De vergrijzing en het groeiende tekort aan zorgpersoneel zorgen ervoor dat bewoners van zorginstellingen steeds vaker binnen verblijven. Een dagelijks rondje buiten zit er vaak niet in, terwijl daglicht juist essentieel is voor het welbevinden en de gezondheid. Het Nederlandse Firefly ontwikkelt biodynamische verlichting die met behulp van IoT het natuurlijke dag- en nachtritme nabootst.

De naam Firefly verwijst naar het vuurvliegje, een insect dat licht produceert zonder warmteverlies. Het diertje zet energie volledig om in licht, een efficiëntie waar de verlichtingsindustrie alleen van kan dromen. Firefly wil met dit principe in gedachten gebouwen en openbare ruimtes voorzien van duurzame en slimme ledverlichting. Daarmee richt het bedrijf zich niet alleen op energiebesparing, maar ook op toepassingen die direct bijdragen aan de kwaliteit van leven.

Een belangrijk speerpunt is de ontwikkeling van biodynamische verlichting, ook wel bekend als human centric lighting. Daarmee kunnen lichtomstandigheden worden aangepast aan het natuurlijke ritme van de mens.

Met verlichting kun je het dag- en nachtritme subtiel beïnvloeden

“Biodynamische verlichting maakt het mogelijk om een natuurlijk dag- en nachtritme na te bootsen met kunstlicht,” legt Stefan van den Berg, manager business development en marketing bij Firefly, uit. “Ons lichaam is gewend aan een vast ritme. ’s Ochtends zien we helder licht, dat helpt om wakker te worden. ’s Avonds wordt het licht warmer en gedempt, waardoor we slaperig worden.”

Volgens Van den Berg draait het om de invloed van twee hormonen: cortisol en melatonine. “Helder licht stimuleert de aanmaak van cortisol, waardoor mensen energieker en productiever worden. Warmer, gedimd licht stimuleert melatonine, dat zorgt voor rust en slaperigheid. Met verlichting kun je dit subtiel beïnvloeden.”

Toepassing in de zorg

De technologie wordt inmiddels in verschillende zorginstellingen toegepast. Daar brengen bewoners vaak het grootste deel van de dag door in dezelfde ruimtes, waar conventioneel kunstlicht een constante kleur en intensiteit heeft. Voor mensen met dementie kan dit desoriëntatie veroorzaken: zij verliezen het besef van tijd en hebben moeite met het onderscheiden van ochtend, middag en avond.

“Onze lichtplannen zorgen ervoor dat bewoners zich overdag frisser voelen en actiever zijn,” zegt Van den Berg. “In de avond komen ze juist meer tot rust. ’s Nachts zien we dat bewoners die wakker worden sneller terug naar bed gaan. Ze ervaren door het gedimde licht dat het nog nacht is, wat leidt tot minder dwalingen in de gangen.”
Naast de standaardarmaturen ontwikkelt Firefly ook speciale wolkenplafonds. Dat zijn ledpanelen met de afbeelding van een blauwe lucht en wolken, die meebewegen met het biodynamische ritme. “Bewoners gaan er vaak onder zitten en kijken er rustig naar, alsof ze buiten op een bankje zitten,” vertelt Van den Berg. “Het geeft een gevoel van herkenning en rust.”

Technologie achter de oplossing

Om het ritme nauwkeurig te kunnen volgen, maakt Firefly gebruik van IoT-technologie. Iedere armatuur is uitgerust met een simkaart en maakt deel uit van een draadloos mesh-netwerk. Via dit netwerk ontvangen de lampen voortdurend commando’s, zodat de lichtintensiteit en -kleur per minuut kunnen worden aangepast.

“De lampen communiceren met elkaar en zijn volledig vanuit de cloud te beheren,” legt Van den Berg uit. “Voor de connectiviteit gebruiken we het mobiele netwerk van Odido. Op die manier zorgen we dat alle armaturen synchroon werken en dat het lichtplan precies het natuurlijke verloop van de dag volgt. Voor zorginstellingen betekent dit dat ze nauwelijks onderhoud hebben en toch altijd de juiste lichtinstellingen gebruiken.”

We willen licht laten aansluiten bij de menselijke behoefte aan ritme en balans

De voordelen beperken zich niet tot het welzijn van bewoners. Ook zorgmedewerkers profiteren van een omgeving waarin licht beter aansluit bij het dagritme. Overdag is er meer energie in de groep, ’s avonds meer rust. Dit kan bijdragen aan een prettigere werkomgeving en een betere nachtrust voor bewoners, wat de druk op personeel indirect verlaagt.

Daarnaast sluit de technologie aan bij bredere duurzaamheidsdoelen. Ledverlichting verbruikt aanzienlijk minder energie dan traditionele verlichting en de aansturing via IoT maakt verdere optimalisatie mogelijk. Instellingen kunnen de verlichting bijvoorbeeld automatisch laten dimmen in ongebruikte ruimtes, wat het energieverbruik verder terugdringt.

Vooruitblik

Biodynamische verlichting staat nog relatief aan het begin van zijn ontwikkeling, maar de praktijkervaring bij zorginstellingen laat zien dat de impact groot kan zijn. Firefly ziet kansen om de technologie ook buiten de zorg breder in te zetten. Denk aan onderwijs, waar concentratie en alertheid in de klas direct samenhangen met lichtomstandigheden, of aan kantoren waar productiviteit en welzijn steeds belangrijker worden.

“Ons doel is om verlichting écht slim te maken,” besluit Van den Berg. “Niet alleen door energie te besparen, maar door licht te laten aansluiten bij de menselijke behoefte aan ritme en balans. Daarmee brengen we een stukje van de buitenwereld naar binnen.”

 

In vrijwel iedere sector is een stabiel netwerk een basisvoorwaarde. Zodra de verbinding uitvalt, raken processen verstoord of komen stil te liggen. In de zorg kan dat de veiligheid van cliënten raken, in de industrie leidt het tot productieverlies en in de logistiek kan de goederenstroom stagneren.

