In moderne organisaties zijn vergaderruimtes het kloppend hart van samenwerking geworden. Met hybride werkmodellen en steeds meer videomeetings is de druk op deze digitale omgevingen groter dan ooit. Maar waar de techniek steeds geavanceerder wordt, nemen ook de risico’s toe. Data-lekken, ongeautoriseerde toegang en onveilige netwerken kunnen gevoelige informatie in gevaar brengen. Veiligheid in vergaderruimtes is daarom niet langer optioneel, maar een essentieel onderdeel van de digitale werkplek.

Volgens het recente IDC-rapport Securing Collaboration: A Strategic Roadmap for Modern Workspaces is beveiliging tegenwoordig de belangrijkste aankoopfactor bij unified communication- en collaboratieoplossingen. Meer dan de helft van de organisaties (50,8%) noemt security als topprioriteit bij de keuze voor vergadertechnologie, tegenover nog geen 40% enkele jaren geleden.

Die verschuiving is begrijpelijk. Een moderne vergaderomgeving bestaat uit een samenspel van hardware, software, netwerkverbindingen en persoonlijke apparaten. Elk onderdeel kan een potentiële ingang vormen voor hackers.  Zeker nu hybride werkvormen grenzen doen vervagen tussen kantoor en thuisnetwerk, groeit de noodzaak voor geïntegreerde beveiliging.

Kwetsbaarheden in het hybride landschap

Cybercriminelen richten zich steeds vaker op collaboratieplatforms. Onveilige wifi-netwerken, verouderde firmware en ongepatchte apparatuur vormen laagdrempelige doelwitten. Ook menselijk gedrag speelt mee: zodra beveiliging als hinderlijk wordt ervaren, zoeken medewerkers creatieve maar onveilige omwegen om de corporate tools te omzeilen.

IDC noemt ‘blootstelling aan hackers’ de grootste zorg binnen flexibele werkmodellen, gevolgd door ontbrekende updates en onveilige persoonlijke apparaten. Het is een indicatie dat beveiliging niet kan worden overgelaten aan gebruikersdiscipline alleen. Technologie moet bescherming standaard meeleveren.

Secure-by-design als basisprincipe

De oplossing ligt volgens het rapport in een secure-by-design benadering. Daarbij wordt beveiliging niet als losse laag toegevoegd, maar vanaf het begin geïntegreerd in het ontwerp van systemen en processen. Denk aan ingebouwde encryptie, multifactor-authenticatie, automatische updates en instellingen die passen binnen de zero-trustprincipes.

Zo’n aanpak voorkomt dat gebruikers zelf ingewikkelde maatregelen moeten nemen en minimaliseert de kans dat iemand bewust of onbewust beveiligingscontroles omzeilt. Het resultaat is een veilige, maar tegelijk soepele samenwerkingservaring.

Leveranciers als Barco, bekend van de ClickShare-systemen, volgen dat principe door beveiliging standaard op te nemen in het productontwerp. ISO 27001-certificering, regelmatige firmware-updates en dataversleuteling zijn voorbeelden van hoe secure-by-design in de praktijk vorm krijgt.

Compliance als graadmeter voor vertrouwen

Veiligheid gaat verder dan techniek alleen. Organisaties moeten kunnen aantonen dat hun werkomgeving voldoet aan internationale normen en regelgeving, van AVG tot ISO/IEC 27001. IDC benadrukt dat compliance niet alleen een verplichting is, maar ook een concurrentievoordeel kan opleveren. Bedrijven die hun beveiliging en privacy aantoonbaar op orde hebben, bouwen sneller vertrouwen op bij klanten en partners.

Daarom kiezen steeds meer organisaties voor oplossingen die certificering en regelmatige audits standaard meenemen. Het voorkomt juridische risico’s en helpt om consistent te blijven in beleid, zeker bij hybride of internationale samenwerking.

Een opvallende bevinding uit het onderzoek is dat beveiligingsbeslissingen rond vergaderruimtes vaak niet door IT-teams worden genomen, maar door facility- of procurementafdelingen. Terwijl nu juist IT-specialisten de kennis hebben om risico’s goed te beoordelen en integratie met bestaande infrastructuur te waarborgen.

Daar komt bij dat veel organisaties moeite hebben om gekwalificeerd securityexperts te vinden. Vooral grotere bedrijven rapporteren een tekort aan cybersecurity-talent. Dat maakt het extra belangrijk om samen te werken met technologiepartners die veiligheid niet als bijzaak zien, maar als onderdeel van het product-DNA.

Gelaagde bescherming in de praktijk

Een veilige vergaderruimte vraagt om een combinatie van maatregelen. IDC onderscheidt onder meer:

  • Authenticatie en encryptie: sterke verificatie en end-to-end-encryptie voorkomen dat ongeautoriseerde partijen toegang krijgen.
  • Regelmatige updates: automatische firmware- en software-updates dichten bekende kwetsbaarheden.
  • Data-bescherming: gegevens moeten veilig zijn, zowel tijdens verzending als in opslag.
  • Privacy-by-design: metadata en gebruikersinformatie blijven binnen de gecontroleerde bedrijfsomgeving.
  • Zero trust: er wordt nooit blind vertrouwd op gebruikers of apparaten, elk verzoek tot toegang wordt gecontroleerd.

Door deze lagen te combineren ontstaat een robuust geheel dat bestand is tegen zowel technische als menselijke fouten.

Van risico naar continu proces

Beveiliging is geen eenmalig project, maar een voortdurend proces van meten, verbeteren en aanpassen. IDC adviseert organisaties om hun risico’s systematisch in kaart te brengen: waar zitten de zwakke plekken in apparaten, netwerken en datastromen? Vervolgens kunnen bedreigingen worden geprioriteerd en kan beleid worden afgestemd op veranderende omstandigheden.

Daarbij helpt het om duidelijke verantwoordelijkheden vast te leggen. Security is niet uitsluitend een taak van IT, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van technologiepartners, leveranciers en gebruikers. Regelmatige audits en bewustwordingsprogramma’s versterken die gezamenlijke aanpak.

Een belangrijk uitgangspunt van beveiliging in vergaderruimtes is dat het gebruiksgemak niet mag lijden onder extra maatregelen. Zodra beveiliging de workflow hindert, zoeken medewerkers uitwegen die juist risico’s vergroten.

