Datacenters zijn plekken waar je geen onbevoegden wilt toelaten. Niet alleen is het belangrijk cybercriminelen buiten de deur houden, je wilt ook voorkomen dat mensen zonder toegangsrechten fysiek naar binnen kunnen in je datacenter. Maar zelfs zulke omgevingen die de hoogste eisen stellen aan toegangsbeheer zijn op een gebruiksvriendelijke manier te beveiligen, zo laat Genetec zien.

Als ik met klanten over data­centers praat, gaat het in de eerste plaats altijd over security”, vertelt Bob van Keulen, Business Development Manager bij Genetec. Het bedrijf levert oplossingen die zijn ontworpen om de beveiliging te verbeteren voor bedrijven en overheden. “Maar daarnaast is de klantbeleving een aspect dat steeds belangrijker wordt. Door de onstuitbare opmars van de ­cloud is bijna iedere organisatie wel klant bij een datacenter. Die klant wil steeds vaker transparantie over de gang van zaken in dat datacenter en wil antwoorden op een aantal vragen: Wie kan er bij mijn data? Waar in het datacenter bevinden mijn data zich precies? Maar ook: hoe hoog  is de temperatuur in het datacenter en het energieverbruik?”

ClearID is een zogeheten PIAM0-oplossing (Physical Identity Access Management), waarmee  Genetec boven op toegangscontrole van Synergis een identificatie en autorisatie voor toegangs­beheer levert voor datacenters (of ­andere plekken waar niet iedereen fysiek toegang mag krijgen).

Remote toegangsbeheer

In het verleden werd toegangsbeheer standaard handmatig afgehandeld. Er moest fysiek een persoon aanwezig zijn op de locatie die het paspoort controleerde van iemand die naar binnen wilde. Dankzij ClearID is de toewijzing voor ­fysieke toegang te standaardiseren en te automatiseren. “Als er bijvoorbeeld een monteur moet komen, kan die van tevoren via e-mail toegangsrechten aanvragen. De beheerder van het datacenter of degene die er een gedeelte huurt, kan vervolgens op afstand bepalen wie naar binnen mag. De autorisatie kan ook remote plaatsvinden, bijvoorbeeld door het paspoort te scannen, gegevens in te lezen en te controleren of die overeenkomen met de aanvraag.”

Klanten krijgen via een dashboard ­direct inzicht in de gang van zaken. Een andere interessante oplossing is de Cloud Link Roadrunner waarmee toegangsbeheer op de serverracks kostenefficiënt te monitoren is. Dit device kan op het niveau van een afzonderlijk rack de toegangscontrole en veiligheid  monitoren. Ook dit gaat op een zo eenvoudig mogelijke manier, wat de oplossing gebruiksvriendelijk en voordelig maakt.”

De beheerder van het datacenter of degene die er een gedeelte huurt, kan vervolgens op afstand bepalen wie naar binnen mag.

End-to-end-encryptie

Het blijft ironisch dat systemen die gebruikt worden voor toegangsbeheer, zoals camera’s, vaak zelf het doelwit zijn van cybercriminaliteit. Bob van Keulen legt uit dat het daarom belangrijk is de health monitoring, die standaard vanuit het Security Center wordt geleverd, op orde te hebben. Dit voorkomt dat devices of platforms kwetsbaar zijn voor cyberaanvallen. “Bij onze oplossingen wordt continu gecheckt of de software nog up-to-date is en of de wachtwoorden regelmatig worden bijgewerkt. Onze software is verder voorzien van end-to-end-encryptie, wat voor ­extra veiligheid zorgt.”

Open aanpak

Omdat er steeds meer beveiligingstechnologie op de markt komt, is het belangrijk om met een unified platform voor fysieke beveiliging te werken dat een open aanpak voor toegangsbeheer hanteert, zegt Van Keulen. “Hierdoor zijn klanten niet aan apparatuur van één merk gebonden. We ondersteunen bijna alle cameramerken, behalve de merken die we zelf niet voldoende vertrouwen. We kunnen daarnaast ook verschillende partijen op het gebied van toegangscontrole op ons platform ontsluiten.”

Sinds de oprichting in 1995 is het Brabantse Interconnect uitgegroeid tot één van de meest succesvolle volledig Nederlandse datacenter- en cloudbedrijven in het land. De sleutel zit ‘m volgens oprichter en directeur Rob Stevens in het aanbieden van flexibiliteit, iets dat zich eveneens doet gelden in de overstap naar de cloud.

De term cloud computing is weliswaar niet zo oud, maar de principes erachter bestaan al veel langer, zo begint Rob Stevens zijn verhaal. De verplaatsing van kritieke ICT-middelen van een eigen computer- of serverruimte naar een datacenter en vervolgens naar de cloud was een geleidelijk proces. “De clouddienst was in het begin vaak een back-up van de on-premise omgeving”, zegt Stevens. “Maar die rol is door de jaren heen langzaam omgedraaid: de primaire ICT-omgeving zit in de ­cloud, en de on-premise omgeving ondervangt dat. De belangrijkste eis die afnemers tegenwoordig hebben is betrouwbaarheid, terwijl het moeilijker is geworden om de benodigde capaciteit in te schatten.”

Precieze aanpak

Analoge oplossingen hebben plaats gemaakt voor digitale, waardoor de ICT alleen maar centraler is komen te staan. “Alles moet het doen, maar door de veranderingen vragen klanten ook om een hoge mate van flexibiliteit.” Dat is bij uitstek wat de cloud biedt. Maar het vraagt ook om een precieze aanpak. Niet alle applicaties zijn direct geschikt voor de cloud, ook financiële overwegingen spelen volgens Stevens een rol. “Niet alle hardware is op hetzelfde moment gekocht. Nieuwere systemen wil je niet meteen afschrijven. Dan is een stap-voor-stap-aanpak meer op zijn plaats.”

We bieden een hybride oplossing die klanten op meerdere manieren laat profiteren van de voordelen van on-premise en de cloud

Juist op dat punt wil Interconnect zijn klanten helpen. “We luisteren altijd goed naar wat de klant echt nodig heeft. We bieden een hybride oplossing die klanten op meerdere manieren laat profiteren van de voordelen van on-premise en de cloud.” Interconnect biedt de mogelijkheid om eigen hardware over te zetten naar hun faciliteiten, eventueel als tussenstap naar een volledige overstap. Ook worden alle oplossingen — ook die voor cloud — volledig op Nederlandse bodem gehost. “We zijn een puur Nederlands bedrijf, met twee Nederlandse aandeelhouders”, zegt Stevens. En dan is er de transparantie die Interconnect biedt. “Facturen van veel public-clouddiensten zijn niet altijd te doorgronden. Bij Interconnect is er ­altijd direct iemand beschikbaar voor de klant.”

