Door de mogelijkheden van AI en hybrid cloud hebben ICT-dienstverleners te maken met de nieuwe eisen die klanten stellen aan rekenkracht. Tegelijkertijd staat datasecurity nadrukkelijk in de schijnwerpers. Fujitsu past zijn partnerprogramma aan en biedt oplossingen om AI-applicaties on-premises te draaien.

De leiding voor het Benelux midmarket partnerkanaal is in maart gelegd in de handen van Johan Vanhaeren. De strategie waar de partners van Fujitsu mee te maken krijgen, is volgens hem meer een evolutie dan een revolutie. Eerder is al de keuze gemaakt het client-deel af te stoten, waarmee Fujitsu echt een leverancier is geworden van datacenteroplossingen.

Nieuw partnerprogramma

“We hebben veranderingen aangebracht op het gebied van market development funds en het rebateprogramma”, noemt hij. “De structuur is nu anders iets anders. Registered, voor partners zonder commitment, blijft ongewijzigd. Maar de voormalige ‘expert’ benaming is uitgesplitst naar ‘essential’ en ‘advanced’, waarbij advanced echt een target letter ontvangt.” De laatste categorie, strategic, is de top tier bedoeld voor enterprises.

Achter de schermen betekent dit voor middelgrote en kleinere partners dat ze, indien ze advanced zijn, een direct aanspreekpunt bij Fujitsu hebben. Daarvoor is het team van Regional Sales Managers en Sales Associates uitgebreid. Voor essential partners gaat deze ondersteuning via de distributeur.

AI voor allen

Belangrijker is volgens Vanhaeren dat Fujitsu hun MKB-ondersteuning deze periode sterk toesnijdt op AI. Want iedere ICT-dienstverlener gaat volgens hem geheid de vraag krijgen van eindklanten wat ze met AI moeten gaan doen. “Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten”, zegt Vanhaeren. “Tegelijkertijd hebben ze daar hulpbronnen, mensen en ook investeringsmogelijkheden voor nodig.”

Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten

Daar komt bovenop dat de data die klanten willen verwerken dikwijls gevoelig is en onder wet- en regelgeving valt. Het delen van documenten aan een cloudgebaseerd AI-model zorgt in het beste geval voor extra complexiteit bij het correct beveiligen en versleutelen van de data. In het ergste geval is het ronduit non-compliance, zegt Vanhaeren.

Knappe dingen met gerijpte technieken

Daarom biedt Fujitsu Private GPT, een on-premises AI-oplossing waarmee organisaties tekst en andere vormen van data kan analyseren. “Bedenk dat wat AI echt revolutionair maakt, is dat we nu op een punt zijn dat we relatief lang bestaande technologie nu echt kunnen inzetten voor knappe dingen”, zegt Vanhaeren. “Neurale netwerken en machine learning bestaan eigenlijk al sinds de jaren 70, maar nu kun je het met vrij natuurlijke taal benaderen, via bijvoorbeeld chat.”

Tot nu toe zit die rekenkracht in de cloud, maar voor specialistische taken voldoet een eigen hardwareoplossing vaak al. “Stel, je bent een advocatenkantoor. Dan heb je veel zaken uit het verleden waaruit je elementen voor lopende zaken wil gebruiken. Het samenvoegen van die data is precies waar je met de Private GPT een goede oplossing voor kunt bouwen.”

De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken

Naast Private GPT biedt Fujitsu ook een bespoke-oplossing, dus waarbij samen met de partner een AI-oplossing op maat wordt gemaakt. “De derde oplossing is de verschillende reference architectures die we hebben gebouwd.” Die zitten er een beetje tussenin. “De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken”, legt Vanhaeren uit.

Hybride cloud

Alle oplossingen zijn bedoeld om lokaal te draaien. Dat betekent niet per se dat de cloud op zijn retour is. “Applicaties moet je een voor een beoordelen”, vindt Vanhaeren. “Je moet bepalen waar een applicatie het beste en meest efficiënt draait. Het is geen of-of verhaal, maar een en-en verhaal.” AI was typisch zo’n onderdeel dat door de rekenkracht bijna automatisch naar de cloud ging. Dat hoeft niet per se meer, zegt Vanhaeren, maar workloadsals het doorrekenen van een Large Language Model kun je volgens hem nog steeds beter in de cloud doen. “De cloud is immers beter in bursten in zowel rekencapaciteit als storage.”

Applicaties moet je een voor een beoordelen

Als leverancier blijft Fujitsu daarom erg betrokken bij het bieden van hybride cloudoplossingen aan partners. “We proberen ons te onderscheiden door boven alles een betrouwbare en benaderbare partij te zijn”, zegt Vanhaeren. “We investeren veel in ons partnernetwerk, en het nieuwe partnerprogramma is daar een onderdeel van.” Daarnaast faciliteert Fujitsu volgens Vanhaeren de veilige implementatie van AI door dit on-premises aan te bieden. “De keuze van hoe ze oplossingen afnemen, ligt wat ons betreft uiteindelijk bij de klant.”

 

Als msp kun je niet zonder gespecialiseerde software. Je hebt software nodig om je eigen bedrijfsvoering te optimaliseren én om je klanten zo goed mogelijk van dienst te zijn. In het eerste van twee delen over onmisbare software voor ICT-bedrijven bespreken we wat je nodig hebt voor de beste dienstverlening aan je klanten. Het tweede deel lees je hier.

Deel 1: software voor dienstverlening aan klanten

1. ITSM-software
2. Remote monitoring & management (RMM)
3. Helpdesksoftware
4. Incident response
5. Back-up & recovery

1. ITSM-software: complete oplossingen voor IT-dienstverlening

Ben je als msp betrokken bij het complete proces van plannen, ontwerpen, creëren, leveren, ondersteunen en beheren van IT-diensten tijdens hun complete levenscyclus, dan kun je niet om ITSM-software (IT Service Management) heen. Deze software helpt bij het stroomlijnen van IT-processen en het verbeteren van de algehele kwaliteit van de service. Veelgebruikte oplossingen zijn ServiceNow, een tool met functionaliteit voor onder meer incidentbeheer, verandermanagement en het organiseren van workflows. Jira Service Management biedt soortgelijke functionaliteit. Zendesk is vooral bekend als platform voor klantenservice, maar biedt ook functies als ticketing en incidentbeheer. Deze tool is vooral populair bij mkb-bedrijven (en niet alleen in de IT). Het Nederlandse TOPdesk is inmiddels ook wereldwijd een grote speler.

Wat doet ITSM-software?

  • Serviceverzoeken beheren: gebruikers van de software kunnen IT-gerelateerde diensten aanvragen, bijvoorbeeld toegang tot applicaties of hardware-ondersteuning.
  • Incidenten beheren: incidenten identificeren, categoriseren, prioriteren en erop reageren. Inkomende ticketaanvragen vanaf elk kanaal behandelen.
  • SLA’s beheren: de software kan de prestaties in de gaten houden en controleren of de afspraken in service level agreements (SLA’s) worden gehaald.

2. Remote Monitoring & Management-software (RMM)

Veel msp’s zijn ervoor verantwoordelijk dat IT-systemen van klanten, zoals desktops, laptops, mobiele apparaten en diensten, naar behoren werken. Met RMM-software kun je makkelijk op afstand deze apparaten en je netwerken monitoren, beheren en onderhouden. Kaseya/Datto, NinjaOne, ConnectWise en Atera zijn bekende RMM-tools.