Volgens Unica ICT Solutions draait digitale continuïteit om meer dan alleen het in de lucht houden van systemen. Het gaat om beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van IT-voorzieningen, ongeacht sector of schaalgrootte. “Binnen Unica zien we IT als de vierde nutsvoorziening,” zegt algemeen directeur Mark Lacroix. “Net als water, gas en elektriciteit moet het er altijd zijn. Dat betekent dat de basis – het netwerk – betrouwbaar moet zijn.”

Unica staat in Nederland vooral bekend als technisch dienstverlener voor gebouwinstallaties. Minder zichtbaar is dat het bedrijf ook een IT-tak heeft. Binnen de Unica-groep werken circa 350 specialisten bij Unica ICT Solutions aan advies, levering, implementatie, beheer en onderhoud. Daarmee bestrijkt het bedrijf de hele IT-keten.

De verwevenheid van installatietechniek en IT neemt toe. Moderne gebouwen zijn afhankelijk van digitale infrastructuur voor toegangssystemen, cameratoezicht en gebouwbeheer. Door beide werelden te combineren kunnen opdrachtgevers met één aanspreekpunt werken voor zowel fysieke als digitale voorzieningen.

Beheer en onderhoud

Unica ICT Solutions legt de nadruk op beheer en onderhoud. Het Network Operations Center (NOC) in Deventer houdt klantnetwerken 24/7 in de gaten. Bij verstoringen kan op afstand worden ingegrepen of een engineer naar locatie worden gestuurd.

Afhankelijk van de sector verschilt de manier van dienstverlening. Voor zorginstellingen kan een abonnementsvorm passend zijn, terwijl in logistiek of industrie vaak gekozen wordt voor een investering in hardware die langere tijd meegaat.

Samenwerking in de keten

Bij de levering van technologie werkt Unica samen met distributeur Comstor, die naast apparatuur ook ondersteuning en toegang tot Cisco-specialisten biedt. “Omdat Comstor zich volledig richt op Cisco, weten ze precies waar we terechtkunnen met specifieke vragen,” zegt Hendry Scholing, business development manager Networking.

Ook binnen de Unica-groep speelt samenwerking een rol. Bij nieuwbouwprojecten wordt vanaf de ontwerpfase rekening gehouden met IT-voorzieningen. In bestaande gebouwen gaat het vaak om coördinatie tussen disciplines, bijvoorbeeld bij brandwerend afdichten of de aanleg van glasvezelverbindingen.

Unica ICT Solutions werkt in uiteenlopende sectoren, met de zorg en industrie als opvallende voorbeelden. In de zorg gaat het om betrouwbaarheid en korte responstijden. In de industrie draait het om continuïteit van productieprocessen en het veilig verbinden van oudere productielijnen met moderne netwerken.

Praktijkvoorbeelden laten zien hoe dat werkt. In een zorgcomplex kan een uitgevallen accesspoint binnen enkele minuten worden hersteld, zodat alarmsystemen blijven functioneren. In een distributiecentrum helpt monitoring van draadloze dekking om storingen te voorkomen.

Complexere netwerken

De netwerkomgeving verandert snel door cloudtoepassingen, IoT en strengere beveiligingseisen. “Het plaatsen van een switch en klaar is verleden tijd,” zegt Scholing. “Klanten verwachten complete oplossingen die veilig, schaalbaar en toekomstbestendig zijn.”

Die complexiteit vraagt samenwerking in de keten: fabrikanten ontwikkelen technologie, distributeurs zorgen voor beschikbaarheid en ondersteuning, en dienstverleners passen de oplossingen toe in de praktijk van de klant.

Ondanks die technologische ontwikkelingen blijft de gebruiker centraal staan. Lacroix: “Technologie is geen doel op zich. We luisteren eerst naar wat de klant wil bereiken en welke processen belangrijk zijn. Pas daarna bepalen we welke middelen nodig zijn.”

Lees het hele verhaal over Unica en de samenwerking met Comstor en Cisco in het komende nummer van ChannelConnect. Dit verschijnt op 10 september.

De discussie over digitale soevereiniteit draait vaak om de cloud en Europese dataopslag. Jessica Strobl, Sales Manager Nederland bij LANCOM Systems, vindt dat te smal. “Echte digitale weerbaarheid en cybersecurity beginnen niet in de cloud. Ze beginnen bij de hardware waarop jouw hele netwerk is gebouwd.”

Volgens Strobl is de beveiliging van clouddiensten ‘slechts zo sterk als de fysieke infrastructuur die deze ondersteunt’. Organisaties doen er daarom goed aan evenveel aandacht te besteden aan de herkomst en integriteit van hun netwerkhardware – de routers, switches en access points die de ruggengraat van hun operaties vormen. Haar oproep: kijk niet alleen naar leveranciers in de cloud, maar naar de hele keten van productie tot implementatie.

Wie vertrouwt op niet verifieerbare bronnen, loopt risico’s, zegt Strobl: “Vertrouwen op hardware van niet verifieerbare bronnen kan kwetsbaarheden creëren, ongeacht hoe veilig de cloudomgeving is.” Dat weegt extra zwaar in omgevingen met gevoelige informatie. “Dit is nog belangrijker als het gaat om data in de gezondheidszorg, scholen, openbaar bestuur en kritieke infrastructuur. Ook is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze producten backdoorvrij zijn, zodat er geen ongewenste of onverwachte gasten binnen kunnen dringen.” Daarom is het niet alleen een voorkeur, maar een veiligheidsvereiste om ervoor te zorgen dat de hardware wordt ontworpen en geproduceerd in een vertrouwde omgeving, zoals Europa, zegt Strobl.

