Bij alle innovaties die de computer-industrie sinds de jaren zestig van de vorige eeuw doorvoerde, is de computermuis eigenlijk nauwelijks veranderd. Goed: in 1963, toen de Amerikaanse elektrotechnicus Douglas Engelbart de muis uitvond, was die nog niet draadloos. En het device beschikte over een metalen balletje, waar we nu een optische sensor hebben. Die geeft de bewegingen van de hand door aan de pc of laptop.

De basis van de muis veranderde nooit: een toestel dat je links of rechts van het toetsenbord gebruikt, dat zich bevindt in de handpalm van de gebruiker. “Het kan eigenlijk niet de bedoeling zijn dat je continu je arm strekt, je handpalm aanspant en dit alles buiten je visuele centrum doet. Je kijkt immers recht vooruit, naar je beeldscherm en eventueel naar het toetsenbord dat zich wel voor het beeldscherm bevindt,” legt Kenneth Nielsen uit in een gesprek met ChannelConnect. Hij is sinds begin dit jaar CEO van Contour Design, een firma die al sinds 1995 werkt aan ergonomische verbeteringen van het concept ‘muis’. “We zijn als mens gebouwd om te werken met onze handen vóór ons lichaam, niet ernaast. En zeker niet hele werkdagen lang.”

Ergonomische werkplekken

Contour Design levert daarom producten waarmee mensen veilig achter hun computer kunnen werken zonder risico op fysieke overbelasting of letsel, zowel op locatie als thuis. “In de Noordelijke landen van Europa bestaat al langer wetgeving die werkgevers verplicht werkplekken ergonomisch gezien optimaal in te richten. Dit om overbelasting en blessures te voorkomen,” geeft Nielsen aan. “We zien nu in meer landen interesse in apparatuur die proactief de gezondheid op het werk stimuleren.”

De onderneming lanceerde afgelopen week een nieuwe serie muisoplossingen, namelijk de RollerMouse Pro en SliderMouse Pro (foto).

Gebruiker letterlijk centraal gesteld

“Onze nieuwe RollerMouse Pro en SliderMouse Pro stellen de gebruiker centraal. Alle functies zijn gecentraliseerd, waardoor de armen van de gebruiker recht voor het lichaam rusten. Strekken en draaien worden zo tot een minimum beperkt.”

Bij de ontwikkeling van de devices was de wens om aan te sluiten bij de Scandinavische designtraditie. En tevens te streven naar duurzame apparaten. Nielsen: “Alle harde kunststof in de nieuwe producten is gemaakt van 100% gerecycled materiaal.”

In de novembereditie van ChannelConnect leest u een uitgebreid interview met Kenneth Nielsen

SLTN, een IT-dienstverlener met een breed aanbod aan services, is een partnership aangegaan met Identity security-provider One Identity. Samen zullen de ondernemingen een uniform identiteitsbeveiligingsplatform leveren om eindklanten op een veilige manier toegang te geven tot informatie die past in het Security 2.0-model.

Beschermen van identiteit

Met de opkomst van werken op afstand, de sterk toegenomen populariteit van cloud-diensten en de versnelling van de digitale transformatie, is het beschermen van identiteit nog nooit zo belangrijk geweest, stellen de ondernemingen in een gezamenlijk bericht. De beste manier om organisaties in deze dynamische omgeving te beschermen, is volgens SLTN en One Identity door over te stappen van een gefragmenteerde naar een holistische benadering van identiteitsbeveiliging. Zo kunnen zij het wijzigen of verwijderen van machtigingen versnellen en zo een belangrijke stap zetten in het bereiken van een adaptieve Zero Trust-strategie.

Holistische aanpak

SLTN gebruikt One Identity om efficiënter te werken, en compliance en beveiliging toe te voegen aan de al bestaande datacenterdiensten. Deze missie sluit aan bij de Ideale Cybersecurity-aanpak die SLTN biedt. De beste manier om organisaties in deze dynamische omgeving te beschermen, is door over te stappen van een gefragmenteerde naar een holistische benadering van identiteitsbeveiliging. Misschien wel het belangrijkste is dat het wijzigen of verwijderen van machtigingen versneld kunnen worden en dat er zo een belangrijke stap gezet kan worden in het bereiken van een adaptieve Zero Trust-strategie. SLTN gebruikt One Identity om efficiënter te werken, en compliance en beveiliging toe te voegen aan hun datacenterdiensten.

