Sinds 1 februari vorig jaar is Vincent in ’t Veld Managing Director bij Digital Realty Nederland. Een gesprek over de ontwikkelingen in de datacenterwereld. “Als wij innoveren kunnen msp’s en het mkb groeien.”

Wat is er zo mooi aan ­werken in de data­centerwereld?

“Datacenters zijn uitgegroeid tot het kloppend hart van de samenleving en de economie. Van patiëntendossiers tot salarisstroken, van social media tot elk WhatsApp-bericht: uit alles wat we doen blijkt dat de digitalisering van samenleving, economie en publieke sector totaal is. Dat geldt voor enterprises, voor het mkb en voor elk van ons. Die situatie is niet van vandaag op morgen ontstaan. Het is een trend die al dertig jaar bezig is. En het mooie van die ontwikkeling is voor mij dat dit ­alles samenkomt en gerealiseerd kan worden in een colocatiedatacenter. De hele evolutie van infrastructuren die nodig zijn om data te kunnen aggregeren, processen, op te slaan, te verrijken en te distribueren. De golven van digitalisering zijn fysiek zichtbaar in onze datacenters.

“Het fascinerende daarbij is, dat in de kern de functie van een datacenter in die decennia niet is veranderd. Alleen de schaal waarop het gebeurt en de impact die digitalisering heeft op het oplossen van problemen, van de uitdagingen in de medische wereld tot de dagelijkse praktijk bij mkb-bedrijven, is geëxplodeerd. En ja, die digitalisering zit in het hart van ons bedrijf. Binnenin onze colocatie datacenters komen onze klanten om met elkaar netwerkverbindingen te leggen en data uit te wisselen.”

Het serverrack als een gigantisch verkeersknooppunt.

“Het is vaak het kleinste stukje ruimte dat we hebben binnen een datacenter: de Meet Me Room. Maar het is in de kern meteen ook het meest waardevolle stukje datacenter dat we hebben. Het zijn de plekken waar we alle connecties leggen tussen partijen. Onze klanten komen bij ons staan met hun eigen netwerk en IT-hardware om daar te connecteren met andere partijen. Zo zijn er in Nederland alleen al meer dan 500 unieke klanten, waaronder 150 netwerkbedrijven, die coloceren in onze datacenters en zo de applicaties en datadiensten die wij dagelijks gebruiken op het werk of thuis kunnen realiseren.”

Een spannend gegeven.

“Ik vind het een heel inspirerend idee wanneer je het dak van het datacenter zou oplichten en eronder zou kunnen kijken wie er allemaal met wie verbonden is en communiceert. En wat er dus voor nodig is om een zekere applicatie te gebruiken, of in de privésfeer bepaalde apps op een mobiel te openen. Dan is die wereld achter het beeldscherm, achter de monitor heel fascinerend. Maar wat me ook fascineert en blijft fascineren is de maatschappelijke onwetendheid, en vooral onbekendheid met wat ervoor nodig is om zo te kunnen communiceren met elkaar.”

Daarmee komen we meteen al bij het imago van datacenters

“Natuurlijk is dat een thema, het imago van datacenters. We liggen onder een vergrootglas. En dat is niet onlogisch, want de sector is heel snel gegroeid. En alles dat snel groeit en waarop nog niet echt een beleid geformuleerd is, wordt in de gaten gehouden. Naar de toekomst toe is een ding zeker: de wereld­wijde digitalisering gaat verder omdat de toegevoegde waarde voor het oplossen van maatschappelijke, gezondheids- of economische uit­dagingen erg groot is. Dat zal verdere groei vragen van de onderliggende digitale infrastructuur. Digital Realty is nu ruim 26 jaar actief als datacenterdienstverlener in de ­regio Amsterdam. En dat borgt ook al meer dan twintig jaar evolutie en ­ervaring op het gebied van energie- en ruimte-efficiency. En dat geldt ook voor van onze collega’s.

De wereld­wijde digitalisering gaat verder

“Ja, we zijn groeiende gebruikers van energie, maar we zijn ook de partijen die dit erg efficiënt kunnen managen om verlies van kostbare energie laag te houden. En een sector die zwaar innoveert en investeert in oplossingen creëren voor netcongestie, investeren in groene energieprojecten en het hergebruiken van restwarmte. We zijn onderdeel van de uitdaging, maar ook van de oplossing!”

De datastromen ontwikkelen zich razendsnel.

“De technologie op het gebied van koeling die je kunt toepassen ontwikkelt zich minstens zo snel. Dit, en andere innovaties, zorgen er nog steeds voor dat we meer reken­capaciteit per vierkante meter kunnen inrichten. Dat we meer kunnen met minder koeling en energie. Maar die enorme groei is en blijft de uitdaging voor partijen zoals wij. We kijken steeds naar de balans tussen hoe we het zo efficiënt mogelijk kunnen doen en zo milieu- en energievriendelijk.”

Je trad toe tot het bestuur van de Dutch Datacenter Association (DDA). Wat is hun kracht?

“Kijk alleen al naar het onderwerp onderwijs en arbeidsmarkt dat de DDA nadrukkelijk in beeld brengt. In die grote gebouwen werken veel meer mensen dan over het algemeen verondersteld wordt. Natuurlijk heb je daarbij de directe en indirecte werkgelegenheid. Als je kijkt naar het aantal medewerkers in vergelijking met de capaciteit van onze datacenters, dan lijkt dat weinig. Maar deze datacenters voorzien een veel grotere groep bedrijven van directe inkomsten zoals securitymensen, installatiemedewerkers, aannemers en netwerkbedrijven. Bovendien is de functie van het ­datacenter essen­tieel in het aantrekken en ontwikkelen van de interessante kennis­sectoren in Nederland zoals Life Science, High Tech, Healthcare. Zonder digital infrastructuur geen groei in deze sectoren.

Datacenters zijn essen­tieel in het aantrekken en ontwikkelen van de interessante kennis­sectoren

“Bovendien lost het een groot probleem op voor IT-dienstverleners en het mkb die zelf niet de expertise of investeringsruimte hebben om een eigen datacenter infrastructuur efficient te kunnen bouwen en onderhouden. Zeker niet met de veranderende behoeftes rondom bijvoorbeeld nieuwe toepassingen zoals generatieve articial intelligence (Gen AI).”

