In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Claudia Hebden, Northern European Alliances Director bij cloudsecurityspecialist CrowdStrike. Het nieuws dat zij graag wil uitlichten is het onderzoek van Mimecast waaruit blijkt dat 22 procent van de Nederlandse IT-professionals aangeeft dat hun organisatie niet of nauwelijks voorbereid is op een ransomware-aanval.

Hebden is verbaasd dat zo’n aanzienlijk deel niet of nauwelijks is voorbereid. Ze ziet namelijk ook dat het belang van cybersecurity in steeds meer organisaties doordringt. Maar specifiek wil ze aandacht voor het belang van identiteitsbescherming. Want op identiteit gebaseerde aanvallen vormen maar liefst 80 procent van de cyberaanvallen, zo blijkt uit het 2022 Global Threat Report. Om veiligheid te waarborgen, moet elke identiteit geverifieerd en elk verzoek geautoriseerd worden. Juist om cyberdreigingen zoals ransomware en aanvallen op de toeleveringsketen te voorkomen.

Toename in op identiteit gebaseerde inbraken

Volgens Hebden is het misbruiken van gestolen inloggegevens  voor criminelen dé manier om binnen te dringen in een organisatie en ransomware te kunnen installeren. De dreigingen rondom identiteit nemen dan ook alsmaar toe. “Cybercriminelen gebruiken miljarden gestolen gebruikersnamen en wachtwoorden om langs de bestaande verdediging te glippen en zich voor te doen als legitieme gebruikers. Het feit dat tachtig procent van de inbraken momenteel veroorzaakt wordt door het stelen van identiteitsgegevens, zou organisaties – en met name securityteams – moeten motiveren om goed na te denken over hun strategieën voor identiteitsbescherming.”

Verifiëren en autoriseren

“Cybercriminelen hosten vaak valse verificatiepagina’s om legitieme inloggegevens voor populaire clouddiensten te verzamelen”, vervolgt Hebden. “Hiermee proberen ze vervolgens legitiem toegang te krijgen tot accounts. Ze hebben slechts één geldige set referenties nodig om in te loggen als werknemer, ervan uitgaande dat aanvullende beveiligingsmaatregelen hen niet in de weg staan. Daarmee is letterlijk iedere gebruiker – van IT-beheerder tot externe leverancier – interessant voor cybercriminelen. Daarom is het cruciaal om iedere identiteit te verifiëren en ieder verzoek te autoriseren. Ook om de kans op ransomware- of supply-chain-aanvallen te minimaliseren.” Toch ziet ze dat het bij veel organisaties nog aan de nodige acties ontbreekt. Met als gevolg dat organisaties geregeld slachtoffer worden van dit soort aanvallen.

Wat maken op identiteit gebaseerde aanvallen nou zo verraderlijk? Hebden: “Bij dit soort aanvallen worden persoonsgegevens gecompromitteerd en bovendien technieken gebruikt om detectie te omzeilen. Dit maakt op identiteit gebaseerde aanvallen moeilijk te detecteren, mede omdat het oppervlak waarop ze plaatsvinden bij organisaties blijft toenemen, onder andere door hybride werken.”

Maak identiteitsbescherming prioriteit

Volgens Hebden krijgt identiteitsbescherming maar in weinig organisaties voldoende aandacht. Dat moet anders volgens haar. “Veel organisaties zien identiteitsbescherming als de laatste verdedigingslinie. Precies dat maakt ze kwetsbaar. Voor veel organisaties is identiteitsbescherming nog een pijnpunt, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Er bestaan tegenwoordig talloze totaaloplossingen voor. Bijvoorbeeld voor het verbeteren van de zichtbaarheid van inloggegevens in een hybride werkomgeving of de mogelijkheid om multifactorauthenticatie uit te breiden naar legacy en onbeheerde systemen.”

Hebden pleit dat de verdedigingsstrategie van iedere organisatie daarom moet bestaan uit volledige inzet van multifactorauthenticatie (MFA), met name voor belangrijke accounts. “Verificatieprotocollen die MFA niet ondersteunen moeten uitgeschakeld worden”, aldus Hebden. “Ook moeten privileges en referenties voor zowel gebruikers als beheerders van clouddiensten bijgehouden en gecontroleerd worden. Daarnaast is een zero trust-beveiligingsmodel zeker geen overbodige luxe. In het huidige dreigingslandschap moet identiteitsbescherming topprioriteit voor ieder bedrijf zijn.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Lucien Barink, General Manager Benelux bij Pointsharp, leverancier van de veilige e-mailoplossing Cryptshare, liet deze week zijn blik vallen op het artikel over onderzoek naar de aanvallen op gezondheidsorganisaties via ransomware. Zorginstellingen zijn al decennialang doelwit van cybercriminelen, maar met de steeds verdergaande digitalisering van de gezondheidssector neemt het aantal aanvallen de afgelopen jaren toe. Dat ondanks strenge normeringen voor de beveiliging van informatie in de zorgsector, zoals NEN7510 en NTA7516. Zo blijkt uit onderzoek van Trend Micro dat maar liefst 57 procent van de ondervraagde zorginstellingen in de afgelopen drie jaar slachtoffer is geworden van ransomware. De conclusie van het onderzoek luidt dan ook dat de gezondheidssector erg vatbaar is voor cybercriminelen en de effecten van onder meer ransomware.