Geïntegreerde beheeroplossing

Is de basis op orde, dan kan de aandacht naar software en beheer. “Een geïntegreerde beheeroplossing is essentieel voor het handhaven van een robuuste veiligheidspositie,” zegt Strobl. “De LANCOM Management Cloud (LMC) bijvoorbeeld maakt een uitgebreid overzicht van netwerkcomponenten mogelijk, zorgt voor organisatie en optimalisatie, en dat beveiligingsbeleid consequent wordt toegepast en dreigingen vanuit een centraal punt worden beheerd.” De LMC is ontwikkeld en wordt gehost in Europa, zegt Strobl, en kan bedrijven helpen met het naleven van wettelijke vereisten zoals de AVG en NIS2.

Dit samenspel van herleidbare hardware en centrale software controle is volgens haar de sleutel: “Deze combinatie van vertrouwde hardware, intelligente en veilige software creëert een krachtige verdediging tegen de steeds evoluerende cyberdreigingen. Het zorgt ervoor dat er altijd een goede voorbereiding en basis is op het gebied van cybersecurity.”

Strobl wijst erop dat LANCOM Systems al ruim twintig jaar vertrouwd wordt door bedrijven op de Europese markt. “We leveren state of the art netwerk en beveiligingsoplossingen, ontwikkeld in Duitsland. Als onderdeel van de technologiegroep Rohde & Schwarz willen we ons inzetten voor hoge normen van veiligheid en betrouwbaarheid. We zijn ervan overtuigd dat je door hardware als hoeksteen van de cyberbeveiligingsstrategie te prioriteren, een veerkrachtige digitale fundering legt, die klaar is om de uitdagingen van morgen aan te gaan.”

De Nederlandse overheid heeft de ambitie uitgesproken om haar IT-werkplekken zoveel mogelijk circulair in te richten. Dit beleid is niet alleen gericht op het reduceren van CO2-uitstoot, maar raakt ook aan thema’s als strategische autonomie, veiligheid en kostenefficiëntie. Binnen dit beleid vervult Pro Warehouse als leverancier van Apple-devices een belangrijke rol.

Volgens Johan Rodenhuis, strategisch adviseur duurzaamheid bij de ICT Werkomgeving Rijk (IWR), ligt de nadruk niet op het inkopen van producten, maar op het realiseren van de “meest duurzame prestatie”. Dat betekent dat niet alleen gekeken wordt naar hardware, maar ook naar bedrijfsvoering, services en de supply chain.

Een concreet voorbeeld is het contract dat de overheid in 2023 met Pro Warehouse sloot. Het betreft een driejarige overeenkomst met een maximale waarde van 150 miljoen euro, waarin Pro Warehouse als enige partij Apple-devices levert aan de centrale overheid. Inmiddels zijn ruim 270.000 producten geleverd aan meer dan zestig overheidsinstanties, waaronder de Belastingdienst, SSC-ICT en de Rechtspraak.

Circulariteit als uitgangspunt

Het hart van de strategie is een huurmodel: de overheid gebruikt devices gedurende een bepaalde periode en geeft ze vervolgens terug. Hierdoor behouden de apparaten veel restwaarde en zijn ze geschikt voor hergebruik. Yannick Bruggenthijs, team lead enterprise & public bij Pro Warehouse: “Op deze manier hebben we binnen het contract al 100.000 devices van de shredder gered.”

Daarnaast is er een terugverkoopconstructie die zowel grondstoffen hergebruikt als financiële waarde creëert. Voor producten die niet meer inzetbaar zijn, speelt recycling een sleutelrol. Apple beschikt in Breda over een robot die iPhones volledig uit elkaar kan halen, zodat materialen op een hoogwaardige manier worden teruggewonnen. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting een circulair model, al bestaan volledig circulaire ICT-producten nog niet.

Koppeling met veiligheid en autonomie

Circulariteit levert niet alleen milieuwinst op, benadrukt Rodenhuis. “Het geeft ook meer inzicht in de herkomst van materialen en componenten. Daarmee verklein je risico’s in de digitale infrastructuur en vergroot je de autonomie.” In een geopolitieke context waarin grondstoffen en leveringszekerheid onder druk staan, wordt dit steeds relevanter.

Door grondstoffen langer in de eigen cyclus te houden, vermindert de afhankelijkheid van internationale leveranciers. Daarmee versterkt de overheid zowel haar strategische autonomie als de digitale weerbaarheid van de IT-infrastructuur.

Meten om te verbeteren

Een belangrijk aspect van het beleid is meetbaarheid. De overheid wil van beleid naar concrete prestaties gaan. Daarom worden data uit contracten systematisch verzameld en in dashboards verwerkt. Zo kan nauwkeurig worden gevolgd hoeveel CO2 wordt uitgestoten, gereduceerd en gecompenseerd.

Pro Warehouse ondersteunt dit met rapportages. Volgens Ernest van Minnen, verantwoordelijk voor sales en marketing, is tot eind 2024 al bijna 6.000 ton CO2-uitstoot gecompenseerd binnen het contract. Zulke cijfers zijn voor sustainability managers belangrijk om de effecten van hun keuzes zichtbaar te maken.

De metingen beperken zich niet tot milieuaspecten. Er wordt ook gekeken naar sociale factoren, zoals naleving van mensenrechten en certificeringen als het EPEAT-label. Op die manier wordt niet alleen de ecologische, maar ook de maatschappelijke impact inzichtelijk.

Marktbrede effecten

Het beleid van de overheid werkt door in de markt. Door duurzaamheid als harde eis op te nemen in aanbestedingen, worden leveranciers gestimuleerd om circulaire strategieën te omarmen. Rodenhuis: “We zoeken partners die onze doelstellingen ondersteunen, of het nu over klimaat gaat of over circulariteit.”

De samenwerking met Pro Warehouse laat volgens hem zien dat duurzaamheid geen abstract beleidsdoel hoeft te zijn, maar concreet kan worden ingevuld. De cijfers over levering en CO2-compensatie illustreren dat.

