In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Deze week is dat Jihane Abid, International Account Manager bij G DATA CyberDefense.

“De Nederlandse overheid kondigde onlangs via een kamerbrief aan dat ze het cyberrijbewijs voor kinderen uit groep 7 en 8, dat momenteel wordt ontwikkeld, ook beschikbaar willen stellen aan basisscholen. Het rijbewijs moet voorkomen dat kinderen slachtoffer en dader van cybercrime worden. De pilot van het cyberrijbewijs wordt gehouden voor vijftien klassen verspreid over vier gemeenten. Bij G DATA vinden we dit een goede zaak. Al jaren roepen we dat een lesprogramma noodzakelijk is en dat we niet vroeg genoeg kunnen beginnen om onze jeugd voor te lichten.”

Internet als deel van het leven

Onze kinderen groeien op met smartphones, spelcomputers en tablets en maken al vroeg gebruik van het internet volgens onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut. Maar liefst 63% van de kinderen tussen de 0 en 6 jaar oud maken gebruik van een tablet en 42% maakt ook gebruik van een smartphone.

“Naarmate kinderen ouder worden neemt het gebruik van alle apparaten toe. Kinderen van 7 tot en met 12 jaar beschikken over het algemeen over veel verschillende apparaten. Volgens hun ouders zijn in 2021 de meest gebruikte apparaten de televisie (86 procent) en de smartphone (76 procent). Daarna volgen gaming devices (72 procent) en tablets en laptop (beide 71 procent). Kortom, bij de meeste kinderen is het internet onderdeel voor een groot deel van hun leven, waardoor voorlichting noodzakelijk is.”

Voorlichting op school

“Gezien de digitale ontwikkelingen niet te stoppen zijn, zullen we kinderen op verantwoorde wijze deel moeten laten nemen aan de digitale maatschappij. Het is daarom belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd worden voorgelicht. Niet alleen ouders kunnen hier een bijdrage aan leveren maar ook scholen. Zij kunnen kinderen leren omgaan met online etiquette, hun persoonlijke data en andere cybersecurity vraagstukken. Leraren en het management van scholen zullen daarom moeten worden bijgeschoold om leerlingen meer richting, stimulans en inhoudelijke bagage te geven op het gebied van cybersecurity. Uit een onderzoek van G DATA uit 2018 blijkt dat ouders ook willen dat hun kinderen voorlichting krijgen op school over de digitale wereld.”

“Meer dan 97% van de Nederlanders vindt dat scholen cybercrime en veilig internetten in het lespakket van scholen moet worden opgenomen. Maar liefst driekwart (75,5%) van de deelnemers vindt dat er op de basisschool voorlichting over cybercrime gegeven moet worden, terwijl 22,2 procent stelt dat er moet worden begonnen met cyberbewustzijn vanaf de middelbare school. Slecht 2,3 procent denkt dat kinderen helemaal geen voorlichting nodig hebben.”

Creëer besef, herhaal en evalueer

“Dat de overheid deze stap nu eindelijk neemt zal door de meeste ouders en security professionals worden toegejuicht. Echter is nog niet zo ver, gezien de overheid nu nog bezig is om het programma voor het cyberrijbewijs voor kinderen op te zetten. Hoe deze er ook uit komt te zien, het is in ieder geval belangrijk dat het programma rekening houdt met drie aspecten, namelijk: het besef van noodzaak, de kracht van herhaling en een goede evaluatie.”

“Om cyberbewustzijn te bevorderen bij leerlingen, is het belangrijk dat leraren en het management van een school begrijpen dat de meeste inbreuken komen door menselijke fouten. Hierdoor zullen leraren en het management inzien dat training cruciaal is voor de opvoeding van kinderen. Vervolgens zullen ook de kinderen moeten snappen dat zij een interessant doelwit zijn van cybercriminelen.”

