen interne personeel te behouden”, zegt John-David Lovelock, vice-president analist bij Gartner. “Dus terwijl ze meer werk te doen hebben, zorgen kritieke IT-tekorten over de hele wereld ervoor dat er te weinig mensen zijn die de CIO’s kunnen aannemen.” Los daarvan spelen twaalf trends in ICT komend jaar een grote rol bij de business van MPS-organisaties.

1. Kortere contracten voor MSP’s

Bij het aannemen van dergelijke projecten zullen IT-serviceproviders in 2023 te maken krijgen met contracten met kortere looptijden. Een trend is dat overeenkomsten eerder een looptijd van  maanden in plaats van jaren zullen hebben. Dit komt door de onzekere politieke en economische omstandigheden.

Digitale transformatieprojecten zullen naar verwachting volgend jaar doorgaan, ondanks personeelstekorten en economische onzekerheid. Optimalisatie zal echter het sleutelwoord zijn, aangezien ondernemingen zich richten op het optimaal benutten van eerdere IT-investeringen en prioriteit geven aan technologieën zoals klantervaring, cyberbeveiliging en business intelligence/data-analyse.

2. Concurrentie tussen MSP’s

Ook binnen de eigen bedrijfsvoering krijgen MSP’s te maken met een van de belangrijkste trends in ICT 2023: onderlinge concurrentie neemt toe. Dat bleek vorige maand uit het nieuwste Global State of the MSP-rapport van Datto, waarover ChannelConnect al schreef. 29 procent van de 1800 ondervraagde MSP’s wereldwijd noemde onderlinge concurrentie als grootste zorg. Andere uitdagingen zijn omzet en winst (28 procent) en acquisitie van klanten (24 procent).

3. Kies als MSP een specialisatie

Toenemende concurrentie betekent vaak dat bepaalde diensten een commodity worden. Een antwoord daarop is specialisatie. De trend ‘get niche or get out’ speelde natuurlijk al langer, bijvoorbeeld door je als onderneming op security te richten, maar inmiddels is een extra verdiepingsslag nodig. Dus niet focussen op security in 2023, maar juist op bepaalde diensten binnen dat domein. Bijvoorbeeld dark web monitoring.

4. Ga samenwerkingen aan met ander MSP’s

De loodgieter die ook een wand stuct en de meterkast opnieuw inricht is schaars geworden. Specialisatie gedijt binnen een netwerk van andere specialisten. Ga daarom samenwerkingen aan met partijen die aanvullend zijn op de diensten die je levert, ook weer om de trend elkaars concurrent te zijn op te vangen.

5. Heb oog voor markttrends

Het is en blijft nuttig te volgen welke trends in ICT 2023 de grote onderzoeksbureaus als IDC en Gartner voor volgend jaar (en verder) zien, en dat te vertalen naar mogelijke diensten. Zo verwacht Gartner bijvoorbeeld dat de behoefte aan ‘waarneembaarheid’ (Nederlandse vertaling van het begrip observability) sterk zal toenemen in de markt. Gezien de complexiteit en de noodzakelijkheid een mooie kans voor MSP’s. En een alternatief voor monitoring, dat écht een commodity is geworden, en waarbij elke reseller inmiddels jouw concurrent is geworden.

6. Kies voor multi-cloudbeheer

De populariteit van cloud computing groeide, afgelopen jaar, en die trend zet door. Maar bedrijven zullen gerichter dan voorheen platforms uit gaan kiezen voor specifieke diensten. Multi-cloud wordt de norm, is algemeen de verwachting. Voor MSP’s betekent dit dat multi-cloudbeheer een primaire focus zal zijn in 2023.

7. Bereid je voor op metaverse

Wie denkt dat metaverse niet meer is dan een nieuw speeltje van Zuckerberg vergist zich. Metaverse wordt groot en dit is het moment voor serviceproviders om zich in die trend te verdiepen. Alles wat in of dankzij de metaverse mogelijk zal zijn, werkt op basis van technologie – en dat is precies waar een MSP-verstand van heeft. Het zal even duren voordat de metaverse echt ingeburgerd raakt, maar Gartner voorspelt dat 25 % van de bevolking in 2026 minstens een uur per dag in de metaverse zal doorbrengen om te werken, shoppen, leren, social media te gebruiken en/of zich te vermaken.

8. Inflatie heeft impact op MSP’s…

Een belangrijkste kostenpost voor elke MSP zijn datacenterservices, waaronder de steeds hogere kosten voor het opslaan van gegevens in openbare clouds. Stijgende energieprijzen dwingen deze grote datacenters in 2023 om hun tarieven aanzienlijk te verhogen, waardoor vraagtekens worden gezet bij de conventionele wijsheid dat verhuizen naar de cloud goedkoop is.

Onderzoeksbureau Canalys voorspelt zelfs dat de prijzen van public clouds met meer dan 30% zullen stijgen in Europa. Daarom zal een trend in 2023 zijn dat MSP’s de grote openbare clouds verlaten en dichter bij huis zoeken naar meer kosteneffectieve, krachtige opslagoplossingen.

9. …maar inflatie zorgt ook voor hybride omgevingen

Stijgende energieprijzen kunnen sommige mkb-bedrijven er ook toe aanzetten om hun cloudstrategie helemaal te heroverwegen. En ervoor te zorgen dat ze beginnen met het (gedeeltelijk) repatriëren van hun gegevens van de cloud naar on-premise. Deze wellicht wat onverwachte trend biedt MSP’s in 2023 een nieuwe kans om hun klanten on-premise of hybride oplossingen te bieden. (Of het hun klanten juist beargumenteerd af te raden.)

10. Concentreer je op CRaaS

Een goede back-up voorziening is meestal niet voldoende. Een grote markt voor MSP’s in 2023 is cyber-recovery as a service (CRaaS). Volgens IDC heeft CRaaS nu momentum, vooral als reactie op de niet te stuiten ransomware-as-service-trend.

CRaaS is aantrekkelijk voor klanten omdat het zorgt voor de meest actuele en veilige back-ups. En wel in de vorm van gegevenskopieën die onveranderlijk en onaantastbaar zijn. Onveranderlijke opslag beschermt gegevens door elke 90 seconden een snapshot te maken. Deze snapshots maken het mogelijk om terug te gaan naar specifieke punten vóór een aanval en volledige bestandssystemen binnen enkele minuten te herstellen. Als gevolg hiervan kan een klant (of diens MSP) snel en gemakkelijk zijn informatie herstellen.

11. Vergeet Machine Learning niet

Een van de grote trends in ICT is nog steeds kunstmatige intelligentie. Machine learning is misschien wel een van de belangrijkste technologieën van dit moment, wat betekent dat het waarschijnlijk ook een grote impact zal hebben op databeheer. Nu is deze trend al vaker een gouden toekomst beloofd. Maar in 2023 zal de technologie zo geavanceerd zijn dat providers voorspellende analysediensten kunnen bieden die problemen of problemen detecteren vóórdat ze zich voordoen. Deze belangrijke ontwikkeling stelt bedrijven in staat de concurrentie een stap voor te zijn. En tegelijkertijd meer waarde voor hun klanten te bieden.

Volgens Fortune Business Insights voorspelde 63% van de respondenten dat datamanagementdiensten in 2023 zouden profiteren van machine learning en voorspellende analyses. Naarmate het jaar vordert, is dit een gebied dat het bekijken waard is om te zien of deze voorspellingen uitkomen.

