Meer dan de helft van het budget voor de subsidieregeling ‘Mijn Cyberweerbare Zaak is aangevraagd. Deze regeling helpt kleine ondernemers hun cyberweerbaarheid te vergroten. Ongeveer 500 bedrijven hebben sinds de start deze financiële steun aangevraagd die mogelijk is gemaakt door het Digital Trust Center (DTC). De subsidie kan tot 31 december 2024 worden aangevraagd en wordt toegekend op volgorde van aanvraag. “Ondernemers die nog gebruik willen maken van de subsidie, moedigen wij aan om hun aanvraag tijdig in te dienen”, waarschuwt Michel Verhagen, manager van het DTC.
Van alle aanvragen komt 76% van mkb-bedrijven, wat aangeeft dat deze groep de regeling het meest benut. Zzp’ers zijn verantwoordelijk voor de overige 24% van de aanvragen.
Meeste aanvragen voor back-ups
Met een kwart van alle aanvragen zijn back-ups tot nu toe de meest aangevraagde beveilingsmaatregel. Bedrijven maken hiermee automatisch kopieën van hun belangrijke bestanden, systemen en gegevens. “Met een back-up sla je digitale bedrijfsgegevens veilig op, zodat er bij een cyberaanval niets verloren gaat”, legt Verhagen uit. Naast back-ups (25%) maken kleine bedrijven gebruik van verschillende andere beveiligingsmaatregelen met behulp van de subsidie:
  • Antivirussoftware 16%
  • Veilige netwerktoegang/wifi: 16%
  • Cyber awareness trainingen: 16%
  • Tweefactorauthenticatie (2FA), tweestapsverificatie en multifactorauthenticatie (MFA): 10%
  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E): 8%
  • Patch-management: 6%
  • Wachtwoordmanager: 5%
Ondernemers profiteren van cybersubsidie
De subsidieregeling kwam voor deze ondernemers op het juiste moment. Jacqueline Rijkers, directeur van Apollo Verhuizingen, kon dankzij de subsidie een cyberweerbaarheidstraining organiseren voor de organisatie. “Dat was echt een eye-opener. We hebben veel geleerd, zoals hoe je veilige wachtwoorden maakt en hoe je kunt controleren of je wachtwoord misschien gehackt is,” legt ze uit. Ook Suyi Guo, freelance informatiebeveiligingsadviseur, maakte gebruik van de regeling. Hij gebruikte de subsidie voor extra opslag om back-ups te maken en een fysieke token voor tweefactorauthenticatie (2FA). “Dankzij de subsidie kon ik alles net wat beter aanpakken,” zegt hij.
Nog 1 maand: subsidie aanvragen in 3 stappen
De subsidie voor kleine bedrijven met 1 tot en met 50 medewerkers is aan te vragen in 3 stappen.
  1. Stap 1 is de CyberVeilig Check voor zzp en mkb. Wanneer ondernemers deze checklist invullen, ontvangen zij actiepunten met maatregelen om hun cyberweerbaarheid te vergroten.
  2. Stap 2 is het aanschaffen van producten of diensten uit de 8 genoemde categorieën om de cyberweerbaarheid van de organisatie te vergroten.
  3. Stap 3 is het aanvragen van de subsidie via de RVO-website. Hiervoor hebben ondernemers de volgende zaken nodig: e-Herkenning inlog, actielijst van de CyberVeilig Check (PDF) en facturen en betaalbewijzen van de aangeschafte producten en/of diensten (PDF).

Thales introduceert vandaag Data Risk Intelligence. Deze oplossing maakt deel uit van de Imperva Data Security Fabric (DSF) en gaat proactief datarisico’s tegen, ongeacht de locatie waar die data ligt opgeslagen. Dit is de eerste oplossing die de mogelijkheden van de Imperva Data Security Fabric voor het identificeren van risico’s en cyberbedreigingen combineert met de mogelijkheden voor databescherming van het Thales CipherTrust Data Security Platform. Dit was mogelijk dankzij de strategische overname van Imperva door Thales in december 2023.