Aantrekkelijk doelwit

“Jonge internetgebruikers vormen immers een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Ze zijn vaak onstuimig en makkelijk benaderbaar. Doordat apparaten steeds meer persoonlijke gegevens bevatten ontstaan er nieuwe risico’s, niet alleen in de vorm van identiteitsfraude of financieel verlies, maar ook op het gebied van onwenselijke contacten, sexting, cyberpesten, etc. Het is daarom essentieel om ze te wijzen op hun gedrag om cybercrime te voorkomen en potentiële risico’s te verminderen.”

“Echter is alleen het wijzen op de risico’s meestal niet genoeg. Het is belangrijk dat iedereen binnen de school (zowel de leerlingen, het management als de docenten) worden geconfronteerd. Op deze manier zullen ze eerder de voordelen van gedragsverandering inzien en beseffen dat ze bijvoorbeeld niet zomaar foto’s op social media moeten delen, om de kans op diefstal van persoonlijke informatie te verkleinen.”

Phishingtest

“Een confrontatie van ‘verkeerd’ gedrag kan bijvoorbeeld worden aangekaart middels een phishingtest of een simulatiegame waar een cyberaanval wordt nagebootst. Daarnaast is het een ideale nulmeting om het bewustzijnsniveau te meten onder leerlingen, docenten en het management.”

“Nadat het besef van noodzaak is bijgebracht, is het tijd om de leerlingen, leraren en het management structureel te trainen. De kracht van herhaling is hierbij cruciaal. Door steeds opnieuw aandacht te besteden aan het gewenste gedrag blijft het onderwerp top-of-mind en wordt er toegewerkt naar een positieve beveiligingscultuur binnen de maatschappij.”

Verschil tussen kennen en herkennen

“Een oude volkswijsheid is dat je 7 keer moet leren en 7 keer zult vergeten. Er zit namelijk een groot verschil tussen het kennen en het herkennen van informatie. Als je informatie herkent, betekent het nog niet dat je iets kunt navertellen of toepassen. Door herhaling wordt informatie opgeslagen in het langetermijngeheugen en gebeuren handelingen beetje bij beetje vanzelf.”

“Daarnaast is het belangrijk om regelmatig een evaluatie uit te voeren. Op deze manier kan er worden vastgesteld of de inspanningen effect hebben. De conclusies van de evaluatie zijn er niet om mensen de les te lezen, maar juist om de deelnemers open en eerlijk te vertellen wat er moet gebeuren om de tekortkomingen te compenseren. Met een goede evaluatie kun je ook bepalen welke strategie wel en niet werkt binnen de school.”

“Het is daarom verstandig om vooraf al een nulmeting te doen en tussendoor metingen uit te voeren. Op deze manier kan er samen worden gewerkt aan een solide veiligheidscultuur. Een veiligheidscultuur is er tenslotte niet meteen en het duurt meestal een aantal jaar voordat er echt verandering zichtbaar is.”

Geen cyberweerbaarheidscursus, maar les

“Tot slot hoop ik dat de overheid geen cursus aan het ontwikkelen is, maar van het cyberrijbewijs echt een lesprogramma maakt die regelmatig herhaalt wordt. Daarnaast zullen de lessen ook gegeven moeten worden door docenten die zijn opgeleid om cyberbewustzijnslessen te geven. Op deze manier kan het cyberrijbewijs een groot succes worden en een grote bijdrage leveren aan de cyberveiligheid binnen onze maatschappij.”

IT-consultancybedrijf Xebia neemt technologieconsultant 47 Degrees over. 47 Degrees is een van oorsprong Amerikaans bedrijf dat wereldwijd opereert. Het is gespecialiseerd in het maken van bedrijfskritieke software die bedrijfsgroei faciliteert.

De overname is in lijn met de internationale buy-and-build-strategie van het van oorsprong Nederlandse Xebia. Sinds 2010 richt 47 Degrees zich op het ontwerpen, ontwikkelen en implementeren van innovatieve applicaties.