Gebruiksvriendelijkheid boven veiligheid

Wat dit nieuws voor Lucien Barink zo opvallend maakt, is dat de gezondheidszorg een branche is waar het beschermen van medische gegevens al langere tijd moeizaam gaat. Denk maar aan voorbeelden waarin e-mail en zelfs Whatsapp gebruikt werden om onbeveiligd informatie uit te wisselen tussen medisch personeel onderling en met patiënten. Dat de sector vaak doelwit is van cyberaanvallen valt volgens Lucien niet te wijten aan het gebrek aan investeringen vanuit de sector zelf, maar aan de keuzes die gemaakt worden bij de selectie van middelen om de gegevens goed te beschermen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de rol van gebruiksvriendelijkheid. Deze staat tijdens de selectie van veilige IT-toepassingen vaak hoger op het lijstje dan de veiligheid van diezelfde oplossing. Hier liggen dus veel mogelijkheden om de cybersecurity binnen de gezondheidszorg te verbeteren.

Het is dus belangrijk dat het sentiment verandert, waarmee zowel veiligheid als gebruiksvriendelijkheid bovenaan het lijstje staan. Momenteel worden bij de inzet van de oplossingen voor eindgebruikers concessies in de veiligheid gedaan ten voordele van het gebruiksgemak. De reden dat gebruiksvriendelijk prevaleert boven veiligheid is de hoge werkdruk in de zorg waardoor er geen tijd over is voor administratieve handelingen voor de beveiliging van gegevens. Zonde vindt Lucien, want als de beveiliging van gegevens eenvoudig gemaakt wordt dankzij slimme systemen en een handig beleid, zal het personeel minder tijd nodig hebben voor de veiligheidsmaatregelen, en is naast betere beveiliging ook meer tijd beschikbaar voor het verlenen van zorg.

Vergroting van het bewustzijn

Een andere manier om de cybersecurity van de gezondheidszorg te verbeteren is door
de bewustwording over het belang van gegevensbeveiliging binnen de sector te vergroten. Werknemers hebben weinig inzicht in de waarde van informatie en data voor cybercriminelen en de desastreuze gevolgen van datalekken. Zo bleek onlangs al uit eigen onderzoek van Cryptshare. Patiëntgegevens zijn ontzettend waardevol voor cybercriminelen, omdat zij hier geld mee kunnen verdienen. De gezondheidszorg schiet terecht in een staat van paniek wanneer medische gegevens worden gestolen en is snel geneigd om cybercriminelen flink te betalen om weer over die gegevens te beschikken.

Om de cybersecurity van de gezondheidszorg naar een hoger niveau te tillen, liggen er op het gebied van slimme software en bewustwording van gebruikers dus nog veel kansen. Wat voor de zorgsector zijn patiëntgegevens een belangrijk onderdeel van het werk, maar voor cybercriminelen vormen ze de kern van hun businessmodel. Het is dan ook van groot belang dat bij veiligheid minimaal op gelijk niveau komt als gebruiksgemak. En slimmere oplossingen zijn hiervoor het beste middel.

In het hybride werk tijdperk is het belang van een goed functionerende werkplek belangrijker dan ooit. Flexibiliteit van de werkplek (43%) en een goed functionerende digitale werkplek (36%) worden gezien als zeer belangrijk. Belangrijker zelfs dan een auto van de zaak.

“Er is een duidelijke link tussen de kwaliteit van de digitale werkomgeving en werkgeluk,” stelde Ralph van der Baan (foto), Services Category Manager, Northwest Europe bij HP tijdens een presentatie waarbij ChannelConnect aanwezig was. “Als apparatuur werkt en blijft werken, of als problemen op afstand snel worden opgelost leidt dat tot meer enthousiasme.”

In de praktijk is het nog niet zover. Twee op drie Nederlanders (65%) ervaart wekelijks IT-problemen op het werk en de helft geeft aan dat IT-problemen een belangrijke bron van frustratie en verspilde tijd is tijdens hun werkdag. Dit blijkt uit een onderzoek van HP uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau DirectResearch onder meer dan 1000 werkende Nederlanders tussen 18 en 65 jaar oud. In dit onderzoek werd het werkgeluk onder Nederlandse medewerkers onderzocht.