Een driedubbele winst

Rodenhuis ziet de circulaire strategie als een driedubbele winst: minder CO2-uitstoot, meer autonomie en een veiliger IT-landschap. Bovendien blijkt de aanpak kostenefficiënt. Door apparaten korter in eerste gebruik in te zetten en vervolgens te hergebruiken of recyclen, ontstaat een financieel aantrekkelijk model dat tegelijkertijd de milieu-impact beperkt.

De verwachting is dat dit model de komende jaren verder aan belang wint. Zeker nu duidelijk is dat Europa weinig eigen grondstoffen heeft, kan circulariteit helpen om waardeketens stabieler te maken. Daarmee draagt het beleid bij aan duurzaamheid, maar ook aan strategische zekerheid.

Toekomstperspectief

Voor de overheid ligt de uitdaging om de komende jaren koers te houden richting 2030. Het doel is een stabiele trendlijn in CO2-reductie en het vergroten van autonomie en veiligheid. Door de resultaten continu te meten, kan tijdig worden bijgestuurd.

Voor de markt betekent dit dat circulariteit steeds vaker een doorslaggevende factor wordt bij aanbestedingen. Bedrijven die hier nu al op inspelen, vergroten hun kansen. Het voorbeeld van Pro Warehouse laat zien dat circulaire ambities en praktische uitvoering hand in hand kunnen gaan.

Meer informatie over circulaire werkplekken: www.prowarehouse.nl

Sinds begin dit jaar heeft IT-dienstverlener Vooruit een aparte security-afdeling. Aan het roer staat Earth Grob, die eerder werkte bij Fox IT en al als tiener zijn weg vond in de wereld van hacken. Zijn ervaring laat zien hoe organisaties steeds meer zoeken naar praktische invulling van cybersecurity.

Grob raakte op jonge leeftijd geïnteresseerd in technologie en beveiliging. “Toen mijn ouders de router uitzetten, besloot ik de wifi te hacken. Dat ondeugende zat er vroeg in,” zegt hij. Na een studie informatica in Delft werkte hij bij verschillende securitybedrijven, waaronder Fox IT. Daar deed hij zowel offensieve ervaring op (pentesten en hacken) als defensieve (incident response). Tegelijkertijd zag hij dat bedrijven vaak hoge bedragen uitgaven aan rapporten zonder dat de daadwerkelijke problemen werden opgelost.

Die ervaring was aanleiding om een andere aanpak te zoeken. Waar consultancy vaak eindigt met een rapport, is er volgens Grob juist behoefte aan het uitvoeren van aanbevelingen. “Klanten hebben niets aan nog een rapport in de la. Ze willen dat hun omgeving veilig wordt gemaakt.”

De praktijk laat zien dat de aanpak verschilt per organisatie. Voor sommige mkb-bedrijven neemt een externe partij de beveiliging grotendeels over, omdat kennis of capaciteit ontbreekt. Bij grotere organisaties, zoals zorginstellingen of gemeenten, gaat het vaak om aanvulling op bestaande teams of expertise.

Kostenaspect belangrijk voor mkb

Voor kleinere bedrijven is het kostenaspect altijd een factor. Grob wijst erop dat maatregelen in verhouding moeten staan tot de risico’s. Waar grote ondernemingen uitgebreide logging en detectiesystemen inzetten, wordt in een mkb-omgeving soms volstaan met het monitoren van inlogacties. Subsidies via het Digital Trust Center helpen om de drempel te verlagen.

Veel incidenten zijn terug te voeren op relatief eenvoudige fouten. Een voorbeeld zijn verkeerd ingestelde cloudopslagdiensten, waarbij gevoelige documenten openbaar toegankelijk blijven. Grob: “We vonden binnen twee uur paspoorten uit tachtig landen in openstaande S3- en Azure-buckets. Zulke fouten zijn eenvoudig te voorkomen, maar komen telkens terug.”

De komst van strengere wetgeving, zoals de NIS2-richtlijn, kan volgens Grob organisaties helpen om stappen te zetten. “Dat je anno 2025 nog moet discussiëren over multifactor-authenticatie bij organisaties die met medische data werken, is eigenlijk bizar.” Tegelijkertijd is de implementatie voor kleinere bedrijven ingewikkeld. Er blijft behoefte aan een praktische vertaalslag: wat is echt noodzakelijk, wat is haalbaar?

Hetzelfde geldt voor zero trust, een model dat veel aandacht krijgt maar in de praktijk altijd om balans vraagt. Waar security-engineers de neiging hebben alles dicht te zetten, willen beheerders werkbare oplossingen. “Het gaat erom per organisatie een evenwicht te vinden,” zegt Grob.

Dreigingsbeeld

Volgens Grob ligt de grootste dreiging bij criminelen, niet bij statelijke actoren. Die laatste ontwikkelen vaak geavanceerde tools, maar zodra kwetsbaarheden bekend worden, neemt de criminele onderwereld het over en ontstaat massaschade. “Een APT kost miljoenen om op te zetten, maar met dezelfde kwetsbaarheid kan een criminele groep duizenden organisaties platleggen.”

Ook vitale infrastructuur blijft een aandachtspunt. In sectoren zoals de water- en energiesector wordt in Nederland veel aandacht besteed aan beveiliging. Toch ziet Grob een risico in het blijven hangen in rapporten en adviezen. “Uiteindelijk moeten systemen daadwerkelijk worden beveiligd.”

De verwachting is dat security de komende jaren steeds meer zal draaien om het praktisch toepassen van bestaande kennis en adviezen. Voor organisaties, van mkb tot publieke instellingen, betekent dit dat beveiliging geen papieren exercitie mag zijn, maar onderdeel moet worden van de dagelijkse praktijk.

Lees het hele interview met Earth Grob in het komende nummer van ChannelConnect, dat te vinden is op de beurzen Cybersec Netherlands, Data Expo en MSP Show.

De manier waarop we werken is blijvend veranderd. Hybride werken is niet langer een uitzondering, maar de norm. Dat vraagt niet alleen om andere manieren van samenwerken, maar ook om een fundamenteel nieuwe kijk op vergaderen. Veel vergaderruimtes zien er nog steeds uit zoals tien jaar geleden. Hoe kan dat beter?