Andrew de la Haije, CEO van Xebia over de overname: “Functionele programmeertalen bieden aanzienlijke voordelen bij het bouwen van schaalbare en parallel geschakelde systemen. De vraag naar dat soort systemen neemt wereldwijd exponentieel toe bij zowel grote ondernemingen als innovatieve start-ups. Daarmee neemt de vraag naar gespecialiseerd talent dat de toepassing van functionele programmeerparadigma’s ondersteunt ook snel toe. Door juist die kennis, skills en ervaring van 47 Degrees aan ons Xebia-arsenaal toe te voegen zetten wij wederom een grote stap in onze missie om dé autoriteit in ons vakgebied te worden.”

Nick Elsberry, CEO van 47 Degrees, zegt: “We zijn verheugd samen met Xebia verder te gaan, omdat Xebia net als wij een sterk geloof heeft in de waarde van functionele paradigma’s. Zo zetten wij ons uitgebreide portfolio aan diensten en expertises in voor toekomstige en bestaande klanten. Xebia sluit volledig aan bij onze technologische doelstellingen en onze ‘people-first’-methodes. We zijn enthousiast over dit nieuwe hoofdstuk in ons bestaan.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Het meest opvallende nieuws is voor Tim de Groot, General Manager Benelux en Nordics bij Kaspersky, het onderzoek van Mimecast onder Nederlandse IT-professionals en hun kijk op wettelijke minimumeisen voor cybersecurity en digitale weerbaarheid. De Groot: “Het is zeker een goed idee om dit wettelijk vast te stellen en het verbaast mij dan ook niet dat IT-professionals hier positief tegenover staan.”

Mens als belangrijke schakel

“Echter, wat niet vergeten moet worden is dat wet- en regelgeving maar één onderdeel is van goede cybersecurity en digitale weerbaarheid. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat je werknemers vaak de zwakste schakel zijn binnen het bedrijf als het gaat over cybersecurity. Denk bijvoorbeeld aan een phishing e-mail waar je werknemer op klikt en daarmee vervolgens per ongeluk cybercriminelen toegang geeft tot het bedrijfsnetwerk. Je kan als bedrijf voldoen aan alle wetten, maar als je werknemers niet op de hoogte zijn van de laatste cyberdreigingen, kunnen al de ingevoerde maatregelen teniet worden gedaan.”

Training en opleiding

“Het opleiden van je werknemers is dus net zo belangrijk. Denk hierbij aan het geven van trainingen in simulatoren of het sturen van nep phishing e-mails naar medewerkers om erachter te komen waar het fout gaat. Daarnaast is het altijd goed om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen van dreigingen. Hebben cybercriminelen een nieuwe manier gevonden om je bedrijf binnen te dringen? Zorg er dan voor dat werknemers hiervan op de hoogte zijn en ondersteun hen met het herkennen van een aanval. Met de combinatie van wet- en regelgeving en goed opgeleide werknemers, weet je zeker dat je cybersecurity en digitale weerbaarheid op orde is.”

De omzet van de leden van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN), de branchevereniging voor detacheringsorganisaties, is in het tweede kwartaal van 2022 met maar liefst 20% per werkdag gestegen in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Het verkooptarief is vergeleken met een jaar gestegen met 6,8%. Het aantal gedetacheerden in dienst is met dubbele cijfers gegroeid naar 19%. Het is in positieve zin ‘alle hens aan dek’ voor de detacheerders om aan de vraag te kunnen voldoen. De stijging van de markt gaat dermate hard dat het aanbieden van ‘vaste contracten’ de groei niet kan bijhouden waardoor het percentage ‘vaste contracten’ gelijk blijft. Dat blijkt uit de nieuwste MarktMonitor van de branchevereniging.

Kandidatenmarkt

De VvDN-leden worden wel geconfronteerd met gedetacheerden die steeds meer financiële eisen stellen bij het tekenen van het contract. Personeel moet voor hogere bedragen worden ‘ingekocht’. Gecombineerd met toename van onder andere hogere wervingskosten, komt dit ook terug in de hogere verkooptarieven.

