De Green Data Center Conference in de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam trok ruim 400 geïnteresseerden. Het onderwerp staat daarmee volop op de agenda van datacenters, toeleveranciers en faciliteerders zoals lokale overheden, projectontwikkelaars, investeerders en energiebedrijven. De conferentie werd georganiseerd door brancheorganisatie Dutch Data Center Association.

De conferentie trapte af met een welkomstwoord van Henk van Raan, CIO van de Johan Cruijff ArenA, en een kritische discussie over onze huidige digitaliserings & energie uitdaging. Henk van Raan gaf een overzicht van de verschillende verduurzamende initiatieven van de Arena. Bijvoorbeeld het gebruik van tweedehands auto batterijen voor elektriciteitsopslag. Ook kondigde hij aan dat de ArenA de intentie heeft om in de toekomst gebruik te willen maken van duurzame warmte uit een warmtenet. Datathermie uit de omliggende datacenters in Amsterdam Zuidoost speelt hier een grote rol in.

Wat is de rol van datacenters binnen de energie & digitaliserings uitdaging?

Onder leiding van Annette van Soest, journalist bij BNR Radio, werd een kritische discussie gevoerd over hoe de groeiende digitalisering, en de daarvoor noodzakelijke digitale infrastructuur, op een maatschappelijk acceptabele wijze van duurzame elektriciteit kan blijven worden voorzien.

Als uitgangspunt werden twee stellingen ingebracht waarbij enerzijds werd gesteld dat datacenters alleen volledig duurzaam kunnen worden indien zij geheel zelfvoorzienend worden, en anderzijds dat de elektriciteitsinfrastructuur op orde moet worden gebracht om onder andere datacenters van voldoende duurzame elektriciteit te kunnen voorzien. De experts in het panel gaven aan dat het op orde brengen van de infrastructuur niet binnen een paar jaar klaar is. Deze krapte zal in de komende periode tot keuzes leiden die op politiek niveau gemaakt zullen moeten worden. Tijdens het panel werden korte termijn oplossingen besproken waarin onder andere werd gesproken over het opslaan van elektriciteit door datacenters, het slim omgaan met aanbod en afname van energie en het vergroenen van eigen elektriciteitsopwek. Het panel werd optimisch afgesloten met de conclusie dat het tekort aan duurzame elektriciteit een tijdelijk probleem zal blijken. Momenteel bestaat de Nederlandse elektriciteitsmix voor zo’n 33% uit duurzame opwek. Deze zal richting 2030 oplopen naar 75% en in 2050 volledig duurzaam zijn.

Welke duurzame innovaties maken anno 2022 het verschil in de datacenter sector?

Tijdens de conferentie werd in de middag in drie verschillende zalen gesproken over de laatste trends op het gebied van duurzame innovaties, in drie verschillende denkrichtingen.

Generate

In de track ‘Generate’ spraken zowel Rolls Royce als NorthC Datacenters over de verduurzaming van de noodstroomvoorziening van datacenters. Voorbeelden hiervan zijn fossiele brandstof vervangen door Hydrotreated Vegetable Oil of diesel generatoren vervangen door gas generatoren. Het datacenter van NorthC Groningen is zelfs het eerste datacenter waar waterstof wordt gebruikt voor de noodstroomvoorziening. Als alle noodstroomgeneratoren van NorthC worden gevoed door waterstof kan er volgens Jarno Bloem (COO van NorthC) zo’n 1.000 ton CO2 per jaar worden bespaard.

Vattenfall sprak over de gevaren van de energiecrisis, maar ook over de kansen. De gasopslag in Nederland is momenteel voor 93% gevuld waarmee Nederland de aankomende winter doorkomt. Echter zal deze opslag na de winter leeg zijn, dit zorgt voor een lastige opgave aankomend jaar. De verwachting is dat dit langere tijd invloed zal hebben op de gasprijs. Tot slot benadrukte Vattenfall het belang van Corporate Power Purchase Agreement. Met deze CPPA is het mogelijk om duurzame energie voor langere tijd in te kopen van specifieke wind- of zonneparken. Eén van de meest duurzame manieren van inkoop van energie en dit ondersteund de bouw van wind- en zonneparken.

Huawei heeft tijdens de conferentie laten zien hoe het Smart datacenter van de toekomst eruit ziet. De voornaamste uitdagingen voor traditionele datacenters constructie zijn hoog energieverbruik, lange bouwperiode, ingewikkelde O&M en hoge veiligheidsrisico’s. Het Next-generation datacenter bestaat uit 4 concepten: duurzame energielevering, lage carbon constructie, groen energiegebruik en efficiënte operations.

Reduce

In track 2 werden verschillende manieren van energiebesparing besproken zoals ‘groene daken’ waarbij de aanleg van groene bebouwing op het dak zorgt voor lagere temperaturen in het datacenter. Ook werd liquid cooling besproken als nieuwe manier van koeling van servers wat voor aanzienlijke energiebesparing kan zorgen.

Tijdens de track werden ook bepaalde standaarden belicht voor efficiëntie binnen het datacenter en nieuwe trends op het gebied van fysieke beveiliging van datacenters.