Secure-by-design oplossingen nemen die frictie weg. Ze bieden één veilige en gestroomlijnde manier van werken, waardoor gebruikers niet in de verleiding komen om beveiliging te omzeilen. Zo blijft productiviteit behouden zonder concessies aan veiligheid.

Vooruitdenken in een veranderend landschap

De regelgeving rond digitale veiligheid evolueert snel. Naast Europese kaders als NIS2 en de AI-wet komen er wereldwijd nieuwe normen bij voor dataprivacy en digitale verantwoordelijkheden. Organisaties die hun meeting-infrastructuur hier nu al op afstemmen, voorkomen dure aanpassingen in de toekomst.

Investeren in toekomstbestendige oplossingen loont dus dubbel: het verkleint de kans op incidenten én versterkt de reputatie als betrouwbare partner.

Vergaderruimtes zijn uitgegroeid tot strategische hubs binnen de digitale werkplek. Ze verbinden teams, klanten en partners, maar kunnen ook een zwakke schakel worden als beveiliging niet structureel wordt meegenomen.

Wie inzet op security-first technologie, regelmatige updates en duidelijke governance, creëert een omgeving waarin samenwerking veilig én efficiënt blijft. De vraag is dan ook niet meer of meeting-room-security belangrijk is, maar hoe volwassen de beveiliging van de eigen vergaderruimtes werkelijk is.

Voor meer informatie over Barco ClickShare klik hier.

Tijdens MSP GLOBAL deelt Ben Lee, Head Nerd bij N-able, een nuchtere kijk op de opmars van Microsoft Copilot. Volgens hem ligt de echte uitdaging voor msp’s niet in de technologie zelf, maar in het begrijpen van wat er onder de motorkap gebeurt. ChannelConnect is als mediapartner aanwezig bij het event om de belangrijkste inzichten uit de internationale msp-gemeenschap te delen.

ChannelConnect is mediapartner van MSP GLOBAL, dat dit najaar in Reus (Spanje) plaatsvindt. Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang tot de beurs! Zie onderaan dit artikel.

Sinds de introductie van Microsoft 365 Copilot lijkt het alsof elke organisatie “iets met AI” moet. Maar wie de tool zonder voorbereiding inschakelt, neemt een risico, waarschuwt Lee. Copilot is geen generieke chatbot, maar een verzameling van geïntegreerde assistenten die in verschillende omgevingen opereren – Word, Teams, Excel, Outlook. Elke variant heeft zijn eigen “persoonlijkheid”, zoals Lee het noemt, en gedraagt zich anders afhankelijk van de context waarin je werkt.

“Copilot krijgt geen extra rechten,” zegt hij. “Het werkt alleen binnen bestaande permissies. Als er SharePoint-sites of Teams-kanalen te breed gedeeld zijn, wordt dat via Copilot zichtbaar. Je ziet dus niet meer, maar anders.” Voor msp’s betekent dat: eerst de basis op orde brengen, dan pas automatiseren.

Data, permissies en context

Het onderscheid tussen de gratis en betaalde varianten van Copilot vervaagt snel. De gratis versie helpt bij algemene taken, de betaalde kan dieper in de tenant kijken – mits de juiste toegang is ingesteld. Juist daar ligt volgens Lee de toegevoegde waarde van msp’s: klanten helpen hun datastructuur en toegangsrechten te herzien voordat Copilot aan het werk gaat.

Lee noemt permissiebeheer de échte grens van AI-toepassing. Een gebruiker kan alleen samenvatten of analyseren wat hij of zij al mocht zien. Dat klinkt logisch, maar in veel organisaties zijn oude rechten nooit opgeschoond. Zodra Copilot daar context over creëert, komen die verborgen kwetsbaarheden aan het licht.

Microsoft voegt in hoog tempo functies toe. Een van de opvallendste is Copilot Notebooks, waarmee gebruikers eigen databronnen kunnen combineren en daar contextuele vragen over stellen. Volgens Lee biedt dat msp’s praktische kansen: “Je kunt bijvoorbeeld oude tickets of supportmails in een notebook stoppen, zodat Copilot leert hoe klanten het liefst worden aangesproken.”

Die snelle ontwikkeling vraagt om voortdurende alertheid. Wat vandaag een premiumfunctie is, kan morgen in de gratis laag belanden – of juist verdwijnen achter een nieuwe licentie. Lee: “De roadmap van Microsoft is beweeglijk. MSP’s die hun dienstenmodel niet meebewegen, lopen het risico klanten te verliezen aan partijen die wél up-to-date blijven.”

Van dirigent tot data-architect

Lee vergelijkt de rol van msp’s met die van een dirigent: Copilot en de verschillende AI-agents zijn de instrumenten, maar het is aan de dienstverlener om ze in harmonie te laten spelen. “Je kunt de technologie niet zomaar zijn gang laten gaan,” zegt hij. “Je moet bepalen welke data wanneer beschikbaar is en hoe dat aansluit bij de bedrijfsdoelen van je klant.”

De volgende stap in die evolutie is volgens Lee de opkomst van geagenteerde AI: gespecialiseerde agents die met specifiek afgebakende datasets werken. Die trend maakt het voor msp’s nog belangrijker om datastromen te begrijpen en governance-modellen te bouwen waarin AI veilig kan opereren.

Lee herinnert aan eerdere Microsoft-ervaringen, zoals Delve, waarbij plotseling informatie zichtbaar werd die nooit bedoeld was om breed gedeeld te worden. De les: een nieuwe tool zonder governance-kader leidt snel tot datalekken of reputatieschade. Hij raadt aan om vóór implementatie de permissies grondig te auditen en eventueel SharePoint Advanced Management of vergelijkbare tools te gebruiken.

Van tool naar strategie

De rode draad in Lee’s verhaal: Copilot is geen doel op zich, maar een middel dat regie vraagt. De toegevoegde waarde voor klanten ontstaat pas als msp’s helpen de interne processen, rechten en dataflow goed te structureren. Zonder dat fundament levert Copilot vooral verwarring op.

Tegelijk biedt de technologie nieuwe kansen. Wie Copilot inzet als startpunt voor betere data-hygiëne, gebruikersadoptie en training, positioneert zich niet alleen als beheerpartner, maar als strategisch adviseur. Voor msp’s is dat een logische volgende stap – van uitvoerder naar orkestrator van de digitale werkplek.