Wat doet RMM-software?

  • Monitoren: voortdurend toezicht houden op de prestaties en de status van de apparaten en netwerken en waarschuwen bij een te hoge CPU-belasting, uitval en andere dreigende ongemakken.
  • Beheren: je kunt op afstand toegang krijgen tot systemen en apparaten om problemen op te lossen, software-updates en patches te installeren en configuraties aan te passen.
  • Reageren op dreigingen: de software kan jouw reactie op dreigingen en het functioneren van je antivirussoftware zo veel mogelijk automatiseren.
  • Overzicht houden: met RMM-software houd je overzicht op je hardware- en software-inventaris, inclusief informatie over licenties en configuraties.

3. Helpdesksoftware

Verzoeken, problemen en incidenten bij klanten: met helpdesksoftware kun je die als msp op een efficiënte manier beheren. De software helpt je om effectief met je klanten te communiceren, problemen op te lossen en zo de klanttevredenheid te verbeteren. Bekende pakketten voor helpdesksoftware zijn Freshdesk en Zendesk.

Wat doet helpdesksoftware?

  • Tickets beheren: verzoeken en klachten van klanten vastleggen in de vorm van tickets. Je kunt tickets toewijzen aan specifieke medewerkers. De software volgt en monitort de tickets om te zorgen dat ze op tijd worden afgehandeld.
  • Kennis verzamelen: goede helpdesksoftware dient ook als kennisbank met belangrijke informatie die eenvoudig op te halen is.
  • Processen automatiseren: je kunt sneller en efficiënter reageren door bijvoorbeeld de toewijzing van tickets te laten automatiseren of door meldingen te sturen bij specifieke gebeurtenissen.
  • Rapportages en analyses geven: rapportages en analyses zijn essentieel om de prestaties te monitoren en de helpdesk continu te verbeteren.

4. Incident response software

Ben je als msp verantwoordelijk voor het beheren en beperken van beveiligingsincidenten voor je klanten, dan is incident response software een noodzaak. Deze software biedt een gestructureerde methode voor het afhandelen en beheren van de nasleep van een inbreuk op de beveiliging of een cyberaanval. Het belangrijkste doel is om de situatie zo aan te pakken dat de schade tot een minimum wordt beperkt en de hersteltijd en -kosten worden verminderd. Dankzij AI kan de software steeds beter incidenten herkennen en een adequate respons bieden. Onder meer ConnectWise en Splunk bieden incident response software.

Wat doet incident response software?

  • Incidenten detecteren en rapporteren: de software monitort de infrastructuur voortdurend op verdachte activiteiten en genereert realtime waarschuwingen voor problemen in de IT-infrastructuur.
  • Incidenten analyseren: de software voert grondig onderzoek uit om de omvang, impact en de belangrijkste oorzaak van de beveiligingsincidenten te bepalen.
  • Respons orkestreren: de software coördineert en automatiseert de respons op een incident.
  • Beoordelen en rapporteren na incidenten: een beoordeling van de incidenten nadat ze zich hebben voorgedaan is nodig. Zo krijg je inzichten en kun je de respons op toekomstige incidenten verbeteren.

5. Back-up- en herstelsoftware

Verloren of beschadigde data, het bezorgt veel klanten van msp’s kopzorgen. Na zo’n incident wil je klant zo snel mogelijk weer up and running zijn. Back-up- en herstelsoftware maakt veilige reservekopieën van gegevens, die kunnen worden hersteld als de originele gegevens zijn beschadigd of bijvoorbeeld zijn gecodeerd bij een ransomware-aanval. Er zijn diverse bekende spelers in back-up- en herstelsoftware, waaronder Datto, Bitdefender, Veeam en Ontrack.

Wat doet software voor bescherming bij ransomware?

  • Back-up van gegevens maken: de software zorgt voor een regelmatige back-up van bedrijfskritische gegevens om te zorgen dat er altijd een actuele kopie beschikbaar is voor herstel.
  • Gegevens herstellen: de gegevens worden snel en veilig hersteld vanaf een veilige back-up mocht zich een beschadiging of een (ransomware-)aanval hebben voorgedaan.
  • Realtime monitoren: uitgebreide back-up- en herstelsoftware controleert systemen automatisch op tekenen die kunnen duiden op een ransomware-aanval. Een waarschuwing geeft aan wanneer verdachte activiteit wordt gedetecteerd.
  • Versleutelen: back-ups worden beschermd met encryptie zodat ze niet toegankelijk zijn voor onbevoegden of beschadigd kunnen raken door ransomware.

Dit artikel verscheen eerder op ChannelConnect in september 2023. Herpublicatie in het kader van de SaaS-special in ChannelConnect juli 2024.

Microsoft, Apple, Alphabet… Sinds enige tijd heeft het relatief onbekende Amerikaanse bedrijf Nvidia zich bij deze giganten gevoegd in het rijtje met meest waardevolle bedrijven ter wereld. De maker van grafische chips was ooit vooral geliefd onder gamers, maar profiteert nu van de AI-revolutie.

Van CPU naar GPU
Gamen en videobewerking
GPU’s voor algemeen gebruik
Nieuwe opleving AI
Concurrentie en geopolitiek

Wie vijf jaar geleden een aandeel Nvidia kocht, heeft deze twintig keer zo veel waard zien worden. Vergeleken met een jaar geleden is de koers ruim verdrievoudigd. Eerder dit jaar bereikte de fabrikant als derde Amerikaanse bedrijf een beurswaarde van 2 biljoen dollar, iets wat daarvoor alleen Apple en Microsoft eerder was gelukt. Ongelofelijk indrukwekkende cijfers voor een bedrijf dat al decennia bestaat, in die dertig jaar niet altijd even succesvol was en lange tijd vooral gamers als klanten had.

Van CPU naar GPU

Nvidia werd in 1993 opgericht. Het was de tijd waarin games als Wolfenstein 3D, Doom en Unreal voor die tijd indrukwekkende grafische prestaties boden. Om die steeds ingewikkeldere grafische verwerking beter aan te kunnen voor toekomstige games, ontwikkelden de oprichters een speciaal soort chips, de GPU, of wel graphic processing unit.
Tot die tijd werd het grafische werk door de traditionele CPU (Central Processing Unit) gedaan, naast alle andere taken die deze processor ook moet uitvoeren. Nvidia was een van de eerste bedrijven met een speciale processor die het aansturen van beeld volledig op zich nam.

Gamen en videobewerking

Het duurde tot 1999 totdat het bedrijf hier echt een succes mee behaalde, met de GeForce 256. Dit was de eerste programmeerbare grafische kaart die bijzonder geavanceerde videoweergave mogelijk maakte. Zo kreeg Nvidia een flinke voorsprong op de concurrentie. Een jaar later werd de fabrikant de exclusieve leverancier voor grafische processors voor de eerste Xbox van Microsoft. Deze successen waren overigens ook wel nodig: vlak voor de eeuwwisseling moest het bedrijf de meeste medewerkers ontslaan omdat het succes tot dan toe was uitgebleven. In de consumentenmarkt is het bedrijf sindsdien actief met zijn GeForce-GPU’s, die niet alleen heel geschikt zijn voor gamen, maar ook voor andere zware grafische taken, bijvoorbeeld videobewerking, 3D-rendering.

