Thuiswerken is een integraal onderdeel van het arbeidsbeleid van organisaties geworden. Hier ligt voor IT-dienstverleners een kans. Niet alleen door de juiste technologische oplossingen te bieden, maar door passend advies uit te brengen. Hoe creëer je ergonomische én comfortabele thuiswerkplekken die voldoen aan de Arbowet?

Verantwoordelijkheid werkplek
Thuiswerken en het beeldscherm
Het gebruik van apparatuur: voorlichting
Meldpunt
Risico-inventarisatie en checklist
Pak je rol als adviseur

Als IT-dienstverlener ben je niet alleen de leverancier van technologie, maar ook een strategische partner die mkb-ondernemers helpt bij het vormgeven van moderne werkplekken. Bij het inrichten van thuiswerkplekken is het van cruciaal belang om verder te kijken dan alleen de fysieke apparatuur. Het draait ook om adviseren en voorlichten.

Verantwoordelijkheid werkplek

In antwoord op de vraag of de Arbowet van toepassing is bij thuiswerken, is het antwoord duidelijk: ja. Artikel 3 van de Arbowet legt de verantwoordelijkheid voor de werkplek van werknemers bij de werkgever. De ‘zorgplicht’ van de werkgever strekt zich uit tot thuis werken, zoals bepaald in het Arbobesluit (art. 1.43-1.53). Mensen moeten ook thuis veilig kunnen werken.

Net als een kantoorwerkplek moet een thuiskantoor voldoen aan de Arbowet. Dit houdt in dat de werkplek optimale en veilige arbeidsomstandigheden moet bieden. Maar ook dat de werkgever moet helpen bij voorlichting rondom een veilig gebruik van de werkplek thuis. Steeds meer organisaties nemen de thuiswerkomgeving op in het Arbobeleid van de organisatie. Niet alleen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het draagt namelijk ook bij aan de duurzame inzetbaarheid en productiviteit van medewerkers. Een ergonomische thuiswerkplek zorgt dat de kans op gezondheidsklachten aan de rug, nek, schouder, arm, pols en hand kleiner worden.

Thuiswerken en het beeldscherm

Het hart van de digitale werkplek is ongetwijfeld het beeldscherm. Adviseer je klanten over de voordelen van ergonomische monitoren die de productiviteit verhogen en tegelijkertijd oogklachten verminderen. Een goed geplaatst en gekalibreerd scherm draagt bij aan een prettige en efficiënte werkomgeving. Het Arbeidsomstandighedenbesluit stelt specifieke eisen aan beeldschermwerkplekken, zoals variatie in taken en voldoende rust. Enkele van deze eisen vind je hieronder.

• Kwalitatief hoogwaardig beeldscherm
• Geen spiegeling
• Goede instelbaarheid
• Scheiding tussen beeldscherm en toetsenbord
• Comfortabele werkplekinstelling
• Voldoende en aangenaam licht

Het wordt aanbevolen om medewerkers standaard met twee beeldschermen te laten werken, wat de efficiëntie en productiviteit vergroot, evenals een docking station bij het werken met een laptop. Dit vergroot niet alleen de ergonomie, maar vergemakkelijkt ook het hybride werken.

Daarbij zijn ook een toetsenbord en muis essentiële tools om RSI te voorkomen. Informeer je klanten over de nieuwste technologieën op dit gebied en help hen de juiste keuzes te maken voor hun medewerkers. Een gezonde werkhouding begint immers bij de apparatuur. Vergeet hierbij ook het bureau niet. Een in hoogte verstelbaar bureau kan helpen om meer te bewegen tijdens de werktijden.

Het gebruik van apparatuur: voorlichting

Een uitdaging voor werkgevers is het feit dat zij de werkplekken thuis lastig één voor één persoonlijk kunnen inspecteren. Wel kunnen zij faciliteren dat medewerkers op een gezonde manier met ergonomische apparatuur werken. Denk aan een goede bureaustoel, ergonomisch toetsenbord en verstelbaar bureau. Naast het faciliteren van ergonomische apparatuur is het belangrijk duidelijke instructies te geven over het gebruik ervan.

Voorlichting over de hoogte van het bureau, de stand van de bureaustoel, de hoogte van het beeldscherm en de noodzaak van korte pauzes dragen bij aan probleemloos werken en duurzame inzetbaarheid. Deze korte trainingen kun jij als IT-leverancier (bijvoorbeeld online) op je nemen. Dit is mooie toevoeging aan je dienstenpakket dat ook extra sales kansen biedt. Op de website van Arbodienst vind je een overzicht met belangrijke aspecten om vitaal en fit thuis te werken.

Meldpunt

Het psychisch welzijn van medewerkers verdient aandacht, zowel op kantoor als thuis. Werkstress kan ook bij thuiswerken voorkomen. Vaak is dit lastiger te signaleren dan bij het werken op kantoor. Maatregelen zoals het aanbieden van een aanspreekpunt voor problemen en regelmatige communicatie zijn essentieel. Werknemers hebben de verantwoordelijkheid om klachten te melden en aan te geven als de werkplek thuis niet aan de eisen voldoet. Open communicatie en het creëren van een open deurbeleid dragen bij aan het verminderen van drempels voor dergelijke gesprekken. Jij kunt een meldpunt op het gebied van technologische support en klachten initiëren en faciliteren.

Risico-inventarisatie en checklist

Een Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) helpt werkgevers om de arbeidsrisico’s in kaart te brengen. Het is verstandig om de thuiswerkplek op te nemen in de RI&E, zodat zowel werkgevers als medewerkers vooraf rekening kunnen houden met mogelijke risico’s van het thuiskantoor. Als de thuiswerkplek niet aan de Arbowet voldoet, kunnen werkgevers overwegen apparatuur of meubilair ter beschikking te stellen. Dit kan variëren van het zelf inrichten van de werkplek thuis tot het verstrekken van een budget voor medewerkers om zelf hun thuiskantoor in te richten.

Medewerkers moeten zich bewust zijn van de eisen voor een Arbo-proof thuiskantoor. Werkgevers kunnen duidelijke communicatie en instructies geven, en indien nodig actie ondernemen op basis van een checklist, waarbij onder andere wordt gekeken naar onderstaande aspecten.

• Geschiktheid van thuis werken voor de functie
• Beschikbaarheid van een geschikte werkruimte
• Aanwezigheid van technische en ergonomische middelen
• Bereikbaarheid en communicatie tussen werknemers
• Duidelijke afspraken over productiviteit en planning
• Dit alles in overeenstemming met de geldende Arbo

Je kunt overwegen om hier je klanten nog meer van dienst te zijn. Bijvoorbeeld door een grondige thuiswerkplek-check aan te bieden. Je kunt deze verder laten gaan dan een standaard checklist en het belang van individueel afgestemde ergonomie benadrukken.

Overigens brengt thuiswerken niet alleen Arbo-verplichtingen met zich mee, maar ook uitdagingen op het gebied van privacy en beveiliging. Help je klanten bij veilige IT-oplossingen en het nemen van maatregelen om gevoelige informatie te beschermen.

Pak je rol als adviseur

Als IT-dienstverlener ben je een cruciale schakel voor mkb-ondernemers die de overgang naar compliant thuiswerken maken. Door niet alleen te focussen op de technologie, maar ook op de Arbo-aspecten, positioneer je jezelf als de waardevolle partner die meedenkt met álle aspecten van het thuiswerken.

 

In Fort bij Vechten, als verdedigingswerk onderdeel van de Hollandse Waterlinie, organiseerde Sophos een evenement voor partners. Op de eerste blik leek die locatie ideaal: waar kun je beter over IT-security spreken dan in een bunker? In de praktijk echter werd dit deel van de Waterlinie nooit tijdens een oorlog ingezet. Dit terwijl de specialisten van Sophos dagelijks de strijd met cybercriminelen voeren. Wel laat de Waterlinie zien dat investeringen, strategie en continue aandacht nodig is in een strijd tegen aanvallers, of dat nu fysieke legers zijn of cybercriminelen.

“Bedrijven staan vaak voor de uitdaging om tientallen beveiligingsproducten te gebruiken in een poging hun business te beschermen,” legde Bruna Durand, VP Sales bij Sophos, uit. “Dit resulteert niet alleen in toenemende kosten, maar velen van hen geven aan dat ze de situatie gewoon niet aankunnen. Het dreigt hun volledige security onbeheersbaar te maken.” Als reactie daarop maken veel bedrijven de overstap naar het afnemen van cybersecurity als een dienst.

Parallel met uitbesteding naar datacenters

Het fenomeen dat in de wereld van cybersecurity zichtbaar is, vertoont daarmee opmerkelijke parallellen met wat eerder gebeurde in de datacenteromgeving, stelde Durand. “In het begin waren de eigen datacenter-omgevingen van bedrijven eenvoudig. Maar naarmate de digitale transformatie groeide nam de complexiteit toe. Uiteindelijk verplaatsten organisaties de datacenter-infrastructuur buiten hun eigen fysieke locaties. Ze lieten het geheel beheren door externe dienstverleners.”

De verschuiving naar cybersecurity als dienst is een natuurlijke evolutie, is de overtuiging van Durand, en biedt partners veel kansen. “Het is daarbij essentieel om te begrijpen waarom organisaties deze richting inslaan. Het aantal ransomware-aanvallen is alarmerend hoog, met 69% van onze klanten die op de een of andere manier melding maakten van een dergelijke aanval. Het is voor ondernemingen echter een ingewikkelde opgave om adequaat op een ransomware-aanval te reageren.”

Gebrek aan personeel

Durand vertelde dat 80% van de incidenten afkomstig is van onbeheerde apparaten en 74% wordt veroorzaakt door menselijke elementen of misconfiguratie. “Nieuwe tools en configuraties, samen met de uitdagingen van adequaat getraind personeel, maken het moeilijk om gelijke tred te houden met de groeiende complexiteit van cybersecurity. Daarom stapt men over op security as a service, dat afgenomen kan worden via een partner. Ook al omdat cybersecurity 24/7 aandacht vereist, terwijl de meeste ondernemingen dat zelf niet intern kunnen realiseren.”