In het moderne digitale landschap hebben organisaties grote moeite met het beheer van een almaar groeiend aanvalsoppervlak. Tegelijkertijd moeten zij aan alle eisen van de wet- en regelgeving zien te voldoen. Met data en activiteiten verspreid over diverse clouds, omgevingen op locatie en hybride systemen hebben security-teams constant een uitgebreid overzicht nodig op de locatie van data, de typen data die zij in huis hebben en de potentiële risico’s voor deze data. Volgens het 2024 Thales Data Threat Report bespeurde maar liefst 93 procent van alle bedrijven een toename van het aantal cyberbedreigingen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Data Risk Intelligence zorgt met gecombineerde intelligentie en contextuele inzichten voor een 360 graden overzicht van alle risico’s rond bedrijfskritische gegevens, inclusief de sterkte van de encryptie van alle gegevens binnen het datalandschap van een organisatie. Dit stelt CIO’s, CISO’s en specialisten in datarisico’s in staat om op accurate wijze de data uit te lichten die het grootste risico loopt. De oplossing deelt deze risico’s in op ernst en de waarschijnlijkheid van een data-incident en levert duidelijke aanbevelingen ter verbetering aan. Dit maakt het mogelijk om maatregelen voor risicoreductie trefzeker op prioriteit in te delen.

Data Risk Intelligence biedt uiterst betrouwbare risicoscores en duidelijke aanbevelingen voor herstelmaatregelen die zijn gebaseerd op een breed scala aan indicatoren voor datarisico’s. Deze indicatoren zijn gebaseerd op geavanceerde analyses, de toegangsrechten van gebruikers, kwetsbaarheden binnen gegevensbronnen, het gebruik van encryptie volgens de NIST-richtlijnen, monitoring op verdachte activiteiten en andere naar wens aanpasbare inputs.

Todd Moore, vice president Data Security Products bij Thales: “Het maakt een enorm verschil als je kunt beschikken over een centraal overzicht van alle datarisico’s, onderverdeeld in belangrijke dimensies zoals organisatorische risico’s, risico’s voor bedrijfsmiddelen en risico’s rond de wet- en regelgeving. Data Risk Intelligence is de eerste van vele integraties tussen de platforms van Thales en Imperva die onze klanten in staat stellen om hun data en de toegangspaden ernaar te beschermen. Thales biedt hen alle tools die ze nodig hebben om inzicht te verwerven in hun risico’s op het gebied van databeveiliging en reikt duidelijke maatregelen aan voor het terugdringen van deze risico’s.”

“De risico’s rond bedrijfsgegevens beslaan meerdere dimensies. Organisaties worstelen met het grote aantal en de reikwijdte van deze risico’s. Tegelijkertijd moeten zij voor uiterst soepel verlopende bedrijfsprocessen zien te zorgen”, zegt Jennifer Glenn, research director Data & Information Security bij de Security & Trust Group van IDC. “Centraal overzicht op en beheer van datarisico’s levert waardevolle contextuele inzichten op over data en kwetsbaarheden in de databeveiliging. Dit stelt organisaties in staat om prioriteit toe te kennen aan de bescherming van data waar die het hardst nodig is.”

Belangrijke voordelen van Data Risk Intelligence:

  • Effectievere prioritering van risico’s: Alle risico-informatie van de Data Security Fabric en het CipherTrust Data Security Platform wordt gecombineerd tot nauwkeurige risicoscores die bijdragen aan trefzekere beslissingen.
  • Uitgebreid overzicht: De oplossing brengt alle risico’s binnen het datalandschap in kaart, reduceert de complexiteit en reikt risico-indicatoren en proactieve maatregelen voor risicoreductie aan.
  • Risico-indicatoren op maat: Organisaties kunnen de risico-indicatoren aan hun specifieke omgeving aanpassen om de meest kritieke bedreigingen uit te lichten.
    Integratie van encryptie: De oplossing maakt gebruik van de encryptiemogelijkheden van het CipherTrust Data Security Platform om databeveiliging op alle niveaus te waarborgen.
  • Geavanceerde analysemogelijkheden: Door machine learning ondersteunde organisatorische en gedragsgerelateerde risico-indicatoren wordt het mogelijk om de data die het grootste gevaar loopt uit te lichten en maatregelen voor risicoreductie op prioriteit in te delen.

