IT-dienstverleners die zich specialiseren in een bepaald type service worden gemiddeld hoger gewaardeerd dan allround-dienstverleners. Een uitzondering hierop is te vinden bij pure securitypartijen. Hun waarde blijkt vaak pas bij een incident

Dit is te lezen in de laatste editie van de IT Xperience Monitor van Giarte. Dit is het jaarlijks onderzoek naar de tevredenheid van organisaties die hun IT uitbesteden. In het onderzoek zijn evaluaties betrokken van 762 uitbestedende organisaties, die zakendoen met in totaal 36 IT-bedrijven.

Uit het jaarlijkse onderzoek naar de tevredenheid van organisaties die hun IT uitbesteden blijkt dat eindklanten security-dienstverlening veelal zien als water uit de kraan of elektriciteit. “Het moet er altijd zijn,” is de houding bij uitbesteders. De toegevoegde waarde van de dienstverlening blijkt vooral bij incidenten pas echt.

Security dienstverleners scoren lager

IT-bedrijven die (alleen) actief zijn op het vlak van IT-securitydienstverlening ontvangen gemiddeld lagere scores dan organisaties die zich niet alleen met security-management bezighouden.

Er is sinds COVID-19 wel meer aandacht voor securitymanagement. Maar Giarte ziet nog steeds dat de zorg voor IT-security slechts bij een klein deel van de markt een significant deel van het IT-budget omvat. Tevens constateert Giarte op basis van het onderzoek dat de verantwoordelijkheid vaak nog niet bij een partij is belegd die zich alleen maar met security bezighoudt.

Voor de allrounders, dat zijn IT-bedrijven die alle typen dienstverlening binnen Managed Services leveren, in het onderzoek geldt dat samenwerken met hen aantrekkelijk is voor bedrijven die bijvoorbeeld één aanspreekpunt willen hebben. Of die volledig ontzorging wensen. Maar blijkt ook dat deze allround-IT-bedrijven erg hun best moeten doen om domeinkennis op te bouwen. Ze kunnen geconfronteerd kunnen worden met te hoge verwachtingen van uitbestedende organisaties.

Operationele fit

IT-bedrijven die hoog scoren op Customer Delight (Aanbeveling, Vertrouwen en Verwachtingen) in het onderzoek, hebben vaak een aantal gemene delers. Deze IT-bedrijven hebben een goede operationele of culturele fit. Dat betekent dat hun werkwijze of cultuur goed aansluit met de organisatie waarmee ze samenwerken.

Hoog scorende IT-bedrijven hebben daarnaast een hoge mate van klantintimiteit. Bijvoorbeeld doordat ze snel reageren op vragen en verzoeken. En daarnaast beschikken over vergaande kennis van de businessprocessen. Deze dienstverleners dragen bij aan het verwezenlijken van de businessdoelstellingen van hun klanten. Ook is bij hoog scorende IT-bedrijven vaak sprake van een focus en/of specialisatie in een bepaald type dienstverlening. Of in een bepaalde vertical.

Het Nederlandse bedrijfsleven is koploper als het om cloud gaat. 65 Procent van de Nederlandse bedrijven maakte in 2021 gebruik van cloud-diensten. Hieronder vallen zowel het gebruik van cloud-opslag als van cloud-applicaties. In Europa maakte gemiddeld 41 procent van de bedrijven gebruik van cloud.

ACM ziet risico

Het succes van cloud heeft gevolgen voor de relatie tussen cloud-aanbieders en het bedrijfsleven. Vooral als het gaat om grote platforms. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet risico’s voor de concurrentie op deze markt. Ze vindt het belangrijk om bedrijven en organisaties hiertegen te beschermen.

Uit een marktstudie van de autoriteit blijkt dat de grootste twee aanbieders (Microsoft Azure en Amazon Web Services) elk een marktaandeel hebben van 35 procent à 40 procent. “Gezien de kenmerken van de markt is het voor kleinere spelers moeilijk om effectief met grote geïntegreerde aanbieders te concurreren”, meldt de studie.

Gratis cloud-opslag als lokkertje

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM wijst erop dat de concurrentie tussen clouddiensten zich vooral richt op het moment waarop bedrijven of instellingen hun aanbieder voor het eerst kiezen. Aanbieders proberen hen dan te verleiden. Bijvoorbeeld door bijvoorbeeld gratis clouddiensten, zoals een bepaalde capaciteit aan cloud-opslag, en door volumekortingen aan te bieden. “Wie eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan daarna moeilijk overstappen naar een andere aanbieder.” Door een beperkte interoperabiliteit hebben bedrijven en organisaties weinig vrijheid in de keuze tussen clouddiensten van verschillende aanbieders, stelt Leijten.

