Digitalisering gaat de komende jaren care, cure en welzijn op een nieuwe manier met elkaar verbinden. In de Achterhoek hebben zorgorganisaties daarvoor een vereniging opgericht – Digitale Zorg Achterhoek – die een eigen platform hebben: Geïntegreerde Regionale Data-infrastructuur Achterhoek (GERDA). Dat moet zorgen voor het verzamelen van alle zorginformatie van de aangesloten zorginstellingen. 

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Erwin Bomers is bestuurder van zorgaanbieder Marga Klompé in de Achterhoek. Hij voorspelt dat er de komende jaren veel gaat veranderen in de manier waarop zorg wordt aangeboden. “Waar we nu nog instituties als ziekenhuis en verpleeghuis kennen, gaan er andere zorgvormen ontstaan.” Digitalisering is daarbij een onmisbaar hulpmiddel, gelooft Bomers. “Je voegt met digitalisering waarde toe op een manier die je in de analoge wereld helemaal niet kunt realiseren. Denk aan veiligheid en continue nabijheid. Digitale technologie maakt dingen mogelijk die dat voorheen niet konden.”

Digitale oppas

Als voorbeeld noemt Bomers de inzet van slimme sensoren en camera’s in de nachtzorg. “Daardoor hoeven we onze cliënten niet constant meer te storen door te kijken of ze nog wel in bed liggen.” Een ander voorbeeld vormen de zogeheten ‘leefcirkels’. Volgens Bomers wordt de vrijheid van dementerende cliënten vele malen vergroot door de digitale oppas-functie. “In de analoge wereld was het óf de deur op slot óf een verzorgende die continu moest zorgen dat mensen niet gingen dwalen of de stad in gingen lopen. Nu kunnen we met een sensor op afstand monitoren. Doordat we ze kunnen volgen, kunnen mensen gaan en staan waar ze willen binnen de leefcirkel. Dat doen we natuurlijk wel in overleg met de familie.”

Als er al bezwaren tegen een dergelijke computer-oppas zijn, dan komen die volgens Bomers niet van de cliënten. “Bij cliënten merk ik helemaal niet zoveel weerstand is tegen digitale zorg. Ze vinden het vooral belangrijk dat de zorg tijdig en liefdevol is. Naarmate het gevoel van veiligheid afneemt, wordt digitalisering verder toegelaten. Als je kwetsbaar bent en je voelt je onveilig, is meekijken in een woon- of slaapkamer vaak geen probleem.”

Erwin Bomers | Foto: Marga Klompé

Voorzichtig proeven aan AI

In de Achterhoek hebben de gezamenlijke zorgaanbieders de vereniging Digitale Zorg Achterhoek (DZA) opgericht. De vereniging is verantwoordelijk voor een zorgacademie en een uitwisselingsplatform, de Geïntegreerde Regionale Data-infrastructuur Achterhoek (GERDA). Dit platform vervult een steeds prominentere rol bij verdere digitalisering van de zorg in de regio. “We komen nu in een fase waarin we data kunnen verzamelen over de organisaties heen”, legt Bomers uit. Dat is van cruciaal belang om knelpunten in de personele bezetting op te lossen. “Om gezamenlijk avond, nacht en weekenddiensten te kunnen doen, moet je in elkaars dossier kunnen kijken.”

Maar daar houdt GERDA wat Bomers betreft niet op. “GERDA is een platform waar al die informatie bij elkaar kan komen. Op basis daarvan zijn we nu voorzichtig aan het kijken of we daar AI op kunnen toepassen. Patroonherkenning door AI kan ons straks helpen om verbanden te zien die wij op het eerste oog niet zien. Nu zijn we vooral reactief in de zorg. We gaan zorg verlenen als iemand op de bel drukt. Informatietechnologie gaat ons helpen om proactief te zijn door te voorspellen waar het vast gaat lopen en waar het mis gaat. Ik denk bijvoorbeeld dat de huisarts al heel veel mensen in beeld heeft die over twee of drie jaar bij ons gaan wonen.”

Niet allemaal even digitaal volwassen

Voorbeeldig als de huidige samenwerking is, ze vraagt ook continu onderhoud. “Het is de kunst om alle kikkers in de kruiwagen te houden”, zegt Bomers. “Iedereen zit op een ander level van digitalisering. De ene partij is bovendien groter dan de andere en kan dus andere investeringen doen. Voor de vereniging is het spannend om alle partijen aangesloten te houden. Is iedereen in staat om de eigen organisatie op vlieghoogte te brengen? Je kunt kennis ophalen uit het land en de vereniging, maar ben je in staat om de organisatie zo in te richten dat die digitaal competent is?”

Een bijzonder punt van zorg vormt wat Bomers betreft de doorontwikkeling van de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Die is bedoeld om de patiënt meer regie over eigen gezondheid te geven. Voor DZA een pijler voor een duurzaam zorgstelsel. “Ik maak me er ernstig zorgen over of de PGO überhaupt het licht gaat zien,” zegt Bomers. “Professionals hebben hun eigen dossier. Maar ook de hulpvrager moet over die informatie kunnen beschikken. Als we van de hulpvragers die dat kunnen meer zelfregie gaan vragen, dan moeten zij alle data en informatie hebben en die kunnen delen met wie zij willen. De data en informatie van verschillende hulpverleners bevat een schat aan informatie en kennis die nu nog onzichtbaar is. Het ontsluiten van dat alles gaat écht impact hebben op de zorg. We staan nog maar aan het begin van deze revolutie in de zorg. Dat is spannend en uitdagend tegelijkertijd.”

Databeschikbaarheid is een van de kernthema’s tijdens Zorg & ict 2024. Erwin Bomers treedt op als één van de keynotes op de mainstage.

Bron: Dutch Health Hub

Ggz-organisatie Arkin loopt voorop als het gaat om digitalisering. Meer dan 60 procent van de cliënten maakt gebruik van online zorg. Digitale zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn, vindt bestuursvoorzitter van Arkin Dick Veluwenkamp. “Voorwaarde is natuurlijk wel dat het qua effectiviteit en kwaliteit niet onder doet voor het fysieke contact.”

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Bestuursvoorzitter Dick Veluwenkamp vergelijkt de digitalisering van de zorg met een expeditie naar een grotendeels onbekend land. Er is een einddoel, maar de beste route blijkt geleidelijk onderweg. De reis begint met het formuleren van een gezamenlijke visie. “Wij vinden dat digitale zorg voor iedereen die dat zou willen beschikbaar moet zijn, net zoals je bij bankzaken of reizen gebruik kunt maken van allerlei digitale hulpmiddelen”, omschrijft Veluwenkamp het uitgangspunt van het programma Arkin Digitaal. “Voorwaarde is natuurlijk wel dat het qua effectiviteit en kwaliteit niet onder doet voor het fysieke contact.”

Urgentie voor digitale zorg

De coronapandemie maakte vier jaar geleden fysiek contact in één klap vrijwel onmogelijk. Dit gaf de digitalisering van de zorg een flinke impuls. Een ontwikkeling die Arkin goed paste. “Onze specialist voor verslavingszorg Jellinek biedt bijvoorbeeld al jarenlang blended of soms helemaal online therapie aan. Dus toen corona kwam, was het een logische stap om dat door te zetten. Die visie wordt de laatste jaren versterkt door het probleem van personeelsschaarste. Ook de vraag naar ggz neemt exponentieel toe. Dat versterkt de urgentie om op digitalisering in te zetten.”

