Net als Eric van Uden, Country Manager bij AVM, vorige week, geeft ook Chantal ’t Gilde, Managing Director Benelux en Nordics bij security-specialist Qualys een reactie op de oproep die de Cyber Security Raad ondanks deed. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van…’ waarin iemand uit de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

De Raad, een onafhankelijk adviesorgaan voor het Kabinet, spoort een nieuwe regering aan tot meer investeringen in cybersecurity. “Mijn eerste aanbeveling aan elke organisatie, en zeker ook de regering zou zijn dat cybersecurity serieus genomen moet worden,” begint ’t Gilde zijn reactie. “Veel te vaak zien we wel dat maatregelen aangekondigd worden, maar meestal zijn ze ten eerste niet doortastend genoeg. En ten tweede worden ze door organisaties als niet meer dan een ‘moetje’ gezien.”

Chantal ’t Gilde is positief over de Europese wetgeving als de Digital Operational Resilience Act (DORA) die inmiddels van kracht is. DORA is een Europese richtlijn die de financiële sector in de EU beter moet beschermen en weerbaarder maken tegen de toenemende cyberrisico’s, zoals cyberaanvallen en datalekken. Ook NIS2, waarover deze site al regelmatig schreef, zal het risicobewustzijn bij organisaties versterken, is de overtuiging van de Managing Director.

Noodzaak niet doorleefd

“Als ik het echter heb over ‘moetjes’, dan bedoel ik dat partijen echt wel hun best zullen doen om aan bepaalde eisen te voldoen, maar het blijft al snel bij het zetten van ‘vinkjes’ om slechts compliant te zijn. Security wordt dan niet als een noodzaak be- en doorleefd, maar als een gevolg van anonieme Europese regelgeving,” legt ’t Gilde uit.

Op het moment dat men vanuit de Nederlandse overheid zelf meer zou investeren in cybersecurity, werkelijk maatregelen én bewustwording naar de markt brengt en er zelf als overheidsinstantie naar handelt wordt het verschil gemaakt, stelt de topman van Qualys. “Cybersecurity moet als een absolute noodzaak gevoeld worden bij alles wat we doen. Alles en iedereen is tegenwoordig immers met elkaar verbonden.” Zoals mensen investeren in goede sloten op deuren en ramen, zo moet ook cybersecurity een vanzelfsprekendheid zijn.

Veel van de regelgeving gaat volgens ’t Gilde voorbij aan een bepalend element binnen security. “Mensen kennen de eigen risico’s niet. Ze weten niet waar ze kwetsbaar zijn en wat de impact van een incident kan zijn. Vooral daaraan moet gewerkt worden.”

Belangrijke rol partners

Dat is volgens ’t Gilde precies waar aanbieders in de securitysector aan werken. “En dat doen we in ons geval in nauwe samenwerking met onze partners. Zij krijgen immers dagelijks vragen van hun eindklanten over security. Eindgebruikersorganisaties worstelen met het geheel van cybersecurity en zoeken hun weg. Daar nemen partners de rol van vertrouwde adviseur opzicht: zij brengen risico’s in kaart en dragen oplossingen aan. Op die manier wordt de BV Nederland weerbaarder.”

Four IT Groep, de IT-partnerorganisatie die in 2021 opgericht is door Maaike Dekkers-Duijts, onthulde vandaag een de nieuwe bedrijfsnaam: Vooruit. Deze naam zal gebruikt worden door alle bedrijfsonderdelen die sinds de oprichting onderdeel gingen uitmaken van de holding, Four IT Groep, Scala Solutions, Tech Bakery, MCC en D-two.

De naam Vooruit brengt de ambitie van Dekkers-Duijts samen in één woord, bleek tijdens de aankondiging vandaag. “We willen doorgroeien naar 400 tot 500 medewerkers en op termijn 500.000 werkplekken gaan servicen voor onze klanten,” vertelde de topvrouw. De groei zal deels autonoom gebeuren, doordat de verschillende onderdelen groter worden, maar de ‘buy and build’-strategie wordt voortgezet. “We blijven kijken naar ondernemingen die bij onze cultuur passen en die een aanvulling voor ons zijn in activiteit of regio.”

Top 5-speler

In een eerder interview met ChannelConnect ging de CEO nader in op de groei-ambitie: “We hebben de positie en de propositie om ­verder te groeien. En om dat te realiseren kijken we toch in eerste instantie naar msp’s. Als die een volgende stap over­wegen, wil ik dat wij de eerste zijn aan wie ze denken.” Vooruit heeft de ambitie om  uit te groeien tot een top 5-speler in het IT-landschap.