DSF Data Risk Intelligence is beschikbaar voor organisaties die over een geldige voor Data Security Fabric Data 360-licentie beschikken.

Westcon-Comstor, een wereldwijde technologieleverancier en gespecialiseerde distributeur, heeft vandaag een overeenkomst aangekondigd met Juniper Networks, een leider in veilige, AI-Native Networking, die nieuwe AWS Marketplace groeimogelijkheden voor channelpartners ontsluit.

Door de samenwerking kunnen partners in Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) en Azië-Pacific (APAC) de toonaangevende AI-Native Networking-producten en -oplossingen van Juniper van Westcon-Comstor kopen via privé AWS Marketplace-lijsten en rechtstreeks aan hun klanten verkopen. Dit omvat SaaS-aanbiedingen zoals Juniper Mist Cloud Services en Juniper Security Director Cloud.

Dit gebeurt als onderdeel van een naadloos, end-to-end proces dat volledig binnen AWS Marketplace plaatsvindt, waardoor het verkoopproces gestroomlijnder wordt voor partners en hun klanten.

AWS Marketplace is een digitale catalogus met duizenden aanbiedingen die het eindgebruikers – van ondernemingen tot MKB’s – gemakkelijk maakt om software te vinden, te testen, te kopen en te implementeren.

Uit een recent rapport van Forrester blijkt dat partners die verkopen via AWS Marketplace tot 50% sneller deals kunnen sluiten dan via traditionele inkoopkanalen, met een gemiddelde return on investment van 234%. De samenwerking tussen Juniper en Westcon stelt partners in staat om de verkoopefficiëntie en winstgevendheid te verhogen.

Westcon is een strategische distributiepartner voor Juniper Networks, die partnereducatie en enablement stimuleert en een reeks diensten met toegevoegde waarde en technologische inzichten biedt, ondersteund door een toegewijd team van interne Juniper-specialisten.

De AWS Marketplace overeenkomst komt nadat Westcon werd erkend als Juniper’s EMEA Distributor Partner of the Year, waarbij de twee bedrijven hun samenwerking verder uitbreidden over Europa met de toevoeging van het Verenigd Koninkrijk & Ierland en Frankrijk.

Juniper is de nieuwste leverancier die formeel is aangekondigd als deelnemer aan het AWS Marketplace-programma van Westcon-Comstor.

Het programma, dat eerder dit jaar werd gelanceerd, biedt partners een vereenvoudigde en gestroomlijnde manier om transacties uit te voeren op AWS Marketplace en is ontworpen om de rol van het kanaal in de cloud markteconomie veilig te stellen.

“De mogelijkheden van AWS Marketplace voor partners zijn enorm en door gebruik te maken van het innovatieve portfolio van Juniper kunnen ze die mogelijkheden optimaal benutten”, zegt Rene Klein, Executive Vice President Westcon Europe bij Westcon-Comstor. “Als value-added distributeur is het belangrijk dat we onze partners in staat stellen om te profiteren van de opkomst van AWS Marketplace door hen in staat te stellen om producten van toonaangevende leveranciers te verhandelen in een wrijvingsloos proces. Deze overeenkomst met Juniper doet precies dat en we kunnen niet enthousiaster zijn.”

“Juniper is verheugd om samen te werken met Westcon-Comstor om het AWS Marketplace-aanbod te verbeteren”, zegt Bert Zeleken, Head of Partner and Distribution Sales, EMEA bij Juniper Networks. “Door de AI-Native Networking-oplossingen van Juniper via deze samenwerking beschikbaar te maken, kunnen onze partners nog efficiënter superieure netwerkervaringen leveren.”

Op 28 november opende Odido in de hal van het hoofdkantoor in Den Haag een Tech Hub. De realisatie van deze ruimte, waarin innovatieve mobiele toepassingen worden getoond, kwam tot stand in nauwe samenwerking met Ericsson. Dat is de vaste leverancier van de netwerkapparatuur van Odido.

“De Odido Tech Hub weerspiegelt ons partnerschap met Ericsson en onze gedeelde toewijding om het beste mobiele netwerk te leveren,” zei Søren Abildgaard (foto), CEO van Odido, kort voor het doorknippen van het openingslint. “Deze Hub stelt ons in staat om de praktische toepassingen van 5G te verkennen en te demonstreren, en benadrukt hoe het kan inspelen op de veranderende behoeften van onze klanten en partners.”