Naast het tekort aan middelen, ervaren organisaties een overvloed aan meldingen en incidenten. 71% Van de professionals geeft aan dat ze overladen worden met gegevens. Durand: “Het categoriseren en effectief reageren op deze gebeurtenissen wordt steeds uitdagender, waardoor het aanvals-oppervlak voor potentiële aanvallen alleen maar groter wordt.”

Verkorten reactietijd bij security

In deze context wordt tijd van cruciaal belang wanneer een aanval plaatsvindt. Dat bleek uit verschillende presentaties in het fort. Het gemiddelde tijdsbestek om een aanval aan te pakken is 16 uur. “Maar met de inspanningen van Sophos kunnen we dit verkorten tot 38 minuten. Het verminderen van de reactietijd is van vitaal belang in een landschap dat voortdurend evolueert,” stelde ook Chester Wisniewski (foto). Hij is Field CTO Director bij Sophos. “Door intensief samen te werken met onze partners en trends en ervaringen te delen, kunnen we een veerkrachtige verdediging tegen cybercriminaliteit opbouwen. En onze digitale wereld veiliger maken voor iedereen.”

Discussies over IT en duurzaamheid gaan vaak over het energie- en watergebruik van datacenters. Dat is niet terecht, blijkt uit een Grotetafelgesprek dat ChannelConnect organiseerde met specialisten uit de sector. “Deze branche loopt voorop in duurzaamheid, maar weet het niet altijd over te dragen.”

Stelling 1: De IT is al ongelofelijk duurzaam

Alexandra Schless, CEO van NorthC ­Datacenters, trapt het Grotetafelgesprek af. “Als je kijkt naar data­centers, of eigenlijk de hele IT-sector, zie ik dat men al heel bewust bezig is met duurzaamheid. De noodzaak is echt wel doorgedrongen.” ­Volgens Schless kijken ondernemingen steeds meer hoe ze hun aandeel kunnen ­nemen in de energietransitie.Andrew van der Haar van Dutch Datacenter Association (DDA) denkt bij duurzaamheid en IT ook aan de mooie initiatieven die IT al mogelijk maakt om de maatschappij te verduurzamen. “Allerlei processen zijn efficiënter en duurzamer geworden. Dat kan groot zijn, bijvoorbeeld in industriële omgevingen, maar ook nauwelijks merkbaar. Google Maps zorgde ervoor dat we minder vaak om ­moeten rijden omdat we de route niet ­kennen. Ook de digitalisering van veel administratie die voorheen papiergebonden was, is een vorm van verduurzaming.”

Ook Michiel Verkroost, Directeur Arup, ziet het zo. “De hele sector is er actief mee bezig. De verduurzaming zou alleen wel verder moeten gaan dan alleen het energievraagstuk. Biodiversiteit gaat ook belangrijker worden, dat zullen we moeten integreren in onze ambities.” Robert Jan de Boer (ENGIE) valt hem bij, als hij stelt dat duurzaamheid een containerbegrip is. “Circulariteit, watergebruik, energie en biodiversiteit vallen er allemaal onder.” Ook hij ziet veel verwevenheid tussen IT en verduurzaming. “En ik zie ook veel IT-applicaties die inzicht geven in het gebruik van energie. En hoe jouw afname van energie gekoppeld is aan een duurzame bron.” Daarnaast valt het hem op hoe duurzaam de sector al is. “Vanuit ENGIE werken we vaak met een aantal datacenters samen, en ik moet zeggen dat ze echt vooroplopen.”

Schless valt hem, als directeur van NorthC, bij. “Als je hardware en faciliteiten zoals ­koeling concentreert in een datacenter heb je specialisten die zich ermee bezighouden. Dat is duurzamer dan wanneer je het op een eigen locatie plaatst, ook omdat data­centers er belang bij hebben dat het energiegebruik laag is. We geven onze colo-klanten ook vaak advies over de meest duurzame inrichting van racks.”

Alexandra Schless, NorthC Datacenters

Andrew van der Haar, DDA

Robert Jan de Boer, ENGIE

Michiel Verkroost, Arup

Stelling 2: De IT-sector slaagt er niet in hun duurzaamheid uit te dragen

Hier zijn alle deelnemers aan het Grotetafelgesprek het mee eens. Schless: “ik denk dat onze industrie er niet zo goed in is om de successen en inspanningen duidelijk over te brengen.” De Boer ­(ENGIE) wijst op het feit dat het bij IT, en vooral data­centers, gaat om een relatief ­jonge sector. “Onbekend maakt onbemind.”

De grootste uitdaging daarbij is het feit dat duurzaamheid te veel een op een gekoppeld wordt aan energieverbruik. “Niet aan het feit dat we veel aan bredere duurzaamheid doen, en vooral niet aan het belang van de sector als geheel.” Schless zegt dat we ­zowel als economie als geheel, als privé ­volledig afhankelijk zijn van de IT-omgeving. Het is een wezenlijk onderdeel van leven en werken. “Terwijl het toch bij beleidsmakers en consumenten een ver van hun bed onderwerp blijft.” We moeten volgens haar naar een veel holistischer beschouwing. “Dankzij IT en datacenters konden we massaal thuiswerken, dat heeft wezenlijk bijgedragen aan de economie.” Het belang van IT wordt onvoldoende onderkend.

De Boer gaat nog kort in op het energievraagstuk. “Het energienetwerk is ‘overvallen’ door de snelle groei van hernieuwbare energieproductie. Daar lopen we nu tegenaan.”

Stelling 3: Overheid, wetgeving en IT matchen niet met elkaar

In tijden van verkiezingen is het een interessante vraag: verdiept de politiek (landelijk, provinciaal, lokaal) zich voldoende in het belang van IT en datacenters? Als brancheorganisatie weet DDA daar alles van. Van der Haar geeft aan dat zijn organisatie als vertegenwoordiging van de branche inderdaad een handleiding schreef waarmee de politieke partijen input kregen voor het opstellen van hun verkiezingsprogramma’s. “Dat heeft niet altijd het effect dat je hoopt. Het water- en energiegebruik wordt vaak nog steeds veel te groot voorgesteld.”

Los van de verkiezingshectiek maakt DDA ook deel uit van de zogenoemde Digitale Binnenhof Academie. ­“Samen met andere brancheorganisaties vormen we een platform dat informatie deelt met politici en ambtenaren.” Zo ­kunnen geïnteresseerden wetenschappelijke publicaties tot zich nemen. “En we organiseren ook kennissessies over bijvoorbeeld duurzaamheid.”

Voor Verkroost (Arup) gaat dat goede initiatief nog niet ver genoeg. “Tot op de dag van vandaag sluit regelgeving niet aan bij wat de branche is en wat die doet.” Sterker nog: die regelgeving sluit helemaal niet aan bij het belang van de digitale infrastructuur. “Dat lukt ook niet als je de markt en de kennisinstituten niet veel actiever betrekt bij het formuleren van eenduidig beleid. Het gaat over het inbrengen van kennis, kennis die politici vaak niet hebben. En dat is geen schande, maar gebruik de kennis waar die in de branche aanwezig is.” Zolang dat niet gebeurt, komen we geen stap verder, is zijn overtuiging. “En er wordt te veel besloten op ad-hoc basis, Dat zorgt niet voor een­duidigheid.”

Stelling 4: Het imago van datacenters op de arbeidsmarkt is goed

Als we constateren dat datacenters het lastig hebben in de publieke opinie, betekent dat dan ook dat de sector minder populair om in te werken? Van der Haar (DDA) meldt dat dit niet het geval is. “Ik merk juist wel een positief sentiment bij jongeren. Die willen weer meer dan een aantal jaar geleden weer in de ICT aan de slag.” En dat geldt ook voor het werk in datacenters. “Het is eerlijk werk en het wordt goed betaald. Men ziet het als een mooie sector met veel mooie ­projecten.”

Schless (NorthC)is het daarmee eens. “Er is sprake van veel innovatie in onze branche.” NorthC bouwde in ­Groningen een datacenter met brandstofcellen op ­basis van groene waterstof als back-up-stroom­voorziening. “Dat vinden jongeren net zo interessant en net zo leuk als wij zelf.”

Dat betekent niet dat de krapte op de ­arbeidsmarkt niet hier ook doorwerkt. Schless: “Daarom gaan we opleidingen aanbieden, verzorgen we gast­colleges en begeleiden we studenten.”

Het grotere probleem daarbij is niet het negatieve imago van datacenters, weten de deelnemers aan de discussie. “De grote tech-bedrijven, zoals Microsoft, Google en Meta bieden natuurlijk voor technische talenten fantastische loopbaanperspectieven. Daar gaan veel jongeren graag naartoe.”

Datacenters zorgen voor 13 duizend fulltime banen in Nederland

Het aantrekkelijke van een datacenter als werkplek kan dan toch weer de afwisseling zijn. Infratechniek en IT ­komen er immers samen. Verkroost (Arup): “De energiecrisis leeft onder jongeren, dat maakt datacenters voor hen interessant.” De Boer herkent dit. “We krijgen steeds vaker gemotiveerde sollicitanten met goede profielen die willen bijdragen aan de energietransitie en die inzien dat de energiesector veel interessante facetten heeft.”

We vragen Schless hoeveel mensen er eigenlijk in een datacenter werken. “Bij onze 12 datacenters in ­Nederland werken 40 engineers om 7/24 support aan te ­kunnen bieden.

DDA publiceerde afgelopen september een onderzoek naar de werkgelegenheid waar datacenters voor ­zorgen. “Dan heb je het bij de directe werkgelegenheid over 13.000 FTE’s. Met de schil direct eromheen gaat het richting de 120.000 mensen,” legt Van der Haar uit. Verkroost (Arup) vult aan: “En daar komen dan de ingenieurs en de aannemers die de datacenters bouwen nog bij. Kortom, het is qua werkgelegenheid een grote industrie in Nederland.”