Interconnect en partners

Veel grote organisaties, waaronder Vodafone, hebben Interconnect dan ook gevonden. Interconnect richt zich op bedrijven met een eigen ICT-afdeling, terwijl bij het mkb wordt samengewerkt met partners. “Het blijft een voortdurende reis. We bouwen een nieuw datacenter en we hebben recent ook een gloednieuw Kuberne­tes-platform opgeleverd.”

Sinds de oprichting in 2000 is e-Quest geëvolueerd van een lokale kantoor­automatiseerder naar een full-service IT-partij. Naast de kantoorautomatisering is het bedrijf nu een van de voorlopers op het gebied van datacenter- en glasvezeldiensten. Dat heeft geresulteerd in indrukwekkende groei en, in het geval van de datacenterdiensten, een landelijke aanpak.

Bedrijven in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg hebben ongetwijfeld van e-Quest gehoord. Het bedrijf maakt al bijna een kwart eeuw naam in de regio’s rondom ­Helmond, ­Veghel en Venlo en heeft dat vooral te danken aan een vooruitstrevende, ­proactieve bedrijfsvoering. Als voorbeeld noemt Berry Smits, die als ­business unit manager van e-Quest IT-­diensten vrijwel vanaf het begin ­betrokken is bij het bedrijf, het moment dat ze hun eerste grote uitbreiding deden. “In 2006 namen we een klein data­center over, maar we kwamen er ­meteen ­achter dat we eigenlijk meer bandbreedte ­nodig hadden om onze klanten te ­bedienen”, zegt hij. “Helaas was het erg kostbaar om glasvezel af te nemen, vooral voor onze behoeften. Wij hebben toen besloten om het zelf aan te leggen, met hulp van het zakennetwerk in en om Helmond.”

Raphic Rademaker en Berry Smits

Duurzaam groeien

e-Quest nam dus naast een automatiserings- en datacenterrol ook een rol als glasvezeldienstverlener op zich, met activiteiten op zowel laag 1, 2 als 3. Met deze combinatie van diensten werd al snel besloten om te verhuizen naar een nieuw datacenter. “Waar veel IT-dienst­verleners zich specialiseren op slechts één onderdeel kunnen wij met deze ­pij­lers onze klanten in de regio volledig ontzorgen”, vertelt Raphic Rademaker, Senior Accountmanager Colocatie & Connectiviteit.

Verantwoordelijkheid

Deze nieuwe mogelijkheden komen ook terug in de manier waarop e-Quest wil ondernemen. “We hoeven niet onder stoelen of banken te steken dat datacenters grootverbruikers zijn op het gebied van energie”, aldus Smits, “maar dat betekent niet dat we niet onze verantwoordelijkheid moeten nemen om te kijken hoe we deze dienst zo duurzaam mogelijk kunnen aanbieden.”

Zo zijn ze als een van de eerste bedrij­ven gestart met adiabatische koeling van het datacenter waarbij ze de buitenlucht inzetten om een constante temperatuur in het datacenter te verkrijgen.

Daarnaast is een van de grootste duur­zame initiatieven een zonnepanelenpark van zo’n 1700 panelen op een stuk onbruikbare grond nabij het datacenter. Dit zonnepanelenpark, aangelegd in 2019, voorziet het datacenter voor bijna 60% aan stroombehoefte. Mede daardoor kan e-Quest een PUE van 1,03 behalen. Destijds werd het veld aangelegd vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Smits: “Nu biedt het ook de mogelijkheid om datacenterdiensten scherp geprijsd aan te bieden. Klanten van e-Quest profiteren dus mee van de duurzaam opgewekte energie.” Volgens Rademaker heeft e-Quest hier een volledig transparant model voor opgezet.

Landelijke schaal

Een nieuwe grote mijlpaal bereikt e-Quest in 2022, wanneer ze een tweede eigen datacenter ontwikkelen in Veghel met een capaciteit van 120 racks verdeeld over 2 zalen. “Dit biedt ons ook de mogelijkheid om Twin-datacenterdiensten aan te bieden, maar belangrijker: het geeft ook de mogelijkheid om de vleugels verder uit te slaan, legt Rademaker uit. “Voor kantoorautomatisering en glasvezel hebben we altijd een succesvolle regionale aanpak gehad. Nu kunnen we echter onze datacenterpropositie veel meer op landelij­ke schaal aanbieden.” Hij wijst erop dat ze daardoor ook samenwerkingen aan kunnen gaan met IT-gerelateerde bedrijven uit heel Nederland. e-Quest heeft verbindingen met alle belangrijke internetknooppunten in Nederland, waardoor de verbinding met de datacenters via verschillende paden verzekerd wordt.

Flexibiliteit en probleemoplossend

Het aanbieden van een bepaalde zekerheid zorgt ervoor dat de communicatie binnen de verschillende afdelingen van e-Quest strak moet zijn. “Het probleem dat organisaties veelal hebben is dat iets ‘traag’ is of niet werkt, zonder dat meteen duidelijk is waar het aan ligt”, zegt Smits. “Wij zijn in staat een klant snel te helpen met debuggen, want we kunnen aan alle knoppen tegelijk draaien.” Ook zijn we toegankelijk, persoonlijk en flexibel naar de klanten en partners toe, voegt hij eraan toe. “e-Quest kan bijvoorbeeld voor korte tijd de bandbreedte opschroe­ven puur om te kunnen constateren waar de eventuele bottleneck zit. Daar zit bij ons geen ellenlange procedure aan vast.”

Het team van e-Quest bestaat uit ruim negentig medewer­kers, die met de moderne datacenters zowel lokale als landelijke partners kunnen bedienen. “Met de recente opening van het nieuwe datacenter in Veghel hebben we nieuwe mogelijk­heden gecreëerd voor groei en uitbreiding”, sluit Rademaker af.

De angst van elke IT-beheerder en elke msp is een storing. Bedrijven en gebruikers gaan ervan uit dat het internet werkt, dat ze altijd bij hun data kunnen. “Het netwerk moet werken en veilig zijn. En data moeten alleen beschikbaar zijn voor degene die de gegevens mogen zien. Of die nu on-premise of elders staan”, zo weten Gillian Roseval, Presales Engineer en Arend Karssies, Regional Director Benelux & Nordics bij Netgear.