Met deze hub creëren Odido en Ericsson een omgeving waarin men innovatie kan  versnellen, legde Jenny Lindqvist, SVP en Head of Market Area Europe & Latin America bij Ericsson uit. “We kunnen er nieuwe use cases verkennen.”

5G biedt veel kansen

Het team van ChannelConnect vroeg zich af wat het voordeel voor partners is van deze Tech Hub. Wouter de Kleyn, Communicatie Manager bij Odido, legde het uit. “We laten hier werkelijk in de praktijk zien wat de mogelijkheden van 5G zijn. Heel veel partners weten dat 5G meer capaciteit biedt, maar er is veel meer mogelijk. En de techniek in het netwerk geeft partners en hun eindklanten veel nieuwe kansen.”

De Kleyn gaf aan dat de Tech Hub de bezoeker toont met welke partijen de provider samenwerkt. “En dat laten we zien door echt werkende cases. En vervolgens kun je er met onze professionals over doorpraten en vragen stellen over de toepassing die je als partner voor een klant voor ogen hebt.”

Toepassingen van 5G

De Communicatie Manager wees daarbij op de drone die in de Tech Hub, een modern vormgegeven ruimte in de hal van het hoofdkwartier, gepresenteerd wordt en die heel goed kan worden ingezet in distributiecentra, of voor het bezorgen van pakketjes. “We laten voorbeelden van toepassingen van 5G zien waar mensen zelf wellicht nog niet over nagedacht hebben.”

ESET-onderzoekers hebben de eerste UEFI bootkit voor Linux systemen ontdekt, die door de makers Bootkitty is genoemd. ESET gelooft dat deze bootkit waarschijnlijk een eerste proof of concept is en gebaseerd op ESET-telemetrie is deze nog niet in het wild ingezet. Het is echter het eerste bewijs dat UEFI bootkits niet langer beperkt zijn tot alleen Windows systemen. Het hoofddoel van de bootkit is het uitschakelen van de verificatiefunctie voor handtekeningen van de kernel en het vooraf laden van twee nog onbekende ELF-binaire bestanden via het Linux “init”-proces (het eerste proces dat door de Linux-kernel wordt uitgevoerd tijdens het opstarten van het systeem).

De voorheen onbekende UEFI-toepassing met de naam “bootkit.efi” is geüpload naar VirusTotal. Bootkitty is ondertekend door een zelfondertekend certificaat en kan dus niet worden uitgevoerd op systemen waarop UEFI Secure Boot standaard is ingeschakeld. Bootkitty is echter ontworpen om de Linux kernel naadloos op te starten, of UEFI Secure Boot nu is ingeschakeld of niet, omdat het in het geheugen de noodzakelijke functies patcht die verantwoordelijk zijn voor integriteitsverificatie.

De bootkit is een geavanceerde rootkit die de bootloader kan vervangen en de kernel kan patchen voordat deze wordt uitgevoerd. Bootkit stelt de aanvaller in staat om de volledige controle over de getroffen machine over te nemen, omdat het het opstartproces van de machine overneemt en malware uitvoert nog voordat het besturingssysteem is opgestart.

Tijdens de analyse ontdekte ESET een mogelijk gerelateerde niet-ondertekende kernelmodule die ESET BCDropper noemde – met tekenen die suggereren dat het ontwikkeld zou kunnen zijn door dezelfde auteur(s) als Bootkitty. Het gebruikt een ELF-binary die verantwoordelijk is voor het laden van nog een andere kernelmodule die onbekend was op het moment van analyse.

“Bootkitty bevat veel artifacts, wat suggereert dat dit meer een proof of concept is dan het werk van een dreigingsactor. Hoewel de huidige versie van VirusTotal op ditmoment geen echte dreiging vormt voor de meerderheid van de Linux-systemen, omdat het slechts enkele Ubuntu-versies kan aantasten, benadrukt het de noodzaak om voorbereid te zijn op potentiële toekomstige dreigingen”, zegt ESET-onderzoeker Martin Smolár, die Bootkitty analyseerde. “Om je Linux-systemen te beschermen tegen dergelijke dreigingen, moet je ervoor zorgen dat UEFI Secure Boot is ingeschakeld, dat je systeemfirmware, beveiligingssoftware en OS up-to-date zijn en dat je UEFI revocatielijst up-to-date is”, voegt hij eraan toe.