De Nvidia GeForce RTX 4090, een van de nieuwste modellen grafische kaarten voor computers.

GPU’s voor algemeen gebruik

Intussen kwam Nvidia tot de ontdekking dat GPU’s ook goed in te zetten waren voor algemene verwerkingstaken. Daartoe kwam het in 2006 met software genaamd CUDA waarmee het mogelijk was de grafische chips te programmeren voor andere doeleinden. Daarmee weden de GPU’s interessant voor supercomputers die in de wetenschap werden gebruikt.

Nieuwe opleving AI

Weer zes jaar later, in 2012, werd de link met AI voor het eerst gelegd. Het was bepaald niet de tijd dat AI in de belangstelling stond. De interesse was sinds de jaren 90 afgenomen omdat de verwachtingen niet werden waargemaakt. Maar Nvidia bleek de tijdgeest van het moment goed aan te voelen. Onderzoekers ontwikkelden een AI-model dat Nvidia-chips gebruikte voor relatief eenvoudige machine learning-toepassingen. Mede dankzij de indrukwekkende prestaties van de huidige GPU’s is AI weer in een stroomversnelling gekomen: voor AI-toepassingen is het nodig modellen te trainen en grote hoeveelheden data te verwerken, taken waar GPU’s krachtig genoeg voor zijn. Inmiddels kunnen we stellen dat AI zonder Nvidia niet was geweest wat het nu is. Ook bij andere technologieën waarbij veel rekenkracht nodig is, zoals VR en het minen van cryptomunten, spelen de GPU’s van het bedrijf een cruciale rol.

De A100 voor high performance computing, onder andere voor AI-toepassingen.

 

Waarom een GPU ideaal is voor machine learning

Daarvoor moeten we de GPU eens vergelijken met de CPU. Bij de CPU zijn de wachttijden tussen de verwerkingscycli zo kort mogelijk. Bij de GPU wordt zoveel mogelijk data in één keer verwerkt. Een GPU heeft daarom een veel grotere bandbreedte (750GB/s) dan de CPU (50GB/s). GPU’s zijn daarmee nog niet direct sneller dan CPU’s, want de latency/wachttijd is bij een GPU veel groter. Maar omdat de informatie in één grote stroom bij de GPU aankomt, is de wachttijd alleen bij de eerste cyclus langer. Daarna hoeft de GPU niet meer te wachten, want na verwerking kan direct het volgende worden verwerkt.

Dit werkt het beste met grote brokken informatie die bestaan uit vele kleine, maar vergelijkbare brokjes. En daarom gaat het bij machine learning, deep learning en high performance computing. Daarbij moeten kleinere stukken informatie supersnel worden verwerkt. Dat daarvoor uitgerekend GPU’s kunnen worden gebruikt is niet zo vreemd als je bedenkt dat deze ook razendsnel de beeldinformatie voor computermonitors moeten kunnen uitrekenen; inderdaad piepkleine brokjes pixel-informatie die samen een groter plaatje moeten opleveren.
Marcel Debets

Concurrentie en geopolitiek

De vroege focus op AI heeft Nvidia geen windeieren gelegd. Het bedrijf heeft zich ontwikkeld tot dé fabrikant van chips die cruciaal zijn voor AI-toepassingen. Collega-biljoenenbedrijven Google, Amazon, Meta en Tesla ontwerpen weliswaar inmiddels hun eigen grafische chips, maar die worden heel specifiek ontworpen voor bepaalde taken voor deze bedrijven. Ook bekende chipfabrikant AMD heeft een GPU op de markt gebracht.

Toch heeft Nvidia volgens analisten een flinke voorsprong en weet het door zijn status makkelijk programmeurs aan te trekken. Het bedrijf is ook superieur wat betreft de software, minstens zo belangrijk als de chips zelf. De grootste bedreiging is misschien wel de geopolitieke situatie. Eind vorig jaar voerden de Verenigde Staten nieuwe wetgeving in die de export van geavanceerde AI-chips naar China verbood. Slecht nieuws voor Nvidia, dat voor ongeveer een kwart van zijn omzet afhankelijk is van de verkoop aan China. Ondanks deze zorg lijken de gouden tijden voor Nvidia zeker nog niet voorbij.

Van authenticatie in de digitale wereld komen we nooit meer af. Net zo min als we ooit nog een touwtje uit de brievenbus laten hangen. En ondanks allerlei nieuwe vormen van authenticatie, zijn we voorlopig nog wel even afhankelijk van wachtwoorden. Ze zijn dus essentieel voor de online identiteit en bieden  toegang tot gevoelige informatie. Maar voor mkb-bedrijven zijn ze ook een zwak punt. Met beperkte middelen en expertise zijn ze vaak een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen die misbruik willen maken van zwakke wachtwoordbeveiliging.

Uit recent onderzoek van Kaspersky blijkt dat 74% van de Europese mkb-bedrijven de afgelopen twee jaar te maken heeft gehad met minstens één cyberincident. De gevolgen van deze aanvallen zijn aanzienlijk, met onder andere datalekken, reputatieschade en verlies van klantvertrouwen. In 26% van de gevallen was zwak wachtwoordbeheer de oorzaak.

Het gebruik van zwakke of hergebruikte wachtwoorden maakt het voor cybercriminelen eenvoudig om toegang te krijgen tot systemen en gevoelige informatie te stelen. Dit kan leiden tot ernstige gevolgen voor mkb-bedrijven, waaronder financiële verliezen, datalekken, reputatieschade en operationele verstoringen.

Gelukkig kunnen mkb-bedrijven eenvoudige stappen ondernemen om hun wachtwoordbeveiliging te verbeteren en hun digitale risico’s te verkleinen. Deze stappen omvatten het maken van sterke en unieke wachtwoorden, het implementeren van multi-factor authenticatie (MFA), het voorlichten van medewerkers en het beschermen van apparaten en netwerken.

Een wachtwoordloze toekomst

Experts verschillen van mening over de toekomst van wachtwoorden. Sommigen pleiten voor het afschaffen van wachtwoorden ten gunste van biometrische oplossingen zoals vingerafdrukken en FaceID. Anderen zetten in op het voortgezette gebruik van wachtwoorden met behulp van wachtwoordmanagers, of met een combinatie van methoden.

Biometrische authenticatie is veilig, maar heeft een belangrijk nadeel: als biometrische gegevens eenmaal zijn aangetast, kunnen ze niet meer worden gewijzigd. Deze kwetsbaarheid kan leiden tot onomkeerbare identiteitsdiefstal. Traditionele wachtwoorden kunnen daarentegen wel gewoon regelmatig worden veranderd.

Maar de verschuiving richting wachtwoordloze authenticatie tekent zich inmiddels duidelijk af, vooral in sectoren met strenge beveiligingsbehoeften zoals het bankwezen en de zorg. Deze verschuiving omvat de adoptie van hardwaretokens, multi-factor authenticatie met behulp van alternatieve apparaten en eenmalige verificatie.

Veiliger zonder wachtwoord

Sommigen menen dat het weghalen van wachtwoorden juist kan leiden tot betere beveiliging. Het beveiligen van gebruikersidentiteiten door middel van andere methodes biedt betere bescherming tegen phishing, keylogging en man-in-the-middle aanvallen.

