Het maakt niet meer uit hoe groot of klein je organisatie is: je data zijn waardevol en ­moeten optimaal worden beschermd. Zero trust is daarbij cruciaal om het aanvalsoppervlak te minimaliseren. Dat zegt Martijn Nielen, Senior Sales Engineer van WatchGuard Technologies.

Zero trust is het securityprincipe dat ­ieder nieuw apparaat en iedere gebruiker -extern én intern- in principe de toegang tot een systeem ontzegt. Alleen als de identiteit goed is geverifieerd, krijgt de gebruiker toegang tot de applicaties en data die zijn toegewezen. “Het is geen techniek”, zegt Nielen. “Het is een afspraak die je met ­elkaar maakt over hoe je werkt en welke voorwaarden je stelt voor toegang. Het moet van A tot Z worden geïmplementeerd.” Hij citeert Carla Roncato, de Vice President of Identity by WatchGuard over cybercriminaliteit: ­“Hackers breken niet in, ze loggen in.”

Gelaagde security

Het impliceert dat zero trust op alle lagen van de ICT-infrastructuur moet worden geïmplementeerd. Een niet-gelaagde aanpak zorgt voor zwakke schakels in het netwerk. “Zero trust moet in de genen van de organisatie zitten, anders ontstaan zwakke plekken”, zegt Nielen. “Te vaak zie je dat MFA bijvoorbeeld alleen wordt vereist als medewerkers zich extern bevinden. Maar authenticatie intern moet je ook beschermen met MFA, wil je er zeker van zijn dat ze niet bij de kroonjuwelen kunnen komen. Het verschil tussen thuiswerken en on-premises werken is vervaagd.” Zero trust biedt daar de flexibiliteit voor. “Op het moment dat de identiteit vaststaat, kun je via Single Sign On bijvoorbeeld de profielen hergebruiken voor applicaties in de cloud.”

Zero trust moet in de genen van de organisatie zitten

Balans

Maar hoe zit het dan met het gebruiksgemak? Voor Nielen staat voorop dat voor gebruikers de security niet te omzeilen moet zijn. “Ik ben geen voorstander van wachtwoordloze authenticatie”, zegt hij. “We bieden met AuthPoint bijvoorbeeld een integratie met Windows Hello. Een gebruiker kan dan inloggen via de vingerafdruk of gezichts­herkenning, waarna ze nog een pushbericht krijgen voor bevestiging.”

Dit in combinatie met ITDR (Identity Threat Detection and Response), waarbij bijvoorbeeld Geofencing gevoelige landen blokkeert of Geokinetics te snel opvolgende loginpogingen uit verschillende landen blokkeert. Dat zorgt voor een verhoogde ­securitygraad. “WatchGuard heeft ook, als een van de weinigen in de branche, de mogelijkheid om applicaties te verifiëren voordat we toestaan dat ze opgestart worden. Hiermee voorkomen we via machine learning en AI zelfs nieuwe ­zero-day malware zonder tussenkomst van een medewerker.”

De mate van security die uit zero trust voortkomt is eigenlijk onmisbaar geworden voor iedere organisatie, ongeacht hoe groot ze zijn, zegt Nielen. “Het dekt risico’s en geldende compliance-eisen af. Daar komt bij dat het op maat moet worden doorgevoerd. Wij ­zorgen voor de tooling en de mssp zorgt voor de mensen die het kunnen uitvoeren.”

In 2021 begon Maaike Dekkers-Duijts te bouwen aan een IT-bedrijf. Ze bracht verschillende bedrijven, Four IT, Scala Solutions, Tech Bakery en D-Two, samen onder één paraplu en creëerde zo een nieuwe speler met ambitie. “We willen een top 5 speler worden in het IT-landschap.”

Op de grens van 2024 wil Maaike Dekkers-Duijts verder groeien met de onderneming. “We hebben de positie en de propositie om ­verder te groeien. En om dat te realiseren kijken we toch in eerste instantie naar msp’s. Als die een volgende stap over­wegen, wil ik dat wij de eerste zijn aan wie ze denken.”Dekkers-Duijts heeft naar eigen zeggen een club gebouwd ‘waar energie in zit’. Een organisatie waar de mensen op een leuke manier met klanten en met elkaar bezig zijn.

“We groeien en doen zaken vaak net even anders dan anderen.” Dat ‘andere’ uit zich volgens de CEO in de hoge mate van customer intimacy. Door onafhankelijke labels te houden binnen de holding, lukt het de verschillende bedrijven die intimiteit te blijven bieden. “We hebben nadrukkelijk de ambitie om met de Four IT Group uit te groeien tot een top 5-speler in het IT-landschap. En dat zowel op het msp-stuk als op het Enterprise volume-stuk.” De CEO zegt daarmee: ‘Beste fabrikant, msp, channel: we zijn hier, we groeien, we gaan vooruit. Houd ­dus ­rekening met ons!’

Het belang van een msp

“Het is en blijft toch een stap om iets essentieels als IT, als applicatiebeheer, als security uit handen te geven als ondernemer,” weet Dekkers-Duijts, die zelf een achtergrond als zelfstandig ondernemer heeft. “Als een bedrijf dan gaat outsourcen, dan liefst met een vertrouwenwekkende partij die alles uit handen neemt. Dus geen opgetuigd geheel van subcontractors.” Binnen de groep hebben we bijna de gehele dienstverlening zelf in huis, dat is een speerpunt van het bedrijf. Dekkers-Duijts: “Dat zorgt voor een organisatie die flexibel kan omgaan met de kansen en uitdagingen van onze klanten. Tegelijkertijd betekent het dat we de gewenste en vereiste kwaliteit kunnen waarborgen.”

360 lifecycle management

In de praktijk blijkt dat eindgebruikersorganisaties zelf lange tijd de IT willen managen. “Succesvolle ondernemers bouwen aan hun bedrijf. Aanvankelijk handelen ze alles zelf af, maar er komt een moment dat ze beseffen dat ze niet het beheren van de laptops, het netwerk, tot de security, alles zelf kunnen doen. Dan komen ze bij ons terecht, wij kunnen de zorg voor hun IT-omgeving in de volle breedte overnemen, van de aanschaf van devices en het beheer, tot de duurzame uitfasering.” En dat, zoals gezegd, met eigen personeel.”

Op deze manier speelt Four IT in op een actuele trend: 360 lifecycle management. “Van het begin tot het eind nemen we alles uit handen. Inclusief inruil, datawiping, refurbishment en de financiering.”