Na het opstarten van een systeem met Bootkitty in de ESET testomgeving, merkten onderzoekers op dat de kernel werd gemarkeerd als ’tainted’ (een commando kan worden gebruikt om de ’tainted’ waarde te controleren), wat niet het geval was wanneer de bootkit afwezig was.

Een andere manier om te zien of de bootkit aanwezig is op het systeem met UEFI Secure Boot ingeschakeld, is door te proberen een niet-ondertekende dummy kernelmodule te laden tijdens runtime. Als deze aanwezig is, wordt de module geladen; zo niet – dan weigert de kernel deze te laden. Een eenvoudige remedie om van de bootkit af te komen, wanneer de bootkit is geïmplementeerd als “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”, is om het legitieme “/EFI/ubuntu/grubx64-real.efi” bestand terug te verplaatsen naar de originele locatie, namelijk “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”.

In de afgelopen jaren is het UEFI dreigingslandschap, in het bijzonder dat van UEFI bootkits, aanzienlijk geëvolueerd. Het begon allemaal met de eerste UEFI bootkit proof of concept (PoC), beschreven door Andrea Allievi in 2012, die diende als demonstratie van het inzetten van bootkits op moderne, op UEFI gebaseerde Windows-systemen, en werd gevolgd door vele andere PoC’s (EfiGuard, Boot Backdoor, UEFI-bootkit). Het duurde enkele jaren voordat de eerste twee echte UEFI-bootkits in het wild werden ontdekt (een daarvan was ESPecter in 2021 door ESET), en het duurde nog eens twee jaar voordat de beruchte BlackLotus – de eerste UEFI-bootkit die in staat was om UEFI Secure Boot op up-to-date systemen te omzeilen – verscheen (in 2023, ontdekt door ESET). Een rode draad door deze publiekelijk bekende bootkits was dat ze uitsluitend gericht waren op Windows-systemen.

Bekijk voor een meer gedetailleerde analyse en technische uitsplitsing van Bootkitty, de eerste bootkit voor Linux, de nieuwste blogpost van ESET Research, “Bootkitty: Analyzing the first UEFI bootkit for Linux,” op WeLiveSecurity.com. Zorg ervoor dat je ESET Research volgt op Twitter (tegenwoordig bekend als X) voor het laatste nieuws.

De voorheen onbekende UEFI-toepassing met de naam “bootkit.efi” is geüpload naar VirusTotal. Bootkitty is ondertekend door een zelfondertekend certificaat en kan dus niet worden uitgevoerd op systemen waarop UEFI Secure Boot standaard is ingeschakeld. Bootkitty is echter ontworpen om de Linux kernel naadloos op te starten, of UEFI Secure Boot nu is ingeschakeld of niet, omdat het in het geheugen de noodzakelijke functies patcht die verantwoordelijk zijn voor integriteitsverificatie.

De bootkit is een geavanceerde rootkit die de bootloader kan vervangen en de kernel kan patchen voordat deze wordt uitgevoerd. Bootkit stelt de aanvaller in staat om de volledige controle over de getroffen machine over te nemen, omdat het het opstartproces van de machine overneemt en malware uitvoert nog voordat het besturingssysteem is opgestart.

Tijdens de analyse ontdekte ESET een mogelijk gerelateerde niet-ondertekende kernelmodule die ESET BCDropper noemde – met tekenen die suggereren dat het ontwikkeld zou kunnen zijn door dezelfde auteur(s) als Bootkitty. Het gebruikt een ELF-binary die verantwoordelijk is voor het laden van nog een andere kernelmodule die onbekend was op het moment van analyse.

