AI is niet meer weg te denken uit de hedendaagse maatschappij. De snelheid waarmee deze nieuwe technologie de wereld verovert is ongekend en verslaat zelfs de stormachtige opmars van het internet in de tweede helft van de jaren ’90. Klanten kloppen steeds vaker aan de deur en vragen om ‘iets met AI’. Reden voor MSP Business om eens dieper te duiken in de achterkant. Waarmee moet je als MSP rekening houden wanneer je AI-oplossingen en -tools implementeert bij je klant? Wat zijn eigenlijk de kosten en hoe bereken ik dat door? In deze negendelige serie krijg je antwoord op al deze vragen.

 

Als je AI-tools inzet in je bedrijf, of ze doorverkoopt aan klanten, kom je vroeg of laat een term tegen die weinig uitleg krijgt maar wél bepaalt hoeveel je betaalt, hoe slim een model zich gedraagt en waar de grenzen liggen: de token, een begrip dat direct raakt aan kosten, prestaties en verwachtingen.

Een taalmodel leest en schrijft geen tekst zoals jij dat doet. Het werkt met tokens: stukjes tekst die ergens tussen een letter en een woord in zitten. Een gangbare vuistregel is dat één token overeenkomt met ongeveer vier tekens, of driekwart woord. Dat betekent dat duizend tokens ruwweg 750 woorden zijn, of anderhalve pagina tekst.

Eenvoudige woorden zoals “hallo” of “server” zijn vaak één token. Langere of zeldzame woorden worden opgesplitst. “Informatiebeveiliging” levert vermoedelijk vier of vijf tokens op. Spaties, leestekens en opmaakelementen tellen apart mee.

Het onderliggende principe heet Byte Pair Encoding: het model heeft geleerd welke lettercombinaties zo vaak voorkomen dat ze een eigen eenheid verdienen. Veelgebruikte stukjes tekst worden één token, zeldzame combinaties worden opgesplitst. Dat is efficiënter dan werken met losse letters, en nauwkeuriger dan werken met hele woorden.

Waarom Nederlands duurder is dan Engels

Hier zit iets wat MSP’s die werken voor Nederlandse klanten concreet merken: Nederlandse tekst kost meer tokens dan Engelse. De modellen zijn voor een groot deel getraind op Engelstalige data, waardoor Engelse woorden vaker als één token worden herkend. Nederlandse samenstellingen als “beheerplatform” of “netwerkinfrastructuur” worden opgesplitst in meer stukjes.

Het verschil is niet dramatisch, maar bij intensief gebruik loopt het op. Een Nederlandse prompt van honderd woorden vraagt gemiddeld twintig tot dertig procent meer tokens dan dezelfde tekst in het Engels. Als je op grote schaal automatiseert, telt dat mee in de rekening.

Kosten en limieten

De meeste mensen maken kennis met AI via een abonnement, zoals Claude Pro of ChatGPT Plus. Daarbij betaal je een vast bedrag per maand en zit er een limiet op hoeveel je kunt gebruiken, uitgedrukt in berichten per tijdsvenster of in totale rekenkracht. Handig voor individueel gebruik, maar minder geschikt als je AI wilt inbouwen in een werkproces of tool.

Dat is waar de API om de hoek komt kijken. Via een API spreek je het model rechtstreeks aan vanuit software, zonder tussenkomst van een gebruikersinterface. Je betaalt per token, precies voor wat je gebruikt. Dat maakt de API geschikt voor automatisering op schaal. Denk aan een helpdesktool die automatisch tickets samenvat, of een rapportgenerator die elke nacht draait.

Bij gebruik via een API betaal je per token, input en output apart. Wat je instuurt aan prompt kost geld, wat het model teruggeeft ook. Dat klinkt abstract, maar het heeft directe gevolgen voor hoe je een toepassing bouwt. Een systeem dat lange instructies meestuurt bij elk verzoek, of dat uitgebreide HTML-output genereert, verbruikt meer tokens dan een strakke, sobere opzet.

De andere kant van tokens is het contextvenster: de hoeveelheid tekst die een model tegelijk kan verwerken en onthouden. Dat venster wordt uitgedrukt in tokens. Een model met een contextvenster van 200.000 tokens kan ruwweg 150.000 woorden tegelijk verwerken, meer dan de meeste romans. Maar zodra je daar overheen gaat, valt het begin van het gesprek weg. Het model vergeet het als het ware. Dat is relevant als je AI inzet voor langlopende processen of grote documenten.

Wat je er praktisch mee doet

Je hoeft geen tokenexpert te worden om AI goed in te zetten. Maar een paar dingen zijn de moeite waard om te onthouden. Korte, heldere prompts zijn niet alleen prettiger voor de gebruiker, ze zijn ook goedkoper. Onnodige opmaak, herhalingen en overbodige context tellen allemaal mee. En als je een AI-toepassing evalueert of inkoopt voor klanten, vraag dan naar de tokenlimieten en tarieven. Die bepalen mede of een oplossing bij die schaal nog rendabel is.

Tokenisatie is de basis waarop alles rust. De volgende aflevering gaat over wat er met die tokens gebeurt zodra ze er zijn: het contextvenster, het werkgeheugen van een model, en wat dat betekent voor de manier waarop AI taken uitvoert.

Dit is de eerste aflevering in de reeks ‘AI onder de motorkap’, waarin MSP Business de technologie achter AI stap voor stap uitlegt. Zonder marketingjargon, met de diepgang die je nodig hebt om er als IT-dienstverlener mee te werken, over te praten en op te bouwen.

De backupmarkt voor msp’s is de afgelopen jaren flink in beweging. Consolidatie, prijsverhogingen, nieuwe toetreders en de verschuiving naar immutability als standaardvereiste hebben het landschap merkbaar veranderd. Dit overzicht helpt je de belangrijkste spelers en hun positionering te doorgronden, ingedeeld naar deployment-model.

Software: bring your own storage

Dit zijn platforms waarbij je als msp zelf bepaalt waar de data naartoe gaat — naar je eigen hardware, een NAS, publieke cloud of een combinatie. De flexibiliteit is groot, maar dat betekent ook dat je zelf verantwoordelijk bent voor de juiste configuratie van de opslaglaag.

Veeam Data Platform

Veeam is de dominante speler in de msp-backupmarkt, en dat is niet zonder reden. Het platform ondersteunt vrijwel elke workload: VMware, Hyper-V, Nutanix AHV, fysieke servers, NAS, Microsoft 365, Kubernetes en publieke cloud. Via de Veeam Service Provider Console krijgen msp’s een multi-tenant beheerschil die centraal monitoren en rapporteren mogelijk maakt.

Een opvallende ontwikkeling: in januari 2026 nam Veeam Object First over, het bedrijf dat de Ootbi-appliance maakt, een on-premises immutable backup storage die specifiek voor Veeam-omgevingen is ontworpen. Pikant detail: Object First werd in 2022 opgericht door de originele Veeam-founders Ratmir Timashev en Andrei Baronov, nadat zij Veeam hadden verlaten. Met de overname brengt Veeam hardware en software voor het eerst onder één dak, en kan het msp’s een kant-en-klare immutable storage-oplossing bieden zonder dat zij daarvoor bij een derde partij hoeven aan te kloppen.

Aandachtspunt: Veeam verhoogde de prijzen in januari 2026 opnieuw met 4 tot 8 procent, het tweede opeenvolgende jaar. Msp’s die grote aantallen seats beheren, merken dat direct in hun marge. Wie voor 2027 budgetteert, doet er verstandig aan hetzelfde patroon in te calculeren.

Acronis Cyber Protect Cloud

Acronis combineert backup en disaster recovery met ingebouwde cybersecurity: malwarescanning, ransomwaredetectie en endpointbeheer zitten in hetzelfde platform. Dat maakt het aantrekkelijk voor msp’s die tool sprawl willen beperken.

De instapprijs oogt aantrekkelijk, maar Acronis werkt met een systeem van add-on packs: Advanced Backup, Advanced Security, Advanced DR en Advanced Management worden apart gefactureerd. Tegen de tijd dat je de packs hebt gestapeld die de meeste msp’s daadwerkelijk nodig hebben, ligt de werkelijke prijs per werkplek beduidend hoger dan de catalogusprijs suggereert. Modelleer de volledige pack-configuratie voordat je een commitment aangaat.