Dominantie voorkomen

Simon Besteman, directeur van Dutch Cloud Community, geeft op vragen van ChannelConnect aan dat hij met belangstelling kennis heeft genomen van de marktstudie over clouddiensten van de Autoriteit Consument en Markt. “De ACM stelt dat Clouddiensten essentieel zijn voor digitalisering en de digitale economie. En dat Nederland bij de inzet van Cloud vooroploopt ten opzichte van de rest van Europa. Dat herkennen wij.” Ook is Besteman het ermee eens dat er bij aanbieders vaak sprake is van een gebrek aan interoperabiliteit. “Dat kan marktverstorend werken.”

Behoud van concurrentie en het voorkomen van dominantie van enkele aanbieders is ook naar het oordeel van Besteman essentieel. “Ook kleinere spelers moeten hun kansen op de markt van clouddiensten behouden.” De directeur voegt eraan toe dat regelgeving zoals die op dit moment geformuleerd wordt in de DMA data-act interoperabiliteit en portabiliteit al afdwingt.

Kleinere spelers mee laten wegen

Leijten (ACM) onderkent dat. Ze vindt dat aanbieders van clouddiensten verplicht moeten worden om interoperabiliteit mogelijk te maken. Besteman: “Zo verkleinen we de risico’s op lock-in voor afnemers. En geven we kleinere aanbieders de mogelijkheid om beter te concurreren. Bij betere interoperabiliteit kunnen afnemers ook diensten van kleinere spelers meenemen in hun cloud-strategie.”

SAP SE introduceert een nieuw systeem voor het categoriseren van partners: Competency Framework. Het is een onderdeel van het SAP PartnerEdge-programma. Het Competency Framework omvat twee belangrijke categorieën: partnercompetenties en klantresultaten.

Het nieuwe systeem laat de ervaring en vaardigheden van partners zien. En het zorgt op die manier voor een betere match tussen leveranciers, partners en klanten. “SAP-partners zijn cruciaal voor het succes van de digitale transformatie van klanten”, zegt Karl Fahrbach, Chief Partner Officer van SAP SE. “Daarom willen we het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om de juiste partners voor hun zakelijke behoeften te vinden. Bovendien kunnen we zo de kwaliteit van onze partners erkennen en belonen. Dit leidt tot meer succes voor hen.”

Kenmerken van het Competency Framework

Het Framework biedt het kanaal meer erkenning voor de ervaring en de toegevoegde waarde die partners met hun expertise en specialisaties inbrengen voor klanten. Daarnaast is er een geautomatiseerde omgeving die het mogelijk maakt dat partners snel anticiperen op de wensen van de klant. Ook introduceert de leverancier nieuwe logo’s in de SAP Partner Finder-tool die alle competenties van partners weergeven. Op die manier kunnen klanten die de tool gebruiken de juiste partner aan hun wensen koppelen.

Aan de andere kant worden de prestaties van de partners continu automatisch beoordeeld, aan de hand van hun expertkennis, gerealiseerde successen en bekwaamheid. Zo kunnen partners in het online portal SAP for Me continu zien welke aanvullende kwalificaties nodig zijn.

“Het Competency Framework geeft partners de mogelijkheid om hun expertise te laten zien en helpt klanten de juiste partners te vinden voor hun zakelijke behoeften”, zegt Paul Edwards, hoofd Software Channels & Ecosystems bij IDC. “Met de lancering van dit nieuwe model waardeert SAP het werk dat partners doen om klanten te helpen slagen.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Marc de Vries, Sales Director New Business Western Europe bij Unit4, kiest deze week het artikel over de nieuwe plannen van Microsoft voor haar cloud-servers. Het bedrijf kondigde namelijk tijdens een conference call aan dat het de levensduur van zijn cloud-servers verlengt van vier naar zes jaar. Naar eigen zeggen maken technologische vooruitgang en verbeterde efficiëntie van de server- en netwerkapparatuur de verlenging mogelijk. Microsoft neemt dit besluit in navolging van Amazon Web Services en Google.