Nederlandse kantoormedewerkers overwegend gelukkig

Een zeer groot deel van de ondervraagden is gelukkig met het werk (75%) dat zij doen, 70% geeft zelfs aan dat werk bijdraagt aan hun levensgeluk. Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan het werkgeluk van deze medewerkers. Dit varieert van erkenning en waardering van leidinggevenden (55%), hoogte van salaris of bonus (54%) tot flexibiliteit van de werkplek (43%). Daarnaast geeft ruim 1 op 3 (36%) van de medewerkers aan dat de beschikking over een goede werkplek inclusief laptop, extra scherm en randapparatuur voor hen bijdraagt aan werkgeluk. Secundaire arbeidsvoorwaarden als een leaseauto of sportschoolabonnement (12%), en een kerstpakket (20%) komen pas na de werkplek.

IT-issues verspilde tijd tijdens de werkdag

Van de Nederlandse medewerkers die een laptop of pc gebruiken voor hun werk geeft 2 op 3 (65%) aan wekelijks te maken te krijgen met IT-problemen. Een even groot deel heeft in het afgelopen jaar IT-ondersteuning nodig gehad om problemen op te lossen. Opmerkelijk is dat mannen significant vaker IT-ondersteuning nodig hadden dan vrouwen. Mannen (43%) hebben het afgelopen jaar vaker 1 à 2 keer IT-ondersteuning gehad dan vrouwen (36%). Mannen (68%) ervaren dan ook significant vaker IT-problemen dan vrouwen (62%).

Meer dan de helft van de ondervraagden (53%) geeft aan wekelijks tot 30 minuten kwijt te zijn aan IT-problemen. Niet verrassend dat ruim de helft (51%) van mening is dat deze problemen een belangrijke bron van frustratie en verspilde tijd zijn tijdens de werkdag.

Er is inmiddels eigenlijk geen activiteit meer te noemen waarvan niet onderzocht wordt of en hoe verduurzaming mogelijk is. Zowel privé als zakelijk is de impact van klimaatmaatregelen merkbaar. 

Tijdens de IFA, de grote elektronicabeurs die in augustus weer plaatsvond in Berlijn, kwam het thema duurzaamheid in bijna elke productpresentatie en op elke stand van leveranciers terug. Logisch ook, gezien de hoge energieprijzen, de overbelasting van het elektriciteitsnet, de dreigende aardgastekorten en de gewenste decarbonisatie van de industrie en de economie.

Technische innovaties

Het opvallende is, dat het begrip duurzaamheid dan al snel vernauwd wordt tot het energiegebruik van apparaten of activiteiten, om vanuit dat gegeven de CO2-footprint van de sector als geheel, of van individuele producten te bepalen. Op zich is dat terecht. Als we weten dat, om een voorbeeld te geven, de IT-sector goed is voor bijna 4% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, dan is duidelijk dat ook deze branche nog een flinke bijdrage kan leveren aan de reductie van de CO2-footprint. Nog los van het feit dat technische innovatie zoals de sector die levert, kan helpen de uitstoot van andere branches te verminderen.

Binnen de IT krijgt het aspect circulariteit echter op dit moment (nog) veel minder nadruk. Ten onrechte. Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans stelt dat na de energiecrisis die we nu doormaken, een grondstoffencrisis voor de deur staat. Ook die crisis veroorzaken we grotendeels zelf. 90% van alle mobieltjes, om een voorbeeld te geven, belandt in de prullenbak of wordt slechts ‘grof’ gerecycled, geeft de hoogleraar aan. Om eraan toe te voegen dat 70% van de CO2-uitstoot uiteindelijk veroorzaakt wordt door ons gedrag.

Grondstoffenschaarste

Natuurlijk is er aandacht voor circulariteit, maar fabrikanten hebben het dan al snel over de toepassing van hergebruikt verpakkingsmateriaal, of dat gebruik wordt gemaakt van gerecycled kunststof. Ook dat zijn stappen die gezet moeten worden, maar die houden nog onvoldoende rekening met het feit dat bepaalde grondstoffen niet onbeperkt beschikbaar zijn.