Met welke vragen komen msp’s naar jullie?

Gillian Roseval: “Vroeg of laat ­denkt een msp erover na of hij zijn infrastructuur, de hardware, de applicaties en de data, naar een datacenter brengt, of het toch in een eigen omgeving wil houden. De eerste vraag is dan toch vaak: kan ik met mijn applicaties eigenlijk wel naar een extern datacenter? Zeker partners die actief zijn in een ­bepaalde vertical, bijvoorbeeld msp’s met accountants of bepaalde medische praktijken als klant, hosten applicaties die eigenlijk niet eens kúnnen landen in een datacenter. De tweede vraag is: is het wel handig qua regelgeving op het gebied van GDPR of privacy of heb ik klanten die in een markt actief zijn waarvoor geldt dat data in ­Nederland of de EU moeten ­blijven?”

Als het antwoord twee keer ‘nee’ is, zal de uitkomst helder zijn. Maar als ze wel naar een data­center zouden kunnen?

Roseval: “Dan moeten ze zich in die vorm van dienstverlening verdiepen. Dan blijkt dat je met outsourcen niet van alle problemen verlost bent. Je moet er toch een soort ­regie-organisatie voor inrichten. En op het moment dat data toch ­gelekt worden, of als een ­onbevoegde erbij kon, dan moet je de hele klantenbase aanschrijven, ook als er eigenlijk niets kwalijks gebeurd is met die data.”

Daar staan toch ook voordelen van het datacenter tegenover?

Roseval: “Als het gaat om schaalbaarheid is een datacenter sterk. En natuurlijk klinkt het goed: 99,9% uptime, maar waarom zou je ervan uitgaan dat je zelf, met gepland onderhoud een slechtere performance hebt? Stel dat je meerdere vestigingen hebt als bedrijf, waarom zou je dan bij een van die vestigingen geen mini-datacenter neerzetten? Je profiteert al snel van lagere ­latency. Een on-­premise omgeving heb je in de hand. Je wordt niet verrast doordat ergens iemand besluit systemen te gaan upgraden, dat kun je helemaal zelf plannen. We merken dat dit erg resoneert in de markt. Ook omdat je met onze producten als mkb-ondernemer enterprise-apparatuur tegen een mkb-prijspeil kunt kopen, die erop gebouwd is om invulling te geven aan de belangrijkste eis van de msp: continuïteit.”

Een ander argument kan zijn: de security is bij grote partijen beter geregeld.

Arend Karssies: “Terecht is ­cybersecurity een hot topic. Wij zetten ons met onze producten sterk in op de beveiliging van het netwerk, inclusief de edge- en de IoT-omgeving. Dat doen we niet voor niets; we weten dat kwaadwillenden inmiddels wel doorhebben dat de datacenters van AWS en Google te vergelijken zijn met Fort Noxx. Elke overvaller weet dat bij een vestiging van een gerenommeerde juwelier lastiger in te breken is dan bij een sieradenwinkeltje in een wijkwinkelcentrum. Cybercriminelen richten hun pijlen op het mkb, richt je netwerk daarom veilig in. Wij willen daarin ondersteunen op het bedraade en draadloze deel van het netwerk.”

Als jullie netwerken ontwerpen voor resellers, zijn redundantie, continuïteit en prijs dan allemaal even belangrijk voor hen?

Roseval: “Dat hangt ervan af. Als gevraagd wordt om, ­bijvoorbeeld, een mini-datacenter on-premise, dan gaat het vooral over beschikbaarheid en hoge snelheden.”

Karssies: “En zeker ook over de benodigde rackspace. Dat is vaak een issue, alles moet toch zo klein mogelijk gehouden worden. Wij hebben switches met een breedte van een halve RU, dat betekent dat je er twee naast elkaar in kunt plaatsen. Daarmee maak je redundantie natuurlijk wel heel makkelijk.

Roseval: “Binnen onze M4300-serie hebben we switches met een diversiteit aan formaten van 1RU halve breedte tot 2RU volledige breedte. Deze switches kunnen een vorm van redundantie bieden met NSF (non stop forwarding). Hitless forwarding zorgt ervoor dat op het moment dat de master switch niet beschikbaar is de standby het overneemt en de dienst niet onderbroken wordt. De eindgebruiker merkt hier niets van.”

Het gaat uiteindelijk om beschikbaarheid.

Roseval: “Je kunt je hele endpoint-deel perfect voor elkaar hebben maar als je netwerk (gedeeltelijk) down is dan ligt toch je bedrijf stil en dat wil niemand, of je nu ProRail of KLM bent of de lokale ondernemer – we zijn allemaal afhankelijk van een werkende IT-infrastructuur en internetverbinding. We zien zelfs weer een toename in de verkoop van mobiele hotspots (M6/M6Pro) om altijd een 5G back-up internetlijn te hebben voor het geval de ISP het laat afweten.”

Paul Smit, CTO en Co-Founder bij ForeNova, las op 14 juli het State of Cybersecurity Resilience rapport van Accenture dat schetst dat het afstemmen van cybersecurity op bedrijfsdoelstellingen de omzetgroei helpt.

Het onderzoek is gedaan met organisaties met 1 miljard omzet of meer. Logisch voor Accenture, maar het is natuurlijk maar een beperkt deel van de markt. Net zoals op dit moment het merendeel van de security-oplossingen op de markt geschikt is voor grote organisaties, is voor middelgrote en kleinere bedrijven een vertaling noodzakelijk. Graag kijk ik, vanuit hetzelfde oogpunt waarmee we als ForeNova cybersecurity binnen het bereik van middelgrote organisaties brengen, naar hoe de aanbevelingen vanuit dit onderzoek voor grote bedrijven door het mkb toegepast kunnen worden.

Cyber Transformers

Accenture stelt dat organisaties cybersecurity stevig moeten integreren in hun digitale transformatie-inspanningen om veerkracht in deze dynamische tijden te waarborgen. Men noemt organisaties die dit doen Cyber Transformers. Deze Cyber Transformers zijn beter in staat om klanttevredenheid te verbeteren en de kosten van cybersecurity-incidenten te verlagen met gemiddeld 26 procent. Dat wil elk bedrijf natuurlijk wel. Maar voor veel mkb-bedrijven is het niet zo eenvoudig om zich tot Cyber Transformer te ontwikkelen.