Opvallend: tweejarige verlenging

Het nieuws viel De Vries meteen op omdat Unit4 ook haar cloud oplossingen aanbiedt op de Azure cloud-servers van Microsoft. Boekhoudkundig is het een snelle en grote winst van maar liefst 3,7 miljard dollar in 2023. Het luidt tevens ook het einde in van de jarenlange trend van het eindeloos uitbreiden en vervangen van hardware. Voor Marc de Vries is vooral de tweejarige verlenging van de levensduur erg opvallend. Het komt namelijk niet vaak voor dat organisaties in één keer een stap maken van 50 procent. Uit angst voor de uitval van een server, wordt er uit voorzorg vaak voor een kortere termijn gekozen. De keuze van Microsoft sluit volgens hem echter goed aan bij de huidige markt. Een markt die gekenmerkt wordt door zowel een personeels- als een chiptekort. En vooral één die vraagt duurzamere data centers. In deze samenloop van omstandigheden ziet Marc kansen om sustainability nog verder te verbeteren.

Duurzaam gebruik van de cloud-server

Het is De Vries natuurlijk ook opgevallen dat sinds Covid-19 de vraag naar software oplossingen in de cloud alleen maar toegenomen is en de cloud zich volledig heeft ingeburgerd in het bedrijfsleven. De continue, altijd toegankelijke en veilige opslagplaats voor data is niet meer weg te denken uit het IT-landschap. De vraag naar meer opslag leidt dan ook tot toenemende kritiek op het energieverbruik van datacenters en een roep om een duurzame oplossing. De oplossing en het probleem gaan in dit geval hand in hand. Op basis van de data over het gebruik van de cloud kan zowel de het gebruik van de cloud zelf als de benodigde  server capaciteit geoptimaliseerd worden.

Daarnaast stelt De Vries dat de kritiek op grote datacenters op dit onderdeel onnodig is. Het zijn juist de grote datacenters die door hun kwantiteit kunnen inzetten op duurzaamheid. Ze gaan doelmatiger om met energie onder andere door investeringen in restwarmte projecten. Deze mogelijkheid hebben organisaties met eigen servers op locatie niet tot hun beschikking. Met dit soort oplossingen kan sustainability zowel in de gehele keten van het bedrijfsleven als het datacenter verweven worden. Bovendien zullen grote datacenters in de toekomst zelfs CO2-neutraal gaan worden.

De grote retailers hebben de laatste devices met wifi 5 nog (net) niet verkocht, een grote fabrikant als Apple heeft de aangepaste versie van wifi 6, die als ‘nummer’ 6E kreeg nog niet in iPhones verwerkt. Toch laat chipfabrikant Intel al weten wanneer wifi 7 op de markt komt en wat we daarvan mogen verwachten.

Net zoals de VW Golf serie 7 volgde op de zesde generatie zo volgen ook technologieën elkaar al decennia op. “Alleen gaat het bij Wifi op dit moment wel erg snel,” stelt Eric van Uden, Country Manager Nederland bij AVM. Uiteindelijk zijn onder meer de fabrikanten van wifi- en internetrouters, zoals AVM, essentieel voor het slagen van de technologie die de chipfabrikanten uitdenken. En die de leveranciers van endpoints (telefoons, slimme verlichting, thermosstaten) inbouwen in hun producten.

Eerst in laptops

Wifi 7 verdubbelt bijna de frequentiebandbreedte en doet datzelfde met de snelheid. Eric McLaughlin, vice-president van Intel’s divisie voor draadloze oplossingen, liet tijdens een persconferentie weten de technologie in eerste instanties vooral in laptops toe te passen, en later pas in andere apparaten. De chipfabrikant verwacht dat de grote markten in de loop van 2025 devices kunnen leveren die met de technologie zijn uitgerust.

In de tussentijd rusten steeds meer fabrikanten hun toestellen uit met ‘6E’. De iPhone 14 bijvoorbeeld, die later dit jaar op de markt komt, beschikt er naar verwachting over. Wifi 6E biedt de functies en mogelijkheden van wifi 6, waaronder hogere prestaties, lagere latentie en snellere gegevenssnelheden, maar uitgebreid tot de 6 GHz-band voor verwerkingssnelheden van 2,4 Gbps. Het extra spectrum biedt meer ruimte dan de bestaande 2,4 GHz en 5 GHz band.