Re-use

In track 3 stond het efficiënt hergebruiken van grondstoffen en energie centraal. Zo werd er tijdens de sessies benadrukt dat vooral in het bouwproces van datacenters nog veel te winnen valt. Met name als het gaat om hergebruik en recycling van grondstoffen. Ook werd de nadruk gelegd op twee fase chip cooling. Faseverandering in de chipkoeling biedt potentie om de warmte van een datacenter direct te gebruiken voor de verwarming van gebouwen.
Tot slot kwamen de kansen van Edge datacenters aan bod. Edge kan de maatschappij enorm veel bieden, bijvoorbeeld in de vorm van lokale gegevensopslag, hoogwaardige glasvezelverbindingen en lokale warmtelevering.

Samenwerking Gemeente Amsterdam en Provincie Noord-Holland

Mede-organisatoren Gemeente Amsterdam en Provincie Noord-Holland gaven beide een eigen sessie tijdens de Green Data Center Conference. Gemeente Amsterdam deelde concrete rekenvoorbeelden voor het gebruik van datathermie in de gebouwde omgeving. Ook werd gekeken naar hoe optimale samenwerking kan worden behaald tussen de gemeente, de vastgoedmarkt en de warmteleverancier. In de sessie van Provincie Noord-Holland werd door het team van Economische Zaken & Klimaat uitleg gegeven over de bestaande datacenter strategie en de vraag of deze strategie aanpassingen behoeft om als Provincie NH de meest duurzame datacenter hub van Europa te blijven.

Hoe versnellen we de inzet van datathermie?

De conferentie werd plenair afgesloten met een forumdiscussie over de inzet van datathermie. Gemeente Amsterdam, Eneco en Iron Mountain Datacenters gingen in gesprek over de toekomst van datathermie. Wat opviel was de positieve grondhouding. In vergelijking met 6 jaar geleden is de verstandhouding omtrent de inzet van datathermie enorm veranderd. Het is technisch mogelijk, er zijn al meerdere projecten actief en stakeholders kijken op positieve wijze naar een gezamenlijk doel. Wat nog mist is duidelijke en centrale regelgeving die ruimte biedt om deze projecten te stimuleren.

Tijdens het panel werd ook de aankondiging van Eneco en Equinix besproken, samen gaan zij ruim 4000 woningen in het Amsterdamse WAD kwartier verwarmen met behulp van datathermie. De afwezigheid vaste concessies zorgden ervoor dat dit project snel van de grond kon komen. Ook in Haarlem is een goede samenwerking tot stand gekomen tussen Iron Mountain en de gemeente. Echter zorgt complexiteit ervoor dat projecten minder snel gaan dan gehoopt.

Gemeente Amsterdam sloot het panel af met een voorstel om bovengrondse blokverwarming projecten eventueel te koppelen aan warmteleveranciers, zoals datacenters. Een mooie laatste oproep na een enerverende conferentie.

Cloud computing veranderde de manier waarop we met IT omgaan ingrijpend. Vooral het feit dat ook het mkb nu kan beschikken over een ‘eindeloze’ hoeveelheid opslag is een game changer. Samenwerken met een IT-dienstverlener vergroot de kans op succes. Dat geldt zeker voor cloudopslag.

Niet alleen particuliere gebruikers vertrouwen op oplossingen uit de cloud. Die slaan al langere tijd gegevens op in omgevingen voor cloud-opslag, zoals Dropbox, Google Drive of Apple’s iCloud. Maar ook voor zakelijke gebruikers is opslag in de cloud een interessante propositie. Dat geldt zeker voor het midden- en kleinbedrijf.

Services voor cloudopslag steeds populairder

Cloudopslag is een vorm van gegevensopslag waarbij data op externe servers via internet worden bewaard. Een van de belangrijkste voordelen van cloudopslag is dat gebruikers bestanden kunnen opslaan en openen vanaf bijna elke plek op aarde. Je hebt alleen een internetverbinding nodig om snel en eenvoudig toegang tot je gegevens te krijgen. Cloud-storage elimineert daarnaast de noodzaak van harde schijven voor back-up.

Meer capaciteit, zonder harde schijf die crasht

Niet lang geleden was de keus voor cloud er niet. We sloegen data op de harde schijf of server op. Dit bracht risico’s met zich mee, en ondernemingen die nu aarzelen over een overstap naar de cloud, lijken die nogal eens te zijn vergeten. Een harde schijf kan crashen, een server kan downtime hebben – en het is bekend dat je data niet altijd even eenvoudig van een harde schijf kunt wissen, als dat nodig is. Laten we daarom eerst de voordelen van cloudopslag op een rij zetten.

De voordelen van cloudopslag voor het mkb

      • Lagere kosten

        Je maakt ‘in de cloud’ minder hoge IT-kosten doordat je de traditionele infrastructuur niet hoeft te onderhouden. Je hebt geen kosten meer aan het beheer van de omgeving. En je hoeft geen hardware en software aan te schaffen. De enige uitgave die je bij cloudopslag doet, is het storage-abonnement.

      • Goede disaster-recovery

        Hoe groot of klein jouw bedrijf ook is, bedrijfscontinuïteit is een must. In de cloud worden alle applicaties en data zo opgeslagen dat ze altijd en voor elke medewerker op elk moment te benaderen zijn.