In elke computer, telefoon, windmolen of installatie van zonnepanelen worden kritieke metalen verwerkt. Zonder hergebruik van deze metalen is de energietransitie niet te realiseren. Fabrikanten zullen er meer dan nu het geval is bij het ontwerpen van devices rekening mee moeten houden dat hergebruik van materiaal belangrijker is dan ooit. Hergebruik van ICT-apparatuur is lange tijd een marginale business geweest. Het rijden in tweedehandsauto’s was nooit een probleem, maar een tweede leven voor een computer of laptop is eerder een uitzondering. En dat terwijl hardware door het toegenomen gebruik van cloud-services veel minder snel veroudert dan voorheen. Auto’s en kleding krijgen al decennia een tweede leven, glas en papier worden gerecycled. Hopelijk gaan we dat ook vaker zien bij IT-hardware.

Tussen nu en 2024 zullen wereldwijd ruim 500 miljoen nieuwe apps ontwikkeld worden, dat is meer dan in de afgelopen veertig jaar,” stelde Ken Hu, roulerend voorzitter van Huawei, eerder deze week in Parijs tijdens een toespraak.

In de Franse hoofdstad vond het congres Huawei Connect Europe plaats, in aanwezigheid van onder meer Nederlandse partners van de fabrikant en ChannelConnect. Het thema van het tweedaagse congres was ‘Unleash Digital’. Het enorme aantal applicaties dat de industrie zal bouwen maakt deze ontketening niet alleen mogelijk, maar is er ook een gevolg van.

“De basis van de digitale transformatie is cloud,” is de overtuiging van Ken Hu. “In 2025 zal 85% van de organisaties een cloudstrategie hebben en forse stappen hebben gezet in de richting van een cloud first-werkwijze.” In dat zelfde jaar al, zal 97% van de organisaties artificial intelligence (AI) inzetten, meent de topman.

Enorme versnelling

De grote uitdaging is te zien in de snelheid waarmee applicaties moeten worden gebouwd, getest en uitgerold. Dat is hooguit een kwestie van maanden, waar het voorheen veel langer kon en mocht duren. “In een omgeving die, onder meer door het maximaal uitbuiten van de kracht van 5G connectiviteit, extreem versnelt, kunnen ontwikkelaars niet achterblijven.” Hierbij speelt bijna overal in de wereld een gebrek aan talent om de digitale transformatie vorm te geven. En, gaf de topman aan, ook de eisen die gesteld worden aan de infrastructuur en de computerkracht zullen dramatisch toenemen. “Cloud zal ook daar kansen bieden.”

Alle technologie als een service

De verwachting van de topman is, dat zo goed als alle technologie uiteindelijk ‘as a service’-zal worden aangeboden. “We spreken dan van technologie als een service: van AI, tot software development, data-governance en digitale content-productie: alles zal gebaseerd zijn op cloud-diensten. We moeten, kortom, alles uit de cloud halen om de digitale transformatie te laten slagen.”

Om die ontwikkeling echt mogelijk te maken is intensief samenwerken op lokaal niveau, met partners, van groot belang. “Op dat niveau kun je digitaal talent aan je binden en het midden- en kleinbedrijf als fundament van de economie steun geven,” sloot Ken Hu zijn bijdrage af. “Bij bedrijven vind je veel goede ideeën, maar ontbreekt het vaak aan technische kennis. Onze partners kunnen dan hun kracht aanwenden.”

De opmars van Bring Your Own Device die een paar jaar geleden startte maakte een gedegen endpoint-beveiliging belangrijk. Het massale thuiswerken heeft zowel BYOD als de belangstelling van cybercriminelen voor endpoints versterkt. Het inrichten en monitoren van een goede endpoint-beveiliging biedt kansen voor MSP’s.

Bij het thuis- of hybride werken én bij BYOD gaat het, vanuit een security-perspectief bekeken, in essentie om het gebruik van endpoints. Slechts één gestolen of kwetsbaar apparaat kan criminelen toegang tot het complete netwerk verschaffen, gevoelige gegevens blootleggen en de gehele infrastructuur in gevaar brengen. Dit heeft voor de organisatie mogelijk grote financiële consequenties, nog afgezien van reputatieschade.

Daar staat tegenover dat de massale omarming van cloud- en saas-diensten ertoe leidt dat aanvallen eigenlijk pas op het endpoint van de gebruikers daadwerkelijk zichtbaar worden. Dit biedt kansen voor Managed Service Providers die inzetten op het monitoren van de klantomgeving om zo cyberincidenten te voorkomen.