Wel zijn er barrières voor organisaties om over te stappen op wachtwoordloze authenticatie. Legacy-systemen die wachtwoorden vereisen en de complexiteit van grotere omgevingen kunnen een uitdaging zijn. Identity and Access Management (IAM) kan de overgang vergemakkelijken.

Betrek gebruikers bij het wachtwoordbeleid

Interessant is de gedachte dat het beter is om gebruikers te betrekken bij het wachtwoordbeleid. Het zou ze bewuster maken en alerter op kwetsbaarheden. Daarom is het belangrijk om de wachtwoordregels duidelijk te communiceren. Een multi-factor-authenticatie waarbij wachtwoorden een van de factoren zijn is natuurlijk sowieso logisch.

De meeste IT-dienstverleners weten inmiddels wel wat noodzakelijk is als je gebruik maakt van wachtwoorden als factor in de authenticatie van gebruikers. Maar nog even op een rijtje:

  • Complexiteit en lengte: Laat gebruikers wachtwoorden instellen met een combinatie van cijfers, letters en symbolen, met een lengte van 12-16 tekens. Met 18 tekens zijn wachtwoorden bij de huidige stand van zaken vrijwel onkraakbaar, hoewel quantumcomputing eraan zit te komen. Waarschijnlijk is het gebruik van wachtwoorden tegen die tijd helemaal niet meer mogelijk.
  • Regelmatige updates: Zorg dat gebruikers gedwongen worden om wachtwoorden regelmatig te wijzigen, vooral na beveiligingsincidenten.
  • Multi-Factor Authenticatie: Schakel MFA altijd in.
  • Beveiligingspolicies: Laat jouw klanten bedrijfsbreed policies installeren die de beveiliging scherp houden. Regelmatig wachtwoordwijzigingen afdwingen dus en Privileged Access Management (PAM)-oplossingen gebruiken voor het beheer en de monitoring.
  • Gebruikersvoorlichting: Train gebruikers over robuuste wachtwoordpraktijken.
  • Wachtwoordmanager: Stimuleer het gebruik van een wachtwoordmanager bij je eindklant. Het is verreweg de veiligste manier om wachtwoorden op te slaan en omdat ze niet hoeven te worden onthouden of overgetypt, zijn zelfs heel complexe wachtwoorden geen probleem.

Daarnaast is het belangrijk om continu op de hoogte te blijven van de nieuwste cyberdreigingen en -trends. Investeer in cybersecuritybewustzijnstrainingen voor de medewerkers van je klanten en zorg dat ze hun software en systemen up-to-date houden.

Datacenters worden steeds belangrijker in de huidige samenleving. Door veel mensen worden ze beschouwd als een noodzakelijk kwaad. Ze nemen veel ruimte in, en gebruiken veel stroom. Voor dat laatste ziet Vincent van der Linden, Regional Business Leader van RNT Rausch, voldoende mogelijkheden tot bezuiniging. “Met een andere manier van koelen is veel winst te behalen.”

Het aantal datacenters neemt de komende jaren flink toe. Dat komt niet alleen doordat bedrijven nog steeds volop bezig zijn met de overgang naar de cloud. Ook AI vraagt om steeds meer rekenkracht en is erg hongerig als het gaat om servers in het datacenter. Plaatselijke overheden, cloudproviders en datacenterproviders juichen de ontwikkelingen toe. Voor de gemeente betekent het investeringen in de lokale economie, maar de keerzijde is ook al vaak besproken: een datacenter vraagt om veel ruimte en legt een onevenredig groot beslag op stroom- (al dan niet groen) en drinkwatervoorzieningen.

Hoeveel stroom er precies wordt gebruikt door individuele datacenters, of liever: het rendement van het stroomverbruik, is vaak punt van discussie. Een veelgebruikte maat is de Power Usage Effectiveness (PUE). Dit is een getal dat de mate van energie-efficiëntie van een datacenter uitdrukt.

Power Usage Effectiveness

In de basis is de PUE een eenvoudige formule. Het is het verhoudingsgetal van het totale stroomverbruik van het gebouw, gedeeld door het stroomverbruik van de servers. In het gedeelte boven de deelstreep – de overhead – zit uiteraard de verlichting, de camera’s en beveiliging, maar vooral ook de koeling.

In het meest ideale geval heeft de verhouding de waarde 1. In dat geval is het energieverbruik van de IT-apparatuur gelijk aan dat van het hele gebouw en is er geen overhead. Dat is uiteraard alleen theoretisch mogelijk, want er is altijd stroom nodig voor verlichting, luchtzuivering enzovoort.

PUE is niet onomstreden

Het gebruik van de PUE, ooit bedacht door The Green Grid, een industrieconsortium voor het bevorderen van de efficiëntie van datacenters, roept vragen op. Het cijfer is redelijk gemakkelijk te manipuleren, waardoor een echte vergelijking tussen datacenters niet mogelijk is.

Zo kun je bijvoorbeeld de hoeveelheid resources in het datacenter minimaliseren, maar dat resulteert in een grote inefficiëntie per vierkante meter. Bij een optimaal gevuld datacenter kan ook zo veel mogelijk de koeling worden verminderd, door bijvoorbeeld te koelen met buitenlucht in plaats van mechanische klimaatregeling. Een andere aanpak is door de temperatuur in het datacenter simpelweg te verhogen, maar dit leidt tot ongewenste effecten en meer uitval, waardoor onnodig veel componenten voortijdig gewisseld moeten worden.

Want doordat voor veel servers, storagesystemen en netwerkcomponenten de interne temperatuur te hoog wordt, zullen deze extra lucht aan moeten zuigen om alsnog voldoende gekoeld te worden. Dat gebeurt in de IT-componenten zelf en dus niet meer in de gecontroleerde koeling van het datacenter. Gevolg is dat het datacenter weliswaar minder stroom verbruikt, maar de individuele IT-componenten zelf meer stroom gaan gebruiken, wat uiteindelijk hetzelfde nettoresultaat geeft.

Verkoopargument

Ondanks dat de PUE-waarde hierdoor dus daalt en het datacenter zijn ‘targets’ haalt, is dit natuurlijk niet waarvoor de duurzame doelstellingen van de PUE zijn bedoeld. Deze zogenaamde groene datacenters-propositie wordt nu vooral gebruikt als verkoopargument waardoor meer klanten interesse krijgen. Als de klanten meer capaciteit nodig hebben dan stijgt ook de behoefde aan koeling en dus de stroombehoefte en is het groene label niet zo groen meer.

Je zou denken dat dit alleen geldt voor de grote datacenters. Maar ook voor edge-datacenters en kleine serverruimtes bepaalt de behoefte aan rekencapaciteit het stroomverbruik. Het is mogelijk om per vierkante meter meer rekencapaciteit te genereren, zeker met de nieuwste server- en storage-technologieën, maar dat lost absoluut niet de efficiëntieproblemen op. Sterker nog, die maak je in feite alleen maar groter.

De oplossing moeten we vooral zoeken in alternatieve manieren voor koeling. Cloudproviders en datacenters kijken steeds vaker naar vloeibare koeling voor het serverpark. Tijdens het koelen met vloeistoffen wordt de hitte niet meer door (gerichte) luchtstromen gekoeld, maar door een vloeistof. De capaciteit van de warmtewisseling is groter dan bij luchtkoeling. En er is nagenoeg geen verlies door ineffectieve koeling door het onnodig koelen van lege serverracks en blank plates, zoals wel door luchtkoeling het geval is. Ook kan de restwarmte, bij luchtkoeling meestal via warm water, makkelijker afgevoerd worden.