NAKIVO Backup & Replication

NAKIVO is een stevige optie voor msp’s die primair virtuele omgevingen beschermen. Het platform ondersteunt VMware, Hyper-V, Nutanix en Microsoft 365, en heeft een reputatie opgebouwd als betaalbaar en relatief eenvoudig te beheren alternatief voor Veeam. Multi-tenant beheer is aanwezig, en immutable storage wordt ondersteund via S3-compatibele opslag. Voor msp’s met een homogeen gevirtualiseerde klantenbase is NAKIVO een serieuze optie.

MSP360 Managed Backup

MSP360 is de meest flexibele optie in termen van opslagkeuze: het platform werkt met vrijwel elke S3-compatibele cloudopslag, van AWS en Azure tot Backblaze B2 en Wasabi. msp’s die al een voorkeursleverancier voor cloudopslag hebben, kunnen dat naadloos combineren met MSP360. Het white-label klantportaal is een pluspunt voor msp’s die hun eigen merk willen voeren. Keerzijde: je regelt je storage altijd bij een tweede leverancier, wat de totale stackcomplexiteit vergroot.

Bacula Systems

Bacula is een enterprise-grade open source backupoplossing die ook in msp-omgevingen wordt ingezet, met name bij klanten met complexe of heterogene infrastructuren. Het platform is uitermate flexibel maar vraagt meer technische expertise om te implementeren en te beheren dan de meeste concurrenten. Voor msp’s met een sterk technisch profiel en klanten met specifieke compliance-eisen kan Bacula een goede keuze zijn; voor de gemiddelde mkb-gerichte msp is de drempel hoog.

Cloud-first: geen appliance nodig

Bij deze categorie worden backups direct naar de cloud van de leverancier geschreven. Er is geen lokale hardware vereist, wat het beheer vereenvoudigt en de instapdrempel verlaagt. De keerzijde is dat je als msp afhankelijk bent van de netwerkverbinding en de infrastructuur van de leverancier.

N-able Cove Data Protection

Cove is volledig cloud-first: geen appliance, geen lokale server. Alle backups gaan naar het private cloud-netwerk van N-able, verspreid over dertig datacenters wereldwijd, wat ook datasoevereiniteit mogelijk maakt. Het platform ondersteunt servers, werkstations, virtuele machines en Microsoft 365, en integreert naadloos met de RMM-omgeving van N-able.

Cove onderscheidt zich door zijn lichte agent-footprint, waardoor het inzetbaar is op oudere client-hardware. De incrementele backups zijn volgens N-able zestig keer kleiner dan image-backups, wat herstelpunten frequenter en bandbreedtevriendelijker maakt. Voor msp’s die al in het N-able-ecosysteem zitten, is Cove de logische keuze.

Axcient x360Recover

Axcient richt zich specifiek op msp’s en biedt zowel een appliance-gebaseerde als een direct-to-cloud deployment. De proprietary chain-free backuptechnologie elimineert de risico’s van corrupte backup-chains, een bekend pijnpunt bij traditionele incrementele backups. Axcient ondersteunt ook cloud-to-cloud backup voor Microsoft 365 en Google Workspace via x360Cloud, als afzonderlijke module. Het platform voldoet aan HIPAA- en GDPR-vereisten, wat het aantrekkelijk maakt voor msp’s in gereguleerde sectoren.

NinjaOne Backup

NinjaOne begon als RMM-platform en heeft backup ingebouwd als onderdeel van het bredere IT-beheerpakket. Voor msp’s die NinjaOne al gebruiken als hun primaire beheertool, is de integratie een sterk argument: één console voor device management, patch management en backup. Het platform ondersteunt Microsoft 365, biedt bare metal restore en heeft flexibele opslagopties. Als losstaande backuptool heeft NinjaOne minder diepgang dan gespecialiseerde platforms, maar als onderdeel van een bredere NinjaOne-implementatie is de toegevoegde waarde evident.

Druva

Druva is een volledig SaaS-gebaseerd platform zonder enige on-premises component. Het richt zich op endpoints, servers, Microsoft 365 en cloudworkloads, met ingebouwde air-gap en immutability als architecturele uitgangspunten. Druva is van origine sterk in enterprise-omgevingen maar wordt ook door msp’s ingezet, met name bij klanten met strikte compliance-eisen rond GDPR of HIPAA. De prijsstructuur is gebaseerd op terabyte na deduplicatie, wat de kosten voorspelbaar maakt maar ook zorgvuldig doorgerekend moet worden bij dataintensieve klanten.

BCDR-appliances: hardware, software en cloud als pakket

De BCDR-categorie (Business Continuity and Disaster Recovery) combineert een fysiek apparaat on-premises met backupsoftware en een bijbehorende cloudinfrastructuur. Het grote voordeel is lage RTO: bij een incident kan de klantomgeving direct op de appliance of in de cloud worden gevirtualiseerd, waarna de werkzaamheden doorgaan terwijl de restore op de achtergrond plaatsvindt.

Datto SIRIS

Datto is historisch gezien de meest gebruikte BCDR-oplossing in de msp-markt. De SIRIS-appliance combineert lokale backup, instant virtualization en Datto’s private cloud in één abonnement. Een klant die door ransomware wordt geraakt, kan binnen minuten zijn omgeving opstarten vanuit de appliance of vanuit de cloud.

Relevante marktontwikkeling: Kaseya, dat Datto in 2022 overnam, schafte in december 2025 het controversiële High Watermark-factureringsmodel af, waarbij msp’s werden aangerekend op piektop storagegebruik ook nadat data al was verwijderd. Tegelijkertijd werden de prijzen in januari 2026 met circa tien procent verlaagd. Datto’s ecosysteem kent wel een zekere mate van vendor lock-in, zowel in hardware als in cloudinfrastructuur. Je kunt ook zeggen dat het een one-stop-shop biedt. Aan jou de keuze.

Unitrends

Unitrends, eveneens onderdeel van Kaseya, positioneert zich als all-in-one appliance met sterke nadruk op geautomatiseerde ransomwaredetectie en herstelverificatie. Het platform biedt Recovery Assurance, een functie die restore-tests automatisch uitvoert en documenteert. Voor msp’s die herstelverificatie willen automatiseren zonder dat daarvoor handmatig werk nodig is, is Unitrends een serieuze optie.

Arcserve

Arcserve heeft een lange geschiedenis in de backupmarkt en biedt zowel software als appliances. Het platform ondersteunt een brede set workloads en heeft specifieke functies voor immutable cloud storage en tape-integratie, wat het aantrekkelijk maakt voor msp’s met klanten in gereguleerde sectoren. Arcserve is minder prominent in de Nederlandse msp-markt dan Veeam of Datto, maar verdient een vermelding vanwege zijn uitgebreide compliance-ondersteuning.

Barracuda Backup

Barracuda combineert een fysieke of virtuele appliance met Barracuda’s eigen cloudopslag. Het platform is bekend om zijn eenvoud van beheer en zijn integratie met de bredere Barracuda-beveiligingsstack. Voor msp’s die Barracuda al inzetten voor e-mailbeveiliging of firewalling, is de backupoplossing een logische uitbreiding van de bestaande leveranciersrelatie.

Immutable storage: hardware als fundament

Object First Ootbi

Object First verdient een eigen vermelding, ook al is het inmiddels onderdeel van Veeam. De Ootbi-appliance is specifiek ontworpen als immutable backup storage voor Veeam-omgevingen: out-of-the-box geconfigureerd, gebaseerd op S3 Object Lock voor afdwingbare immutability en opgezet volgens Zero Trust-architectuurprincipes. De hardware schaalt van compacte configuraties voor kleinere omgevingen tot meerdere petabytes voor grotere klanten.

Met de overname door Veeam ontstaat een geïntegreerde hardware-softwareketen die de complexiteit voor msp’s verlaagt. De verwachting in de markt is dat Ootbi verder wordt geïntegreerd in de Veeam-roadmap, mogelijk als standaard edge-appliance. Msp’s die al op Veeam draaien en immutable on-premises storage willen toevoegen, hoeven daarvoor niet langer bij een derde partij aan te kloppen.

Microsoft 365-backup: een categorie apart

Microsoft 365 is inmiddels zo diep verweven in de dagelijkse operatie van mkb-klanten dat het als vanzelfsprekend voelt dat de data veilig is. Dat gevoel klopt niet. Microsoft hanteert een shared responsibility-model: de infrastructuur is hun verantwoordelijkheid, de data is die van de klant. Retention policies, recycle bins en versioning bieden basisbescherming, maar geen echte backup. Bij ransomware die bestanden versleutelt, worden de versleutelde versies keurig gesynchroniseerd naar alle apparaten en naar OneDrive. Bij accountcompromittatie waarbij een aanvaller onder geldige credentials opereert, registreren native tools geen afwijking.