Elf tips voor MSP’s die endpoints van hun klant optimaal willen beveiligen

  • 1. Installeer Mobile Device Management op alle devices die werknemers gebruiken. Leg dit vast in een BYOD-overeenkomst als (ook) op privé-devices wordt gewerkt.
  • 2. Separeer. Zorg ervoor dat privé-data en zakelijke informatie op elk device gescheiden is. Dus ook op de zakelijke toestellen. Het is immers simpelweg niet te voorkomen dat zakelijke devices ook privé worden gebruikt.
  • 3. Beveilig de endpoints adequaat. Dat gaat verder dan alleen de combinatie gebruikersnaam-wachtwoord. Denk bijvoorbeeld aan FIDO (Fast IDentity Online) , in de vorm van hardwaretokens in combinatie met een pincode, of biometrische beveiliging.
  • 4. Versleutel de data op de endpoints. Vergeet daarbij niet dat printers, scanners en point-of-sales-apparatuur (zoals kassasystemen) ook endpoints zijn die veel gegevens verwerken, soms ook (tijdelijk) opslaan en een connectie hebben met het netwerk. Ook via deze devices kunnen criminelen toegang krijgen tot de bedrijfsomgeving. Encryptie is een belangrijke drempel die voorkomt dat data in verkeerde handen terechtkomen bij aanvallen, verlies of diefstal van het device. Veel encryptie-oplossingen integreren naadloos met Windows en MacOS.
  • 5. In het verlengde daarvan: let op details. Een niet-versleutelde draadloze muis is tot op 180 meter te hacken en vormt daarmee een groter risico dan je zou verwachten. Raad klanten dus een muis met versleuteling aan en verkoop pc’s of laptops die geen USB-dongle nodig hebben.
    6. Beperk de impact van phishing-gerelateerde datalekken. Ga er dus in zekere zin van uit dat de organisatie vroeg of laat te maken krijgt met phishing. Aanvallers zijn steeds inventiever in hun mailtjes aan medewerkers en toeleveranciers van bedrijven. Voorzie de apparatuur van jouw klanten daarom van een sandbox-omgeving waar medewerkers na het klikken op een misleidende link ‘landen’. Op dezelfde manier kunnen zij ook PDF’s en Office-documenten (relatief) veilig openen.
  • 7. Vergroot het cyberbewustzijn binnen de klantorganisatie. Er zijn trainingen van leveranciers die je als MSP kunt leveren aan eindgebruikersorganisaties. Het platform van KnowBe4 is een goed voorbeeld.
  • Vergroot het cyberbewustzijn bij de eindgebruikersorganisatie die BYOD toestaat

  • 8. Blokkeer schermen voor ongewenste meekijkers. Ook beeldschermen met daarop privacygevoelige informatie vormen een risico. Zeker in publiekelijk toegankelijke ruimtes –en dat hoeft niet meteen een dokterspraktijk te zijn. Als medewerkers van een organisatie op het vliegveld of in de trein werken is een beeldscherm ook voor meerdere mensen te zien. De eindklanten denken er vaak niet aan, maar er zijn simpele applicaties op de markt die bij inschakeling zorgen voor een soort privacy-modus op het beeldscherm. Die verkleint de inkijkhoek sterk en beschermt zo de privacy van betrokkenen en de bedrijfsgegevens van de onderneming.
  • 9. Zet in op het gebruik van multifactor-authenticatie. Accountgegevens zijn al decennia belangrijke targets voor cybercriminelen. Hiermee krijgen zij toegang tot endpoints, en dus tot het netwerk en de data van een onderneming. Multifactor-authenticatie maakt dit een stuk lastiger voor kwaadwillenden. Dat kan in de vorm van FIDO (hardwarematig) of door het verzenden van codes per SMS. De combinatie met Single Sign-On (SSO) maakt multifactor-authenticatie minder belastend voor de gebruiker.
  • 10. Verzorg voor de klant het correct verwijderen van afgedankte apparaten. Dit aspect wordt nogal vaak vergeten. Let erop dat jouw klantorganisaties oude laptops en tablets niet zomaar tijdens het jaarlijkse Sinterklaasfeest weggeven, of afgedankte pc’s verloot. Afgeschreven apparaten kunnen namelijk nog veel privacygevoelige data bevatten. Bied zelf aan de toestellen leeg te maken, of werk samen met een gespecialiseerde partner.
  • 11. Zorg ervoor dat devices zichtbaar zijn zodra ze connectoren met het netwerk van de klant. Er bestaan applicaties die daarbij meteen monitoren om welke hardware het gaat en of zowel de devices als de applicaties up to date zijn.

Security 2.0-model nodig bij BYOD

Een feit blijft dat de privéapparatuur van de werknemers niet volledig geïntegreerd is in de ‘basis-IT’ van een bedrijf. En dat de bedrijfstoestellen, ook binnen de muren van de organisatie, steeds vaker ook privé gebruikt worden. Dat maakt een overkoepelend beheer noodzakelijk, volgens een Security 2.0 model.