“Bootkitty bevat veel artifacts, wat suggereert dat dit meer een proof of concept is dan het werk van een dreigingsactor. Hoewel de huidige versie van VirusTotal op ditmoment geen echte dreiging vormt voor de meerderheid van de Linux-systemen, omdat het slechts enkele Ubuntu-versies kan aantasten, benadrukt het de noodzaak om voorbereid te zijn op potentiële toekomstige dreigingen”, zegt ESET-onderzoeker Martin Smolár, die Bootkitty analyseerde. “Om je Linux-systemen te beschermen tegen dergelijke dreigingen, moet je ervoor zorgen dat UEFI Secure Boot is ingeschakeld, dat je systeemfirmware, beveiligingssoftware en OS up-to-date zijn en dat je UEFI revocatielijst up-to-date is”, voegt hij eraan toe.

Na het opstarten van een systeem met Bootkitty in de ESET testomgeving, merkten onderzoekers op dat de kernel werd gemarkeerd als ’tainted’ (een commando kan worden gebruikt om de ’tainted’ waarde te controleren), wat niet het geval was wanneer de bootkit afwezig was.

Een andere manier om te zien of de bootkit aanwezig is op het systeem met UEFI Secure Boot ingeschakeld, is door te proberen een niet-ondertekende dummy kernelmodule te laden tijdens runtime. Als deze aanwezig is, wordt de module geladen; zo niet – dan weigert de kernel deze te laden. Een eenvoudige remedie om van de bootkit af te komen, wanneer de bootkit is geïmplementeerd als “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”, is om het legitieme “/EFI/ubuntu/grubx64-real.efi” bestand terug te verplaatsen naar de originele locatie, namelijk “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”.

In de afgelopen jaren is het UEFI dreigingslandschap, in het bijzonder dat van UEFI bootkits, aanzienlijk geëvolueerd. Het begon allemaal met de eerste UEFI bootkit proof of concept (PoC), beschreven door Andrea Allievi in 2012, die diende als demonstratie van het inzetten van bootkits op moderne, op UEFI gebaseerde Windows-systemen, en werd gevolgd door vele andere PoC’s (EfiGuard, Boot Backdoor, UEFI-bootkit). Het duurde enkele jaren voordat de eerste twee echte UEFI-bootkits in het wild werden ontdekt (een daarvan was ESPecter in 2021 door ESET), en het duurde nog eens twee jaar voordat de beruchte BlackLotus – de eerste UEFI-bootkit die in staat was om UEFI Secure Boot op up-to-date systemen te omzeilen – verscheen (in 2023, ontdekt door ESET). Een rode draad door deze publiekelijk bekende bootkits was dat ze uitsluitend gericht waren op Windows-systemen.

Bekijk voor een meer gedetailleerde analyse en technische uitsplitsing van Bootkitty, de eerste bootkit voor Linux, de nieuwste blogpost van ESET Research, “Bootkitty: Analyzing the first UEFI bootkit for Linux,” op WeLiveSecurity.com. Zorg ervoor dat je ESET Research volgt op Twitter (tegenwoordig bekend als X) voor het laatste nieuws.

Westcon-Comstor, een wereldwijde technologieleverancier, kondigt vandaag een strategische uitbreiding aan van zijn cloudaanbod voor channelpartners door een overeenkomst te tekenen om een geautoriseerde Amazon Web Services (AWS) distributeur voor Europa te worden.

De nieuwe distributieovereenkomst bestrijkt de volledige Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland (UKI). Hiermee creëert Westcon-Comstor groeikansen voor zijn partners in meer dan 30 landen door toegang te bieden tot het portfolio van cloudproducten en -oplossingen van AWS. Om dit succes te ondersteunen, zal Westcon-Comstor zijn cloudcapaciteiten inzetten om partners te helpen bij het ontwikkelen van hun AWS-strategieën, gebruik te maken van financieringsprogramma’s en technische expertise op te bouwen via enablement. Een speciale AWS-cloudbusinessunit wordt opgericht met een gecentraliseerd Centre of Excellence en aanvullende lokale verkoop-, pre-sales- en marketingteams om partners effectief te werven en te ondersteunen.

De samenwerking bouwt voort op de ervaring van Westcon-Comstor met AWS in de regio Azië-Pacific (APAC) en de eerder dit jaar overgenomen expertise van Rebura, een Premier Tier Services-partner van AWS. Partners kunnen profiteren van diensten zoals migraties, moderniseringen en managed services, ondersteund door flexibele contractmodellen. De focus van de Europese overeenkomst ligt op het stimuleren van het gebruik van AWS-oplossingen bij eindgebruikers in het MKB en de publieke sector, wat een bredere adoptie en groei mogelijk maakt.