Vertel eens meer over het onderwerp onderwijs.

“De kennis als het gaat om mechanische en elektrische engineering is relatief schaars en beperkt in Nederland. En dat is precies de expertise die we nodig hebben om die digitale infrastructuur te onderhouden en uit te bouwen. We hebben ons samen met de DDA al in een vroeg stadium gericht op het onderwijs, om kennismodules te ontwikkelen. Het mbo kan die inzetten en zo al vroeg een rol spelen bij het ontwikkelen van talent.

Die jongeren bieden we als Digital Realty vervolgens een stageplaats, zodat ze echt een gevoel bij onze industrie en ons vak krijgen. Zo ­hebben wij een directe samenwerking met onder andere het ROC Amsterdam Zuidoost, dat voor ­beide partijen erg waardevol is. Wij gaan deze initiatieven flink uitbreiden en talent helpen ontwikkelen.”

Wat trekt hen in de sector?

“Bij ons komt alles bij elkaar, van koeltechniek, via elektro tot digitale techniek. En wie hier werkt weet dat de voor hun bekende bedrijven, zoals streamingdiensten of social-mediabedrijven, ook afhankelijk zijn van het werk dat zij dan verrichten. En ja, Amsterdam is en blijft een hele belangrijke data­connectiehub voor de hele wereld. Wij hebben historische aantrekkingskracht op netwerken, maar ook voor ontwikkelaars van content, applicaties en data. Dus zijn we ook een hub voor al die klanten, en dat werkt door in de hele keten, van enterprise tot mkb.”

Amsterdam is en blijft een hele belangrijke data­connectiehub voor de hele wereld

Onze lezers, msp’s die vaak mkb-ondernemingen als klant hebben, plaatsen hun apparatuur bij jullie.

“We hebben meer dan 150 netwerk serviceproviders als klant, en meer dan 200 zakelijke IT-dienst­verleners die klanten bedienen vanuit onze datacenters. Die serviceproviders hebben ons nodig als bouwsteen om IT-diensten te kunnen leveren.”

Hoe kunnen jullie die partijen helpen bij hun business?

“Op dit moment is het totaal on­duidelijk hoe de wensen en behoeftes van eindklanten zich zullen ontwikkelen. En dat geldt op elk niveau. Of het nu gaat om privé-data­gebruik, of om activiteiten in het mkb of in enterprises. Er is een gemeenschappelijke noemer: waar gaat het heen? Hoeveel data en ­rekenkracht hebben we straks ­nodig als AI nog verder in een stroom­versnelling raakt? Hoe ontwikkelen security- en privacy-­behoeften zich? Dus is men op zoek naar een veilige, schaalbare locatie en partner, die ervoor zorgt dat de flexibiliteit optimaal is. En dat zijn de datacenters van Digital Realty waar data, netwerken, cloud services en content providers bij elkaar komen. Waar je kunt schalen en inspelen op dat wat nodig is.

“Wij hebben een sterke adviserende rol naar de msp’s, system integrators en andere partners als het gaat om het realiseren van samenwerkingen en het meedenken bij het bouwen van oplossingen voor de eindklanten. Want die moeten vooral voorbereid zijn op de toekomst, op toekomstige workloads, op geopolitieke verandering en op nieuwe technologie. De snelle opmars van AI bewijst de noodzaak daarvan. Als wij blijven mee-innoveren hebben onze klanten de ruimte en mogelijkheid om te groeien met hun business.”

Distributeur Comstor organiseerde een ‘SMB-Beachparty’ voor partners en vertegenwoordigers van Cisco onder de rook van (vakantie)vliegveld Eindhoven. De manier waarop Cisco en Comstor partners bijstaan om de mkb-markt te bedienen nam een belangrijke plaats in tijdens deze roadshow.

Patrick Govers, Managing Director Benelux bij Comstor trapte de bijeenkomst af en bedankte partners én Cisco voor de succesvolle business tijdens het fiscale jaar dat eind februari eindigde. “Dankzij jullie realiseerden we een groei van bijna 8%, wat in de huidige markt een fantastisch resultaat is.” Daarop werd later op de middag het glas geheven.

Wie al wat langer in de IT-wereld meedraait is toch steeds weer verrast door de transitie die Cisco doormaakte. “De software-omzet blijft groeien, afgelopen jaar zelfs met 72%,” gaf de directeur van Comstor, als distributeur een echte Cisco-specialist aan. “En dat is een fantastische prestaties van onze partners.” De sprekers die vervolgens aan het woord kwamen belichtten achtereenvolgens de manier waarop Cisco de mkb-markt via partners bedient. Ook kwamen de softwaremarkt en security aan de orde.

Hybride werken als mkb-uitdaging

Voor de toelichting op de mkb-strategie kwam een medewerker van Cisco aan het woord, Joury de Ridder, de Sales Acceleration Manager SMB segment. Hij ging eerst in op de uitdagingen die spelen bij mkb-klanten. “Het hybride werken is beslist een issue in dit segment,” wist De Ridder. “Bij veel grotere bedrijven werd al wat langer geïnvesteerd en geëxperimenteerd met wat toen ‘het nieuwe werken’ heette, maar corona gaf er een enorme versnelling aan, en natuurlijk ook bij kleinere bedrijven.”

Werknemers in het mkb verwachten nu ook blijvend hybride te kunnen blijven werken. “Dat botst soms met de cultuur van de onderneming, maar die directeur/eigenaar ervaart nu wel dat medewerkers een andere baan zoeken als hybride werken niet wordt ondersteund. Wat in een tijd van een krappe arbeidsmarkt ongewenst is.”

Hybride werken heeft echter ook nadrukkelijk een IT-perspectief, wist De Ridder. “De kennis om dit goed in te richten is niet altijd bij mkb-bedrijven aanwezig. Sterker nog, de wens de IT uit te besteden aan een dienstverlener groeit in deze markt. Daarbij spelen partners een belangrijke rol.” Dat laatste geldt ook voor advies over cloud en security. “Op deze trends speelt Cisco in,” beloofde de spreker.