Dekkers-Duijts heeft naar eigen zeggen een club gebouwd ‘waar energie in zit’. Een organisatie waar de mensen op een leuke manier met klanten en met elkaar bezig zijn. En, zo maakte CMO Marcel Joosten duidelijk tijdens de drukbezochte bijeenkomst: “we willen vooruit met onze medewerkers, maar vooral ook met onze klanten. Als een veelzijdige digitale versneller.”

Zoals veel fabrikanten presenteerde ook AVM een aantal nieuwe producten tijdens het Mobile World Congres in Barcelona. Daaronder was ook een router met ondersteuning voor Zigbee.

Allereerst was er de FRITZ!Box 6670 Kabel. Het is een docsis modem/router, bedoeld dus voor kabelaansluitingen. “Het is een van de eerste beschikbare routers met Wifi 7,” geeft Eric van Uden Country Manager Nederland bij AVM, aan. Wifi 7 maakt verbindingen met een betere kwaliteit mogelijk.

Officieel is de Wifi 7 standaard nog niet definitief vastgesteld. “Het is een standaard die nog in laatste fase van ontwikkeling zit. De bedoeling was de definitieve specificaties begin 2024 rond te hebben, maar dat is niet gelukt.” Grote veranderingen verwacht de Country Manager echter niet meer. “Als er al aanpassingen komen, dan kunnen die softwarematig in de vorm van een update worden gedistribueerd.”

Ondersteuning voor Zigbee

Een nieuwe ontwikkeling bij AVM is het feit dat nu ook Zigbee wordt ondersteund. Dit is een open standaard voor draadloze verbindingen tussen apparaten op korte afstand. Het is bedoeld als aanvulling op Bluetooth en Wifi. Men zet deze technologie steeds vaker in voor home oplossingen. Deze stap van AVM is opvallend, omdat de FRITZ!-lijn al enige tijd geleden is uitgebreid met AVM’s eigen smart home oplossingen, bijvoorbeeld voor de bediening van verlichting en verwarming. “Daarmee gaan we beslist door,” legt Van Uden uit. “Maar dankzij Zigbee kunnen producten die op andere platformen werken, integreren met ons op Dect-gebaseerde ecosysteem.”

De FRITZ!Box 6670 komt op korte termijn op de markt, zowel via providers als via het retailkanaal. “Het product is heel interessant in die landen waar de vrije modemkeuze al is ingevoerd,” weet Van Uden. “Met deze router kunnen consumenten al op korte termijn over Wifi 7 beschikken.”

Afscheid van ISDN

De tweede introductie is de FRITZ!Box 5690 Pro, ook verkrijgbaar als XGS-PON . Die is bedoeld voor een heel ander segment en biedt Wifi 7 over drie banden, namelijk 2,4 Gigahertz en 5 en 6 GHz “Noem het gerust een beest van een machine,” zegt Van Uden trots. “Vanwege die drie banden zitten er veel antennes is, vandaar de grotere omvang.” Ook dit device beschikt over Zigbee, naast alle bekende aanbiedingen, zoals DSL, VDSL, ADSL en Glasvezel. Opvallend: ISDN, een protocol dat AVM ooit al in een heel vroeg stadium ondersteunde en dit heel lang bleef voeren, is uit het toestel verdwenen. Het is in veel landen, zoals Nederland, immers niet beschikbaar.

Dit toestel biedt nog meer mogelijkheden voor smart home oplossingen, doordat het ook Matter ondersteunt. Dit is een verbindingsstandaard voor domotica. “Daarmee kunnen we de smart home wereld helemaal aan FRITZ! koppelen.”

Prototype

Tot slot liet Van Uden een prototype zien van de FRITZ!Box 6860 5G Hiermee kunnen consumenten op plekken met een slechte 5G dekking zelf een krachtig netwerk opbouwen, bijvoorbeeld op een camping. Het toestel is spatwaterdicht. De voeding geschiedt via Power over Ethernet.

Veel traditionele ICT-beurzen, zoals de CeBIT in Hannover en ook de nodige Nederlandse events in Utrecht en Amsterdam hielden op te bestaan. Het Mobile World Congres (MWC) echter vond in 1987 voor het eerst plaats en veroverde al snel de positie die het nog steeds heeft. Het is de toonaangevende beurs op het gebied van mobiele telecom.

Juist het feit dat we ons in 1987 niet hadden kunnen voorstellen wat we inmiddels dagelijks met mobiele devices en (mobiele) netwerken kunnen doen, laat zien hoezeer het evenement wist mee te groeien en vaak ook richting wist te geven aan deze industrie.