12 Of begin opnieuw…

Ooit had je een bijzonder idee en maakte er een succesvol bedrijf van. Professor Jan Rotmans zegt over 2o23: “we leven niet in een tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk.” Vergeet de vorige elf trends en trips en begin 2023 als een start-up. Bouw een bedrijf rond circulariteit, het tegengaan van vereenzaming, of rond verduurzaming van zorgprocessen. Denk er eens over na tijdens de kerstdagen en pak je kans met deze trends in ICT in 2023. Succes!

Een kans voor Managed Service Providers (MSP’s) biedt de overgang van het monitoren van IT-omgevingen naar het bieden van echte ‘waarneembaarheid’. Gartner voorziet een sterke groei in de vraag naar deze diensten.

De moderne IT-infrastructuur maakt het lastig voor MSP’s om monitoring en systeembewaking op te zetten.  Monitoring is het bekende proces van gegevens verzamelen over de actuele werking van de stack. Denk daarbij aan sensorgegevens, data over het energiegebruik en de prestaties van een omgeving en  foutmeldingen. MSP’s vergelijken die informatie vergeleken met drempelwaarden: als, bijvoorbeeld, de verwerkingssnelheid onder een bepaalde grens komt, moet de MSP ingrijpen.

Nieuwe observatietechnieken

Monitoring is effectief in een stabiele omgeving. Daar zijn de belangrijkste prestatiegegevens van de systemen eenvoudig vast te stellen en kan abnormaal gedrag eenvoudig worden geconstateerd. Toen ondernemingen nog voornamelijk gebruik maakten van hun eigen hardware was monitoring een geschikt voor het beheer.
De komst van cloud-omgevingen en de enorme groei aan data als gevolg van digitale transformatie en IoT leidde tot een situatie waarin monitoring niet langer een effectieve aanpak is. Er is een andere strategie nodig om de prestaties van de IT-omgeving op niveau te houden. Gartner verwacht dat in 2024 30% van de bedrijven met cloud-gebaseerde architecturen gebruik zullen maken van nieuwe observatietechnieken.

Blinke vlekken zonder waarneembaarheid

Daarmee geeft het onderzoeksinstituut aan dat bekende praktijken niet langer volstaan. Sterker nog: wanneer het IT-beheer uitsluitend vertrouwt op traditionele monitoringtools, kan een gebrek aan zichtbaarheid voor problemen zorgen. De huidige complexe omgevingen leiden dan tot blinde vlekken. Daarom raadt Gartner aan  monitoring te vervangen door ‘observability’. In goed Nederlands: waarneembaarheid.

Waarneembaarheid bestaat al langer in de meet- en regeltechniek. Het gaat erom de interne toestanden van één systeem af te leiden uit kennis van de prestaties van systemen in de directe omgeving. Je leidt wat je niet weet, af uit wat je wel weet. Vergelijk het met astronomen die een zwart gat ontdekken. Het zwarte gat is zelf niet zichtbaar, maar af te leiden uit gegevens van sterren in de buurt.

Data verzamelen

In de prakijtk moeten beheerders om tot waarneembaarheid te komen data uit alle systemen verzamelen in één opslag- en analysesysteem, dat werkt met AI om tot heldere interpretaties te komen. Voor MSP’s komt dit neer op een uitbreiding van de traditionele monitoringtaken.
De uitdaging bij het implementeren van waarneembaarheid ligt in het enorme volume aan data. Dit naast de snelheid waarmee die gegenereerd worden. Het vereist veel rekenkracht om de data realtime te analyseren en te begrijpen.

Platforms op de markt

De gemiddelde MSP heeft al ervaring met het beheren van IT-omgevingen. De reseller kan Oberservability-diensten opzetten op basis van platforms die nu op de markt komen. MSP’s hebben deze omgevingen nodig om de enorme hoeveelheden gegevens uit verschillende bronnen te verwerken en die gegevens te onderwerpen aan analyse.

Hoe meer gegevens een observatieplatform waarvan de MSP gebruik maakt, verzamelt, hoe nauwkeuriger de inzichten worden. Omgevingen zullen op termijn alleen maar complexer worden, zeker nu organisaties steeds vaker kiezen voor multicloud-omgevingen, en dat voorlopig nog willen combineren met on-premise diensten en hardware. Dit biedt MSP’s een prachtige positie om zich in deze nieuwe vorm van systeembewaking te specialiseren.

Onlangs gingen vijf security-specialisten met elkaar en de redactie van ChannelConnect in gesprek over actuele ontwikkelingen in de markt. Tijdens de discussie, die ruim twee uur duurde, kwam een waaier aan onderwerpen aan de orde, van endpointbeveiliging tot de arbeidsmarkt voor security-specialisten. “Niemand juicht als hij security mag aanschaffen.”

Deelnemers aan het Grotetafelgesprek

André Noordam – Senior Director of Sales Engineering EMEA – North bij SentinelOne
André Hiddink – Productmanager IT bij Rittal
René van Putten – Sales Director Benelux bij Datto
Vincent van der Linden – Director Sales Nordics, Benelux, Middle East en France bij Cloudian
Michael van der Vaart – Chief Experience Officer bij ESET in Nederland

1 – Het beeld van security in de markt

Michael van der Vaart

Het gesprek start met de vraag hoe eindklanten aankijken tegen security en de aanbieders ervan – waarmee dan zowel leveranciers als MS(S)P’s worden bedoeld. Die serviceproviders zijn ­immers doorgaans de directe contacten van de eindklanten. “Het feit dat je een specialist bent en expertise hebt opgebouwd is van belang,” zegt Michael van der Vaart, Chief Experience Officer bij ESET in Nederland. “Expertise is soms nog wel belangrijker dan de specifieke oplossingen die je levert.”

Expertise is soms nog wel belangrijker dan de specifieke oplossingen die je levert.

De anderen aan tafel beamen dit weliswaar, maar toch ‘is security niet meteen een heel sexy onderwerp’, zoals René van Putten, Sales Director Benelux bij Datto, het verwoordt. “Daarom moet je meer zijn dan de loodgieter die komt na een lekkage.” Van Putten bedoelt daarmee, dat je continu bij zowel resellers als eindklanten moet werken aan de cyberweerbaarheid. “En wij, als leveranciers, spelen daar een belangrijke rol in, vooral door continu expertise te delen met de markt.”

André Noordam, Senior Director of System Engineering EMEA bij SentinelOne, ziet wel dat de bewustwording als het gaat om cybersecurity toeneemt bij bedrijven, deels door schade en schande, maar zeker ook doordat incidenten in de media-aandacht krijgen. “Maar ­niemand staat uiteindelijk te juichen als ze ­security mogen aanschaffen.”

De noodzaak van security is helder

Daar staat dan wel tegenover dat iedereen ondertussen snapt dat het nodig is: een tandartspraktijk die niet in de tandzorgketen zat die onlangs werd aangevallen, is zich nu bewust van de risico’s. Van Putten (Datto) herkent dit. “Maar toch is het grootste probleem vaak dat mensen zich veilig voelen, maar het niet zijn.” Het probleem bij cybersecurity is immers dat het gevaar onzichtbaar is. Dat zal later in het gesprek nog een aantal keer naar voren komen: je ziet niet dat de deur niet op slot zit.

Het grootste probleem is vaak dat mensen zich veilig voelen, maar het niet zijn.

Op een dergelijk moment meldt André Hiddink, Product Manager IT bij Rittal dan ‘dat organisaties in elk geval nog aandacht hebben voor een slot, wat bij de aanschaf van behuizingen voor IT-systemen lang niet altijd het geval is.’ Dit ­terwijl de kwetsbaarheid op hardwaregebied van een IT-omgeving ook fors is en de gevolgen groot kunnen zijn. “Trek in een 19” behuizing maar eens een willekeurige stekker uit het stopcontact”, luidt de boodschap van Hiddink nog wel eens bij ­prospects. “Grote kans dat de ­systemen stilvallen.”