Dat laatste betekent, volgens Dekkers-Duijts, dat er steeds een klantdossier is dat naadloos wordt overgedragen tussen experts. Op die manier spreken klanten altijd iemand binnen de groep die volledig op de hoogte is van hun business. “Het gaat in de praktijk vaak mis op het snijvlak van de ene naar de andere leverancier,” weet de CEO. “Vaak is dat een ingewikkelde overdracht. Dat probleem zul je bij ons niet hebben.”

Lacunes in positionering

“We h­­ebben een groot stuk dienstverlening dat fungeert als msp (Scala Solutions in Huizen) en we kennen het speelveld. We zien wat daar gebeurt. Ja, we hebben zo goed als alles in eigen huis, maar dat zouden we voor nog veel meer klanten willen invullen. Dat is een opening naar het kanaal.”

“Zoals elke partner hebben ook wij de leveranciers nodig, zowel op het gebied van software als voor hardware, en ook zij zullen deze tekst lezen. Er is echter nog een reden. We zijn een brand house dat meerdere ondernemingen onder één paraplu brengt. En daar zijn we nog niet mee klaar. Zo kijken we nadrukkelijk naar uitbreiding door de acquisitie van regionale msp’s, waar het huidige management toe is aan de volgende stap. Dat is nu niet direct een open sollicitatie naar alle msp’s, maar via dit interview vertellen we wel waar we sterk in zijn, wat onze propositie is en dat er regionaal nog wel lacunes zijn die we willen invullen in onze positionering.”

Four IT werkt met en voor mensen

“Wat ons met name uniek maakt is menselijkheid en de menselijke maat. We werken met en voor mensen. En dat heel flexibel. Door het goed aanbieden van die combinatie maken we echt onderscheid, merken we, Vandaar dat dit ook bovenaan staat in ons brandhouse ‘Mensen!’”

Een belangrijk onderdeel van elke service-business is het organiseren van een goede servicedesk. Dekkers-Duijts: “Als je dan kijkt naar onze msp en eerste- en tweedelijns supportbusiness, dan zie je dat we daar ook kennisintensieve mensen op de helpdesk hebben zitten.” De achterliggende filosofie daarbij is dat elke helpdeskmedewerker iedere klant gelijk moet kunnen helpen. “Dus niet eindeloos tickets aanmaken als je contact zoekt, maar direct persoonlijk contact. Ook op dat moment nemen we de klant zorgen uit handen.”

Wat ons met name uniek maakt is menselijkheid en de menselijke maat

Refurbishment steeds belangrijker

Op de website van Four IT en D-Two vinden de bezoekers veel informatie over refurbishment en duurzaamheid. We vragen hoe het onderwerp landt in de markt. “Het wordt steeds prominenter”, antwoordt de CEO. “Er komen nu erg goede producten weer terug op de markt.” De holding waarvan Dekkers-Duijts CEO is omvat ook een organisatie (D-Two in Elst) die het hele hardware lifecycle-management doet. “Organisaties leveren forse partijen afgeschreven hardware in, die wij vervolgens een tweede leven geven. Wat goed te refurbishen is blijft in Nederland, iets minder goed gaat naar het buitenland of naar scholen en als dat niet meer lukt qua kwaliteit dan worden de devices helemaal gerecycled.

Dat past heel goed in onze ESG-doelstellingen. Het hergebruik is milieutechnisch belangrijk, maar we voeren het ook nog eens uit met mensen die een zekere afstand tot de arbeidsmarkt hebben.” Ook voor de MVO en ESG-doelstellingen van klanten is de aanschaf van refurbished apparatuur gunstig. “En het wordt steeds vaker gevraagd bij aanbestedingen of RFP’s”

Msp-consolidatie vlakt af

In dit eindejaarsnummer vragen we Dekkers-Duijts naar haar beeld van 2024. “We zien op dit moment in de msp-markt veel consolidatie. Maar anders dan in de afgelopen jaren. Het pure private-equity model waarbij msp’s worden gekocht en samengevoegd vlakt wat af. Maar de consolidatie gaat wel verder.” Men is dan vooral geïnteresseerd in bedrijven met een meerwaarde. “Hooggekwalificeerd personeel – ook op de tweedelijns support, een goede regio, een interessante niche. Dat is, verwacht ik, de trend voor komend jaar.”

We zien op dit moment in de msp-markt veel consolidatie

Onderscheidend

Het is daarnaast meer dan ooit belangrijk dat bedrijven zich weten te onderscheiden. “Er zijn immers inmiddels nogal veel partijen die als dienstverlener Office 365 aanbieden.” Minstens zo belangrijk is dat niet die ene technicus in een bepaalde situatie het enige point of failure is of kan zijn. “De bedrijven die zich bij ons aansluiten worden onderdeel van een groep ondernemingen die ook in technisch opzicht een team ­vormen. Ze hebben hun eigen business en ­specialisatie, maar je bent in een ­grotere omgeving niet als enige eindverantwoordelijk. Je kunt sparren en kennis delen met gelijken. Dat maakt ons als bedrijf sterker en zorgt ervoor dat mensen hier graag werken.”

De visie op het bedrijf

Dekkers-Duijts studeerde economie en werkte bij consultancyfirma McKinsey. Vervolgens startte ze Silverfit, dat als startup computerspellen ontwikkelde die gebruikt worden voor revalidatie. Daarna, in 2021, wilde Dekkers-Duijts echt de IT in, en van iets dat er al is een groter geheel maken en wel in de vorm van een Buy-and-Build samengesteld bedrijf. “En daar zijn we met een goed team nu mee bezig. Binnen de Four IT groep werken inmiddels 125 mensen.”

De onderneming bestaat uit verschillende bedrijven die vaak een regionaal profiel hebben. We vragen de CEO waarom de focus op het mkb in de regio voor haar belangrijk is. “Als mkb-ondernemer wil je werken met een regionale partij. Ons bedrijf in Huizen heeft bijvoorbeeld een kring van klanten die maximaal 1,5 uur van Huizen actief zijn.”

Dekkers-Duijts wil klanten geen visie of strategie opleggen. “We onderzoeken wat ze nodig hebben en adviseren wat daar het beste bij past. Dat kan de cloud zijn, maar als on-premise geschikter is dan doen we dat. De msp-hostingdiensten die we aanbieden draaien allemaal op onze eigen hardware verdeeld over meerdere datacentra binnen Nederland.”