Cyberbeveiligingshouding

One Identity levert uniforme identiteitsbeveiligingsoplossingen die klanten helpen hun algehele cyberbeveiligingshouding te versterken en de mensen, applicaties en gegevens te beschermen die essentieel zijn voor het bedrijfsleven. “Dat is een uitstekende aanvulling op de cybersecurityoplossingen die wij al aanbieden,” zegt Eugène Tuijnman, CEO van SLTN. Walter Bioch, Sales Director One Identity Benelux vult dit aan: “Door de samenwerking met SLTN heeft One Identity een professionele organisatie gevonden om de eindklanten weerbaarder te maken tegen de steeds groter wordende cyberdreiging.”

Contour Design, de leverancier van ergonomische werkplek-apparatuur maakte in nog geen twee jaar tijd een complete metamorfose door. “We hebben de wind in de rug,” zegt CEO Kenneth Nielsen (foto).

Twee jaar geleden kwam Contour Design in handen van Private Equity fonds Polaris; de onderneming verhuisde dit jaar van Amerika naar Kopenhagen, stelde een nieuwe CEO aan, breidde het aantal landen waarin het actief is uit en voerde veranderingen in het portfolio door. “We willen de omzet verdrievoudigen in de komende vijf jaar,” stelt CEO Kenneth Nielsen, die eerder onder meer voor Apple en Amazon werkte. “En onze partners zijn essentieel voor ons om deze ambitie te realiseren.”

Ergonomische devices

Zoals ChannelConnect al schreef in de septembereditie, is Contour Design onder meer bekend van de zogenaamde RollerMouse. Deze ergonomische pointer was al langer zeer succesvol in de Scandinavische landen. Nielsen legde dinsdag tijdens een presentatie in Stockholm uit, dat in de Noordelijke landen strenge wetgeving bestaat die bedrijven verplicht de werkplek ergonomisch in te richten. “We zien echter dat het ook in andere landen steeds belangrijker wordt gevonden.”

Dat heeft deels met een bewustere leefstijl te maken, maar ook met het feit dat ondernemingen een optimale werkomgeving inzetten om in tijden van personeelsschaarste medewerkers aan te trekken en te behouden.

Nieuwe producten

Om in te spelen op de grotere interesse en de gewenste groei mogelijk te maken van de onderneming, zet Contour Design in op drie elementen. Ten eerste het opzetten van eigen organisaties in een groot aantal landen. Daarnaast een aanpassing van het partnerprogramma. En tot slot de lancering van nieuwe producten.

Naast nieuwe medewerkers in de Noordelijke landen, zijn inmiddels teams gevormd in de Benelux, in de DACH-regio en in Groot-Brittannië. Ook aan een Frans team wordt gewerkt. “Daarnaast gaan we heel gericht de markt bewerken in Californië,” vertelt de CEO. “Amerika is een uitdaging, maar in het progressieve Californië zien we absoluut kansen.”

Toegevoegde waarde bij partners

Eerder dit jaar lanceerde Contour een vernieuwd partnerprogramma. “Bij het uitbreiden van het aantal markten waarin we actief zijn, past een uniform programma voor de partners,” geeft Nielsen aan. “Veel van onze partners zijn in meerdere landen actief – wat overigens ook geldt voor de klanten van die partners.” Het partnerprogramma moet partners nadrukkelijk belonen voor de toegevoegde waarde die ze leveren en de kennis die ze opbouwen. “Wie investeert in ons zal daar goed van oogsten,” stelt de CEO.

Vraag creëren

Als aanbieder van een design-nicheproduct in het B2B-segment heeft Contour Design een uitdaging, weet Nielsen. “Brede marketingcampagnes voldoen niet. Het gaat erom vraag te creëren vanuit de markt. Ook daarbij zijn resellers heel belangrijk. Als potentiële klanten onze producten zien en ervaren, dan zijn ze doorgaans enthousiast.”