Jongeren die net van de universiteit komen en kiezen voor een traineeship bij een detacheerder vinden vaste dienstverbanden minder relevant. Zij willen zich vooral ontwikkelingen, cursussen volgen, hun kennis vergroten en vinden sfeer en betrokkenheid belangrijk. Veel detacheerders hebben speciale Talent Management Teams ontwikkeld om deze jongeren langer vast te houden.

Impact corona

Uit de cijfers van de VvDN valt op dat corona een flinke wissel heeft getrokken. ‘Corona heeft’ aldus Boevé ‘eigenlijk niets te maken met normale economische patronen. Het zou zomaar weer eens kunnen zijn dat als we straks de winter ingaan er weer een opwaarts effect is waar te nemen in onze omzetcijfers vanwege corona gerelateerde projecten en daaraan gerelateerde uitdagingen. De vraag naar personeel kan dan weer sterk stijgen omdat er weer vaccinatiecampagnes, callcenters en meldpunten moeten worden opgezet.’

Ten opzichte van een jaar daarvoor is het aantal medewerkers dat beschikbaar is tussen opdrachten, de zogenaamde bankzitters,verder afgenomen van 3,75% naar 3,24%.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Tim Blok, CTO bij Visma | Onguard, liet deze week zijn blik vallen op het artikel over watergebruik in datacenters van de Dutch Data Center Association. Want de aanhoudende droogte en lage waterstand leiden tot een golf aan kritiek op datacenters. Volgens verschillende media zou het hoge waterverbruik van deze datacenters namelijk een van de mogelijke hoofdoorzaken zijn voor het tekort aan drinkwater.

Als reactie op deze aantijgingen heeft Dutch Data Center Association het waterverbruik van datacenters en andere sectoren met elkaar vergeleken. Zij stellen in het artikel ‘Watergebruik datacenters in perspectief dat het waterverbruik van datacenters in verhouding tot andere branches laag is en nooit een gevaar vormt voor de Nederlandse drinkwatervoorzieningen.

Duurzaamheid binnen software

Wat dit nieuws voor Tim Blok zo opvallend maakt, is dat er door veel media alleen wordt ingezoomd op het niet duurzame aspect van datacenters. Terwijl er nog veel meer stappen te zetten zijn als IT-organisatie om jouw processen te verduurzamen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de software. Daar gaat weinig watergebruik mee gemoeid, maar het aanbieden van applicaties en uitvoeren van workloads in datacenters kost vaak ontzettend veel stroom. Daar liggen dus veel onbenutte kansen en mogelijkheden om software zo te ontwikkelen dat het op een duurzame manier kan worden aangeboden.

Het is daarbij belangrijk dat bij de ontwikkeling van technologie milieuoverwegingen vanaf de tekentafel tot het eindproduct worden meegenomen. Denk daarbij aan factoren als stroomverbruik en benodigde capaciteit op de server van het datacenter.

Problemen met inefficiënte software wordt regelmatig opgelost door inzet van extra hardware of capaciteit, omdat dit een eenvoudige en snelle oplossing is. Maar het werkelijke probleem kan vaak veel beter in de software worden opgelost. Een verdubbeling van hardware is namelijk een flinke stap met bijbehorende stroomverbruik en kosten, terwijl het soms eenvoudig mogelijk is om de software tien keer zo efficiënt te maken. Het ontwikkelen van duurzame technologie maakt een product voor de hele keten sterker en komt alle knooppunten ten goede, van de klant, tot het eigen bedrijf en uiteraard het milieu.

Toepassen schaalbaarheid

Een andere manier om technologie te verduurzamen is door gebruik te maken van flexibele capaciteit bij het datacenter. Als bedrijven snel kunnen opschalen bij piekbelasting en af kunnen schalen in een rustige periode, zorgt dit voor minder stroomgebruik en waterverbruik in de datacentra. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van software voor kantoren. Die vragen overdag veel meer capaciteit van een datacenter dan ’s nachts. Het is dan zonde om die capaciteit ook in de nacht in te zetten.