We hebben het waarschijnlijk allemaal ­regelmatig meegemaakt: de brand- of ontruimingsoefening. BHV’ers rennen nerveus door het pand en geven collega’s die toch in de lift willen stappen een standje. De andere ­medewerkers sjokken lacherig 14 verdiepingen naar ­beneden, waar de rokers die toch al buiten stonden zich allang bij het verzamelpunt hebben gemeld.

Hoewel de kans op een cyberincident ongeveer 80 keer groter is dan het risico op brand, voeren we ­zelden cyber-ontruimingsoefeningen uit. Er zijn ­experts die vinden dat je een ethical hacker op elk moment op elke segment van het netwerk moet toelaten. Dat is, denk ik, best gewaagd. Aan de ene kant vanwege het feit dat je dan qua AVG en (straks) NIS2 waarschijnlijk zo strenge afspraken met de testende partij moet maken, dat een dergelijke oefening ­nauwelijks uit te voeren is.

Uit te stellen

Aan de andere kant ligt ook hier de vergelijking met de fysieke brandoefening voor de hand. Natuurlijk kan er een échte brand uitbreken op het moment dat de belangrijkste klant van de onderneming over een contractverlenging komt onderhandelen, maar ­slimmer is het de test even uit te stellen. En: een branddeur die een uurtje openstaat tijdens een regenbui is te overzien, maar om nu twee keer per jaar het hele gebouw plat te leggen door ook de sprinklers uitgebreid te testen gaat wat ver.

Het is onvermijdelijk dat elke test een storing is van een lopend proces

Lopend proces

Nu is het onvermijdelijk dat elke test, of het nou de toegang tot de computerruimte, de aanval van een ethical hacker of een traditionele ontruimings­oefening is, op dat moment een storing is van een lopend proces. De deadline van een krant, bijvoorbeeld. Nu hoeft ook dat niet per se een probleem te zijn. Ervaring bij de betreffende teams kan de meeste incidenten opvangen, als iedereen meewerkt.

Machines

Dat laatste is dan wel een voorwaarde. Ik maakte bij een groot computertijdschrift (nee, niet Channel­Connect) mee dat de chefredacteur zich braaf bij het verzamelpunt had gemeld na de ontruiming, maar vervolgens op zijn fiets was gestapt en, voor ons onbereikbaar, naar huis reed. “Hoe kun je dat nou doen,” was de volgende ochtend onze verontwaardigde vraag. “We moesten alle zeilen bijzetten om alles op tijd naar de drukker te krijgen.” De mede­werker in kwestie keek ons verbaasd aan en antwoordde: “Bij een echte brand waren we toch ook niet op tijd naar de drukker gegaan?” Kortom: de mens is bij security wellicht niet zozeer de zwakste schakel, zoals vaak wordt beweerd, maar soms wel de minst voorspelbare. Gelukkig maar, we zijn immers geen machines.

Als bedrijf gespecialiseerd in cybersecurity ontkom je er niet aan om je voortdurend in de actuele ontwikkelingen te verdiepen. Dat geldt ook voor SonicWall. Niet alleen cyberdreigingen, maar ook de impact van NIS2 voor het partnerkanaal hebben de volle aandacht. “Wij willen onze partners volop ondersteunen bij deze complexe regelgeving.” 

Elk land binnen de EU geeft een eigen invulling aan NIS2, en in details zijn er verschillen tussen de wet- en regelgeving van individuele staten,” geeft ­Spencer Starkey, Vice President EMEA bij SonicWall aan. “Maar er is een raamwerk gedefinieerd op Europees ­niveau, en dat verwerkten we in een educatieprogramma gericht op de implementatie van NIS2 bij zowel onze partners als bij hun klanten.”

Dit initiatief heeft als doel te ­helpen bij het begrijpen en aanpakken van de uitdagingen die NIS2 met zich meebrengt. “Wij bieden de middelen en ondersteuning om partners en hun klanten te helpen bij deze complexe regelgeving. ­Zeker voor partners die zelf in meerdere Europese landen actief zijn, of ­wanneer ze klanten met grensoverschrijdende activiteiten hebben, is de behoefte aan informatie groot, merken we.”

Wij willen partners en hun klanten helpen bij de complexe NIS2-regelgeving

Communicatie met partners

Dit anticiperen op noden van de partners staat niet op zichzelf, stelt Starkey. “We hebben in de ­afgelopen 18 maanden binnen onze organisatie een naar ons idee significante verschuiving doorgemaakt in de manier waarop we communiceren met onze klanten.” En die klanten zijn voor SonicWall de channelpartners. Zij zijn immers de link tussen de leverancier en de eindgebruikers. “Marketeers ­spreken traditioneel graag over een ­‘buiten-naar-binnen’-benadering, maar veel ondernemingen geven er niet heel nadrukkelijk invulling aan. Wij hebben dat de afgelopen anderhalf jaar wel gedaan.”

Natuurlijk was er altijd contact met partners via wie producten en diensten geleverd werden. Daarbij ging het zowel om distributeurs als om serviceproviders. “Maar ontwikkelingen in de markt, zowel op ­macro-economisch niveau, als ook op het vlak van de lokale business gaan zo snel, en hebben als het om security gaat zoveel impact, dat we heel gericht onze partners gingen bevragen over hun bevindingen,” maakt Starkey duidelijk. “Deze ­benadering heeft geleid tot een reeks veranderingen in hoe ­SonicWall samenwerkt met zijn partners.”

Flexibiliteit

Het kanaal kan, zo stelt Starkey, ­profiteren van de manier waarop SonicWall de feedback interpreteert. “We streven er nadrukkelijk naar de partners meer flexibiliteit in het partnerprogramma te bieden. Daarnaast geven we nog meer aandacht dan we al deden aan ondersteuning en training en aan differentiatie.” Met dat laatste doelt Starkey op het bieden van oplossingen voor specifieke verticals en andere specialisaties waarvoor partners ­kunnen kiezen. “Door voor die invulling te kiezen kunnen we een breder spectrum aan partners aan ons binden en ondersteunen,” stelt de Vice President EMEA. “Sterker nog, we moedigen onze relaties aan zich op een bepaald segment of gebied te specialiseren, en zoveel mogelijk samen te werken met andere partners. Dit om een complete stack aan security-oplossingen aan te kunnen bieden aan eindklanten en zo vanuit een specialisatie ondernemingen volledig te ontzorgen op basis van ons complete portfolio.”