Dat enthousiasme was voelbaar onder de meer dan honderd internationale partners toen de nieuwe producten werden onthuld: een doorontwikkeling van de RollerMouse Pro én de gloednieuwe SliderMouse Pro. Beide devices zijn leverbaar vanaf eind oktober.

Nederland scoort in de ranglijsten voor digitale economie en connectiviteit. Na drie jaar afwezigheid is Nederland teruggekeerd in de top 3 van de toonaangevende Digital Economy and Society Index (DESI). Ook als het gaat om de gemiddelde internetsnelheid scoort ons land een Europese podiumplaats.

Onlangs publiceerde de Europese Commissie een nieuwe versie van haar jaarlijkse DESI-index. De index rangschikt Europese landen als het gaat om de kwaliteit van de digitale connectiviteit en infrastructuur, de mate van digitalisering binnen samenleving, bedrijfsleven en overheid en meet ook de digitale vaardigheden van inwoners.

Slechtere ranking

Nederland is na 3 jaar van een slechtere ranking teruggekeerd in de top 3. Ons land stijgt onder meer omdat het bedrijfsleven verder digitaliseert. Met gebruik van sociale media, cloudtoepassingen en het benutten van data loopt het bedrijfsleven ten opzichte van de EU voorop. Ook de Nederlandse investeringen in AI en quantum en micro-elektronica versterken onze economische positie. Nederlanders zijn ook bovengemiddeld digitaal vaardig. Datzelfde geldt voor het aanbod en de kwaliteit van de digitale overheidsdiensten.

Connectiviteit

Zoomen we verder in op connectiviteit, dan zien we dat ons land op de tweede plaats staat, na Denemarken. Spanje maakt de top 3 compleet. De Commissie meet hier middels verschillende indicatoren de prestaties op het vlak van gebruik en dekking van snel vast internet, gebruik en dekking van 5G en mobiel internet en de prijs van breedbandabonnementen.

Glasvezel

Ons land scoort hoog qua dekking van snel vast internet. Samen met Cyprus, Malta, Luxembourg en België bevindt ons land zich in de kopgroep van landen waar meer dan 99% van de huishoudens hiervan gebruik kan maken. Wanneer we alleen kijken naar FttH en DOCSIS 3.1, de zogenaamde VHCN-categorie (Very High Capacity Networks), dan staan we op de zesde plek, na Malta, Luxemburg, Denemarken, Spanje en Letland, met een dekking van boven de 90%.

Internetsnelheid

Onze goede positie vertaalt zich ook naar de gemiddelde internetsnelheid. Prijsvergelijker cable.co.uk publiceerde begin september een analyse van 1.1 miljard speed tests, verricht door M-Lab in 220 landen tussen 1 juli 2021 en 30 juni 2022. Ook hier scoort Nederland goed.
West Europa domineert deze lijst, met 7 landen in de top 10, maar die omvat vrijwel allemaal eilandstaten en dwergstaten als Jersey, Macau, Liechtenstein, Gibraltar en Andorra. De onderzoekers constateren dan ook dat er een sterke correlatie is tussen de geografische omvang van een land en de gemiddelde snelheid, omdat een upgrade van het gehele netwerk in een klein gebied natuurlijk eenvoudiger is dan in een groot land.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Het oog van Mark van Brummen, Presales Consultant bij USoft, viel deze week op een artikel over de moeilijkheden omtrent het beheren van de alsmaar groeiende hoeveelheden data. In de turbulente wereld van IT, waar continu nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, lijkt het bijbenen van de explosieve datagroei steeds lastiger te worden. Deze ontwikkeling maakt dat CIO’s wereldwijd voor een uitdaging komen te staan.

De uitdaging van monitoring

De databerg lijkt steeds hoger te worden, met als extra uitdaging dat data veelal verspreid zit door de gehele organisatie, waardoor er ook gebruik wordt gemaakt van meerdere monitoringstools. Je kunt deze situatie vergelijken met die van een luchtverkeersleider, die op twintig schermen tegelijk moet kijken en alles in de gaten moet houden. Dit is echter niet de core activiteit van IT-professionals, en door het enorme volume aan data is de kans groot dat men niet meer ziet welke data belangrijk is en hoe de meeste waarde uit data gehaald kan worden.