Door de security van de klant als MSP holistisch in te vullen, wordt de beveiliging niet alleen vanuit technisch oogpunt, maar ook vanuit het perspectief van de gebruiker geoptimaliseerd. Zeker bij het vaststellen van rechten en plichten bij BYOD mogen we de gebruiker niet vergeten. Het device is immers zijn eigendom.

Het is daarom van groot belang dat je als MSP jouw klanten helpt bij het opstellen van een beveiligings- en compliancecode. Die moet niet alleen gedragsregels op het gebied van gegevensbescherming adresseren, maar nadrukkelijk ook de manier waarop de organisatie het optimaal functioneren van privé-devices waarborgt. In dit artikel lees je meer over de juridische aspecten van BYOD.

Een MSSP gaat verder

In feite kan bijna elke MSP bovenstaande diensten leveren. Of klanten op beveiligingsaspecten wijzen. Een Managed Security Service Provider (MSSP) zal nog een paar stappen verder kunnen gaan. Met een Security Operations Center (SOC) en managed security services kan die dienstverlener ook sectorspecifieke dreigingsinformatie leveren aan zijn klanten. En direct op die dreigingen reageren om de impact en benodigde tegenmaatregelen steeds actueel te houden.

Mobiele endpoints belangrijke targets

Wereldwijd verdubbelde het aantal mobiele devices dat cybercriminelen met malware wisten te infecteren afgelopen jaar. Concreet steeg dat aantal van 3% in 2020 naar 6% in 2021. Ruim een derde (36%) van de bedrijven ontdekte in 2021 aanwijzingen voor kwaadaardig netwerkverkeer op een remote device. Dit blijkt uit onderzoek van Jamf. Zorgelijk is daarbij dat vier op de tien organisaties (39%) het gebruik van devices met bekende kwetsbaarheden bleef toestaan. Dit zonder de toegang tot gevoelige data te beperken. In 2020 goldt nog voor drie op de tien organisaties (28%).

Onveilige verbinding met de cloud

Van de gecompromitteerde zakelijke devices werden in 2021 7% nog steeds gebruikt om verbinding te maken met een opslagdienst in de cloud, zoals OneDrive, Google Drive en Dropbox. Een kwart van deze devices (25%) maakte verbinding met e-maildiensten in de cloud zoals Gmail en/of Outlook. Wanneer we devices meetellen met een potentieel riskante configuratie (bijvoorbeeld doordat patches niet zijn uitgevoerd), dan stijgen deze aantallen tot respectievelijk 9% en maar liefst 48%.

De Nederlandse politie stuurde afgelopen week via onder meer de Dutch Cloud Community een brief aan, wat zij noemen, digitale service providers. In de brief staat een lijst hosting resellers die op het surface web (het openbaar toegankelijke internet) worden besproken als facilitators van cybercrime.

Volgens het schrijven afficheren deze ondernemingen zich als een “bulletproof dienstverlener”, al dan niet met een specificering van de verschillende misdrijven die zij mogelijk maken. De politie denkt dat de hosting resellers op de lijst de schakels kunnen zijn tussen de aangeschreven service providers en individuen of groepen die het “volgende slachtoffer al in het vizier” hebben.

Reputatieschade

Op fora en ratingsites voor bulletproof hosting gebruiken deze bedrijven de Nederlandse digitale infrastructuur vaak als verkoopargument. Ze weten dat Nederland doorgaans synoniem staat voor “bulletproof”. Dit negatieve profiel van Nederland als een accomoderende omgeving voor cybercriminele activiteiten geeft de Nederlandse hostingsector een slechte naam.

Samenwerking

De politie geeft in het bericht aan te willen samenwerken met de digitale service providers. “Wij willen geen servers in beslag nemen, waardoor inkomsten onder druk komen, legitieme klanten last krijgen en werkdagen worden verstoord zonder ondernemingen de mogelijkheid te geven om hun bedrijfsvoering te wapenen,” staat in de brief. De politie adviseert de volgende handelingen als een van de personen of bedrijven die in de lijst staan tot het klantenbestand horen. “Herzie uw overeenkomst met deze partijen, doe een risicobeoordeling door een serie vragen te stellen en verzeker dat uw voorwaarden helder en consequent zijn.”

De politie vraagt om de hulp van de digitale service providers bij de bestrijding van deze criminele entiteiten. “Zij vormen een essentiële schakel voor cybercrime en zorgen voor significante reputatieschade voor Nederlandse digitale diensten.” De brief en de lijst met verdachte organisaties is hier te vinden.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Na het bijwonen van verscheidene congressen en events, viel de blik van Vincent Turner, Sales Director bij BlueVoyant, op een artikel over samenwerkingen tussen IT partners in de cybercrimesector. Organisaties moeten zich gaan voorbereiden op zogenoemde Security 2.0, omdat de oude maatregelen niet meer volstaan in deze huidige samenleving.