‘Het gaat om mensen’

Vincent van der Linden

Terug naar de schijnveiligheid bij de gebruikersorganisaties. Een ­ander aspect dat geadresseerd wordt, is het feit dat gebruikers zich juist door de massale omarming van clouddiensten en SaaS-oplossingen veiliger wanen dan ze zijn. Vincent van der Linden, Director of Sales bij Cloudian, legt hier de vinger op: “Security is niet alleen maar iets technisch, het gaat om mensen. Organisaties waarin zij werken zijn meestal tot stand gekomen in een andere tijd.”

Security is niet alleen maar iets technisch, het gaat om mensen.

Van der Linden legt zijn observatie verder uit, als hij vermoedt dat de IT-manager van vijf jaar geleden heel andere opdrachten had dan vandaag de dag. “Dat begint bij de omgeving waarmee gewerkt wordt. Niet langer puur on-premise, maar hybride, of ­helemaal in de cloud. En dat kan dan public cloud zijn, of private of juist een combinatie van beide vormen.”

Wellicht zou je nu, net vijf jaar ­later, die man al niet meer aannemen. “Deze manager was waarschijnlijk prima in het onderhouden van de IT-infrastructuur en het uitrollen van projecten, maar is hij ook voldoende toegerust om over actuele ­security-uitdagingen te praten?”

Ongrijpbare wereld

Hiddink constateert dat te veel sprake is van een ongrijpbare ­wereld voor eindgebruikers. “Dat geldt niet alleen voor het probleem, de cyberaanval, maar ook voor de oplossing, want dat is onzichtbare software.” Hij vermoedt dat veel organisaties zoekende zijn en zich afvragen waar ze goed aan doen. “Je spreekt dan een dienstverlener, en die expert geeft een advies, maar als klant wil je ook weten of dat wel klopt.”

Het is klanten helemaal niet duidelijk tot op welk niveau ze moeten beveiligen.

Het beeld doet denken aan een ­garage waar iets onduidelijks wordt gezegd over een mankement aan de auto. Veel bestuurders hebben geen idee waar het over gaat. “En er speelt nog iets,” geeft Hiddink aan, “het is klanten helemaal niet duidelijk tot op welk niveau ze moeten beveiligen, en welke investering bij welk niveau aan security past. Dat geldt bij fysieke veiligheid net zo zeer als bij digitale security.”

Security als integraal onderdeel

René van Putten

Veel bedrijven hebben geen kennis van security is een overtuiging die herkend wordt aan tafel. Het zijn immers geen IT-bedrijven, maar zorginstellingen of melkfabrieken. Er moet vaak eerst een incident plaatsvinden voordat er actie volgt. René van Putten (Datto) reageert: “We roepen allemaal als aanbieders al langer dat security een integraal onderdeel moet zijn bij elke IT-stap die je zet. Nieuwe applicatie of omgeving? Meteen de security mee­nemen.”

Nieuwe applicatie of omgeving? Meteen de security mee­nemen.

Daar, stellen alle deelnemers, ligt de verantwoordelijkheid voor het kanaal. En daarmee is de discussie ook weer terug bij waar Van der Vaart hem begon: het gaat niet direct om oplossingen, het gaan in eerste instantie om het ­delen van expertise. Expertise dat tot advies moet leiden dat eindklanten weerbaarder maakt.

2 – De veranderingen sinds de pandemie

Het snelle omschakelen naar thuiswerken tijdens de coronapandemie was alleen mogelijk door de grote adoptie van cloud en SaaS die we al kenden in Nederland. Maar meer dan ooit ging het endpoint een belangrijke rol spelen bij de security van bedrijfsnetwerken. Op welke devices was de medewerker actief op het netwerk? Hoe veilig was de wifi-verbinding?

“Security was ooit heel erg gericht op de endpoints die zich binnen de met firewalls beschermde kantooromgeving bevonden,” geeft Michael van der Vaart (ESET) aan, “dat werd breder en dynamischer. Infrastructuur en ­cloud kwamen erbij, waardoor we nu weer naar het endpoint kijken, maar deels met andere ogen, en deze belang­rijker is dan ooit.”

De cloud brak security open

André Noordam

De andere deelnemers aan het ­Grotetafelgesprek beamen dat: ­firewalls beschermden de infrastructuur tegen gevaren van buiten, maar nu bevinden zich de ‘terminals’, in de vorm van endpoints, zélf buiten de zichtbare omgeving van de beheerorganisatie. Noordam (SentinelOne) zegt erover: “­Klanten hebben jarenlang geïnvesteerd in de buitenkant van het netwerk, maar cloud brak dat open. De endpoints zijn nu ook buiten de bedrijfsomgeving in gebruik.”

Klanten hebben jarenlang geïnvesteerd in de buitenkant van het netwerk, maar cloud brak dat open.

Van der Linden (Cloudian) deelt daarbij een observatie: “We hebben te maken met een generatie medewerkers die het helemaal niet interesseert waar welke applicaties of data staan, als het maar werkt.” De werkplek zelf maakt dan nóg ­minder uit voor die werknemers, weet Van ­Putten ­(Datto): “Dat kan net zo goed een public wifi-omgeving zijn bij een fastfoodfiliaal.” Het endpoint is echter van het laatste punt vaak het eerste punt geworden waar een aanval of incident zichtbaar wordt.

Andere aspecten van hybride werken

Dat brengt de discussie op een ­ander aspect van het hybride ­werken dat sinds corona dominant is geworden: de beveiliging van de communicatie tussen de endpoints en de applicaties – of die nu in de cloud staan of on-premise. “­Multifactor authenticatie lost al een hele hoop problemen op,” zegt Van Putten stellig. Ook pleiten veel deelnemers voor de ‘ouderwetse’ VPN-verbinding voor de communicatie.

Multifactor authenticatie lost al een hele hoop problemen op.

Wie dacht dat André Hiddink, bij Rittal actief in de fysieke IT-omgevingen, geen veranderingen ziet sinds het uitbreken van de pandemie heeft het mis. “Mensen moesten afstand houden als ze al naar kantoor kwamen. Het serverhok werd met het verplaatsen van een aantal wanden ineens een plek om te vergaderen, of juist een stiltehok. Dus niet langer een omgeving waar één of twee mensen alleen toegang tot hadden, maar het werd omgedoopt tot een verblijfsruimte. De omgeving verandert maar is het beveiligingsniveau van de IT aangepast op de nieuwe situatie? Helaas zien we dat daar voldoende aandacht aan wordt besteed en dat komt de fysieke security en de bedrijfscontinuïteit niet ten goede.”

3 – De rol van de IT-dienstverleners

Een autofabrikant adverteert ­vrijwel nooit met het basismodel van een auto, en hoewel hij wel de ­‘vanaf-prijs’ vermeldt koopt in de praktijk haast niemand de meest kale uitvoering. Noordam (Sentinel­One): “Als je een auto koopt komt er emotie bij, daar speelt de verkoper op in. Helaas is security voor veel budget verantwoordelijken vooral een kostenpost.”

Helaas is security voor veel budget verantwoordelijken vooral een kostenpost.

Toch is de rol van de ‘verkopers’, in de vorm van de IT-dienstverleners, heel groot, zegt Michael van der Vaart van ESET. “Dat begint al bij simpele basis­hygiëne, die de partner kan aan­bieden en monitoren. Wachtwoordbeleid, multifactor-authenticatie, training aan de medewerkers op het gebied van security.”