En dit is slechts een fractie van die grote berg. Door te investeren in slimme monitoringstools kun je makkelijker aangeven welke data relevant is en welke niet, en monitor je dus alleen de data waarop actie vereist is. Daarnaast brengen deze tools de diverse datastromen uit de organisatie bij elkaar, wat overzicht creëert én kansen biedt om de data effectief in te zetten. Dit laatste is nodig om ‘Act Now’ te zijn als organisatie, en te kunnen voldoen aan de hoge verwachtingen die klanten vandaag de dag hebben. Deze slimme tools zijn dusdanig geavanceerd dat ze uit zichzelf harder of juist langzamer gaan werken in piek- of juist dalperiodes. Zo bespaar je als organisatie kosten en ontlast je je medewerkers.

Waarde van data

Om data daadwerkelijk effectief en efficiënt in te zetten, is het van belang dat je weet wat de waarde van deze data is. Dit doe je door te bepalen wat je met data kunt en wat je uit deze data kunt halen voor een betere dienstverlening. Het gaat er dus echt om wat je in je bedrijfsvoering met data kunt doen.

Een mooi voorbeeld hiervan is Schiphol. De luchthaven analyseert en koppelt met behulp van low code data aan elkaar, met als resultaat dat data direct extra waarde krijgt en ingezet wordt in het operationele proces. Bijvoorbeeld wanneer een vlucht vertraagd is, worden medewerkers en systemen geïnformeerd over welke mensen er in het vliegtuig zitten, of zij over moeten stappen op een andere vlucht en of die eventuele overstap überhaupt nog mogelijk is. Hierdoor kunnen ze zorgen voor de beste service voor de klant, zelfs voordat de vlucht geland is. Denk aan het inzetten van extra personeel bij de aankomstgate of het in gang zetten van oplossingen wanneer passagiers hun overstap niet meer halen.

Door deze twee (bijna fysiek gescheiden) verschillende datastromen, de informatie van de vertraagde vlucht en de informatie van de volgende vlucht, met elkaar te verbinden, heeft Schiphol de customer experience naar een hoger niveau getild. En kan sneller reageren op verstoringen in het proces.

Het begint bij de basis

Succesvolle digitale transformatie is alleen haalbaar wanneer je beschikt over een goede fundatie om op voort te bouwen. Maak als organisatie tijd vrij om de huidige systemen en datastromen onder de loep te nemen. Inzichtelijk maken welke data je al hebt, waar deze data zit en vooral wat je met deze data kunt doen, is een goede eerste stap naar het creëren van overzicht. Vanuit deze positie kun je stappen ondernemen om de databerg tegen te gaan door het IT-landschap op een gestructureerde manier in te richten.

Het trotseren van de databerg is te vergelijken met het beklimmen van een daadwerkelijke berg. Dezelfde kernprincipes zijn van toepassing: zorg dat je goed voorbereid bent, bepak jezelf met de juiste tools en leer hoe je deze moet gebruiken. Vanaf het startpunt lijkt de reusachtige hoeveelheid aan data waarschijnlijk intimiderend. Maar wanneer je start met de klim, biedt de groei in beschikbare informatie juist een prachtige kans, namelijk de kans om deze data effectief toe te passen om zowel de user- als customer experience te optimaliseren.

Na de twee jaar durende coronacrisis hebben bedrijven meer vertrouwen gekregen in hun eigen vermogen om een oplossing te bieden voor beveiligingsrisico’s.  Dat blijkt  de 2022 Thales Access Management Index, op basis van een wereldwijde enquête onder 2.800 IT-besluitvormers uitgevoerd door 451 Research.

84 procent van alle IT-professionals zegt vertrouwen te hebben in hun systemen voor het beveiligen van de toegang van gebruikers tot applicaties, systemen en data. Evenals in hun vermogen om eenvoudig en veilig thuiswerken te waarborgen. In 2021 was dit nog slechts 56 procent. 60 procent van de respondenten zegt daarnaast veel vertrouwen te hebben in hun toegangsbeveiliging. Een stijging van ruim 38 procent ten opzichte van vorig jaar.