Bron: MSP GLOBAL

Je kunt de presentatie van Ben Lee zelf bijwonen op MSP GLOBAL, op woensdag 22 oktober om 15:00. Als mediapartner biedt ChannelConnect gratis toegang tot het event. Klik hier.

Infokader

MSP GLOBAL 2025

  • MSP GLOBAL vindt plaats op 22 en 23 oktober 2025 in Reus, Spanje.

  • Het evenement brengt meer dan 3.500 internationale msp’s, distributeurs en vendoren samen.

  • ChannelConnect is als mediapartner aanwezig en doet verslag met een serie achtergrondartikelen.

  • Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang met promo-code S59YdxzN (normale prijs €399). Registreer via deze link.

BRANDED CONTENT

BusinessCom introduceert dit najaar een bijzondere spaaractie voor al haar resellers in de Benelux. Met de ‘Dress Up Incentive’ kunnen business partners punten verdienen bij de verkoop van hardware en diensten van diverse topvendoren. Deze punten worden omgezet in waardecheques waarmee het personeel van resellers kan shoppen voor exclusieve kleding bij Estivo Moda in Veghel.

Breed portfolio, maximale keuze

De kracht van de actie ligt in het brede en complete portfolio van BusinessCom. Resellers kunnen punten sparen met producten en diensten van twaalf verschillende vendoren, waaronder Alcatel-Lucent Enterprise, Jabra, NETGEAR, Zoom en My-Connect oplossingen. “Hoe meer je op verschillende onderdelen zaken doet met BusinessCom, hoe groter het shopping budget dat je bij elkaar spaart”, zegt Pieter van Eldonk van BusinessCom.

De spaarincentive loopt van 1 oktober tot en met 15 december 2025.

Spaarmogelijkheden per vendor

De spaaractie biedt diverse mogelijkheden:

  • Alcatel-Lucent Enterprise: 3-jarige supportcontracten
  • ClearVox: nieuwe licenties My-Connect Nexxt
  • Intermedia: nieuwe licenties My-Connect Elevate
  • Jabra: headset- en video-oplossingen
  • Ascom: DECT-handsets
  • NETGEAR: punten voor 55 producten
  • Xelion: nieuwe licenties My-Connect Xelion
  • Aurora Innovation: nieuwe licenties My-Connect teleQ
  • Spectralink: extra punten op de Ready-for-Teams-Bundel
  • Gigaset: groot deel van het portfolio
  • My-Connect KPN Zakelijk: nieuwe mobiele aansluitingen
  • My-Connect Telepo: nieuwe licenties
  • Zoom: licenties in combinatie met SIP Trunks van My-Connect

Extra bonusmomenten

Naast de standaard spaarmogelijkheden kunnen resellers extra punten verdienen rond Black Friday en door deelname aan het BusinessCom Partner Event in december. Elke verdiende punt staat voor één euro shoptegoed bij Estivo Moda.

Exclusieve shopping ervaring

In maart 2026 kunnen partners op afspraak met hun verdiende tegoed shoppen bij Estivo Moda, dat luxe merkkleding voert van onder andere Zanone, Ralph Lauren, C.P. Company, Corneliani, Profuomo en Sartoria. Van het shopmoment wordt uiteraard een feestje gemaakt.

Transparantie en motivatie

Business partners kunnen hun puntensaldo en behaalde punten per vendor realtime volgen via hun account in de BusinessCom webshop. Om resellers extra te stimuleren geldt een ondergrens van 250 punten voor het verkrijgen van shoptegoed. Periodiek ontvangen partners een tussenstand per e-mail.

“Deze actie is bedoeld om onze resellers extra te motiveren en te belonen voor hun verkoopinspanningen dit najaar,” zegt Pieter van Eldonk van BusinessCom. “Door het brede portfolio kunnen partners op meerdere fronten punten verdienen en bouwen aan een substantieel shopping budget.”

De Dress Up Incentive geldt voor de gehele Benelux en loopt van 1 oktober tot en met 15 december 2025.

BRANDED CONTENT

Met de introductie van Total MDR zet WatchGuard Technologies een belangrijke stap in de richting van geautomatiseerde, schaalbare cybersecurity voor het mkb. De nieuwe dienst biedt managed service providers (MSP’s) een volledig geïntegreerde, AI-gedreven detectie- en responsoplossing via één enkel platform. In een gesprek met Corey Nachreiner, Chief Security Officer van WatchGuard, wordt duidelijk dat Total MDR niet alleen technologisch interessant is, maar ook een strategische uitbreiding van WatchGuard’s visie op security en dienstverlening via het indirecte kanaal.

Van endpoint naar volledige security

MDR (Managed Detection and Response) begon oorspronkelijk als een manier om endpoint security te beheren en uit te besteden. Inmiddels heeft deze manier van beveiligen zich ontwikkeld tot wat in feite een SOC as a Service is, vertelt Nachreiner. “De eerste MDR-diensten draaiden vooral om het monitoren van endpoint-oplossingen zoals EDR. Maar tegenwoordig hebben we te maken met hybride IT, waarin netwerken, identiteiten, SaaS-diensten en cloudinfrastructuren allemaal een rol spelen in het detecteren van dreigingen.”

WatchGuard Total MDR breidt het klassieke MDR-model dan ook uit met netwerk- en identiteitsgegevens, naast de bestaande endpoint-detectie. Dankzij overnames van partijen als Panda Security en ActZero beschikt WatchGuard over veel kennis en ervaring in AI-gedreven dreigingsdetectie. De tientallen, veelal zeer gespecialiseerde AI-modellen die daarbij worden gebruikt, zijn volgens Nachreiner inmiddels zodanig verfijnd dat meldingen gemiddeld binnen zes minuten worden opgevolgd. Dat is een forse verbetering ten opzichte van het marktgemiddelde van dertig minuten.

Eén overzicht, geen losse tools

Een belangrijk onderscheidend element is het single pane of glass-principe van Total MDR. Alle beveiligingsdata – van Firebox-firewalls tot AuthPoint-identiteitsbeheer en logs uit Microsoft 365 of AWS – komen samen in één centraal dashboard. Dat maakt het beheer overzichtelijk en de respons efficiënter.