Dick Veluwenkamp

Iedere nieuwe stap in de reis naar digitale zorg wil Arkin nadrukkelijk samen met professionals en cliënten zetten. “Digitalisering kun je niet van bovenaf opleggen”, zegt Veluwenkamp. “Het valt of staat met intrinsieke motivatie van behandelaren. En we doen het vanzelfsprekend op geleide van de cliënt. We hebben al jaren een goede samenwerking met de cliëntenraad. Die heeft een gelijkwaardige rol gehad in de visieontwikkeling. We hebben ook een grote online cliëntenraadpleging gedaan. Daarin hebben we duizenden cliënten gevraagd wat zij van digitale zorg vinden.”

Wat is Arkin?

Arkin is een grote ggz-organisatie in Amsterdam die gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg biedt aan volwassenen, kinderen en jeugdigen. De organisatie omvat alle vormen van geestelijke gezondheidszorg. Arkin heeft meer dan 3.500 medewerkers en is gevestigd op verschillende locaties in Amsterdam. Een van de bekendste onderdelen is de kliniek voor verslavingszorg Jellinek.

CIA

Hoewel overwegend positief, waarschuwde de cliëntenraad voor uitsluiting van groepen patiënten. “We moeten oppassen dat we geen cliënten buitenspel zetten omdat ze niet vaardig of zelfs angstig zijn om gebruik te maken van digitale mogelijkheden”, reageert Veluwenkamp. “Als je wantrouwig bent of je raakt in een psychose, ga je minder makkelijk even achter je laptop zitten. Dan denk je misschien wel dat de CIA erachter zit. De autonomie van de behandelaar is in dit verband cruciaal. Alleen de behandelaar kan inschatten of het verantwoord is om een behandeling online te doen.”

Naast betrokkenheid van cliënten en behandelaars, vergt digitalisering ruimte om te pionieren zonder dat betrokkenen opgehangen worden aan spijkerharde resultaten. Dat is lastig in een sector waarin wachtlijsten en personeelskrapte voor grote druk zorgen. “Als ik mensen vrij stel voor digitale initiatieven, zal de directeur bedrijfsvoering of financiën zeggen: leuk Dick, maar dit gaat ten koste van de inkomsten en productiviteit. Elk uur dat een behandelaar geen cliënt ziet, is een uur inkomstenverlies. De behandelaar zelf kan ook in een gewetensconflict komen. Gaat die zijn schaarse tijd gebruiken om een cliënt te zien of meedenken over een digitale toepassing? Dat zijn dilemma’s die je handelingsvrijheid beperken.”

Verzekeraars stelden eisen

Wat Veluwenkamp stoort, is dat beleidmakers verwachten dat de baten van digitalisering al voor aanvang van een traject tot achter de komma zijn uit te rekenen. “Een paar jaar geleden heb ik het gesprek gehad met de verzekeraars over de vraag of digitale innovatie vergoed kon worden. Daar werden van tevoren allerlei eisen aan gesteld. Het moest leiden tot een lagere gemiddelde prijs. Toen heb ik gezegd: dat ga ik niet doen. Vernieuwen betekent ook experimenteren en dus niet precies weten wat de uitkomst is. Dat vraagt om ruimte voor tegenvallers.”

De ontdekking van de cliënt als consument heeft het aanbod van digitale psychische ondersteuning flink opgestuwd. Dat is niet alleen te merken aan alle stemmings-, slaap- mindfulness-apps. Er zijn ook nieuwe spelers op de markt voor digitale zorgapplicaties gekomen die volledig digitaal werken, zoals Mindler. Toch wil Veluwenkamp van geen concurrentie weten. “Mindler heeft hele andere groep klanten. Dat is een groep cliënten die überhaupt niet bij ons in zorg komen, omdat ze te licht zijn voor ons als een tweedelijns, soms zelfs derdelijns specialistische ggz-organisatie.”

Kunstmatige intelligentie

Meer experimenteel van aard is de ontwikkeling van een digital human bij het expertisecentrum voor eetstoornissen Novarum. Aan een dergelijke inzet van AI zitten ethisch en juridisch gezien de nodige haken en ogen, erkent Veluwenkamp. Dit speelt natuurlijk veel minder bij het gebruik van algoritmes voor het terugdringen van no shows of het verlichten van de administratieve lasten.

“Het is onze droom dat straks alle cliënten die dat willen op elk moment van de dag gebruik kunnen maken van de digitale mogelijkheden en dienstverlening van Arkin”, vat Veluwenkamp de digitale ambitie van Arkin samen. “En dat we kunnen aantonen dat digitalisering heeft geholpen om toegankelijkheid te verbeteren, om de personeelskrapte te verkleinen en om de financiële gezondheid Arkin te ondersteunen.”

Dick Veluwenkamp is een van de keynote-sprekers tijdens Zorg & ict 2024.

Bron: Dutch Health Hub

“We willen als HP niet alleen de grootste ondernemingen bereiken, maar zeker ook de kleine en middelgrote bedrijven,” stelde Dave Shull, President Workforce Services & Solutions tijdens de Amplify Partner Conference 2024. Dit is het wereldwijde partnerevent dat de leverancier afgelopen week organiseerde in Las Vegas en dat ChannelConnect als Nederlands medium voor het partnerkanaal exclusief bezocht. “In deze markt kunnen we alleen slagen door een intensieve samenwerking met onze partners.”

Daarbij realiseert Shull zich, dat msp’s en andere partners zelf ook ondernemer zijn. “Elke reseller kiest zijn eigen weg. En terecht: Er zijn verschillende manieren waarop ze hun bedrijf kunnen opbouwen om geld te verdienen als essentiële schakel tussen HP en de eindklant.” Shull paarde aan die constatering een opdracht voor zijn eigen organisatie. “We moeten dat streven, dat ondernemerschap, onderkennen, waarderen en erop inspelen. Daarom zijn we nu duidelijk over de regels voor de omgang met de partners.” Dit met als doel die partners het gevoel te geven dat ze in staat gesteld worden te groeien. Shull: “We willen samen met de partners meer geld verdienen, laten we het zo simpel stellen.”

Feedback uit de markt

Een nieuwe opzet van de relatie tussen HP en de partners ontstond het afgelopen jaar op basis van feedback die partners gaven, maakt de topmanager duidelijk. “Het eerste verzoek van bijna alle partners was de wens het zaken doen met HP makkelijker te maken. Dit leidde tot een, volgens ons, radicale vereenvoudiging.” Het resulteerde in drie partnerprofielen: Essentieel, Premium en Premium Plus. “Deze drie niveaus worden in de komende maanden over de hele wereld uitgerold,” gaf Shull aan.

“Als we naar ons uitgebreide ecosysteem aan partners kijken, dan is duidelijk dat de behoefte bij resellers en msp’s verschilt. Sommigen willen alleen verkopen, anderen verkopen en uitrollen – al dan niet met onze ondersteuning – en een derde groep wil ook nog zelf het beheer of management van de oplossing verzorgen, waar anderen dat aan ons laten.” Deze observatie leidt ertoe dat HP partners onderscheidt in de categorieën Sell, Deploy en Manage.