PC’s Limited

Daarom was het mooi om deze week tijdens het event in Barcelona Michael Dell op het podium te zien staan. Hij richtte veertig jaar geleden het bedrijf PC’s Limited op en is nog steeds actief als chairman van Dell Technologies. Onder die naam is zijn onderneming immers bekend geworden. En, zo bleek tijdens zijn presentatie, hij is nog steeds net zo bevlogen en visionair als vier decennia geleden.

“Vanaf de geboorte van de personal computer tot aan het datacenter, de internetrevolutie en de virtualisatie tot de cloud hebben IT-leveranciers organisaties en industrieën en de wereld geholpen met transformeren”, begon Dell zijn keynote. “En als ik vooruitkijk, geloof ik eerlijk gezegd dat we nog maar net begonnen zijn.”

Telecom profiteert van AI

De topman verwees in dat verband naar de exploderende hoeveelheid data, en vooral naar het belang van data voor technologie als AI. En dat meldde hij niet voor niets juist tijdens dit event. “Telecommunicatiebedrijven moeten een winnaar zijn in deze volgende innovatiegolf,” stelde Dell. Volgens IDC heeft de telecomsector zelfs meer geïnvesteerd in generatieve AI dan welke sector in de economie dan ook, wist de IT-veteraan te melden.

Zijn stelling wordt onderschreven door de feiten. “Het kostte ons [als IT-industrie] veel tijd om 5 miljard mensen op internet te krijgen. Maar AI werd heel snel door 5 miljard mensen omarmd.”

Nu beloven IT-fabrikanten al sinds de start van automatisering en digitalisering dat hun oplossingen klanten zullen helpen. Dat stelde Michael Dell nu ook weer. “Er is nooit een beter moment geweest om slimmer of productiever te worden [dan nu]. Maar voor netwerkexploitanten en telecompartijen gaat het verder dan dat. Ze kunnen meer dan ooit de waarde die ze hun klanten bieden vergroten.”

Edge is de achtertuin

Dell ging vervolgens uitgebreid in op het belang van de edge. Het zijn volgens hem juist de telecom-ondernemingen die daarvan profiteren. “De overgrote meerderheid van de data in de wereld wordt aan de rand, de edge, van de echte wereld gecreëerd. En steeds vaker worden die gegevens zo dicht mogelijk bij het ontstaanspunt opgeslagen en verwerkt.”

Mensen willen geen AI naar de data brengen, maar juist omgekeerd. “En daarvoor en daarbij leunen we allemaal op de ondernemingen in de telecomsector.” Sterker nog, stelde de topman: telecompartijen zijn in de meest letterlijke vorm al een edge-interface. “Bedrijven in de telecom bevinden zich in de kamer en in de achtertuin van alle gebruikers. Dát is de edge.”

Mensen willen geen AI naar de data brengen

Echte wereldwijde dekking

Dat heeft consequenties, stelde Dell. “Laten we afstappen van de starre architecturen waarin hardware en software zo nauw met elkaar verbonden zijn dat ze niet op onafhankelijke basis verbeterd of zelfs maar geüpgraded kunnen worden.” Daarmee gaf Michael Dell een antwoord op de niet uitgesproken vraag: wat doet iemand die 40 jaar geleden startte met het verkopen van computers op het MWC? Dell bouwde toch servers voor datacenters?

“We stappen als industrie over op een netwerk dat softwarematig kan worden geüpgraded en dat een platform is voor nieuwe service-innovatie. De behoefte aan intelligente, razendsnelle netwerken en echte wereldwijde dekking is nog nooit zo groot geweest.” Het mag duidelijk zijn dat telecom daarbij een essentiële rol speelt, was de boodschap van de topman.

Concentratie op telecom

Vier jaar geleden nam Dell de strategische beslissing om zich meer dan ooit op telecom te concentreren. “We hebben onze oren gespitst en op basis van de feedback die we uit de markt kregen hebben we netwerk-specifieke platforms en software gecreëerd om de sterk gedistribueerde infrastructuur van een open netwerk te automatiseren.” Dit om de operationele flexibiliteit te vergroten, de effectiviteit te verbeteren en uiteindelijk de kosten te verlagen. In dat opzicht is de visie van Michael Dell de afgelopen 40 jaar niet veranderd.

Met Eric van Uden, Country Manager Nederland bij AVM, praten we over de oproep die de Cyber Security Raad, een onafhankelijk adviesorgaan voor het Kabinet, ondanks deed. De Raad spoort een nieuwe regering aan tot meer investeringen in cybersecurity. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van..’ waarin iemand uit de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

Volgens het adviesorgaan zijn de huidige investeringen in cybersecurity niet genoeg om de groeiende digitale dreigingen vanuit statelijke actoren en cybercriminelen het hoofd te bieden. Allereerst vragen we Van Uden als IT- en telecomveteraan wat zijn advies aan de politiek zou zijn. “Eigenlijk is het voor het belangrijkste advies al te laat,” is zijn reactie. “Dat is namelijk: zorg voor voldoende kennis over telecom, datacom en cybersecurity in de Tweede Kamer.” Die kennis is in het nieuwgekozen parlement onvoldoende aanwezig. “Dat betekent dat Kamerleden voor veel belangrijke informatie moeten leunen op de input van externen. Daardoor kun je eigenlijk als toezichthoudend en controlerend orgaan onvoldoende beoordelen wat er gebeurt.”