Klantreizen

Om met partners en distributeurs succesvol te zijn in het mkb-segment beschrijft de Cisco vier ‘reizen’ voor de eindklant. De markt wordt dus vanuit de klantvraag benaderd. “We stellen daarbij dat de wensen en noden van die klant eigenlijk altijd zullen vallen binnen vier thema’s. Dat zijn: hybride, smart, remote en security. Dat noemen we de SMB-experiences. En binnen elke reis en elke soort klant vallen dan bepaalde productcombinaties.”

Met “soort klant” wordt dan onder meer bedoelt dat een mkb-bedrijf met vier medewerkers en een klein kantoor een ander profiel heeft dan een onderneming met meerdere vestigingen. Niet alleen de klanten maken ‘reizen’, maar Cisco definieerde ook een heel groot aantal partner-experiences. “Daarbij kan de klant aangeven welke stappen hij met en bij de klant moet zetten om een bepaalde behoefte in te vullen. Welke producten passen daarbij, hoe zou je dat kunnen opschalen, hoe beheer je het als partner? Dat grote aantal experiences valt steeds onder een van de eerdergenoemde klantreizen. Op die manier kun je, samen met ons en Comstor, tot een strategie komen om met de klant de IT-toekomst vorm te geven.”

“BTG doorstaat zelfs tornado’s,” waren op donderdag de openingswoorden van Petra Claessen, voorzitter van BTG. De branchevereniging voor  en van ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers hield een congres in Noordwijk. En kort voor de start van het programma ontstond boven de Noordzee een waterhoos die het landelijke nieuws haalde.


“Innovatie is een must,” was het thema van het congres. Claessen maakte duidelijk dat innoveren nooit op zichzelf staat, maar breed benaderd en geborgd moet worden. Dit geeft de organisatie onder meer vorm door contact met Young Professionals. “We lanceren vandaag ons platform Young Women in Tech,” gaf de voorzitter aan. “Gisteren hebben we met een groep jonge vrouwen gepraat over AI: AI in het onderwijs, AI in de zorg en AI bij de overheid. We bespraken de impact van AI.”

De jonge professionals stelden daarbij, net als BTG zelf, dat er een minister moet komen die verantwoordelijk is voor de digitale zaken in Nederland. “BTG zal samen met deze jonge professionals, die de toekomstige leiders in onze sector zijn, pleiten voor een dergelijke minister,” kondigde Claessen aan. Die bewindspersoon zou onder meer moeten zorgen voor de digitale weerbaarheid van Nederland.

Bruggen bouwen

Het overkoepelende thema dat BTG koos voor heel het jaar 2024 is: ‘BTG, Building Bridges to a Sustainable Society.’ “We participeren daarom in het Koepelberaad van de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering,” legde Claessen uit. “Dit is een platform gecreëerd voor en door bedrijven, organisaties en de overheid om gezamenlijk te discussiëren over de digitale toekomst.” Het thema werd, net als het eerdergenoemde onderwerp AI, uitgebreid geadresseerd tijdens het congres.

“Als 39 jaar lang bouwen we bruggen tussen vraag en aanbod,” sloot Claessen haar welkomstwoord af. “In co-creatie verbinden we de vraag vanuit de leden door naar onze Solution Partners.” Zoals bij elke branchevereniging het geval is, werd het evenement door veel bezoekers gebruikt om te netwerken: om nieuwe contacten te leggen en bestaande relaties opnieuw te spreken.

Netwerken leidt tot succes

Dat technologie bij dat netwerken een hele belangrijke rol speelt, bleek nadrukkelijk tijdens de keynote die verzorgd werd door Marcel Molenaar, Country Manager & Director Marketing Solutions bij LinkedIn Benelux. “Een kernbegrip dat mensen verbinden aan LinkedIn is ‘succes’. We wensen elkaar succes in een nieuwe job, dat lezen we dagelijks op het netwerk. Maar veel belangrijker: het netwerk zorgt voor succes. Want innovatie en succes kun je niet alleen, daar heb je anderen bij nodig.” En zo verwerkte Molenaar de thema’s ‘innovatie’ en het streven ‘bruggen te bouwen’ die Claessen adresseerde in haar betoog.

BTG

De BTG is de Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers, die sinds 1986 de belangen vertegenwoordigt van bedrijven en instellingen die op grote schaal gebruikmaken van communicatiediensten.

Nu de impact van de lockdown wat weg is gezakt in het geheugen, beschouwen we beurzen en congressen weer als iets ‘normaals’. Maar soms kom je zelfs als ervaren journalist bij een event dat boven het gemiddelde uitstijgt. Dat was eind mei het geval tijdens Cybersec Europe in Brussel.

Op loopafstand van het nog steeds modern ogende Atomium kwamen talloze aanbieders en msp’s op het gebied van security bij elkaar. Nadia Jockmans, Country Manager Belux bij Exertis, geeft een mooie samenvatting. “Vorig jaar, de eerste beurs na Covid, was de opkomst tijdens Cybersec geweldig, daarom besloten we dit jaar weer mee te doen,” vertelt ze enthousiast. “Het feit dat de beursvloer tot tien uur in de avond open is geeft een unieke dynamiek.”

Cybersecurity belangrijk in portfolio

Het team van Jockmans wil tijdens de beurs vooral uitdragen dat cybersecurity al zeker dertig jaar belangrijk is voor Exertis. “Men kent ons als partij die zich richt op storage, maar cybersecurity is al heel lang van groot belang voor ons, onze partners en hun klanten.”
Jockmans benadrukt daarbij dat hackers steeds vaker mkb-bedrijven aanvallen. “Dat zijn ondernemingen die leunen op hun partners, en die hebben weer een partij nodig die hun bijstaat in de cybersecurityjourney.” Op die manier wil Exertis antwoord geven op de vraag die ze het meest krijgen van partners: “waar moet ik beginnen als het over cybersecurity gaat,” geeft Jockmans aan.