Voor msp’s is Microsoft 365-backup daarmee een aparte dienstverleningslaag die niet vanzelfsprekend meekomt met een algemene backupoplossing. Datto, Acronis en Veeam bieden M365-backup als module of add-on, maar er zijn ook gespecialiseerde partijen die hier volledig op focussen.

SkyKick Cloud Backup

SkyKick is volledig gericht op Microsoft 365 en is ontworpen voor en door msp’s. Het platform beschermt Exchange Online, SharePoint, OneDrive, Teams en Microsoft 365 Groups, en maakt tot zes backups per dag. Opvallend: SkyKick biedt onbeperkte opslag en onbeperkte retentie zolang het abonnement actief is, zonder verborgen kosten op basis van datahoeveelheid.

Voor msp’s die actief zijn in Microsoft 365-migraties is SkyKick extra interessant: het platform combineert backup met migratietools, wat een logische brug slaat van eenmalige migratieopdracht naar terugkerende beheerrelatie. Het white-label portaal en de self-service hersteloptie voor eindklanten verlagen de supportlast.

Spin.ai

Spin.ai richt zich op SaaS-backup in de bredere zin: naast Microsoft 365 ondersteunt het ook Google Workspace en Salesforce. Het platform combineert backup met ransomwaredetectie specifiek voor SaaS-omgevingen, waarbij afwijkend gedrag in bestands- en mailboxactiviteit actief wordt gemonitord. Voor msp’s met klanten die werken in gemengde omgevingen van Microsoft en Google is Spin.ai een compacte manier om beide platforms vanuit één console te beschermen.

Opkomend: van enterprise naar msp-markt

Een aantal leveranciers dat van oudsher in het enterprise-segment opereert, zoekt actief de weg naar het msp-kanaal. Dat is een ontwikkeling die de komende jaren het speelveld voor grotere msp’s gaat beïnvloeden.

Rubrik

Rubrik positioneert zichzelf als Zero Trust Data Security-platform en onderscheidt zich van traditionele backuptools door databeveiliging en backup als één geïntegreerd geheel te benaderen. Het platform biedt native immutability, geautomatiseerde risicomonitoring en snelle recovery voor on-premises, cloud en SaaS-workloads. Rubrik heeft een actief partnerprogramma, het Transform Partner Programme, met een Elite Plus-niveau voor partners die aantoonbaar succesvol zijn in het leveren van Rubrik-dienstverlening. De focus ligt vooralsnog op het hogere mkb en enterprise, maar de beweging richting het msp-kanaal is ingezet. Voor msp’s die willen groeien naar complexere klantomgevingen is Rubrik een naam om in de gaten te houden.

Commvault

Commvault is van oudsher een enterprise-speler, maar investeert zichtbaar in het msp-kanaal. Het MSP Partner Advantage Program biedt multi-tenant beheer, flexibele licentiemodellen op basis van consumptie en een gelaagde tierstructuur met bijbehorende incentives. Technisch onderscheidt Commvault Cloud zich door de combinatie van backup en actieve dreigingsdetectie: backupdata wordt gescand op malware vóór herstel, zodat een restore geen slapende infectie terugbrengt. Integratie met PSA-tools als HaloPSA verlaagt de handmatige drempel voor MSP-operations. De focus ligt nog steeds op het hogere segment , Commvault is geen instapoplossing, maar voor msp’s die enterprise-klanten bedienen of daarnaar willen groeien, is het platform een serieuze kandidaat.

Cohesity

Cohesity nam in 2024 de enterprise data protection-tak van Veritas over, waarmee het in één klap een van de grootste spelers in de bredere datamanagementmarkt werd. Het platform consolideert backup, archivering, bestandsopslag en analytics in één schaalbare omgeving. In augustus 2025 lanceerde Cohesity het Aspire partnerprogramma, dat expliciet ruimte maakt voor msp’s en CSPs via multi-tenancy, chargeback-rapportage per klant en zelfbedieningsopties voor eindklanten. Cohesity is complex en vraagt een serieuze technische investering, maar voor msp’s die enterprise-klanten bedienen of willen bedienen, opent het platform deuren die met een traditionele msp-backuptool gesloten blijven.

Slide

Slide is in maart 2026 uit de startblokken gekomen met een Series B-financieringsronde van 70 miljoen dollar. Het bedrijf werd opgericht door de originele Datto-founder en positioneert zich als cloud-first alternatief met maandelijkse contracten, een directe aanval op de langlopende verplichtingen die kenmerkend zijn voor Datto en andere appliance-gebaseerde oplossingen. Het product is nog vroeg in zijn ontwikkeling en daarmee te pril om inhoudelijk te beoordelen, maar de achtergrond van de oprichter en de omvang van de financiering maken Slide een naam om nauwlettend te volgen.


Dit overzicht is representatief maar niet uitputtend. De backupmarkt voor msp’s telt tientallen spelers; dit artikel richt zich op de meest gangbare en relevante oplossingen voor de Nederlandse en Belgische msp-markt.

Dit artikel maakt deel uit van de redactionele coverage rondom Wereld Backup Dag (31 maart) op ChannelConnect/MSP Business.

Vandaag is het Wereld Backup Dag, voor veel msp’s een dag om ongemakkelijk van te worden. De kennis is er meestal wel, maar de vraag die vaak onbeantwoord blijft: werkt het écht? Laten we bij het begin beginnen.

Wat is er mis met de klassieke regel?

De 3-2-1-regel stamt uit een tijdperk waarin het grootste risico een defecte harde schijf of een brand in het serverlokal was. Drie kopieën, twee verschillende media, één offsite. Logisch, pragmatisch, en tot een jaar of vijf geleden afdoende.

De komst van ransomware heeft de spelregels veranderd. Een aanvaller die binnen is op het netwerk maakt geen onderscheid tussen productiedata en backups. Als die backupserver bereikbaar is, is hij ook versleutelbaar. En cloudbackups? Als de credentials gecompromitteerd zijn, zijn die kopieën even hard weg.

Dat is waarom de industrie de afgelopen jaren is opgeschoven naar 3-2-1-1-0. De twee extra stappen zijn geen overbodige luxe; ze zijn de reden dat een recovery na een ransomware-aanval überhaupt mogelijk is.

De extra 1: immutable storage

Een immutable backup is een kopie die na het wegschrijven niet meer aangepast kan worden, niet door software, niet door een beheerder, en dus ook niet door ransomware. Object storage met WORM-beleid (Write Once, Read Many) is de meest gangbare implementatie. Leveranciers als Veeam, Rubrik en Nakivo ondersteunen dit, net als cloudplatforms van AWS, Azure en Backblaze B2.

Belangrijk detail: ‘immutable’ is alleen immutable als de beheertoegang goed afgeschermd is. Een aanvaller met toegang tot je S3-bucket-credentials kan alsnog retention-beleid aanpassen als je dat toelaat. Zorg voor gescheiden accounts, MFA en het least-privilege principe, ook op je backupinfrastructuur.

De tweede extra 1: air-gapped opslag

Een air-gapped backup is volledig losgekoppeld van het netwerk. De ouwe gouwe tape is hier nog altijd relevant, omdat het fysiek transportabel is en niet via een IP-adres te benaderen. Voor msp’s die geen tape willen beheren zijn er ook softwarematige air-gap varianten, waarbij de verbinding naar de backuplocatie alleen op gezette tijden en geverifieerd tot stand komt.

Is air-gap voor elke klant noodzakelijk? Nee. Maar voor klanten met hoge hersteleisen, financieel, medisch of juridisch, is het de enige manier om te garanderen dat er altijd een online onbereikbare kopie bestaat.

De nul: het deel dat de meeste msp’s overslaan

En dan de nul. Die staat voor nul fouten bij de geverifieerde restore. Een groene backupjob is geen bewijs. Een bestand dat ‘er wel staat’ is geen bewijs. Bewijs is: we hebben daadwerkelijk een restore uitgevoerd en bevestigd dat de data bruikbaar is.