André Hiddink

We moeten samen met de partners dus nog meer werken aan de bewustwording, vult Hiddink (Rittal) aan. “Zou een dienstverlener ook niet vaker moeten melden hoeveel aanvallen de oplossing die hij leverde of de dienst die hij uitvoert in een bepaalde periode tegenhield?” Noordam herkent dit. “Je maakt zo wel zichtbaar waaraan de eindklant zijn geld besteedt.”

Adresseer business-continuïteit

Voor Van Putten (Datto) zou die bewustwording nog verder moeten gaan. “Wij en onze partners zouden bij de eindgebruikersorganisaties niet alleen over het tegenhouden van cybercriminelen moeten praten maar vooral over het belang van business-continuïteit. Maak duidelijk wat de functie is van de pakketten en diensten die je aanbiedt, waar het prijsverschil in zit. Een ­onderneming wil snel up en running zijn, en de partners kunnen dat leveren. En ja, dat kost geld.”

Vincent van der Linden (Cloudian), vindt dat de partners hun klanten moeten helpen de silo-problematiek te doorbreken. Waar voorheen een duidelijke afhankelijkheid ­tussen de applicatie, infrastructuur en de ­data-opslag bestond komen data nu vanuit verschillende ­bronnen en locaties en worden ze verwerkt door meerdere applicaties.”

Je moet het gesprek voeren hoe je op elk niveau en op alle componenten binnen de organisatie ­security ­doorvoert.

De business moet daarbij de ­belangrijkheid van data aangeven en zorgen dat IT het budget krijgt om de continuïteit te waarborgen. ­Omdat security uiteindelijk de ­business mogelijk maakt. “Je moet dus het gesprek voeren hoe je op elk niveau en op alle componenten binnen de organisatie ­security ­doorvoert. En zorgen dat de voorgestelde oplossing inderdaad ­problemen snel kan herstellen als het mis is gegaan.”

Van der Vaart (ESET): “Uiteindelijk ga je toch naar die garage voor de wintercheck of APK. En die garage heeft zich bewezen als specialist. Het is op dezelfde manier aan de MS(S)P om producten en techniek aan te bieden, zelf of samen met de leverancier, waar hij vertrouwen in, en kennis van, heeft.”

4 – Arbeidsmarkt in beweging

De deelnemers aan de discussie zien steeds meer ondernemingen die geen security-kennis in huis hebben. En die ook niet in huis ­wíllen hebben. Nogmaals: het zijn geen IT-bedrijven maar ondernemingen met een andere business.

Michael van der Vaart (ESET) stelt ter discussie of de gemiddelde mkb-klant kan acteren op een 24/7 monitoringsdienstverlening. “Vaak zal het nodig zijn,” zegt Van Putten (Datto), “Maar waar haal je de ­mensen vandaan? Dat lukt veel MSP’s al niet.” Zoek daarom samenwerking met de leveranciers, is het devies aan tafel.

Van Putten: “Meerdere partijen hier aan tafel bieden managed soc-services aan. De ­leverancier ziet een incident en waarschuwt de MSP. Die onderneemt vervolgens actie bij de klant.”

Door samen te werken maak je het systeem weerbaar.

Hij kan isoleren, de situatie vervolgens onderzoeken en een geschikte work-around creëren, vult André Noordam (SentinelOne) aan. “Dat is de goede verhouding,” weet ­Michael van der Vaart van ESET. “Wij hebben verstand van security, de MSP kent de dagelijkse business van de klant en weet wat bij een incident voorrang moet krijgen.” Door zo samen te werken maak je het systeem weerbaar, sluit Van Putten (Datto) af.

Noordam (SentinelOne) komt toch nog even terug op de 24/7 monitoring of dienstverlening. “De meeste ransomware aanvallen vinden plaats op vrijdag na 17:00 uur. ­Zodat aanvallers het eerste weekend ­ongestoord hopen te blijven. Dan is continue monitoring geen overbodige luxe.”

Feit is echter dat dit voor een mkb-onderneming niet op te ­zetten is. André Hiddink (Rittal): “dat is niet te doen, daar hebben zelfs ­multinationals al problemen mee. En dan vind je iemand met hart voor security, en die stapt dan over naar een security-specialist. Daar is hij of zij onder gelijkgestemden.”

Aannamebeleid soms uitdagend

Naar aanleiding van die uitspraak stipt Vincent van der Linden ­(Cloudian) een praktisch probleem aan: hoe kan een HR-afdeling beoordelen of iemand de skills heeft om, bijvoorbeeld, als CISO te ­werken? “Het toetsen of iemand iets weet van Excel of ­Salesforce is nog wel te organiseren, maar een security officer is toch wel een echte specialist. Dat maakt het aannamebeleid tot een uitdaging.”

Om die veelvoud aan redenen, beleggen partijen hun security-­management steeds vaker extern, bij een MSSP, of bij een partner die samenwerkt met de leverancier.

Consolidatiegolf vanwege personeel

Overigens mag niet onderschat worden dat ook bij de securitypartijen zelf het arbeidsmarkt­probleem een issue is. Van Putten: “Die consolidatiegolf die we zien heeft een reden. Voorheen gingen ondernemingen op overnamepad om klanten te kopen. Nu om personeel met een bepaalde expertise aan zich te binden.”

Securitypartijen zijn zo een interessante omgeving voor security­specialisten. “En je kunt volgens een one-to-many model werken, waardoor je met minder mensen meer bedrijven kunt monitoren.”

Houd security persoonlijk

De vraag komt tot slot op, of er niet meer geautomatiseerd moet worden als het gaat om security, bijvoorbeeld door de inzet van CASB. Daar worden beslist kansen gezien, maar er is ook een aarzeling die Van Putten van Datto verwoordt: “Als een eindgebruiker niet meer ziet wat een partner of leverancier concreet levert zie je dat de waarde van die dienst of dat product in de perceptie van de klant afneemt. Je hebt persoonlijk contact nodig als je diensten wilt verlenen, dat geldt voor de relatie tussen eindgebruiker en partner, maar net zo goed voor de band tussen partner en leverancier.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Yvonne Beumer, Chief Technology Officer bij CTS, kiest deze week het artikel over de vermelding van het woord ‘cyberschaamte’ in de nieuwe editie van het Nederlandse cybersecuritywoordenboek.

Cyberschaamte is verkozen tot het Cybersecuritywoord van het Jaar tijdens de Europese Cybersecuritymaand afgelopen oktober. Naar eigen zeggen wil de Cybersecurity Alliantie met deze verkiezingen het gesprek aangaan over de onterechte schaamte die men voelt na een cyberincident. Mensen generen zich vaak en schuiven een cyberaanval onder het tapijt in plaats van hulp te zoeken. Door bewustwording rondom dit fenomeen wil de organisatie problemen zoals ransomware sneller aanpakken.

Lippen stijf op elkaar

Het nieuwsbericht viel Beumer meteen op. Cyberschaamte komt haar namelijk ook bekend voor. Gelukkig niet uit eigen ervaring, maar het is een fenomeen dat zij regelmatig in de markt ziet. Waar het woord in deze verkiezingen gaat over de schaamte die je bijvoorbeeld voelt als je als medewerker op een phishinglink hebt geklikt, ziet Beumer ook regelmatig schaamte bij de bedrijfstop of IT-afdeling van bedrijven die slachtoffer zijn van een cyberaanval.

Die schaamte heeft als gevolg dat iedereen zijn lippen stijf op elkaar houdt. Bedrijven die niet open zijn over wat hen overkomen is of IT-afdelingen die geen uitleg bieden aan de rest van het bedrijf. Allemaal het resultaat van die schaamte. En dat is waar het volgens Beumer misgaat.