Het dreigingslandschap zit vol mijnenvelden

Het cyberdreigingsveld is nooit groter geweest dan nu. De effecten van Covid-19 en de oorlog in Oekraïne zijn merkbaar in elk facet van ons dagelijks leven. Denk aan de massale en veel te snelle overstap naar thuiswerken, zonder dat de juiste veiligheidsmaatregelen zijn genomen. Een instabiele wereld opent nieuwe portalen voor cybercriminelen, die steeds meer hun best doen om ons – vaak al wankelende – IT-landschap verder te destabiliseren.

Bedrijven vertrouwen er nog veel te vaak op dat zij de juiste security-maatregelen hebben genomen; dat een firewall en antivirusoplossingen voldoende zijn. We leven in een continu onveilige wereld en daar moeten organisaties naar handelen. Daar komt bij dat je nog zo’n goed cybersecuritysysteem kunt hebben, het helpt je niet wanneer mensen niet weten hoe ze dreigingen moeten signalen en hiermee moeten omgaan. Daarnaast neemt men vaak uit onwetendheid maatregelen veel te laat. Des te belangrijker dat cybersecuritybedrijven veel meer aan de voorkant kennis moeten gaan delen en bewustzijn creëren.

Samenwerken vraagt om meer dan verkopen

De sector – leveranciers, gebruikers en overheden – moet één vuist maken om voldoende security kennis en resources te genereren. Het gebrek aan communicatie en educatie kan namelijk desastreuse gevolgen hebben. Zo zette Log4J in december 2021 de wereld op zijn kop. Een ongekende zero-day raakte ons tot in onze kern. Met man en macht werkten we als industrie en partners samen om de oorzaak te achterhalen en te patchen. Is het dan niet schokkend om te moeten vaststellen dat tot op de dag van vandaag ruim 30 procent van de gedownloade versies van Log4J nog steeds de versies zijn met kwetsbaarheden? Men is niet op de hoogte van de risico’s, en uiteindelijk blijft de mens de zwakste schakel in de keten.

Samenwerkingen zijn niet meer weg te denken in de cybersecuritywereld. Maar een trend van tegenwoordig is dat veel organisaties lijken samen te werken om het samenwerken. Er wordt niet specifiek gekeken naar de wens van de klant bij het aangaan van een partnership. In het artikel over Security 2.0 wordt gesteld dat het aangaan van samenwerkingen een succesvolle manier is om cybercrime in te dammen, maar dit werkt alleen wanneer het DNA van de organisaties met elkaar én met de klant matchen. Vanuit deze visie wordt nog niet vaak gehandeld, en dan moeten we ons gaan afvragen of zo’n samenwerking überhaupt wel effectief is.

Iedereen is een doelwit

De online wereld is al gevaarlijk genoeg, maar door het gebrek aan bewustzijn hiervan, maken we deze eigenhandig nog gevaarlijker. Het is naïef om te denken dat jouw organisatie niet belangrijk genoeg is om ten prooi te vallen aan cybercriminelen, maar toch komt deze manier van denken nog vaak voor bij kleine(re) organisaties. Bedrijven zijn onderdeel van een hele toeleveringsketen en dat vergeten mensen vaak. Wellicht zijn kleine organisaties niet het hoofddoelwit, maar wel een makkelijk schaakstuk om deze te bereiken, met alle gevolgen van dien.

Vooral juist omdat het bewustzijn bij kleinere organisaties ontbreekt, zijn ze het perfecte slachtoffer voor phishing- of ransomwareaanvallen. Ook herstellen van een dergelijke aanval wordt een stuk moeilijker wanneer je niet beschikt over de juiste kennis en over vrijgemaakt budget. We raken gewend aan pay-per-use, waarbij we alleen betalen wanneer we iets gebruiken (en dus nodig hebben, wanneer het veelal al te laat is), omdat dit minder drukt op de balans. Terwijl we ons eigenlijk moeten afvragen wat we doen met alle informatie die we tot onze beschikking krijgen. We kunnen immers pas echts iets doen aan cybercrime als we weten wat de dreiging is en waar deze vandaan komt.

Samenwerking in het ecosysteem van partners is belangrijker dan ooit geworden. Neem preventief maatregelen, zorg voor goede cyberhygiëne en kies de partners uit die bij je eigen DNA passen maar ook bij dat van de klant. Uiteindelijk worden we als industrie dan volwassener en kunnen we samen een veiliger BV Nederlandverzorgen.