“MSP’s gebruiken vaak verschillende tools voor verschillende klanten. Dat maakt het voor security-medewerkers van de MSP vaak behoorlijk ingewikkeld. Per klant kan men de securitysituatie wel volgen, maar over groepen van klanten heen wordt het lastig. Onze oplossing maakt het mogelijk om al die informatie centraal te verzamelen, maar let wel: zonder dat MSP’s verplicht zijn om alleen WatchGuard-producten te gebruiken,” legt Nachreiner uit. “We streven naar een open benadering waarin ook tools van derden, zoals routers, switches of securitydiensten van andere leveranciers, geïntegreerd kunnen worden.”

AI met menselijke controle

De kracht van Total MDR zit volgens Nachreiner in de balans tussen geavanceerde AI en menselijke expertise. AI-modellen filteren het overgrote deel van de irrelevante meldingen eruit, zodat menselijke analisten zich kunnen richten op echte dreigingen. WatchGuard’s AI-modellen – een combinatie van machine learning-algoritmes, neurale netwerken en gepatenteerde analysemethoden – zijn gebaseerd op een decennium aan ervaring bij overgenomen partijen als Panda Security en SideChannel (voor NDR-technologie).

Toch blijft menselijke validatie onmisbaar, meent Nachreiner: “Onze analisten waken over de eindbeslissingen, valideren alerts en zorgen voor de juiste opvolging. Partners kunnen kiezen: ofwel ze laten ons contact opnemen met de klant, of ze doen dat zelf, al dan niet onder hun eigen merknaam.”

Flexibiliteit voor het kanaal

Total MDR is ontwikkeld met het kanaal in gedachten. MSP’s kunnen de dienst white-label aanbieden onder hun eigen naam. Daarbij is het mogelijk om zelf te bepalen hoe de samenwerking met WatchGuard eruitziet: van volledige outsourcing van incidentrespons tot het zelfstandig opvolgen van meldingen met behulp van gestandaardiseerde playbooks.

Ook in de mate van automatisering is deze aanpak flexibel. Partners kunnen op basis van hun eigen beleid configureren welke acties automatisch mogen worden uitgevoerd – zoals het uitschakelen van een geïnfecteerde endpoint of het blokkeren van netwerktoegang. Dit is mogelijk dankzij de centrale integratie met WatchGuard ThreatSync, dat alle producten in het platform met elkaar verbindt.

Kansen voor kleinere MSP’s

Een belangrijk voordeel van Total MDR is dat ook kleinere MSP’s, die zelf geen Security Operations Center (SOC) kunnen opzetten, nu geavanceerde detectie- en responsdiensten kunnen aanbieden aan hun klanten. “We zagen dat veel kleine en middelgrote MSP’s wel behoefte hebben aan MDR, maar niet de middelen of de mensen hebben om het zelf op te zetten,” zegt Nachreiner. “Met Total MDR bieden we hen een schaalbare oplossing, inclusief SOC-expertise, zonder dat ze zelf zware investeringen hoeven te doen.”

De overname van ActZero in januari 2025 was daarbij cruciaal. De technologie en het team van ActZero vormen nu de basis van Total MDR. Dankzij deze overname is WatchGuard in staat om het serviceniveau snel op te schalen, zonder evenredig veel extra personeel aan te trekken.

Volgende stap: OpenMDR

De huidige versie van Total MDR ondersteunt al integraties met onder andere Microsoft 365, Google Workspace en AWS. Maar de ambities gaan verder. Nachreiner spreekt over ‘open MDR’ als de volgende stap: een ecosysteem waarin ook concurrerende producten kunnen worden geïntegreerd. “Onze partners gebruiken allerlei tools. Als wij willen dat ze ons platform als hun centrale zichtlijn gebruiken, moeten we ervoor zorgen dat we die tools ook ondersteunen. Alleen dan wordt onze single pane of glass werkelijk compleet.”

Met Total MDR zet WatchGuard een robuust product in de markt dat is afgestemd op de behoeften van MSP’s die werken met mkb-klanten. De combinatie van AI, menselijke expertise, een open platformfilosofie en kanaalvriendelijke inrichting maakt Total MDR tot meer dan alleen een nieuwe dienst: het is een strategisch fundament voor de toekomst van MSP-gedreven security. En hoewel het nog niet officieel als ‘SOC as a Service’ gelabeld wordt, is dat volgens Nachreiner duidelijk de richting waarin WatchGuard zich beweegt.

 

LANCOM Systems, onderdeel van het Duitse Rohde & Schwarz, positioneert zich als leverancier van netwerkoplossingen die in Europa worden ontwikkeld en getest. Co-CEO Robert Mallinson ziet een groeiende aandacht voor digitale soevereiniteit. “Organisaties zijn zich meer bewust van de risico’s van afhankelijkheid van niet-Europese partijen.”

Rohde & Schwarz is een familiebedrijf met wereldwijd ongeveer 15 duizend medewerkers en een jaaromzet van zo’n drie miljard euro. De groep levert onder meer meetapparatuur, communicatiesystemen voor defensie en cybersecurityoplossingen. LANCOM valt binnen de divisie Networking & Cybersecurity, waar ook Rohde & Schwarz Cybersecurity en het Duitse encryptiebedrijf SIT onder vallen. “Die combinatie maakt het mogelijk netwerk- en beveiligingsoplossingen in samenhang aan te bieden,” zegt Mallinson.

LANCOM werkt vrijwel volledig via het kanaal en telt wereldwijd 1.800 actieve partners, waarvan veel al tientallen jaren met het bedrijf samenwerken. De vraag naar veilige netwerken groeit en kennisoverdracht is een belangrijk speerpunt. “We willen dat partners zelfstandig implementaties kunnen uitvoeren en storingen oplossen,” zegt Mallinson. Online trainingen en productgebonden AI-chatbots moeten hen daarbij ondersteunen.

Licentiemodel

In tegenstelling tot leveranciers die volledig overstappen op strikte abonnementsmodellen, kiest LANCOM voor een flexibeler benadering. Apparatuur blijft functioneren als een licentie afloopt, al vervallen dan centrale beheerfuncties via de LANCOM Management Cloud. Partners kunnen via het Service Provider License Agreement-model licenties maandelijks afnemen. “Dat geeft organisaties ruimte om hun licenties aan te passen aan hun actuele situatie,” licht Mallinson toe.