Vertrouwen in authenticatie

Bedrijven blijven zich zorgen blijven maken over de beveiligingsrisico’s die met thuiswerken gepaard gaan. Deze zorgen lijken echter afgezwakt te zijn. Bedrijven krijgen ook meer vertrouwen in hun systemen voor authenticatie en toegangsbeheer om deze risico’s te ondervangen. Slechts 31 procent van alle IT-professionals zegt zich ernstig zorgen te maken over de beveiligingsrisico’s rond thuiswerken. Dat is een daling van acht procent ten opzichte van 2021. Het aantal respondenten dat aangeeft zich enigszins zorgen te maken, nam met 5 procent toe tot 48 procent.

MFA is in opkomst

Het gebruik van multi-factor authentication (MFA) wordt het vaakst ingezet voor thuiswerkers (68%) en gebruikers met speciale toegangsrechten (52%). Uit het onderzoeksrapport blijkt ook dat het gebruik van MFA toeneemt. Het aantal medewerkers buiten de IT-afdeling dat gebruikmaakte van MFA bedroeg 40 procent, een stijging van zes procent. Toch is het gebruik van MFA nog altijd niet de norm. Slechts iets meer dan de helft (56%) van alle respondenten past dit binnen hun organisatie toe.

Belangstelling voor toegangsbeheer

Ook werd gevraagd naar de directe gevolgen van de coronacrisis en thuiswerken voor de implementatieplannen van nieuwe technologieën voor toegangsbeveiliging. Wereldwijd bleek 37 procent plannen te hebben voor de implementatie van een standalone MFA-oplossing, een stijging van zes procent. De coronacrisis was ook van invloed op de plannen van bedrijven voor de implementatie van cloudgebaseerd toegangsbeheer. 45 procent van de IT-professionals kiest voor deze oplossing. In 2021 was dat nog 41 procent.

Adequate beveiliging nodig

Beide ontwikkelingen onderschrijven het groeiende besef dat cyberbedreigingen uit alle hoeken komen, en dat effectieve authenticatie en toegangsbeheer belangrijke vereisten zijn voor adequate beveiliging. Vorig jaar was zero trust network access ZTNA/software-defined perimeter (SDP)-technologie de belangrijkste keuze van 44 procent van alle respondenten. In 2022 kwam ZTNA op de tweede plaats met 42 procent.

Ruim de helft (55%) van de IT-professionals heeft volgens onderzoek minder vertrouwen in openbare clouddiensten dan twee jaar geleden. De enquête werd weliswaar in Groot-Brittanië uitgevoerd, maar de resultaten kunnen ook voor Nederlandse bedrijven interessant zijn.

De onderzoekers keken naar de ervaringen met openbare clouddiensten van 500 IT-professionals in het Verenigd Koninkrijk over de afgelopen twee jaar. De uitkomsten roepen de vraag op of hyperscale wel de beste weg vooruit is. De respondenten noemen transparantie, klantenservice en het gemak waarmee men workloads kan migreren als potentiële zorgpunten. In het algemeen wijzen de resultaten op een aanzienlijk vertrouwensprobleem in de relatie met public cloudproviders.

Onbegrip over kosten

Zo ervaart de meerderheid (57%) van de respondenten het migreren van workloads uit een public cloudomgeving als uitdagend. Dit, terwijl iets minder dan de helft (49%) moeite heeft om de kosten van hun eigen cloudgebruik te begrijpen. Bijna de helft (49%) ervaart problemen bij het benaderen van de klantenservice van de provider van hun public clouddiensten.

Gevraagd naar de optimale IT-infrastructuur voor hun organisatie zetten respondenten private cloud only (23%) op de eerste plaats. Dit wordt gevolgd door een mengeling van on premises en public cloud (20%). Op de derde plaats noemen de professionals public cloud only (17%) en een mengeling van on premises en private cloud (14%). On premises only is het minst populair met 7%.

Nog veel on premies legacy aanwezig

Het is duidelijk dat de sector steeds minder gebruikmaakt van on premises legacy-infrastructuur, en tweederde (66%) van de respondenten denkt dat on premises infrastructuur in de komende twee jaar helemaal zal verdwijnen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat hoewel on premises geen belangrijk onderdeel meer is van IT-strategieën, de optie in veel organisaties nog wordt benut.