Hoewel vaak wordt verondersteld dat jongere mensen digitaal behendiger zijn en daarom beter in staat zijn om phishing-mails te herkennen, zijn het juist deze zogeheten digital natives tussen 18 en 39 jaar die de meest kwetsbare leeftijdsgroep op dat gebied vormen.
Uit onderzoek van SoSafe blijkt dat 18-39 jarigen gemiddeld op 28,8 procent van phishing e-mails klikken, terwijl dit bij de oudere leeftijdsgroepen daalt tot 19,2 procent.
Het onderzoek wijst onder andere ook uit dat mannen vaker klikken dan vrouwen: 23,3 procent van de mannen trapt in phishing-mails, tegenover 20,07 procent van de vrouwen. Organisaties in de publieke sector zijn het meest kwetsbaar voor phishing-aanvallen (gemiddeld klikpercentage van 36 procent), terwijl productiebedrijven het minst vaak op schadelijke e-mails klikken (19 procent).

Succesvolle social engineering

Het onderzoek Phish Test – naar algemeen phishing-bewustzijn – wordt jaarlijks uitgevoerd door SoSafe en Botfrei, dat demografische inzichten geeft in het klikgedrag van gebruikers. Respondenten ontvangen realistische phishingmails die ze moeten identificeren. Dit wordt gecombineerd met gegevens van SoSafe’s Human Risk Review 2022, gebaseerd op exclusieve responsdata van het SoSafe Awareness Platform, dat in 2021 meer dan 4,3 miljoen gesimuleerde phishingaanvallen van 1500 klantorganisaties anoniem evalueerde en de kans op succes van verschillende aanvalstactieken analyseerde.

Bewustzijn van cybersecurity laag

De resultaten tonen aan dat het bewustzijn van cybersecurity zorgwekkend laag blijft: ongeveer 31 procent van de deelnemers klikte op ten minste één gesimuleerde phishing-e-mail. Dit betekent dat 1 op de 3 social engineering-aanvallen succesvol zou zijn geweest.
Uit die studie bleek eerder al dat de onderwerpregels van e-mails die inspelen op emotionele manipulatie, het opwekken van druk, angst of nieuwsgierigheid, en het appelleren aan autoriteit en financiële verlangens, het meest kansrijk zijn.
99 procent van de respondenten zegt dat het versterken van de beveiligingscultuur van hun organisatie het komende jaar belangrijk is.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) ziet in de eerste helft van 2022 dat fraudeurs hun methodes in een steeds sneller tempo afwisselen. Ze spelen daarbij onder andere in op de actualiteit om mensen geld afhandig te maken. Zoals momenteel het misbruiken van de energiecrisis, en bijvoorbeeld ook de ‘antibacteriële pas’ tijdens de coronapandemie.

Uit de in september gepubliceerde Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het ministerie van Justitie en Veiligheid, blijkt dat Nederlanders in 2021 naar eigen zeggen in totaal 2,5 miljard euro schade hebben geleden door criminaliteit. Online oplichting, zoals helpdeskfraude, vriend-in-nood-fraude en valse facturen, zorgde vorig jaar volgens het CBS voor 261 miljoen euro aan schade, verdeeld over 97.000 slachtoffers. Van helpdeskfraude werd in de eerste helft van dit jaar voor 35 miljoen euro aan schade gemeld bij de banken. Online fraude blijft dus een hardnekkig maatschappelijk probleem.

Actualiteit

Oplichters spelen daarbij in op de actualiteit, maken misbruik van opgebouwd vertrouwen en creëren urgentie met tijdsdruk, zo constateert de NVB. Dit zijn manipulatiepatronen die je kunt leren herkennen. Zo is de boodschap van een oplichter vaak dwingend van aard. Fraudeurs doen zich bijvoorbeeld voor als bankmedewerkers die bellen of aan de deur staan om te waarschuwen voor een verdachte activiteit op een bankrekening. De oplichters stellen vervolgens voor om geld tijdelijk over te maken naar een andere, zogenaamd veilige kluisrekening. Of ze vragen om een programma te installeren, waardoor ze op afstand mee kunnen kijken op de pc van het beoogde slachtoffer. Zo kunnen ze geld overmaken. Een andere veelgebruikte strategie verleidt mensen met persoonlijke berichten, bijvoorbeeld via WhatsApp, om geld over te maken naar het valse bankrekeningnummer van een vriend of familielid in nood. En dat blijkt effect te hebben.

Hoogleraar Cyber Security Marianne Junger (Universiteit Twente) zegt: “Fraude kan iedereen overkomen. De oplichters maken gebruik van eigenschappen die we als mens allemaal hebben, en werken in op het vertrouwen dat mensen van nature hebben. Het is daarom belangrijk om beter en snel te kunnen herkennen wanneer er sprake kan zijn van fraude. Kennis over fraude is daarin essentieel.”