Bedreigingen scannen

Ook Lenovo was met een forse stand aanwezig op Cybersec Europe. En eigenlijk met eenzelfde boodschap als Exertis, blijkt uit het gesprek met Burke Stephenson. Hij is Security Business Manager EMEA bij de leverancier. “Iedereen kent ons als hardwarefabrikant. Maar we zijn zeker ook een securityprovider. We hebben echt heel bijzondere securityoplossingen, die zich niet alleen richten op Lenovo-hardware in een IT-omgeving.” Lenovo scant daarbij continu welke (nieuwe) bedreigingen de omgeving van de (eind)klant bedreigen en reageert daarop.

Scott Williamson, director Managed Services bij WatchGuard, herkent de zoektocht bij partners naar de juiste oplossingen die Jockmans ook al schetst. “Wij hebben de analisten, wij bouwen de veilige omgeving en geven die kracht als service door via onze partners.” Williamson wijst er daarbij op, dat ondernemers die als partner in dit segment werken geen probleem hebben om klanten te vinden. “De uitdaging is het aanstellen van geschoold personeel om een 24/7-securitydienst op te zetten. Dat is bijna onmogelijk en dat lossen wij voor hun op.”

Netwerken

Morgane Scheyvaerts van Westcon-Comstor roemt de kracht van de Cybersec als het gaat om het netwerken met klanten en prospects. Voor Jockmans van Exertis ging het nog verder. “We hebben beslist al deals gesloten op de beursvloer.”

IT-dienstverlener Claranet organiseert de komende tijd een serie bijeenkomsten onder de noemer Software Innovation Lunch. De eerste was 24 mei in Den Bosch en ChannelConnect was erbij.

Claranet zelf komt tijdens deze lunches niet uitgebreid aan het woord, het is een event voor en door softwarebedrijven. Wel legde Efrym Willems, Accountmanager bij Claranet Benelux uit waarom het bedrijf dergelijke lunches organiseert. “Wij komen bij en met onze klanten zowel in Nederland als in het buitenland veel met softwareleveranciers en softwarepartijen in contact.” Willems ziet daarbij dat er in die markt veel veranderingen plaatsvinden. “Om met elkaar over die snelle ontwikkelingen te praten willen we een laagdrempelige community opbouwen.” Dit alles om softwarepartijen in een informele setting bij elkaar te brengen. En hen met elkaar te laten netwerken. “We kunnen van elkaar leren, dat is eigenlijk de achtergrond van ons initiatief.”

Software als bord spaghetti

Tijdens de eerste sessie kwamen Luc Brandts, CEO van Software Improvement Group (SIG) en Pascal Widdershoven (foto), CEO van Kabisa aan het woord. De afgelopen jaren heeft Software Improvement Group meer dan 200 miljoen regels softwarecode gezien. “Het is eigenlijk eng welke misstanden je dan aantreft,” geeft Brandts aan. De CEO legt uit dat zijn bedrijf dagelijks bezig is met het bepalen van de kwaliteit van software, en die kan geschreven zijn in 309 verschillende technologieën: van Java, via Fortran tot low-code. Brandts: “We hebben allemaal wel het idee dat software die geschreven is als een bord spaghetti niet heel goed kan zijn. Bouwkwaliteit, kwetsbaarheid en de snelheid waarmee patches worden doorgevoerd hangen met elkaar samen.”

Technische schuld

SIG bepaalt niet alleen de kwaliteit van de software maar ook de ‘ingebouwde’ technische schuld. “We kunnen dus zeggen: de developers die hier aan het werk waren bouwden niet alleen voor twintig manjaar software, maar creëerden ook vier manjaar schuld.” Dat gaat spelen bij kwetsbaarheden en incidenten, maar zeker ook als op de software verder wordt ontwikkeld terwijl de basis niet goed genoeg is.
Een trend die Brandts herkent in de markt is de opkomst van low-code software. “Die leidt ertoe dat niet-developers, of junior developers, software produceren die architectuur en dus bouwkwaliteit mist. Daarom zie je nog weinig heel grote en complexe omgevingen gebouwd worden met low-code. De berg spaghetti wordt dan immers te groot.”

Developers vinden patchen niet leuk

Schokkender voor de aanwezigen is het door Brandts gemelde feit dat 80% van alle open source code die in productie is kwetsbaarheden kent. “Je verwacht dat updates en patches snel worden geïnstalleerd, maar de bulk aan patches vindt in de praktijk pas na een tot vijf jaar plaats.”
Op de vraag hoe dat komt, antwoordde de CEO: “Het upgraden van kwetsbaarheden is een taak voor developers en die doen dat als het zo uitkomt, ze vinden testing en patching niet leuk. Het management van organisatie is zich daarvan niet bewust.”

Vervangt AI softwaredevelopers?

Pascal Widdershoven, van Kabisha, haakt vervolgens aan op de opmars van low-code en gaat een stap verder door de stelling op tafel te lebben dat AI softwareontwikkelaars overbodig zal maken. “Zelfs de CEO van Nvidia stelde al dat we het programmeren maar aan AI moeten overlaten.”
Widdershoven stelt dat de inzet van AI bij het programmeren niet onlogisch is. “Software is geschreven in een programmeertaal en systemen als ChatGPT richten zich op talige projecten.”

Testing steeds belangrijker

“Het gaat om het reviewen. Zoals vroeger een senior developer het werk van een junior analyseerde en corrigeerde, zo moet je ook nu kritisch kijken naar dat wat AI oplevert. Voor die skills heb je ervaring nodig, en die bouw je juist op door zelf te ontwikkelen.”
Daarbij reageerde Widdershoven op de opmerking van Brandts dat ontwikkelaars liever ontwikkelen dan patchen of testen. “In feite zou je als ontwikkelaar voordat je start met het ontwikkelen van een applicatie al eerst het testprotocol moeten schrijven. Als je dat helder hebt kan AI dat als basis gebruiken voor de code, die je dan ook meteen veel beter kunt testen. Testing wordt daarmee belangrijker dan ooit.”

Het thuisnetwerk wordt steeds belangrijker, ook in zakelijk verband. Thuiswerkers, zzp’ers, allemaal vertrouwen ze op wifi voor hun verbinding. Naast snelheid is veiligheid een van de belangrijkste criteria voor de keuze van een modemrouter. Ook de channelpartner kan een belangrijke rol spelen.