Samen geld verdienen

Soms overlappen die activiteiten elkaar. “Sommige partners willen eigenlijk vooral de mogelijkheid hebben om HP-services door te verkopen, naast een andere activiteit.” Deze ondernemers hebben bijvoorbeeld hun aanbod in printing al goed geregeld, maar willen ook aan de pc-kant producten of services kunnen aanbieden. “Andere partners zijn al langer in staat geavanceerde implementatie- en managed activiteiten uit te rollen.” Die hebben op dat gebied geen directe ondersteuning nodig, maar willen wel profiteren van aanvullende analyses om hun beheer- en implementatiemogelijkheden efficiënter uit te voeren. “We willen de partner de ruimte geven te kiezen voor het model dat het beste past bij zijn business, zodat we samen kunnen groeien’

Ook op een andere manier wil HP inspelen op een vereenvoudiging van het samenwerken met de partners. “Daaraan geven we onder meer invulling door heel praktische tools. Denk daarbij aan een verkoopkit.” Hiermee wil HP zijn partners voorzien van informatie die hen op elk moment van de juiste boodschap en de juiste verkoopinformatie voorziet. “Daarmee kun je onder meer denken aan gerichte en uniforme trainingen en certificeringen, maar ook aan adequate deal-configurators en verkoopondersteuning.” HP heeft dit alles vernieuwd en beschikbaar gesteld in een partnerportaal. “We zijn alleen succesvol in dit mkb-segment, als de partners deze nieuwe mogelijkheden kunnen gebruiken om de producten en services naar de markt te brengen.”

Ook als het gaat om het uitrollen (via msp’s) van Managed Solutions maakte HP een vereenvoudigingsslag. “We hebben gekeken naar ons aanbod aan beheerde oplossingen en ons de vraag gesteld hoe we het gemakkelijker maken om die services te verkopen. En vooral ook: hoe we partners ondersteunen bij het werven van nieuwe klanten.”

Print services vereenvoudigen

Shull kreeg meer informatie uit de markt. Hij ging in op een specifiek, maar voor HP heel belangrijk segment: printing. “De concrete vraag was: kan HP mij helpen om Managed Print-services naar het mkb te brengen?” Daaraan voegden veel partijen toe dat de beheeroplossingen veel te complex waren voor de partners. “Ze wilden gewoon services kunnen bundelen, denk aan een cafetaria-model, om die in één eenvoudig abonnement aan te bieden aan kleine en middelgrote bedrijven.”

HP vertaalde die feedback in een model dat afgelopen maanden in de vorm van een pilot werd getest en dat de leverancier als nieuw Managed Print-abonnementsmodel beschouwt. “We hebben in die pilot meer dan 10 partners die het actief verkopen. En in de afgelopen paar maanden hebben die partners meer dan 13 miljoen pagina’s afgedrukt.” Het is niet zomaar een test, gaf Shull aan. Het programma wordt vanaf mei uitgerold. “In eerste instantie in de VS, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje en Italië, en in de paar maanden daarna wereldwijd.”

Managed services

Andere feedback die Shull kreeg is de wens van partners om voor hun mkb-eindklant een one-stop-shop te kunnen zijn. “Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze al een Managed Print-partner of een Poly-partner zijn, maar dat ze hun klanten ook andere HP-diensten willen kunnen leveren.” De leverancier speelt daarop in, door een nieuw aanbod aan Managed Services te introduceren, waarmee partners pc-configuratie-, monitoring-, beheer- en ondersteuningsdiensten allemaal in één contract kunt doorverkopen. “We zullen dat eerst lanceren in Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje, maar andere landen volgen snel.”

Het tekort aan professionals in technische beroepen, waaronder de IT kan niet opgelost worden zonder meer vrouwen erbij te betrekken. Maar waarom is dat zo lastig? Britta Günther, Partner Sales Manager bij NetApp Nederland beschrijft hoe meisjes al vroeg niet serieus genomen worden als het gaat om de technische vaardigheden. De oplossing ligt niet in het voortrekken van vrouwen, maar wel in het gelijk behandelen van vrouwen en mannen, betoogt zij.

Wiskunde, informatica, natuurwetenschappen en technologie worden van oudsher bestempeld als ‘mannenvakken’. En terwijl iedereen het erover eens is dat klimaatverandering en armoede behoren tot de grootste uitdagingen waar we wereldwijd mee worden geconfronteerd, is er ook een groot tekort aan mensen met technische vaardigheden om antwoorden te zoeken op deze problemen. Ook kunnen we niet rekenen op vrouwen met STEM-vaardigheden (Science, Technology, Engineering & Mathematics), want hun aantal neemt niet snel genoeg toe. Het percentage vrouwen in technische functies in de Nederlandse digitale sector daalde zelfs, in 2023 naar 19%. Daarmee scoort Nederland drie procent onder het gemiddelde, volgens Dutch D&I dat de diversiteit in de Nederlandse digitale sector in kaart brengt. Er is dus dringend behoefte aan een inhaalslag, zeker in een sector waar divers talent een grote noodzaak is.

Britta Günther

Waar komt de ongelijke verdeling tussen mannen en vrouwen vandaan?

Lange tijd is het gebrek aan vrouwen in STEM-beroepen als een gegeven afgeschilderd. Zelfs deskundigen zagen de oorzaken in de kenmerken, neigingen en beslissingen van vrouwen, die verschillen van die van mannen. Maar inmiddels zijn de inzichten gelukkig veranderd. Meisjes en vrouwen worden niet gevormd door hun geslacht, maar vooral door hun genderrol. De maatschappij dwingt daar al op jonge leeftijd toe. Thuis, op school en in de sociale omgeving wordt de vrouw vaak als verzorger gezien.

Een ontwikkeling zoals het vaderschapsverlof kan hier wel verandering in brengen. Dat zorgt ervoor dat jonge kinderen traditionele rolpatronen loslaten. Dat kan zorgen voor meer gelijkheid thuis en op de werkvloer. Ook helpt het als er een verschuiving komt in het schooladvies. Volgens onderzoek van VHTO geven decanen en mentoren meisjes minder vaak het advies om een technisch profiel of beroep te kiezen dan jongens. Hardnekkige vooroordelen nemen we allemaal onbewust mee. Feit blijft dat er nog altijd een gebrek is aan vrouwelijke rolmodellen en sociaal-culturele ondersteuning.

De oplossing ligt in gendergelijkheid

Het tekort aan geschoolde arbeidskrachten dwingt werkgevers vrouwen betere instap- en doorgroeimogelijkheden bieden. En ook een betere balans tussen werk en privéleven. Anders maken deze bedrijven geen enkele kans als potentiële werkgevers voor miljoenen hoogopgeleide vrouwen. Toch heeft nog bijna de helft van de Nederlandse techbedrijven geen stappen genomen op dit gebied, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Op leiderschapsposities zit vaak iemand van Nederlandse komaf en in medewerkersonderzoeken ontbreken evaluaties over inclusie en of medewerkers zich gerespecteerd en veilig voelen op de werkvloer.