De risico’s zitten in de versnippering van informatie, en de invloed van lobbygroepen. “Ik zie een toename van organisaties die inspringen op het gebrek aan kennis op het gebied van cybersecurity.” Terwijl veiligheid en beveiliging naar de mening van Van Uden juist zaken zijn dat je “simpelweg doet en uitvoert” en waar je verder niet te veel over vertelt. “Dus geen borstklopperij in allerlei gremia, maar in een hecht en deskundig overleg tot afspraken en controle komen.” Dat organiseert dan een richtinggevende groep mensen van professionals die niet alleen weten waar ze over hebben, maar ook in staat zijn de verschillende belangen van burgers, bedrijven en overheden af te wegen.”

Gekanaliseerd wantrouwen

In het artikel wordt gewezen op het belang van Europese wetgeving op het gebied van security. NIS2 wordt genoemd, maar daarnaast krijgen of hebben we te maken met de Cyber resilience Act en de CER-richtlijn. Waar die laatste het fysieke toezicht op objecten, zoals bijvoorbeeld datacenters, regelt, gaat het bij NIS2 om dataveiligheid en privacy. Van Uden: “Het zijn duidelijke richtlijnen, die eisen stellen en aangeven welke beveiligingsmaatregelen genomen moeten worden. Dit wordt gekoppeld aan handhaving, mogelijke boetes en persoonlijke aansprakelijkheid.”

De Cyber Resilience Act versterkt de impact van de andere regels, door heel duidelijk eisen te stellen aan het ontwerp van hard- en software. Ook die wet komt met onder meer een meldplicht bij incidenten. “Zo wordt gezond wantrouwen gekanaliseerd via drie stevige wetten,” stelt Van Uden. “Die denkrichting vind ik juist.”

Vergeet patches niet

Daarbij mag het volgens Van Uden niet blijven. “Nog steeds is het zo dat het installeren van software-updates en het uitvoeren van patches veel problemen voorkomt. Te vaak zeggen bedrijven dat het patchen een risico kan zijn, omdat elders in de stack problemen kunnen ontstaan. Wat dat betreft moeten we blijven leren van de zorgsector. ‘Treat first what kills first’, is hun motto. De risico’s van het niet doorvoeren van updates is in een IT-omgeving de meest bedreigende kwaal.”

Voor Andrew van der Haar, Managing Director van de Fiber Carrier Association en Senior-Adviseur van de Dutch Data Center Association was het bericht over de resultaten van een onderzoek door Conclusion interessant. Uit een enquête zou blijken dat organisaties de cloud als motor van innovatie zien. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van..’ waarin iemand uit de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

Iets meer dan de helft van organisaties (58%) ziet cloud als belangrijke aanjager van innovatie. Dat is een belangrijke boodschap in het artikel. Men voegt eraan toe, dat een ruime meerderheid (86%) van de onderzochte bedrijven hun IT-landschap (deels) in de cloud hebben staan. “Op zich is deze ontwikkeling al langer aan de gang,” is de eerste reactie van Van der Haar. “We zien immers al jaren een ontwikkeling waarbij bedrijven applicaties afgenemen uit de cloud.”

Public cloud

Aanvankelijk ging het daarbij vooral om relatief eenvoudige bouwstenen. Denk aan Word en Excel. “Maar inmiddels zijn ook bedrijfsapplicaties als boekhoudsoftware en CRM-systemen als online service beschikbaar.” Eigenlijk zien we alleen dat er nog een soort inhaalslag te maken is als het gaat om bijvoorbeeld customized ERP-systemen, die in veel gevallen zelf nog niet cloud-ready zijn. “Maar verder zijn bijna alle standaardproducten inmiddels eenvoudig vanuit de omgeving van een public cloud aanbieder af te nemen.”

Meerdere cloud-varianten

Daarmee adresseert Van der Haar een volgens hem belangrijke nuance. “Als gesproken wordt over de cloud als dé brandstof voor vernieuwing, dan merk ik dat in het stuk geen onderscheid gemaakt wordt tussen public, private en hybride cloud, terwijl de verschillende cloud-vormen hun eigen kwaliteiten en rol hebben.”