Geschikt voor residentiële markt

Wifi 7 zal niet alleen sneller zijn en een nog bredere kanaalband hebben dan zijn voorganger. Een belangrijke onderscheidende factor zal de multi-link-operatie (MLO) zijn. Dit betekent dat voor het eerst gegevens tegelijkertijd via meerdere radio-interfaces en banden kunnen worden verzonden en ontvangen. Met name realtime toepassingen zoals 8K-video zullen profiteren van Wifi 7 dankzij een hogere doorvoer en efficiëntie en een lagere latentie legt Heitor Faroni namens Alcatel-Lucent uit.

De boodschap van de chipfabrikanten is in elk geval dat wifi 7 ‘residentiele’ toepassingen moet verbeteren. Denk daarbij aan smart-home devices. Daarvan komen er steeds meer binnen een huishouden, en ook bij de buren. Dat zorgt in de stedelijke omgeving al snel voor interferentie en andere storingen. De nieuwe versie van de draadloze techniek moet dat in goede banen leiden.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Rene Altena, CTO bij Conclusion MBS. Zijn oog viel op het bericht dat veel bedrijven worstelen met het effectief gebruik van data. In het artikel staat dat maar liefst zeventig procent van de bedrijven worstelt om de waarde van hun data te ontsluiten. Hoewel dit percentage Altena niet per se verbaast, vindt hij het wel merkwaardig dat bedrijven anno nu nog steeds met dit soort problemen te maken hebben. Volgens hem is dat namelijk volstrekt onnodig.

Data overload

“Werken met computers en data is niks nieuws, daar werken we al decennia mee. Veel bedrijfsprocessen zijn tegenwoordig geautomatiseerd en ieder bedrijf werkt met databases. Je zou dan ook verwachten dat de meeste bedrijven inmiddels een pro zijn in het managen van data. Het tegendeel is waar. Als we de onderzoeksresultaten moeten geloven, lijkt het alsof we door de bomen het bos niet meer zien. Dat is op zich niet zo gek.”

“We werken in de cloud en dat maakt het heel gemakkelijk om letterlijk alles op te slaan. Zit de opslag vol? Dan kopen we opslagcapaciteit bij. Dat resulteert aan een berg met data, opgeslagen in data lakes bijvoorbeeld, waarin we als mens niet meer weten wat er precies opgeslagen ligt of relevant is. Maar kennelijk beschikken veel bedrijven ook niet over systemen die deze data op een gewenste manier kunnen interpreteren of ontsluiten. 83 procent van de bedrijfsleiders vindt namelijk dat zijn/haar organisatie te veel data heeft, 74 procent vindt het lastig om toegang te krijgen tot de juiste data en 60 procent spreekt van technologische beperkingen.”

Van data naar informatie

“De crux lijkt dat – wanneer we het over IT-systemen hebben – het heel vaak over technologie en de functionaliteit of schaalbaarheid ervan gaat. Er wordt te weinig vooraf stilgestaan bij wat je er als organisatie daadwerkelijk uit wil halen aan data. Aan ons als IT-sector is het daarom de taak om al aan de voorkant na te denken over welke data je nodig hebt en waarom. Zodat je het vervolgens kunt omzetten naar informatie waar je als bedrijf iets aan hebt. Doe je dat niet, dan zit je straks met een berg aan overbodige data. Bovendien is de data die je wél nodig hebt mogelijk onvindbaar, of in het ergste geval ontbreekt dit zelfs.”

Een goede datastrategie

“Maar hoe zorg je dat je data verandert in informatie waar je daadwerkelijk wat aan hebt? Daarvoor is het belangrijk om je te focussen. Juist omdat er anders wildgroei ontstaat. In plaats van alle informatie klakkeloos op te slaan zonder dat je weet of je dit ooit nog wel nodig hebt, is het beter om vóóraf na te denken over welke data je daadwerkelijk nodig hebt. En te bedenken wat je hier dan vervolgens mee wil doen.”

“Bij Conclusion MBS hanteren we een projectaanpak waarbij we focussen op vier datadeelgebieden: klanten, producten, processen en medewerkers. Voor elk van deze gebieden ontwikkelen we vervolgens een datastrategie die voortkomt uit de bedrijfsstrategie. Dat doe je door te bedenken welke plek het bedrijf in de markt inneemt, welke data je daar vanuit wilt genereren van ieder deelgebied, om daar vervolgens de tools op af te stemmen. Dat doen we altijd samen met de klant. Wat voor klantdata willen we opslaan? Welke data willen we uit de processen halen? Denk ook na over wat je wil meten van de producten. En hoe je omgaat met medewerkers én welke tools je hen geeft zodat ze chocola van data kunnen maken. Hoe modern en flexibel moeten deze tools zijn? Door hier samen vooraf goed en kritisch over na te denken en de link met de business te houden, creëer je uiteindelijk nieuwe businessmodellen die je bedrijf verder helpen.”