Op het gebied van verduurzaming van technologie valt er dus ontzettend veel te winnen en dat is niet alleen voorbehouden aan de optimalisatie van hardware. Ook op het gebied van software zijn er veel kansen om als IT-bedrijf zo duurzaam mogelijk bezig te zijn. Dus neem alle IT-processen onder de loep om te zien hoe jouw bedrijf bij kan dragen aan een beter milieu.

Ransomware-as-a-Service (RaaS)-groep BlackByte, die bedrijven wereldwijd aanvalt sinds juli 2021, rukt op. Eerdere versies van de ransomware werden geschreven in C#. Inmiddels hebben de auteurs de ransomware herontwikkeld met gebruik van de Go programmeertaal. De BlackByte Go variant werd gebruikt in meerdere aanvallen op kritieke infrastructuur in de VS. De FBI heeft het dan ook opgenomen in zijn advisory.

BlackByte-varianten

Het Zscaler ThreatLabz-team heeft twee varianten geïdentificeerd van de Go variant van BlackByte. De eerste variant werd gespot in september 2021 en heeft veel overeenkomsten met de C# versie, inclusief de opdrachten die worden uitgevoerd om laterale propagatie, privilege-escalatie en algoritmen voor file-encryptie uit te voeren. Een meer recente Go variant werd geïntroduceerd rond februari 2022. Deze nieuwe variant introduceerde veel extra features en geüpdatete algoritmen voor file-encryptie.

Dreiging verminderen

Interessant is dat BlackByte instellingen heeft die bepaalde talen ontwijken, zoals Russisch, Oekraïens, Armenisch en Georgisch. Deze talen worden specifiek vermeden door BlackByte om te voorkomen dat bestanden worden versleuteld op systemen die zich in landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) bevinden.

Dit geeft waarschijnlijk aan dat de dreigingsactoren achter BlackByte zich in Oost-Europa en/of Rusland bevinden. Dit is bedoeld om de dreiging te verminderen dat lokale wetshandhavers in die regio’s strafrechtelijke vervolging zullen instellen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor BlackByte.

Grote bedragen aan losgeld

BlackByte is een complete ransomware-familie die wordt beheerd door een dreigingsgroep die organisaties binnendringt en grote bedragen aan losgeld eist. De dreigingsgroep voert ook dubbele afpersingsaanvallen uit door de bestanden van een organisatie te stelen en online te lekken als het losgeld niet wordt betaald.

De ransomware-code zelf wordt regelmatig bijgewerkt om bugs op te lossen, beveiligingssoftware te omzeilen en malware-analyse te belemmeren. De coderingsalgoritmen zijn ook beter beveiligd om bestandsherstel te voorkomen. Dit toont aan dat de dreigingsgroep de ransomware waarschijnlijk zal blijven verbeteren en een aanzienlijke dreiging voor organisaties zal blijven.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Voor Wim van Campen, VP Sales EMEA van Lookout, was het bericht dat werken op afstand tot een toename van de cybercriminaliteit leidt het meest opvallende nieuws van de afgelopen week.

Op zichzelf is het helemaal niet verrassend dat werken op afstand tot meer cybercriminaliteit leidt. Dat werd bijna drie jaar geleden al voorspeld aan het begin van de corona-uitbraak. Het opvallende aan dit bericht is dat bedrijven dat best weten, maar dat er niet of nauwelijks iets is veranderd aan het securitybeleid.

In het rapport van Verizon hierover staat dat in veel gevallen de beveiliging willens en wetens opzij wordt gezet ‘om de klus te klaren’. Blijkbaar is de beveiliging te ingewikkeld of te duur. Of misschien zit het de gebruiker misschien teveel in de weg. Hoe dan ook, het gevolg is – eveneens volgens cijfers van Verizon – dat rond de 45% van de bedrijven de afgelopen 12 maanden te maken heeft gehad met een inbreuk waarbij een mobiel device betrokken was. Een jaar gelden was dat percentage nog 20%.