Public cloud steunt startups

Als we puur zouden kijken naar jonge bedrijven, zoals startups, dan is de overtuiging van Van der Haar dat die zo goed als volledig native werken met diensten in de public cloud. “Dat wordt ook nadrukkelijk door de drie grote platforms, Google, AWS en Azure gestimuleerd,” geeft de Managing Director aan. “Ze hebben programma’s die specifiek op startups gericht zijn. En jonge innovatieve bedrijven krijgen veel ‘credits’ om mee te experimenteren.”

Daarnaast is de public cloud natuurlijk heel geschikt om mee te laten groeien met de omvang van de organisatie. “Op die manier wordt innovatie niet alleen mogelijk gemaakt, maar, doordat de grote platforms in staat zijn complexe oplossingen te draaien en hun klanten met, bijvoorbeeld Kubernetes laten werken, stimuleren ze daadwerkelijk innovatie.”

On prem nog niet uitgespeeld

We vragen Van der Haar of het aandeel van 58% van de ondernemingen dat cloud als belangrijke aanjager van innovatie ziet niet aan de lage kant is, gezien de enorme opmars van cloud- en SaaS-diensten. “Dat zou je wellicht kunnen zeggen,” luidt het antwoord. “Maar soms is de werkelijkheid toch weerbarstiger.”

Van der Haar wijst erop dat er nog steeds vaak voor on prem wordt gekozen, bijvoorbeeld met eigen hardware in een (extern) datacenter. “We zien dat er nog steeds veel bedrijven zijn die eigen hardware waarderen en daarbij dan profiteren van de specifieke services en continuïteit die een gespecialiseerd extern datacenter hen kan bieden.”

Glasvezel als aanjager van innovatie

Dat brengt Van der Haar op de vraag welke rol glasvezelverbindingen in dit geheel spelen. “Doordat de verbindingen steeds beter worden, is het ook makkelijker voor bedrijven om over te stappen naar een cloud-vorm of een extern datacenter te maken.” Hij kijkt terug op het jaar 2000 toen voor het eerst gesproken werd over VoIP. “Dat kwam eigenlijk heel langzaam van de grond, omdat de verbindingen nog niet goed genoeg waren. Daarover hoor je nu niemand meer. De fiber-infrastructuur is, zeker in Nederland, ongelofelijk goed. Op die manier is glasvezel beslist ook voorwaardelijk voor innovatie.”

Voor de leden van Dutch Cloud Community (DCC) waren afgelopen maand twee berichten meer dan interessant, blijkt uit de reactie van Ruud Alaerds (foto) en Simon Besteman. Samen vormen ze de directie van DCC. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van…’ waarin een autoriteit in de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

Het eerste artikel dat de beiden opvalt gaat over het rapport de Staat van de Digitale Infrastructuur. ChannelConnect schreef erover op 22 januari. De redactie koos als kop ‘Nederland dreigt toppositie digitale infrastructuur te verliezen’.

Grote maatschappelijke impact

Onderzoeksbureau Ecorys onderzocht in opdracht van de minister de stand van zaken bij de digitale infrastructuur. Het gaat daarbij om telecomnetwerken, zeekabels, datacenters, hosting en internet exchanges. Volgens de minister heeft deze sector een grote maatschappelijke en economische impact. Samen met toeleveranciers – zoals bedrijven die glasvezel aanleggen of leveranciers van netwerkapparatuur – draagt de digitale infrastructuur-sector jaarlijks met 24,2 miljard euro bij aan het Nederlandse BNP. De sector omvat zo’n 200.000 banen. Tot zover het positieve nieuws.

Risico’s

Het rapport adresseert namelijk ook aandachtspunten. “Nederland heeft een hoogwaardige en toegankelijke digitale infrastructuur die behoort tot de internationale top. Maar deze positie staat onder druk vanwege weinig prioriteit voor nieuwe investeringen, onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk en lastig te vinden fysieke ruimte.”

Besteman en Alaerds stellen dat Dutch Cloud Community de conclusies van het rapport onderschrijft. “We willen benadrukken hoe belangrijk het is dat de regering ook op de lange termijn een consistent en voorspelbaar beleid voert,” zegt de directie van DCC. “Dit is belangrijk om investeringen mogelijk te maken en bedrijven in staat te stellen de juiste infrastructuur op te bouwen voor de langere duur.” Volgens DCC kan Nederland alleen zo de noodzakelijke digitalisering voortzetten die zowel de samenleving als de economie nodig hebben.