IT en business versmelten

“In plaats van data klakkeloos op te slaan, is het belangrijk om dit te doen volgens een vooraf uitgedachte datastrategie. Zo voorkom je dat je te veel data verzamelt, het overzicht verliest en daardoor businesskansen misloopt. Denk ook na over de plek van je organisatie in de markt: voor wie besta je en hoe pak je dit aan? Pas je IT daar vervolgens op aan. Daarmee blijf je je data de baas én je concurrenten een stap voor. Dat is echte innovatie.”

Cloudserviceproviders hebben jarenlang in hardware geïnvesteerd, honderdduizenden servers ingezet en datacenters ter grootte van een voetbalstadion zo snel mogelijk uitgebreid. Daar lijkt nu deels een rem op te staan. Tijdens een recente conference call met analisten konidgde Microsoft plannen aan om de levensduur van zijn cloud-servers te verlengen. En wel van vier naar zes jaar.

Microsoft CFO Amy Hood noemde de “verhoogde efficiëntie in de werking van onze server- en netwerkapparatuur en de technologische vooruitgang” als de reden voor de langere bedrijfstijden. Deze factoren leidden ertoe dat de levensduur langer blijkt te zijn dan de boekhoudkundige gebruiksduur van de servers. Natuurlijk is er ook een financieel aspect. Volgens Hood zou Microsoft alleen al in het fiscale jaar 2023 3,7 miljard dollar kunnen besparen door de verlengde afschrijvingsperiode. En Microsoft is niet de enige. Ook Amazon Web Services als Google meldden dat ze de levensduur van hun cloudhardware verlengden.

Kleinere CO2-footprint

Het is opvallend dat IT-aanbieders dit nu pas ontdekken  dat apparatuur een langer leven heeft dan we doorgaans aannemen. ‘Gewone’ bedrijven verlengen hun updatecycli al langer.

Uit een IDC-enquête uit 2021 bleek dat 10 procent van de ondervraagde organisaties hardware vijf jaar of langer in leven houdt. Dat is niet onlogisch. Met de toename van cloud service voor applicaties en opslag stijgt de behoefte aan capaciteit op lokaal niveau veel minder snel dan voorheen. Dit is overigens meteen een belangrijk duurzaamheidsaspect. De IT-sector stoot de meeste CO2 uit tijdens de productiefase. Hoe langer we een device gebruiken, deste kleiner wordt de CO2-footprint tijdens de totale levensduur van de hardware.

Toename levensduur servers

Maar goed, als bedrijven uitwijken naar de cloud, verschuiven toch ook de eisen die gesteld worden aan de hardware. En wel naar de datacenters en servers die de cloud mogelijk maken. Toch hoeven ook die minder vaak vervangen te worden, stelt Ashish Nadkarni, group vice president van IDC’s global infrastructure business. “Ik denk dat bijvoorbeeld de gemiddelde tijd tussen twee storingen nu veel hoger is, vooral voor componentstoringen die de server in feite onbruikbaar zouden maken, zoals harde schijfstoringen of geheugenstoringen.” Bovendien is de totale levensduur van een server, dat wil zeggen de totale bedrijfstijd die de gebruiker van een server krijgt, aanzienlijk toegenomen.”

De servers van tegenwoordig hebben ook een efficiënter thermisch beheer, legt de IDC-analist uit. “Het ontwerp van de ventilator verbeterde. Net als het systeemontwerp met verschillende soorten koeltechnieken.” Dit zorgt ervoor dat de chips niet zo snel kapot gaan – en is ook nog eens duurzamer.