Dit is het deel waar het bij veel msp’s misgaat. Tijdgebrek en aanname zijn de vaste boosdoeners. De backupsoftware meldt succes, de klant betaalt zijn factuur, en niemand controleert of die backup ook écht terugzet. Tot het moment dat het moet.

Wat staat er op het spel?

Backup-als-dienst is een van de meest vertrouwensgevoelige onderdelen van een msp-propositie. Een klant die jou zijn databeheer toevertrouwt, gaat ervan uit dat jij het regelt. En als het misgaat, is de eerste vraag van die klant dan ook: waarom wist jij dit niet?

Dat is een lastige vraag als het antwoord is dat de backupjob wekenlang op groen stond terwijl de data al corrupt was, of dat de testrestores al twee jaar niet zijn uitgevoerd. In juridische termen: een msp die backup-dienstverlening verkoopt zonder aantoonbare verificatie, staat bij een incident bijzonder zwak. De schade, denk aan herstelkosten, omzetverlies bij de klant en eventuele boetes onder de AVG bij dataverlies, kan de omvang van een jarenlange contractrelatie makkelijk overstijgen.

De oplossing zit hem grotendeels in documentatie en aantoonbaarheid. Een getekende verwerkersovereenkomst is een begin, maar wat je echt nodig hebt is een gedocumenteerd backup-beleid per klant, met daarin vastgelegd welke systemen beschermd worden, volgens welke architectuur, met welke retentie, en hoe vaak verificatie plaatsvindt. Dat document is zowel je werkdocument als je verweer.

Contractueel loont het om herstelverantwoordelijkheid expliciet te benoemen. Wat garandeer je wel, en wat valt buiten scope? Een klant die zijn eigen laptops niet laat aanmelden bij de backupoplossing kan die data niet bij jou claimen. Maar die afbakening moet je dan wel op papier hebben staan, ondertekend, vóór het incident plaatsvindt.

Van product naar proces

Dit is waar Wereld Backup Dag eigenlijk over zou moeten gaan: backup is geen product, het is een proces.

‘We hebben Veeam’ is het begin van een backup-strategie. Wat er daarna moet komen:

Monitoring die alarmeert bij afwijkingen. Ook bij backupjobs die langer duren dan verwacht, bij datasets die onverwacht groeien of krimpen, of bij retentiebeleid dat stilletjes veranderd is.

Geplande testrestores. Structureel dus, per kwartaal voor kritische systemen en jaarlijks voor de rest minimaal. En gedocumenteerd, zodat je richting de klant kunt aantonen dat het werkt.

RTO en RPO als business-gesprek. Recovery Time Objective en Recovery Point Objective zijn technische begrippen, maar de antwoorden komen van de klant. Hoeveel downtime kan een accountantskantoor zich permitteren in maart? Hoeveel dataverlies is acceptabel voor een webshop op een drukke vrijdag? Die vragen horen in het onboardinggesprek, niet pas na een incident.

Rapportage aan de klant. Backup is onzichtbaar als het goed gaat, en dat werkt in je nadeel. Een maandelijkse statusrapportage (‘uw backups draaiden zonder fouten, deze systemen zijn geverifieerd’) maakt de waarde van je dienstverlening zichtbaar en bouwt vertrouwen op voordat er iets misgaat.

Wat je vandaag kunt doen

Wereld Backup Dag is een goed moment om de interne audit te doen die je al een tijdje voor je uitschuift. Een paar concrete vragen:

Heb je voor elke klant in kaart hoeveel van de opgeslagen data ook daadwerkelijk immutable opgeslagen is? Specifiek: welke kopie is write-protected en tot wanneer?

Wanneer heb je voor het laast een restore geverifieerd? En is dat gedocumenteerd?

Zijn de RTO- en RPO-verwachtingen van je klanten formeel vastgelegd, en stemt je huidige architectuur daarmee overeen?

Is de toegang tot je backupinfrastructuur gescheiden van je reguliere beheeromgeving?

Heb je per klant een gedocumenteerd backup-beleid, en weet de klant wat er wel en niet onder de dienstverlening valt?

Als je op één van deze vragen het antwoord schuldig blijft, is dat een reden om deze week actie te ondernemen. Het incident houdt zich niet aan de kalender. De 3-2-1-1-0-regel geeft je de architectuur. Het proces geeft je de zekerheid. Beide zijn nodig, en beiden beginnen met de bereidheid om de vraag te stellen: werkt het écht?

Bekijk ons overzicht van leveranciers voor backup-oplossingen.

Dit artikel maakt deel uit van de redactionele coverage rondom Wereld Backup Dag (31 maart) op ChannelConnect/MSP Business.

 

AMD introduceert de term “Agent Computer” voor een nieuwe categorie apparaten die speciaal zijn ontworpen om AI-agents fulltime te draaien. Het begrip markeert een fundamenteel andere manier van omgaan met hardware: geen pc die je bedient, maar een systeem waaraan je taken delegeert.

Waar een traditionele pc directe bediening vereist, werkt een Agent Computer in de achtergrond. AMD omschrijft het verschil als volgt: een pc draait je applicaties, een Agent Computer laat agents die applicaties voor je bedienen. Agents draaien continu, voeren taken parallel uit en bewegen autonoom tussen tools. Gebruikers delegeren werk via berichten in WhatsApp, Slack of andere platforms — de agent pakt het op en rapporteert terug.

Het concept is niet volledig nieuw. Analisten van Omdia stellen dat de categorie feitelijk al in ad-hoc vorm bestaat: OpenClaw, de open source agent van ontwikkelaar Peter Steinberger, werd na de lancering in november 2025 zo populair dat er een run op Mac minis ontstond. Het project heeft inmiddels meer dan 300.000 sterren op GitHub.

AMD niet de enige

AMD is de eerste chipfabrikant die de term “Agent Computer” expliciet introduceert als productcategorie, maar staat niet alleen in de positionering. HP, Lenovo en Asus bieden al systemen aan die zij als “agent-ready” positioneren. AMD onderscheidt zich met de Ryzen AI Max+ 395, die tot 128 GB unified memory ondersteunt — waarvan een groot deel als VRAM in te zetten is voor lokale AI-modellen.
De Framework Desktop wordt door AMD expliciet als geschikte Agent Computer aangewezen, vanwege de ondersteuning voor grote lokale modellen en parallelle multi-agent workloads.

Lokaal versus cloud

Een belangrijk argument in AMD’s positionering is privacy. Niet elke AI-workload hoort volgens het bedrijf thuis in een datacenter van een hyperscaler. Professionals en bedrijven willen controle over hun data en betaalbare AI zonder gebruikslimieten — dat maakt lokale, altijd-aan verwerking volgens AMD een reële behoefte.

Marktanalist Marie-Christine Pygott van CONTEXT typeert het concept als een “hogere versnelling” van de AI-pc: AMD biedt gebruikers feitelijk de keuze tussen hoge geheugencapaciteit voor gelijktijdige agents en snelle inferentie voor tijdkritische taken.

Kunstmatige intelligentie is vooral een digitaal fenomeen: het analyseert data, genereert tekst en neemt beslissingen achter een scherm. Dat verandert nu snel. Een nieuwe generatie AI-systemen opereert in de fysieke wereld, stuurt robots aan, navigeert autonome voertuigen en beheert slimme fabrieken. De term die opkomt voor dit fenomeen is physical AI, en het is meer dan marketingjargon.

Physical AI verwijst naar AI-systemen die niet alleen digitale output produceren, maar ook handelen in de fysieke wereld. Ze nemen via sensoren waar wat er om hen heen gebeurt, verwerken die informatie in realtime en sturen vervolgens hardware aan: motoren, grijparms, rijsystemen, drones. Het gaat dus niet om slimmere software alleen, maar om de combinatie van intelligentie en lichamelijkheid.

De term wordt actief gepromoot door chipgigant NVIDIA, wiens CEO Jensen Huang physical AI in 2024 uitriep tot de volgende grote golf in technologie. Dat is natuurlijk geen toeval: NVIDIA investeert fors in robotica-infrastructuur via zijn Isaac-platform, dat ontwikkelaars in staat stelt om AI-modellen te trainen in gesimuleerde omgevingen en die vervolgens in fysieke systemen uit te rollen. Maar de term beschrijft een bredere beweging die allang gaande is.