De laatste, verder niet uitgewerkte aanbeveling uit het artikel – stel een verantwoordelijke aan voor cybersecurity – is namelijk vaak de bottleneck voor allerlei cybersecurity-initiatieven binnen middelgrote en kleine organisaties. Er is meestal geen budget of capaciteit voor het aannemen van een in-house IT’er om zich erop te focussen. Uitbesteding is dan de snelste weg om cybersecurity-programma’s aan te pakken.

Kennis inhuren door mkb

Voor kleine bedrijven zal het inschakelen van een ms(s)p de meest voor de hand liggende optie zijn. Maar het is toch nog wel van belang om iemand in huis te hebben om beveiligingschecks te doen. En om actie te kunnen ondernemen wanneer nodig. Een budgetvriendelijke optie hiervoor is bijvoorbeeld het inhuren van IT-securitykennis voor een paar uur per maand. Mooie initiatieven zoals die van Cybermeister maken het mogelijk om gemakkelijk betrouwbare expertise te vinden.

Cybersecurity as a service

Accenture omschrijft Cyber Transformers met een viertal kenmerken. Laten we per aanbeveling kijken hoe een dergelijke aanpak in een mkb-organisatie overeind blijft.

Ten eerste zijn Cyber Transformers volgens Accenture organisaties die cybersecurity met risicobeheer integreren. Voor een mkb-bedrijf is risicobeheer niet echt dagelijkse kost. Laat staan het integreren met cybersecurity. Ook hiervoor zul je dus als mkb tijdelijk kennis moeten inhuren. Los van mensen en kennis zie ik steeds meer het inhuren van cybersecurity services als standaard voor mkb-bedrijven.

Ten tweede zetten Cyber Transformers Cybersecurity as a Service (CSaaS) in om de beveiliging te verbeteren. Waar CSaaS hier voor grote bedrijven al een aanbeveling is, is het voor bedrijven die niet de capaciteit hebben om in-house securityoplossingen en -specialisten binnen te halen eigenlijk de enige haalbare en betaalbare route.

Cybersecurity checks

Accenture benoemt als derde het nemen van maatregelen om hun ecosysteem of supply chain-partners te beveiligen. Als voorbeeld wordt er geopperd om cybersecurity-checks in te bouwen voordat nieuwe diensten of producten worden gelanceerd. Indringers komen vaak bij grotere bedrijven binnen via hun kleinere mkb supply chain partners met minder uitgebreide beveiliging. Het is dus inderdaad cruciaal om op de hoogte te zijn van de veiligheid van jouw supply chain partners.

Het standaardiseren van cybersecurity-checks voor het integreren van nieuwe diensten of producten is dan ook een goede stap om de veiligheid van jouw bedrijf te waarborgen. Zo geef je ook direct een goed voorbeeld voor de beveiliging van jouw supply chain partners.

Automatisering belangrijk voor mkb

Tot slot beschouwen Cyber Transformers automatisering als een belangrijk onderdeel van de cybersecurity-programma’s. Voor het mkb is dit net zo actueel. Met automatisering kun je een deel van menselijke fouten voorkomen. Denk aan betalingen waarbij het met handmatig werken nog voor zou kunnen komen dat iemand een betaling doet die niet is gewenst. Maar ook het automatiseren van updates op systemen kan voorkomen dat systemen gemist worden in de patchronden en voor langere tijd wellicht minder goed afgedekt zijn.

Als laatste aanbeveling klinkt het belang van gefaseerde integratie van cybersecuritymaatregelen. Hier zie je weer de belevingswereld van de organisaties die binnen het State of Cybersecurity Resilience-rapport zijn meegenomen. Voor mkb-bedrijven is dit minder relevant. Vaak is de structuur van het mkb-bedrijf makkelijker om dit in één keer goed te regelen. Wel van belang is het blijven herhalen en het bereiken van ‘awareness’ bij het personeel.

Inhuren van IT’ers goede basis

Conclusie: De ‘best practices’ van de Cyber Transformers snijden ook hout voor het mkb, al verwacht ik dat weinig mkb’ers het ‘Cyber Transformer worden’ bovenaan hun prioriteitenlijst zullen zetten. Het vinden van een oplossing voor hun capaciteitsprobleem staat daar meestal wel. Het inhuren van een IT’er op uurbasis en het inzetten van Cybersecurity as a Service kunnen daarbij helpen en de basis leggen voor de volgende stappen in de goede richting.

Op 13 juni vond de Negende Nationale Datacenter Dag plaats, georganiseerd door de Dutch Datacenter Association (DDA). Veel datacenters hebben op die dag open huis. Zo ook het datacenter van Interconnect in Eindhoven, dat tevens het bijbehorende event hostte. “Veel IT’ers zijn volledig afhankelijk van datacenters, maar zijn er nog nooit binnen geweest.”

Rob en Jeroen Stevens waren pioniers in datacenterland toen ze in 1995 hun datacenter Interconnect in Den Bosch openden. En pioniers zijn ze nog steeds. Zo schakelden ze begin deze maand over op volledig groene stroom. “In die tijd was interconnectiviteit nog een ‘nice to have’,” legt directeur Rob Stevens uit. “Ik heb meegemaakt dat een website soms een uur niet werkte voordat we een telefoontje kregen met de vraag of er iets aan de hand was.”

Papa zorgt voor wifi

Het is anders geworden, wil de medeoprichter maar ­zeggen. “Iedereen is afhankelijk van internet. IT-bedrijven, cloud-bedrijven en datacenters vormen het fundament van de samenleving.” Stevens vertelt dat hij zijn dochters van 19 en 15 vaak heeft geprobeerd uit te leggen was hij, zijn broer en de collega’s in het datacenter doen, maar dat blijft een uitdaging. “Papa zorgt ervoor dat het wifi werkt,” is de boodschap die dan blijft hangen. “Voor hen is internet vanzelfsprekend. Dat is de essentie van ons werk: die vanzelfsprekendheid garanderen.”

Maar vanzelfsprekendheid mag niet leiden tot onzichtbaarheid en onbekendheid. “Daarom zijn we niet alleen een van de initiatiefnemers geweest bij het oprichten van de Dutch Datacenter Association (DDA), maar ­deden we ook mee aan alle datacenterdagen, waarvan we dit jaar de negende editie beleven.” De directeur geeft aan dat het hem steeds weer verbaast dat mensen die midden in de IT zitten en er sterk van afhankelijk zijn nog nooit een datacenter van binnen hebben gezien. En dat ze niet weten wat erin gebeurt. Deze dag laat de bezoekers de zalen van het datacenter zien.”