Het portfolio bestaat uit routers, firewalls, wifi-oplossingen en switches tot 6,4TBps, waarmee ook grote campusomgevingen bediend kunnen worden. Nieuwe Wifi 7-accesspoints worden uit recyclebaar materiaal zonder gelijmde onderdelen vervaardigd en bevatten energiebesparende functies. Via de LANCOM Management Cloud is het mogelijk het energieverbruik van netwerkapparatuur te monitoren en te optimaliseren. “Waarom zou een winkel ’s nachts wifi aan hebben staan? Door slim te schakelen besparen organisaties kosten en energie,” zegt Mallinson.

Ook in de gezondheidszorg ziet LANCOM mogelijkheden, bijvoorbeeld door het integreren van IoT-functies in wifi-infrastructuur. In ziekenhuizen kan zo apparatuur worden gevolgd en beheerd, variërend van bedden tot medische meetinstrumenten.

Mallinson verwacht dat de vraag naar veilige en beheersbare netwerkoplossingen de komende jaren verder zal toenemen, vooral in sectoren met kritieke infrastructuur zoals zorg, energie en transport. “Met de combinatie van Europese ontwikkeling, aandacht voor security en een sterke partnerbasis willen we daar een relevante bijdrage aan leveren.”

ChannelConnect is mediapartner van MSP Global, dat dit najaar in Reus (Spanje) plaatsvindt. Tijdens dit internationale evenement spreken thought leaders uit de sector over de toekomst van managed services. Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang tot de beurs! Zie onderaan dit artikel.

Eén van de sprekers op het event is Rob Rae, CVP Community & Ecosystems bij Pax8. Hij schetst hoe AI niet alleen de technologie beïnvloedt, maar vooral het gedrag van klanten – en daarmee de manier waarop msp’s waarde moeten toevoegen.

Volgens Rae gaat het niet om achterhaalde systemen of verouderde modellen, maar om de verschuiving in klantverwachtingen. Tijdens de pandemie raakten bedrijven gewend aan een digitale, frictieloze koopervaring. Die standaard nemen zij nu mee in hun samenwerking met msp’s. “Het is essentieel dat je als dienstverlener meegaat in die evolutie. Je moet aanwezig zijn waar de klant zijn koopreis maakt,” aldus Rae.

AI biedt volgens hem een kans om de rol van de msp opnieuw te definiëren. Waar de focus eerder lag op het doorverkopen van technologie, ontstaat nu ruimte om echt als consultant op te treden. Rae: “Msp’s kunnen AI inzetten om bedrijfsprocessen van hun klanten te analyseren en verbeteringen voor te stellen. Dat gaat veel verder dan alleen technologie leveren: het raakt direct aan de business van de klant.”

Nieuwe verdienmodellen

Die consultatieve rol opent ook nieuwe verdienmodellen. Rae noemt het voorbeeld van een msp die via een AI-analyse een besparing van 1,5 miljoen dollar per jaar aantoonde bij een klant. Toch werd de dienst ‘gewoon’ als een project verkocht. “Stel dat je een deel van de gerealiseerde besparing als vergoeding krijgt. Dat maakt de waarde van AI ineens veel concreter en aantrekkelijker.”

Een ander element dat Rae benadrukt, is de rol van AI-gedreven marktplaatsen. In de cloudwereld wordt de klassieke distributeur steeds vaker vervangen door platformen waarin eindklanten zelf onderzoek doen en keuzes maken. Pax8 speelt hierop in met een eigen marketplace die AI gebruikt om data te vertalen naar concrete suggesties voor msp’s. Zo kan een partner bijvoorbeeld vragen: “Welke drie oplossingen zijn nu relevant voor deze klant?” waarna het platform direct actiepunten oplevert.

De uitdaging: expertstatus claimen

Om die kansen te benutten, moeten msp’s zich profileren als dé AI-expert voor hun klanten. “Iedereen wil straks de eerste bel zijn bij vragen over AI. Het is aan msp’s om nu al te laten zien dat zij die rol kunnen vervullen,” stelt Rae. Daarmee kunnen ze voorkomen dat leveranciers of klanten zelf buiten hen om met AI-toepassingen aan de slag gaan.

De presentatie van Rob Rae is op donderdag 23 oktober, 9:45–10:15 uur, op de Elevator Stage.

Bron: mspglobal.com

Infokader

MSP Global 2025

  • MSP Global vindt plaats op 22 en 23 oktober 2025 in Reus, Spanje.

  • Het evenement brengt meer dan 3.500 internationale msp’s, distributeurs en vendoren samen.

  • ChannelConnect is als mediapartner aanwezig en doet verslag met een serie achtergrondartikelen.

  • Lezers van ChannelConnect kunnen gratis deelnemen met promo-code S59YdxzN (normale prijs €399). Registreer via deze link.

 

Mike Privette heeft bijna twintig jaar ervaring in de wereld van cybersecurity. Hij begon als security engineer, groeide door naar Chief Information Security Officer (CISO) en richtte uiteindelijk Return on Security op, een platform dat de economische kant van cybersecurity belicht. Daar noemt hij zichzelf de eerste ‘cybersecurity economist’. Zijn doel: praktijkgerichte economische intelligentie leveren aan securityleiders, oprichters en investeerders.

Privette analyseert investeringsstromen, fusies en overnames, economische indicatoren en veranderingen in regelgeving. “Op die manier kunnen we beter zien waar de industrie naartoe gaat, vaak nog voordat het breed zichtbaar is,” zegt hij. Tijdens Cybersec Netherlands 2025 geeft hij een presentatie onder de titel The State of Cybersecurity Economics in Europe: Building Resilience in an Uncertain World.

AI als kans en bedreiging

Een van de belangrijkste thema’s waar Privette op wijst, is de opkomst van AI in relatie tot cybersecurity. Hij ziet een dubbele beweging: enerzijds enorme investeringen en een golf van nieuwe startups, anderzijds een toename van nieuwe aanvalsvectoren. “De dreigingen worden geavanceerder en volgen elkaar sneller op. Daar komt bij dat geopolitieke spanningen en een gefragmenteerde supply chain de druk verder vergroten. Juist daarom is het van groot belang dat Europa inzet op eigen innovatie en regionale veerkracht.”