Van industriehal tot operatiekamer

De toepassingen van physical AI zijn breed. In de industrie werken cobots, samenwerkende robots, allang naast mensen op de werkvloer. Bedrijven als ABB, Fanuc en Kuka leveren systemen die zich aanpassen aan variabele omstandigheden in plaats van vaste handelingen te herhalen. In logistiek en e-commerce automatiseren magazijnrobots van bedrijven als Ocado en Amazon de verwerking van bestellingen op een schaal die menselijke arbeid niet kan bijbenen.

Autonome voertuigen zijn misschien het bekendste voorbeeld. Tesla en Waymo proberen al jaren volledig zelfrijdende auto’s op de openbare weg te brengen, met wisselend succes. Maar in afgesloten omgevingen, zoals havens, mijnbouw en luchthavens, rijden autonome voertuigen al op grote schaal. De medische sector zet physical AI in voor chirurgische robots en revalidatiesystemen, waarbij precisie letterlijk een kwestie van leven en dood is.

De nieuwste categorie zijn humanoid robots: mensachtige machines die general-purpose taken moeten uitvoeren in omgevingen die voor mensen zijn ontworpen. Figure AI, Agility Robotics en Tesla met zijn Optimus-robot werken aan systemen die trappen kunnen lopen, dozen kunnen pakken en gereedschap kunnen gebruiken. De beelden zijn indrukwekkend; de praktische inzetbaarheid op grote schaal is nog beperkt, maar de ontwikkeling gaat snel.

Waarom nu, en niet tien jaar geleden?

Robotica bestaat al decennia. Wat maakt het nu anders? Drie ontwikkelingen komen samen. Ten eerste zijn foundation models volwassen geworden. De grote taal- en beeldmodellen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld, geven robots een veel rijker begrip van hun omgeving en van instructies in gewone taal. Een robot hoeft niet meer geprogrammeerd te worden voor elke specifieke taak; hij kan een opdracht begrijpen en zelf redeneren over hoe die uit te voeren.

Ten tweede zijn sensoren en chips goedkoper en krachtiger geworden. Lidar, die vroeger tienduizenden euro’s kostte, is nu beschikbaar voor een fractie van die prijs. Gespecialiseerde AI-chips kunnen enorme hoeveelheden sensordata in realtime verwerken. Ten derde maakt simulatietechnologie het mogelijk om AI-systemen op grote schaal te trainen zonder de kosten en risico’s van experimenten in de fysieke wereld. De zogenoemde sim-to-real gap, het verschil tussen gesimuleerde en echte omstandigheden, is nog steeds een uitdaging, maar wordt kleiner.

Waar raakt dit de IT-sector?

Voor IT-dienstverleners is physical AI op dit moment grotendeels een achtergrondtrend, iets om te begrijpen en te volgen. De kern van physical AI, het bouwen en trainen van robots, is het domein van gespecialiseerde fabrikanten en systeemintegratoren. Maar naarmate physical AI-systemen breder worden ingezet, komen ze te draaien op infrastructuur die wél het domein is van IT-dienstverleners.

De meest concrete haak is de convergentie van OT en IT. Operationele technologie, de systemen die fabrieken, energiecentra en gebouwen aansturen, was lange tijd een aparte wereld met eigen protocollen en eigen beheer. Physical AI versnelt de integratie van OT en IT, omdat slimme fysieke systemen nu verbonden zijn met netwerken, cloudinfrastructuur en beveiligingsoplossingen. Dat creëert nieuwe kwetsbaarheden en nieuwe beheervragen, op een terrein waar veel organisaties nog nauwelijks ervaring hebben.

Daarnaast groeit de vraag naar edge computing. Robots en autonome systemen verwerken enorme hoeveelheden data lokaal, omdat het sturen van al die sensorinformatie naar de cloud te traag is voor realtime beslissingen. Wie verantwoordelijk is voor het beheer, de beveiliging en de beschikbaarheid van die edge-infrastructuur, is een vraag die steeds vaker op tafel komt bij organisaties die physical AI gaan inzetten.

Thought leadership

Physical AI is geen hype die volgende maand alweer vergeten is. Het is een structurele verschuiving in hoe AI wordt toegepast, met een tijdshorizon van vijf tot tien jaar voor brede maatschappelijke impact. Organisaties die nu al nadenken over de implicaties, of het nu gaat om beveiliging, infrastructuur of de vraag hoe je medewerkers en robots laat samenwerken, zijn straks beter voorbereid dan wie wacht tot de robots daadwerkelijk voor de deur staan.

Houd physical AI dus in de gaten, als context voor gesprekken met klanten in de industrie, logistiek en zorg. Wie nu weet te vertellen wat physical AI is, wat het vraagt van infrastructuur en beveiliging, en welke risico’s er kleven aan de integratie van OT en IT, bouwt aan een positie die over een paar jaar heel relevant blijkt.

Cyberaanvallen worden vaak geassocieerd met ransomware, phishingmails of kwetsbare endpoints. Minder zichtbaar is wat er op de netwerklaag gebeurt. Aanvallers kunnen routers kapen, DNS-instellingen aanpassen en verkeer via verborgen infrastructuur omleiden. Het resultaat is een aanvalsvorm die moeilijk te detecteren is en grote gevolgen kan hebben voor organisaties die vertrouwen op stabiele connectiviteit en betrouwbare naamresolutie.

De aanvalsketen begint meestal klein. Aanvallers scannen het internet op routers met verouderde firmware, standaardwachtwoorden of bekende kwetsbaarheden. Zodra een apparaat is gecompromitteerd, passen ze de DNS-configuratie aan. In plaats van legitieme resolvers gebruikt het netwerk ineens servers die onder controle staan van criminelen.

Dat lijkt op het eerste gezicht een subtiele wijziging, maar de impact is groot. DNS bepaalt immers naar welk IP-adres een domeinnaam verwijst. Door die vertaalslag te manipuleren kunnen aanvallers gebruikers ongemerkt naar andere systemen sturen. Denk aan nepportals, downloadsites of infrastructuur die advertenties en malware verspreidt.

Onder meer Infoblox deed onderzoek en beschrijft een campagne waarbij een zogenoemd traffic distribution system, een TDS, centraal staat. Zo’n systeem beslist dynamisch waar verkeer heen gaat. Een gebruiker kan bijvoorbeeld de echte website zien, terwijl een andere bezoeker via dezelfde URL wordt doorgestuurd naar een frauduleuze omgeving. Dat maakt analyse lastig, omdat het gedrag afhankelijk is van locatie, apparaat of tijdstip.

Strategische aanvalsvector

De afgelopen jaren lag de nadruk in securitydiscussies vooral op identiteit, endpoints en cloudconfiguraties. DNS bleef vaak buiten beeld. Toch biedt deze laag aanvallers een aantrekkelijke ingang. Wie controle heeft over naamresolutie, heeft indirect invloed op vrijwel alle applicaties en diensten.

Aanvallen via DNS hebben een paar eigenschappen die ze gevaarlijk maken:

  • Ze zijn lastig zichtbaar voor traditionele endpoint-beveiliging.
  • Verkeer lijkt legitiem omdat het via normale protocollen loopt.
  • Redirects kunnen selectief plaatsvinden, waardoor monitoringtools weinig afwijkingen zien.

Daarnaast verschuift de aanvalsvector van individuele apparaten naar infrastructuur. In plaats van één laptop te compromitteren, krijgt een aanvaller toegang tot het netwerkverkeer van een hele organisatie. Dat maakt DNS-manipulatie interessant voor cybercriminelen die op schaal willen opereren.

Bulletproof hosting en TDS-netwerken

Een opvallend element is het gebruik van infrastructuur bij zogenoemde bulletproof hostingproviders, hostingnetwerken die bekendstaan om hun minimale moderatie en beperkte samenwerking met opsporingsinstanties. Daardoor vormen ze een aantrekkelijke basis voor cybercriminelen die infrastructuur willen opzetten die moeilijk offline te halen is. Door DNS-servers en TDS-systemen in dergelijke omgevingen te plaatsen, vergroten aanvallers hun weerbaarheid tegen takedowns.

Het TDS-model zelf komt oorspronkelijk uit de advertentiewereld, waar verkeer wordt verdeeld om campagnes te optimaliseren. In handen van criminelen verandert het in een flexibel mechanisme om slachtoffers te segmenteren. Sommige bezoekers zien niets verdachts, terwijl anderen worden doorgestuurd naar phishingpagina’s of exploitkits. Dat maakt forensisch onderzoek complex en vertraagt incidentrespons.

Waarom nu?