Bedrijven staan dan ook voor enorme uitdagingen, vooral bij het invullen van posities in STEM-beroepen, omdat ze hun voorkeurskandidaten met goede argumenten moeten overtuigen om voor ze te komen werken. Bovenal moeten ze een duurzame, open en inclusieve bedrijfscultuur ontwikkelen en actief uitdragen om beloften na te komen. De oplossing hiervoor heet gendergelijkheid.

Gelijke behandeling als bedrijfsstrategie

Gendergelijkheid is, net als employer branding, een onderdeel van de bedrijfsstrategie. De term beschrijft een bedrijfsfilosofie die aan alle kanten wordt gewaardeerd, geïnitieerd en geïllustreerd door het managementniveau en wordt ondersteund door het hele personeelsbestand. In een tolerante werkomgeving kunnen mensen van alle geslachten zich optimaal ontwikkelen. Intimidatie en beledigingen worden niet geaccepteerd. Zo kunnen jonge, goed opgeleide professionals – man én vrouw – zich thuisvoelen in hun werkomgeving. Daarom moet flexibel, gezinsvriendelijk werken de standaard zijn, met een goede balans tussen werk en privé.

 

Vandaag is het Internationale Vrouwendag. Op deze dag ligt de nadruk op de kracht van vrouwen en hun prestaties op verschillende gebieden. In de wereld van IT en security is gendergelijkheid een essentieel onderwerp. Veel bedrijven in de techsector werken er hard aan om diversiteit en inclusie te bevorderen. ChannelConnect sprak met beveiligingsbedrijf Nsecure over hoe het bij hen daarmee gaat.

De pay-off van security bedrijf Nsecure is ‘The Art of control’. Een mantra die verder reikt dan enkel de dienstverlening. Het bedrijf pleit om dezelfde reden voor meer diversiteit aan boord. Om erachter te komen waarom dat belangrijk is, en wat we kunnen leren van deze aanpak, gaan we het gesprek aan. “Aan de basis staat je cultuur, daarin moeten zowel vrouwen als mannen als goed gedijen,” aldus Christie Roodenburg (HR-manager) die we samen met Chantalle Schumacher-van der Wal (Marketing Manager) en Claske Niehof (HR-Business Partner) spreken. Wat volgt is een mooi gesprek over vrouwen in tech.

Ook soft skills zijn nodig

Nsecure, een bedrijf met 180 medewerkers, biedt integrale toegangs- en securityoplossingen voor bedrijven in uiteenlopende branches. Nsecure streeft naar een evenwichtige genderverdeling, omdat dit de dienstverlening aan klanten ten goede komt. Schumacher-van der Wal: “We leveren diensten bij grote organisaties en willen dat de klant altijd ‘in control’ is. Om dit te bewerkstelligen moeten we een mooie combinatie van mensen inzetten; denk aan een mix van alle leeftijden, expertises, persoonlijkheden én geslacht.”

Roodenburg: “Vrouwen brengen vaak soft skills met zich mee die in elk team nodig zijn. Denk aan inlevingsvermogen, multitasking en het houden van overzicht. Om die reden worden vrouwen hier intern vaak gevraagd of ze een bepaalde positie willen bekleden. Soft skills zijn als vertaling tussen mens en techniek. Juist met de vraagstukken die spelen bij onze opdrachtgevers is het een belangrijke eis om die complexiteit te vertalen naar eenvoudige en toekomstbestendige oplossingen.”

Het HR-team van Secure, van links naar rechts: Christie Roodenburg, Claske Niehof en Melanie van Houten.

Gelijke kansen voor iedereen

Bij Nsecure wordt ondernemerschap gestimuleerd bij ieder individu. Zo zijn er jaarlijkse evaluatiegesprekken, waarbij het HR-team ervoor zorgt dat arbeidsvoorwaarden en ontwikkelingsmogelijkheden eerlijk worden verdeeld. “We hebben voorbeelden van onze vrouwelijke collega’s die binnen enkele jaren zijn doorgegroeid naar andere posities, wat gelijk is aan de kansen die mannen hier krijgen,” zegt Roodenburg. Niehof haakt in: “Op individueel niveau wordt gekeken hoe het met iemand gaat en hoe we bepaalde voortgang of ontwikkeling kunnen stimuleren. Stel dat dit niet het geval is, dan gaan we kritische vragen stellen. Dat wordt hier ook van ons verwacht.”

Roodenburg zegt hierover: “Vrouwen zijn over het algemeen meer bescheiden, kennen wat minder bravoure. Zien zij een functieomschrijving dan zeggen ze: ‘70% kan ik, maar de rest niet, dus het is niets voor mij’. Terwijl een man zegt: ‘70% past bij mij dus ik kan het’. Een vrouw moet soms wat meer aangespoord worden om de functie aan te nemen of te gaan voor een promotie. Daar moet je je als management en HR-professional bewust van zijn.”

Iedereen moet zich thuis voelen

Volgens de dames helpt het dat Nsecure een familiaire bedrijfscultuur heeft. Het bedrijf kent een zachte cultuur, geen ‘afrekencultuur’ zoals je dat weleens in andere IT-bedrijven ziet. Daarnaast speelt bij Nsecure niet alleen het principe gelijke kansen, maar ook gelijke voorwaarden een rol, waarbij de mannen en vrouwen van beide kanten steeds dichter bij elkaar komen. Roodenburg: “Het speelt ook andersom namelijk. Waarom kun je alleen parttime werken als je een kind hebt gekregen? Hier heb je als man én als vrouw zonder kinderen dezelfde mogelijkheden als een vrouwelijke medewerker met een kind. Daarom is flexibel werken en het hebben van oog voor privésituaties en persoonlijke behoeften belangrijk.”

Het aantal uren is ‘least of your problems

Uiteraard moeten deze HR-professionals ook weleens het gesprek aangaan met een manager die zijn of haar zorgen uit over of 32 uur wel voldoende is. Niehof: “Wij zeggen dan altijd: het aantal uren is ‘least of your problems’. Kortom, we houden mensen een spiegel voor. Flexibel werken en het aanbieden van mooie voorwaarden is wat modern werkgeverschap inhoudt.”

Het belang van inclusieve cultuur

“De cultuur van een securitybedrijf dat meer vrouwen wil aantrekken, moet aantrekkelijk zijn voor iedereen,” merkt Roodenburg op. “Dat betekent dat ieder individu zich veilig, gerespecteerd en gehoord moet voelen. Dat doe je door een zo open en inspirerend mogelijke werksfeer te creëren voor alle medewerkers.” De drie dames leggen uit dat dit inhoudt dat je als bedrijf goed naar binnen moet kijken. Vervolgens stel je jezelf de vraag: voelen vrouwen zich hier comfortabel? Is het antwoord nee, dan moet je aan de slag.

Het begint bij de opleidingen

Ondanks inzet van organisaties om meer vrouwen aan te trekken spreken de cijfers boekdelen: het aantal vrouwen in IT daalt. Roodenburg “Dat is jammer en dat begint al in de opleidingen. Binnen de echte deep-tech opleidingen vind je gewoonweg nauwelijks vrouwen. Daar is echt werk aan de winkel. Toch zien wij dat in veel andere functies vrouwen in trek zijn. Bij ons worden functies zoals die van projectmanager, functioneel beheerder of bijvoorbeeld service level manager steeds vaker door vrouwen ingevuld. Logisch, vrouwen schakelen snel en dat is in veel functies een pré.”