Op 4 juli verschijnt het jaarlijkse Dossier Telecom & Unified Communication als luxe dubbel-editie samen met ChannelConnect juli. Klik hier voor meer informatie.

“De grote trend van de afgelopen jaren is natuurlijk het hybride werken,” begint Gerald Schouten, Channel Sales Manager Benelux bij AVM het gesprek. “Bedrijven willen eigenlijk dat mensen weer naar kantoor komen, dat speelt in het mkb waarschijnlijk nog sterker dan bij grote publieke organisaties. Aan de andere kant willen werknemers de mogelijkheid hebben veilig en effectief thuis te werken.” Die laatstgenoemde wens is natuurlijk standaard bij professionals die als zzp’er werken. Volgens Schouten is de FRITZ!Box een ideale centrale communicatiehub voor deze wensen en uitdagingen. “Je kunt er zonder problemen mee thuiswerken.” Zo kan via de router van AVM thuis een VPN-verbinding naar het kantoor opgezet worden. “De software voor de VPN is ingebouwd in ons product,” zegt Schouten. “Je kunt daarmee niet alleen veilig vanuit huis een verbinding maken met de zakelijke IT-omgeving, maar ook gemakkelijk een apart netwerk voor huisgenoten aanmaken. Daarmee realiseer je een scheiding tussen thuis en werk.”

Gerald Schouten

Portfolio voor mkb

Volgens AVM is het portfolio aan producten ideaal voor zzp’ers en het mkb. Die zakelijke markt wordt voor AVM door partners bediend. Schouten: “Zeker voor bedrijven tot vijftig werkplekken zijn onze FRITZ!­Boxen een geweldige oplossing.” Voor het nog steeds in belang groeiende wifi-netwerk is die omvang van vijftig gebruikers prima te behappen voor de routers, met behoud van de kwaliteit van de verbinding. De access points zijn, stelt Schouten, eenvoudig in te richten binnen een mkb-omgeving, waarbij partners overigens die taak ook kunnen uitvoeren als service. “Het mesh-netwerk dat wifi optimaliseert is voor ondernemingen van deze omvang ideaal.” Daarnaast is er standaard een telefonie-oplossing in de router aanwezig, wat handig kan zijn voor zowel mkb’s als zzp’ers. Die oplossing maakt vier gelijktijdige gesprekken mogelijk, of drie draadloze met een draadloos device in combinatie met een IP-telefoon.

Ingebouwde NAS-functionaliteit

Een wat minder bekende feature van de FRITZ!Box is de ingebouwde NAS. Schouten: “Dit is een handige voorziening als in een kleine onderneming meerdere personen op de zaak, of vanuit huis, bij opgeslagen bestanden moeten kunnen komen.” De ondersteunde opslagcapaciteit is fors voor deze doelgroep. “Je kunt 3,99 terabyte per partitie via USB laden binnen één FRITZ!Box. Die is dan intern in het netwerk altijd bereikbaar.” En ook hier geldt dat de VPN-oplossing ingezet kan worden. “Als je de VPN-verbinding opbouwt via de FRITZ!-app, dan kun je van buiten je huis, of van buiten de werk­omgeving, je eigen NAS benaderen.”

De meeste vragen van eindklanten gaan over de kwaliteit van het netwerk

In Duitsland presenteert AVM dat als ‘Die cloud der man traut’ (de cloud die men vertrouwt). “De gebruiker heeft een eigen private cloud die zich bij wijze van spreken in de meterkast bevindt.” Deze feature is niet alleen belangrijk voor mkb-bedrijven, maar ook een mooie propositie voor partners om hun klanten aan te bieden en, al dan niet op basis van een uurtarief, volledig bij hun klant te installeren. “Zij brengen zo bij hun klant een private cloud en een NAS veilig bij elkaar.”

Vraag van partners

Wat zijn op dit moment de vragen die de partners van AVM het vaakst krijgen van klanten in het mkb-segment? “Dat gaat toch vaak over de kwaliteit van het wifi-netwerk. Men wil thuis, als remote-werker, of op de zaak, met bijvoorbeeld een magazijn, echt op elke plek goed, snel en veilig internet.” Die kwestie werd al vaak aangekaart door consumenten, bij hun provider. Maar toen corona meerdere gezinsleden dwong op hetzelfde moment thuis te werken, bleek deze ineens actueler dan ooit. De provider stelt dan vaak al snel dat de kwaliteit van de wifi-verbinding buiten hun verantwoordelijkheid ligt. “Mesh wordt daarbij steeds belangrijker,” geeft Schouten aan. “Men heeft als eindgebruiker vaak wel van de technologie gehoord, maar kent de details ervan niet. Dat hoeft ook niet: de partner kan het uitleggen en tevens het product verkopen en installeren.”

Daarbij kan men in Nederland profiteren van de modemvrijheid. “Mensen maakten zich nooit zo druk over die router in de meterkast, maar nu ze thuiswerkend tegen de grenzen van standaard devices aanlopen, of meer security willen, kunnen partners er met ons product op inspelen. Dat is ook een belangrijk thema waarmee de vier buitendienstmedewerkers van AVM Nederland de partners trainen.” Op die manier kunnen partners het complete arsenaal aan mogelijkheden die de FRITZ!Box biedt onder de aandacht brengen. “Onze partners zijn het verlengstuk van ons in de markt.”

Opnieuw organiseerde IT-dienstverlener Claranet een evenement over NIS2. Speciale gast was dit keer Lisette Oosterbosch. Zij is Community Manager van Cyber Weerbaarheidscentrum Brainport.

Dit is een samenwerkingsverband van en voor bedrijven en organisaties in de high tech en maakindustrie, en alle partijen in de toeleveringsketen – zoals mkb-bedrijven en ook msp’s en andere IT-dienstverleners.