Stelling 5: Datacenters moeten zich aansluiten bij het Science Based Target initiative (SBTi)

Deze stelling werd ingebracht door ENGIE. Robert Jan de Boer geeft een toelichting. “Het initiatief is gelinkt aan het Klimaatakkoord van Parijs, en berekent eigenlijk de fair share die een bedrijf dient te nemen om de ­stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius.” Bij die fair share gaat het dan om de concrete bijdrage van een onderneming. “Wij staan als ENGIE op dit moment voor een bepaalde CO2-uitstoot. Dat representeert een zeker percentage van de globale CO2-footprint.” Op basis van Science Based Targets wordt echt per bedrijf een plan opgesteld waarin wordt berekend hoeveel die onderneming gaat reduceren en hoe ze dat gaat doen. “En daarover wordt heel trans­parant gerapporteerd met tussentijdse doelen.”

Zo stelt ENGIE zelf dat ze in 2045 Net Carbon Zero ­willen hebben gerealiseerd, voor alle drie de Scopes. We rapporteren daar elk jaar”

In de praktijk merkt De Boer dat steeds meer klanten zich aansluiten bij het initiatief, en dat is belangrijk, stelt hij. “We hebben elkaar immers hard nodig, want jouw Scope 2 kan onze Scope 3 zijn. Zo krijg je een keten­samenwerking en een ketenverantwoordelijkheid.

De SBTi-doelstellingen zijn uitdagend, ook voor ENGIE. We zullen meer duurzame klantoplossingen moeten ontwikkelen en fors inzetten op de bouw van nieuwe hernieuwbare productiemiddelen zoals offshore wind, groen gas en waterstof. .” Niet alleen zoekt De Boer ­klanten die deelnemen aan het initiatief, hij stelt dat ­datacenters ook die stap moeten zetten.

Van der Haar heeft een vraag over de Scope 3 impact. “Er bestaat daarvoor eigenlijk geen uniforme inter­nationale norm, hoe pak je dat aan?”

Wat gaat de overheid doen qua regelgeving omtrent duurzaamheid van datacenters?

De Boer legt uit dat SBTi werkt met stappen. “Eerst ­enthousiast maken, en vervolgens een begin maken met een nulmeting en carbon accounting. Vervolgens kom je met een gedegen CO2-reductieplan, met oplossingen zoals het gascentrales geschikt maken voor waterstof.” De vertaling van de keten wordt volgens De Boer straks ook afgedwongen door de grootste partijen. “Apple eist het bijvoorbeeld al van de toeleveranciers dat ze zich aan SBTi commiteren.”

“Onze industrie zal hier niet tegen zijn,” is de over­tuiging van Schless. “We kijken allemaal naar de volgende stappen als we nadenken over de investeringen die we doen. Maar wat gaat de overheid doen om ons te helpen? Wat worden de criteria waarop wij besluiten kunnen ­bouwen?”

Bij DDA herkennen ze dat. “Klanten stellen steeds ­vaker certificeringen en andere eisen aan datacenters. Dat is prima, als het internationaal erkende richtlijnen zijn. Maar als wij SBTi voorgeschreven krijgen en in Duitsland doen ze het anders, dan wordt het lastig. Zorg dus als sector en als overheid voor een gelijk speelveld en ­heldere doelen.”

Verkroost valt hem bij. “Daar zijn die grenzen van 2030 en 2050 zo belangrijk voor, dat zijn belangrijke momenten. Nu kijken we ernaar en is het niet meer dan een ­datum, maar eigenlijk is het een reisdoel. We zullen eerst moeten weten wat we eigenlijk onder klimaatneutraal verstaan. Daar hebben we bij Arup modellen voor ontwikkeld.”

Stelling 6: Datacenters moeten kijken hoe ze hun energiegebruik kunnen afstemmen op aanbod aan hernieuwbare energie

Als we kijken naar het Nederlandse elektriciteitssysteem, dan is het zo dat we uit een vraag-­gedreven systeem komen, legt De Boer van ENGIE uit. “Elektriciteitscentrales wekken momenteel nog elektriciteit op met fossiele brandstoffen.” Nu ­maken we steeds vaker gebruik van duurzame energie die weersafhankelijk is. “Doel is daar beter op aan te sluiten. Op momenten dat er een overvloed is aan wind en zon moet je bereiken dat dan de vraag hierop zo goed mogelijk aansluit.”

De sector is, kortom, op zoek naar flexibiliteit, bijvoorbeeld door elektriciteit goedkoper te maken als het aanbod groot is. “Wij hebben daarvoor een tool ontwikkeld die op uurniveau laat zien hoe een onderneming matcht met duurzame bronnen.” Dat kunnen eigen bronnen zijn, zoals zonnepanelen of een batterij, of externe hernieuwbare bronnen.

Bij datacenters is het spreiden van de behoefte aan energie lastig, blijkt uit de reacties tijdens het Grotetafelgesprek. “Wij waren juist altijd een heel aangename klant voor netwerkproviders vanwege onze heel constante vraag. Dat zorgde voor stabiliteit,” geeft Schless aan. “Wij kunnen niet afschalen als de productie laag is, ­zeker niet met klanten in verschillende tijdzones.” Verkroost brengt het vraagstuk terug tot de kern: “Je hebt op bepaalde momenten een overschot, en daar moet je wat mee. Bijvoorbeeld in de vorm van batterijen of de opwekking van waterstof.”

De vraagstukken zijn complex; partijen hebben elkaar nodig

Op dat laatste gaat Schless in. “Wij hebben in ­Groningen nu twee waterstofcellen van ieder 500kW geplaatst en hiermee wordt op jaar­basis 24.000 liter diesel bespaard. Dat is een eerste stap.” Verkroost vraagt zich wel af of dit een issue moet zijn voor de IT-sector. “In feite is de energiesector verantwoordelijk voor de netten en de ­stabiliteit. Zij hebben een leveringsplicht als het gaat om energie.”

De Boer is het daarmee eens, maar hoopt wel op samenwerking. “De vraagstukken zijn complex, partijen hebben elkaar nodig.” Dat de overheid daar een sturende rol in moet hebben is wel duidelijk, want nu maken gemeenten los van elkaar beleid. Schless: “Het traject voor het verkrijgen van een vergunning voor het plaatsen van bijvoorbeeld waterstofcellen bij een nieuw datacenter verschilt per gemeente. En dat heeft een directe impact op bepaalde keuzes ten aanzien van de technische ­infrastructuur.”

Een ander voorbeeld dat ze aangeeft is het feit dat NorthC in Rotterdam, samen met een ­ander ­datacenter, restwarmte gaat leveren aan een nieuwbouwwijk. “Daar krijgen we geen vergoeding voor. Voor het verkrijgen van een vergunning in de toekomst is de verwachting dat het hergebruik van restwarmte een vestigingseis zal worden.”

Daar reageert Verkroost (Arup) fel op: “Het is ­onterecht dat dergelijke eisen op gemeentelijk ­niveau worden bepaald.” Van der Haar rondt dit deel van de discussie af. “Uit ons duurzaamheidsrapport blijkt dat datacenters een miljoen huishoudens van warmte kunnen voorzien. Dat is toch significant.”

Stelling 7: Er zijn genoeg succesverhalen te vertellen

De constatering dat een miljoen huishoudens verwarmd zou kunnen worden in samenwerking met datacenters, leidt tot de vraag of de deelnemers succesverhalen die de sector wist te realiseren kunnen delen met elkaar.

De Boer (ENGIE) ziet juist bij datacenters een enorme vooruitstrevendheid bij verduurzaming en innovatie. “Ze dragen actief bij aan hernieuwbare capaciteit. Het is een van weinige sectoren waar je zo’n bereidheid ziet.” De Boer heeft het dan niet alleen over de bijdrage aan wind­parken op zee, maar ook over kleinere projecten die datacenters efficiënter ­maken. “We zien dat vooral bij het aanpassen van gebouwen,” legt Verkroost (Arup) uit. “De tijd dat oude panden werden gesloopt is echt voorbij, door middel van retrofit worden enorme duurzaamheidsslagen gemaakt.”

Bij DDA zien ze dat datacenters vaak zelfs meer investeren in verduurzaming dan nodig is. “Puur omdat ze verder vooruitkijken en zich ­richten op 2050. Op dit moment kennen we 28 restwarmteprojecten. En die warmte wordt nu gratis gedeeld door de datacenters, terwijl het in de toekomst een verdienmodel voor de sector kan zijn. De branche loopt echt voorop.”

Alleen, en daar zijn alle deelnemers het over eens, de sector slaagt er, samen met hun klanten, onvoldoende in deze succesverhalen te delen en de impact van die verduurzaming uit te dragen.

Tot slot: Advies aan msp’s

In een laatste ronde van het Grotetafelgesprek vragen we de deelnemers om een advies of tip aan de ­lezers van ChannelConnect, de msp’s en mssp’s in Nederland. Van der Haar trapt af namens DDA. “We moeten samen met hen, de gebruikers van datacenters, breder ventileren hoe duurzaam we ­allemaal bezig zijn. En dat een samenwerking met een datacenter ook een positieve impact heeft op de footprint van msp’s en hun klanten. Denk alleen al aan het feit dat de datacenters werken met 99% duurzame stroom.”Schless onderschrijft dit. “Datacenters maken hele ketens meer duurzaam.” ­“Iedereen kan die impact verrekenen in zijn carbon-footprint,” vult Verkroost aan. De Boer meldt dat ENGIE de verduurzaming ook ziet als een reis. “Die maken we met elkaar. Blijf daarom vanuit de keten denken. De IT loopt echt voorop als het om verduurzaming gaat. Laten we zo doorgaan”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws….’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Vandaag Alain Luxembourg, Vice President Benelux & Nordics bij Barracuda.

Luxembourg las het nieuws dat DTC een forum lanceert voor het delen van kennis over cybersecurity. Ondernemers kunnen hier straks terecht met hun cybersecurity-vragen. Het idee is dat deze vragen dan beantwoord worden door IT- en securityprofessionals die zich ook bij deze DTC Community aansluiten.