Vincent van der Linden (L) – Foto: Philipp Jordan

Twee mogelijkheden voor vloeistofkoeling

Voor vloeistofkoeling zijn er twee mogelijkheden: met water of via vloeistof-immersie. De eerste methode koelt de hitte-genererende componenten in een server door een watercircuit langs deze onderdelen de warmte te laten opnemen en buiten de server af te voeren. Dit moet nog wel worden gecombineerd met reguliere luchtkoeling.

In het tweede geval wordt de server volledig ondergedompeld in een bad van niet-geleidende vloeistof, meestal minerale olie. De warmte wordt door de olie geabsorbeerd, met een aanzienlijk efficiënter resultaat dan bij luchtkoeling. Daarbij zijn de ventilatoren van de servers uitgeschakeld (of ontbreken zelfs volledig), want dit systeem heeft helemaal geen luchtkoeling meer nodig. Dat betekent ook dat er geen luchtsystemen meer nodig zijn, wat resulteert in een verlaging van de operationele kosten tot 90% ten opzichte van luchtkoeling.

Elk voordeel heeft zijn nadeel, want het gewicht van het complete systeem kan aanzienlijk oplopen, omdat servers vaak in grote baden worden ondergedompeld en dicht op elkaar worden geplaatst. Daarnaast zijn niet alle standaard servers bruikbaar voor deze manier van koelen.

Immersiekoeling heeft de toekomst

Bij RNT Rausch zijn we ervan overtuigd dat immersiekoeling de toekomst heeft. We zien op dit moment als compromis mogelijkheden voor het monteren van cassettes met koelvloeistof in het datacenterrack. Hierdoor creëer je als het ware een koelbad in een normaal datacenterrack, waarmee het gewichtsprobleem en de afwijkende maatvoering van de grote baden tot het verleden behoren. Dit resulteert in een maximale dichtheid en optimale koeling van alleen de intensieve rekencapaciteit. Het stroomverbruik neemt direct af, zonder dat het de betrouwbaarheid van de componenten verlaagt. Daarbij kunnen de individuele specificaties per server worden afgestemd en volledig separaat worden onderhouden.

Door deze flexibele en modulaire aanpak is vloeistofkoeling niet alleen geschikt voor de grootste datacenterlocaties, maar ook toepasbaar voor de edge en kleine serverruimtes. Sterker nog, het zou zelfs een nieuwe bron van inkomsten kunnen worden, wanneer datacenters het restproduct aanbieden als duurzame verwarming voor lokale warmtenetten voor publieke locaties, zwembaden, veeteelt of de tuinbouw. Daarbij zijn ook nog subsidies beschikbaar voor duurzame ontwikkelingen om nog meer, kleinere datacenters in de buurt van die locaties te bouwen en deze als een grid aan elkaar te koppelen voor het schaalvoordeel.

Een modulair systeem van ‘cassettes’ is op dit moment een goed compromis

Onbekend maakt onbemind

Er zijn verschillende redenen waarom deze mogelijkheden nog niet breed omarmd worden. Op de eerste plaats omdat deze oplossingen nog niet erg bekend zijn in de markt. Daarnaast zien we dat de meeste serverleveranciers niet op kleine schaal maatwerk kunnen leveren en niet gebaat zijn bij deze afwijkende manier van leveren aan datacenters.

Waar het wel wordt aangeboden en geïmplementeerd, zijn de gebruikers laaiend enthousiast, maar wordt dat niet snel van de daken geschreeuwd. Vloeistof in het datacenter is uit den boze, wordt vaak gezegd. Maar wij zien dat technici van nature nieuwsgierig zijn en met een duidelijke instructie zonder problemen weten om te gaan met deze nieuwe toepassing. Deze oplossingen kunnen bovendien gefaseerd worden ingevoerd en naast de bestaande luchtkoeling draaien, zodat er geen desinvesteringen in het huidige datacenter hoeven te zijn. Laat staan dat het gehele datacenter opnieuw ingericht zou moeten worden.

Vloeibare koeling maakt het mogelijk om te voldoen aan de groeiende behoefte aan rekenkracht, met een aanzienlijk betere efficiëntie, dankzij modulaire oplossingen en met minimale aanpassingen. Zo kunnen datacenters aan de grote vraag tegemoet komen en toch blijven voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen.

Vincent van der Linden
Regional Business Leader RNT Rausch

 

Deze week vindt in de Jaarbeurs in Utrecht het event Zorg & ict 2024 plaats. ChannelConnect is mediapartner en doet verslag van de eerste dag vanaf de beurs. Mels Dees volgde keynotes en maakt een rondje over de beursvloer.

“Digitale transformatie in de zorg moet,” stelde Bianca Rouwenhorst, topambtenaar van ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens de vakbeurs Zorg & ict in de Jaarbeurs in Utrecht. “Met de Nationale Visie en Strategie op het gezondheidsinformatiestelsel beschikken we over een kompas om met behulp van data en digitalisering bij te dragen aan de oplossing van vraagstukken in de zorg. Dat is geweldig, maar als we de transformatie echt vooruit willen helpen, moeten we ook meteen met de uitvoering aan de slag.”

Partners belangrijk

En voor die uitvoering kom je dan toch bij leveranciers én partners terecht. Extreme Networks is een leverancier, die via partners inspeelt op de behoefte bij zorginstellingen. “Het klopt natuurlijk dat er heel veel gebeurt op het gebied van digitale transformatie in deze sector,” zegt Patrick Groot Nuelend, Head of Vertical Markets & Strategy EMEA bij Extreme Networks. De zorg startte wellicht wat later met digitalisering dan andere sectoren, “maar zeker sinds corona zien we een enorme versnelling,” stelt hij. “Je ziet nu nieuwe ontwikkelingen aan de applicatiekant en aan de OT-kant, maar men realiseert zich ook steeds vaker dat al die mooie innovaties onmogelijk zijn zonder een betrouwbaar en schaalbaar netwerk.”

Extreme Networks, en vooral de partners, merken dat op het gebied van het netwerk in de zorg nog veel te doen valt. “Er zijn nog steeds heel veel zorginstellingen die met een verouderd netwerk te maken hebben, dat complex te beheersen is. En daar zien we ook een druk ontstaan dat er steeds meer gedaan moet worden met een beperkte capaciteit aan mensen. Daar hebben zij en wij partners bij nodig.” Om die reden presenteerde Extreme Networks zichzelf samen met partners op de beurs.

ERP uit de cloud

Axians zet al langer in op de cloud. “De transitie naar de cloud is onomkeerbaar,” is de overtuiging van Suzanne Beijen, Manager Zorg EPR bij Axians Business Applications. “Op het Microsoft platform bouwen wij specifieke oplossingen voor de zorg. En we presenteren die ERP-oplossing hier tijdens de beurs.”

Cloud in de zorg betekent echter niet het einde van datacenters en serverruimtes binnen de zorginstellingen. Dat lieten Rittal en hun zorg-channelpartner X-ICT zien. Zij toonden gezamenlijk een ‘datacenter in een kast’ op de stand. “Bekabeling, koeling, blussing, noodstroom en natuurlijk de servers zitten allemaal in één kast,” legden Marc van Rijssen, Business Developer bij X-ICT en Dion Cremers, Accountmanager RiMatrix bij Rittal, uit.