Keuzes maken

Hier is echter meer aan de hand. Er zijn veel facetten die een impact hebben op security: geld, kundige mensen, zeer complexe IT-omgevingen, een breed scala aan messaging tools, etc. Er moeten dus keuze worden gemaakt en dat is rond het thuiswerken dus ook gebeurd. Vanuit bedrijfsperspectief misschien begrijpelijk, maar vanuit securityoogpunt zijn er belangrijke aspect uit het ook verloren.

Gebrek aan zichtbaarheid

Allereerst is het dreigingslandschap veranderd, cybercriminelen komen nu in veel gevallen binnen met gestolen inloggegevens. Mobiele devices worden dankzij het thuiswerken zakelijk veel gebruikt en zijn een interessant doelwit geworden om inloggegevens buit te maken. Alleen onttrekt zich dat veel te vaak aan de waarneming als dat gebeurt. Want het tweede aspect is gebrek aan zichtbaarheid. Daar komt bij dat het na een geslaagde aanval erg moeilijk is aan te tonen waar een aanvaller de inloggegevens vandaan heeft.

Ook smartphones zijn kwetsbaar

Weten wat er gebeurt is de sleutel tot goede beveiliging. Als het gaat om servers en computers zit dat onderhand wel goed, maar vooral mobiele telefoons zijn een blinde vlek. We zien dit verschijnsel ook bij het gebruik van cloudapplicaties. Datacenters hebben hun beveiliging wel op orde, maar bedrijven weten vaak niet wat er op hun endpoints gebeurt, met alle risico’s van dien. Het is echt een misverstand dat Andoid- en IOS-telefoons geen last hebben van cybercriminelen.

Verminder het risico

Waar het in de kern om draait is het verminderen van risico. Om dat te bereiken is zichtbaarheid nodig. Die is te bereiken met een goed doordachte securitystrategie die elk endpoint beschouwt als een computer. En die ook als zodanig beveiligd moet worden. Een praktisch punt daarbij is het gebruik van two factor authentication (2FA) waarbij de tweede factor vooral géén sms’je moet zijn. 2FA verbetert ook de beveiliging van cloudapplicaties. Waterdicht is het niet, want er zijn gevallen bekend van cybercriminelen die erin zijn geslaagd de tweede factor te onderscheppen.

Social engineering

Zeker nu cybercriminelen het gemunt hebben op inloggegevens is het zaak extra aandacht te besteden aan social engineering gericht op het ontfutselen van die gegevens. Social enginering wordt al sinds mensenheugenis door criminelen gebruikt en ook de digitale variant misbruikt de zwakte van de mens. Daar zijn geen ‘oplossingen’ voor. Bewustmaking helpt, maar het is niet genoeg. Ook als je je bewust bent van de risico’s, blijft de moeilijkste opgave daarnaar te handelen. En dat laat dit ‘meest opvallende nieuws’ overduidelijk zien.

Bijna 5 procent van de Nederlandse webshops vertoont verdachte kenmerken. Zo voert een deel van de webshops ten onrechte een keurmerk. Sommige webwinkels plaatsen zelfs een niet-bestaand keurmerk. Dat blijkt uit onderzoek van KPN Security onder Nederlandse webwinkels.

De onderzoekers namen zo’n 1000 webshops onder de loep. In de openbare HTML-code zochten zij naar de aanwezigheid van verdachte zaken. De onderzoekers troffen deze aan op 46 webshops. De onregelmatigheden variëren van geldige keurmerklogo’s en het ontbreken van https-verbindingen tot valse of ontbrekende KvK-nummers, e-mailadressen en telefoonnummers.

Valse keurmerken

Een belangrijk aandachtspunt in het onderzoek was de aanwezigheid van webwinkelkeurmerken. De onderzoekers keken daarbij naar het gebruik van vier populaire keurmerken: Thuiswinkel Waarborg, Webshop Keurmerk, Qshops Keurmerk en Webwinkelkeur. Van de 1000 onderzochte webshops voeren er 27 een keurmerk zonder dat ze dit daadwerkelijk hebben verdiend. Acht websites tonen zelfs een niet-bestaand keurmerk.