Overheidsinstanties mogen gebruik gaan maken van commerciële cloud-diensten. Daaraan zijn weliswaar voorwaarden verbonden, maar het is een behoorlijke beleidswisseling. Tot nu toe mochten overheidsinstanties alleen eigen clouddiensten gebruiken. Staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Digitalisering, D66) maakte het nieuwe beleid bekend in een brief die ze deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

Veel mensen en bedrijven gebruiken commerciële cloud-diensten al geruime tijd. Er is in de praktijk vaak al een hybride mix ontstaan van private cloud, public cloud en on-premise omgevingen. De overheid had in dat opzicht nog een weg te gaan, en verbood zelfs het gebruik van de bekende public clouds. Anders dan een paar jaar geleden winnen de voordelen het nu van de risico’s, aldus Van Huffelen.

Aantrekkelijk perspectief

Commerciële clouddiensten hebben zich de afgelopen jaren, mede onder invloed van de coronapandemie, razendsnel ontwikkeld. De kosten zijn relatief laag en risico’s zijn vaak beter te beheersen dan voorheen. Dat wordt mede veroorzaakt doordat leveranciers grote bedragen investeren en veel expertise inzetten bij het beveiligen van hun services. De cloud biedt daarmee een aantrekkelijk perspectief voor de ontwikkeling naar een meer innovatieve, transparante, flexibele en efficiënte digitale Rijksoverheid, is de overtuiging van de Staatssecretaris.

Om veiligheidsrisico’s te minimaliseren zijn overheidsinstellingen verplicht vooraf een risico-analyse te maken. Het gebruik van commerciële clouddiensten is bovendien niet toegestaan voor het opslaan of verwerken van staatsgeheime informatie. En er mogen geen diensten worden afgenomen van leveranciers uit landen met een actief cyberprogramma dat gericht is tegen Nederlandse belangen. Het ministerie van Defensie valt buiten de reikwijdte van dit nieuwe beleid.

Privacyvereisten

De nieuwe cloudstrategie vervangt het huidige beleid, dat dateert uit 2011. Daarbij werd nog geen gebruik gemaakt van commerciële clouddiensten. In de nieuwe situatie mogen overheidsorganisaties clouddiensten extern gaan afnemen. Alle opslag en verwerking van persoonsgegevens vindt plaats op een verantwoorde manier, die aansluit bij geldende privacyvereisten.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

De interesse van Lodi Hensen, Head of Incident Response & Threat Intelligence bij Tesorion, werd gewekt bij het lezen van het artikel gebaseerd op het whitepaper van Sophos. Hierin wordt gesteld dat bedrijven steeds vaker slachtoffer worden van gelijktijdige ransomware-aanvallen. Wanneer een bedrijf meerdere malen wordt aangevallen, wordt het aanzienlijk moeilijker om gegevens heelhuids terug te krijgen. Het artikel onderschrijft het belang van -Incident Response.

Incidenten vaak gevolg van kleine fouten

De uitdrukking ‘een ongeluk zit in een klein hoekje’ is in bijna geen enkele sector beter toepasbaar dan in cybersecurity. Kleine handelingen – of gebrek aan handelingen – kunnen catastrofale gevolgen hebben. Denk hierbij aan het ontbreken van (voldoende) budget of het niet in huis hebben van de juiste kennis om de reeds genomen maatregelen goed te onderhouden. Al dit soort kleine fouten zorgen ervoor dat cybercriminelen een handje worden geholpen om makkelijker binnen te dringen.

Weg van de minste weerstand

Snel handelen is de belangrijkste stap om cybercriminelen buiten de deur te krijgen én te houden. Signaleer je afwijkend gedrag? Onderneem dan gelijk actie. Neem een specialistische partij in de arm als je hier zelf de expertise niet voor in huis hebt. Onderzoek waar de kwetsbaarheid zit en of er misschien nog meer kwetsbaarheden zijn. Dit geeft ook de kans om te kijken naar de digitale vingerafdruk die achter dit afwijkende gedrag zit. Zo vergaar je meer informatie over de ‘modus operandi’ van een aanvaller. En wanneer je weet hoe een groep te werk gaat, geeft het je ook de gelegenheid om – naast het reageren op het incident – preventieve maatregelen te nemen.

Het komt wel eens voor dat bedrijven eerst proberen incidenten zelf op te lossen, veelal tevergeefs én soms zelfs fataal. Incident Response verliest zijn effectiviteit naarmate de tijd verstrijkt. Wanneer een groep cybercriminelen een kwetsbaarheid heeft ontdekt, is de kans groot dat meerdere groepen deze kwetsbaarheid ook al hebben ontdekt, of gaan ontdekken. Cybercriminelen kiezen altijd de weg van de minste weerstand. Hier staan bedrijven niet genoeg bij stil.