Privette benadrukt dat cybersecurity niet langer een puur technische aangelegenheid is. “Cyber is een economische motor en een strategisch onderscheidend vermogen. Wie in dit veld werkt, moet snappen dat technologie, economie en beleid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alleen met zo’n multidisciplinaire blik kun je risico’s en kansen goed inschatten.”

Belangrijkste inzichten voor het publiek

Tijdens zijn presentatie in Utrecht wil Privette drie kernpunten meegeven.
• Europa heeft een essentiële rol in de toekomst van cybersecurity. De mate van samenwerking tussen landen bepaalt de weerbaarheid van de regio.
• Cybersecurity is een economische noodzaak. Het gaat niet alleen om voldoen aan compliance-eisen, maar om de continuïteit van de economie.
• Investeren in gedeelde kennis en innovatie binnen Europa is de meest duurzame route naar een veilig digitaal landschap.

Technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op, maar volgens Privette blijven de fundamenten van cybersecurity onveranderd. “De terminologie en tools zullen veranderen, maar het draait altijd om drie zaken: veiligheid, veerkracht en vertrouwen. Naarmate de technologie complexer wordt, is het alleen maar belangrijker dat de security-industrie gelijke tred houdt.”

Het belang van samenkomen

Evenementen als Cybersec Netherlands spelen hierbij een cruciale rol. Privette: “Niemand beschikt over alle antwoorden – niet de publieke sector en ook niet het bedrijfsleven. Door samen te komen in een onafhankelijke setting ontstaat er ruimte om te leren, samen te werken en elkaar te vertrouwen. Alleen zo kunnen we de dreigingen van morgen het hoofd bieden en nieuwe kansen benutten.”

Over Cybersec Netherlands 2025
• Datum: 10 & 11 september 2025
• Locatie: Jaarbeurs Utrecht
• Meer dan 3.000 securityprofessionals
• Thema’s: cybersecurity, cryptografie, threat intelligence, compliance
• Gratis registratie: www.cybersec-netherlands.nl

ChannelConnect is mediapartner van Cybersec Netherlands 2025

Veel mkb-bedrijven laten waarde liggen wanneer ze hun oude IT-apparatuur afvoeren. Terwijl die hardware juist nog opbrengsten kan genereren én een belangrijke rol kan spelen in hun duurzaamheidsstrategie. Met IT Asset Disposition (ITAD) krijgen msp’s een kans om hun klanten beter te ondersteunen en hun eigen dienstverlening uit te breiden.

Bij veel organisaties ontbreekt de tijd of expertise om IT-apparatuur veilig en verantwoord af te voeren. Laptops verdwijnen in een kast, servers verstoffen in de kelder of er komt ‘een mannetje’ langs dat alles meeneemt, vaak zonder certificaten of garanties. Het risico: datalekken en gemiste waarde. Volgens Maarten de Roos, CEO van Circular IT group, verandert dat snel: “ITAD is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een cruciaal onderdeel van circulaire IT. Het helpt organisaties niet alleen te voldoen aan wet- en regelgeving, maar ook om meerwaarde te creëren uit hun hardware.”

ITAD is veel meer dan het afvoeren van oude apparaten. Het is een professioneel proces waarbij hardware wordt opgehaald, data volledig en gecertificeerd wordt verwijderd, apparaten worden gerefurbished en, wanneer dat niet meer kan, verantwoord gerecycled. Het doel: maximale waarde halen uit IT-middelen en risico’s minimaliseren. Waar mogelijk levert de hardware nog geld op, in plaats van alleen kosten. Apparaten die nog goed functioneren, krijgen een tweede leven bij andere gebruikers, soms zelfs binnen de organisatie zelf.

Maarten de Roos

Zekerheid en compliance als kern

Voor msp’s is ITAD een krachtig argument richting klanten. De zekerheid dat data conform de wetgeving wordt verwijderd, is voor mkb-bedrijven een van de grootste zorgen. Professionele ITAD-dienstverleners gebruiken gecertificeerde software en leveren uitgebreide rapportages. Zelfs als een datadrager fysiek vernietigd moet worden, geeft de juiste documentatie klanten de zekerheid dat alles volledig volgens de regels is verlopen.

De acceptatie van refurbished hardware groeit gestaag. In landen om ons heen is het al gebruikelijk om refurbished devices mee te nemen in aanbestedingen of aan medewerkers uit te geven. In Nederland gaat dit iets langzamer, maar de trend is duidelijk waarneembaar. Naast kostenbesparing helpt refurbished IT-bedrijven hun duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Hoewel de druk om te rapporteren over duurzaamheid tijdelijk is verminderd door uitgestelde Europese regelgeving, is dit volgens De Roos slechts een kwestie van tijd: “Compliance-eisen rondom duurzaamheid komen terug, en sterker dan voorheen. Bedrijven doen er verstandig aan zich nu al voor te bereiden.”

Een volwassen markt

Voor msp’s is ITAD een logische aanvulling. Terwijl zij zich richten op software en werkplekbeheer, nemen gespecialiseerde ITAD-partijen de logistieke en fysieke kant uit handen: transport, dataverwijdering, opslag en verwerking. Zo kunnen msp’s hun klanten een compleet pakket aanbieden en nieuwe waarde creëren.

Steeds vaker worden digitale platformen ontwikkeld die processen automatiseren en integreren met de systemen van msp’s. Circular IT Group ontwikkelde hiervoor Digital Deploy. “Hiermee maken we het makkelijker om samen te werken. Klanten krijgen automatisch inzicht en rapportages over hun volledige IT-landschap,” zegt De Roos.

De ITAD-markt groeit snel, zowel nationaal als internationaal. Door schaalvoordeel kunnen grotere volumes en uniforme specificaties worden geleverd – essentieel voor IT-managers die eenheid en garanties verwachten. Ook Device as a Service-oplossingen (DaaS), zoals onze Circular Workplace, winnen terrein. Daarmee combineren bedrijven flexibiliteit, kostenvoordeel en duurzame impact.

ITAD ontwikkelt zich in hoog tempo van niche naar standaarddienst. Voor een geloofwaardig circulair IT-bedrijf is het essentieel om de hele levenscyclus te omvatten: van lifecycle management, IT-asset management, ITAD tot refurbishing en recycling.
“Van cradle to grave,” besluit De Roos. “Door elke element in gehele keten te kunnen aanbieden, zijn we in staat de klanten van de MSP écht circulair en kostenefficiënt met hun IT-middelen om te laten gaan. En daarmee ontsluiten we een nieuw business model voor de msp.”