Rob Stevens

Kennisdelen over datacenters

De Managing Director van DDA, Stijn Grove, was ook afgereisd naar Eindhoven. Voor hij zijn toespraak begon in het auditorium van het datacenter, vroeg Channel­Connect of het anno 2023 nog mogelijk zou zijn als mkb-­bedrijf een datacenter te starten, zoals de gebroeders Stevens voor de eeuwwisseling deden. “Je moet niet de ambitie hebben meteen een datacenter op hyper­scaler-formaat neer te zetten,” geeft Grove aan. “Maar een ­datacenter met een focus op colocatie, met persoonlijk contact in een regionale en wellicht ook verticale specialisatie, waar bijvoorbeeld bepaalde servers van klanten op een private floor staan, is zeker nog mogelijk.”

Stijn Grove wees de aanwezigen nadrukkelijk op het feit dat de bijeenkomst in een goed geoutilleerd auditorium kon plaatsvinden, midden in een datacenter. “Interconnect wil al vanaf de oprichting kennis delen over de praktijk van de datacenters en het belang van datacenters voor bijna elke Nederlander.”

Stevens gaf daar voorbeelden van. “Vodafone huurt hier ruimte, dus hun klanten bellen wellicht via servers in dit pand. Een grote bank huurt hier ook, dat maakt ­onder meer pintransacties nodig. En dankzij collega’s van ­andere datacenters kijken we Netflix of plannen routes in de auto.”

Een grote bank huurt hier ook, onder meer om pintransacties mogelijk te maken

Snelle groei

Uiteraard ging Grove in op het publieke debat. “Datacenters zijn nog steeds in het nieuws en het is vaak ­dezelfde riedel: stroomverbruik, watergebruik, lelijke grote gebouwen. Maar we zijn afhankelijk van deze centra voor de diensten die Stevens net noemde.” Overigens liet de datacenterdirecteur later die middag foto’s zien van het nieuwe datacenter van Interconnect langs de A2 bij Den Bosch, dat toch beslist niet als lelijk omschreven kan worden.

“En ook daar is ruimte voor uitbreiding, want al sinds 1995 weten we dat de vraag naar beschikbare ruimte altijd sneller groeit dan verwacht.” De data­centersector is nog steeds volop in ontwikkeling en beweging, en die trends brengt DDA jaarlijks naar buiten in een rapport dat Stijn Grove aan Rob Stevens overhandigde.

Datacenters zijn nog steeds in het nieuws en het is vaak ­dezelfde riedel: stroomverbruik, watergebruik, lelijke grote gebouwen.

Out-of-the-box denken

Vervolgens kreeg Carlo van de Weijer het woord. Hij is directeur van het EAISI (Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute) en ging in op de opmars van AI en applicaties als ChatGPT, die nogal wat rekenkracht vergen. “Veel mensen denken dat de opmars van AI zal leiden tot een enge toekomst en denken aan films die laten zien dat machines de wereld overnemen,” begon Van de ­Wijer zijn bijdrage. “We kunnen de ontwikkeling van AI niet stoppen, maar we kunnen ons er wel tegen ­wapenen.” De specialist verwachtte zeker wel dat bepaalde banen en functies overgenomen worden door steeds slimmere technologie. “Dat proces speelt al heel lang, er zijn nauwelijks bankmedewerkers meer of mensen die loonstrookjes invullen.” Het zijn de creatieve beroepen én de vakmensen die mooie dingen kunnen maken met hun handen waar vraag naar blijft. “AI is heel goed in het volgen van protocollen, in het binnen de lijntjes kleuren. Wij mensen zijn juist goed in out-of-the-box denken en wellicht het randje van de wet opzoeken, en daar ook even overheen gaan. Als we er zo tegenaan kijken maakt AI het leven veel leuker.”

Carlo van de Weijer

Met de groeiende groep ouderen in Nederland neemt de behoefte aan zorg toe. Maar het personeel in de ouderenzorg staat al flink onder druk. IT-oplossingen moeten voor een deel voor verlichting kunnen zorgen. Zorgverlener Magentazorg zocht en vond hulp bij Huawei en Evresys.

Magentazorg levert ouderenzorg aan huis en in verpleeghuizen, en zorgt voor revalidatie en behandeling. De zorginstelling onderzoekt al geruime tijd technologische ontwikkelingen die de zorg kunnen verbeteren. Om efficiënter te kunnen werken én om te zorgen dat cliënten zo lang mogelijk zelf regie kunnen blijven voeren over hun eigen leven.

Edwin Dupon, directeur verpleeghuiszorg Magentazorg: “Een groot dagelijks pijnpunt was dat we niet wisten waar een bewoner was die had gealarmeerd. Daardoor kostte het ons soms veel tijd om die bewoner te vinden. Dit is nu opgelost met een alarmknop van Evresys die werkt via de nieuwe infrastructuur van Huawei. De bewoners dragen deze alarmknop om de hals of pols. De melding daarvan komt, net als alle andere alarmen, binnen op de telefoons van de zorgverleners. We zien dan direct waar een bewoner is.”

Leefcirkel

Voor bewoners die zelfstandig van de woongroep af kunnen of naar buiten kunnen met een afgebakende wandelzone, worden leefcirkels gecreëerd. Zulke leefcirkels worden veel toegepast in de ouderenzorg en verpleeghuizen, bijvoorbeeld voor dementerende ouderen. Afhankelijk van iemands mogelijkheden wordt een persoonlijke leefcirkel bepaald. Met behulp van gps zijn bewoners te volgen. De oplossingen geven alle data realtime door, waardoor de medewerkers van Magentazorg altijd de meest accurate informatie hebben. De IT-afdeling kan de wearables ook op afstand instellen, waardoor de beheersbaarheid erg eenvoudig is.

Met de alarmering en leefcirkel-functionaliteit kan Magentazorg voldoen aan de zorgvraag van de bewoners. “Maar geen bewoner is hetzelfde en soms is er meer nodig”, zegt Dupon. Met het brede aanbod aan zorgdomotica van Evresys kunnen we makkelijk inspelen op deze specifieke zorgvragen. Doordat deze domotica via onze Huawei-infrastructuur ontsloten wordt, kunnen we die direct inzetten.”

Erik Kok, Manager bij Magentazorg: “Mede dankzij de inzet van Huawei en Evresys kunnen we onze medewerkers efficiënter inzetten, vooral in de nacht. Met minder mensen bereiken we zelfs meer. Zo zijn de valincidenten van onze cliënten enorm verminderd, omdat we niet meer elke nacht alle kamers hoeven af te gaan.”