Niehof vervolgt: “De IT-sector komt steeds meer in trek en spreekt beter tot de verbeelding, mede door alle ontwikkelingen en nieuwsberichten, bijvoorbeeld over AI en cybercrime. Ik heb het vertrouwen dat het aantal vrouwen in tech de komende jaren gaat toenemen. Wij nemen daarin graag het voortouw. Dat betekent dat wij er alles aan doen, in onze communicatie en cultuur, om een aantrekkelijke werkgever te zijn.”

Werken in een mannenwereld: de ervaring

En hoe vinden beiden het werken als vrouw in een mannenwereld? Roodenburg: “Ik ben in het MT de enige vrouw. Ik word gehoord en krijg mandaat op mijn voorstellen. Dat heeft niet zo zeer iets met man-vrouw verhouding te maken, maar vooral ook met hoe wij binnen Nsecure met elkaar omgaan. Niehof: “Binnen de werving hebben we als HR-afdeling een cruciale rol en telt onze mening in het aannameproces.”

Ondanks de uitdagingen waar de IT-sector mee te maken heeft, wil Nsecure een omgeving creëren waar vrouwen gedijen en excelleren. De aanpak benadrukt dat gendergelijkheid niet alleen een ethische verantwoordelijkheid is, maar ook een strategische zet voor zakelijk succes in de moderne wereld van toegangsbeheer, security en IT.

Als msp help je je klanten met de beveiliging van hun netwerk, hardware en applicaties. Maar ook als je denkt dat je alles hebt dichtgetimmerd, kan het zijn dat je toch iets over het hoofd hebt gezien. Met pentesting of penetratietesten ga je actief op zoek naar de zwakke plekken door te proberen de IT-omgeving binnen te komen, alsof je een cybercrimineel bent.

Wat is pentesting?
Netwerk, applicaties, cloud
Drie soorten pentests
Voldoen aan regelgeving
Uitdagingen bij pentesten
Continu testen

Hoewel het bewustzijn steeds groter wordt, blijft cybersecurity binnen het mkb nog altijd een beetje een ondergeschoven kindje. Dat moet de komende tijd veranderen. Msp’s en hun klanten kunnen er de komende tijd echt niet meer omheen, al was het maar omdat NIS2 in aantocht is. Deze Europese regelgeving op het gebied van cyberbeveiliging moet de weerbaarheid van bedrijven vergroten. Een van de manieren om kwetsbaarheden in de IT-infrastructuur te identificeren en te verhelpen, is pentesting.

Wat is pentesting?

Bij pentesting voeren cybersecurityspecialisten op verzoek van het bedrijf een gecontroleerde aanval uit op een netwerk, applicatie of infrastructuur. Door de werkwijze van cybercriminelen na te bootsen, komen de zwakke plekken in beeld en kunnen mogelijke beveiligingslekken worden gedicht voordat échte cybercriminelen ze ontdekken en misbruiken om toegang te krijgen tot gevoelige data, ransomware te installeren of andere schadelijke acties te ondernemen.

Een pentest gaat daarmee verder dan een security audit, waarbij alleen kwetsbaarheden in kaart worden gebracht, maar geen pogingen plaatsvinden om in te breken. Pentesters zoeken actief naar manieren om interne informatie te lekken, voeren een DDoS-stresstest uit en analyseren of gebruikersrechten goed zijn geconfigureerd.

Netwerk, applicaties, cloud

Pentesting kan zich richten op verschillende aspecten van de IT-omgeving. Vaak komt het netwerk als eerste in aanmerking, inclusief firewalls, switches, routers en servers. Maar pentesting kan ook worden uitgevoerd bij (web)applicaties, waarbij wordt gekeken of fouten in de code, slechte configuraties en verificatie van gebruikers de applicatie kwetsbaar maken. Steeds meer pentesten richten zich daarnaast op de cloudomgeving, waarbij grondig de configuratie en veiligheid van clouddiensten, -applicaties en platformen wordt onderzocht.

Soms is social engineering ook onderdeel van pentests. Door bijvoorbeeld een phishingaanval te simuleren, komen de testers erachter of medewerkerkers deze herkennen. De term red team valt vaak in combinatie met pentesten. Red teams bestaan uit specialisten die verschillende technieken combineren om geavanceerde aanvallen na te bootsen en erachter te komen hoe goed het bedrijf daartegen bestand is.

Drie soorten pentesting

We onderscheiden grofweg drie soorten penetratietests.

  • Black box. Hierbij krijgt de tester zo min mogelijk informatie over de testen omgeving. Met eigen expertise en apparatuur moet de expert het systeem kraken. Het simuleert het gedrag van een externe hacker die geen enkele kennis over het bedrijf heeft. Het is een goede manier om de algemene security van een netwerk of applicatie te controleren omdat het een echte cyberaanval goed nabootst.
  • Grey box. De tester krijgt beperkte informatie over het netwerk, systemen of applicaties. Met een gebruikersaccount simuleert de test iemand die op een of andere manier al toegang heeft tot het systeem of de applicatie. Het voordeel van deze methode is dat de test gericht kwetsbaarheden op kan sporen, wat het testen efficiënter maakt dan black box pentesten.
  • White box. Hierbij krijgt de tester volledige toegang met genoeg rechten tot het netwerk of de applicatie, zelfs compleet met broncode en andere inside-informatie. Door deze methode is de test bijzonder grondig omdat bijvoorbeeld ook wordt gekeken naar de kwaliteit van de code en het ontwerp van applicaties. Deze vorm van pentesten wordt veel gebruikt voor kleinere applicaties die wel belangrijk zijn voor het bedrijf.

Voldoen aan regelgeving

Natuurlijk voeren bedrijven een pentest vooral uit om hun weerbaarheid tegen cybercriminaliteit te vergroten. Maar zo’n grondige test helpt bedrijven ook om te voldoen aan eisen op het gebied van compliance en regelgeving. Met een pentest laat je als bedrijf zien dat je je best doet om een veilige omgeving te handhaven, waardoor het risico op aanvallen, en de boetes en reputatieschade die daarbij komen kijken, wordt verminderd. Het gaat daarbij om de AVG, maar ook om beveiligingsnormen zoals ISO 27001 en het eerdergenoemde NIS2.

Uitdagingen bij pentesten

De drempel om pentesten uit te voeren, kan hoog zijn. Zo wil je dat de acties zo min mogelijk invloed hebben op de werkomgeving. De tests moeten op een gestructureerde manier plaatsvinden aangezien het vaak om complexe IT-systemen gaat. Het is bovendien een doorlopend proces: een pentest is altijd een momentopname. De IT-organisatie verandert continu en dat geldt ook voor de strategieën van aanvallers. Dat alles kan pentesten een dure en arbeidsintensieve aangelegenheid maken.

Continu testen

Het goede nieuws is dat bedrijven niet permanent een red team over de vloer hoeven te hebben om de security te verhogen met pentesten. Zo kun je overwegen om regelmatig kleine pentesten uit te voeren in plaats van het direct grootschalig aan te pakken. Je kunt je bijvoorbeeld focussen op de meest kritieke systemen en applicaties.