      • Stabiel

        Werken in de cloud brengt zekerheid met zich mee, er wordt namelijk redundant gewerkt. Redundantie betekent feitelijk dubbel uitgevoerd. Met andere woorden, wanneer er redundant gewerkt wordt (door de cloud-hosting partij), worden er componenten dubbel uitgevoerd waardoor je geen last ondervindt als er iets uitvalt. Jij hoeft hier zelf niets voor te doen, dit is iets wat door het cloud-hosting bedrijf geregeld wordt.

      • Schaalbaar

        Het werken met de cloud is heel schaalbaar. Je kunt eenvoudig extra medewerkers toegang geven tot data, diensten en opslagruimte en wanneer dit niet meer nodig is kun je dit ook weer eenvoudig terugschalen.

      • Betalen naar gebruik

        Je weet vooraf welke services je afneemt en wat de kosten zijn van, bijvoorbeeld, cloudopslag-ruimte. Zo kun je de vaste kosten gemakkelijk opnemen in de begroting. Je hebt geen dure specialisten of licenties nodig en ook (veiligheids-)updates worden automatisch doorgevoerd.

      • Backup in de cloud

        Bestanden in de cloud zijn altijd en overal beschikbaar. In tegenstelling tot een externe harde schijf of usb stick, kan deze opslag niet beschadigd raken. Daarom kiezen veel bedrijven voor een backup in de cloud. (Zie ook het kader over backup).

Back-up versus synchroniseren

Als je naar cloudopslag kijkt, vind je services die alleen een back-up van de bestanden maken en andere die de inhoud van de computer synchroniseren met die in de cloud. Als je ervoor kiest om de bestanden in de cloud te synchroniseren, wordt er een back-up gemaakt terwijl je aan het bestand werkt. De cloudopslag is een replica van alle harde schijfbestanden die zijn geselecteerd voor synchronisatie. Als je wijzigingen aanbrengt in de bestanden, worden die automatisch aangebracht in de bestanden die in de cloud zijn opgeslagen.

Mkb loopt niet voorop bij adoptie cloud-opslag

Wie dit leest denkt: we omarmen de cloud massaal en het mkb heeft geen stoffige serverruimte meer nodig. Dat valt tegen, blijkt uit onderzoek van Amazon Web Services, uitgevoerd door GfK. 85 procent van het Nederlandse mkb bevindt zich eigenlijk nog steeds in het proces van transformatie naar de cloud.

Meer dan driekwart van de mkb’ers is volgens het onderzoek wel van mening dat de cloud een essentiële tool is voor een moderne bedrijfsvoering. Toch zien de ondernemers het potentieel van de cloud niet volledig of benutten dat niet genoeg.

Zo wordt cloud computing gezien als een IT-oplossing en niet als een strategische zakelijke beslissing. Dat klinkt ingewikkelder dan het is: overstappen naar de cloud, bijvoorbeeld met ondersteuning van een IT-dienstverlener, betekent dat expertise op het gebied van IT niet meer nodig is binnen de organisatie. Dat scheelt ondernemers veel tijd en geld. Zo bezien lost cloud niet alleen ‘pure’ IT-problemen op. Zo zijn er meer vragen die mkb-ondernemers hebben bij het omarmen van cloudopslag.

3 Nijpende vragen over cloudopslag

      • 1 – Waar staan mijn data?

        Cloudproviders maken afspraken over welke gegevens waar mogen staan. Inmiddels zijn de meeste hyperscalers (Google, AWS, Azure, etc) transparant over die afspraken. Ze moeten wel, omdat internationale wetgeving in bepaalde gevallen voorschrijft dat gegevens niet buiten de EU opgeslagen mogen worden. Maar als je heel concreet wilt weten waar jouw data staan, dan kun terecht bij een van de vele lokale IT-partners. De serverruimtes van deze IT-dienstverleners zijn vaak zelfs te bezoeken, zodat de apparatuur met data heel concreet zichtbaar wordt. Jouw IT-dienstverlener kan je advies op maat geven!

      • 2 – Heeft cloud-opslag gevolgen als het gaat om AVG?

        Ja en nee. Natuurlijk moet de provider van cloudopslag datalekken voorkomen. Maar voor de AVG ben je zelf nog steeds verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid. Daar verandert cloudopslag dus niets aan.

      • 3 – Hoe veilig is cloudopslag eigenlijk?

        Zorgen om privacy en beveiliging weerhouden mkb-bedrijven van de overstap naar cloudgebaseerde dataopslag. Ten onrechte. Het beveiligen van een eigen IT-omgeving is voor veel ondernemingen veel lastiger dan de beveiliging die een cloudaanbieder kan leveren. Vergeet daarbij overigens niet dat gebruikers doorgaans de zwakke schakel zijn in elke beveiliging. En die gebruikers verhuizen niet mee naar de cloud. Wel kan de cloud in geval van een incident zorgen voor de nodige disaster recovery, doordat daar de back-ups staan.

Zijn er dan helemaal geen nadelen aan cloud-opslag?