 

Het mkb vertrouwt steeds meer op clouddiensten voor back-up en opslag. Maar wat als je na een ransomware-aanval weken moet wachten om je data terug te krijgen uit de cloud? De oplossing: zero trust en immutable back-ups.

‘Wij zijn niet interessant voor aanvallers.’ Dat argument zal veel IT-dienstverleners bekend in de oren klinken als ze met mkb-klanten praten. Helaas is de realiteit anders: ransomware-aanvallers maken geen onderscheid tussen groot en klein. Ze zoeken naar de makkelijkste weg naar binnen, ongeacht de omvang van de organisatie.

Mkb juist extra kwetsbaar

Uit cijfers van cybersecuritybedrijven blijkt dat 96 procent van de ransomware-aanvallen zich specifiek richt op back-ups. De logica is simpel: als een bedrijf niet kan herstellen, heeft de aanvaller veel meer macht. Voor een mkb-bedrijf, dat vaak minder financiële reserves heeft dan grote organisaties, kan dit letterlijk het einde betekenen, zegt Pete Hannah, VP Sales West-Europa bij Object First.

“Een kleinere organisatie kan binnen dagen of weken failliet gaan als ze geen toegang hebben tot hun data. Je kunt geen orders verwerken, geen facturen versturen, niets verzenden. Grote bedrijven hebben een financiële buffer om weken of maanden te overleven, maar voor het mkb is dat vaak een luxe die ze niet hebben.”

Een ander misverstand: het idee dat zero trust, het beveiligingsmodel waarbij je niemand en niets automatisch vertrouwt, alleen weggelegd is voor grote organisaties met uitgebreide IT-afdelingen. Die bewering klopt niet meer, stelt Hannah. “Het idee leeft dat zero trust duur en complex is. Maar zero-trust-bescherming van data is relatief eenvoudig te realiseren.”

Het probleem zit vaak in de aanpak. Bedrijven willen alles tegelijk implementeren en raken verstrikt in complexiteit. Maar zero trust is geen product dat je installeert. Het is een strategie die je gefaseerd uitrolt. Het begint vaak met relatief eenvoudige stappen zoals multi-factor authenticatie en betere toegangscontroles.

3-2-1-1-0-regel als uitgangspunt

Veeam, wereldwijd marktleider in back-up en data management, heeft de traditionele 3-2-1 back-up regel uitgebreid naar 3-2-1-1-0. Deze regel vormt de basis voor een ransomware-bestendige strategie. Drie kopieën van je data (origineel plus twee back-ups), twee verschillende soorten media (bijvoorbeeld disk en cloud), één kopie geografisch gescheiden opgeslagen, één immutable kopie (die onmogelijk te wijzigen of te verwijderen is) en nul fouten bij herstel door regelmatig testen.

Die extra 1 voor onveranderlijke kopieën is volgens Hannah essentieel geworden. “Als een hacker je systemen binnendringt, kan die ook je back-ups aanvallen. Maar immutable data kan door een aanvaller nooit worden aangetast. Die blijft intact, wat er ook gebeurt.”

Een laatste misverstand is dat veel bedrijven denken dat hun data veilig is omdat het in de cloud staat. Dat is een misvatting. “Ook cloudopslag kan immutable zijn, dat klopt,” zegt Hannah. “Maar als je data moet herstellen na een ransomware-aanval, kan het terughalen uit de cloud traag en duur zijn. Soms zitten er throttling-mechanismen op, limieten waardoor het weken duurt om alles terug te krijgen.”

De oplossing ligt in een hybride aanpak waarbij kritische data snel beschikbaar is via on-premise opslag, terwijl minder urgente data in de cloud blijft om op de lange termijn te bewaren. “We zeggen nooit dat je geen cloud moet gebruiken. Maar zorg in ieder geval wel dat je kritische systemen snel kunt opstarten vanaf lokale, immutable opslag.”

Eenvoud als speerpunt

Object First, opgericht door twee van de medeoprichters van Veeam, richt zich volledig op deze uitdaging. Hun OOTBI-appliances (Out-of-the-Box Immutability) zijn speciaal ontworpen voor Veeam-omgevingen. Het bedrijf claimt dat je binnen 15 minuten een werkende, immutable back-upomgeving hebt. Zonder dat gespecialiseerde IT-kennis nodig is.

Die eenvoud is volgens Hannah essentieel, zeker met het tekort aan securityspecialisten in het achterhoofd. “Hoe minder je afhankelijk bent van specialistische kennis, hoe beter je beschermd bent.” Er zijn appliances vanaf 20 terabyte voor kleinere organisaties tot configuraties die kunnen opschalen naar 7 petabyte voor enterprise-omgevingen.

Een belangrijke drempel voor het mkb valt vanaf dit najaar weg: Object First introduceert dan een nieuw prijsmodel in Europa. In plaats van een grote kapitaalinvestering kunnen bedrijven maandelijks betalen voor hun werkelijke gebruik.

“Voor msp’s betekent dit dat ze niet hoeven te investeren in petabytes aan opslagcapaciteit voordat ze klanten hebben,” legt Hannah uit. “Je begint klein en schaalt mee met je groei. Dat past veel beter bij de manier waarop msp’s werken.” Object First werkt exclusief via partners en investeert actief in ondersteuning.

Kans voor het kanaal

Voor msp’s en IT-resellers ligt hier een duidelijke kans om zich te onderscheiden. Veel mkb-klanten hebben wel van zero trust gehoord, maar weten niet waar te beginnen. Het kanaal kan dat gesprek aangaan zonder meteen over producten te praten.

“Begin met het gesprek over welke data echt kritisch is,” adviseert Hannah. “Help klanten begrijpen wat er gebeurt als ze drie weken offline zijn. Dan ontstaat vanzelf de vraag hoe je dat voorkomt.”

De snelle opkomst van AI en high-performance computing (HPC) zet de traditionele koelinfrastructuur van datacenters onder druk. Serverracks met een warmteafgifte van 50 kilowatt of meer zijn geen uitzondering meer, en die vermogens laten zich steeds moeilijker afvoeren met luchtkoeling. Vloeistofkoeling – en dan specifiek direct-to-chip (DTC) – wordt daarom steeds vaker ingezet om nieuwe generaties rekenintensieve workloads draaiende te houden.