Interoperabiliteit

Servers en dataverwerking zijn essentieel binnen zorginstellingen, maar dat geldt ook voor communicatie. Om die reden gaf ook Exip acte de présence in Utrecht. “Wij presenteren in feite twee oplossingen tijdens de beurs,” geeft Maurice Veth, Sales Executive bij Exip, aan. “Aan de ene kant faciliteren we interoperabiliteit: welk platform, Zoom, Teams, Cisco, Google afdelingen of instituten ook gebruiken, wij maken communicatie mogelijk.” Aan de andere kant levert Exip ook een eigen platform, dat zorginstellingen volledig zelf kunnen beheren en dat kan communiceren en integreren met andere omgevingen, zoals het EPD. “Daarnaast bieden we videocommunicatie op een hoog niveau. De broeder in de ambulance kan daarmee bijvoorbeeld eerste bevindingen delen met artsen, opdat het ziekenhuis goed voorbereid is op de patiënt, of juist in een heel vroeg stadium het meest geschikte ziekenhuis kan worden gekozen.”

Verdieping van relaties

Spectralink benoemt nog dat het voordeel van een beurs als Zorg & ict is, dat de medewerkers op de werkvloer er ook komen. “Je praat als leverancier met een contactpersoon binnen een organisatie, maar hier komen ook de beheerders die er dagelijks mee werken. Dat zorgt voor een verdieping van de relatie,” zegt Patrick van Biemen, Strategic Account Manager bij Spectralink Corporation. Iets soortgelijks meldt ook Sharmaine van den Hoek-Janssen Business Unit Director Healthcare bij TOPdesk. “We hebben 450 zorginstellingen als klant en in de loop van deze beursdagen spreken we er zeker 400. De beurs is ideaal om contacten te leggen en te onderhouden.”

De voorbereidingen voor invoering van de Wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (Wegiz) zijn ook een jaar na de invoering nog in volle gang. Implementatie kan lastig en complex zijn. Het ministerie van VWS biedt implementatieondersteuning en een zelfscan om zorginstellingen te helpen op tijd klaar te zijn.

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

De Wegiz ging vorige jaar op 1 juli in werking, maar de verplichtingen in de wet omtrent het uitwisselen van welke gegevens tussen welke partijen  worden gefaseerd ingevoerd. Er is daarom sprake van een zogeheten ‘kaderwet’. VWS-beleidsadviseur Ulco de Boer raadt aan om niet te wachten en je als IT-dienstverlener in de zorg nu echt te gaan verdiepen in de wet.

De Boer maakt vanuit de directie Informatiebeleid deel uit van team Wegiz. Zijn collega Marley Werleman werkt vanuit de directie Langdurige Zorg als projectleider eOverdracht. De Boer: “Voor vijf gegevensuitwisselingen is nu de verplichting ingevoerd of aanstaande en aan de implementatie van die gegevensuitwisselingen wordt nu volop gewerkt.”

Het gaat bij de eerste inmiddels gerealiseerde gegevensuitwisseling om ’Versturen van recept door huisarts aan terhandsteller’. Dit is sinds 1 januari van dit jaar verplicht. Vanaf 1 juli komt daarbij dat dit bericht ook in de persoonlijke gezondheidsomgeving van een patiënt zichtbaar is. “Het veld is druk bezig om alle onderdelen die nodig zijn om aan de Wegiz te voldoen te realiseren”, vertelt De Boer. “Denk aan de invulling van kwaliteitsstandaarden, informatiestandaarden en NEN-normen. Hoewel alle partijen de noodzaak van elektronische gegevensuitwisseling inzien, merken ze ook dat het in de praktijk best een ingewikkeld verhaal is. We zijn dan ook met elkaar aan het pionieren.”

Connectathons

Op dit moment vinden allerlei testen plaats door zorgorganisaties en hun IT-dienstverleners. De Boer: “Die testen vinden bijvoorbeeld plaats tussen verschillende infrastructuren. Zo gebruikt de ouderenzorg een andere infrastructuur dan ziekenhuizen. Leveranciers organiseren ‘connectathons’ en testen met elkaar uit of zij daadwerkelijk gegevens kunnen uitwisselen. Werleman vult aan: “Dat testen gebeurt op verschillende niveaus. Ook cross-sectoraal en regionaal binnen samenwerkingsverbanden.”

In de technische uitwerking komen vaak nog obstakels aan het licht. Het blijkt dat er naast de NEN-normen en informatiestandaarden aanvullende technische afspraken nodig zijn. Leveranciers maken zelf onderling technische afspraken. De Boer: “Niet ideaal, dat niet alles vooraf gereed is, maar zoals ik vaker zeg: we bouwen een brug terwijl we er overheen lopen. Dat blijkt hier ook.”

eOverdracht

eOverdracht, de uitwisseling van gegevens die nodig zijn om verpleegkundige overdrachten digitaal mogelijk te maken is ook een van de geprioriteerde gegevensuitwisselingen waaraan gewerkt wordt. Het gaat hier om de verpleegkundige overdracht tussen ziekenhuizen en verpleeghuizen. Werleman: “Het uiteindelijke doel is dat we van bron naar bron gestandaardiseerd en elektronisch kunnen uitwisselen. We zijn begonnen met het testen van een minimale eOverdracht. Je kijkt dan wat er minimaal nodig is om van een werkende naar een werkbare oplossing te komen. We bouwen het steeds verder uit.” De inwerkingtreding van deze gegevensuitwisseling staat gepland voor 1 januari 2027. “Dat klinkt ver weg, maar we weten dat leveranciers en zorgorganisaties die tijd echt nodig hebben.”

Voor alle zorgorganisaties is het volgens beide beleidsadviseurs hoog tijd om zich voor te bereiden. “Je moet je er nu in gaan verdiepen wat het voor jouw organisatie, de samenwerkingen en de contacten met ICT-leveranciers betekent,” zegt De Boer. “Daar biedt VWS praktische handvatten voor met onder meer de zelfscan.”

Implementatieprogramma

Met het implementatieprogramma eOverdracht heeft VWS projectleiders en implementatie-instrumenten beschikbaar. Die helpen organisaties om zich op de Wegiz voor te bereiden. Werleman: “We hebben samen met Nictiz bijvoorbeeld een laagdrempelige zelfscan ontwikkeld. Daarmee toets je op de vijf lagen van interoperabiliteit waar jouw organisatie staat. De scan benchmarkt ook met andere organisaties en geeft advies over wat je volgende stap zou moeten zijn.”

Het mooie van de zelfscan vindt ze dat je hem vaker in het proces kunt uitvoeren. Zo kun je het effect meten van in gang gezette acties. “Zie het als een soort thermometer.” Op dit moment is de zelfscan eOverdracht beschikbaar. Binnenkort volgt ook een zelfscan basisgegevensset zorg (BgZ). VWS raadt aan om vooral van de beschikbare ondersteuning gebruik te maken. “Op Samenwerkenaaneoverdracht.nl en Gegevensuitwisselingindezorg.nl staat alle informatie,” adviseert Werleman.