Overvloed aan informatie

Luxembourg: “Dit is een uitstekend initiatief. Er is natuurlijk al heel veel informatie te vinden over cybersecurity en het gezegde is nog steeds ‘Kennis is macht’. Maar we moeten niet vergeten dat we nu in een wereld leven waarin er een enorme overvloed aan kennis en informatie te vinden is, op internet, op social media, in podcasts, in e-mail nieuwsbrieven, etc. Ondernemers zien door de bomen het bos niet meer. Hoe weet je wat goed advies is en wat onzin is of zelfs gevaarlijk? Ik denk dat het veel beter is om te zorgen dat je met de juiste communities en mensen in contact komt.

In een vertrouwde omgeving zoals het DTC wil bieden, voelen de leden zich ook veiliger en durven ze vragen te stellen en om hulp te vragen. Ze weten dat ze dan geholpen worden door mensen die er ook echt iets van af weten. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van NIS2. Veel ondernemers weten nog niet hoe ze dat moeten aanpakken. Dit platform kan ze daarbij helpen en dat zoiets ook echt werkt blijkt bijvoorbeeld uit het succes van de expertise die via het No More Ransom initiatief wordt gedeeld en de oplossingen die daar worden aangedragen.”

Genadeklap

“Het is ook echt nodig om de kennisdeling over security te verbeteren. We zien dat criminelen Nederlandse ondernemingen continu aanvallen en dat kan grote gevolgen hebben. Zeker nu we in Nederland te maken hebben met een lichte recessie, kan een cyberaanval net het laatste duwtje richting faillissement zijn voor een onderneming die het al zwaar heeft. Zo is het niet ondenkbaar dat de cyberaanval op sportketen Sprinter, eind november, een rol heeft gespeeld in het faillissement van Sports Unlimited Retail, ook het moederbedrijf achter Perry en Aktiesport. Er zijn andere gevallen bekend waar een succesvolle cyberaanval uiteindelijk de genadeklap was voor een onderneming.”

“Men moet wel goed gecontroleren of de securityexperts die zich aanmelden voor het DTC-platform legitiem zijn. Zo’n platform is immers ook een ideale plek voor cybercriminelen om informatie te verzamelen over mogelijke kwetsbaarheden bij organisaties. Of om misinformatie te verspreiden. Dat dit risico reëel is, blijkt wel uit het recente nieuws dat Noord-Koreaanse IT’ers onder valse identiteit bij buitenlandse bedrijven werken. Zoiets moeten we natuurlijk absoluut voorkomen.”

“In ieder geval is het DTC-initiatief weer een prima stap vooruit om de cybersecurity van Nederlandse bedrijven naar een hoger niveau te tillen. En dat moet ook. Want de aanvallers zijn hun aanvalsmethoden continu aan het verbeteren.”

Al meerdere jaren wordt binnen de datacenterwereld actief gesproken over dompel­koeling of immersive koeling. De noodzaak is helder: ontwikkelingen als HPC en AI zorgen voor verdere toename van rekenkracht, terwijl berichten over een vol stroomnet aanhouden. Dompelkoeling, is passief, maakt compacter ­bouwen mogelijk, en faciliteert het delen van restwarmte. Toch is brede implementatie nog een kwestie van jaren.

Datacenters zoeken altijd de grenzen op van hun koel­capaciteit. Zeker in Nederland zijn we trots op de concurrerende PUE-waarden, bereikt door strak ontwerp en de inzet van nieuwe technieken. The Green Grid, een consortium rond het verhogen van de efficiëntie van datacenters, schat in dat de limiet van luchtkoeling op 25kW per rack zit. Door de snelle opkomst van AI en andere intensieve technologieën en behoeften begint die grens wel heel erg dichtbij te komen. Tel daarbij op dat steeds meer gemeenten in Nederland klagen dat hun stroomnet vol begint te raken. De bouw van nieuwe datacenters komt daardoor in knel. De regio Amsterdam heeft al enkele jaren geleden een data­centerstop gehad, en dat dreigt ook te gebeuren in andere gebieden. Nieuwe koeltechnieken kunnen het stroomverbruik drastisch inperken, wat de datacenterbranche een betere positie geeft.

Nieuwe koeltechnieken kunnen het stroomverbruik drastisch inperken

Voordelen van dompelkoeling

De laatste vijf tot tien jaar verschijnen verschillende partijen in de markt die inzetten op wat eigenlijk een oud idee is: dompel elektronica onder in een bad met olie of andere niet-geleidende vloeistof, en vrijwel compleet passieve koeling is een feit. Het is ook een zeer compacte vorm van koeling. Je kunt serverracks op hun kant rechtop zetten, waardoor je veel vloeroppervlakte kunt besparen. De serverdichtheid kan omhoog, waardoor dompelkoeling al steeds gebruikelijker wordt in High-Performance Computing (HPC)-omgevingen. De limiet van The Green Grid is dan ook geen bezwaar meer.

Een ander voordeel is dat de warmte eenvoudiger te transporteren is voor nieuwe doeleinden. Vloeistoffen houden de hitte langer vast. Dat maakt hergebruik van warmte, iets waar de politiek en het bedrijfsleven steeds harder om roept, in één klap beter mogelijk. De maximale afstand tussen datacenter en warmteafnemer worden zo verruimd. En dan is er het gebrek aan slijtage en de gebruikskosten. Apparatuur in olie slijt veel minder snel, en doordat er veel minder bewegende onder­delen zijn, is de gebruiksprijs lager.

Uitdagingen

Aan de andere kant zorgen de kosten ook voor praktische bezwaren voor de brede adoptie van het concept. Dompelkoeling vraagt bijvoorbeeld om een zeer goed gesloten systeem dat niet makkelijk is in te passen in een bestaande faciliteit. Het hele datacenterontwerp moet op de schop. Dat maakt retrofits kostbaar, terwijl de prijs van een nieuw datacenter met dit concept eveneens niet misselijk is. Vloeistof is ook nog eens zwaar, dus de vloer moet ook de juiste draagkracht hebben.

Het Open Compute Project (OCP) heeft specificaties en eisen opgesteld voor servers in combinatie met vloeistofkoeling. De OCP Immersion Requirements zitten ondertussen op revisie 2.10, en zijn afgelopen augustus voor het laatst bijgewerkt. Maar zoals de OCP zelf in het document schrijft: dit zijn vereisten en geen specificaties of standaarden. Die ontbreken vooralsnog voor dompelkoeling. Dat maakt de keuze voor de juiste combinatie van servers en racks met dompelbaden nog steeds ingewikkeld, zo klaagde Zachary Smith, het wereldwijde hoofd van edge infrastructuurdiensten bij Equinix vorig jaar tegenover The Register. Zaken als het aansluiten van kabels aan ondergedompelde servers is vaak ook nog een lastige puzzel.

En dan hebben we het niet eens gehad over de praktische uitdagingen rond onderhoud en veiligheid. Servers moet je zo af en toe uit hun bad halen, terwijl de gebruikte vloeistoffen niet mogen morsen. Behalve dat het een gladde kliederboel is die voor ongelukken kan zorgen, zijn ook de mogelijke gevolgen voor de bodem niet mals. Mede daardoor is het verkrijgen van de benodigde vergunningen een langdurig en streng proces.

Dompelkoeling vraagt om een zeer goed gesloten systeem

Alternatieven en vooruitgang

Er wordt actief naar oplossingen gezocht voor deze uitdagingen. Alternatieve technieken, zoals on-chip vloeistofkoeling en het zeer recente ‘spray-koeling’ worden door fabrikanten neergezet als mogelijk alternatief. Bij die laatste techniek staan de servers 75 graden gekanteld, terwijl de koelvloeistof op de heetste onderdelen worden gespoten. Onderin wordt de vloeistof opgevangen in een reservoir voor hergebruik. Maar dit concept is vooralsnog niet in de praktijk gebracht. De eerste faciliteit waarin het wordt uitgeprobeerd opent pas volgend jaar.

Meerdere start- en scale-ups hebben technieken bedacht die vooral het ontwerp van cassettes -zoals de koelbaden steeds vaker worden genoemd- zo eenvoudig mogelijk moet houden waardoor de meeste servers hierin passen. De ­Nederlandse bedrijven Asperitas en iXora timmeren op dit punt aan de weg, en ook partijen als Submer en Liquid Stack zijn bekende namen. Maar ook hun oplossingen zijn nog niet mainstream buiten de gespecialiseerde HPC-markt. Wel worden er al partnerschappen afgesloten. ­Vorig jaar is Asperitas een samenwerking gestart met Unica.

Toch is het nog steeds wachten op het definitieve bewijs dat dompelkoeling breed toepasbaar is. De overgang van luchtkoeling blijkt veel voeten in de aarde te hebben. Of de technologie de drempels kan overbruggen is nog een open vraag.

 

Niemand kan eromheen: 2023 was het jaar van de kunstmatige intelligentie. Toen OpenAI eind 2022 ChatGPT lanceerde, ontketende het een ware revolutie. Niet alleen onder IT-adepten; een groot deel van de ‘gewone’ mensen sloeg aan het experimenteren met de menselijke chatbot. In het IT-landschap leidde het tot de ene na de andere op generatieve AI gebaseerde tool. Vijf IT-trends in 2024 voor het mkb.

Trend 1: De democratisering van AI
Trend 2: AI TRiSM
Trend 3: Cybercriminaliteit boomt. AI is de oorzaak én de oplossing
Trend 4: Sustainable technology en een groene cloud
Trend 5: Machines worden klanten
Conclusie: AI zal nog ingrijpendere veranderingen afdwingen

De IT-trends voor 2024 vertonen dan ook één rode draad: de invloed van AI. Het mkb staat voor de enorme uitdaging om de snelle ontwikkelingen bij te blijven. De adviserende en ondersteunende rol van IT-dienstverleners wordt in 2024 hierbij nog belangrijker.

Trend 1: De democratisering van AI

Miljoenen gebruikers, van studenten over kantoormedewerkers tot softwareontwikkelaars, zetten nu al generatieve AI in om content te schrijven, samenvattingen te maken, beeldmateriaal te creëren en applicaties te ontwikkelen.