 

Sinds 1 april is Paul van Boerdonk Managing Director bij IT-dienstverlener Claranet Benelux. De afgelopen jaren groeide het internationale bedrijf flink, onder meer door overnames. “Deze onderneming maakt echt impact.”

Om bij het gloednieuwe kantoor van Claranet in Eindhoven te komen, reden we eerst verkeerd en belandden we op een parkeerplaats die gereserveerd was voor ASML. Aangekomen bij het lichte en moderne pand van de dienstverlener blijken ook daar de nodige parkeervakken voor de chipmachinebouwer gereserveerd te zijn. Is ASML de nieuwe mastodont in het zuiden des lands? Wellicht, maar de nieuwe Managing Director voor de Benelux bij Claranet, de op 1 april in dienst getreden Paul van Boerdonk, werkte tot voor kort voor die andere Eindhovense gigant: Philips. “Ik heb, zoals dat vaker gaat bij Philips, een mooi carrière-pad gevolgd binnen de onderneming en er veel van geleerd voor de rest van mijn loopbaan”, geeft Van Boerdonk aan.

Hij werkte de afgelopen 8,5 jaar voor de voormalige gloeilampenfabrikant en zijn functies bewogen mee met de transformatie die Philips doormaakte. Naar eigen zeggen had de nieuwe Claranet MD daar een mooie en leerzame tijd. “Je kon daar op dat moment echt het verschil maken. Het heeft altijd impact als je jouw bedrijfsonderdeel en de mensen met wie je werkt, kunt laten groeien.”  In zijn laatste functie, de afgelopen 2,5 jaar, stuurde Van Boerdonk de echografie business aan, zowel commercieel als klinisch. “Dat was een mooie en uitdagende opdracht, midden in de coronaperiode waar we ons goed doorheen hebben gewerkt. Echter, naarmate ik langer bij Philips werkte, realiseerde ik me dat ik graag eens bij een kleinere organisatie wilde werken waar ik mezelf meer autonoom verder kon ontwikkelen in een technologische en innovatieve branche.”

Belangrijke branche

De functie bij Claranet bleek in het plaatje te passen dat Van Boerdonk als ideaal zag: tussen de 1.000 en 10.000 medewerkers, in een branche die ertoe doet. Veel autonomie als leidinggevende van de Benelux-divisie, maar toch ook onderdeel van een bedrijf dat met een jaaromzet van 600 miljoen euro en ruim 3.000 medewerkers een stevige internationale partij is.

“De doelstelling is gelegen in het feit dat niemand zonder IT kan”, geeft Van Boerdonk  aan. “Het is een sector die ertoe doet. Soms zijn we onszelf niet voldoende bewust hoe IT onze dagelijkse activiteiten thuis en op het werk beïnvloedt, maar de medewerkers die ik de afgelopen weken heb leren kennen, zijn hier heel duidelijk in. Ze hebben passie voor het vak, ze leven en ademen innovatie en IT. Dat is een prachtig gegeven en een mooie basis om op verder te bouwen. Daarnaast zijn er enorme kansen omdat wij internationaal opereren. Hierdoor kunnen we innovaties en kennis vanuit andere landen inzetten en lokaal een loyale partner zijn voor onze klanten. Het gaat erom de uitdagingen van onze klanten weg te nemen en hen te laten profiteren van onze kennis en technologie. Op deze manier zijn we wendbaar en innovatief tegelijk en kunnen we inspelen op de veranderende vraag van de markt. Het vertrouwen dat we van de klant krijgen en waarmaken, is onze drijfveer.”

Het vertrouwen dat we van de klant krijgen en waarmaken, is onze drijfveer

Vertrouwen is de basis voor Claranet

Naast de IT-branche in het algemeen en de omvang en activiteiten van Claranet in het bijzonder, sprak ook de betrokkenheid van de directie in Londen Van Boerdonk direct aan. “De internationale directie kwam meermaals naar Nederland om echt kennis met me te maken. Dat vond ik beslist een teken van vertrouwen.” Sterke betrokkenheid van die directie zou autonomie van het team in Eindhoven in de weg kunnen staan, maar zo ervaart Van Boerdonk het niet. “Natuur­lijk zijn er kaders, bijvoorbeeld bij het doen van een overname, maar verder kunnen we met eigen beleid inspelen op de lokale uitdagingen. Daarbij kunnen we dan natuurlijk profiteren van de kennis en ervaring van de organisatie die immers in veel landen actief is.” Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is de Cyber Security Business Unit die Claranet een aantal jaar geleden opzette, waarbij gebruik gemaakt wordt van internationale teams. “Mooi is ook de fase waarin het bedrijf zich bevindt. Er is sprake van sterke groei en doorontwikkeling. Sommige landen groeien heel hard, andere landen staan aan het begin van een dergelijke versnelling. We kunnen hier, zeker ook naar onze klanten, impact maken.”

Talent binden

Van Boerdonk stapt op een bijzonder moment in: corona is weliswaar voorbij, maar de oorlog in Oekraïne volgde er meteen op. Er is onrust op de financiële markten en de arbeidsmarkt is enorm krap. “Laat ik met dat laatste item beginnen”, reageert de Managing Director. “De arbeidsmarkt is een uitdaging voor iedereen, voor elke sector en zeker als je IT’ers zoekt in de omgeving van Eind­hoven.” Aan de andere kant is het ook een kans. “De schaarste zorgt er ook voor dat ondernemingen zich willen richten op hun core-activiteiten en hun IT uitbesteden, daar springt Claranet op in.” Dat zorgt er ook voor dat de medewerkers aan interessante klussen kunnen werken.

“Daarmee trek je niet alleen talent, maar kun je ze ook langer boeien en binden. Naast klanttevredenheid en financiële successen, vind ik het enorm belang­rijk dat mensen werken met ple­zier en zichzelf kunnen ontwikkelen. Het gros van je leven mag je wer­ken, maak daar dan alsjeblieft een mooie en leerzame periode van. Arbeidsvoorwaarden en trainingen zijn belangrijk en die moeten goed zijn, maar een team dat voor elkaar door het vuur gaat, elkaar steunt in moeilijke tijden en successen viert, is onoverwinnelijk. Dat maakt ons  de Claranet-familie.”