Hoewel DNS-manipulatie geen nieuw fenomeen is, groeit de impact door een aantal trends. Netwerken worden complexer, edge-devices nemen toe en veel organisaties beheren een mix van on-premises, cloud en thuiswerkverbindingen. Routers en gateways vormen daardoor een aantrekkelijk doelwit.

Daarnaast is er een verschuiving zichtbaar in hoe aanvallers schaal zoeken. In plaats van grootschalige malwarecampagnes kiezen ze vaker voor infrastructuurcontrole. Door een beperkt aantal strategische systemen te compromitteren kunnen ze verkeer beïnvloeden zonder duizenden endpoints individueel aan te vallen.

Voor securityteams betekent dit dat traditionele perimeterbeveiliging niet altijd voldoende is. Visibility op DNS-verkeer en netwerkconfiguraties krijgt meer gewicht binnen moderne securityarchitecturen.

Impact op dagelijkse IT-operaties

De gevolgen van een DNS-gebaseerde aanval gaan verder dan securityincidenten alleen. Gebruikers kunnen worden omgeleid naar verkeerde applicaties, software-updates kunnen falen en monitoringtools krijgen vervuilde data. Omdat de oorzaak zich buiten endpoints bevindt, zoeken teams vaak lang op de verkeerde plek.

Organisaties merken het probleem soms pas wanneer klanten klagen over vreemde redirects of certificaatwaarschuwingen. Tegen die tijd kan het netwerk al langere tijd gemanipuleerd zijn. Dat maakt snelle detectie lastig en vergroot de kans op reputatieschade.

Daarnaast kan DNS-misbruik leiden tot compliancevraagstukken. Wanneer verkeer via onbekende resolvers loopt, verliezen bedrijven controle over datastromen en logging. In sectoren met strikte regelgeving vormt dat een extra risico.

Wat betekent dit voor msp’s?

Voor msp’s raakt deze ontwikkeling direct aan hun rol als beheerder van netwerken en beveiligingslagen. Veel mkb-omgevingen draaien nog op routers die jaren geleden zijn geïnstalleerd en daarna nauwelijks zijn bijgewerkt. Firmwarebeheer en configuratiecontrole krijgen daardoor meer gewicht binnen managed services.

Er zijn een paar aandachtspunten die voor msp’s steeds relevanter worden:

  • DNS-monitoring als standaardonderdeel van beheer
    Het actief controleren van resolverinstellingen en DNS-verkeer kan helpen om afwijkingen sneller te signaleren.
  • Segmentatie en zero-trust-netwerkmodellen
    Door netwerkverkeer te beperken tot bekende paden verklein je de kans dat een gecompromitteerde router grote impact heeft.
  • Automatisering van patchbeheer voor edge-devices
    Veel routers vallen buiten traditionele endpointmanagementtools. Een centrale aanpak voorkomt dat kwetsbare firmware jarenlang blijft draaien.
  • Bewustwording bij klanten
    Gebruikers zien een router vaak als een simpel apparaat. Voor msp’s ligt hier een rol om uit te leggen dat deze systemen net zo goed onderdeel zijn van de securityketen als servers en laptops.

Voor dienstverleners die security als managed service aanbieden, kan DNS-visibility een manier zijn om hun portfolio uit te breiden, door bestaande monitoring en netwerkbeheer te verdiepen.

Bredere trend

In meerdere rapporten zien analisten dat infrastructuur-gerichte aanvallen toenemen. Aanvallers zoeken naar plekken waar controle weinig zichtbaarheid heeft, zoals DNS, routing en edge-devices. Dat past in een bredere verschuiving binnen cybercrime, waarbij stealth en persistente toegang belangrijker worden dan snelle exploits.

Voor organisaties betekent dit dat security niet alleen draait om endpoints of identity. Netwerkfundamenten krijgen opnieuw aandacht, vooral nu hybride werkplekken en cloudconnectiviteit de complexiteit vergroten.

Een nieuwe blik op een oude laag

DNS wordt vaak gezien als een technische basisvoorziening, vergelijkbaar met elektriciteit in een gebouw. Zolang het werkt, staat niemand erbij stil. Het onderzoek naar gecompromitteerde routers en verborgen TDS-netwerken laat zien dat die vanzelfsprekendheid een risico vormt.

De belangrijkste les is misschien wel dat moderne dreigingen steeds vaker beginnen op plekken die jarenlang buiten de spotlight stonden. Wie DNS en edge-devices serieus meeneemt in zijn beveiligingsaanpak, vergroot de kans om dit soort campagnes vroeg te herkennen en de impact te beperken.

Bedrijven die hun pc-vloot willen vernieuwen krijgen te maken met hogere kosten. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP hebben prijsstijgingen van 15 tot 20 procent doorgevoerd, terwijl analisten verwachten dat geheugenmodules in het eerste kwartaal van 2026 nog verder in prijs oplopen. Volgens marktkenners hangt dat samen met een structurele verschuiving in de chipmarkt door de groeiende vraag naar AI-infrastructuur.

Geheugenproducenten zoals Samsung, SK Hynix en Micron richten een groter deel van hun productie op High Bandwidth Memory, het type geheugen dat veel wordt gebruikt in AI-servers. Daardoor komt minder capaciteit beschikbaar voor traditionele pc-hardware. Fabrieken en grondstoffen blijven hetzelfde, maar prioriteiten binnen de sector veranderen door de vraag vanuit datacenters.

In december maakte Micron bekend te stoppen met het consumentenmerk Crucial. Chief business officer Sumit Sadana stelde dat het bedrijf zich sterker wil richten op strategische groeisegmenten, wat volgens analisten past binnen de bredere verschuiving richting AI-gerelateerde producten.

Sterke prijsstijgingen bij DDR5

De impact is zichtbaar in de markt voor werkgeheugen. DDR5-prijzen zijn sinds oktober 2025 fors gestegen en sommige configuraties kosten inmiddels meerdere keren zoveel als een jaar geleden. Dell-topman Jeff Clarke waarschuwde eerder dat de snelheid waarmee geheugenkosten stijgen ongekend is. Niet alleen DRAM wordt duurder. Ook NAND-flash en opslagcomponenten volgen die trend, onder meer door hogere waferprijzen.

Waar geheugen eerder rond de tien tot vijftien procent van de materiaalkosten van een laptop vertegenwoordigde, kan dat aandeel volgens onderzoeksbureau TrendForce oplopen tot ruim twintig procent in 2026. Analisten van Goldman Sachs verwachten dat de krapte nog jaren kan aanhouden.

Windows 11 versterkt de druk

De timing valt samen met de vervangingsgolf die wordt aangejaagd door de overgang naar Windows 11. Nieuwe hardware-eisen, zoals TPM 2.0 en modernere processors, maken dat oudere systemen minder geschikt zijn. In de praktijk kiezen veel bedrijven voor configuraties met minimaal 16 GB RAM, waardoor de vraag naar geheugen verder groeit.

IDC schetst voor 2026 twee scenario’s: een lichte daling van de pc-markt als de situatie stabiliseert, of een grotere krimp wanneer tekorten aanhouden en prijzen blijven stijgen. Dat zet IT-budgetten onder druk op een moment dat veel organisaties toch al voor een hardwarevernieuwing staan.

Structurele verschuiving

Volgens analisten gaat het niet om een tijdelijke schommeling, maar om een structurele herverdeling van productiecapaciteit richting AI. Zolang chipmakers hun focus houden op datacenters en accelerators blijft de zakelijke pc-markt gevoelig voor prijsschokken. Voor veel IT-afdelingen wordt hardwareplanning daarmee opnieuw een strategisch vraagstuk, waarbij prijsontwikkeling en beschikbaarheid een grotere rol spelen dan de afgelopen jaren het geval was.

Networking-as-a-Service, kortweg NaaS, verandert. Waar eerdere modellen vooral draaiden om beheer, monitoring of financiering van bestaande netwerken, verschijnen nu aanbieders die het volledige netwerk als abonnement leveren. Hardware, software en lifecyclebeheer vallen samen in één dienst. 

De recente distributiedeal rond Meter laat zien hoe snel deze beweging terrein wint. Traditionele netwerkomgevingen zijn jarenlang opgebouwd rond investeringen in hardware. Switches, access points en security-appliances werden aangeschaft, afgeschreven en periodiek vervangen. NaaS probeert dat model los te laten door infrastructuur te benaderen als een doorlopende dienst. Kosten verschuiven richting een voorspelbare abonnementsstructuur, waarbij capaciteit en functionaliteit worden afgestemd op locatie of gebruik.