In een krappe arbeidsmarkt bieden de talrijke op generatieve AI gebaseerde tools voordelen voor mkb’s, die traditioneel worstelen met een klein personeelsbestand. Door de democratisering van generatieve AI heeft ieder van ons toegang tot de nodige kennis en vaardigheden, ook tot kennis en vaardigheden die je niet bezit. Zo bieden allerlei op AI gebaseerde tools zakelijke gebruikers in bedrijven het potentieel om taken te automatiseren en productiviteit te verhogen, blijkt uit het recente trendrapport van Gartner.

Tegen 2026 zal 30% van de nieuwe applicaties AI gebruiken om gepersonaliseerde, adaptieve gebruikersinterfaces aan te sturen.

(bron: Gartner Top 10 Strategic Technology Trends for 2024)

De snelheid waarmee AI nu overal geïntegreerd wordt en intelligente apps ontwikkeld worden, zal in 2024 alleen nog maar toenemen. Het gaat zo snel, dat het lastig wordt alle ontwikkelingen te volgen. Als IT-dienstverlener bied je dan waardevolle ondersteuning. Je kunt het kaf van het koren scheiden onder de talloze AI-toepassingen en helpen bij de implementatie en de integratie met bestaande bedrijfsprocessen.

Trend 2: AI TRiSM

Ruim een jaar na de lancering van ChatGPT stabiliseert de hype en komt het besef dat AI niet alleen veel mogelijkheden biedt, maar ook risico’s met zich meebrengt. Omdat de taalmodellen met vaak gevoelige data getraind worden, komt AI met aanzienlijke datarisico’s. Dat vraagt om een nieuwe vorm van TRiSM (trust, risk & security management).

Ook hierin is een belangrijke adviesrol weggelegd voor de IT-dienstverlener, om het mkb de nodige inzichten te bieden. De meeste mensen kunnen op dit moment immers nauwelijks uitleggen wat AI is en hoe het werkt. Ook zakelijke gebruikers blijven op veel vragen van interne en externe klanten het antwoord schuldig. Het zou jammer zijn dat het mkb door gebrek aan kennis het potentiële concurrentievoordeel verliest dat AI biedt. Volgens Gartner zullen AI-modellen van organisaties die AI-transparantie, -vertrouwen en -veiligheid garanderen 50% beter scoren in termen van adoptie, bedrijfsdoelen en gebruikersacceptatie.

EU AI Act

Bovendien hebben de razendsnelle ontwikkelingen van het voorbije jaar de wetgever wakker geschud. Met de EU AI Act werkt Europa volop aan de nodige regelgeving rond de risico’s van AI-toepassingen. Als organisatie moet je nu al nadenken over de compliance van morgen. Een belangrijke taak voor de IT-dienstverlener.

De nieuwe AI TRiSM-technologie bevat dan ook componenten die zich richten op content anomaly detection, data protection en application security. Organisaties die actief inzetten op AI TRiSM als controlemechanisme zullen meer AI-projecten in productie brengen en meer business value genereren, zo zegt Gartner in zijn Top Strategic Technology Trends 2024.

Trend 3: Cybercriminaliteit boomt. AI is de oorzaak én de oplossing

‘Aantal phishing-pogingen bij bedrijven vertienvoudigd in een jaar tijd’. Uit onderzoek van KPN blijkt dat bedrijven 34% vaker af te rekenen hebben met cybercriminaliteit. Cybercriminaliteit boomt in het kielzog van AI. Iedereen experimenteert volop met AI en LLM’s (Large Language Models) om efficiëntie te verhogen. Iedereen, dus ook criminele organisaties.

Securityleverancier WatchGuard voorspelt in een recente veiligheidsanalyse dat in 2024 een slimme prompt engineer – of het nu een criminele aanvaller of een onderzoeker is – een LLM zal manipuleren om privégegevens te lekken.

Msp aanspreekpunt

Op het dark web zijn nu al AI-tools te koop voor phishing automation. Deepfake-audio zal een boost geven aan telefonische oplichting, zonder dat daar nog een menselijke oplichter aan te pas komt, zo voorspelt WatchGuard verder nog in zijn Cyber Security Prediction report voor 2024.

Opnieuw spelen IT-dienstverleners een belangrijke rol in de beveiliging van het mkb. Op basis van de door WatchGuard voorspelde securitytrends zullen steeds meer kleine tot middelgrote bedrijven zich tot hun vertrouwde partner wenden om zich te wapenen tegen de cyberbedreiging in 2024. Om tegemoet te komen aan die grotere vraag zullen de msp’s en mssp’s op hun beurt hun beveiligingsdiensten via geautomatiseerde platforms moeten verdubbelen, mét behulp van AI en LM.

Voor deepfake audio is geen menselijke oplichter meer nodig

(Bron: WatchGuard.)

Trend 4: Sustainable technology en een groene cloud

Op 5 januari 2023 trad de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in werking. De EU-richtlijn verplicht grote beursgenoteerde bedrijven om vanaf 2024 te rapporteren over de impact van hun bedrijfgerelateerde activiteiten op mens, milieu en klimaat én over hun sociale impact op de eigen werknemers en de maatschappij. De rapportering gebeurt volgens de ESRS’s, de European Sustainability Reporting Standards.

Moet je als niet-beursgenoteerd mkb wakker liggen van die rapportage? Toch wel. Vanaf 2026 zijn namelijk ook niet-beursgenoteerde kleinere bedrijven verplicht een CSRD-rapportage in aangepaste vorm af te leveren. Bovendien werken mkb’s vaak samen met grotere bedrijven en kun je je dus maar beter bewust zijn van je impact op de CSRD-rapportage.

Technologie om duurzaamheid te halen

Een van de manieren om aan de ESRS-standaarden te voldoen, is inzetten op duurzame technologie. Duurzaamheid in IT draait niet alleen om het interne gebruik van milieuvriendelijkere technologie, zoals elektrische leaseauto’s, leasefietsen en pc’s met een lagere CO2-uitstoot, of circulaire IT. We zetten technologie ook in om duurzaamheidsdoelen te halen. De IT-sector heeft er echter een hele kluif aan om duurzaam te zijn. Al jaren tonen verschillende onderzoeken, waaronder dat van The Shift Project, aan dat de IT-sector meer CO2 uitstoot dan de luchtvaartsector.

Wetende dat consumenten steeds vaker de voorkeur geven aan ‘groene’ bedrijven, neemt het belang van duurzame technologie dus alleen maar toe. Het mkb moet zijn steentje bijdragen door in te zetten op een groene cloudstrategie. Infrastructuur overbrengen naar de cloud is op zich al duurzamer omdat servers worden geconsolideerd en geoptimaliseerd. Dat minimaliseert CO2-uitstoot. Zoek je daarbij ook een groene cloudleverancier én werk je aan een flexibel IT-landschap waarin je applicaties aanpasbaar en schaalbaar zijn, dan ben je goed op weg naar een duurzamer IT-beleid. Msp’s staan met hun kennis en ervaring het mkb bij tijdens die groene transitie.

Trend 5: Machines worden klanten

Een trend die nu misschien nog klinkt als sciencefiction. Maar zowel Gartner als Forbes nemen de vervagende grens tussen mens en machine op in hun trendrapporten voor 2024.

Forbes noemt het Phygital Convergence, het samensmelten van de fysieke en de digitale wereld. AR (augmented reality), VR (virtual reality) en avatars zijn ons niet meer vreemd. Online games en e-sports zijn populairder dan ooit en in 2024 zal het verschil tussen de echte en de virtuele wereld volgens Forbes steeds kleiner worden.

De stap naar machine customers is dan niet meer zo groot, althans volgens Gartner. In de niet zo verre toekomst zullen applicaties bestellingen plaatsen, op basis van uitgebreide datasets. Zonder dat een mens op de bestelknop drukt.

Om te kunnen blijven concurreren, moeten ook kleinere bedrijven zich voorbereiden op deze evolutie. Sales, marketing, supply chain, IT en data-analyse zullen veel beter op elkaar moeten aansluiten om op de unieke behoeften van de machine customer te kunnen inspelen. Een grondige analyse van de bedrijfsprocessen is daarbij noodzakelijk.

Conclusie: AI zal nog ingrijpendere veranderingen afdwingen

De rode draad door de trends voor 2024 is AI. AI en data-analyse zullen vanaf nu elke nieuwe ontwikkeling sturen. In het kielzog van AI neemt ook de bezorgdheid om cybersecurity toe, wat we oplossen met, jawel, AI. Boeiende tijden voor de leveranciers van IT-diensten én het mkb.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Vandaag Jeroen Gijzen van Wireless Logic.

Op 28 november publiceerde ChannelConnect een artikel over de jaarlijkse ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners. Innovatie in ziekenhuizen zou ernstig belemmerd worden door stijgende kosten. De afgelopen vijf jaar blijven de ICT-kosten ten opzichte van de omzet gelijk op 5,7%. Maar omdat er steeds meer geld gaat naar zaken als ICT-personeel, exploitatielasten op software en lifecycle management (patches en upgrades bijvoorbeeld) blijft er te weinig over om innovatie en optimalisatie met ICT te realiseren.

Maak een strategische keuze

Met deze kennis kwam er bij Jeroen Gijzen, commercieel directeur bij Wireless Logic, een belangrijke vraag naar boven: in hoeverre is verdergaande digitalisering in de zorgsector een strategische keuze? “Wanneer in de top van een zorginstelling wordt besloten invulling te geven aan de digitaliseringsparagraaf van het Integraal Zorgakkoord, dan ben je niet afhankelijk van bijvoorbeeld oplopende personeelskosten binnen het ICT-domein. Dan wordt er dus geld vrijgemaakt voor innovatie en optimalisatie door het digitaliseren en automatiseren van processen.”