Eerlijk is eerlijk: opslag in de cloud brengt ook nadelen met zich mee. Als je werkt in de cloud, ben je afhankelijk van twee externe factoren: de netwerkverbinding en de leverancier van de opslagdienst. Die leverancier kan een grote internationale partij zijn (zoals Google), maar ook jouw lokale IT-dienstverlener.

Netwerkverbinding

Alles valt en staat met een goede netwerkverbinding, want zonder internet functioneert de cloud niet. Valt de verbinding weg door een internetstoring of neemt de snelheid (bandbreedte en reactiesnelheid) af? Dan heeft het direct impact op je werkzaamheden. Daar staat tegenover dat zonder internet veel ondernemingen sowieso al (zo goed als) stilvallen.

De leverancier

Naast de verbinding ben je ook afhankelijk van de cloudleverancier. Technische problemen zijn vaak niet zelfstandig op te lossen zoals bij lokale systemen (de servers in de eigen netwerkkast). In plaats daarvan kun je enkel een klacht indienen, wachten en hopen dat de leverancier het probleem zo snel mogelijk verhelpt. Om dat te voorkomen is de IT-dienstverlener die je vertrouwt en goed kent zo belangrijk. Met hem is het, eventueel 24/7, snel en persoonlijk schakelen. Dat geldt zeker als deze service provider zelf een datacenter heeft en jouw data daar staan.

Het belang van de IT-partner voor mkb-ondernemingen

Het is duidelijk: cloudopslag kent veel voordelen, maar een overstap naar de cloud kan voor onzekerheid zorgen. Gelukkig is er externe ondersteuning die kan helpen bij het uitrollen en uitvoeren van de overstap naar cloudopslag. De meeste mkb’s realiseren zich dat het belangrijk is er een externe IT-partner bij te betrekken. 72 procent van de mkb’s die projecten uitvoeren betrekt een externe IT-partner bij de implementatie, blijkt uit het eerder genoemde onderzoek van GfK. Mkb’s die van plan zijn de komende twee jaar te starten, zullen waarschijnlijk drie op de vier keer een IT-partner inschakelen.

Je hoort het vaak in het nieuws. Ook afgelopen week werd een bedrijf slachtoffer van een aanval met BlackCat ransomware. Het ging om ID-ware, een dienstverlener die ook de overheid als klant heeft. Het leidde tot een flink datalek. Wat is deze BlackCat ransomware eigenlijk en kan het jouw bedrijf ook treffen?

Het is goed om eerst even naar ransomware in het algemeen te kijken. Wat is het en wat gebeurt er als ik met ransomware gehackt ben? Criminelen proberen vrijwel altijd bij jouw bedrijf naar binnen te komen om iets te stelen. Maar wanneer ze ransomware gebruiken, dan zijn ze er vooral op uit om binnen te komen en jouw data te versleutelen. Computers worden encrypted en je bedrijf ligt helemaal stil. De bedoeling is dat je losgeld betaalt (‘ransom’, vandaar de naam van dit type aanval). Of je daarmee de controle over je gegevens en computers terugkrijgt is nog maar de vraag.

Maar in veel gevallen gebeurt dat wel, want het zou een slecht verdienmodel zijn als niemand betaalt, omdat ze toch hun belofte niet nakomen. Het kan trouwens nog steeds zo zijn dat data ook gestolen wordt, maar dat is dan nevenschade (wat overigens evengoed zeer ernstig is en ook zeker gemeld moet worden bij de autoriteiten als het om persoonsgegevens gaat). BlackCat ransomware is een speciaal geval van ransomware/malware, daarover verderop meer.

Ramsomware? Randsomeware? Ransomeware? Ransomware!

Er is af en toe wat verwarring over de precieze schrijfwijze van dit type malware. Het is ‘ransomware’, van ‘ransom’ (losgeld) en ‘ware’ (als in software).

Hoe komt ransomware bij mij binnen?

Ransomware is een stukje software dat ergens op een computer moet draaien. Daarvoor moet het natuurlijk wel eerst binnen zien te komen. Soms beuken criminelen gewoon net zo lang op de deur tot ze binnen zijn. Ze proberen daarmee met een krachtige computer alle poorten van de firewall, en doorlopen een groot aantal wachtwoordcombinaties. Met genoeg geduld komen ze uiteindelijk binnen. Zijn ze eenmaal voorbij de firewall, dan is het vrij gemakkelijk om de ransomware ergens te installeren.

Maar het is kan lang duren om op deze manier binnen te komen. Daarom nemen de meeste cyber criminelen een andere route. Eentje die via een mens loopt. Een stukje kwaadaardige software, vermomd als een onschuldig ogend document. Een PDF, bijvoorbeeld, of een Excel-bestand. Soms zelfs gewoon een afbeelding. Deze gaat als aanhangsel mee in een mail en komt via een lijst met gestolen e-mailadressen bij een van je medewerkers terecht. Klikt die erop, dan installeert de malware zich razendsnel ergens op een computer in je netwerk. Deze methode heet ‘phishing’, een verbastering van ‘fishing’, hengelen naar iemand binnen een bedrijf. Op deze manier proberen criminelen ook vaak bankgegevens van consumenten te stelen.