De personeelsschaarste zorgt er ook voor dat ­ondernemingen zich willen richten op hun core-­activiteiten en hun IT uitbesteden, daar springt ­Claranet op in

Het andere punt ‘onrust op de financiële markten’ ziet hij als een kans voor het bedrijf. “In tegenstelling tot veel andere bedrijven, zijn wij nog steeds en private onderneming,  eigendoom van de oprichter Charles Nasser. Dit betekent dat we gezonde eigen middelen hebben en minder last hebben van bijvoorbeeld de rentestijgingen. Wij zitten echt voor lange termijn in de wedstrijd, met een stabiele en gezonde groei.”

Groei bij security en meer

“Als je echt inzoomt op waar ondernemingen qua IT nu behoefte aan hebben, dan valt natuurlijk cybercriminaliteit op. Er liggen kansen voor een bedrijf als Claranet bij het veilig houden van gegevens. Op dat gebied hebben we echt hele mooie diensten. Met, zoals gezegd, een eigen business unit die volop potentie heeft om te groeien.” De zorg voor IT wegnemen is meer dan ooit een uitdaging voor ondernemingen en daarmee een kans voor IT-dienstverleners. Claranet heeft een enorm stevig fundament als netwerk- en cloudpartij.  De kracht van de organisatie is dat ze meebewoog met de vraag van de klant en de innovatie die plaats heeft gevonden binnen de IT.”

Dit meebewegen met de markt zorgt ook voor keuzes in portfolio en expertise. “We hebben een eigen datacenter in Eindhoven gehad, maar heel bewust de keuze gemaakt om hier afscheid van te nemen. Een eigen datacenter was niet duurzaam meer en met oog op de toekomst is er toen gekozen voor een cloud­oplossing.”

Naast het eigen cloudplatform heeft Claranet de hoogste accreditatie voor zowel AWS, Google Cloud als Microsoft Azure. “Dat combineren we met onze digitale werkplekken en een netwerk dat zich ver over onze landsgrenzen uitstrekt, waardoor we letterlijk een grenzeloze IT-beleving kunnen geven aan onze klanten. Ons complete portfolio, dat we wereld­wijd kunnen leveren, is dan precies de meerwaarde waar onze klanten echt van profiteren.”

Continu innoveren, inspelen op markt- en technologische trends en goed samenwerken met de klant zijn fundamenten van onze organisatie

Zo wil Claranet zich ontwikkelen van ‘één van de IT-leveranciers’ naar de positie van ‘IT-partner’. “Onze insteek is dat we dat vertrouwen moeten terugbetalen waardoor we in beweging blijven. Continu inno­veren, inspelen op markt- en technologische trends en goed samen­werken met de klant zijn fundamenten van onze organisatie geworden.”

Kansen bij verticals

Van Boerdonk ziet voor de na­bije toekomst meerdere kansen voor Claranet Benelux. “Allereerst hebben we al sterke verticals, zoals wo­ningbouwcorporaties, accountancy en industrie. Daarin willen we nog sterker worden.” Daarnaast ziet hij kansen bij het partneren met ISV’s. “Dat doen we al, maar daar is beslist nog ruimte voor groei.”

Ook noemt hij Cyber Security. “In 2025, zo is de verwachting, zal wereldwijd één persoon meer dan tien apparaten aan het internet gekoppeld hebben. Sterker nog, terwijl jij dit artikel leest, wordt er iedere 11 seconden een organisatie getroffen door een cyberaanval. Onze doelstelling is duidelijk, dit moeten we en willen we voorkomen door de inzet van technologie en innovatie, een sterk portfolio en gecertificeerde medewerkers met passie voor de branche.”

Clarabel Internet

Charles Nasser startte in 1996 een onderneming in Londen. Hij was al langer werkzaam als consultant, maar tijdens een vakantie in Frank­rijk besloot hij voor zichzelf te beginnen in een nieuwe en veelbelovende sector: internet. Zijn onderneming wist niet alleen de .com crisis aan het begin van deze eeuw te overleven, maar het bedrijf groeide ook fors. Onder meer door overnames. Zo begonnen ook de activiteiten in de Benelux, namelijk na de overname van een hostingbedrijf. Toen Nasser besloot een bedrijf te starten moest hij een naam verzinnen. Zijn oog viel op de naam van het gebouw waar hij op dat moment zijn kantoor hield: Clarabel House. Nasser, nog steeds de CEO, zegt er zelf over: “Ik hoopte dat mijn bedrijf ooit groot genoeg zou zijn om zo’n compleet pand te vullen.” Omdat Clarabel Internet niet lekker klonk, korte hij de naam in tot Claranet.

Steeds meer serviceproviders profiteren van de kracht van de software van TOPdesk, en van de unieke positie van het bedrijf als marktleider in Nederland. Msp’s verhogen er hun business productivity mee. “Onze tool wordt gebruikt voor stroomlijnen van processen op de servicedesk, met als doel het bieden van de allerbeste klantbeleving.”

TOPdesk is een Nederlands bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in het leveren van Service Management software voor bedrijven en organisaties. “Het begon in de jaren 90 allemaal op een zolderkamer in Delft. Onze oprichters zagen dat IT-afdelingen werden overspoeld met vragen en hierdoor het overzicht kwijtraakte, en dat software hierbij kon helpen,” legt Thijs van der Meer, Business Unit Director voor de business unit MSP & ISV bij TOPdesk, uit. “Maar we hebben ons inmiddels ontwikkeld tot de marktleider in bijna alle sectoren van de Nederlandse markt.” TOPdesk heeft in Nederland meer dan 3000 klanten, met grootste focus op het mkb.

Dit maakt dat TOPdesk een unieke positie heeft voor msp’s, aangezien veel van hun klanten ook TOPdesk gebruiken. Zo kunnen processen eenvoudig geïntegreerd worden, wat leidt tot een betere beleving voor klant en leverancier. Een mkb-organisatie of bijvoorbeeld een overheidsorganisatie heeft namelijk zelf ook een servicedesk voor hun eerstelijns support. Zij ontvangen meldingen via de eigen TOPdesk-omgeving, maar kunnen escaleren naar de msp voor het specialistische support. Van der Meer: “We zetten steeds meer in op het eenvoudig integreren van verschillende TOPdesk omgevingen. We willen echt aanjager worden van ketenintegratie.”

Mede hierdoor groeit TOPdesk in één segment nog fors: dat van de managed service providers en independend software vendors. “We hebben op dit moment in Nederland ruim 400 msp’s als klant en dat aantal groeit gestaag, onze propositie slaat goed aan,” geeft Celine Dielissen, Sales Manager MSP’s en ISV’s bij TOPdesk, aan.