Internet of Things-oplossingen

“Dit gebeurt nu niet of onvoldoende. Gemiddeld is 1,1% van de totale omzet van het ziekenhuis beschikbaar als investeringsbudget voor ICT, op basis van de benchmarkresultaten. Daar kun je dus helemaal niks mee. Kernvraag hier is: wat is leidend? Het IT-budget of het probleem dat je ermee oplost? De redenering waarbij je denkt dat je voor het halve geld ook het halve resultaat krijgt, gaat niet op. Je krijgt dan veel minder. Overbelast je zorgpersoneel nog steeds met administratieve taken die geautomatiseerd kunnen worden en je geeft geld uit aan IT-systemen die niet ten volle worden benut. De gevolgen zijn duidelijk: innovaties in de zorg komen maar heel moeizaam van de grond. Toepassingen voor zorg op afstand, zoals het werken met wearable devices om bepaalde gezondheidswaarden vast te stellen, zijn beschikbaar. De technologieën zijn bewezen en beschikbaar, zoals machine to machine communicatie (Internet of Things). Dit zijn essentiële bouwstenen om de druk in de zorgsector te verlichten.”

Gebrekkige koppelingen

Gijzen spreekt uit eigen ervaring wanneer hij zegt dat nog lang niet alle systemen in de zorgomgeving met elkaar kunnen communiceren. Tot grote frustratie van het zorgpersoneel dat hierdoor gedwongen is data handmatig over te zetten. Dat terwijl er toch veel inspanningen zijn om administratieve handelingen zoveel mogelijk uit het primaire zorgproces te halen. “Dit lukt blijkbaar nog onvoldoende. Als er toch zoveel geld gaat naar de exploitatie van de software, dan mag hier ook wel eens kritisch naar gekeken worden.”

Zorg op afstand

Daarnaast ziet hij kansen om bestaande innovaties beter te benutten. Zo werken verschillende zorgverleners met persoonsalarmeringsystemen, die cliënten kunnen activeren wanneer er een incident optreedt. Dit is nu nog vaak een eenvoudig systeem dat een tweeweg spraakverbinding tot stand brengt met de meldkamer. Vaak werken deze systemen nog met een verouderde netwerktechnologie als 2G en 3G, die op termijn worden uitgefaseerd. “Vervang dit systeem tijdig door bijvoorbeeld een oplossing met een smartwatch, die volledig IP-based is en naast positiebepaling zaken als bloeddruk, hartslag en saturatie uitlezen. Met deze laagdrempelige meetinstrumenten kun je tevens cliënten stimuleren hun levensstijl aan te passen en tevens zorg op een veel preventievere wijze gaan benaderen. Is het nu zaak om onze zorgcapaciteit in bijvoorbeeld ziekenhuizen verder op te schroeven of om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen uit het ziekenhuis blijven?” Gijzen benadrukt nogmaals dat het hier niet om pilots gaat of om proeftuinen. “Talloze vormen van mobiele en digitale zorg werken uitstekend, laat het dan ook voor jou als zorginstelling werken.”

Tijd voor visie

Gijzen trekt de voorzichtige conclusie dat IT-innovatie niet zorgbreed wordt geadopteerd. Het wordt dan ook tijd dat er zorgbestuurders opstaan met een visie waarin innovatie centraal staat. “Zo kun je de druk uit de zorg halen. Op basis van deze visie ga je investeren in innovatie en maak je de mensen enthousiast. Vergeet niet dat je hen vanaf het begin moet meenemen in de ontwikkeling van nieuwe oplossingen, bijvoorbeeld als het gaat om generative AI. Innovaties moeten zo werken dat zij er in het primaire proces iets aan hebben.”

Een tekst samenvatten, met een paar aanwijzingen een presentatie genereren, Teams-gesprekken samenvatten, het zijn maar een paar krachtige functies van Copilot, de AI-assistent van Microsoft. De functionaliteit is nu beschikbaar voor zakelijke klanten van 365, maar niet voor iedereen. Wat zijn de voorwaarden en voor welke klanten is het interessant?

Wie kan Copilot voor Office 365 gebruiken?
Copilot in de praktijk
Bing Chat Enterprise
Zelf Copilots maken
Efficiënter werken, minder saai werk

Dat Microsoft, mede-eigenaar van AI-bedrijf OpenAI, dit jaar hoog inzet op AI is niemand ontgaan. Microsoft heeft de in het voorjaar aangekondigde AI-assistent Copilot inmiddels geïntegreerd in Windows 11 en ook de beloofde functionaliteit in de kantoorapplicaties van Microsoft 365 is een feit. Helaas betekent dat niet dat iedere gebruiker er direct mee aan de slag kan.

Wie kan Copilot voor Office 365 gebruiken?

Op dit moment is het nog beschikbaar voor een beperkt aantal zakelijke gebruikers. Enterprise-klanten met een Microsoft 365 E5- of E3-licentie komen in aanmerking, maar zij moeten daarvoor contact opnemen met Microsoft. Een licentie kost 30 dollar per gebruiker per maand met een minimumaantal van 300 gebruikers.

Momenteel is Microsoft 365 Copilot nog in een beperkt aantal talen beschikbaar, waaronder Engels, Spaans en Frans. In de eerste helft van 2024 moet het ook in het Nederlands beschikbaar zijn. Ook is het goed om te weten dat de functionaliteit langzaam wordt uitgerold, waardoor bepaalde functies nog niet beschikbaar zijn. De komende maanden worden de ontbrekende functies toegevoegd.

Copilot in de praktijk

Na aanschaf wordt Copilot automatisch toegevoegd aan de Office-applicaties. Het Copilot-pictogram is bovenaan in de 365-applicaties te vinden. Daarmee kunnen de gebruikers de assistent tal van opdrachten geven. Dit zijn slechts een paar voorbeelden.

  • Word. Een document opstellen op basis van een doel, documenten samenvatten, documenten beoordelen, suggesties doen voor grammaticale verbeteringen maar ook argumenten aanleveren voor een beter betoog, teksten samenvatten.
  • PowerPoint. Een document omzetten in een presentatie, de lay-out van een presentatie aanpassen op basis van instructies in spreektaal, een lange presentatie samenvatten, door AI gegenereerde afbeeldingen aan een presentatie toevoegen.
  • Excel. Grote hoeveelheden data analyseren op basis van vragen in spreektaal, nieuwe inzichten geven dankzij patroonherkenning.
  • Outlook. Een (opzet voor een) e-mailbericht opstellen op basis van spreektaal inclusief tone-of-voice, de inbox ordenen, taalgebruik, stijl en grammatica in e-mailberichten corrigeren.
  • Teams. Meetings samenvatten, chats sorteren op urgentie en samenvatten, vergaderingen organiseren op basis van spreektaal.

Het gebruik van Copilot beperkt zich niet tot één applicatie tegelijk. Het kan naadloos samenwerken tussen de verschillende onderdelen. Denk aan een PowerPointpresentatie op basis van een Word-document of een rapport in Word met als bron data in Excel.

Bing Chat Enterprise

Een onderdeel van Copilot dat gratis te gebruiken is voor zakelijke E3- en E5-klanten is Bing Chat Enterprise. Dit is een chatfunctie die vergelijkbaar is met ChatGPT, maar dan gericht op zakelijk gebruik. Dat betekent dat gebruikers- en bedrijfsgegevens worden beschermd zodat ze niet buiten de organisatie kunnen worden verspreid. De gegevens worden niet opgeslagen en zijn ook niet door Microsoft in te zien. Bovendien worden de gegevens niet gebruikt om het AI-taalmodel te trainen. Het is een handige toepassing om slim gegevens te analyseren, de voor- en nadelen van bepaalde zakelijke beslissingen op een rij te krijgen, content voor social media te genereren of code te schrijven.

Zelf Copilots maken

Dan is er nog Copilot Studio. Hiermee kunnen bedrijven hun eigen Copilots maken en aanpassen voor specifieke scenario’s binnen het bedrijf. Zo zijn koppelingen met de CRM- en ERP-systemen mogelijk en is het mogelijk zelf GPT’s te bouwen om de interactie met medewerkers af te stemmen op de informatie die binnen het bedrijf aanwezig is. Dat opent de mogelijkheid om bijvoorbeeld IT-support-Copilots of sales-Copilots op maat te maken. Voor het bouwen en aanpassen van Copilots is geen programmeerkennis nodig: het is een low-code-oplossing met een grafische interface.

Efficiënter werken, minder saai werk

Copilot voor Microsoft 365 kan medewerkers veel tijd besparen en repeterend werk uit handen nemen. Wanneer een bedrijf veel medewerkers heeft voor wie dit soort werk veel tijd in beslag neemt, kan de investering snel terugverdiend zijn. Bedrijven die het willen inzetten, doen er wel verstandig aan de medewerkers die het gaan gebruiken te trainen en ervan te verzekeren dat hun werk niet overbodig wordt, maar juist interessanter. Als msp kun je toegevoegde waarde leveren door klanten hierin te adviseren.

Hoe efficiënt het in de praktijk echt werkt en hoeveel tijd medewerkers overhouden voor belangrijk, niet routinematig werk, moet de praktijk uitwijzen. Daarvoor is het nu vooral wachten op de ondersteuning van Nederlands. Daarnaast is het goed om in de gaten te houden dat de technologie nog relatief nieuw is. Hoeveel vorderingen er ook met AI zijn gemaakt, de modellen maken nog altijd fouten. Blind vertrouwen op de copiloot is dan ook voor de meeste taken (nog) niet aan te raden.

Cyberincidenten en vormen van malware komen bijna dagelijks in het nieuws. Het belang van goede bescherming van hardware-devices en de impact van falende fysieke IT-security wordt zelden belicht. Zes professionals gingen erover met elkaar in gesprek in een Grotetafelgesprek op locatie bij Rittal.

André Hiddink, Product Manager IT bij Rittal, initieerde een Grotetafeldiscussie, die samen met de redactie van ChannelConnect werd georganiseerd. Rittal is leverancier van gestandaardiseerde, modulaire systeemtechnologie, die rack, power, cooling, security en monitoring omvat. Van compacte single-rack-installaties tot colocatie- en hyperscale-datacenters.