Volgens het Gensler Research Institute is inmiddels 71 procent van de vergaderingen bij de meest innovatieve bedrijven hybride. Daarnaast werkt 88 procent van de medewerkers samen over meerdere tijdzones heen. Van dagelijkse stand-ups tot internationale brainstormsessies: hybride werken draait niet alleen om remote connectiviteit, maar vooral om flexibiliteit.

Van uniformiteit naar flexibiliteit

Veel organisaties kennen nog altijd maar één type vergaderruimte. Deze wordt zowel voor creatieve sprints als formele besluitvorming gebruikt. Geen wonder dat hybride vergaderingen soms inefficiënt of afstandelijk aanvoelen. Het antwoord ligt in maatwerk: vergaderruimtes die zijn ontworpen rond mensen in plaats van protocollen.

Onderzoek van WORKTECH Academy, gebaseerd op academisch werk van Cameron & Quinn (University of Michigan) en Willem Standaert (Université de Liège), onderscheidt vier basistypen vergaderingen. Voor IT-dienstverleners biedt dit een praktisch kader om eindklanten te helpen bij het ontwerpen van ruimtes en het selecteren van technologie die past bij hun vergadercultuur.

Vier typen meetings 

  1. Collaborative meetings – doing things together

Deze vergaderingen zijn geworteld in een ‘clan’-cultuur, waarin openheid, vertrouwen en teambinding centraal staan. Ze vinden vaak plaats in open of flexibele ruimtes, zoals breakout- of huddle-ruimtes. Uit onderzoek blijkt dat 59 procent van medewerkers energie haalt uit samenwerken, maar juist jongere generaties voelen zich in hybride meetings vaak buitengesloten. Gen Z en Millennials krijgen tot drie keer minder vaak spreektijd dan oudere collega’s.

Voor jou als IT-partner betekent dit dat inclusieve AV-oplossingen cruciaal zijn: camera’s en microfoons die met AI automatisch sprekers volgen en iedereen in beeld brengen, maar ook platforms die het delen van content vanaf elk device (BYOD) eenvoudig maken. Zo zorg je dat digitale deelnemers niet tweederangs zijn, maar gelijkwaardig meedoen.

  1. Creative meetings – doing things first

Creatieve vergaderingen draaien om innovatie, snelheid en spontane ideeënuitwisseling. Denk aan hackathons, innovatie­sessies of cross-functionele brainstorms. Hier spelen audio en visuele samenwerking een sleutelrol. In fysieke ruimtes helpen spatial audio en non-verbale cues deelnemers om mee te bewegen in de flow, maar online deelnemers missen die vaak. Hoogwaardige microfoons, slimme speakers en digitale whiteboards zijn daarom onmisbaar.

Platforms die chat en polls integreren, verlagen de drempel voor remote deelnemers om input te geven zonder de flow te verstoren. Voor IT-dienstverleners ligt hier de kans om samen met klanten een hybride creatieve setting te bouwen die écht inclusief is: met multi-screen-opstellingen, eenvoudige contentdeling en digitale tools zoals Miro of Mural die innovatie faciliteren.

 

  1. Competitive meetings – doing things fast

Dit zijn resultaatgedreven vergaderingen met een strakke agenda: pitches, salesoverleg of besluitvorming onder tijdsdruk. Ze zijn sterk gericht op snelheid en data. Uit onderzoek blijkt dat zulke omgevingen vaak top-down worden geleid en dat er weinig ruimte is voor alternatieve meningen. Technologie speelt hier de rol van versneller: snelle toegang tot data, real-time dashboards en AI-samenvattingen van besluiten zorgen dat de vaart erin blijft.

Als IT-dienstverlener kun je eindklanten ondersteunen met oplossingen die rapportages en data-presentaties direct vanuit BYOD in de meeting brengen, zodat wisselen van spreker of onderwerp geen tijd kost. Maar pas op voor valkuilen: hiërarchie wordt in dit type meetings vaak versterkt, waardoor remote deelnemers geneigd zijn minder bij te dragen. Slimme tools die actieve deelname stimuleren, kunnen dat effect deels opvangen.

  1. Controlled meetings – doing things right

Deze vergaderingen zijn hiërarchisch, formeel en gestructureerd. Het draait om processen, verantwoording en voorspelbaarheid. Denk aan projectstatusmeetings, compliance-besprekingen of kwartaalreviews. Data laat zien dat een klein deel van de medewerkers (de ‘power users’) een groot deel van dit type vergaderingen leidt – vaak de senior managers. In grotere groepen krijgt de meest invloedrijke persoon ongeveer de helft van de spreektijd, terwijl de rest verdeeld wordt over de overige deelnemers.

Technologie ondersteunt hier vooral de structuur: vaste opstellingen met geïntegreerde AV, duidelijke agenda’s en documentatie op persoonlijke devices. Tools zoals polling, AI-samenvattingen en formele meetingplatforms (bijvoorbeeld Teams Rooms) zorgen dat iedereen op de hoogte blijft, zonder dat de hiërarchie wordt doorbroken. Hier zijn betrouwbaarheid en consistentie belangrijker dan flexibiliteit.

Technologie dient de mens

In succesvolle vergaderingen staat technologie niet op de voorgrond, maar ondersteunt op een bijna onzichtbare manier. Intuïtieve tools die platformonafhankelijk werken en soepel aansluiten op de vier meetingvormen zijn hierbij essentieel. BYOD-technologie speelt een sleutelrol, omdat het deelnemers de vrijheid geeft om hun eigen laptop of device te gebruiken. Dit vermindert frictie en maakt deelname laagdrempelig.

Daarnaast zijn AI-functies in rap tempo standaard aan het worden. Denk aan automatische camerafocus, verbeterde spraakhelderheid of AI-samenvattingen die direct na afloop de belangrijkste besluiten en actiepunten verspreiden. Voor IT-dienstverleners biedt dit nieuwe mogelijkheden om klanten niet alleen hardware en software te leveren, maar ook mee te denken over werkprocessen en adoptie.