Waarom horen we momenteel zoveel over BlackCat ransomware?

Met BlackCat ransomware is iets bijzonders aan de hand. BlackCat is een SaaS oplossing. Wat is SaaS? SaaS staat voor software as a service, en het is software die je niet los koopt, maar die in de cloud draait en waarop je een abonnement neemt. Microsoft 365 is een van de populairste voorbeelden van SaaS (al kun je nog steeds de losse applicaties downloaden en installeren).

BlackCat ransomware is revolutionair. Je hoeft helemaal geen kennis te hebben van programmeren, hacken of achterdeurtjes in besturingssystemen. Je kunt als crimineel gewoon een abonnement afsluiten, en BlackCat vervolgens gebruiken in jouw aanvalscampagne. Je hebt er zogezegd geen omkijken naar. Je kunt de gegevens laten versleutelen, de mail met losgeldeisen versturen en lekker achteroverleunen.

Hoe gemakkelijk is het om aan BlackCat ransomware te komen?

Relatief gemakkelijk. Je moet wel de weg weten op het Dark Web, en de gebruiken en regels van het hackerswezen kennen. Je moet ook beschikken over een bitcoinrekening, want dat is het enige betaalmiddel dat in deze kringen wordt geaccepteerd. Je hebt trouwens ook een bitcoinrekening nodig als je door ransomware getroffen bent, want alleen daarmee kun je eventueel losgeld betalen.

Hoe dan ook, jij bent als bedrijf natuurlijk niet geïnteresseerd in hoe je moet hacken, maar wel hoe je jezelf kunt beschermen en geen aanvallers binnenkrijgt. En wat je nog meer kunt doen om ransomware te voorkomen.

  • Open geen aanhangsels van onbekende herkomst. Dit is met afstand het belangrijkste advies. Verreweg het grootste deel van de malware, inclusief ransomware komt als Trojaans paard binnen in de vorm van een onschuldig lijkend aanhangsel in een mail.
  • Open óók geen aanhangsels van bekenden, maar die je niet verwacht! Relaties kunnen gehackt zijn, waarna hun gegevens kunnen worden misbruikt om jou of je medewerkers te misleiden. Gegevens kunnen ook ergens anders zijn gestolen en vervolgens worden gebruikt om de herkomst van de mail te maskeren.
  • Maak back-ups! Als je regelmatig back-ups maakt, volgens een slim schema (zie kader), dan maak je een lange neus naar criminelen die bij jou de boel versleutelen. Je schoont in dat geval gewoon de computers op en zet de meest recente back-up terug.
  • Installeer antivirussoftware. De meeste antivirusprogramma’s herkennen ook ransomware.
  • Houd computers en besturingssystemen up to date. Veel malware, waaronder ransomware, maakt gebruik van achterdeurtjes in besturingssystemen of software. Wanneer dit wordt ontdekt, dan zal de fabrikant zo snel mogelijk een update uitbrengen die een nieuw slot op de deur zet. Het is dus belangrijk om zulke updates direct te installeren.

Een slim schema voor back-ups

Wat is een slim back-up schema? Ga na hoeveel gegevens er in je bedrijf worden verwerkt, en bedenk wat er zou gebeuren als je ineens alles kwijt was. Een redelijk houvast is: elk uur een back-up tot een maximum van 24 uur, daarna wordt de oudste back-up overschreven. Een dagelijkse back-up van 7 dagen, tenslotte een maandelijkse back-up, 12 keer. Je hoeft niet elke keer een complete back-up te maken. Je kunt een ‘incrementele’ back-up doen, die alleen de bestanden of gegevens opslaat die sinds de laatste back-up zijn veranderd. Veel bedrijven doen elk uur een incrementele back-up en bijvoorbeeld eenmaal per dag een complete back-up (op een andere locatie of medium).

Zijn jouw gegevens echt essentieel, dan kun je ook denken aan een oplossing voor ‘business continuity & disaster recovery’. Daarmee kunnen gegevens bij verlies direct, vrijwel real-time, worden hersteld.

Maar ik hoef toch niet bang te zijn voor ransomware?

Een groot gevaar lopen bedrijven die denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. ‘Bij mij is toch niets te halen’. Afgezien van het feit dat criminelen dat natuurlijk niet kunnen weten, is er vrijwel altijd iets te winnen met ransomware. Het gaat niet altijd om een datalek. Dat jouw bedrijf niets meer kan doen, is vaak al genoeg om de portemonnee te moeten trekken.

Elke organisatie doet er goed aan om het securitybeleid eens grondig onder de loep te nemen. Het beste kun je het hele veiligheidsvraagstuk als een holistisch geheel beschouwen, waarbij je niet alleen kijkt naar het netwerk en je verbinding met de buitenwereld, maar ook naar interne processen van computers, applicaties en gebruikers. Met zo’n security 2.0-filosofie zorg je ervoor dat je van alle kanten beschermd bent en dat je je geen zorgen hoeft te maken over BlackCat of andere ransomware, Trojaanse paarden of wat dan ook.