Jubileum AMS-IX

Wat dat betreft is het mooi om op te merken dat internetknooppunt AMS-IX afgelopen week 30 jaar bestond, We beschrijven dat in een ander artikel. Wat op 1 februari 1994 begon als een manier om lokaal data uit te wisselen, is inmiddels een van de belangrijkste schakels geworden in het internationale internetverkeer. Als een van de grootste internetknooppunten van de wereld heeft AMS-IX een sterke positie opgebouwd als digitale hun, en staat het symbool voor de kracht van de Nederlandse infrastructuur. Uit de reactie van de directie van DCC blijkt dat we alle zeilen moeten bijzetten om die positie niet te verliezen.

In de achtste editie van NLSecure[ID] afgelopen dinsdag kwamen professionals uit het bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen om te leren en te discussiëren over de digitale veiligheid van Nederland en de strijd tegen cybercriminelen.


Het fysieke evenement vond plaats in het NBC, een congrescentrum in Nieuwegein, dat na een verwoestende brand voor het eerst weer een evenement kon ontvangen. Maar net als de afgelopen edities waren alle sessies ook digitaal te volgen.

Waarborgen van veiligheid

Chantal Vergouw, Chief Business Market en lid van de Raad van Bestuur van KPN, opende de middag. Ze benadrukte de ernstige digitale dreigingen waarmee we dagelijks worden geconfronteerd. “In een tijd waarin cyberdreigingen aan de orde van de dag zijn, is het waarborgen van de digitale veiligheid van bedrijven in Nederland van cruciaal belang,” stelde zij en benadrukte dat het waarborgen van de veiligheid van bedrijven, groot en klein, essentieel is.

NLSecure[ID] startte vanuit de overtuiging dat kennisdeling van groot belang is voor de digitale veiligheid van Nederland. Vergouw meende dat in de afgelopen jaren al veel bereikt is. “De noodzakelijke samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en wetenschap is op gang gekomen. Dat is essentieel.”

Zijn we weerbaarder geworden?

De vraag vanaf het podium aan de bezoekers in de zaal en digitale deelnemers was vervolgens of Nederland daadwerkelijk digitaal weerbaarder is geworden de afgelopen jaren. Op die vraag kon digitaal een antwoord gegeven worden, en 71% van de respondenten stelde dat ons land weerbaarder werd.

Ir. Bas Dunnebier, Head Unit Resilience bij de AIVD, herkende zich in die score. “Het vervelende is echter dat de bedreigingen een nog veel sterkere ontwikkeling meemaakten. Dus ik vrees dat we zeker niet weerbaarder zijn voor de gevaren die ons bedreigen.” Hij riep in herinnering dat een cybercrimineel slechts één lek hoeft te vinden, terwijl de verdediging alle gaten moet zien te dichten.

Men vergeet snel

De AIVD is dagelijks bezig met het zorgen voor de digitale en fysieke weerbaarheid van Nederland, meldde Dunnebier kernachtig. “Elke dag liggen bedrijven en organisaties in ons land zwaar onder vuur.” Het viel hem op dat men aanvallen, ook als die veel impact hadden, snel vergeet. De grote incidenten, zoals SolarWinds, lijken lang geleden, maar zijn tamelijk recent.

Persistente cybercriminelen

Een nog actuelere trend betreft de ransomware-aanvallen. “Ondernemingen en organisaties worden daar hard door geraakt,” stelde Dunnebier, die echter aangaf dat zijn organisaite zich vooral bezighoudt met zogenaamde Advanced Persistent Threats (APT). “We liggen continu onder vuur door activiteiten van statelijke actoren, vooral uit China,” legde hij uit. “Zij beschikken over de allerbeste tools en hebben werkelijk honderduizenden hackers in dienst. Ze zijn daarnaast ook nog een heel erg persistent. Ze vallen een organisatie niet een of twee keer aan, maar vele keren, al dan niet via de supply chain.”

Belang van samenwerking

Tegenover die honderdduizenden staatshackers stelt Nederland een paar duizend specialisten. “Dankzij onder meer intensieve samenwerking zijn we instaat veel aanvallen af te slaan,” gaf Dunnebier aan. Hij onderschreef daarmee de stelling van KPN-topvrouw Vergouw dat samenwerking eessentieel is. “Wij waren dat als AIVD niet zo gewend, onze mensen praten niet veel over hun werk, maar in dit geval zijn we echt aan het veranderen.”

Positieve impact NIS2

De noodzaak daartoe onderschreef ook Petra Oldengarm. Zij is directeur van Cyberveiligheid Nederland en riep tijdens een vorige editie van NLSecure[ID], in 2021, al op transparant te zijn over incidenten. “Deel informatie met elkaar en slecht de grenzen tussen overheid en de private sector,” benadrukte ze ook nu. “Het gaat beter, maar er zijn nog stappen te zetten.”