Openheid het beste wapen

Want zo lang niemand deelt welke fouten gemaakt zijn, kan men ook niet van elkaar leren, aldus Beumer. Afgelopen decennium heeft het Nederlandse bedrijfsleven door schade en schande kennisgemaakt met de risico’s van IT. Cyberaanvallen in de vorm van phishingmails en ransomware veroorzaakten datalekken en reputatieschade bij tientallen bedrijven. En nog steeds. Het tempo waarop cybercriminelen zich ontwikkelen is niet bij te benen. Daarbij is cybersecurity ook nog eens ontzettend complex: er is flink wat expertise nodig om een gedegen cybersecuritybeleid te hanteren.

Die expertise is er inmiddels bij de meeste IT-professionals, maar nog lang niet bij de rest van de medewerkers van het bedrijf. Veel medewerkers zitten nu in de fase ‘onbewust onbekwaam’. Zij weten niet goed hoe een gedegen cybersecuritybeleid werkt en wat daar het nut van is. Laat staan dat zij weten welk risico zij lopen. Waardoor het risico op een cyberaanval alleen maar groter wordt.

Willen we dat een halt toeroepen, dan hebben we volgens Beumer openheid nodig. Bedrijven zullen openlijk moeten communiceren dat hen iets is overkomen en ze zullen aan hun medewerkers moeten laten zien hoe dit gebeurd is, zodat zij weer zien welk gevaar op de loer ligt en hoe ze dit een volgende keer kunnen voorkomen. Op die manier maken we van openheid het beste wapen tegen cyberaanvallen.

Het kan iedereen overkomen

Beumer kan de verkiezing en de bekroning van het woord ‘cyberschaamte’ tot het Cybersecuritywoord van het Jaar alleen maar toejuichen. Al hoopt ze dat we het woord over een jaar of drie toch wel uit het lijstje kunnen schrappen. Niet omdat het een slecht woord is, maar omdat het hopelijk niet meer nodig is. Er is immers niets om je voor te schamen als je slachtoffer bent van een cyberaanval: het kan iedereen overkomen.

Dat schaduw-SaaS in bijna elke organisatie speelt is bij IT-managers meestal wel bekend. Maar welke niet goedgekeurde applicaties gebruiken medewerkers nu precies? MSP’s kunnen de vraag eenvoudig beantwoorden met DNS-monitoring.

Volgens IDC is SaaS de belangrijkste bron voor IT-clouduitgaven dit jaar. Het is wereldwijd goed voor 177,8 miljard dollar aan investeringen. In een nieuw onderzoek van Snow meldt 44% van de IT-leiders dat werknemers nieuwe SaaS-applicaties toevoegen zonder IT hiervan op de hoogte te stellen. Het vormt hun grootste uitdaging bij het beheer van SaaS-omgevingen.

Schaduw-SaaS leidt eigen leven

Het probleem speelt natuurlijk al veel langer, en viel voorheen onder ‘schaduw-IT’. Wie echter vroeg waaruit die niet zichtbare IT dan bestond, kreeg meestal toch antwoorden die wezen in de richting van opslag- en collaboration-tools. SaaS-applicaties dus. Het gaat daarbij meestal om niet-officiële secundaire systemen die een eigen leven leiden naast de eigenlijke IT-infrastructuur.

Vooral sinds het uitbreken van de pandemie, hebben organisaties te maken met een grote toename van SaaS-applicaties die worden geïnstalleerd op werkcomputers, of al aanwezig zijn op de privé-devices van de medewerker. Dit, zonder medeweten van IT-afdeling. BYOD en Schaduw-SaaS werken elkaar in de hand.

Eigen SaaS-applicaties zijn efficiënter

Medewerkers gebruiken deze schaduwapplicaties graag omdat ze sneller, gemakkelijker en (soms) bekender zijn dan de software die officieel is goedgekeurd. Ze werken er simpelweg efficiënter mee. (Of denken dat, omdat ze niet anders gewend zijn.)
Het hybride werken dat nu breed omarmd wordt, leidde tot een explosie van schaduw-SaaS, waarbij werknemers vaak onbeveiligde applicaties vanuit huis gebruiken.

Schaduw-SaaS creëert AVG-conflicten

Bovendien zijn gegevens die zijn opgeslagen op een (thuis)netwerk dat niet voldoet aan de standaarden voor bedrijfsnetwerken kwetsbaar voor hacking. Een werknemer die op afstand werkt en gevoelige gegevens uploadt naar een applicatie dat niet veilig is brengt dit het hele bedrijf in gevaar.

Niet alleen de interne processen en systemen van het bedrijf, maar vooral ook de data staan dan ​​bloot aan een veiligheidsrisico. Dit geldt vooral bij onzorgvuldig gebruik van diensten voor het delen van bestanden zoals Dropbox of andere freeware-oplossingen voor het uitwisselen van grote hoeveelheden gegevens.
Zo kan vertrouwelijke of gegevensbeschermingsgevoelige informatie uit de organisatie weglekken. Dat komt neer op een conflict met de AVG-richtlijnen.

DNS inzetten als defensie

Gelukkig kunnen MSP’s met professionele tooling het gebruikt om schaduw-SaaS heel goed en relatief eenvoudig opsporen. DNS-systemen (Domain Name System) verbinden clients met webadressen. Als een gebruiker bijvoorbeeld een URL invoert, start de server een DNS-query om de hostnaam te herkennen. De DNS-server informeert vervolgens de DNS-client over de IP-adressen die de gevraagde URL hosten.

Dit kan worden ingezet als defensie. DNS-tooling is namelijk in om naadloos al het IP-verkeer te identificeren. Het systeem biedt daarom waardevolle diensten als eerste verdedigingslinie tegen cyberaanvallen.

MSP’s geven waardevolle informatie

Kortom, met op DNS gebaseerde monitoring van verkeer en netwerkgegevens geeft een MSP zijn klant waardevolle informatie. Hierdoor kunnen schaduw-IT-structuren nauwkeurig worden geïdentificeerd en kunnen tegenmaatregelen worden genomen.

Cloudian levert met zijn S3 Storage-oplossing niet alleen het ideale platform voor back-up-voorzieningen, maar volgens Mark Dik, verantwoordelijk voor het ontwerpen van S3 Cloud Infrastructure oplossingen, is dit het opslagsysteem van de -toekomst. Hij legt uit voor wie de oplossing interessant is.

De groep eindklanten die de object storage-oplossingen van Cloudian gebruikt is heel divers. “Op basis van toepassingsmogelijkheden (use cases) kunnen we iedereen bedienen, van kleinere ondernemingen tot enterprise organisaties en van financiële instellingen tot productieorganisaties, ziekenhuizen en overheden,” legt Mark Dik uit. Daarbij is het verzorgen van back-up van oudsher de meest gebruikte activiteit waarvoor het platform van Cloudian wordt gebruikt. “30% van de afnemers gebruikt het om te integreren met de verschillende back-up-omgevingen om zich met onze object lock opties extra te beveiligen tegen ransomware,” geeft Dik aan. S3 Storage heeft volgens hem echter veel meer in zijn mars. “Eigenlijk is het de storage-oplossing van de toekomst. Veel applicaties zijn inmiddels zodanig geschreven dat ze koppelen aan het internet door data direct naar S3 Storage weg te schrijven.”

Rechtstreeks naar S3 Storage

Dan heb je in de praktijk dus niet meer te maken met bijvoorbeeld een storage array met een filesystem. “Het werkt vanuit de URL, waardoor je data portable zijn. Het maakt niet meer uit of je de opslagomgeving vanuit de cloud benadert, vanuit een container, direct vanuit de applicatie, lokaal of een combinatie van deze. Je kunt het overal gebruiken.”