Daarnaast bespaar je tijd en human resources door tools voor geautomatiseerde pentesting te gebruiken, Pentesting as a Service. Die tools kunnen continu testen, wat de kans op het vinden van kwetsbaarheden vergroot. Bovendien zijn de kosten daarvoor een stuk lager, waardoor pentesten ook voor kleinere bedrijven mogelijk wordt.

Digitale gegevensuitwisseling in de zorg is niet vrijblijvend. Sinds vorig jaar geldt de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz). Deze verplicht zorgaanbieders om zorggegevens elektronisch uit te wisselen. Maar dat betekent niet dat alle obstakels nu uit de weg zijn. Stephanie Wijbrandts, directeur van Regionaal Elektronisch Netwerk (REN) West-Brabant, vertelt over de hobbels op het pad van digitale gegevensuitwisseling.

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

De Wegiz geldt inmiddels alweer sinds 1 juli 2023. “Databeschikbaarheid zou hiermee een boost moeten krijgen”, zegt Wijbrandts. “Maar daar zien we in de praktijk nog weinig van.” Zorgverleners en patiënten moeten met de wet kunnen beschikken over actuele en volledige medische gegevens. Op dit moment is dat lang niet altijd het geval. Wijbrandts: “Dat komt doordat veel patiënten hun zorg niet op één plek halen, maar versnipperd over bijvoorbeeld de huisarts, het ziekenhuis, de thuiszorgorganisatie en de apotheek. Al die partijen hebben hun eigen systemen die niet automatisch met elkaar communiceren.”

Vanzelfsprekende zaken niet op orde

Als directeur van Regionaal Elektronisch Netwerk (REN) zet Wijbrandts zich in voor de databeschikbaarheid in de zorg in West-Brabant. “We werken met het model Twiin”, vertelt Wijbrandts. “Dat neemt belemmeringen bij het uitwisselen van medische informatie stap voor stap weg. Vaak zijn het hele vanzelfsprekende zaken die toch niet op orde blijken. Neem de patiënttoestemming. Als die ontbreekt, is gegevensuitwisseling niet toegestaan, tenzij er een spoedsituatie is.”

Wat is REN?

REN is een van de elf regionale samenwerkingsorganisaties (RSO’s) in Nederland. De RSO’s zijn ontstaan uit de behoefte aan een neutrale partner die de digitale gegevensuitwisseling tussen ziekenhuizen, VVT’s, huisartsen en apotheken in de regio’s bevordert.

Ook een ontbrekend landelijk adresboek van zorgaanbieders is zo’n belemmerende factor. “Andere West-Europese landen beschikken over zo’n adresboek”, weet Wijbrandts. “Nederland is in dat opzicht het slechtste jongetje van de klas. Dat komt doordat de zorg in ons land een vrije markt is. Wie toevallig met hetzelfde systeem werkt, heeft hetzelfde adresboek. Maar werk je met een ander systeem, dan heb je pech. Dan is er zelden een koppeling.”

Stephanie Wijbrandts. Foto: REN

Dan kan het gebeuren dat de juiste informatie niet tijdig op de juiste plek beschikbaar is. “Stel een patiënt gaat na een knieoperatie naar de apotheek om antibiotica te halen. Daar vragen ze zich af: moeten we, naast de antibiotica, ook de medicatie voor hoge bloeddruk meegeven die de patiënt al gebruikt?”, schetst Wijbrandts. De medewerker van de apotheek wil dat even overleggen met de medisch specialist, maar heeft geen telefoonnummer. Vanaf dat moment begint er een zoektocht. Hoe is de arts te bereiken die de patiënt geopereerd heeft? “Zorgaanbieders die aan het Twiin-afsprakenstelsel voldoen, kunnen gebruikmaken van het landelijk zorgaanbieders-adresboek. Daarmee kunnen ze de contactgegevens van de betreffende arts eenvoudig opzoeken.”

Gegevens op dezelfde manier structureren

Wijbrandts verwacht dat de 23 West-Brabantse zorginstellingen die tezamen REN vormen, per 31 december 2026 allemaal voldoen aan het Twiin-afsprakenstelsel voor gegevensuitwisseling. Of vanaf dat moment alle obstakels zijn verdwenen, is nog afwachten. “Huisartsen, specialisten, verpleegkundigen en andere zorgverleners hebben geen uniforme manier van registreren. Elk specialisme is op een eigen manier geschoold. Zo registreren ziekenhuizen rondom diagnose en behandeling, terwijl bij thuiszorgorganisaties het welzijn van de cliënt centraal staat bij de registratie. Om digitaal samen te werken, zullen alle zorgverleners zoveel mogelijk dezelfde taal moeten spreken.”

Tijdens Zorg & ict 2024 geeft Stephanie Wijbrandts de presentatie ‘Hoe organiseer je databeschikbaarheid in de regio?’ Ze doet dat samen met Albert-Jan Mante, lid van de raad van bestuur van het Bravis ziekenhuis en van REN.

Bron: Dutch Health Hub

Steeds meer Nederlandse dienstverleners, van de Belastingdienst tot particuliere organisaties, bieden de mogelijkheid veilig in te loggen. Dankzij eHerkenning kan met zekerheid worden vastgesteld dat de persoon die inlogt bevoegd is dat namens het bedrijf te doen. Als msp kun je je klanten helpen bij het aanvragen van eHerkenning op verschillende niveaus.

Verschillende niveaus eHerkenning
Zes aanbieders
eHerkenning aanvragen

Digitaal zakendoen met de overheid, gemeenten en bedrijven is aan de orde van de dag. Bijvoorbeeld voor het aanvragen van subsidies, vergunningen of verzekeringen. Dat kan sinds 2009 op een veilige manier met eHerkenning. Het is in feite de zakelijke tegenhanger van DigiD, speciaal voor bedrijven en organisaties. Jaarlijks wordt meer dan zes miljoen keer ingelogd met eHerkenning en meer dan 600 Nederlandse dienstverleners zijn aangesloten. Bovendien is het een Europees erkend inlogmiddel, waardoor het makkelijker wordt over de grens zaken te doen. Deze inlogmethode is persoonsgebonden: gebruikers kunnen hun zogeheten ‘eHerkenningsmiddel’ niet aan iemand anders overdragen.

Verschillende niveaus eHerkenning

De verschillende diensten die met eHerkenning zijn te regelen, vereisen verschillende beveiligingsniveaus. Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning is bijvoorbeeld een lager beveiligingsniveau nodig dan voor een octrooiaanvraag, omdat daarvoor paspoort of identiteitskaart moet worden gecontroleerd. Iedere dienstverlener geeft bij het aanvragen van een dienst aan welk betrouwbaarheidsniveau nodig is. Dit zijn de vier betrouwbaarheidsniveaus:

  • EH2: inloggen met een gebruikersnaam en sterk wachtwoord.
  • EH2+: inloggen met een gebruikersnaam, wachtwoord en een aanvullende sms- of pincode
  • EH3: inloggen met een gebruikersnaam, wachtwoord en een aanvullende sms-code, pincode (via een token) of app met QR-code.
  • EH4: inloggen met een PKI-certificaat (een digitale ondertekening) of 2-factor authenticatie.

Het PKI-certificaat is nodig om op een veilige manier te communiceren met Nederlandse banken en de Belastingdienst.