De aanstaansde invoering van NIS2 zal daarbij helpen, was haar overtuiging. “Deze wetgeving zal voor een groot aantal bedrijven gaan gelden. Daarnaast staat concreet aangegeven wat er op het gebied van security-beleid van ondernemingen wordt verwacht. Ook het delen van informatie, waarover we tijdens dit congres spreken, vormt een onderdeel van NIS2.

Op 27 februari vindt Kickstart Europe weer plaats in de Amsterdamse RAI, met een netwerkborrel op de avond van de 26ste. “De conferentie is uitgegroeid tot het belangrijkste internationale evenement voor deze sector.” Dat zegt organisator Stijn Grove, Managing Director van Dutch Datacenter Association (DDA). ChannelConnect sprak met hem.

“Door de jaren heen wist Kickstart Europe zich te vestigen als een bruisend en dynamisch evenement, dat steeds aan kwaliteit won. We zetten elk jaar een nieuwe stap. In de afgelopen zeven jaar won het evenement gestaag populariteit gewonnen. En dit jaar belooft het niet anders te zijn. Met 1500 deelnemers vorig jaar lijkt Kickstart Europe alleen maar in kracht toe te nemen.”

“Vanaf het allereerste begin was Kickstart Europe gericht op het brengen van topkwaliteit in events, vooral op het gebied van leiderschap. De mensen op het podium en de bezoekers in de zaal moesten vanaf de eerste editie vooral bestaan uit managers op C-niveau. Dit streven naar kwaliteit resulteert in het aantrekken van vooraanstaande keynote-sprekers. En van panelleden die deelnemers een diep inzicht bieden in belangrijke kwesties zoals strategie, investeringen en netwerken.”

Twan Huys als moderator

“Ook de manier waarop we deze topmanagers laten communiceren maakte een ontwikkeling door. Als je dan aansprekende mensen op het podium hebt, dan wil je ook echt informatie van hen horen en niet alleen jargon. Om die reden zal Twan Huys, die niet alleen een gerenommeerd journalist en gespreksleider is, maar ook iemand die als oud-correspondent goed Engels spreekt, de sessies modereren.”

“Net als bij de vorige edities, ligt bij Kickstart Europe ook dit jaar de kracht in de diversiteit aan panels. Met 18 panels, meer dan ooit tevoren, behandelen we een breed scala aan onderwerpen. Namelijk van digitale infrastructuur en financiën tot duurzaamheid en technologische ontwikkelingen. Naast die 18 panels zijn er nog drie keynotes.”

“Nieuw dit jaar in het programma is het Finance Forum. Hierin buigen acht panels zich over investeringen. Deelnemers zijn vertegenwoordigers van internationale banken, grote institutionele beleggers en equity-partijen. Deze focus op financiën weerspiegelt de groeiende relevantie van het financiële aspect in de snel evoluerende technologische sector.”

Netwerkborrel in de RAI

“Kickstart Europe benadrukt een dag lang niet alleen de zakelijke aspecten, maar hecht ook waarde aan netwerkmomenten. De avond voorafgaand aan het evenement biedt deelnemers al de gelegenheid om te netwerken en bij te praten, waarbij de nadruk ligt op een informele sfeer. Vorig jaar wisten 700 tot 800 deelnemers de weg naar de borrel in de RAI te vinden. De deelnemers zijn dan vaak toch al in de stad en ik denk dat de kracht van een evenement moet zijn het netwerken daar mogelijk te maken waar de rest van het programma zich een dag later ook afspeelt.”

“De betrokkenheid van regionale spelers vergeten we niet, ook al groeide Kickstart Europe sterk. De datacenter-sector kent immers naast enkele grote, vooral veel regionale partijen met een doorgaans platte organisatiestructuur. De managers van al die ondernemingen treft elkaar jaarlijks in de RAI.”

AI: kans en uitdaging

“De kansen en uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd, zoals de groei van AI en Cloud, energietransitie en ruimtebeperkingen in belangrijke steden als Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs, worden op Kickstart Europe nadrukkelijk besproken.”

”AI neemt een centrale plaats in als hoofdthema, waarbij de link tussen verschillende onderwerpen wordt gelegd. De impact van AI op duurzaamheid, de arbeidsmarkt en investeringen wordt grondig besproken, evenals de rol van AI in de datacenters zelf, waar het kan bijdragen aan efficiënter energie- en milieubeheer.”

Grotetafelgesprek

Het ChannelConnect-team is druk bezig met de voorbereidingen van het Dossier Datacenter & Cloud, dat op 28 maart verschijnt. Het is nog tot en met 1 maart mogelijk om te reserveren voor deze editie.

In deze eerste editie vind je onder meer een verslag van een prikkelend Grotetafelgesprek rond het thema Datacenter & Cloud, waarbij 0ok Stijn Grove aanschuift.