Vertiv speelt in op die ontwikkeling met de introductie van drie nieuwe koeloplossingen binnen zijn Vertiv CoolChip CDU-serie (coolant distribution unit): de CDU 70, CDU 100 en CDU 600. Deze units zijn ontworpen voor directe vloeistofkoeling op chipniveau en richten zich op uiteenlopende datacenteromgevingen, van pilotinstallaties tot hyperscale-omgevingen.

Nieuwe fase in koelstrategie

Veel datacenters balanceren momenteel tussen het uitbreiden van AI-capaciteit en het behouden van operationele betrouwbaarheid. Vooral bij retrofits of de uitbreiding van bestaande installaties blijkt dat luchtkoeling vaak niet meer voldoet. DTC-koeling biedt in dat geval uitkomst: het leidt de warmte direct van de processor naar een gesloten vloeistofcircuit, met minimale verliezen.

“Datacenterworkloads leiden tot steeds hogere rackdichtheden en koelbehoeften,” zegt Sam Bainborough, Vice President EMEA Thermal Business bij Vertiv. “Daarom hebben klanten oplossingen nodig die zich aanpassen aan hun specifieke implementatiestrategieën, zoals direct-to-chip.”

Volgens Bainborough zijn schaalbaarheid en flexibiliteit essentieel in deze fase van de AI-transitie. Niet ieder datacenter kan of wil immers in één keer overstappen op vloeistofkoeling. De nieuwe CDU-modellen bieden daarom verschillende capaciteiten en configuraties, afgestemd op uiteenlopende omgevingen en groeiscenario’s.

Drie modellen, verschillende toepassingen

De Vertiv CoolChip CDU 70 is een in-row vloeistof-naar-luchtoplossing met een koelcapaciteit tot 70 kW. Deze uitvoering is vooral bedoeld voor datacenters die bestaande infrastructuur willen upgraden zonder ingrijpende aanpassingen. Door gebruik te maken van bestaande thermische systemen kunnen organisaties relatief snel overstappen naar vloeistofkoeling. De geïntegreerde besturing maakt beheer over meerdere units eenvoudiger en ondersteunt realtime monitoring.

Vertiv CoolChip CDU 70

Voor datacenters die vloeistofkoeling per rack willen toepassen – bijvoorbeeld voor het ondersteunen van een AI-pilot of een high-density workload – is de Vertiv CoolChip CDU 100 ontwikkeld. Deze 4U-unit biedt een koelvermogen van 100 kW via vloeistof-naar-vloeistofkoeling. Een groot warmtewisselaaroppervlak zorgt voor efficiënte warmteoverdracht bij lage benaderingstemperaturen. Via nauwkeurige temperatuurregeling (binnen ±1 °C) en ingebouwde filtratie blijft de vloeistofkwaliteit op peil. Ook is er sprake van fysieke scheiding tussen IT- en facilitaire circuits, wat het onderhoud en de veiligheid in bedrijfskritische omgevingen vereenvoudigt.

De Vertiv CoolChip CDU 600 is de krachtigste uitvoering en richt zich op grootschalige implementaties. Deze in-row unit biedt een koelcapaciteit van 600 kW en is ontworpen voor hyperscale datacenters en colocatieomgevingen waar AI- en HPC-infrastructuur op grote schaal wordt uitgerold. Het systeem kan via boven- of onderaansluitingen worden geïntegreerd in bestaande of nieuwe installaties en is voorzien van redundante pompen en geavanceerde monitoring van temperatuur en vloeistofkwaliteit.

Vertiv CoolChip CDU 600

De rol van DTC-koeling in AI-gedreven datacenters

Direct-to-chip vloeistofkoeling is geen nichetechnologie meer. De toenemende inzet van AI-modellen – vaak ondersteund door GPU’s en andere gespecialiseerde processoren – vereist hogere vermogensdichtheden en nauwkeurigere thermische controle. Luchtkoeling bereikt daarbij in veel gevallen zijn limiet.

DTC-koeling biedt een direct pad voor warmteafvoer met een hogere thermische efficiëntie dan lucht, zonder dat volledige immersie van componenten nodig is. De koelvloeistof stroomt in een gesloten circuit direct naar de warmste onderdelen van de server – meestal de CPU of GPU – en wordt via een warmtewisselaar opnieuw afgekoeld. Deze aanpak leidt tot lagere PUE-waarden en stelt datacenters in staat om meer rekenkracht per vierkante meter te leveren.

Daarnaast maakt DTC-koeling het eenvoudiger om gericht te investeren. In plaats van een complete omgeving om te bouwen, kunnen operators beginnen met een enkele rij of een aantal racks en die later uitbreiden. Dat past bij de gefaseerde groei die veel organisaties nastreven bij de uitrol van AI-workloads.

Onderdeel van bredere strategie

De drie nieuwe CDU’s maken deel uit van een bredere Vertiv 360AI-portfolio, waarin naast koelsystemen ook stroomvoorziening, monitoring en consultancy zijn ondergebracht. Het bedrijf wil zich daarmee positioneren als een partij die niet alleen technologie levert, maar ook ondersteuning biedt bij ontwerp, installatie en beheer. Dat geldt zowel voor greenfieldprojecten als voor het aanpassen van bestaande datacenters.

Volgens Vertiv is die ondersteuning steeds belangrijker, nu vloeistofkoeling opschuift van experiment naar standaard. De complexiteit van integratie – denk aan leidingen, monitoring, vloeistofkwaliteit en onderhoud – is voor veel datacenters nog een drempel. Door complete ondersteuning te bieden, van planning tot service, wil Vertiv die barrière verlagen.

Koeltechniek als strategische factor

De lancering van de Vertiv CoolChip CDU-serie markeert een volgende stap in het professionaliseren van vloeistofkoeling binnen het datacenter. De nadruk ligt op flexibiliteit, schaalbaarheid en betrouwbaarheid – eigenschappen die onmisbaar zijn in een infrastructuur waar AI en HPC een steeds grotere rol spelen.
Waar de discussie over AI-toepassingen vaak draait om data en modellen, is de fysieke kant van die technologie minstens zo bepalend. Zonder efficiënte koeling, geen betrouwbare prestaties. Direct-to-chip vloeistofkoeling maakt het mogelijk om die prestaties ook op lange termijn vol te houden.