Ulco de Boer en Marley Werleman verzorgen tijdens Zorg & ict op 9 april een sessie over de Wegiz en de voorbereidingen. 

Bron: Dutch Health Hub

Op 31 maart is het weer Wereld Back-up Dag. Op die dag beseffen we nog eens extra hoe belangrijk het is om onze digitale gegevens te beschermen. Ook op dit gebied is AI sterk in opkomst. Het verandert langzaam maar zeker de manier waarop bedrijven voor hun kostbare data zorgen.

Hoe belangrijk ook, back-up en herstel is nu niet bepaald het meest opwindende onderwerp in de IT-wereld. Toch blijkt uit de groei in de markt voor back-up- en hersteloplossingen dat bedrijven het, terecht, steeds minder als een bijzaak zien. De mogelijkheden van AI en machine learning (ML) kunnen het proces van back-up en herstel eenvoudiger, sneller en goedkoper maken. En een zekere opwinding terugbrengen.

Automatiseren, herkennen en anticiperen

AI zal de komende tijd een steeds belangrijkere rol spelen bij het bewaren en beschermen van data. In de eerste plaats helpt het bij het automatiseren van processen, maar AI-systemen zijn bij uitstek in staat om patronen in gegevens te herkennen en kunnen zelfs anticiperen op potentiële bedreigingen of fouten voordat ze zich voordoen.

Hoe AI het back-up- en herstelproces ondersteunt

AI-algoritmes blinken uit in het verwerken van enorme datasets, het identificeren van patronen en het nemen van intelligente, datagestuurde beslissingen.
Met deze taken kunnen AI-oplossingen helpen bij gegevensbescherming:

  • Back-ups automatiseren. Automatische back-ups zijn bepaald niet nieuw, maar AI kan dit proces verfijnen. Bijvoorbeeld door automatisch een back-up te maken van data op basis van prioriteiten en doelen. Zo is het maken van een back-up voor gearchiveerde documenten die bijna nooit worden gewijzigd niet zo urgent. Dit in tegenstelling tot data voor transactiesystemen van een webwinkel of een bank die snel veranderen en waarbij ook de meest recente gegevens niet verloren mogen gaan.
  • Voorspellende analyse. Machine learning leert tijdens het gebruik en kan helpen bij het analyseren van data, trends en ongebruikelijke activiteiten. Zo kan AI steeds beter de meest waarschijnlijke scenario’s voor dataverlies bepalen. Het kan helpen hardwarestoringen of een ransomware-aanval te voorspellen.
  • Systemen beoordelen. Een back-up- en hersteloplossing kan op basis van AI de integriteit van systemen beoordelen en in de gaten houden of processen goed verlopen en of de verwerking van data compliant is aan wet- en regelgeving. Door continu te testen, wordt de organisatie beter beschermd tegen dataverlies. AI kan zelfs specifieke scenario’s simuleren en zo problemen aan het licht brengen.
  • Datakwaliteit controleren. Corrupte data, dubbele data, ongebruikte data… Het kost tijd en opslagruimte om data te bewaren die je liever kwijt bent. AI kan die data opsporen, erover rapporteren en acties voorstellen en uitvoeren.
  • Intelligent dataherstel. AI- en ML-technologieën kunnen helpen bij het intelligent herstellen van gegevens door bijvoorbeeld over te schakelen naar een uitwijklocatie wanneer de primaire locatie uitvalt. Het kan bepalen welke dataset als eerste moet worden hersteld en bepalen welke reservekopie niet is aangetast door een cyberaanval om te gebruiken voor herstel. Dit beperkt de downtime en versnelt de hersteltijd mocht zich een calamiteit voordoen.

In ontwikkeling

Het gebruik van AI in oplossingen voor back-up en herstel biedt veel kansen. De ‘intelligentie’ van AI kan bijdragen aan het verminderen van fouten en het versnellen van hersteltijden. Het kan helpen om gegevens te beschermen tegen de acties van technisch onderlegde cyberaanvallers. Maar net als andere AI-ontwikkelingen staat ook deze nog in de kinderschoenen. De rol van mensen is juist in dit stadium cruciaal om in de gaten te houden of de systemen goed presteren. Ook bij dat proces kun je als msp een belangrijke rol spelen, net als bij de keuze en implementatie van een oplossing en het trainen van medewerkers.

 

Digitale innovatie vereist een herontwerp van het zorgproces. Volgens bestuursvoorzitter Niels Honig van Franciscus Gasthuis & Vlietland moeten zorgprofessionals bij beide betrokken worden. Volgens hem gebeurt dat nog te weinig. “We moeten niet alleen maar de huidige procesgang kopiëren naar een nieuwe technologische wereld. Dat is in de basis een zorgvraag.”

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Honig ziet veel lichtpunten in de digitalisering van de Nederlandse zorg. “We sturen de patiënt niet meer met een dvd op de buik naar een volgend ziekenhuis, of moeten hun verhaal steeds opnieuw vertellen. In het delen van informatie en medicatieoverdracht hebben we grote stappen gemaakt.” Volgens hem zijn ook de ideeën rond digitalisering aan het veranderen. “Lange tijd ontbrak het echte urgentiegevoel, net als de kennis en de schaalgrootte. Er is inmiddels een lappendeken ontstaan van apps, platformen en allerhande toepassingen met weinig consistentie over de sectoren heen.” Honig denkt dat zorgpartijen zich nu meer realiseren dat het gezamenlijk moet gebeuren. “Deeloplossingen maken de al zo complexe zorg alleen maar complexer.”

Sterkere positie bij tech-partijen

Hij wijst op de gezamenlijke route naar gegevensbeschikbaarheid, in zijn ogen de technologische spil van verdere digitalisering. “Met de keuze voor een landelijke doelarchitectuur zetten we daarin nu hele goede stappen. Het is goed dat er met CumuluZ een basisinfrastructuur komt die niet-commercieel is. Als we elkaar beter weten te vinden en het elkaar als zorgpartijen niet lastig maken met eigen puntoplossingen, krijgen we ook een sterkere positie tegenover grote tech-partijen.” Honig maakt zich geen zorgen dat de Tweede Kamer zich voordat er een nieuw Kabinet is niet wil verplichten tot het uitkeren van de volgende tranche transitiegelden. Veel digitale trajecten die belangrijk zijn in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn al gestart. Honig: “Met digitalisering zijn grote bedragen gemoeid, maar het is de beste investering die we op dit moment kunnen doen. Dat de politiek misschien wat dubbele signalen geeft, daar moeten we ons niet door laten afleiden. Wij moeten consistent blijven in onze aanpak, in onze opdracht en in onze overtuiging.”

Niels Honig

In regio Rijnmond zijn er plannen voor één gemeenschappelijke digitale voordeur voor alle zorg. In totaal hebben zich 29 zorgaanbieders in de regio Rotterdam en de Zuid Hollandse Eilanden bij dit Digizorg-initiatief aangesloten. Dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee. “De gemeenschappelijke visie is er, technologie is er,” zegt Honig. “De echte uitdaging is de implementatie in de eigen organisatie. De ene organisatie heeft al echt een digitale strategie, de andere nog veel minder. Ook de capaciteit is ongelijk verdeeld. Een gemiddeld ziekenhuis heeft tientallen medewerkers op de afdeling IT, een academisch ziekenhuis misschien wel meer dan tweehonderd. Dat is niet te vergelijken met de capaciteit van een organisatie in de ouderenzorg of een huisartsengroep.”