Acquisitie van eindklanten

Een van de uitdagingen waarmee partners worden geconfronteerd, weet Starkey, is het aantrekken van nieuwe klanten. “Dit kan natuurlijk spelen in het huidige marktsegment waarin deze ondernemingen ­a­ctief zijn, maar zeker ook betrekking ­hebben op volledig nieuwe markten die ze willen ontginnen.” Het aantrekken van nieuwe klanten kan voor partners een uitdaging zijn, vooral gezien de economische tegenwind die veel bedrijven op dit moment ervaren. ‘We hebben gemerkt dat onze partners ondersteuning nodig hebben bij het werven van nieuwe ­klanten. En we willen investeren in hun groei,” legt Starkey uit.

Om die reden introduceert SonicWall per 1 februari volgend jaar een nieuw partnerprogramma. Dit programma biedt meer marketingontwikkelingsfondsen, waardoor partners middelen krijgen om hun klantenbestand uit te breiden. Partners merkten ook op dat hun (eind)klanten op zoek zijn naar toegevoegde waarde in plaats van alleen ‘best of breed’ oplossingen. “Daarop spelen we ­nadrukkelijk in,” stelt Starkey. “We helpen partners bij het uitvoeren van security-audits om de klant de ­waarde van hun ­huidige beveiligingsinfrastructuur te laten zien. Dit is een gratis tool die we aanbieden. Het helpt eindklanten de juiste beslissingen te nemen om hun beveiliging te ver­beteren.”

Generatieve AI

Een actueel aspect van cyber­beveiliging is de opkomst van ­generatieve AI, zowel bij de beveiliging van assets als ook als onderdeel van de gereedschapskist van aanvallers. “SonicWall heeft zichzelf altijd al geëngageerd met Machine Learning om dreigingen te detecteren en te bestrijden,” geeft de Vice President aan. “We zijn ons er echter ­terdege van bewust dat slechte actoren inmiddels ook gebruik maken van deze technologie.” Generatieve ­Artificial Intelligence stelt hen ­immers in staat om snel nieuwe aanvalsmethoden te ontwikkelen en te implementeren.

Starkey: “Juist om dit tegen te gaan, zullen wij verder gaan met het doorontwikkelen van Machine Learning en andere technologieën in de ­producten en diensten. Zo blijven we ons inzetten voor het beschermen van klanten tegen cyberdreigingen en het bieden van de beste beveiligingstechnologie.”

“SSE + SD-WAN = SASE is een opstelsom die in de cybersecurity­branche steeds vaker gemaakt wordt”, zegt Bas van Hoek, Head of Channel Netherlands bij Fortinet. “SASE voorziet hybride werknemers van consistente cybersecurity, ongeacht hun locatie, door netwerkcomponenten (SD-WAN) te combineren met cloudgebaseerde security (SSE). SASE voegt veel waarde toe voor onze klanten en biedt daardoor kansen voor IT-dienstverleners die zich daarin specialiseren.”

Bij veel organisaties is er nog steeds verwarring over wat SSE inhoudt en welke cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen nodig zijn voor een allesomvattende SASE-aanpak. Van Hoek: “Security Service Edge (SSE) is een beveiligingsoplossing die vanuit eigen POP’s aangeboden wordt en vier securitycomponenten combineert: Firewall-as-a-Service (FWaaS), secure web gateway (SWG), cloud access security broker (CASB) en zero-trust network access (ZTNA). “Elk van deze producten werkt samen om gebruikers, apparaten en randen van toepassingen te beveiligen, ongeacht de locatie”, vertelt Van Hoek.

Vier securitycomponenten

1. FWaaS voorziet in next-generation firewalls (NGFW’s) inclusief webfiltering en inbraakpreventiesystemen (IPS, DNS-beveiliging, bestandsfiltering, bescherming tegen bedreigingen). Door dit af te nemen als clouddienst, krijgen organisaties flexibiliteit en schaalbaarheid in de beveiligingsdekking, zonder kosten voor aanschaf, onderhoud en beheer van een hardware-infrastructuur.

2. Een secure web gateway (SWG) beschermt het netwerk tegen internetaanvallen. Nu bedreigingen steeds geavanceerder worden, draaien aanvallers overuren om je netwerk te infiltreren en zo lang mogelijk verborgen te blijven. Een SWG beschikt over verschillende beveiligingsfuncties zoals inbraakpreventie, DNS-filtering en sandboxing. Met SASE wordt SWG geleverd als een cloud­gebaseerde proxy binnen SSE.

3. De cloud access security broker (CASB) bevindt zich tussen ­gebruikers en hun cloudapplicaties en dwingt het beveiligingsbeleid van een organisatie af als gebruikers verbonden zijn met de cloud. CASB maakt het gebruik van cloudapplicaties inzichtelijk, zoals apparaat- en locatiegegevens en biedt analyses waarmee organisaties het risico van cloud­diensten kunnen beoordelen. CASB bevat bovendien DLP-tools, zodat organisaties datalekken kunnen voor­komen in de uitwisseling van gevoelige informatie tussen hun on-premise en cloudomgevingen.

4. Tot slot verifiëren zero-trust network access (ZTNA)-oplossingen alle gebruikers en apparaten die toegang hebben, of proberen te krijgen, tot bedrijfstoepassingen en -gegevens. Dankzij ZTNA kunnen organisaties afscheid nemen van VPN-tunnels die onbeperkte toegang bieden tot het hele netwerk.

“FortiSASE integreert al deze Fortinet producten tot één dienst, die vanuit eigen POP’s wereldwijd aangeboden wordt en toegankelijk is”, aldus Van Hoek.

De SASE-aanpak met één leverancier

“SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom”, zegt Van Hoek. “SD-WAN is de andere helft. SSE en SD-WAN moeten naar onze mening naadloos samenwerken, wil een ­SASE-implementatie allesomvattend zijn. Wij bieden daarvoor een geïntegreerd platform, genaamd FortiSASE. Dit waarborgt geïntegreerde beveiliging voor alle gebruikers, toepassingen en apparaten. Het vereenvoudigt het beheer door één beheerconsole voor alle beveiligings- en netwerkfuncties. Het verbetert de prestaties door het optimaliseren van de verkeersstroom tussen gebruikers, toepassingen en de cloud. Het verlaagt bovendien de kosten doordat organisaties niet langer verschillende leveranciers en oplossingen hoeven te beheren.”

SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom

SASE blijft groeien in populariteit

SASE is weliswaar een relatief ­nieuwe oplossing, maar het is geen hype, benadrukt Van Hoek. “Het wordt in rap tempo geïntegreerd in de infrastructuur van onze klanten en is daarmee hét alternatief voor de traditionele VPN-verbinding. Onze partners kunnen de kansen die dit biedt verzilveren door hun klanten te voorzien van een oplossing die niet alleen verbindingen van en naar het internet beschermt, maar ook SaaS- en privétoepassingen.”

Bovendien kunnen partners van Fortinet hun dienstenaanbod uitbreiden, want de cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen binnen FortiSASE moeten actueel worden gehouden en worden bijgewerkt. Van Hoek: “Onze partners kennen de nieuwste ontwikkelingen die bescherming bieden tegen op­komende en steeds veranderende cyberbedreigingen. Het toevoegen van FortiSASE, daar waar zinvol, verhoogt enerzijds het cyber­securityniveau van klanten en vergroot anderzijds de user experience en adoptie van cloudapplicaties van de gebruikers.”

Wat is SASE?

De term SASE staat voor Secure Access Service Edge en is een model voor een cloudarchitectuur dat netwerken en security-as-a-service combineert en levert als één enkele clouddienst. Dat maakt SASE zeer geschikt voor organisaties met werknemers op afstand die voornamelijk gebruikmaken van ­cloudapplicaties. SASE pakt het connectiviteitsprobleem aan deze gebruikers ervaren als zij via een VPN-tunnel cloudapplicaties willen benaderen. De organisatie hoeft daarvoor geen concessies te doen aan het securitybeleid. In principe breidt SASE netwerk- en beveiligingsmogelijkheden verder uit dan waar ze normaal beschikbaar zijn. Hierdoor zijn werknemers die ‘overal en altijd’ toegang hebben tot netwerken en applicaties (‘work from any­where’), beschermd door een firewall-as-a-service (FWaaS), een veilige webgateway (SWG), zero-trust-netwerktoegang (ZTNA) en een reeks bedreigingsdetectiefuncties. SASE bestaat uit Security Service Edge (SSE) en SD-WAN.

Onder NIS2 zijn msp’s eindverantwoordelijk voor de security bij hun klanten. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Het gelijktijdig bij een groot aantal klanten de complete securityomgeving beheersbaar maken, vraagt om specialistische middelen. Dat betoogt Martijn Nielen, Senior Sales Engineer bij WatchGuard Technologies.

Oktober 2024 is in de agenda van menig securityprofessional rood omrand. Vanaf die maand is de NIS2-richtlijn zeer waarschijnlijk omgezet in wetgeving. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor msp’s. Volgens de NIS2-richtlijn worden msp’s aangemerkt als digitale dienstverleners, aangezien zij beveiligingsdiensten aanbieden aan andere organisaties. Hierdoor vallen ze onder de reikwijdte van de richtlijn en moeten ze voldoen aan specifieke beveiligingsverplichtingen. Zij zijn vanaf dat moment niet alleen eindverantwoordelijk voor de eigen securityomgeving, maar ook voor de digitale veiligheid van hun klanten.

Martijn Nielen

Maatregelen in een breed spectrum

Dat betekent in de praktijk dat zij een ­geïntegreerde, solide set security voor alle klanten moeten realiseren. “Een ­beetje security’ is met de NIS2 geen optie”, aldus Martijn Nielen. “De richtlijn vraagt om maatregelen in een breed spectrum: van patchmanagement tot identiteitsbeheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging. Losse punt­oplossingen zijn nauwelijks meer een optie. In een lappendeken van ­securitymiddelen is de kans op de ­hiaten of (dure) overlap te groot. Bovendien neemt de complexiteit, en daarmee de kans op fouten, snel toe. Om over het inefficiënte beheer van zo’n versnipperd landschap nog maar te­ ­zwijgen.”

Snel en adequaat handelen

Bij onregelmatigheden moet een msp snel en adequaat handelen om een ernstig verloop van een aanval of incident zoveel mogelijk te voorkomen. Nielen: “Daarnaast vraagt de NIS2 om een beleid en middelen voor effectieve incident­respons en incident recovery, mocht het toch misgaan. Ze ­moeten dus bij iedere klant snel en adequaat ­kunnen ingrijpen. Het liefst ook zonder fysieke aanwezigheid. Als iedere minuut telt, is immers ­iedere minuut reistijd een teveel.”

Verder verplicht de NIS2 tot het maken van een melding bij ernstige incidenten. Daar is haast bij: binnen uiterlijk 24 of 72 uur moet de eerste incidentrapportage bij de Rijks­inspectie Digitale Infrastructuur liggen. Ook deze taak ligt onder de NIS2 bij de msp.

Niet gemakkelijk

Bovenstaande is geen gemakkelijke opgave. Het vraagt in sommige gevallen om een herziening van de manier waarop msp’s te werk gaan. “In alle gevallen vraagt het om een effectief, centraal securityplatform”, legt Nielen uit. “Een waarmee zij een hecht geïntegreerde set van securityvoorzieningen snel en effectief kunnen uitrollen en beheren. En op ieder willekeurig moment op afstand kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld middels het Watchguard Unified Security Platform, dat msp’s een diverse set tools en functies biedt die nodig zijn voor NIS2-compliance.”

In alle gevallen vraagt NIS2 om een effectief, centraal securityplatform

Het Watchguard Unified Security Platform bestaat uit:

  1. Geïntegreerde beveiligingsdiensten: het platform biedt een breed scala aan geïntegreerde beveiligingsdiensten, zoals firewall, IPS/IDS, antivirus, VPN en patch­management. Hierdoor ­kunnen msp’s een complete set beveiligingsoplossingen leveren zonder te hoeven vertrouwen op losse tools. Bovendien bevat het platform meerdere api’s voor naadloze integratie met bestaande, veelvoor­komende oplossingen.
  2. Centraal beheer en monitoring: met het Watchguard Unified Security Platform kunnen msp’s alle beveiligingsactiviteiten van hun klanten centraal beheren en monitoren. Ze hebben volledige zichtbaarheid van alle netwerken, apparaten en gebruikers, waardoor ze snel dreigingen kunnen identificeren. Dankzij XDR kunnen ze eventuele dreigingen effectief neutraliseren.
  3. Geautomatiseerde rapportage: het platform biedt geavanceerde rapportage- en analysetools waarmee msp’s gedetailleerde beveiligingsrapporten kunnen genereren. Dit vereenvoudigt het proces van compliance en maakt het gemakkelijk om klanten te voorzien van transparante en begrijpelijke rapporten over de beveiligingsstatus. Die informatie is onmisbaar voor het verbeteren van de security, maar ook voor het doen van de onder de NIS2 verplichte incidentmeldingen.