Kans voor het kanaal

De toekomst van vergaderen draait niet om méér technologie, maar om betere ervaringen. Bedrijven die hun vergaderomgevingen bewust inrichten, zien dat terug in grotere betrokkenheid, snellere besluitvorming en sterkere samenwerking. De IT-partner is niet alleen de technische leverancier, maar ook de strategische adviseur die helpt om hybride werken naar een hoger niveau te tillen.

Door samen met klanten te kijken naar de vier meetingvormen en daarbij passende oplossingen te bieden, kun je je onderscheiden in een markt waarin hybride werken blijvend is. Het gesprek gaat dan niet meer over devices of licenties, maar over productiviteit, inclusiviteit en cultuur – thema’s die voor directies steeds belangrijker worden.

Over Barco ClickShare

ClickShare is een draadloos samenwerkings­systeem dat laptops en andere devices koppelt aan displays en AV-apparatuur in vergaderruimtes. Het ondersteunt het principe van BYOD en maakt het eenvoudig om content te delen of deel te nemen aan een videocall zonder extra kabels of adapters. Het systeem is platformonafhankelijk en kan worden geïntegreerd met bestaande videoconferencingdiensten en room setups.

Meer weten over het onderzoek? Download het rapport hier.

 

Geopolitieke spanningen laten zien hoe kwetsbaar we zijn voor digitale aanvallen. Juist ook mkb-bedrijven blijken een geliefd doelwit. Europese cybersecuritybedrijven, gebouwd op onafhankelijkheid en betrouwbaarheid, zien hun kans om een alternatief te bieden voor de dominante Amerikaanse spelers.

Oorlog in Oekraïne, crisis in Gaza, politieke onrust in de VS, we leven in onzekere tijden. Dat is ook duidelijk te zien aan het aantal cyberaanvallen. “Alles neemt toe: de hoeveelheid malware, maar ook de hoeveelheid desinformatie die op ons afkomt,” vertelt Michael van der Vaart, Chief Experience Officer bij ESET, het grootste private cybersecuritybedrijf van de Europese Unie.

Mkb is kwetsbaar

Deze verschuiving naar destructieve aanvallen raakt niet alleen grote organisaties. Het mkb is onderdeel van de toeleveringsketen en dus een aantrekkelijk doelwit. “Als leverancier of partner van grotere organisaties vormen ze een aantrekkelijke toegangspoort. Als criminelen daar binnendringen, kunnen ze doorstappen naar hun eigenlijke doelwit,” legt Van der Vaart uit.

Het probleem is dat de drempel om bij veel mkb-bedrijven binnen te komen nog altijd laag ligt. De basis van cybersecurity is lang niet overal op orde. “Veel aanvallen vinden nog steeds plaats door simpele phishingmails of gelekte wachtwoorden. Als criminelen eenmaal legitieme inloggegevens hebben, is het heel lastig om misbruik te detecteren.”

Specialist versus generalist

Tegelijkertijd gebruiken steeds meer bedrijven cloudoplossingen van grote Amerikaanse techleveranciers. “Dat is op zich helemaal niet erg. We kunnen niet verwachten dat ieder bedrijf zomaar naar open source overstapt. Maar je kunt je wel afvragen of de leverancier van je platform ook automatisch de leverancier van je beveiliging moet zijn. Veel leveranciers bundelen steeds meer beveiligingsfuncties in hun pakket. Voor veel klanten lijkt dat aantrekkelijk: alles uit één hand. Maar Van der Vaart ziet daar risico’s in. “Het is een discussie tussen specialist en generalist. Een specialist zegt: ‘Dit ene vakgebied ken ik als geen ander.’ Een generalist beweert juist dat hij zijn eigen platform het beste kent.”

De praktijk leert dat beide benaderingen hun waarde hebben. Maar wanneer klanten meer eisen stellen aan hun beveiliging, kan specialisatie het verschil maken tussen tijdige detectie en een succesvolle aanval. “Vooral wanneer aanvallers legitieme accounts misbruiken, wordt specialistische detectie onmisbaar. Denk aan XDR (meerdere beveiligingslagen), onze eigen actuele dreigingsinformatie en research (threat intelligence) en de MDR 24/7 managed detection en response services.”

De kracht van ervaring

Voor msp’s die hun klanten beter willen beschermen, wordt de keuze tussen verschillende beveiligingsaanbieders steeds belangrijker. Europese leveranciers profiteren momenteel van toenemende zorgen over datasoevereiniteit, maar dat alleen is niet genoeg. Ze moeten ook kunnen concurreren op techniek en service.

“We werken al vanaf het begin met msp’s,” zegt Van der Vaart. “IT-bedrijven wilden weg van break-fix naar proactief beheer. Daarbij is beveiliging een belangrijke sleutel.” ESET investeert dan ook flink in ondersteuning: de bijna 100 medewerkers in Nederland helpen msp’s bij implementatie, eigen threat intelligence met actuele dreigingsinformatie als doorlopende bewaking (MDR) en 24-uurs monitoring.

Europe’s cyber defense draait niet om losse producten, maar om een samenhangende aanpak die MKB, overheden en vitale sectoren weerbaar maakt. De combinatie van jarenlange ervaring met AI-gestuurde detectie, wat het bedrijf ‘AI-native’ noemt, kan volgens Van der Vaart het verschil maken. “35 jaar aan data helpt onze AI te herkennen wat wel en geen malware is, en false positives te voorkomen. Wie zijn beveiliging serieus neemt, doet er goed aan kritisch te kijken naar wie zijn digitale poorten bewaakt, en of die partij écht gespecialiseerd is in cyberbeveiliging.”