Om die reden is het natuurlijk heel geschikt als back-up, maar het gebruik verschuift in de praktijk nu ook naar datalake-achtige en IoT-toepassingen, is de observatie van Dik. “Er zijn nu camera’s op de markt die beelden rechtstreeks naar S3 schrijven. Je koppelt daar automatisch metadata aan. En die metadata is doorzoekbaar. Dit geeft veel nieuwe toepassingsmogelijkheden doordat we in tegenstelling tot traditionele opslagsystemen ongelimiteerd databronnen aan elkaar kunnen koppelen.”

Mark Dik van Cloudian over S3 Storage

Elke wijziging als nieuwe versie opslaan

Mensen zien soms niet direct hoe ons systeem werkt, weet Dik. “In de kern komt het erop neer dat we elke keer dat de gebruiker iets wijzigt in een object, en daarmee bedoelen we een file of foto, een nieuwe versie opslaan. De versie die je als laatste wegschreef wordt als actuele kopie getoond. Maar alle voorgaande versies zijn er ook nog. Dus als een hacker er al bij zou komen en de file probeert te versleutelen om losgeld te vragen, dan moet dit voor ieder individueel object gebeuren. Ons systeem detecteert dat en kan het door middel van een Write-Stop stoppen. Vervolgens kun je simpelweg de voorlaatste versie van het document openen, waardoor in zeer korte tijd de situatie weer opgelost kan worden.” 

Deze manier van werken heeft nog een voordeel: er is geen externe back-up meer nodig, want het systeem verzorgt en synchroniseert continu zijn eigen back-up. “Als je al een nadeel wilt aanwijzen, dan is het wellicht dat we vrij veel opslagruimte nodig hebben. Het is daarom zaak het aantal kopieën en de bewaartermijn goed vast te leggen.” 

Er is geen externe back-up meer nodig, want het systeem verzorgt en synchroniseert continu zijn eigen back-up

S3 Storage betekent veilig wegschrijven

Dat zorginstellingen en banken de oplossing van Cloudian omarmen, zoals Dik aangaf, is niet gek. De veiligheid van de opgeslagen data is door de technologie die de fabrikant ontwikkelde gegarandeerd. Dik: “We ontkoppelen de metadata van de daadwerkelijke data. De gegevens zijn zonder elkaar onbruikbaar. Daarnaast kunnen we de data die naar het platform geschreven worden ook beveiligen tegen het verwijderen.” Als die data vastliggen voor een bepaalde retentieperiode, dan kan noch Cloudian, als leverancier, noch een hacker daar iets mee doen. “Wat we daarmee bieden is een soort objectlock. De gebruiker kan de data ongelimiteerd lezen, maar kan het niet verwijderen.”

Incentive als partners hun omzettarget halen

Tijdens het gesprek wordt de aandacht soms afgeleid door de kleurrijke motieven van een flipperkast. “Dat is een incentive voor onze partners,” legt Mark Dik uit. “Bij het behalen van een bepaald omzettarget krijgen ze een flipperkast. En uiteraard hebben we er hier op kantoor ook een staan, die nemen we ook regelmatig mee naar evenementen.”

Dit vormt een logisch bruggetje naar de rol die de partners van Cloudian hebben. Dik: “Cloudian werkt volledig indirect, dus altijd via partners. Dat betekent ook dat we partners enthousiasmeren en trainen. En dat we leads doorgeven aan hen.” Mark Dik speelt zelf een rol bij het begeleiden en trainen van partners. “Op het eerste gezicht lijkt ons product simpel. S3 storage is immers op software gebaseerd.” Cloudian levert een applicatie, die partners voor hun klanten zowel op fysieke, als op virtuele hardware kunnen installeren – en ook in containers. “Maar je moet natuurlijk wel weten waar je mee bezig bent. Dat is waar we partners en hun medewerkers in trainen.”

Het gaat er vooral om, maakt Dik duidelijk, dat de oplossing past binnen de omgeving van de klant. “Als een van onze partners bezig is met de afronding van een verkooptraject, dan gaat de propositie ook door mijn mailbox. Ik wil graag weten welke configuratie waarvoor gebruikt gaat worden, en of dat ook de slimste manier is om het probleem van de eindklant op te lossen. We zorgen er liever voor dat die toets vooraf aan de implementatie wordt gedaan, dat bespaart veel mogelijke obstakels in een later stadium.”

 

 

Criminelen bereiden een cyberaanval grondig voor. Als MSSP moet je de verschillende fasen kennen om adequaat in te kunnen spelen op de dreigingen. 

Wie zich niet goed voelt gaat naar de dokter en hoopt op een behandeling of medicijn. Maar daarnaast stellen mensen hun arts vaak de vraag hoe de ziekte of kwetsuur precies ontstond. Waren er al eerder signalen? Had er ingegrepen kunnen worden voor een bepaalde infectie zich in volle omvang manifesteerde? Zo is het bij cyberaanvallen ook. Tegen de tijd dat systemen zijn geblokkeerd en losgeld in het kader van een ransomware-aanval wordt geëist, zijn de criminelen soms al maanden actief in het netwerk. De succesvolle cyberaanval volgt bijna altijd dezelfde stappen. ChannelConnect zet de acht fasen op een rij.

1. Verkenning 

Allereerst gaan hackers op jacht naar potentiële doelwitten. Dit kunnen zowel bedrijven als personen zijn. Het kan hen bijvoorbeeld gaan om geld, toegang tot gevoelige informatie, het zorgen voor imagoschade, etc. Vervolgens gedragen ze zich als detectives en verzamelen informatie om hun doelwit echt te begrijpen. Dat gaat van het onderzoeken van e-maillijsten tot open source-informatie, van pogingen data uit gelekte wachtwoordbestanden te matchen aan medewerkers, tot het scannen van vacatureteksten. 

De inzet van de criminelen is om het netwerk van het slachtoffer nóg beter te kennen dan de mensen die het beheren en onderhouden. Ze checken daartoe of er zwakke punten zijn. Eigenlijk is de verkenningsfase de belangrijkste. Niet alleen omdat die tot de beslissing leidt de cyberaanval daadwerkelijk uit te voeren, maar ook omdat er veel tijd mee bemoeid is. Soms zijn aanvallers er maanden mee bezig.

2. Kiezen voor aanvalstype en bewapening

Nadat criminelen een goed beeld van de kwetsbaarheden bij hun target hebben (en daarbij beslist geen ventilatoren, buitenthermostaten, bewakingscamera’s en -andere endpoints overslaan) bepalen de aanvallers welke aanvalsstrategie het meest geschikt is om een bres te slaan in het netwerk. Spoofing door een vervalst gastennetwerk? Een nepmailtje van de snackbar om de hoek die elke week de vrijdagmiddagborrel brengt? Het standaard admin-wachtwoord van de airco manipuleren?

In veel gevallen is er maar één gebruiker nodig om een slechte link te openen of kwaadaardige malware te downloaden en te installeren.

3. Het bruggenhoofd

Deze fase van de levenscyclus van een cyberaanval komt in beeld zodra de exploit in het netwerk, de code of het systeem is geïmplementeerd. En vooral: niet direct worden ontdekt en afgeslagen. Het biedt ruimte een bruggenhoofd te bouwen van waaruit de vijand wapens in stelling kan brengen om volgende stappen te ondernemen. Klinkt dat als oorlogstaal? Zeker. De vijand heeft voet aan de grond gekregen, maar zou, bij ontdekking nog heel eenvoudig te weren zijn.