Nielen: “Met de komst van de NIS2 is een centraal securityplatform van cruciaal belang voor msp’s. Het biedt de nodige zichtbaarheid, controle, schaalbaarheid en efficiëntie om aan de eisen van NIS2 te voldoen en hun klanten effectief te beschermen. Laat dat precies de doelstelling zijn die de EU met de richtlijn voor ogen heeft.”

“NIS2 geen optie”, aldus Nielen. “De richtlijn vraagt om maat­regelen in een breed spectrum: van patch­management tot identiteits­beheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging.”

Tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven werd eind oktober Sun gelanceerd: de eerste AI-influencer die zich inzet om impactvolle klimaatacties te bevorderen. ChannelConnect bezocht deze lancering met in het achterhoofd de vraag: ‘Wat is de betekenis van deze nieuwe vorm van influencers voor het mkb?’ We spreken hierover met Sann Carrière, ontwikkelaar van Sun.

 Sun wordt aan de wereld gepresenteerd in een bioscoopzaal van het Natlab, gevestigd in een oud Philips-fabrieksgebouw op Strijp S: het toneel voor de Dutch Design Week. Met, hoe toepasselijk, een bak popcorn op schoot wordt de ontwikkeling van Sun aan de groep aanwezigen gepresenteerd.

Wat tijdens de presentatie opvalt is het proces waar initiatiefneemster Sann Carrière doorheen is gegaan. Ze vertelt dat er in de wereld van verduurzaming weinig inspirerende rolmodellen zijn, in het bijzonder voor de ‘digital native’, Generatie Z en A. Omdat Sann al jaren fervent voorvechtster is van een duurzame en circulaire economie, werd zij vaak uitgenodigd dit podium te pakken om haar boodschap en successen te delen. Sann: ‘Maar heel eerlijk; dit is een onderdeel van mijn werk dat ik liever aan anderen overlaat. Plus, ik kan niet overal tegelijk zijn.’

Het gave aan een AI-influencer is dat zij een alternatieve mening kan vormen die je anders naar een onderwerp laat kijken.

Virtual-influencer versus AI-influencer

Toch weet Sann dat iemand dat podium moet pakken, zeker in deze sector. ‘Dat is hard nodig’, aldus Sann. Dit zette haar ertoe aan na te denken over een virtual-influencer om een breed publiek te bereiken. Al snel transformeerde dit idee tot een AI-influencer. Sann: ‘Een virtueel influencer is een digitaal vormgegeven persoon. Het verschil met Sun is dat Sun op basis van kunstmatige intelligentie meedenkt en met initiatieven komt. Zij stelt zelfstandig voor wat een verantwoorde klimaatactie voor een organisatie is.’

We vinden op internet slechts een paar andere voorbeelden van andere AI-influencers. Het verschil met Sun is dat zij puur focus hebben op het verbeteren van bedrijfsprocessen of om commercieel succes te behalen, zoals traditionele social media-influencers. Denk aan inzet binnen financiële advisering, klantenservice of gegevensanalyse, bijvoorbeeld een chatbot. Virtual influencers worden daarentegen vaak ingezet voor merkpromotie, influencer marketing en het opbouwen van online aanwezigheid.

‘Sun is een combinatie van beide: zij is een virtuele persoonlijkheid die is ontwikkeld door AI, plus zij vormt haar eigen mening. Sun denkt actief mee binnen duurzaamheidsprojecten en neemt een duidelijke positie in. Zij is letterlijk een rolmodel en laat de betreffende organisatie, stakeholders en doelgroepen anders naar duurzaamheidsprojecten kijken,’ aldus Sann.

Sun wordt gevoed aan de hand van een Large Language Model (LLM) met het hele internet als haar bron. Het is de taak van Sann om Sun met haar waarden, normen en stem te vormen.

Ik kan niet wachten tot Sun met mij in discussie gaat. Dat zij het niet eens is met mijn standpunt.

Een andere, originele kijk op duurzaamheid

Sun wordt momenteel door diverse organisaties ingezet als merkambassadeur op duurzaamheidsprojecten van die bedrijven. ‘Om de gedachte en boodschap erachter aan het grote publiek te vertellen,’ zo vertelt Sann. Zo is Sun bij de lancering van een ‘groene’ fauteuil betrokken. Het betreffende bedrijf heeft het bedrijfslogo en een afbeelding van de fauteuil doorgegeven, inclusief een paragraaf marketingtekst. Sann vroeg Sun om vijf varianten van deze marketingboodschap te maken. Sun maakte hier vervolgens een filmpje van 30 seconden van, volledig gegenereerd door AI, inclusief een pakkende boodschap en muziek. Wanneer en hoe Sun beweegt en wat ze wanneer zegt, dat bepaalt Sun zelf. Net als de muziek, de lengte van de video en de toon. Dit alles op basis waarvan Sun denkt dat het de meeste impact heeft.

Sun is getraind om duurzaamheid te benadrukken en het belang ervan te verspreiden. Hierdoor kijkt zij op een andere manier naar het communiceren van een duurzaamheidsinitiatief dan een marketingbureau dat wordt ingeschakeld. Sun is nu ontwikkeld als ambassadeur voor bedrijven die duurzaamheidsprojecten naar buiten willen brengen. ‘Ik had haar ook als designer van groene producten of als wetenschapper kunnen vormgeven. Alleen, ik wilde juist een merkambassadeur die de maatschappij uitnodigt tot nadenken.’

Virtueel lid van een goed doel

Onlangs is Sun gevraagd om, als enige virtueel lid, toe te treden tot de 18-koppige raad van Reboot the Future. ‘Deze raad bestaat uit mensen die hun sporen ruimschoots hebben verdiend. Zo gaaf dat zij zich openstellen voor Sun.’

Sann vervolgt: ‘Het gave is dat een AI-influencer een alternatieve mening kan vormen, waarmee je als onderneming op een andere manier je boodschap kunt vormgeven. Zo kun je een AI-influencer introduceren als nieuwe medewerker die intern helpt met bepaalde positioneringsvraagstukken. Of om voor jouw merk te spreken en hiermee je marketingstrategie te verbeteren.’