De invoering van NIS2 en de Cyberbeveiligingswet stelt organisaties voor nieuwe uitdagingen op het gebied van digitale en fysieke beveiliging. Toch blijkt in de praktijk dat veel eindgebruikers nog niet weten waar ze moeten beginnen. IT- en securitypartners spelen een belangrijke rol door klanten te ondersteunen bij de risico-inventarisatie en te adviseren over passende maatregelen.

Volgens Epko van Nisselrooij, business development manager bij Genetec in onder meer federale en publieke sectoren, wordt NIS2 nog vaak benaderd als een checklist: “We krijgen geregeld de vraag: ‘Welke maatregelen moeten we nemen om ook met onze fysieke beveiliging klaar te zijn voor NIS2?’. Onze reactie is dan altijd dat het belangrijk is te beginnen met een goede risico-inventarisatie, pas daarna kun je bepalen wat nodig is.”

Zijn collega René Verheul, business development manager voor enterprise-klanten, benadrukt dat het uitstel van de invoering van NIS2 in Nederland geen reden mag zijn om achterover te leunen. “De kloof tussen waar we staan en waar we moeten zijn is nog groot,” zegt hij. “De bewustwording moet groeien, daar kun je het verschil maken als ‘trusted advisor’ en een rol in spelen door klanten te begeleiden.”

Naast NIS2 is ook de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke) relevant. Deze Nederlandse wetgeving richt zich op fysieke dreigingen, zoals sabotage of natuurrampen, en loopt parallel aan NIS2. Van Nisselrooij: “Beide wetten vullen elkaar aan en hebben onderling invloed, ook op de fysieke security. Het is belangrijk dat organisaties zich daarvan bewust zijn.”

Kritisch kijken naar bestaande oplossingen

Veel organisaties vertrouwen op hun bestaande installaties en systemen. Toch is het verstandig kritisch te kijken of deze nog voldoen aan actuele normen. Verheul: “Wat nu wordt aangeboden is niet altijd de meest veilige of toekomstbestendige fysieke securityoplossing. Eindgebruikers zoeken hulp in toetsing en advisering als het gaat om actuele mogelijkheden en risico’s. Daar liggen kansen en daarmee kun je ook meerwaarde creëren als system integrator.”

Genetec heeft onlangs een whitepaper over ‘High Assurance Access Control’ gepubliceerd, waarin wordt uitgelegd hoe gevoelige gegevens op het gebied van fysieke security beter intern kunnen worden beschermd. Ook is er een whitepaper over NIS2, waarin de achtergrond en implicaties van de richtlijn worden toegelicht. Van Nisselrooij en Verheul willen de Genetec partners helpen dit verhaal over te brengen.

SaaS en hybride cloud

Een andere ontwikkeling is de verschuiving naar SaaS en hybride cloud. Van Nisselrooij ziet dat terug in het aantal aanbestedingen: “Meer dan de helft van de uitvragen die wij zien, gaat inmiddels over SaaS of hybride cloud. Organisaties willen ontzorgd worden en verzekerd zijn van actuele beveiliging.”

Volgens hem speelt niet alleen de kostenstructuur — van investeringskosten naar operationele kosten — een rol, maar ook het gemak van actuele updates en patches. “Sommige sectoren, zoals de zorg, kiezen hier nadrukkelijk voor vanwege de noodzaak om continu op een hoog niveau beveiligd te zijn.”

Hulp en expertise beschikbaar

De transitie richting NIS2-compliance en SaaS-oplossingen vraagt veel expertise. Van Nisselrooij merkt dat partners nog weleens zoekende zijn naar hoe zij klanten hierin kunnen begeleiden. “Onbekend maakt onbemind: het onderwerp kan als ingewikkeld worden ervaren. Maar het is belangrijk om het gesprek met klanten wel aan te gaan en hen te ondersteunen bij het maken van een goede risico-inventarisatie en het bepalen van het juiste pakket maatregelen.”

Volgens Verheul kunnen partners daarbij ook gebruikmaken van bestaande kennis en expertise in de markt. “Het helpt om actuele whitepapers en workshops te volgen, zodat je weet wat de mogelijkheden zijn en hoe je die kunt vertalen naar de situatie van de klant. Zo kun je klanten beter ondersteunen bij de transitie naar een veilige en toekomstbestendige omgeving.”

Benieuwd naar de whitepaper van Genetec over fysieke beveiliging en NIS2?
Download ‘m hier.

Er zijn maar weinig werknemers die iedere dag naar kantoor komen om daar hun werk te doen. Veel mensen vinden het prettig om een of twee dagen per week niet naar kantoor te komen en om te werken vanuit huis. Dit hybride werken vraagt echter om goede voorzieningen en een andere werkhouding. Wil je als werkgever het hybride werken goed laten verlopen, dan moet je een aantal aanpassingen doorvoeren. In dit artikel laten we je zien hoe je het thuiswerken van je teamleden zo goed mogelijk kunt faciliteren. 

Zorg dat je in de cloud werkt

Het idee van thuiswerken is dat je het werk dat je normaliter op kantoor deed, nu thuis kunt doen. Dat vraagt om beschikbaarheid van het werk op het thuiskantoor. Dit regel je door in de cloud te werken. Door alle bestanden in de cloud op te slaan, kun je deze ook overal ter wereld bekijken en bewerken. Wil je het samenwerken bevorderen, zorg er dan voor dat al je medewerkers in dezelfde cloud werken. Daardoor kunnen bestanden eenvoudig uitgewisseld worden zonder dat je bang hoeft te zijn dat de ene persoon de bestanden van de andere persoon niet kan openen en bewerken. Door met een uniforme omgeving te werken, kun je je beveiliging ook beter regelen, daarover later meer. 