Best of breed

Dielissen gaat nader in op de propositie van TOPdesk voor dit marktsegment. “Wij bieden, zoals dat heet, een best of breed oplossing.” De Sales Manager wil daarmee zeggen dat TOPdesk een product aanbiedt dat uitblinkt in Service Management, volgens ITIL standaarden. “We leveren nadrukkelijk geen facturatiepakket of RMM-tool.” Uiteraard integreert TOPdesk wel met andere oplossingen die juist die aspecten van de business van een msp adresseren.

“Die propositie wijkt af van die van sommige andere tooling leveranciers, die een best of suite oplossing bieden.” In dat geval wordt een breed en samenhangend cluster aan producten verkocht maar het Service Management gedeelte is dan niet zo uitgebreid als de software van TOPdesk. “De visie van TOPdesk is daarom: selecteer best of breed tools die uitblinken in hun domein, om zo een compleet IT landschap neer te zetten waarmee je je als msp echt kunt onderscheiden in je service.”

Klantbeleving

Bij msp’s die de oplossing van TOPdesk gebruiken, gaat elke vraag die gesteld wordt door hun eindklanten, op een of andere manier door TOPdesk heen. “Qua techniek wordt het steeds lastiger om je te onderscheiden als msp. Daarom ligt de focus vaker op de service eromheen, de totale klantbeleving dus. Onze best practice hiervoor heeft zich inmiddels bewezen. We zijn een goede match voor msp’s die een gespecialiseerd pakket zoeken om uit te blinken in Service Management.” Natuurlijk moet hiervoor wel de basis op orde zijn. Ook voor het borgen van bijvoorbeeld SLA’s kunnen msp’s vertrouwen op de tooling van TOPdesk. Dielissen: “Wij maken het mogelijk dat ze hun servicelevel agreements met hun klanten nakomen.”

De focus ligt steeds meer bij de totale klantbeleving; daarmee kun je je onderscheiden als msp

XLA’s

Toch zijn SLA’s niet meer heilig, zien Van der Meer en Dielissen. “Voorheen had je een enorme lijst van alles wat je wilt meten. En dat werd vastgelegd. Vervolgens was het simpel: alle stoplichten in het dashboard staan op groen, dus het gaat goed.” Nu wordt veel meer gestuurd op de hele ‘experience’ van een klant. Hiervoor sluiten steeds meer msp’s een XLA (Experience Level Agreement) af met hun klanten. “En hier kunnen wij bij helpen. Omdat bijna alle vragen en verzoeken van klanten door onze software heen gaan, kunnen wij helpen de beleving voor de klant te verbeteren.”

Msp’s interessant voor TOPdesk

Tijdens het gesprek dat ChannelConnect in het kantoor van TOPdesk in Delft had, blijkt dat ook vanuit het perspectief van deze software-aanbieder de msp-markt rumoerig is. “Je ziet nieuwe partijen ontstaan met een steeds bredere dienstverlening. Er is beslist ook sprake van overnames en consolidatie, maar aan de andere kant groeit het aantal ondernemingen dat kijkt naar vormen van IT-outsourcing ook nog steeds. Dat maakt het een groeimarkt, wat uitdagend, maar ook heel interessant voor ons is.” meldt Van der Meer.

Nederlandse leverancier

TOPdesk is een Nederlands bedrijf uit Delft en bestaat meer dan 25 jaar. “Tijdens de oprichting was de wereld van Service Management nog vrij onvolwassen,” zegt Thijs van der Meer. Deze is hierna enorm veranderd en TOPdesk is hier natuurlijk in meegegroeid, maar in de basis doet onze software nog steeds hetzelfde: het werk makkelijker en leuker maken voor supportafdelingen en hun klanten.” Dit slaat nog altijd goed aan: TOPdesk heeft wereldwijd meer dan 5000 klanten waarvan meer dan 3000 in Nederland en dit aantal groeit nog steeds. Inmiddels heeft het bedrijf 14 kantoren wereldwijd, met meer dan 1000 medewerkers.

In september deed de Autoriteit Consument en Markt voorstellen om het klanten van cloud-­services eenvoudiger te maken diensten van meerdere platforms te combineren. Ook moeten bedrijven eenvoudiger van cloudleverancier ­kunnen wisselen. Het advies is een nieuw hoofdstuk in een al ­decennialang lopende ergernis: systemen die niet compatibel zijn. Eerst speelde het probleem ­tussen hardware van verschillende fabrikanten; na de brede adoptie van Microsofts producten werd dat lange tijd versmald tot het niet kunnen delen van applicaties tussen Apple devices en pc’s. Ook nu nog staat hardware die iOS ondersteunt tegenover Android.

Device lock-in

Het probleem is echter veel ouder: begin jaren zestig was niet alleen sprake van een vendor lock-in, maar zelfs van een device lock-in. Programma’s konden maar op één apparaat gebruikt worden. Je moest het herschrijven als je van dezelfde ­fabrikant gelijke hardware kocht. Frederick Brooks, die afgelopen maand overleed, bracht daar verandering in. Hij kwam met het baanbrekende idee van uniforme computer­architecturen. De computerwetenschapper speelde begin jaren zestig een sleutelrol in de ontwikkeling van mainframes bij IBM. Daar nam hij de ontwikkeling van de System/360-familie en het bijbehorende besturingssysteem OS/360 over. In 1964 introduceerde IBM, dankzij Brooks, een lijn van zes compatibele machines met Model 360 als besturingssysteem. Software die voor deze ­systemen was geschreven, kon voor het eerst worden gebruikt op alle appraten in deze serie ­computers.

Vertraging softwareproject

Het systeem was bij lancering bepaald niet zonder fouten – ook dat fenomeen heeft een lange historie. De directie van IBM deed een dringend beroep op de programmeur vol te houden en de klus af te maken. Dat was een fors project: tussen 1963 en 1966 investeerde het bedrijf er ongeveer 5.000 mensjaren in. Het leidde vervolgens niet alleen tot decennia­lange dominantie van IBM in de mainframewereld, maar ook tot een ander inzicht van Brooks dat tot op de dag actueel is: als een softwareproject vertraging oploopt, los je dat niet op door meer mensen op het project te zetten. Daarmee wordt de vertraging namelijk alleen maar groter, was de ervaring van de Amerikaan. Hij gaf de voorkeur juist aan ‘kleine chirurgische teams’. Zonder daarmee overigens het werk van een programmeur te willen vergelijken met de soms levensreddende ingrepen van chirurgen, Voor Brooks waren IT’ers de bouwers van het gereedschap dat anderen ­konden gebruiken.