4. Omsingeling

De volgende fase is ingewikkeld. Om bij de vergelijking met een oorlog te blijven: de jonge rekruten willen nu meteen uit de startblokken, maar het is veel verstandiger het slachtoffer langzaam te omsingelen. Het primaire doel van deze fase is niet om toegang te krijgen tot de gewenste gegevens, maar om een veilige verbinding met het thuisnetwerk van de criminele organisatie op te bouwen. De aanvoerlijnen moeten betrouwbaar zijn, zonder op te vallen. Zo kunnen de criminelen communiceren en data overdragen tussen de geïnfecteerde omgeving en de eigen infrastructuur. Het is in deze fase voor een aanvaller de uitdaging om dit verkeer er te laten uitzien als ‘normaal’ webverkeer. Dat is vooral ook essentieel om langdurig onopgemerkt te blijven in het systeem.

5. Laterale beweging

De laterale fase verwijst naar de verschillende technieken die aanvallers gebruiken om zich te verplaatsen en verspreiden binnen een netwerk. In de meeste gevallen proberen aanvallers zich te verplaatsen van het ene systeem naar een ander systeem, en toegangsrechten te verkrijgen om bij de meest waardevolle gegevens van een netwerk te komen. Wanneer zij worden ontdekt op één van de systemen, hebben zij nog de mogelijkheid om vanuit een nieuwe positie de cyberaanval voort te zetten.

6. Commando en controle

Ook dit klinkt als een legeroefening, maar het geeft wel in essentie de zesde fase van de aanval aan. De tegenstanders hebben nu het bevel aan elke kant van de bestaande verbinding en voeren hun aanvalsplannen uit. Ze hebben de controle over het netwerk, het systeem of de applicatie(s) van hun beoogde slachtoffer. De aanvallers beginnen het proces van het extraheren van de persoonlijke informatie of gevoelige gegevens en verzamelen die aan hun kant. Die gevoelige gegevens verschillen per gekozen target. Bij de zorg zal het dan bijvoorbeeld gaan om data uit het Elektronisch patiëntendossier (EPD)

Dit extraheren gebeurt vaak onder de neus van de gebruikers. Aanvallers gebruiken namelijk dezelfde toepassingen en protocollen als zij. Zo vallen ze nauwelijks op.

7. De ‘bonus’

Wanneer de data zijn ontvreemd, kan de aanvaller ook nog eens besluiten om ransomware toe te passen. Als men beide acties op het slachtoffer loslaat, dan spreken we over ‘double extortion’.

8. De oogstfase

Uiteindelijk hebben de aanvallers hun doel bereikt. Soms worden hun activiteiten pas veel later ontdekt, maar het laatste jaar maken aanvallers zich juist bekend, of ondernemen een opvallende actie zoals het blokkeren van een website. Dit om losgeld te eisen voor de vrijgave van gegijzelde data, of deblokkade van het systeem.

Het juiste wapen voor elke aanvalsfase

Op elk niveau van de aanvalscyclus kan een MSSP een rol spelen bij het weren, ontdekken of neutraliseren van een aanval. In deze editie van ChannelConnect komt een groot aantal van die technieken aan de orde van endpointbeveiliging (bijvoorbeeld antivirus), via firewalls tot 2FA en de wachtwoordloze toegang die FIDO mogelijk maakt. Het is voor iedere dienstverlener van belang te weten welke verdediging bij welke aanvalslinie past, om eindklanten maximaal te beveiligen.

 

 

Moet je als MSP je klanten adviseren om te kiezen voor SASE of voor SD-WAN? Twee onderzoeken laten zien dat een keuze niet per se nodig is. Een combinatie van beide is ook heel goed mogelijk.

Heel soms is er positief nieuws te melden over security. Zo verwacht bijna de helft (47%) van het topmanagement dat SASE (Secure Access Service Edge) het aantal hacks bij bedrijven flink gaat terugdringen. Dit blijkt althans uit een onderzoek van Telindus. Veel van de door hen ondervraagde managers verwachten dat ze met SASE veel sneller kwetsbaarheden in het netwerk kunnen detecteren. En kunnen reageren op dreigingen. Essentieel bij het evalueren en implementeren van Security 2.0.

SD-WAN wordt niet volledig benut

De publicatie van de resultaten viel ongeveer samen met de presentatie van een ander onderzoek, in dit geval uitgevoerd door IDC. Die onderzoekers stellen dat organisaties de mogelijkheden van SD-WAN niet volledig benutten. “Ze laten kansen liggen.” En dat vooral op het gebied van beveiliging. “Veel respondenten geven aan dat zij ofwel geen beveiliging hebben geïntegreerd met SD-WAN, ofwel helemaal geen specifieke SD-WAN-beveiliging hebben.”

De combinatie van beide berichten is fascinerend. SASE, een beveiligingsfilosofie die door onderzoeksbureau Gartner in 2019 werd gepresenteerd, is in de kern namelijk een uitgebreide versie van SD-WAN. Het is, wat kort door de bocht geformuleerd, een cloudservice die SD-WAN combineert met beveiliging. Daarnaast is SASE ook wat betreft beveiliging een uitbreiding op de Cloud Access Security Broker (CASB).

Secure Access Service Edge (SASE) en SD-WAN zijn twee netwerktechnologieën die zijn ontworpen om geografisch gescheiden locaties te verbinden met data en applicatie-bronnen. Om de verschillen helder te krijgen, gaan we even terug naar de basis: SD-WAN.

Dit is een software defined wide area network: een bedrijfsnetwerk dat verschillende bedrijfslocaties met elkaar verbindt via een virtueel netwerk. Organisaties hoeven geen kabels te trekken door kabelgoten, zoals bij een WAN-netwerk, maar gebruiken het publieke internet. Hoewel SD-WAN kan worden ingericht om verbinding te maken met de cloud, is het van origine niet gebouwd met de cloud als focus.

SASE is gemaakt met de cloud in het achterhoofd

SASE, een dienst die wordt aangeboden door een provider, is wel cloud-native. In plaats van zich te concentreren op het verbinden van bedrijfslocaties met een centraal netwerk, concentreert SASE zich op het verbinden van individuele endpoints met de service edge. Zeker met het toegenomen thuiswerken een relevant gegeven. De service edge bestaat uit een netwerk van gedistribueerde points of presence (de zogenaamde PoP’s) waarop de SASE-software draait. SASE legt de nadruk op beveiliging.

Dat managers vertrouwen hebben in SASE, zoals uit het Telindus-onderzoek blijkt, is daarom niet zo gek. En dat geldt ook voor de observatie van IDC, dat bedrijven niet het maximale uit SD-WAN halen. Ze zeggen het ook zelf, zoals we al zagen bijna de helft (42%) integreerde geen beveiliging in SD-WAN: die managers hebben, simpel gesteld, hun SD-WAN nog niet ‘uitgebreid’ met SASE.

Belangrijke rol voor MSP’s

Het IDC-onderzoek gaat daarop door, met een interssante aanvulling voor partnerorganisaties. Hun researchers zijn namelijk van mening dat er een kritieke rol is weggelegd voor managed service providers. Die kunnen helpen bij de integratie van technologie, connectiviteit én beveiliging.

34 Procent van de respondenten gaf het gemak van configuratiebeheer, de mogelijkheid om technologie-upgrades te beheren, te onderhouden en te vergemakkelijken, én een betere bescherming tegen beveiligingsrisico’s als voordeel van het inschakelen van een MSP aan. Er liggen dus kansen voor serviceproviders bij het combineren van het ‘oude’ SD-WAN met het nieuwe SASE.

Het woord ‘cyberschaamte’ krijgt een vermelding in de nieuwe editie van het Nederlandse cybersecuritywoordenboek.