Out of control

‘Ik merk dat mensen bang zijn dat AI-influencers een eigen leven gaan leiden en ‘out of control’ raken. Als cultuurwetenschapper weet ik waar dat vandaan komt: uit de angst om als mens niet meer relevant te zijn. Toch geeft de menselijke curator het eindoordeel over de content. Kijken we naar Sun, dan vormt zij haar mening door het algoritme, maar het zijn mijn waarden en normen die de kaders schetsen voor haar meningen. Zij kan de beschikbare informatie op een eigenzinnige manier reproduceren. Maar mijn waarden en normen gaan er overheen om te beslissen wat relevant is.’

Sann vervolgt: ‘Ik kijk er heel eerlijk naar uit dat ik met haar een discussie kan voeren. Naar het moment dat Sun met mij van mening verschilt. Als dat ‘out of control’ inhoudt dan denk ik dat we deze mate van out of control moeten verwelkomen. Waarom? Omdat je dan op een ander niveau, gebaseerd op een uitgebreidere data- en kennisset, statements kunt maken. Misschien vindt Sun op den duur wel dat een nieuw type wegwerpplastic, bij bepaalde productieprocessen, beter is dan bijvoorbeeld gerecycled plastic. Dan ben ik erg benieuwd naar haar beweegredenen. Ik denk dat we er allemaal alleen maar slimmer en creatiever van kunnen worden. Ik zie een AI-influencer in de toekomst ook als een uitdagende deelnemer van tafelgesprekken, bijvoorbeeld in hologramvorm.’

AI-influencers hebben toegang tot een grotere dataset en hebben meer capaciteit om de wereld, positief, te veranderen.

Sann woont zelf in Singapore. Daar denkt men al jaren heel anders over dit soort toepassingen. Daar is het normaal dat een robot bijvoorbeeld helpt bij eenzaamheid of verzorging van een oudere. Ik hoop dat er meer ‘tech for good’ AI-influencers ontwikkeld gaan worden. Bijvoorbeeld een AI-influencer voor mentale gezondheid; een ultra psychiater die je helpt met mentale uitdagingen. Of eentje die zich inzet voor gender equality of een gezonde levensstijl.’

Kansen voor ICT-dienstverleners

Vragen we Sann naar de mogelijkheden voor ICT-leveranciers dan zegt zij: ‘Wil een Mkb-bedrijf haar duurzaamheidsdoelstellingen en ambities laten communiceren door een onafhankelijk, virtueel expert dan kan een AI-influencer zoals Sun dat prima doen. Wanneer een ICT-bedrijf bijvoorbeeld aan een nieuwe blockchain toepassing werkt, die energiebesparend is en zo bijdraagt aan een groenere ICT-sector, dan is Sun daarvoor een fantastische boodschapper. Sun en andere toekomstige AI-influencers hebben een bredere toegang tot informatie en een grote capaciteit om de wereld te veranderen en hopelijk te verbeteren. Ik zou zeggen: ga experimenteren om van dat grote vraagteken jouw geheime wapen te maken.

Over Sun
Sun is ’s werelds eerste virtuele influencer met een volledige focus op duurzaamheid. Sun, gemodelleerd naar Sann, de oprichter van  Orobo (de organisatie achter Sun), is een door de computer gegenereerd personage dat online met haar publiek communiceert. Het AI-model van Sun is getraind in tekst, spraak en beeld, zodat ze een onafhankelijk rolmodel kan worden, dat pleit voor vrouwelijk ondernemerschap, klimaatactie en een duurzame, circulaire economie.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. 

Alain Luxembourg, Vice President Benelux & Nordics bij Barracuda, las het nieuws over de nieuwe zelf-evaluatietool voor NIS2 van Digital Trust Center. Ondernemers die deze zelf-evaluatie invullen, weten of hun organisatie onder de NIS2-richtlijn valt. Ook wordt duidelijk of de organisatie volgens de NIS2-richtlijn wordt gezien als ‘essentieel’ of ‘belangrijk’ voor het functioneren van de maatschappij en/of de economie.

Onduidelijkheid over NIS2

Luxembourg: “Het is heel goed dat de tool er is, want er is onder bedrijven nog steeds heel veel onduidelijkheid en onzekerheid of ze wel of niet onder NIS2 gaan vallen. Tegelijkertijd helpt dit tool hopelijk ook om de bewustwording rond NIS2 weer een stapje hoger te krijgen, omdat veel ondernemers het nog een beetje zien als een ‘ver van mijn bed show’. Terwijl ze hier nu toch echt mee aan de slag moeten als ze op tijd willen voldoen aan de nieuwe richtlijn.”

Goede security-aanpak essentieel

“Die bewustwording is en blijft een lastig punt. Dat sluit aan op het helaas nog vaak heersende idee onder directies van bedrijven, dat security puur een onderwerp is voor de IT-afdeling of voor degene die zich met security bezighoudt binnen het bedrijf. Security wordt ook nog steeds vooral gezien als kostenpost, in plaats van als een enabler. Terwijl een goede securityaanpak intussen echt essentieel is voor ondernemingen. Het faillissement van het ruim 100 jaar oude KNP Logistics Group in het VK heeft onlangs opnieuw laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van een cyberaanval. Ruim 700 medewerkers op straat.”

Bewustwording

“Dat gebrek aan bewustzijn horen we ook van onze partners. Zij krijgen regelmatig het verzoek van klanten ‘regel het even, want ik snap het niet’. Dit soort gooi-over-de-schutting mentaliteit is zorgelijk, want het geeft aan dat de directie zich niet met het onderwerp wil bezighouden, terwijl dat wel zou moeten. In ieder geval sturend. We krijgen ook opvallend weinig vragen over NIS2 van klanten; we brengen dit onderwerp vaak zelf bij ze naar voren. De nieuwe NIS2-tool van Digital Trust Center gaat hopelijk helpen bij die bewustwording, al is het alleen al vanwege de aandacht voor de lancering van de tool.”