Voor veel organisaties speelt budgetzekerheid een rol. Door vaste maandelijkse kosten te koppelen aan netwerkcapaciteit ontstaat meer flexibiliteit in planning en schaalbaarheid. Ook verandert het de manier waarop je als msp projecten kunt aanpakken. In plaats van eenmalige implementaties kun je verdiensten genereren uit langdurige dienstverlening en lifecyclebeheer, iets waar je bij routers en switches niet meteen aan zou denken.

De opkomst van full-stack networking

Wat de nieuwste generatie NaaS-aanbieders onderscheidt, is de mate van integratie. Waar eerdere modellen vaak bovenop bestaande hardware van verschillende leveranciers lagen, kiezen sommige partijen voor een verticaal geïntegreerde stack. Eén besturingssysteem stuurt switching, wifi, security en energiebeheer aan.

Die aanpak is vooral bedoeld om de complexiteit van beheer te verminderen. Minder losse consoles, minder licentiestructuren en een eenduidige lifecycle verlagen de operationele druk. Maar aan de andere kant is er het gevaar van een gesloten ecosysteem waarin partners en eindgebruikers sterker afhankelijk worden van één leverancier. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen rond integraties, interoperabiliteit en migratiestrategieën.

De verschuiving naar NaaS raakt ook distributie. Traditioneel draaide de rol van distributeurs om logistiek, financiering en voorraadbeheer. Nu groeit het belang van enablement, training en data-gedreven inzichten. Partners verwachten ondersteuning bij abonnementsmodellen, recurring revenue en serviceontwikkeling.

Voor distributeurs ontstaat daarmee een hybride positie tussen vendor en servicepartner. Ze bieden technische ondersteuning, commerciële begeleiding en lifecyclemanagement rondom oplossingen die minder tastbaar zijn dan klassieke hardwaredeals. NaaS versnelt deze verandering doordat marges en waarde verschuiven naar dienstverlening en langdurige klantrelaties.

Prijsmodellen veranderen het gesprek

Een opvallend element in moderne NaaS-constructies is het prijsmodel. Sommige aanbieders rekenen per locatie in plaats van per device. Dat lijkt een detail, maar heeft invloed op hoe netwerken worden ontworpen en verkocht. Het gesprek verschuift van specificaties en aantallen naar gebruiksscenario’s en schaalbaarheid.

Voor de msp biedt dat nieuwe kansen, bijvoorbeeld bij organisaties met veel vestigingen of dynamische werkplekken. Het vraagt ook om andere verkoopargumenten en een bredere blik op operationele kosten. De waarde zit minder in het product zelf en meer in de continuïteit van de dienst.

Waar komt deze ontwikkeling vandaan? Verschillende trends komen samen. Hybride werken en cloudconnectiviteit zorgen voor meer gedistribueerde netwerken. Security-eisen worden complexer en vereisen voortdurende updates. De druk om IT-omgevingen eenvoudiger te beheren met kleinere teams is voelbaar.

NaaS sluit aan bij die behoefte door infrastructuur te abstraheren tot een dienstlaag. In plaats van losse upgrades of hardwarevervanging ontstaat een model waarin netwerken voortdurend worden aangepast zonder grote migraties. Dat past bij een markt waarin organisaties sneller willen schakelen en minder afhankelijk willen zijn van langdurige implementatietrajecten.

Kanttekeningen

Hoewel de belangstelling groeit, lijkt adoptie in Europa nog wat achter te blijven. Veel organisaties beschikken over bestaande infrastructuren met lange afschrijvingstermijnen. Daarnaast spelen compliance-eisen, datasoevereiniteit en integraties met bestaande securityplatforms een rol bij de keuze voor nieuwe netwerkmodellen.

NaaS zal dan ook waarschijnlijk voorlopig nog naast traditionele architecturen blijven bestaan in plaats van deze direct te vervangen. De vraag verschuift naar hybride scenario’s, waarbij delen van het netwerk als dienst worden afgenomen terwijl andere onderdelen on-prem blijven draaien.

Of full-stack NaaS breed wordt omarmd, zal afhangen van vertrouwen in integraties, flexibiliteit van contracten en de mate waarin partners waarde kunnen toevoegen rond consultancy en beheer. Wat nu zichtbaar wordt, is vooral een verschuiving in denken: het netwerk als abonnement in plaats van bezit.

Hacken was lang synoniem met inbraak. Aanvallers forceerden hun weg naar binnen via kwetsbaarheden, malware of slecht gepatchte systemen. Dat beeld is inmiddels achterhaald. Veel incidenten beginnen tegenwoordig niet met een technische doorbraak, maar met iets dat nauwelijks te detecteren is: een geldige login, een vertrouwde sessie, een legitiem account. Hackers breken niet meer in, ze loggen in.

Safer Internet Day is traditioneel een moment van bewustwording. Over veilig wachtwoordgebruik, phishing en online gedrag. Nuttig, maar onvoldoende om te begrijpen wat er structureel is veranderd. Want wie cyberincidenten van de afgelopen jaren analyseert, ziet een duidelijke verschuiving: aanvallen draaien steeds minder om het omzeilen van beveiliging en steeds meer om het misbruiken van vertrouwen.

Van exploit naar misbruik

Technisch gezien zijn veel organisaties beter beveiligd dan ooit. Patchmanagement is volwassener, endpointbeveiliging slimmer en netwerksegmentatie strakker ingericht. Tegelijkertijd blijven incidenten zich opstapelen. Dat lijkt tegenstrijdig, tot je kijkt naar de aard van die incidenten.

Business Email Compromise, accountovernames en misbruik van cloudtoegang vormen inmiddels het grootste deel van de schadegevallen. De aanval is vaak eenvoudig: een phishingmail, een overtuigende loginpagina of een misleidende OAuth-koppeling. Geen malware, geen zero-day, geen opvallende piek in netwerkverkeer. Alleen een aanvaller die zich voordoet als een legitieme gebruiker.

Dat maakt detectie ingewikkeld. Traditionele beveiliging is ingericht op afwijkingen: onbekende bestanden, verdachte processen, ongebruikelijke verbindingen. Maar wat als de aanval bestaat uit exact datgene waarvoor de infrastructuur is ontworpen: inloggen, lezen, mailen, downloaden?

Vertrouwen als kwetsbaarheid

Identiteit is daarmee het nieuwe aanvalsoppervlak geworden. Identity management is gebouwd op aannames die niet meer houdbaar zijn. Wie eenmaal binnen is, wordt vaak vertrouwd. Rollen en rechten zijn breed, uitzonderingen stapelen zich op en monitoring richt zich vooral op technische indicatoren.

Aanvallers spelen daar handig op in. Ze bewegen zich rustig door omgevingen, observeren processen en wachten het juiste moment af. Soms wekenlang. Timing en context bepalen de schade, brute kracht speelt daarbij nauwelijks een rol. Een wijziging in een factuur. Een ogenschijnlijk logische mail aan een financiële afdeling. Een API-token dat meer toegang blijkt te hebben dan bedoeld.

Veel organisaties zijn technisch veilig ingericht, maar blijken operationeel kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar doordat vertrouwen nog steeds impliciet wordt toegekend.

Zero Trust nog onvoldoende

Zero Trust wordt vaak gepresenteerd als het antwoord op deze ontwikkeling. Vertrouw niemand, verifieer alles. In theorie klopt dat. In de praktijk blijft Zero Trust echter vaak steken op beleidsniveau. Multifactor-authenticatie wordt uitgerold, conditional access ingericht, maar het onderliggende gedrag verandert nauwelijks.

Accounts behouden ruime rechten, uitzonderingen blijven bestaan en signalen worden niet altijd opgevolgd. Bovendien creëert complexiteit nieuwe risico’s. Hoe meer regels, koppelingen en afhankelijkheden, hoe lastiger het wordt om overzicht te houden. Zeker in cloudomgevingen waar identiteiten, workloads en API’s voortdurend veranderen. Zero Trust zonder continue monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden is daarmee vooral een extra laag, geen fundamentele koerswijziging.

De rol van automatisering en AI

Automatisering en AI versterken deze trend aan beide kanten. Aanvallers gebruiken AI om geloofwaardige phishingmails te schrijven, context te verzamelen en timing te perfectioneren. Verdedigers zetten AI in om afwijkend gedrag te herkennen en prioriteiten te stellen.