Een eHerkenningsmiddel is altijd te gebruiken voor diensten met hetzelfde of een lager betrouwbaarheidsniveau, maar nooit voor een hoger niveau. Doordat de regelgeving rond het gebruik van data strenger wordt, stappen steeds meer organisaties over naar een hoger betrouwbaarheidsniveau.

Zes aanbieders

eHerkenning is een samenwerkingsverband tussen de Rijksoverheid en het bedrijfsleven. Dat betekent dat het wordt geleverd door erkende aanbieders en dat de overheid toezicht houdt. Er zijn zes erkende leveranciers van eHerkenning. De leverancier is het eerste aanspreekpunt voor problemen of storingen en is ervoor verantwoordelijk om die op te lossen. Het aanvragen van niveau EH4 is op dit moment alleen bij leverancier Digidentity op afstand mogelijk. Bij de andere aanbieders is een fysieke afspraak noodzakelijk.

Bron: eHerkenning

eHerkenning aanvragen

Een inlog met eHerkenning is aan te vragen bij een van de zes leveranciers. Voor de aanvraag moet, afhankelijk van de aanbieder en het betrouwbaarheidsniveau, een bedrag worden betaald. Voor ieder betrouwbaarheidsniveau zijn per persoon machtigingen verplicht. Het is ook mogelijk een organisatie te machtigen, die de medewerkers toestemming geeft om in te loggen. Alle leveranciers van eHerkenning ondersteunen deze ketenmachtiging.

Als msp kun je je klanten helpen met advies over eHerkenning en het aanvraagproces begeleiden, bijvoorbeeld bij het verzamelen van de nodige documenten en het invullen van de nodige formulieren. Ook klanten die eHerkenning zelf willen aanbieden, kunnen daar wel hulp bij gebruiken.

Het gebruik van zorgdata draait om de balans tussen beschikbaarheid en veiligheid. Dat is de les die voorzitter van de GGD GHOR André Rouvoet heeft getrokken: “Grenzeloze databeschikbaarheid is gevaarlijk.” De groei naar data-volwassenheid is bij GGD GHOR tijdens de corona-periode  met sprongen gegaan: in een paar maanden tijd van vrijwel geen data naar 17 miljoen digitale dossiers. Systemen en koppelingen werden in hoog tempo gebouwd tijdens corona. Maar je kon erop wachten: in januari 2021 slaagden criminelen erin om data te ontvreemden. 

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

“Hoe onschuldig het ook klinkt als je een test hebt ondergaan of een prik hebt gehad, het zijn wel medische gegevens”, zegt Rouvoet. “Daar gaat de burger zelf over. Daar zijn we heel secuur in. Die datadiefstal heeft een beperkt aantal mensen getroffen, maar het was wel een les. Wij verbinden als GGD GHOR Nederland daarom databeschikbaarheid voortdurend met dataveiligheid. Grenzeloze databeschikbaarheid is gevaarlijk. Als mensen hun gegevens aan de GGD toevertrouwen dan moet dat veilig zijn, zeker als we in de toekomst op grotere schaal met data werken.”

Wat is de GGD GHOR?

GGD GHOR Nederland is de brancheorganisatie van de 25 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) en de geneeskundige hulpverleningsorganisaties in de regio (GHOR). Deze organisaties samen zijn in Nederland verantwoordelijk voor de publieke gezondheid en veiligheid. Onder de verantwoordelijkheden van de GGD valt onder meer jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding en gezondheidsmonitoring en -voorlichting. De GHOR leidt en coördineert de geneeskundige hulp bij rampen en crises. De GHOR komt in actie wanneer ziekenhuizen, ambulancediensten, huisartsen, apothekers en het Rode Kruis bij een ramp samen één hulpverleningsketen moeten vormen. De ‘regio’ in de naam verwijst naar de 25 veiligheidsregio’s waar de GHOR-organisaties deel van uitmaken.

Meer betekenis

Dat ook de publieke gezondheidszorg steeds meer te maken krijgt met grote hoeveelheden gevoelige informatie, staat wat Rouvoet betreft buiten kijf. “GGD GHOR Nederland maakt zich sterk voor health in all policies. Dat gaat niet alleen over gezondheid, maar ook over de leefomgeving, de inrichting van de wijk en de staat van de woningen. Daar heb je data voor nodig, om de dwarsverbanden naar boven te kunnen halen. Als er schimmel op de muren zit, is het geen toeval dat de gezondheidsverschillen toenemen.” Volgens Rouvoet moet zijn organisatie voor de GGD’en een sterke data-infrastructuur neerzetten.

Als voorbeeld van effectief datagebruik noemt Rouvoet de fijnmazige vaccinatie-initiatieven tijdens corona die speciaal gericht was op kwetsbare groepen. Wijken met een lagere vaccinatiegraad kregen bezoek van een promotie-bus of -pop-up die de mensen moesten motiveren. “In principe werkt het ook op andere terreinen zo. In de jeugdgezondheidszorg heb je data over overgewicht of over drankgebruik en roken nodig om te weten waar je je voorlichtingscampagnes op moet richten.”

Deze digitaal gedreven werkwijze is nieuw voor de publieke gezondheidszorg, erkent Rouvoet. “Voor corona had GGD GHOR Nederland landelijk nul data. Na corona hadden wij de gegevens van 17 miljoen Nederlanders in onze bakken.” Maar wel op een beperkt gebied, alleen waar het ging om testen en vaccineren.

André Rouvoet. Foto: GGD GHOR Nederland

Collectief platform

Deze data ligt niet bij de GGD GHOR Nederland, maar bij de lokale GGD- en GHOR-organisaties. Dat maakt de GGD GHOR Nederland in AVG-verband ‘gegevensverwerker’, in plaats van ‘gegevenshouder’. “Wat we wel zijn gaan doen, is landelijk faciliteren, ondersteunen en op één lijn brengen, zodat er meer onderlinge uitwisselbaarheid is. De data van de GGD’en komen steeds meer samen op een collectief platform.”

De pandemie werkte als een flinke katalysator voor gegevensuitwisseling. “Bron- en contactonderzoek bij een besmettelijke ziekte is een klassieke taak van de GGD. Vóór corona was dat erg op de eigen regio gericht. Maar tijdens corona hebben we gemerkt hoe gemakkelijk een uitbraak de grens over kan gaan. Iemand die in Zuid-Holland woonde, bleek bijvoorbeeld in Zeeland te werken, maar in Brabant uit te gaan. Om dat zichtbaar te maken, heb je onderlinge uitwisseling nodig.”

De behoefte aan accurate digitale informatie in combinatie met de omvang van de pandemie bleek een forse belasting voor de toenmalige IT-infrastructuur. “We hebben voor bron- en contactonderzoek een systeem dat HPZone heet. Oorspronkelijk werkten daar landelijk 250 mensen mee, want tja, hoe vaak komt tbc of legionella nou voor? Tijdens corona deden we met achtduizend mensen met datzelfde systeem in een keer duizenden onderzoeken per dag. Dan zie je natuurlijk de beperkingen van zo’n systeem.”

CoronIT

“Voor het testen en vaccineren hebben we tijdens de crisis CoronIT ontwikkeld. Dat is gelukt, maar het was typisch een geval van tijdens de storm je tent opzetten.” Maar toen de GGD vanaf januari 2021 ging vaccineren, konden direct alle vaccinaties doorgegeven worden aan het RIVM, wat essentieel was voor het bewaken van de vaccinatiegraad.