“Een keurmerk wekt vertrouwen bij consumenten, maar dat vertrouwen blijkt lang niet altijd terecht”, constateert Siep van der Waal, securityonderzoeker bij KPN Security. “De webshops zijn dan niet terug te vinden op de website van het keurmerk zelf. Ook is er vaak geen link onder het logo van het keurmerk geplaatst naar een pagina die de geldigheid bevestigt.”

Mogelijke oplossing

De onderzoekers zien heil in betere samenwerking tussen instanties om dergelijke praktijken te bestrijden. De Kamer van Koophandel, de keurmerkorganisaties en SIDN zouden daarbij kunnen samenwerken om deze vorm van fraude actief te bestrijden en malafide websites offline te halen.

Microsofts Edge browser, de opvolger van Internet Explorer, breidt zijn marktaandeel op de desktop steeds verder uit. Vorige maand bedroeg het aandeel van de browser volgens StatCounter 10,84 procent.

Google Chrome behoudt zijn dominante positie met een enorm marktaandeel van 66,19 procent. Safari is de derde meest populaire desktopbrowser met een aandeel van 8,94 procent, gevolgd door Firefox met 8 procent.

Aan de mobiele kant van de markt heeft Google Chrome 65,16 procent marktaandeel. Safari is tweede met 24,22% en Samsung Internet is derde met 4,86%.

Edge voor Android en iOS is nog nergens te bekennen, met een marktaandeel dat te klein is om te registreren in het nieuwste rapport van Statcounter.

De traditionele 9-tot-5-werkdag op kantoor is verleden tijd. In plaats daarvan wordt in de huidige wereld van hybride werken verwacht dat men ‘altijd aan staat’. Nu mensen steeds meer uren werken vanaf allerlei locaties en apparaten, worden bedrijven steeds kwetsbaarder voor cyberaanvallen.

De Verizon Mobile Security Index (MSI) 2022 laat zien dat het aantal grote cyberaanvallen in het afgelopen jaar waarbij een mobiel/IoT-apparaat betrokken was en die hebben geleid tot dataverlies of systeemuitval, met 22% is gestegen. Aangezien 85% van de ondervraagde bedrijven aangeeft dat ze een budget hebben voor beveiliging van mobiele apparaten, is de noodzaak nog nooit zo hoog geweest om deze middelen te gebruiken om cyberdreigingen aan te pakken.

Nauwelijks aanscherping beleid

Securityteams staan voor een lastig karwei nu het aantal apparaten en werknemers op afstand toeneemt. 79% van de respondenten is het ermee eens dat de recente veranderingen in de manier van werken een negatieve invloed hebben gehad op de cybersecurity van hun organisatie. Gezien de toegenomen dreiging zou het voor de hand liggen dat bedrijven hun beleid zouden aanscherpen. De bevindingen wijzen echter op het tegenovergestelde. 85% zegt dat het gebruik van thuis-WiFi en mobiele netwerken/hotspots is toegestaan of dat er geen beleid tegen is, en 68% staat het gebruik van openbare Wi-Fi toe of heeft daar geen beleid voor.

Beveiliging moet een topprioriteit zijn

Men is zich duidelijk bewust van de impact van een cyberaanval: 64% van de respondenten zegt dat de bewustwording van cyberrisico’s in de toekomst zal toenemen. Dit is deels toe te schrijven aan het feit dat tweederde (66%) van de bedrijven aangaf in het verleden onder druk te hebben gestaan om de beveiliging van mobiele apparaten op te offeren “om de klus te klaren”, waarbij 52% onder die druk bezweek.

Waakzaamheid van consumenten

Net als in het bedrijfsleven hebben cybercriminelen het ook gemunt op consumenten. Ongewenste telefoontjes en spamberichten vormen een serieuze bedreiging voor bezitters van mobiele apparatuur, waardoor waakzaamheid en beveiligingsmaatregelen des te belangrijker zijn.