Aan het begin van de bijeenkomst legt Hiddink uit waarom hij het thema ‘fysieke IT-beveiliging’ wil adresseren: “Cybersecurity is hot, iedereen heeft het erover. En dat is terecht. Er is geen twijfel dat organisaties dit zo goed mogelijk op orde moeten hebben. Daar zijn inmiddels ook normen en richtlijnen voor en die worden steeds strenger, kijk naar wetgeving als AVG en NIS2. Fysieke IT-security is een onderwerp dat weinig belicht wordt.”

Dat wil Hiddink adresseren in een discussie met specialisten uit de markt. “Het gaat daarbij niet alleen om de toegang tot de serverruimte, of het slot op de serverkast, maar ook om bewustwording. Om de vraag: wat is het belang van fysieke IT-beveiliging?”

Stelling 1: Het mkb is druk met zijn eigen werkzaamheden, waardoor de fysieke security van IT een lage prioriteit heeft.

Thimo Keizer (beveiligingsspecialist RisicoRegisseurs) reageert als eerste op de stelling. “Als ik kijk naar de volwassenheid op het gebied van fysieke IT-beveiliging dan is die laag in de markt. Ja, er zijn rolluiken, sloten en camera’s voor het pand, maar er worden geen of in mindere mate maatregelen getroffen voor de beveiliging van de fysieke IT.”

Vincent Toms (CISO en beveiligingsspecialist) herkent dit. Het mkb is volgens hem bezig met de business van de onderneming. Niet met beveiliging. “Bij die ondernemingen moet eerst iets gebeuren voordat actie wordt ondernomen,” vult Marc van Rijssen (X-ICT, dat computerruimtes bouwt) aan. “Bij een goede relatie van ons heeft een brand plaats gevonden. Tot dat moment zagen zij geen aanleiding om te investeren in een detectie- en blusgassysteem. Geconfronteerd met de impact van een brand wordt nu iedere nieuwe computerruimte van een blusgassysteem voorzien.”

Toms signaleert dat fysieke beveiliging vooral wordt geassocieerd met mannen met oortjes die rond het pand lopen. Fysieke beveiliging is een mbo-functie, cyberbeveiliging is hbo of universitair. Die praten te weinig met elkaar. “En de directie investeert er niet in,” sluit Lex Borger (van msp Tesorion) af. De trigger om te investeren in automatisering is het verhogen van de efficiëntie of het verlagen van de arbeidskosten. Als het gaat om de fysieke omgeving is de opvatting: het werkt en het is goed genoeg: we blijven er vooral vanaf.

Risicoprofiel

Daarbij is het zo dat incidenten die samenhangen met fysieke IT-beveiliging zelden de krant halen. Het is wellicht ook een taboe. Het is geen sterk verhaal als een serverrack uit is gevallen doordat de plant die erop stond te veel water kreeg. “Plof­kraken halen wel de krant, dat rolluik mag wat kosten,” is de analyse van Toon Cooijmans van het Catharina Ziekenhuis, die als eindgebruiker is aangeschoven. “Maar de IT-apparatuur staat bij een mkb-onderneming in de bezemkast tussen de schoonmaakspullen. Daar heeft men geen gevoel bij. Een goed serverrack mag niets kosten, die koop je voor een paar honderd euro online.” Voor Hiddink wordt daarmee de kern van het probleem geraakt. “Bedrijven zijn echt wel met beveiliging bezig, zoals het aanmelden van bezoekers en poortjes bij de ingang. Maar pas als, door gebrekkige beveiliging van de hardware, de boel platgaat investeert men.”

Keizer nuanceert dat toch iets. “Paaltjes bij de juwelier worden voorgeschreven door de verzekeraar. Maar het is ook schijnveiligheid. Wie houd je daarmee tegen? Niet de zware crimineel, want die pleegt een plofkraak als hij de spullen echt graag wil hebben.” Hij betoogt dat elke vorm van beveiliging gebaseerd moet zijn op het risicoprofiel.

André Hiddink

Product Manager IT bij Rittal

Toon Cooijmans

Datacenter beheerder, Catharina Ziekenhuis in Eindhoven

Vincent Toms

CISO en beveiligingsexpert met ruim 20 jaar ervaring in informatiebeveiliging

Lex Borger

Security Consultant bij Tesorion

Marc van Rijssen

Business Developer bij X-ICT

Thimo Keizer

Eigenaar van RisicoRegisseurs

Stelling 2: Externe partijen moeten een rol spelen bij het verhogen van de bewustwording.

In verzekeringspolissen gaat het niet of nauwelijks over fysieke IT-beveiliging, weet Hiddink. “Als de fysieke hardware wordt gestolen zijn die kosten gedekt, maar er wordt niet gestuurd op de kwaliteit van de behuizing van de apparatuur, bijvoorbeeld door een lagere premie als die omgeving op orde is.”

Dat voordeel levert de klant te weinig op, is de overtuiging van Keizer. De lagere premie weegt immers niet op tegen de forse investering in een IT-behuizing. X-ICT is het daar als leverancier van dergelijke ruimtes niet mee eens. Zij verzorgen jaarlijks bij de klanten een soort APK. “Dan kijken we ook naar de security, of er een camera in de ruimte is en naar de brandveiligheid. Als externe partij hebben we dan zeker autoriteit.”

 

Stelling 3: Wie moet binnen een bedrijf verantwoordelijk zijn voor fysieke IT-beveiliging?

In de praktijk voelt niemand zich daar verantwoordelijk voor, is de stellige uitspraak van Hiddink. “Alles ín de computerruimte is IT, de ruimte en de toegang ertoe is facilitair, maar het sleutelbeheer kan zomaar bij HR liggen.” Cooijmans speelt het onderwerp door naar Van ­Rijssen (X-ICT): “Wie zijn dan eigenlijk jouw gesprekspartners? De IT-verantwoordelijke, de directeur, de boekhouder, of zelfs de controller?” “In het mkb doet eigenlijk iedereen ­alles, dat maakt het niet overzichtelijker,” luidt het antwoord.

“In een hoop organisaties, vaak ­kleiner dan corporates of enter­prises, hebben veel IT-medewerkers meerdere taken, waardoor het fysieke deel van de IT er vaak ‘een beetje bij gedaan’ wordt,” weet Cooijmans. “Daar zet de systeembeheerder ­servers in een kast op de afdeling en zegt ‘succes ermee’.” Bij grotere organisaties wordt dit opgepakt door een team binnen de IT-organisatie en is sprake van een duidelijke functiescheiding. Deze verschillen laten zien dat grotere organisaties dit serieus nemen en als een volwaardige taak zien.

Het fysieke deel van de IT wordt er vaak ‘een beetje bij gedaan’

“De behuizing staat qua verantwoordelijkheid los van de servers die erin staan.” Dat leidt dan echter weer tot silo’s: “Dan moet je mensen aanmoedigen met elkaar te communiceren.”

Borger (Tesorion) benadrukt daarom dat een analyse van de risico’s de basis van de beveiliging vormt. “Als je dat gedegen doet, kom je vanzelf tot de juiste maatregelen. Dat zijn misschien cybermaatregelen, of fysieke maatregelen. Of een training van personeel.”

En dan nog is dat geen garantie voor een gedegen beveiliging. “Ik vind dat mijn huis goed beveiligd is,” geeft Toms aan. “Maar is dat zo? Ik laat dat nooit checken. Dus waarom dat dan wel van een organisatie verwachten? De driver ontbreekt.”

Stelling 4: Installerend Nederland vult fysieke beveiliging in naar eigen interpretatie en norm.

Datacenters steken energie in het voldoen aan normen. Er zijn uitgeschreven richtlijnen. Hiddink: “Hun verkoopargument is 99,999% continuïteit.” Maar als het gaat om die paar servers die nog on-premise staan, doet men maar wat. Dat verbaast Cooijmans (Catharina Ziekenhuis) niet. “Uptime is de heilige graal voor een datacentrum. Maar het mkb met die paar servers in het pand kijkt daar toch echt anders tegenaan. Je zult bij een transportbedrijf heel wat moeten uitleggen eer ze die mooie behuizing van Rittal kopen en ook nog eens op de beste plek neerzetten.” Keizer (RisicoRegisseurs) stelt dat bedrijven de gevolgen van uitval nog steeds onvoldoende overzien.

Toms (Global Cyber Risk & Security Expert) onderschrijft dit: “Het gaat om bedrijfscontinuïteit. Daar is veel te weinig aandacht voor.” Het punt, volgens Hiddink, is dat installateurs hun eigen gang kunnen gaan ­zonder duidelijke norm. “Dit terwijl het mkb helemaal afhankelijk is van de expertise van die installateur.” Zorg daarom voor een norm die duidelijke minimumeisen stelt.

Er is te weinig aandacht voor bedrijfscontinuïteit

Volgens Toms leidt dat al snel tot ‘rule based’ gedrag. “Eigenlijk moet een norm een kader geven om ná te denken.” In de AVG wordt eigenlijk niets concreets over fysieke IT-beveiliging gezegd. “Als het niet concreet is, wordt er geen geld uitgegeven,” weet Borger van Tesorion. Van Rijssen (X-ICT) brengt de discussie tot een conclusie: “Wet- en regel­geving hebben pas echt impact.”

Toch zou Hiddink (Rittal) willen ­onderzoeken of je een bepaald ­normenkader niet toch kunt introduceren. Keizer (RisicoRegisseurs) heeft in dat verband een advies: “Een certificering of normenkader kun je met een brancheorganisatie realiseren. Zoals veel branches, van elektriciens tot Keurslagers certificeringen of normen hebben.”

Borger wijst daarbij wel op een mogelijke consequentie: “Als je dan naar die norm reageert op een RFP, dan zal de prijs van jouw oplossing stijgen. Het is de vraag of je bij dit thema dan nog steeds de opdracht krijgt. Wellicht prijs je jezelf met een normenkader wel uit de markt.”