Voorkom gaten in je schip

Voorkomen is beter dan genezen. Hoewel dit niet altijd mogelijk is, zijn er voldoende preventieve acties om te implementeren. Vergelijk jouw bedrijf en de beveiliging daarvan met een schip. Zorg voor compartimenten. Als er in één compartiment een lek ontstaat, kun je deze dichten, zonder dat de andere compartimenten worden aangetast. Dus zorg dat de basis op orde is en dat software patches netjes worden geïnstalleerd. Stel ook voor iedereen in het bedrijf Multi-Factor Authentication in. Bedrijfssoftware kan immers via elke weg worden geïnfiltreerd, van de CEO tot aan de receptioniste. Wanneer je denkt dat er ergens een gat in je schip zit, of wanneer je zeker wilt weten dat dit niet het geval is, loont het om een Compromise Assessment uit te laten voeren. Zo weet je precies wat de status is van de beveiliging binnen jouw bedrijf en of er niet al een hack heeft plaatsgevonden.

Een groot deel van het voorkomen, heeft ook te maken met het creëren van bewustzijn. Zo komt het nog vaak voor dat medewerkers niet weten hoe ze phishing mails kunnen herkennen of wat de gevolgen kunnen zijn van het “zomaar” klikken op een ‘toestaan’-pop-up van een multi-factor authenticatie applicatie. Dit laatste wordt momenteel veelal misbruikt door hackers die multi-factor authenticatie proberen te omzeilen. Bewustwording wordt steeds belangrijker, vooral nu steeds meer medewerkers remote werken. Je hebt als werkgever minder zicht op hoe en of zij überhaupt hun laptop of telefoon beschermen. Simpelweg het vergrendelen van je scherm wanneer je werkt in een openbare ruimte, zoals een eetcafé of bibliotheek, kan al een groot verschil maken.

Continu proces

De wereld van cybersecurity staat nooit stil. Cybercriminelen bedenken constant nieuwe manieren om systemen binnen te dringen. Het beveiligen van bedrijven moet daarom structureel aangepakt worden. Jouw reactietijd op een aanval wordt steeds bepalender voor de gevolgen. Hoe langer het duurt, hoe groter de kans dat er in die tijd meer aanvallen gaan plaatsvinden. Zorg dus dat al je medewerkers bewust zijn van de gevaren en dat je plannen klaar hebt liggen voor preventie, detectie en respons. Reviseer deze niet alleen continu, maar test ze ook in de praktijk.

Afgelopen maand werden tandartsen in Nederland geconfronteerd met een ransomware-aanval. Na betaling van 2 miljoen euro aan losgeld, konden de specialisten hun patiënten weer helpen. De aanval kwam uitgebreid in het nieuws. Onderzoekers van Barracuda onderzochten 106 aanvallen die de afgelopen maanden veel publiciteit opleverden.

Verdubbeling

De belangrijkste doelwitten van de aanvallers waren organisaties uit vijf belangrijke sectoren: onderwijs (15%), gemeenten (12%), gezondheidszorg (12%), infrastructuur (8%) en de financiële sector (6%). Het aantal ransomware-aanvallen nam het afgelopen jaar toe bij elk van deze vijf sectoren, terwijl het aantal aanvallen op andere sectoren meer dan verdubbeld is vergeleken met vorig jaar.

Forse stijging in het onderwijs

Hoewel het aantal aanvallen op gemeenten slechts licht toenam, is het aantal ransomware-aanvallen op onderwijsinstellingen de afgelopen 12 maanden meer dan verdubbeld; het aantal aanvallen op de gezondheidszorg en de financiële sector is zelfs verdrievoudigd.

Dit jaar hebben de onderzoekers ook gekeken welke overige sectoren het doelwit waren. Serviceproviders werden het meest getroffen en ook het aantal ransomware-aanvallen op auto-, horeca-, media-, retail-, software- en technologiebedrijven nam toe.

Geen melding

De meeste ransomware-aanvallen halen echter niet de media. Het aantal gedetecteerde ransomware-dreigingen steeg tussen januari en juni van dit jaar namelijk tot meer dan 1,2 miljoen per maand. Veel slachtoffers kiezen er echter voor om niet bekend te maken wanneer ze worden getroffen. En de aanvallen zijn voor kleinere bedrijven vaak te geavanceerd en te moeilijk om mee om te gaan.