Faciliteer goede programma’s voor je medewerkers

Thuiswerken brengt flexibiliteit met zich mee, maar alleen wanneer je dit aanbiedt binnen duidelijke kaders. Zorg er daarom voor dat de basis van de online omgeving voor iedereen hetzelfde is. Dat doe je door bijvoorbeeld met Office 365 zakelijk te gaan werken. Dit pakket biedt een collectie van hoogwaardige programma’s waar negentig procent van de werknemers uitermate goed mee uit de voeten kan. Of je nu een rapport moet schrijven, of dat je de administratie bij moet houden; met het Office zakelijk 365 pakket is het allemaal mogelijk. Het voordeel van dit pakket is dat je mensen eenvoudig kunnen samenwerken in dezelfde bestanden en dat je werk altijd automatisch opgeslagen wordt waardoor je nooit werk kwijtraakt. Oudere versies blijven ook beschikbaar omdat je in het logboek kunt kijken wanneer iemand iets aangepast of gewijzigd heeft. Zo weet je zeker dat je constructief kunt werken en dat je geen tijd kwijt bent aan allerlei randzaken. 

Thuiswerken biedt meer flexibiliteit, maar vraagt meer discipline

Tot slot: thuiswerken biedt veel flexibiliteit, maar het vraagt ook om meer discipline van je mensen. Het toezicht valt namelijk weg waardoor je sneller geneigd bent om even je social media te controleren, of om even een appje te sturen wanneer je aan het werk bent. Wil je zorgen voor een betere focus, installeer dan apps waarmee je afleiding kunt blokkeren. Daarnaast is het ook verstandig om pauzes in te bouwen. Werk bijvoorbeeld ‘s ochtends een aantal uur, neem dan een pauze waarin je echt even iets anders gaat doen, en pak het werk dan weer op. Je zult merken dat je je beter kunt concentreren en dat je veel gedaan kunt krijgen op een dag. 

Tien jaar Dutch Data Center Association (DDA) werd donderdag gevierd in de Heineken Experience in Amsterdam. Managing Director Stijn Grove blikte terug op de begintijd. “Het idee om een brancheorganisatie voor datacenters op te richten, ontstond in een tijd waarin digitale infrastructuur nog geen vanzelfsprekend thema was op overheidsagenda’s.”

Tekst: Mels Dees

De organisatie richt zich vanaf de oprichting op drie pijlers: energie en duurzaamheid, onderwijs en werkgelegenheid, en de digitale economie. Grove benadrukte hoe belangrijk het was dat de sector destijds die focus koos. “Focus heeft ons veel gebracht. Vooral in het begin. Energie, onderwijs, economie – dat zijn de kerngebieden waarin we echt iets konden betekenen.”

Manager Public Affairs Laura Beukers, inmiddels vier jaar werkzaam voor DDA, ging tijdens het evenement in op het maatschappelijk debat over datacenters. Dat laaide in de afgelopen jaren op. “We moesten ineens veel meer uitleggen over thema’s als energiegebruik en waterverbruik.” Die uitleg werpt vruchten af, stelde Beukers. “Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.”

Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.

Het jaarlijks rapport State of the Dutch Data Centers, dat samen met onderzoeksbureau Pb7 wordt uitgebracht, is een concreet voorbeeld van die inspanning. “Dit jaar was het bijna 100 pagina’s,” vertelt Laura. “Het laat goed zien hoe de markt zich ontwikkelt. Dat onze bevindingen letterlijk worden overgenomen in overheidsdocumenten is het beste bewijs dat we impact hebben.”

Kickstart Europe als toonaangevende beurs

Een van de grootste publiekssuccessen van de DDA is het jaarlijkse event Kickstart Europe, dat inmiddels is uitgegroeid tot een van de belangrijkste Europese bijeenkomsten in de sector. Zoë Derksen, Manager Marketing, PR & Events, legde uit hoe bijzonder die groei is geweest. “In 2018 begonnen we met 250 mensen. Nu zitten we over de 2000. En het unieke is: het is een evenement vóór en dóór het netwerk.”

Ook op het gebied van duurzaamheid is er veel gebeurd. Erik Barentsen blikte terug op het eerste initiatief rond restwarmte. “In 2017 boden we onze warmte aan. Het idee was simpel: gebruik energie twee keer. Maar al snel ontdekten we dat het niet zo makkelijk was. Er moet ook een warmtevraag zijn. En daar liep het spaak. Die warmtevraag wordt niet voldoende gestimuleerd in Nederland. Het is frustrerend, want we hebben honderden megawatts beschikbaar aan restwarmte, maar het beleid loopt achter.”

Andrew van der Haar, verantwoordelijk voor onder meer de energie-efficiëntiemaatregelen, vulde aan: “Wat we hebben geleerd is dat we als sector al veel doen, maar dat het zichtbaar maken van die inspanningen cruciaal is. Samen met toezichthouders hebben we nu een werkbare methode ontwikkeld om die besparingen goed te rapporteren. Dat is echt een doorbraak.”

Het zichtbaar maken van onze inspanningen is cruciaal.

Het gesprek verschoof daarna naar onderwijs en werkgelegenheid. Van der Haar zag daar een groot gat dat gedicht moest worden. “Binnen het onderwijs was nauwelijks aandacht voor onze sector. Je had opleidingen voor ICT, programmeren, maar niets over datacenterbeheer, fysieke installaties, onderhoud. We hebben nu MBO-opleidingen opgezet, keuzevakken geaccrediteerd gekregen. Vorig jaar schreven we 206 certificaten uit. Dat is echt een verschil.”

Nederland staat stil

Toen het gesprek richting toekomst verschoof, stelde Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer (D66), een centrale vraag: wat zijn de strategische keuzes die Nederland nu moet maken? Michiel Eielts, voorzitter van het bestuur van DDA, was duidelijk: “Als je kijkt naar AI, naar robotisering, naar digitalisering in brede zin, dan staat de wereld niet stil. Maar Nederland wél. En dat is zorgelijk. We moeten de randvoorwaarden creëren zodat we kunnen blijven innoveren. Dat vraagt om lef, beleid en samenwerking.”

We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.

Managing Director Stijn Grove vulde aan: “Ik zie een positieve kans. We kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie, we kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Maar we moeten wél erkend worden als infrastructuur. Op dit moment zitten we nog te vaak in de uitlegfase. We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.”