Positief is dat dit geen remmende invloed lijkt te hebben op innovatie. Slechts 16% van de respondenten zegt dat legacy-infrastructuur een belemmering vormt voor verdere cloudadoptie. Of voor het vermogen van de organisatie om zakelijke beslissingen te nemen. De focus ligt meer op de implementatie van applicaties op de juiste plaats. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dan ook dat het einde van on premises infrastructuur nog wel even op zich zal laten wachten.

Adoptie van cloudinfrastructuur

Hoewel de cloud inmiddels een essentieel onderdeel is van veel IT-infrastructuurstrategieën, beschouwen de ondervraagde IT’ers ‘cloud only’ en ‘cloud first’ niet als oplossing voor elke zakelijke behoefte. Tijdens de pandemie was er een toename in de adoptie van cloudinfrastructuur. Het onderzoek laat echter zien dat de populariteit van ‘cloud first’-strategieën in 2022 is afgenomen.

In de pre-coronaperiode van januari 2019 tot december 2021 omschreef 36% van de organisaties hun benadering van IT-infrastructuur als ‘cloud first’. Slechts 19% meldde officieel een ‘cloud-only’-aanpak te hanteren. In de post-coronaperiode vanaf januari 2022 nam het gebruik van ‘cloud first’-strategieën af tot 31%. Dit, terwijl ‘cloud only’ toenam tot 25% van de respondenten.

Een nieuw onderzoeksrapport van MIT Technology Review Insights toont dat specialisten AI en databeheer zien als essentiële pijlers voor zakelijk succes. Maar tevens dat slecht databeheer een kritiek gevaar vormt voor toekomstig AI-succes.

AI wijdverspreid

Afhankelijk van de branche verwacht 61% tot 71% van de respondenten dat AI tegen 2025 wijdverspreid of zelfs cruciaal zal zijn in de bedrijfsvoering. Respondenten bereiden daarom voor de komende drie jaar een grote uitbreiding voor van het bedrijfsbrede gebruik van AI. Overigens geeft ruim 90% aan dat de branche waarin ze werkzaam zijn nu al gebruik maakt van AI.

Databeheer uitdaging

De snelle opmars zorgt echter ook voor uitdagingen. 72% van de respondenten op directieniveau benadrukt namelijk dat problemen met databeheer een gevaar zijn voor toekomstig AI-succes. De meerderheid van de ondervraagde bedrijven investeert de komende drie jaar om die reden in het integreren van hun dataplatform om de ingebruikname van AI te ondersteunen. 68% van de respondenten – en vrijwel alle directieleden (99%) – noemt dat dit cruciaal is voor het succes van hun datastrategie.

Niet gehaalde AI-doelstellingen

De intensieve relatie tussen datastromen en AI blijkt ook uit de cijfers van het onderzoek. Meer dan driekwart van de respondenten zegt dat het opschalen van AI- en machine learning-activiteiten de komende jaren dé belangrijkste methode voor bedrijfsgroei is binnen hun datastrategie. Omgekeerd geldt dat data-uitdagingen voor ruim twee derde van de ondervraagde leiders de reden zijn waarom bedrijven hun AI-doelstellingen niet halen.

Verwerkingssnelheid

Om het AI-gebruik op te schalen zijn verbeteringen nodig in de verwerkingssnelheid, het beheer en de kwaliteit van data zodat ze beter geschikt zijn voor analyse en modellering, stellen de onderzoekers.

Multi-cloud en open standaarden worden gezien als integraal in de ontwikkeling van AI. De meeste respondenten (72%) zien waarde in de flexibiliteit van multi-cloud in de ontwikkeling van AI. De geïnterviewde CIO’s benadrukken bovendien het belang van open standaarden in cloud-architectuur.

Over het rapport

Het rapport ‘CIO vision 2025: Bridging the gap between BI and AI’ bevat resultaten uit onderzoek in mei en juni 2022 onder 600 CIO’s, CDO’s en CTO’s uit 14 bedrijfstakken, waaronder in Nederland

CrowdStrike lanceert het CrowdStrike Powered Service Provider (CPSP)-programma. Het CPSP-programma stelt serviceproviders in staat om gebruik te maken van bredere oplossingsbundels. Ook kunnen ze hun, winstgevendheid vergroten.