Het Nederlandse bedrijfsleven is koploper als het om cloud gaat. 65 Procent van de Nederlandse bedrijven maakte in 2021 gebruik van cloud-diensten. Hieronder vallen zowel het gebruik van cloud-opslag als van cloud-applicaties. In Europa maakte gemiddeld 41 procent van de bedrijven gebruik van cloud.

ACM ziet risico

Het succes van cloud heeft gevolgen voor de relatie tussen cloud-aanbieders en het bedrijfsleven. Vooral als het gaat om grote platforms. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet risico’s voor de concurrentie op deze markt. Ze vindt het belangrijk om bedrijven en organisaties hiertegen te beschermen.

Uit een marktstudie van de autoriteit blijkt dat de grootste twee aanbieders (Microsoft Azure en Amazon Web Services) elk een marktaandeel hebben van 35 procent à 40 procent. “Gezien de kenmerken van de markt is het voor kleinere spelers moeilijk om effectief met grote geïntegreerde aanbieders te concurreren”, meldt de studie.

Gratis cloud-opslag als lokkertje

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM wijst erop dat de concurrentie tussen clouddiensten zich vooral richt op het moment waarop bedrijven of instellingen hun aanbieder voor het eerst kiezen. Aanbieders proberen hen dan te verleiden. Bijvoorbeeld door bijvoorbeeld gratis clouddiensten, zoals een bepaalde capaciteit aan cloud-opslag, en door volumekortingen aan te bieden. “Wie eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan daarna moeilijk overstappen naar een andere aanbieder.” Door een beperkte interoperabiliteit hebben bedrijven en organisaties weinig vrijheid in de keuze tussen clouddiensten van verschillende aanbieders, stelt Leijten.

Dominantie voorkomen

Simon Besteman, directeur van Dutch Cloud Community, geeft op vragen van ChannelConnect aan dat hij met belangstelling kennis heeft genomen van de marktstudie over clouddiensten van de Autoriteit Consument en Markt. “De ACM stelt dat Clouddiensten essentieel zijn voor digitalisering en de digitale economie. En dat Nederland bij de inzet van Cloud vooroploopt ten opzichte van de rest van Europa. Dat herkennen wij.” Ook is Besteman het ermee eens dat er bij aanbieders vaak sprake is van een gebrek aan interoperabiliteit. “Dat kan marktverstorend werken.”

Behoud van concurrentie en het voorkomen van dominantie van enkele aanbieders is ook naar het oordeel van Besteman essentieel. “Ook kleinere spelers moeten hun kansen op de markt van clouddiensten behouden.” De directeur voegt eraan toe dat regelgeving zoals die op dit moment geformuleerd wordt in de DMA data-act interoperabiliteit en portabiliteit al afdwingt.

Kleinere spelers mee laten wegen

Leijten (ACM) onderkent dat. Ze vindt dat aanbieders van clouddiensten verplicht moeten worden om interoperabiliteit mogelijk te maken. Besteman: “Zo verkleinen we de risico’s op lock-in voor afnemers. En geven we kleinere aanbieders de mogelijkheid om beter te concurreren. Bij betere interoperabiliteit kunnen afnemers ook diensten van kleinere spelers meenemen in hun cloud-strategie.”

De grote retailers hebben de laatste devices met wifi 5 nog (net) niet verkocht, een grote fabrikant als Apple heeft de aangepaste versie van wifi 6, die als ‘nummer’ 6E kreeg nog niet in iPhones verwerkt. Toch laat chipfabrikant Intel al weten wanneer wifi 7 op de markt komt en wat we daarvan mogen verwachten.

Net zoals de VW Golf serie 7 volgde op de zesde generatie zo volgen ook technologieën elkaar al decennia op. “Alleen gaat het bij Wifi op dit moment wel erg snel,” stelt Eric van Uden, Country Manager Nederland bij AVM. Uiteindelijk zijn onder meer de fabrikanten van wifi- en internetrouters, zoals AVM, essentieel voor het slagen van de technologie die de chipfabrikanten uitdenken. En die de leveranciers van endpoints (telefoons, slimme verlichting, thermosstaten) inbouwen in hun producten.

Eerst in laptops

Wifi 7 verdubbelt bijna de frequentiebandbreedte en doet datzelfde met de snelheid. Eric McLaughlin, vice-president van Intel’s divisie voor draadloze oplossingen, liet tijdens een persconferentie weten de technologie in eerste instanties vooral in laptops toe te passen, en later pas in andere apparaten. De chipfabrikant verwacht dat de grote markten in de loop van 2025 devices kunnen leveren die met de technologie zijn uitgerust.

In de tussentijd rusten steeds meer fabrikanten hun toestellen uit met ‘6E’. De iPhone 14 bijvoorbeeld, die later dit jaar op de markt komt, beschikt er naar verwachting over. Wifi 6E biedt de functies en mogelijkheden van wifi 6, waaronder hogere prestaties, lagere latentie en snellere gegevenssnelheden, maar uitgebreid tot de 6 GHz-band voor verwerkingssnelheden van 2,4 Gbps. Het extra spectrum biedt meer ruimte dan de bestaande 2,4 GHz en 5 GHz band.