Nederland haalt deadline niet

Voordat Oosterbosch aan het woord kwam, gaf Henk Liebeek, Product Manager bij Claranet een korte NIS2-update. “Iedereen weet inmiddels wel dat NIS2 in Europa op 17 oktober van start gaat,” trapte Liebeek af. “Inmiddels is ook al enige tijd duidelijk dat Nederland die deadline als het gaat om de nationale vertaling van de NIS2 niet gaat halen.” Dat betekent niet dat bedrijven daarmee uitstel hebben. “Als je ook in andere Europese landen actief bent geldt de NIS2 direct. En er is een grote kans dat je, als je alleen al onderdeel uitmaakt van een keten waarin buitenlandse partijen actief zijn, of ondernemingen die aan het buitenland leveren, de wetgeving ook direct voor jou geldt.”

Ketenverantwoordelijkheid als rode draad

Daarmee adresseerde Liebeek het belangrijkste thema van het evenement: ketenverantwoordelijkheid. Zodra je als onderneming onderdeel uitmaakt van een keten, en dat is zeker bij IT-dienstverleners het geval, en vaak ook voor mkb’ers die toeleverancier aan grotere ondernemingen zijn, heb je een verantwoordelijkheid om de keten veiliger te maken. “Denk terug aan incidenten rond managementsoftware die msp’s gebruiken voor het monitoren van de klantomgeving. De inbreuk was bij de leverancier van de software, maar via de msp’s die het product gebruiken kwamen cybercriminelen eenvoudig binnen bij de eindklant. Zo kwetsbaar kan een keten zijn.”

Toezichthouder coulant

Oosterbosch gaf een overzicht van de stand van zaken rond de invoering van NIS2 in Nederland. “Vorige week vernamen wij uit doorgaans betrouwbare bronnen dat de internetconsultatie die onderdeel is van de invoering van de Nederlandse regelgeving op 13 mei start.” Kortom: op dat moment is er een wetsvoorstel en op dat voorstel kunnen betrokken partijen commentaar geven. “Het is de bedoeling dat die reacties verwerkt worden, dat de wet vervolgens wordt behandeld in de Eerste en Tweede Kamer en dan direct van start gaat.” Oosterbosch verwacht dat dit komend voorjaar het geval zal zijn. “Heel belangrijke info is, dat de toezichthouder in eerste instantie coulant zal zijn.” Er worden dus niet direct sancties opgelegd, tenzij, vult Oosterbosch aan, ondernemingen aantoonbaar nalatig zijn.

Zelf melding doen

Oosterbosch deelde meer belangrijke informatie. “Wacht niet op een brief van een ministerie waarin staat dat je jouw onderneming moet registreren. Dat is jouw eigen verantwoordelijkheid. Bedrijven die onder de NIS2-vallen moeten zichzelf aanmelden bij de NCSC.” Dat is het het National CyberSecurity Center. Vermoed wordt, dat vooral kleinere bedrijven in het mkb, en msp’s zich dat niet realiseren.

Er bestaat geen NIS2-keurmerk

En ander interessant punt dat Oosterbosch meldde, is het feit dat er geen keurmerk of certificering (zoals ISO 72001) bestaat als het gaat om NIS2. “Als partijen zeggen dat ze dat keurmerk behaalden, dan is dat absoluut onzin en proberen ze te concurreren op het thema security, wat we niet moeten willen.” In de praktijk zal de toezichthouder kijken of je voor jouw organisatie, en de keten waarin jouw onderneming actief is, de maatregelen hebt genomen die nodig zijn voor het specifieke bedrijf in die specifieke keten. “Want dat is inmiddels duidelijk: NIS2 heeft impact op de hele keten. Het houdt niet op bij de organisatie zelf.” Vandaar ook dat NIS2 van groot belang kan zijn voor kleinere mkb-bedrijven of msp’s. “Ook als je minder dan vijftig medewerkers hebt of geen al te hoge omzet hebt, zul je ermee te maken krijgen. Bijvoorbeeld omdat jouw klant of opdrachtgever verlangt dat je NIS2-serieus neemt.”

Wil je weten of jouw bedrijf, of de keten waarin jouw onderneming, voldoet aan NIS2? Doen dan de NIS2-quickscan.

Deze week vindt in de Jaarbeurs in Utrecht het event Zorg & ict 2024 plaats. ChannelConnect is mediapartner en doet verslag van de eerste dag vanaf de beurs. Mels Dees volgde keynotes en maakt een rondje over de beursvloer.

“Digitale transformatie in de zorg moet,” stelde Bianca Rouwenhorst, topambtenaar van ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens de vakbeurs Zorg & ict in de Jaarbeurs in Utrecht. “Met de Nationale Visie en Strategie op het gezondheidsinformatiestelsel beschikken we over een kompas om met behulp van data en digitalisering bij te dragen aan de oplossing van vraagstukken in de zorg. Dat is geweldig, maar als we de transformatie echt vooruit willen helpen, moeten we ook meteen met de uitvoering aan de slag.”

Partners belangrijk

En voor die uitvoering kom je dan toch bij leveranciers én partners terecht. Extreme Networks is een leverancier, die via partners inspeelt op de behoefte bij zorginstellingen. “Het klopt natuurlijk dat er heel veel gebeurt op het gebied van digitale transformatie in deze sector,” zegt Patrick Groot Nuelend, Head of Vertical Markets & Strategy EMEA bij Extreme Networks. De zorg startte wellicht wat later met digitalisering dan andere sectoren, “maar zeker sinds corona zien we een enorme versnelling,” stelt hij. “Je ziet nu nieuwe ontwikkelingen aan de applicatiekant en aan de OT-kant, maar men realiseert zich ook steeds vaker dat al die mooie innovaties onmogelijk zijn zonder een betrouwbaar en schaalbaar netwerk.”

Extreme Networks, en vooral de partners, merken dat op het gebied van het netwerk in de zorg nog veel te doen valt. “Er zijn nog steeds heel veel zorginstellingen die met een verouderd netwerk te maken hebben, dat complex te beheersen is. En daar zien we ook een druk ontstaan dat er steeds meer gedaan moet worden met een beperkte capaciteit aan mensen. Daar hebben zij en wij partners bij nodig.” Om die reden presenteerde Extreme Networks zichzelf samen met partners op de beurs.