Daarnaast richt CrowdStrike een nieuwe ‘Elite tier’ op. Dit ondersteunt CPSP-partners met campagnes, vaardigheden en uitgebreide marktkansen. Deelname is voor geselecteerde partners voorlopig slechts mogelijk op uitnodiging

Cybercriminelen innoveren snel

De reden dat CrowdStrike het CPSP-programma heeft opgezet, is serviceproviders in staat te stellen beter in te spelen op ontwikkelingen in de markt. Kwaadwillenden blijven zich immers razendsnel ontwikkelen. Hierdoor hebben serviceproviders technologieën nodig die voorspelbare en schaalbare beveiligings- en bedrijfsresultaten voor hun klanten opleveren.

Het CrowdStrike Falcon-platform is speciaal gebouwd in de cloud. Hiermee zijn partners in staat om snel oplossingen te leveren voor endpointbeveiliging en XDR, cloudbeveiliging, identiteitsbescherming, gegevensbescherming, managed threat hunting, beveiliging en IT-operaties, threat intelligence en log management.

De inhoud van het programma

CPSP-partners kunnen ervoor kiezen om CrowdStrike pakketbundels of individuele Falcon-platform modules op te nemen in het beveiligingsaanbod aan hun klanten. Daarnaast komen de partners in aanmerking voor een breed scala aan kortingsopties. Denk aan korting voor gespecialiseerde pakketbundels en add-on modules en volumekortingen voor CPSP-pakketbundels.

Ook hebben Elite CPSP-partners toegang tot allerlei extra’s die de klanttevredenheid met geavanceerde beveiligingsmogelijkheden helpen te verhogen. Dit omvat onder andere nieuwe value-added bundels en technische ondersteuning en partnercampagnes.

Een grote meerderheid van de Nederlandse directeuren (62%) beschouwt aanvallen op de IT-security inmiddels als een van de grootste zorgen. Het is daarmee voor hen de belangrijkste prioriteit geworden, zelfs vóór inflatie (46%) en tekorten aan IT-talent (46%). Deze cijfers blijken uit de tweede editie van het Cybersecurity Annual Research Report van Rackspace Technology.

Directie als voorvechter security

Deze bevinding wordt weerspiegeld in de veranderende relatie tussen IT-beveiligingsteams en directies. 69% van de respondenten is van mening dat beveiligingsteams meer op de radar staan van de directie dan vijf jaar geleden. Drie kwart (75%) van hen beschouwt de directie inmiddels als voorvechter van IT-beveiliging.

De communicatie tussen de twee teams is over het algemeen ook sterk, waarbij 82% van de respondenten zegt dat er weinig communicatiesilo’s zijn. Ruim zeven op de tien (72%) van hen is van mening dat de directie en IT-beveiligingsteams regelmatig samenwerken.

Toenemende investeringen

Nu er op hoog niveau meer aandacht is voor IT-beveiliging, ziet men ook het belang in van een toename van de financiering daarvan. Bij bijna acht op de tien Nederlandse organisaties (79%) verhoogt men momenteel de investeringen in IT-beveiliging. De gemiddelde jaarlijkse investering in IT-beveiliging bedraagt in Nederland inmiddels 5,18 miljoen dollar. Dat is weliswaar onder het wereldwijde gemiddelde van 6,12 miljoen dollar, maar bij 12% van de organisaties legt men hiervoor ten minste 10 miljoen dollar per jaar vast.

Krappe arbeidsmarkt

De nieuwste uitdaging is vaststellen hoe deze verhoogde financiering het beste besteed kan worden. Dit geldt vooral in een krapper wordende arbeidsmarkt en met hogere uitgaven voor specialistische IT-vaardigheden. De Nederlandse respondenten beschouwen een gebrek aan gebrek aan expertise (47%) als de meest voorkomende reden waarom een organisatie een beroep moet doen op externe beveiligingsbedrijven, gevolgd door mankracht (38%).
Nu een groot deel van de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden in de cloud, investeert bijna twee derde (64%) van de Nederlandse organisaties in cloud native security, een gespecialiseerd deelgebied van IT-beveiliging.