Het verschil zit in snelheid en schaal. Aanvallers hebben genoeg aan één succesvolle login. Verdedigers moeten elk signaal beoordelen, correleren en duiden. Dat vergroot de druk op securityteams, die steeds vaker verdrinken in alerts zonder duidelijk beeld van wat werkelijk misgaat.

Cyberveiligheid draait daarmee vooral om organisatie en verantwoordelijkheid. Wie is verantwoordelijk voor identiteitsbeheer? Wie beoordeelt gedrag? En wie durft in te grijpen als iets formeel klopt, maar inhoudelijk niet?

Veilig internet vraagt om andere vragen

Safer Internet Day draait vaak om de vraag hoe we het internet veiliger maken. Misschien is het zinvoller om een andere vraag te stellen: hoe gaan we om met een internet waarin misbruik er normaal uitziet?

Dat vraagt om andere accenten. Minder focus op nieuwe tools, meer aandacht voor het inrichten van vertrouwen. Minder aannames over ‘legitiem gebruik’, meer nadruk op context en gedrag. En vooral het besef dat veiligheid geen staat is, maar een voortdurend proces van toetsen, bijstellen en ingrijpen.

De grootste dreiging komt niet langer van buitenaf. Die zit in accounts, rechten en processen die ooit logisch waren, maar inmiddels structureel worden misbruikt. Safer Internet Day is daarom een goede aanleiding om het beveiligingsdenken opnieuw tegen het licht te houden.

De maakindustrie staat aan de vooravond van een nieuwe fase. Personeelstekorten, grillige supply chains en stijgende kosten blijven de agenda bepalen. Tegelijkertijd verandert de manier waarop bedrijven met die uitdagingen omgaan. Recent onderzoek van ECI Software Solutions en marktanalyses van IFS laten zien dat steeds meer maakbedrijven ERP zien als hun centrale stuurinstrument. Niet alleen voor administratie en planning, maar als fundament onder digitalisering, AI en datagedreven besluitvorming.

Het Hero Report van ECI schetst een sector die onder druk staat en tegelijk voorzichtig vooruitkijkt. Ruim de helft van de ondervraagde maakbedrijven verwacht groei in 2026. Tegelijkertijd noemt 43 procent personeelsschaarste als grootste risico. Ook beperkte budgetten en een gebrek aan kennis blijven een rol spelen.

Voorzichtig optimisme onder druk

Die combinatie verklaart waarom veel kleine en middelgrote maakbedrijven investeren in technologie die snel overzicht biedt. De focus ligt op systemen die direct helpen om grip te krijgen op kosten, planning en voorraad. Cloudgebaseerde ERP-oplossingen spelen daarin een steeds grotere rol. Opvallend is dat de meeste bedrijven zichzelf nog in een vroege digitaliseringsfase plaatsen. Slechts een klein deel noemt zijn processen volledig geoptimaliseerd. In veel organisaties is inmiddels veel data beschikbaar, terwijl het inzicht daarin beperkt blijft.

De afgelopen jaren hebben veel maakbedrijven losse digitaliseringsstappen gezet. Er kwam software voor planning, aparte systemen voor voorraadbeheer en dashboards voor rapportage. Dat leverde op korte termijn voordelen op, maar zorgde ook voor versnippering. Data staat verspreid over meerdere applicaties, rapportages vergen veel handwerk en scenario’s zijn lastig door te rekenen. IFS signaleert dat veel organisaties nog werken in silo’s. Afdelingen zijn wel gedigitaliseerd, maar nauwelijks geïntegreerd. Daardoor blijft de waarde van analytics en AI-toepassingen vaak beperkt tot afzonderlijke processen.

ERP krijgt in dat landschap steeds vaker de rol van verbindend platform dat deze fragmentatie moet doorbreken. Door processen, transacties en planningen samen te brengen, ontstaat één gedeelde informatiebasis. Zonder die basis blijven organisaties vooral reactief werken. Beslissingen worden genomen op basis van achterhaalde cijfers of onvolledige rapportages, wat de wendbaarheid beperkt.

ERP als fundament voor AI en automatisering

De belangstelling voor AI groeit snel. In het ECI-onderzoek staat bijna drie kwart van de bedrijven positief tegenover AI. Tegelijkertijd ziet bijna de helft nog geen meetbaar resultaat. Dat hangt nauw samen met de kwaliteit en samenhang van onderliggende data. Zonder consistente, actuele en geïntegreerde informatie blijven AI-toepassingen beperkt tot kleinschalige experimenten. Wanneer kernprocessen via ERP met elkaar verbonden zijn, ontstaat een fundament voor verdere automatisering. Dat vertaalt zich in voorspellende planning, realtime inzicht in knelpunten, slimmere voorraadoptimalisatie en betere ondersteuning bij capaciteitsbeslissingen. In die context verschuift ERP steeds meer richting dataplatform voor operationele intelligentie.

Een belangrijk verschil met eerdere digitaliseringsgolven is de nadruk op continu inzicht. Volgens IFS verandert supply chain-analyse van een periodieke activiteit in een doorlopende functie. Met behulp van AI-ondersteunde simulaties kunnen bedrijven scenario’s blijven doorrekenen en zich beter voorbereiden op verstoringen. Dat vraagt om actuele data uit productie, logistiek, inkoop en service. ERP fungeert daarbij als centraal knooppunt waar deze informatiestromen samenkomen. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Wat jarenlang draaide om jaarlijkse rapportages en audits, ontwikkelt zich steeds meer tot een operationele stuurvariabele. Energieverbruik, afvalstromen en emissies moeten structureel gemonitord en bijgestuurd worden.

Beeld: iStock

Efficiëntie als blijvende motor

Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft efficiëntie de belangrijkste reden om te investeren. Vrijwel alle ondervraagde bedrijven noemen dit als belangrijkste motivatie, gevolgd door kostenreductie. In de praktijk wordt ERP daarom vooral ingezet voor kostprijsberekening, productieplanning en voorraadbeheer. Relatief weinig bedrijven gebruiken hun ERP-omgeving al voor strategische prognoses en langetermijnscenario’s.

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de groeiende vraag naar gespecialiseerde software. Generieke pakketten sluiten steeds minder aan op de praktijk van nicheproducenten, machinebouwers en toeleveranciers. Volgens ECI zoeken bedrijven vooral naar oplossingen die aansluiten op hun werkvloer, processen en regelgeving. Dat vraagt om branchegerichte ERP-oplossingen met ingebouwde kennis van productieflows, kwaliteitscontrole en certificering.

IFS verwacht dat humanoïde en mobiele robots de komende jaren een grotere rol krijgen op de productievloer. Die ontwikkeling hangt samen met personeelstekorten en productiviteitsdruk. In omgevingen waar mensen, machines en robots samenwerken, moeten planning, onderhoud, kwaliteitsdata en logistiek naadloos op elkaar aansluiten. ERP vormt daarbij het coördinerende systeem dat deze processen verbindt. De fabriek van de toekomst wordt daarmee geautomatiseerd en vooral geïntegreerd.

Organisatie en vaardigheden als doorslaggevende factor

Technologie vormt zelden de grootste belemmering. Uit het ECI-onderzoek blijkt dat gebrek aan tijd, kennis en vaardigheden minstens zo zwaar weegt als budget. Veel bedrijven beschikken over systemen en data, terwijl het vermogen ontbreekt om daar structureel waarde uit te halen. Daarnaast zijn organisatiestructuren vaak nog ingericht op traditionele afdelingen, wat samenwerking tussen mens en AI bemoeilijkt. ERP-implementatie vraagt daarom ook om procesherziening, training, aandacht voor datakwaliteit en nieuwe rollen rond analyse en planning. Zonder die randvoorwaarden blijft het potentieel onbenut.

Beide onderzoeken maken duidelijk dat ERP verschuift van ondersteunend systeem naar strategisch fundament. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor verdere digitalisering, AI-toepassing en operationele wendbaarheid. Voor veel maakbedrijven betekent dit een kantelpunt. De inzet van ERP bepaalt in toenemende mate hoe snel organisaties kunnen reageren op marktveranderingen, omgaan met schaarse capaciteit en investeren in nieuwe technologie. In een sector waar marges onder druk staan en personeel schaars blijft, ontwikkelt ERP zich daarmee tot een structurele randvoorwaarde voor concurrentiekracht.