ERP uit de cloud

Axians zet al langer in op de cloud. “De transitie naar de cloud is onomkeerbaar,” is de overtuiging van Suzanne Beijen, Manager Zorg EPR bij Axians Business Applications. “Op het Microsoft platform bouwen wij specifieke oplossingen voor de zorg. En we presenteren die ERP-oplossing hier tijdens de beurs.”

Cloud in de zorg betekent echter niet het einde van datacenters en serverruimtes binnen de zorginstellingen. Dat lieten Rittal en hun zorg-channelpartner X-ICT zien. Zij toonden gezamenlijk een ‘datacenter in een kast’ op de stand. “Bekabeling, koeling, blussing, noodstroom en natuurlijk de servers zitten allemaal in één kast,” legden Marc van Rijssen, Business Developer bij X-ICT en Dion Cremers, Accountmanager RiMatrix bij Rittal, uit.

Interoperabiliteit

Servers en dataverwerking zijn essentieel binnen zorginstellingen, maar dat geldt ook voor communicatie. Om die reden gaf ook Exip acte de présence in Utrecht. “Wij presenteren in feite twee oplossingen tijdens de beurs,” geeft Maurice Veth, Sales Executive bij Exip, aan. “Aan de ene kant faciliteren we interoperabiliteit: welk platform, Zoom, Teams, Cisco, Google afdelingen of instituten ook gebruiken, wij maken communicatie mogelijk.” Aan de andere kant levert Exip ook een eigen platform, dat zorginstellingen volledig zelf kunnen beheren en dat kan communiceren en integreren met andere omgevingen, zoals het EPD. “Daarnaast bieden we videocommunicatie op een hoog niveau. De broeder in de ambulance kan daarmee bijvoorbeeld eerste bevindingen delen met artsen, opdat het ziekenhuis goed voorbereid is op de patiënt, of juist in een heel vroeg stadium het meest geschikte ziekenhuis kan worden gekozen.”

Verdieping van relaties

Spectralink benoemt nog dat het voordeel van een beurs als Zorg & ict is, dat de medewerkers op de werkvloer er ook komen. “Je praat als leverancier met een contactpersoon binnen een organisatie, maar hier komen ook de beheerders die er dagelijks mee werken. Dat zorgt voor een verdieping van de relatie,” zegt Patrick van Biemen, Strategic Account Manager bij Spectralink Corporation. Iets soortgelijks meldt ook Sharmaine van den Hoek-Janssen Business Unit Director Healthcare bij TOPdesk. “We hebben 450 zorginstellingen als klant en in de loop van deze beursdagen spreken we er zeker 400. De beurs is ideaal om contacten te leggen en te onderhouden.”

Dat grote beurzen, zoals de CES in Amerika of het Mobile World Congres (MWC) in Barcelona, vaak ver voor de troepen uitlopen is logisch. Men presenteert er immers innovaties die pas op termijn beschikbaar zijn voor eindgebruikers.

Zo waren devices die Wifi 7 ondersteunen tijdens MWC op bijna elke stand te zien. Dit terwijl de meeste consumenten nog een router in hun meterkast hebben die geschikt is voor Wifi 5. In korte tijd kwamen versie 6 en zelfs 6e van de draadloze technologie op de markt – en die zijn alweer verouderd.

5.5G als nieuwe standaard?

Aan de tussenfase die Wifi 6e vormde moesten we denken bij het bezoek aan de ‘aanwezigheid’ van Huawei in Barcelona. Aanwezigheid klinkt wellicht merkwaardig, maar omdat de Chinese fabrikant bijna de gehele Hal 1 had afgehuurd kon niet meer gesproken worden over een ‘stand’. Tijdens een rondleiding langs alle innovaties ging het vooral over 5.5G, als opvolger, of vervolmaking, van de mobiele technologie 5G. Is hier sprake van een nieuwe standaard voor mobiele communicatie, terwijl we in Nederland nog niet eens maximaal profiteren van 5G?

Dat is het niet, geeft ook Huawei eerlijk toe: het is een eigen benaming voor technologie die de kracht van 5G maximaal wil benutten. Het is marketing, maar wel met inhoud, voegde men er haastig aan toe. De leverancier wil in nauwe samenwerking met operators wereldwijd de grenzen van 5G opzoeken en waar mogelijk verleggen.

Zelfrijzende bestelwagen

Tijdens de beurs adresseerde Huawei een aantal projecten dat invulling geeft aan 5.5G. Uiteraard werd de aandacht van veel bezoekers getrokken door een zelfrijdende auto. Het wagentje rijdt al rond in verschillende Chinese steden en levert daar pakjes af. In de stad Shenzhen zou het vorig jaar gegaan zijn om 14 miljoen pakketten. Eenmaal aangekomen bij het adres kan de ontvanger, die vooraf is geattendeerd op het moment dat het wagentje arriveert, door middel van een code een luikje openen en zijn pakket pakken – of er een retourzending in stoppen.

Huawei bouwde niet zelf de complete wagen, maar leverde de benodigde technologie voor onder meer de navigatie: een snelle en betrouwbare mobiele dataverbinding en zeer nauwkeurige plaatsbepaling vallen binnen het streven van 5.5G. Downloadsnelheden tot 10 Gbps maken dit mogelijk. Ook gebruik van virtual reality en artificial intelligence zullen profiteren van fors hogere down- en upload-snelheden.

Duurzaamheid

Veel aandacht was er ook voor verduurzaming tijdens de beurs. Zo streeft Huawei ernaar ‘zero bytes, zero watt ’ mogelijk te maken. In andere woorden: als zenders of andere apparatuur niet gebruikt worden, bijvoorbeeld ’s nachts, dan moet ook de energieconsumptie teruggebracht worden. In het ideale geval gebruiken ze helemaal geen energie meer in deze slaapstand, maar dat doel is nog niet bereikt.

Aan andere stap in het besparen van energie vormt voor Huawei de inzet van passief IoT. Hierbij worden chips ingezet die energie halen uit het ontvangen radiosignaal. Het betreffende device kan met deze ‘geoogste’ energie functioneren. Het is te vergelijken met NFC (Near Field Communication), maar met een veel groter bereik, tot wel 20 meter. Zou je een condensator inbouwen (die opgewekte stroom kan opslaan en gebundeld kan terugleveren) dan is 100 meter zelfs haalbaar.