Maar de stormachtige opschaling leidde onvermijdelijk tot problemen met data en privacy. Er waren veel uitzendkrachten nodig, waarbij enkele zich te buiten gingen aan de  persoonsgegevens en deze soms zelfs te verkopen. Het betekende een flinke wake-up call voor GGD GHOR. “We zijn nog scherper op de dataveiligheid gaan zitten. Er zijn strakke protocollen over wie waar toestemming voor geeft. Zonder toestemming wordt er niks gedeeld en kunnen wij als brancheorganisatie niks doen met de gegevens die wij beheren.”

Pocus op digitale veiligheid betekent volgens Rouvoet ook nadrukkelijk vooruit kijken. “Je kunt er niet van uit gaan dat waar je nu mee werkt over tien jaar ook adequaat is. Wij kunnen tevreden zijn over de systemen en procedures die we nu ontwikkeld hebben, maar dat waren we tien jaar geleden ook met de systemen die we toen hadden. Je moet het bijhouden, je moet investeren.”

Zelfde begrippen en definities

Een toekomstbestendige digitale infrastructuur is in Rouvoets ogen in ieder geval een sector-overstijgende. “Wij hebben door covid een basis gelegd om dat binnen de publieke gezondheid goed te doen. Maar het is ook belangrijk dat de verbinding tussen publieke gezondheid, de cure en de care op het gebied van data verstevigd wordt. Het gaat me niet primair om uitwisseling van data, want wat moet ik met de gegevens van ziekenhuizen? Het gaat er wel om dat we dezelfde begrippen hanteren, dezelfde taal spreken en dezelfde standaarden hanteren. Pas als we die synchroniseren, kunnen we elkaar versterken. Daarin hebben we in de zorg nog een weg te gaan.”

André Rouvoet verzorgt op 9 april de keynote tijdens Zorg & ICT.

Bron: Dutch Health Hub

Bedrijfsnetwerken worden steeds complexer. Door een combinatie van hybride werken, een sterk toenemend aantal apparaten en diensten op het netwerk en de transitie naar de cloud ontstaat de behoefte aan een flexibel en veilig netwerk. Dat heeft geleid tot de opkomst van SD-WAN (Software Defined Wide Area Network). Dit is een technologie om netwerktechnologieën goed te integreren en het netwerk efficiënter, veiliger en goedkoper te maken. Met SD-WAN voorzie je als msp je klanten van geavanceerde netwerktechnologie waarmee ze hun dienstverlening kunnen verbeteren.

Wat is SD-WAN?
Netwerk dynamisch aanpassen
Voordelen van SD-WAN
Voor welke organisaties is SD-WAN geschikt?
Hulp van msp met expertise

De tijd dat medewerkers altijd op kantoor werkten en alle hard- en software fysiek binnen de muren van het kantoor aanwezig was, ligt achter ons. Medewerkers werken vaker thuis, onderweg of bij een klant en gebruiken applicaties via een cloudomgeving. Dat maakt het steeds ingewikkelder om het netwerk efficiënt en veilig te laten werken. Dat geldt zeker als het bedrijf verschillende vestigingen heeft en ook nog eens vanuit verschillende cloudomgevingen werkt. Traditionele Wide Area Networks (WAN’s) zijn steeds minder goed in staat de snelheid, flexibiliteit en veiligheid bij te houden. SD-WAN kan hiervoor een goede oplossing zijn.

Wat is SD-WAN?

In een traditioneel Wide Area Network (WAN) wordt fysieke hardware gebruikt om alles in het netwerk te verbinden en te regelen. SD-WAN is een technologie die het beheer van netwerken eenvoudiger maakt door de netwerkfunctionaliteit te virtualiseren. Het werkt als een soort laag over alle verbindingen heen. SD-WAN gebruikt software om het netwerkbeheer te centraliseren en te vereenvoudigen. Het mooie daarvan is dat bedrijven eenvoudig de communicatie via het eigen netwerk en openbare netwerken vanaf een portal in de gaten kunnen houden en aan kunnen passen.

Netwerk dynamisch aanpassen

Met SD-WAN kunnen beheerders op verschillende niveaus regels opstellen om het netwerkverkeer zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat kan per medewerker of gebruikersgroep, maar ook voor specifieke applicaties, tijdstippen of locaties. Op die manier is het netwerk dynamisch aan te passen aan de beschikbare bandbreedte en de prestaties die op een specifiek moment nodig zijn. Handig omdat je zo kunt zorgen dat voor belangrijke applicaties altijd bandbreedte beschikbaar is. Denk aan videovergaderen, waarbij verstoringen in de verbinding hinderlijker zijn dan wanneer een gemiddelde bedrijfsapplicatie het enkele seconden laat afweten.

Voordelen van SD-WAN

SD-WAN wordt al een aantal jaren genoemd als opkomende technologie, onder meer door onderzoeksbureau Gartner. Niet onterecht, het heeft een aantal voordelen.

  • Eenvoudig te beheren. Het beheer vindt plaats vanuit één centrale omgeving via een portaal. Dat biedt realtime inzicht in de status en de performance van het complete netwerk. Op die manier zijn problemen eenvoudig te voorkomen of op te lossen. Ook is het mogelijk applicaties voorrang te geven en nieuwe applicaties of locaties toe te voegen.
  • Betere prestaties. SD-WAN kan de prestaties van het netwerk verbeteren. Dat doet het door het verkeer op een intelligente manier over de efficiëntste routes te sturen. AI-functionaliteit kan automatisch onregelmatigheden detecteren en problemen oplossen.
  • Betere security. SD-WAN biedt geavanceerde beveiligingsfuncties zoals encryptie, segmentatie en een geïntegreerde firewall. Daardoor kun je als msp voldoen aan de steeds strengere beveiligingseisen van je klanten.
  • Voordeliger. Met SD-WAN kun je flink besparen op de kosten doordat het gebruikmaakt van voordelige breedbandverbindingen.

Voor welke organisaties is SD-WAN geschikt?

Ondanks deze voordelen is SD-WAN niet voor alle organisaties geschikt. De genoemde voordelen gelden vooral voor bedrijven die verschillende vestigingen hebben, zoals retailketens met meerdere winkels of internationaal opererende bedrijven. Het eenvoudige beheer vanaf één locatie zorgt ervoor dat msp’s en IT-teams wijzigingen en configuraties kunnen doorvoeren voor alle vestigingen vanuit één centraal dashboard. Voor organisaties die sterk afhankelijk zijn van clouddiensten biedt SD-WAN de flexibiliteit en veiligheid die nodig zijn voor een efficiënte externe toegang. Het zorgt voor veilige en betrouwbare verbindingen voor werknemers, waar ze ook werken.

Hulp van msp met expertise

Hoewel SD-WAN een interessante oplossing is, kan de implementatie vrij ingewikkeld zijn. Het configureren van regels, het optimaliseren van de netwerkprestaties en het integreren van bestaande systemen, kan een uitdaging zijn. Dat geldt ook voor het beheer en de ondersteuning. De hulp van een msp met ervaring op het gebied van netwerken en security zal voor veel bedrijven die eraan willen beginnen dan ook welkom zijn.