Geschikt voor residentiële markt

Wifi 7 zal niet alleen sneller zijn en een nog bredere kanaalband hebben dan zijn voorganger. Een belangrijke onderscheidende factor zal de multi-link-operatie (MLO) zijn. Dit betekent dat voor het eerst gegevens tegelijkertijd via meerdere radio-interfaces en banden kunnen worden verzonden en ontvangen. Met name realtime toepassingen zoals 8K-video zullen profiteren van Wifi 7 dankzij een hogere doorvoer en efficiëntie en een lagere latentie legt Heitor Faroni namens Alcatel-Lucent uit.

De boodschap van de chipfabrikanten is in elk geval dat wifi 7 ‘residentiele’ toepassingen moet verbeteren. Denk daarbij aan smart-home devices. Daarvan komen er steeds meer binnen een huishouden, en ook bij de buren. Dat zorgt in de stedelijke omgeving al snel voor interferentie en andere storingen. De nieuwe versie van de draadloze techniek moet dat in goede banen leiden.

Cloudserviceproviders hebben jarenlang in hardware geïnvesteerd, honderdduizenden servers ingezet en datacenters ter grootte van een voetbalstadion zo snel mogelijk uitgebreid. Daar lijkt nu deels een rem op te staan. Tijdens een recente conference call met analisten konidgde Microsoft plannen aan om de levensduur van zijn cloud-servers te verlengen. En wel van vier naar zes jaar.

Microsoft CFO Amy Hood noemde de “verhoogde efficiëntie in de werking van onze server- en netwerkapparatuur en de technologische vooruitgang” als de reden voor de langere bedrijfstijden. Deze factoren leidden ertoe dat de levensduur langer blijkt te zijn dan de boekhoudkundige gebruiksduur van de servers. Natuurlijk is er ook een financieel aspect. Volgens Hood zou Microsoft alleen al in het fiscale jaar 2023 3,7 miljard dollar kunnen besparen door de verlengde afschrijvingsperiode. En Microsoft is niet de enige. Ook Amazon Web Services als Google meldden dat ze de levensduur van hun cloudhardware verlengden.

Kleinere CO2-footprint

Het is opvallend dat IT-aanbieders dit nu pas ontdekken  dat apparatuur een langer leven heeft dan we doorgaans aannemen. ‘Gewone’ bedrijven verlengen hun updatecycli al langer.

Uit een IDC-enquête uit 2021 bleek dat 10 procent van de ondervraagde organisaties hardware vijf jaar of langer in leven houdt. Dat is niet onlogisch. Met de toename van cloud service voor applicaties en opslag stijgt de behoefte aan capaciteit op lokaal niveau veel minder snel dan voorheen. Dit is overigens meteen een belangrijk duurzaamheidsaspect. De IT-sector stoot de meeste CO2 uit tijdens de productiefase. Hoe langer we een device gebruiken, deste kleiner wordt de CO2-footprint tijdens de totale levensduur van de hardware.

Toename levensduur servers

Maar goed, als bedrijven uitwijken naar de cloud, verschuiven toch ook de eisen die gesteld worden aan de hardware. En wel naar de datacenters en servers die de cloud mogelijk maken. Toch hoeven ook die minder vaak vervangen te worden, stelt Ashish Nadkarni, group vice president van IDC’s global infrastructure business. “Ik denk dat bijvoorbeeld de gemiddelde tijd tussen twee storingen nu veel hoger is, vooral voor componentstoringen die de server in feite onbruikbaar zouden maken, zoals harde schijfstoringen of geheugenstoringen.” Bovendien is de totale levensduur van een server, dat wil zeggen de totale bedrijfstijd die de gebruiker van een server krijgt, aanzienlijk toegenomen.”

De servers van tegenwoordig hebben ook een efficiënter thermisch beheer, legt de IDC-analist uit. “Het ontwerp van de ventilator verbeterde. Net als het systeemontwerp met verschillende soorten koeltechnieken.” Dit zorgt ervoor dat de chips niet zo snel kapot gaan – en is ook nog eens duurzamer.

Waar uit berichten in de media over cybercrime blijkt hoe belangrijk het beveiligen van ­IT-systemen is, daar krijgt cybersecurity bij Operationele Technologie veel minder aandacht. Ten onrechte, zeker nu IoT in deze omgevingen een opmars maakt.

Eigenlijk komt IoT neer op een verbinding van Informatie Technologie (IT) en Operationele Technologie (OT). Het verschil tussen die twee kun je uitleggen aan de hand van de begrippen ‘witte’- en ‘blauweboordenwerkers’. De eerste groep gebruikt systemen, denk aan office-applicaties, die vooral op software berusten, de tweede hanteert industriële- of productie-omgevingen met een grote hardwarecomponent. IoT zorgt er in de praktijk steeds vaker voor dat IT en OT naar elkaar toegroeien. Steeds meer slimme devices worden ingezet in het OT-domein. Hyperconnectivity, ook met de cloud, komt zo terecht in productieomgevingen. De opkomst van steeds uitdagender cyberbedreigingen maakt verbonden OT-systemen bijzonder kwetsbaar. IoT zorgt er zo voor dat de industriële beveiliging een grotere rol toebedeeld moet worden in de risicoportefeuille van veel organisaties. De OT-beveiliging vertegenwoordigt echter een groeiend punt van zorg voor het management van ondernemingen. Het niveau van beveiliging van IoT-devices is op een lager niveau dan van veel applicaties, wat de kans vergroot op onvoldoende beveiligde devices in het netwerk. Dit gegeven is niet zonder gevaar.