Benieuwd naar hoe het Grotetafelgesprek eruit ziet? Klik hier voor de video voor vorig jaar. Het dossier Datacenter & Cloud wordt gebundeld met het maartnummer van ChannelConnect, maar is een eigen uitgave (back to back). Het dossier wordt ook online los aangeboden en gepromoot, zodat je profiteert van optimale zichtbaarheid.

Arwen Vink, solution specialist digital workplace bij SoftwareOne las op 17 januari het nieuws over het onderzoek van Ricoh, waaruit bleek dat werknemers ontevreden zijn over verouderde technologie op werkplek. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van..’ waarin iemand uit de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

“De uitkomsten van het onderzoek van Ricoh zijn zorgwekkend voor werkgevers. Het is duidelijk dat medewerkers behoefte hebben aan nieuwe technologieën om hun werk goed te kunnen doen. Als werkgevers deze behoefte niet vervullen, lopen ze het risico om medewerkers te verliezen.”

Wat wil de werknemer?

Er is volgens Vink een aantal belangrijke redenen waarom werknemers ontevreden zijn over de huidige technologie op de werkplek. ”Vaak is de technologie verouderd en niet meer geschikt voor de huidige manier van werken. Ook zien we dat de middelen voor werken op afstand vaak niet toereikend zijn. Een derde reden is dat er teveel tijd wordt besteed aan administratieve taken. Deze kunnen vaak makkelijk door technologie worden geautomatiseerd, dat bespaart tijd en kosten.”

Een aantal concrete tips voor werkgevers zijn:
– Start met een duidelijke visie op hoe de technologie de werkplek kan verbeteren.
– Betrek werknemers bij het proces en luister naar hun feedback.
– Bied training en ondersteuning aan om werknemers te helpen de nieuwe technologie te leren gebruiken.
– Maak de nieuwe technologie gebruiksvriendelijk en toegankelijk.

AI helpt bij verbeteren van werkprocessen

“Een goed voorbeeld van het inzetten van technologie waar werkgevers baat bij hebben, zijn oplossingen gebaseerd op kunstmatige intelligentie (AI). Dit is een belangrijke trend die relevant is voor werknemers. AI heeft het potentieel om de werkplek te transformeren en de productiviteit, creativiteit, efficiëntie én tevredenheid van werknemers te verbeteren.”

Een aantal veelvoorkomende toepassingen van AI op de werkplek zijn:
– Automatisering van taken: Men kan AI gebruiken om taken te automatiseren die momenteel door werknemers worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot tijdwinst en een vermindering van fouten.
– Data-analyse: AI kan worden gebruikt om grote hoeveelheden data te analyseren en nieuwe inzichten te identificeren. Dit kan helpen bij het nemen van betere beslissingen en het verbeteren van de bedrijfsprestaties.
– Klantenservice: AI kan worden gebruikt om klanten te helpen via geautomatiseerde kanalen. Dit helpt werknemers zich te richten op andere kernactiviteiten.

Copilot maakt werk ook leuker

Vink legt uit: “Neem als voorbeeld de nieuwe AI-technologie van Microsoft voor Microsoft 365-toepassingen, Copilot. Gebruikers besteden dankzij deze toepassing minder tijd aan het zoeken naar informatie, en e-mails verwerken wordt een stuk gemakkelijker. Wanneer Teams-besprekingen en actiepunten voor werknemers worden samengevat en Copilot ze snel op weg helpt met nieuwe projectvoorstellen, kunnen werknemers veel efficiënter werken. Er komt meer tijd vrij voor kernactiviteiten. Bovendien kunnen werknemers data-gedreven werken omdat ze via Copilot creatief kunnen omgaan met de eigen bedrijfsdata.”

Use cases zijn essentieel

Maar met de introductie van nieuwe AI-technologie alleen red je het niet, zegt Vink. “Een goede adoptiestrategie op basis van de geïdentificeerde use cases is van groot belang. Als medewerkers zomaar een licentie krijgen zonder bijgaande uitleg over het gebruik en de toepassing, dan is de kans groot dat het geen goede ervaringen oplevert. Werknemers schuiven de oplossing dan aan de kant. Om de adoptie van nieuwe technologie op de werkplek te bevorderen, is het ook belangrijk om een goede aanpak van change management te hebben.

Dit betekent dat werknemers moeten worden meegenomen in het proces en dat ze de voordelen van de nieuwe technologie moeten begrijpen. Door de use case centraal te stellen en onze tips op te volgen, kunnen werkgevers inhaken op een belangrijke trend (AI) én de tevredenheid van werknemers verbeteren, zodat zij zich op de leuke, uitdagende, strategische kernactiviteiten kunnen richten.”