“We willen als HP niet alleen de grootste ondernemingen bereiken, maar zeker ook de kleine en middelgrote bedrijven,” stelde Dave Shull, President Workforce Services & Solutions tijdens de Amplify Partner Conference 2024. Dit is het wereldwijde partnerevent dat de leverancier afgelopen week organiseerde in Las Vegas en dat ChannelConnect als Nederlands medium voor het partnerkanaal exclusief bezocht. “In deze markt kunnen we alleen slagen door een intensieve samenwerking met onze partners.”

Daarbij realiseert Shull zich, dat msp’s en andere partners zelf ook ondernemer zijn. “Elke reseller kiest zijn eigen weg. En terecht: Er zijn verschillende manieren waarop ze hun bedrijf kunnen opbouwen om geld te verdienen als essentiële schakel tussen HP en de eindklant.” Shull paarde aan die constatering een opdracht voor zijn eigen organisatie. “We moeten dat streven, dat ondernemerschap, onderkennen, waarderen en erop inspelen. Daarom zijn we nu duidelijk over de regels voor de omgang met de partners.” Dit met als doel die partners het gevoel te geven dat ze in staat gesteld worden te groeien. Shull: “We willen samen met de partners meer geld verdienen, laten we het zo simpel stellen.”

Feedback uit de markt

Een nieuwe opzet van de relatie tussen HP en de partners ontstond het afgelopen jaar op basis van feedback die partners gaven, maakt de topmanager duidelijk. “Het eerste verzoek van bijna alle partners was de wens het zaken doen met HP makkelijker te maken. Dit leidde tot een, volgens ons, radicale vereenvoudiging.” Het resulteerde in drie partnerprofielen: Essentieel, Premium en Premium Plus. “Deze drie niveaus worden in de komende maanden over de hele wereld uitgerold,” gaf Shull aan.

“Als we naar ons uitgebreide ecosysteem aan partners kijken, dan is duidelijk dat de behoefte bij resellers en msp’s verschilt. Sommigen willen alleen verkopen, anderen verkopen en uitrollen – al dan niet met onze ondersteuning – en een derde groep wil ook nog zelf het beheer of management van de oplossing verzorgen, waar anderen dat aan ons laten.” Deze observatie leidt ertoe dat HP partners onderscheidt in de categorieën Sell, Deploy en Manage.

Samen geld verdienen

Soms overlappen die activiteiten elkaar. “Sommige partners willen eigenlijk vooral de mogelijkheid hebben om HP-services door te verkopen, naast een andere activiteit.” Deze ondernemers hebben bijvoorbeeld hun aanbod in printing al goed geregeld, maar willen ook aan de pc-kant producten of services kunnen aanbieden. “Andere partners zijn al langer in staat geavanceerde implementatie- en managed activiteiten uit te rollen.” Die hebben op dat gebied geen directe ondersteuning nodig, maar willen wel profiteren van aanvullende analyses om hun beheer- en implementatiemogelijkheden efficiënter uit te voeren. “We willen de partner de ruimte geven te kiezen voor het model dat het beste past bij zijn business, zodat we samen kunnen groeien’

Ook op een andere manier wil HP inspelen op een vereenvoudiging van het samenwerken met de partners. “Daaraan geven we onder meer invulling door heel praktische tools. Denk daarbij aan een verkoopkit.” Hiermee wil HP zijn partners voorzien van informatie die hen op elk moment van de juiste boodschap en de juiste verkoopinformatie voorziet. “Daarmee kun je onder meer denken aan gerichte en uniforme trainingen en certificeringen, maar ook aan adequate deal-configurators en verkoopondersteuning.” HP heeft dit alles vernieuwd en beschikbaar gesteld in een partnerportaal. “We zijn alleen succesvol in dit mkb-segment, als de partners deze nieuwe mogelijkheden kunnen gebruiken om de producten en services naar de markt te brengen.”

Ook als het gaat om het uitrollen (via msp’s) van Managed Solutions maakte HP een vereenvoudigingsslag. “We hebben gekeken naar ons aanbod aan beheerde oplossingen en ons de vraag gesteld hoe we het gemakkelijker maken om die services te verkopen. En vooral ook: hoe we partners ondersteunen bij het werven van nieuwe klanten.”

Print services vereenvoudigen

Shull kreeg meer informatie uit de markt. Hij ging in op een specifiek, maar voor HP heel belangrijk segment: printing. “De concrete vraag was: kan HP mij helpen om Managed Print-services naar het mkb te brengen?” Daaraan voegden veel partijen toe dat de beheeroplossingen veel te complex waren voor de partners. “Ze wilden gewoon services kunnen bundelen, denk aan een cafetaria-model, om die in één eenvoudig abonnement aan te bieden aan kleine en middelgrote bedrijven.”

HP vertaalde die feedback in een model dat afgelopen maanden in de vorm van een pilot werd getest en dat de leverancier als nieuw Managed Print-abonnementsmodel beschouwt. “We hebben in die pilot meer dan 10 partners die het actief verkopen. En in de afgelopen paar maanden hebben die partners meer dan 13 miljoen pagina’s afgedrukt.” Het is niet zomaar een test, gaf Shull aan. Het programma wordt vanaf mei uitgerold. “In eerste instantie in de VS, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje en Italië, en in de paar maanden daarna wereldwijd.”

Managed services

Andere feedback die Shull kreeg is de wens van partners om voor hun mkb-eindklant een one-stop-shop te kunnen zijn. “Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze al een Managed Print-partner of een Poly-partner zijn, maar dat ze hun klanten ook andere HP-diensten willen kunnen leveren.” De leverancier speelt daarop in, door een nieuw aanbod aan Managed Services te introduceren, waarmee partners pc-configuratie-, monitoring-, beheer- en ondersteuningsdiensten allemaal in één contract kunt doorverkopen. “We zullen dat eerst lanceren in Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje, maar andere landen volgen snel.”