Een jury van experts onder voorzitterschap van PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann verkoos het begrip vanwege het belang hiervan ook als Cybersecuritywoord van het Jaar. Het is voor het eerst dat deze verkiezing wordt gehouden.

We kennen het allemaal: je hebt tijdens je werk per ongeluk op een phishinglink gedrukt. Of je bedrijf is slachtoffer geworden van een cyberaanval. Wat doe je? Zoek je meteen de verantwoordelijke collega’s op of stop je je hoofd het liefst onder een kussen en negeer je de mogelijke consequenties?

Het lijkt logisch dat je een incident meteen meldt en hulp zoekt, maar dat blijkt in de praktijk vaak niet het geval. Vaak generen mensen zich voor hun fout en dan maakt het niet uit of ze nu werken in de boardroom of in de kantine, of het nu politici zijn of ambtenaren. Dat is cyberschaamte.

Schaamte niet nodig

Iedereen kan slachtoffer worden van een cybersecurity incident. Daarover hoef je je dus niet te schamen. Een twaalfkoppige jury onder voorzitterschap van Tweede Kamerlid Barbara Kathmann koos uit 125 inzendingen cyberschaamte als hét cybersecuritywoord van het jaar. Een verkiezing die dit jaar voor het eerst door de Cybersecurity Alliantie, een netwerk van publieke en private partijen die de schouders zetten onder het digitaal weerbaar en veiliger maken van Nederland, georganiseerd wordt.

In oktober werd, tijdens de Europese Cybersecuritymaand, opgeroepen woorden aan te leveren voor de verkiezing. Een greep uit de 125 inzendingen: Cloudwatervrees, Password Spraying, Whispergate, Cyclotron, Nerd-fluisteraar, Chefsache, security.txt en ketenweerbaarheid.

Ransomware sneller aanpakken

Het doel van deze verkiezing is het op gang brengen van het gesprek. En cyberschaamte is de perfecte starter. Een woord dat niet alleen begrepen wordt door specialisten maar een groot publiek aanspreekt en duidelijk maakt waar het om gaat. “Wil je maatschappelijk grote problemen als ransomware sneller kunnen aanpakken, leiderschap tonen zowel in je organisatie als in de boardroom en je medewerkers bewuster maken, dan moet cyberschaamte (snel) plaatsmaken voor openheid!”, aldus juryvoorzitter Kathmann.

Cybersecuritywoordenboek

Het woord cyberschaamte wordt opgenomen in het cybersecuritywoordenboek. Dat verscheen voor het eerst in 2019, een initiatief van brancheverenging Cyberveilig Nederland en de Cybersecurity Alliantie. Hierin wordt moeilijk jargon uitgelegd in begrijpelijk Nederlands. Met het woordenboek kunnen gebruikers van cybersecuritydiensten makkelijker met specialisten in gesprek, technische rapporten en adviezen doorgronden en offertes beoordelen. Inmiddels is een derde editie verschenen, de woordenlijst is ook als app beschikbaar.

De concurrentie onder MSP’s neemt toe. Dat blijkt uit een rapport van Datto, waarover ook wij hebben bericht. Managed Service Providers (MSP’s) zijn daarom op zoek naar nieuwe activiteiten die ze hun klanten kunnen aanbieden. Het Dark Web biedt hen kansen.

Gelukkig vroeg Datto in de enquête niet alleen naar de uitdagingen die MPS’s ervaren, maar ook waar eventueel kansen liggen. Onder een waaier aan antwoorden viel één aspect op. 30% Van de MSP’s ziet Dark Web Monitoring als interessante uitbreiding van hun portfolio.

Criminaliteit begint op het dark web

Op dit moment krijgt het Dark Web weinig aandacht in de dienstverlening van resellers. Eigenlijk is dat opvallend, want veel cyberincidenten vinden hun basis binnen Dark web-omgevingen. Het is niet zozeer zo, dat de aanval zélf vanuit het dark web wordt gedaan, maar in de fase die daaraan voorafgaat speelt het dark web een grote rol. Accountgegevens, zoals wachtwoorden en mailadressen zijn nog altijd geliefde informatie om een cyberaanval op te startten. En die gegevens zijn te koop op het dark web. Wie het aanbod aan, en handel in, deze data monitort kan dus belangrijke informatie geven aan zijn klanten. En het is beslist niet nodig voor een MSP om zelf het dark web af te speuren.

Internet bestaat uit drie lagen

Even terug naar het begin. Het internet bestaat uit drie lagen. Allereerst het Surface Web, dat is het voor iedereen zichtbare internet, waarop bijvoorbeeld dit artikel staat. Ten tweede is er het Deep Web. Daar heeft niet iedereen zomaar toegang toe, omdat het is verborgen achter wachtwoorden en andere inlogmethoden. Het CMS van de website waarop dit artikel nu staat is bijvoorbeeld voor de bezoeker niet zichtbaar. Die pagina’s vind je ook niet terug in de zoekresultaten van Google.

Speciale browser

En ten derde kennen we het Dark Web, waar blijkbaar 30% van de door Datto ondervraagde MSP’s aandacht aan zouden willen besteden als toekomstig werkterrein voor hun monitoringdiensten. De pagina’s van het Dark Web zijn in principe voor iedereen toegankelijk, mits hij of zij over een speciale browser beschikt, zoals de Tor-browser. Daarnaast moet je weten hoe bepaalde sites te vinden zijn, want de adressen lijken in geen enkel opzicht op de bekende url’s van het Surface Web.

Criminele activiteiten

Omdat de meeste klanten, en overigens ook de meeste MSP’s, nooit op het Dark Web komen, doen hierover veel spookverhalen de ronde. Dat is niet helemaal terecht. Zo wordt het Dark Web bijvoorbeeld vaak door journalisten en activisten gebruikt om de censuur (in het buitenland) te ontwijken. Maar inderdaad kun je op het Dark Web ook veel criminele activiteiten tegenkomen die langer onopgemerkt blijven dan op het ‘gewone’ Surface Web.

Vanuit het oogpunt van de MSP gaat dark web-monitoring over het detecteren van activiteiten en gegevens die de business van de eindklant beïnvloeden. Denk daarbij aan gestolen gegevens die worden verhandeld en gebruikt kunnen worden voor cyberaanvallen. Nu datalekken zo vaak in het nieuws zijn wenden eindklanten zich tot hun IT-dienstverlener om advies. Een van de vragen is dan vaak: “hoe komen criminelen aan die inloggegevens?” Als het antwoord is: “via marktplaatsen op het dark web, waar gegevens na een datalek te koop zijn,” dan blijkt daaruit ook een mogelijke rol voor de reseller.

Dark Web Monitoring-oplossing

Een MSP kan hierop inspelen door een bestaande monitoring-oplossing aan te bieden als aanvulling op zijn bestaande portfolio. Veel van deze oplossingen speuren het dark web af, waaronder privésites, peer-to-peer-netwerken, botnets en verborgen chatrooms. Zo zoekt de applicatie naar klantgegevens die de MSP vooraf definieerde. De applicatie geeft de MSP een waarschuwing als data gevonden worden die nuttig zouden kunnen zijn bij het voorbereiden (en uitvoeren) van een aanval. Dit is voor de MSP het moment de klant te waarschuwen. En om maatregelen voor te stellen om een aanval af te slaan. En wellicht een training te geven om datalekken in het vervolg te voorkomen.

De kracht van de MSP is dus de juiste monitoring-oplossing te kiezen. Een applicatie die een aanvulling is op de bestaande diensten van de dienstverlener en die past bij de activiteiten van zijn klanten.