Grote gevolgen

Als met de IT iets fout gaat, dan kost dat in het slechtste geval de kop van de CEO of van de CIO, maar er vallen doorgaans geen doden of gewonden. Wordt een IoT-device binnen een OT-omgeving echter succesvol aangevallen, dan kunnen ongewenste emissies van gassen, schadelijke lozingen van vloeistoffen of explosies het gevolg zijn. Dit kan impact hebben op de ­natuur, of op het welzijn van mensen. Ook als dergelijke gevolgen uitblijven, zijn OT-gerelateerde beveiligings­incidenten sterk van invloed op de productiviteit en het bedrijfsresultaat van organisaties. Volgens een rapport van security-specialist Fortinet kreeg 93% van alle organisaties met OT-omgevingen de afgelopen 12 maanden te maken met minimaal één succesvolle indringingspoging. 78% kreeg met drie indringers te maken. Bijna de helft van alle getroffen organisaties ondervond hierdoor productiviteitsverlies als gevolg van downtime. In 90% nam het herstel van processen uren of dagen in beslag. Een derde van de respondenten ondervond hierdoor omzetverlies, gegevensverlies, compliance-problemen of imagoschade.

Onduidelijke verantwoordelijkheid

Aan de ene kant heeft de gebleken kwetsbaarheid van IoT binnen OT-omgevingen te maken met het toekennen van verantwoordelijkheid. Binnen het bedrijfsleven is geen sprake van consistente verantwoordelijkheid voor de OT-beveiliging. Volgens het rapport van Fortinet valt het beheer van de OT-beveiliging toe aan professionals in uiteenlopende functies. Veel organisaties beleggen IoT bij de IT-afdeling. Maar niet altijd zijn daar de operationele problemen bekend waarvoor IoT een belangrijke rol kan spelen. Andere organisaties kiezen ervoor deze issues bij het meer algemene management te beleggen. Slechts 15% van de respondenten zegt dat de CISO als security officer verantwoordelijk is voor de OT-­beveiliging binnen hun organisatie.Aan de andere kant zien we ook dat de beveiligingsricio’s oplopen door een gebrek aan centraal overzicht op de OT-omgevingen en de IoT-oplossingen die er onderdeel van uitmaken. Volgens het onderzoek van Fortinet zorgde slechts 13% van alle respondenten voor centraal overzicht op alle OT-activiteiten. Bovendien is slechts 52% van alle organisaties in staat om deze processen te monitoren vanuit hun security operations center (SOC).

Met elke sensor die aan het IoT wordt toegevoegd, neemt de veiligheid van het netwerk af

Groot aantal leveranciers

Assetmanagement is echter van groot belang om tot een goede ­risico-inventarisatie te komen, net als monitoring van IoT-devices – zowel binnen het OT- als binnen het IT-­domein. Ook moet de supply chain goed gekend zijn waarvan de onderneming deel uitmaakt. Dit laatste is onder meer relevant om te kunnen bepalen waar gegevens (data) naartoe gaan, als IoT-devices connectie hebben met de cloud. Blijven de data in Nederland, of is ook sprake van verwerking of opslag in het buitenland, en zo ja, zelfs buiten Europa?Lastig is ook het feit dat de overgrote meerderheid van de organisaties oplossingen van twee tot acht leveranciers gebruikt voor de beveiliging van hun industriële apparatuur. Ze hebben tussen de 100 en 10.000 apparaten in gebruik, hetgeen alleen maar aan de complexiteit bijdraagt. “Met elke sensor die aan het IoT wordt toegevoegd, neemt de veiligheid van het netwerk af”, stelt beveiligingsexpert en publicist Bruce Schneier uit de VS. Wie zich dat realiseert begrijpt de gevaren van IoT in OT-omgevingen. Volgens Schneier gebeurt het te vaak dat sensoren worden gebouwd op basis van oude techniek. “Er wordt niet bij stil­gestaan dat bijvoorbeeld een oude sensor een serieus beveiligingslek kan vormen. Een kwaadwillende die met zijn signaal tot aan de sensor is gekomen, slaagt er meestal in om ook wel verder te komen.”

Minimumeisen

Voor de digitale veiligheid van IoT-apparaten komen minimumeisen. Producten die hier niet aan voldoen, zijn vanaf medio 2024 op de gehele ­EU-markt verboden. Tot de minimumeisen behoort dat deze apparaten niet meer met zwakke, standaard wachtwoorden zijn uitgerust. Ook moeten deze slimme apparaten software-updates ondersteunen, getest zijn op veiligheidslekken, opgeslagen persoonlijke en financiële gegevens afschermen en er moet een mogelijkheid zijn voor de gebruiker om deze data te beheren en te verwijderen. Agentschap Telecom gaat hierop toezien en is bevoegd bij overtredingen op te treden.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect juli 2022]

Lees het artikel hier in PDF