Digitalisering is ook een zorgvraag

Maar ongeacht de grootte of digitale volwassenheid, de opdracht is voor alle partijen dezelfde, denkt Honig. “Het doel is de patiëntreis te optimaliseren en daarbij echt vanuit de patiënt te redeneren. We moeten dus niet alleen maar de huidige procesgang kopiëren naar een nieuwe technologische wereld. Er hoort ook een redesign van het zorgproces bij. Dat is geen technologische kwestie, maar in de basis een zorgvraag. Die kun je alleen maar goed beantwoorden als je er de professional en de patiënt bij betrekt.”

Staat de professional hier voor open of overheerst het gevoel lijdend voorwerp te zijn van alweer een innovatie terwijl de werkdruk toch al torenhoog is? “Het is helaas nog geen vanzelfsprekendheid dat de professional aan de overlegtafel zit. Maar dat is niet omdat de zorgprofessional niet betrokken wil worden. Het is eerder dat wij aan de bestuurlijke tafel over elkaar heen duikelen met analyses over hoe slecht het de komende tien jaar wel niet zal zijn op de arbeidsmarkt. Daarmee stralen we onbedoeld een gevoel van onmacht uit in plaats van optimisme en ambitie voor de toekomst. ”

Genoeg motivatie en creativiteit

Juist om dit professionele perspectief mee te nemen, horen professionals en in het bijzonder verpleegkundigen nauwer bij overleg en besluitvorming over digitalisering betrokken te worden, vindt Honig. “De vraag is wel hoe je dat gesprek voert. Je moet je best doen om allemaal dezelfde taal te spreken. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je moet de praktijk willen begrijpen en op basis daarvan vragen stellen. Anders loop je het risico dat je oplossingen vanuit de technologie bedenkt. Technologie kan veel, maar de vraag is waar een professional behoefte aan heeft. Ondersteunt het je in je werk? Dat is de basale vraag die we veel vaker zouden moeten stellen.”

Honigs pleidooi voor verpleegkundigen komt niet uit de lucht vallen. Hij begon zijn carrière in de zorg ooit als verpleegkundige. “Er is in ieder geval géén schaarste aan motivatie en creativiteit bij professionals die nadenken over wat het beste is voor de patiënt en passende zorg als van nature in zich hebben. Laten we proberen dat aan te spreken. Niet: het is in de zorg kommer en kwel dus jij moet met technologie aan de slag, maar: jij doet fantastisch werk, we hebben jouw creativiteit nodig om de beste uitkomsten te realiseren en daarin speelt technologie een belangrijke rol.”

Tweerichtingsverkeer

Als visie, technologie en implementatie samenkomen, gaat digitalisering voor een grote verschuiving zorgen, voorziet Honig. “Met Digizorg willen we achter die gemeenschappelijke voordeur allerlei verschillende applicaties en aan de patiënt gekoppelde data beschikbaar maken. Daarin hoort ook de informatie bij die de patiënt zelf genereert, zodat er tweerichtingsverkeer ontstaat en de kennis en informatie die de patiënt heeft onderdeel wordt van de behandeling. Het geheel van technologische innovatie en digitalisering moet ertoe leiden dat de patiënt meer in regie is.”

Niels Honig treedt op als keynote-spreker tijdens Zorg & ict 2024.

Bron: Dutch Health Hub

De 18e maart is in 2018 uitgeroepen tot Global Recycling Day. De bedoeling van de organisatoren, het Bureau of International Recycling, is om de bewustwording over het belang van recycling en refurbishing te vergroten. Hoe staat het met het hergebruik van afgedankte IT-aparatuur, en dan met name in Nederland?

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat weggooien van elektrische apparaten een groot afvalprobleem creëert. Dat besef is gelukkig al enkele tientallen jaren ingeburgerd. Anders is dat met refurbishing, het geven van een tweede leven aan overtollige of verouderde apparatuur. Dat laatste gebeurt vooral met IT-elektronica.

Recycling

Nederland doet het goed als het gaat om het recyclen van elektronische apparatuur. Nederland is zelfs koploper in Europa. Bij ons wordt 78 procent van alle elektronische apparaten gerecycled. Dat gaat dus niet alleen over IT-apparatuur, maar ook over koelkasten, broodroosters en televisies. De meest recente cijfers zijn overigens over 2022. Uit de voorlopige cijfers blijkt dat dit in 2023 minimaal gelijk is gebleven en misschien zelfs licht gestegen. De verwachting is dat dit de komende jaren een stijgende lijn zal vertonen. Dankzij een groter bewustzijn bij consumenten en bedrijven, en stimuleringsmaatregelen van de overheid (in de vorm van subsidies én wetgeving).

Helaas is dit wereldwijd veel minder rooskleurig. Van de 61,3 miljoen ton elektronische apparatuur die wereldwijd wordt afgedankt wordt niet meer dan 17,5 procent ingezameld, verwerkt en op de juiste manier gerecycled.

Refurbishing

Recycling is al heel mooi, maar het wordt natuurlijk pas echt interessant als we zoveel mogelijk (IT-)apparatuur kunnen hergebruiken. De laatste jaren is er veel bereikt op het gebied van refurbishing, waarmee IT-apparatuur wordt opgeknapt, van updates wordt voorzien en opnieuw op de markt wordt gebracht. Ook hier zijn de meest recente cijfers over 2022.

  • Er werden in Nederland 2 miljoen refurbished IT-apparaten verkocht. Een stijging van 15% ten opzichte van 2021.
  • De markt voor refurbished IT-apparatuur was in 2022 € 300 miljoen waard. 10% meer dan in 2021.
  • De meest populaire refurbished IT-apparaten zijn laptops, smartphones en tablets.
  • Bedrijven zijn – niet verrassend – de grootste kopers van refurbished IT-apparatuur.

Interessant is dat refurbished apparatuur de levensduur met twee tot drie jaar verlengt, en de besparing ten opzichte van nieuwe apparatuur is al gauw 50 procent.

Uitdagingen

Bij het hergebruiken van IT-apparatuur zijn er wel wat zaken om bij stil te staan. Zo moeten (gevoelige) data veilig worden verwijderd. Bedrijven die apparatuur voor hergebruik geschikt maken letten daar meestal scherp op. Ze leveren aan het eind van het proces certificaten af aan de bedrijven die apparatuur voor refurbishing aanbieden. Daarmee kunnen die aantonen dat hun afgedankte computers en telefoons volgens de regels zijn gewist.

Niet alle apparatuur zal geschikt zijn om te hergebruiken. Sommige specificaties zijn gewoon niet toereikend om een tweede leven te garanderen. En opwaarderen kan een uitdaging zijn, wanneer onderdelen niet of nauwelijks nog beschikbaar zijn.

Consumenten interesseren

Bij bedrijven is refurbishing al goed doorgedrongen. Nu is er nog een wereld te winnen bij de consument. Daar is het bewustzijn dat je zulke apparatuur ook refurbished kunt aanschaffen nog niet echt gemeengoed. Daarbij is het belangrijk om duidelijk te maken dat refurbished niet hetzelfde is als ’tweedehands’. Het verschil zit hem natuurlijk in het nakijken, schoonmaken en eventueel opwaarderen van de apparatuur.