Cooijmans (Catharina Ziekenhuis) herkent dit wel: wie alle risico’s op een rij zet vindt vast veel aspecten die beter kunnen. “Dat gaat geld kosten, en zeker bij het mkb is voor dit onderwerp nu eenmaal weinig tot geen budget.”

Bewustwording

Dat nu is volgens Hiddink precies het probleem. Daarom begint elke vorm van verbetering volgens hem met bewustwording. “De eindklant weet het niet, dus moeten wíj de kennis in de markt vergroten. Zo is het uiteindelijk bij cybersecurity ook gegaan.” De bewustwording moet dan in zekere zin beginnen met de partijen die het mkb van apparatuur en services voorzien.

Borger denkt met Hiddink mee: “De meeste partijen verdienen hun geld echter niet aan die beveiliging maar aan de data, de services, de hardware in de IT-behuizing. Dat is een heel andere rol.” Hiddink geeft het niet op. “Dan moet die installateur, of IT-reseller wellicht samen met iemand die verstand heeft van gebouwbeveiliging op pad.”

Toms (Global Cyber Risk & Security Expert) reageert op een eerdere uitspraak: “Als je de bewustwording op een hoger niveau wilt vergroten dan zou dat theoretisch moeten starten op het hoogste niveau: de overheid. Die komt dan met normen. Dat werkt kostenverhogend voor iedereen, maar maakt de BV Nederland wel veiliger.” Nu vult regelgeving als NIS2 dit deels wel in, “maar echte bewustwording moet uit de sector zelf komen.”

Hoe nu verder?

Aan het eind van het gesprek keert André Hiddink namens medeorganisator Rittal terug naar de initiële vraag van de discussie: zijn er mogelijkheden om bedrijfscontinuïteit vorm te geven door aan de fysieke IT-beveiliging meer aandacht te besteden? Hij geeft een opsomming van de thema’s die in dat kader tijdens de bijeenkomst aan bod kwamen. “Moet er een norm, een bewustwordingscampagne of een richtlijn komen, of vinden we NIS2 en AVG genoeg?” In het verlengde daarvan: “stel dat iemand te maken heeft gehad met dataverlies of een ander incident als gevolg van niet toereikende of fout geplaatste racks, of behuizingen, bij wie kan die dan terecht voor advies om een herhaling te voorkomen?” Er is, constateert Hiddink, geen grip op het thema: iedereen geeft een eigen invulling aan de bouw en inrichting van de omgevingen voor de fysieke IT.  “We zien of onderkennen de risico’s niet, tenzij we te maken hebben met een incident.”

“Je moet en zult bij risicoanalyses ook de fysieke beveiliging moeten inbedden,” is de reactie van Toms (Global Cyber Risk & Security expert). Keizer vult aan: “Maar niet voordat je een gedegen dreigingsprofiel hebt opgesteld waarbij een directie zich de vraag moet stellen tegen welke concrete risico’s beveiliging georganiseerd moet worden. Beide elementen zorgen in elk geval voor bewustwording bij het management.”

Je moet bij risicoanalyses ook de fysieke beveiliging inbedden

Borger (Tesorion) is het daarmee eens en brengt het vraagstuk terug tot de kern: “Als je de risico’s goed snapt zijn toereikende maatregelen eenvoudig te verzinnen.” Hij gaat erop door als hij stelt dat je door na te denken over processen in een organisatie eigenlijk automatisch ook op de fysieke risico’s, en het belang van fysieke beveiliging, komt. “Als je simpelweg naar een proces kijkt met de vraag: wat kan hier fout gaan? Hoe is dit proces te manipuleren?” Dan constateer je al snel dat een simpel slot niet afdoende is.

Cooijmans (Catharina Ziekenhuis), spiegelt die uitspraak aan zijn eigen organisatie: “Als je bedenkt wat er bij een zorginstelling aan data op de servers staan, dan is duidelijk dat het daarbij gaat om de meest privacygevoelige gegevens. Die wil je beschermen. De waarde en het belang van die data overstijgen de waarde van de fysieke server.” Hij zegt daarmee indirect: relateer de prijs van de serverkast niet alleen aan de kostprijs van de hardware die erin staat, maar realiseer je dat het belang van een goede fysieke IT-omgeving veel verder gaat. Van Rijssen (X-ICT) onderschrijft dit. “Zoals elke vorm van beveiliging moet je het denken in silo’s overstijgen. Security gaat over alle disciplines heen.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week: Frank van der Gaarden, Team Lead MKB bij Fortinet Nederland. Hij las op 24 november dat het mkb hun cyberrisico’s nog steeds flink onderschatten.
“Het onderzoek van ABN AMRO laat opvallende resultaten zien. Niet alleen zijn de aanvallen in het mkb-segment verdubbeld naar 80%, ook maar liefst 69% van de zzp’ers heeft te maken met cybercriminaliteit. Kleine bedrijven zijn dus nu interessanter voor cybercriminelen dan het grootbedrijf, zo blijkt. En dat is helaas niet verbazingwekkend.

Kopiëren van kwaadaardige code

Cyberaanvallen in het mkb komen zo vaak voor omdat deze ondernemingen dezelfde informatie, klantgegevens en digitale infrastructuur bezitten die aanvallers tot voorheen zo interessant vonden bij grote bedrijven. Het kleinbedrijf beschikt bijvoorbeeld vaak over grote hoeveelheden betalingsgegevens van klanten. Als een hacker het systeem weet binnen te dringen, kunnen ze een indrukwekkende payload scoren – ze kunnen ze zelf gebruiken om snel winst te maken of ze verkopen aan andere hackers.

Het maakt een cybercrimineel niet veel uit of hij nu een grote of kleine onderneming aanvalt. Cyberaanvallen op het mkb zijn net zo geavanceerd als die op grotere bedrijven. Hackers kopiëren letterlijk dezelfde kwaadaardige code. Als gevolg hiervan kunnen kleinere bedrijven gemakkelijk worden overspoeld door een reeks geavanceerde aanvallen.

Security subsidie

Het onderzoek laat zien dat mkb’s meer tijd en budget moeten besteden aan hun cyberbeveiliging. Tot vorige maand ondersteunde de overheid kleine ondernemers in de strijd tegen cybercriminelen. Het Digital Trust Center van de overheid had een subsidiepot gevuld, getiteld ‘Mijn Cyberweerbare Zaak’, waarmee het mkb tot de helft van de kosten voor beveiligingsmaat­regelen vergoed kon krijgen. Het was een proef, gekeken wordt of de subsidie wordt doorgezet. Maar niet alleen het budget is belangrijk, bedrijven moeten ook beter begrijpen welke beveiligingsoplossingen geschikt zijn. Voor nu en de toekomst.

Veiliger netwerk

Een goede methode om snel je basis securityniveau op te waarderen is door je netwerk beter te beveiligen. Vooral nu netwerken steeds complexer worden, en gebruikers steeds vaker op afstand moeten kunnen werken is dat een essentieel onderdeel om cybercriminelen buiten de deur te houden. Het inzetten van Next Generation Firewalls help hierbij. De uitdaging bestaat erin om uit het enorme aanbod aan firewallopties de beste firewall te vinden die nú geschikt is en die kan meegroeien met de organisatie en het netwerk. Dus, welke punten zijn belangrijk bij het kiezen van een firewall?

Drie overwegingen

  • Een firewall is een kritisch inspectiepunt voor al het netwerkverkeer. Prestaties worden bepaald door de CPU van het apparaat en de afstemming met het onderliggende besturingssysteem. Een belangrijke overweging is daarom of de CPU de gespecialiseerde functies van de beveiligingsinspectie kan ondersteunen.
  • Naarmate het aantal gebruikers, apparaten en toepassingen toeneemt, worden de bandbreedte-eisen natuurlijk hoger. Kijk dus goed naar de doorvoersnelheid. De firewall moet in staat zijn om snel toepassingen te identificeren, te schalen om het toenemende netwerkverkeer te verwerken en te beveiligen.
  • Een firewall zou een langetermijninvestering moeten zijn. Maar hoewel de meeste bedrijven verwachten dat hun technologie twee tot vier jaar meegaat, koopt meer dan de helft uiteindelijk om de één tot twee jaar extra tools om problemen in hun bestaande oplossing te fixen of om prestatieproblemen te compenseren. De beste vuistregel is om een goede schatting te maken van de bandbreedtevereisten die je over drie jaar nodig denkt te hebben, deze te verdubbelen en dan een firewall te kiezen die in staat is om die hoeveelheid verkeer te beveiligen.

Best-of-breed is complex

Tenslotte: wil je een oplossing van meerdere leveranciers of van slechts één leverancier? Oftewel multi vendor of single vendor?
Een multi vendor-, of een best-of-breed strategie is niet verkeerd. Maar het is wel complexer. De oplossingen zijn gebouwd op basis verschillende standaarden en er zijn open API’s nodig om workarounds te ontwikkelen en te onderhouden, om zo de oplossingen als één systeem te laten werken. En als dit niet goed wordt beheerd, kan de wildgroei aan oplossingen de beveiligingsomgeving minder effectief maken. Helemaal als de systemen de informatie over cyberbedreigingen niet kunnen delen. Cybercriminelen zijn experts in het vinden en uitbuiten van gaten in de beveiliging en zwakke plekken. Dergelijke gaten zijn meestal te wijten aan verkeerde configuraties en een gebrek aan interoperabiliteit en diepgaande integratie tussen beveiligingsproducten.

Single vendor

Oplossingen van één leverancier, single vendor, kunnen de implementatietijd aanzienlijk verkorten, het beheer vereenvoudigen en de operationele efficiëntie verbeteren. Helemaal als ze worden ondersteund door een gemeenschappelijk besturingssysteem. Gecentraliseerd beheer helpt ook bij het elimineren van configuratiefouten en vermindert de kans op menselijke fouten. Maar het belangrijkste voordeel is misschien wel dat een diep geïntegreerd systeem de enige manier is om de automatisering te implementeren die nodig is voor onmiddellijke detectie en herstel van bedreigingen. Een single vendor oplossing is dus vaak, helemaal voor het mkb, het meest geschikt. ”