Ambtenarentaal

Luxembourg ziet nog wel mogelijkheden voor verbetering: “Het taalgebruik van de tool is weer een voorbeeld van soms onbegrijpelijke ambtenarentaal. De kans bestaat dat mensen die de tool willen gebruiken dan afhaken of wellicht verkeerde keuzes invullen, waardoor ze niet de juiste uitslag krijgen. Het is daarom goed dat de Kamer het voorstel van D66 steunt om de overheid te verplichten om begrijpelijke taal te gebruiken. Ook het uiteindelijke resultaat kan wat mij betreft nog verbeterd worden. Op dit moment krijg je in feite alleen te horen of jouw onderneming gaat vallen onder NIS2 en welke verplichtingen daar dan bij horen. Daar zouden natuurlijk ook concrete vervolgstappen bij moeten staan. Wat moet je als ondernemer nu doen als blijkt dat je straks onder NIS2 valt? Waar begin je? Hoe stel je een plan van aanpak op? Dat soort informatie zou de tool nog nuttiger maken.”

AplusK is gespecialiseerd distributeur van audiovisuele en IT-oplossingen en biedt resellers met Evoko in het portfolio oplossingen voor het boeken en beheren van meeting rooms en werkplekken. Met verregaand technisch en commercieel support, ook op het gebied van IT-integratie, wil AplusK als distributeur waarde toevoegen aan deze oplossingen.

We zijn vanaf het eerste uur, inmiddels al ruim 15 jaar, distributeur van de Evoko producten”, vertelt Rutger ­Karelse, General Manager AplusK. “Wat ooit begon met de Evoko Room Manager, een product voor het ­boeken van vergaderruimtes, is gegroeid tot een compleet pakket Workplace Solutions met daarin ook werkplekbeheer.”

“Nog steeds zijn we enthousiast over het product”, vult Willem de Snoo, Commercieel Technisch Adviseur bij AplusK, aan. “Onder andere door kwalitatief goede hardware en de intuïtief te gebruiken software. Maar ook omdat Evoko continue blijft doorontwikkelen. De recente overname van Evoko door samenwerkingsspecialist Biamp zal dit ­alleen nog maar meer versnellen. Wij zijn blij dat we beide merken in het portfolio hebben en daardoor nauw betrokken zijn bij de kansen die deze samenwerking biedt.

Betalen voor wat je gebruikt

De Evoko Naso oplossing is Cloud Based, ieder moment op- of af te schalen en beweegt zo mee met de dynamiek van een organisatie, zegt het bedrijf. Het systeem is uit te breiden met extra modules voor andere functionaliteiten. Je betaalt alleen voor wat je gebruikt. “Al voldoet de basis voor veel organisaties al aan de vraag. Denk aan de beschikbaarheid van een ruimte zien op het room display, ter plekke ad hoc reservaties maken, ruimtes reserveren in Outlook of via de app, automatisch inchecken of vrijgeven en rapportagemogelijkheden. Dan is het juist mooi dat je voor de basis ook alleen de basisprijs betaalt.” aldus Karelse.

Het is juist mooi dat je voor de basis ook alleen de basisprijs betaalt

De juiste kennis

Audiovisuele en IT-producten zijn steeds meer met elkaar verweven. Niet iedere reseller heeft zelf die IT-kennis in huis om deze projecten uit te rollen bij klanten. “In die gevallen ondersteunen wij. We merken dat het voor alle partijen prettig is als we direct vanaf het begin aan tafel zitten. We zitten erin als fabrikant en nemen de juiste kennis mee om het project samen te kunnen oppakken. Van demo’s tot installatie. Maar altijd zonder de reseller te passeren”, zegt Willem de Snoo. “Deze samen­werking biedt natuurlijk ook grote meerwaarde na implementatie. Doordat we volledig op de hoogte zijn kunnen we de klant ook ontzorgen in het updaten en ­upgraden van de oplossing. En, mocht het ­nodig zijn, je kunt als reseller altijd ­escaleren naar AplusK. Wij staan voor onze producten en zijn er voor onze partners. De telefoon wordt ­altijd opgenomen.”

Soms vormt een nieuw product het ontbrekende stukje in een compleet portfolio. De router PR60X die Netgear op de markt bracht is zo’n schakel in het aanbod van de fabrikant. “Onze partners vroegen erom.”

De VAR’s die de producten van Netgear leveren aan (vooral) mkb-klanten zijn inmiddels gewend aan het gemak van het cloud management platform Insight Pro van Netgear. “Daarmee ­kunnen ze de netwerken van een groot ­aantal klanten remote monitoren en beheren”, zegt Presales ­Engineer Gillian Roseval. “Ze hoeven niet meer onsite wijzigingen in de configuraties uit te voeren, of afhankelijk te zijn van een VPN-infrastructuur naar de locatie van de router om een ­wijziging te kunnen uitvoeren.”

Een groot aantal devices van Netgear kon zo al beheerd worden. “We kregen echter steeds weer het verzoek ook te zorgen dat routers zo beheerd konden worden”,geeft Roseval aan. “Inclusief bijvoorbeeld het openzetten van een bepaalde poort voor een server of firewall-functionaliteit beschikbaar te stellen.”

Feedback van partners

Roseval geeft aan dat deze feedback van partners gemeld is bij het productmanagementteam. “We vinden het belangrijk dat dergelijke signalen leiden tot aanpassingen in ons portfolio.” Het resultaat is nu beschikbaar: de PR60X. Roseval: “het is een krachtige router die doorgaans in meer performance voorziet dan de hardware die een internetprovider default levert.”

En niet voor niets, vult Marketing Specialist Erik Hoeboer aan. “Breedband wordt steeds belangrijker voor ondernemers. WiFi is inmiddels de primaire toegang tot het internet, of het nu om telefoons, laptops of tablets gaat. Netgear zorg ervoor dat partners de netwerken van hun klanten op afstand kunnen ­monitoren en beheren. Zowel onze WiFi 6 en 6E Access Points, smart switches en nu ook de router.”

Hoeboer meldt dat het partnerprogramma partners helpt om hun eindklanten bewust te maken van en voor te bereiden op een toekomst met gigabit-verbindingen. “Dat heeft consequenties voor verschillende componenten binnen het netwerk. Door het ­geven van trainingen en pre-sales onder­steuning zoals hulp bij het ontwerpen van het draadloze netwerk, geven we partners de tools om onze producten op een laag­drempelige manier naar de markt te brengen.”

Breedband wordt steeds belangrijker voor ondernemers

Ingebouwde redundantie

Roseval: “Als de router een zo ­belangrijke schakel wordt, dan is het van belang dat ook die ­schakel zorgt voor redundantie. Dat ­bereiken eindklanten doordat de router over twee poorten beschikt. Je kunt dus voor twee providers kiezen, of glas en kabel combineren. Zo ben je altijd verzekerd van connectiviteit. En ben je klaar voor de toekomst.”