“Onze visie is om een AWS-distributeur bij uitstek te zijn en deze overeenkomst voor heel Europa betekent een belangrijke stap voorwaarts op die reis”, zegt David Grant, CEO van Westcon-Comstor. “We zijn er trots op dat we een uniek, uitgebreid AWS-raamwerk hebben opgebouwd, dat partners de expertise en ondersteuning biedt die ze nodig hebben om hun cloudbedrijfsgroei te versnellen en succes te garanderen in het AWS-ecosysteem. We kijken ernaar uit om de aanwezigheid en voetafdruk van AWS in Europa verder uit te breiden, nieuwe mogelijkheden voor onze partners te ontsluiten en inzichten te benutten uit onze succesvolle samenwerking in APAC.”

Afgelopen maand was het team van ChannelConnect op Cybersec Netherlands 2024. Dé cybersecurity-beurs van Nederland vond dit jaar plaats op 6 en 7 november in de Koninklijke jaarbeurs in Utrecht.

Bekijk hieronder het videoverslag waarin diverse IT-professionals hun visie delen over Cybersec Netherlands. Daarnaast blikken ze vooruit op de ontwikkelingen in cybersecurity voor het komende jaar.

Deelnemers video:

Dave Maasland, ESET
Marc van Ierland, Exclusive Networks
Bas van Hoek, Fortinet
Irene van der Zanden, Digital Trust Center
Praveen Haridas, ManageEngine
Bart Lageweg, Bizway
Fabrice Wynants, Cegeka
Mick den Dijker, Cybersec

Uit een onderzoek van Fujitsu blijkt dat oudere werknemers Generative AI (GenAI) vaker gebruiken dan hun jongere collega’s.

Vooral 43- tot 58-jarigen en 59-plussers maken regelmatig gebruik van deze technologie, met percentages die significant hoger liggen dan bij de jongste generatie, Gen Z. Het gebruik verschilt daarnaast per land, met Spanje en Ierland als koplopers en Nederland en België daar vlak achter.

Het onderzoek toont aan dat GenAI breed wordt geaccepteerd in Europese organisaties. Een grote meerderheid van de werknemers beschouwt de technologie als een waardevolle ondersteuning in hun werk en ziet het als essentieel voor productiviteit. Vertrouwen in veilig gebruik en duidelijke strategieën van werkgevers zijn belangrijke voorwaarden, vooral voor jongere generaties. De meeste bedrijven hebben beleid en teams om het gebruik van GenAI in goede banen te leiden, wat het vertrouwen onder werknemers versterkt.

Een van de belangrijkste voordelen van GenAI is de tijdswinst. Gemiddeld besparen werknemers 4,75 uur per week door het gebruik van deze technologie. Dit resulteert in meer tijd voor andere taken en verhoogde productiviteit. Bedrijven die GenAI effectief inzetten, kunnen niet alleen efficiënter werken, maar ook creatievere en productievere teams creëren.

Digital Realty lanceert de Digital Academy, een intern opleidingsprogramma gericht op het opleiden van mbo-studenten voor een carrière in de datacentersector. Met de Digital Academy wil Digital Realty de kloof verkleinen tussen de groeiende vraag naar gekwalificeerd personeel en het beschikbare aanbod van talent op de IT-arbeidsmarkt.

Met de lancering van de Digital Academy wil Digital Realty zich proactief inzetten voor talentontwikkeling. De Digital Academy biedt een acht maanden durend programma dat zich richt op kandidaten met een startkwalificatie, zoals een mbo niveau 2-diploma of een havo-diploma. Deze deelnemers worden in dienst genomen bij Digital Realty en werken drie dagen per week in een team en één dag per week met een trainer waarvan zij zij begeleiding ontvangen voor hun opdrachten en projecten.

Met specifieke aandacht voor het stroomvoorzienings- en koelingsexpertise binnen datacenters worden de deelnemers opgeleid tot instapniveau datacentermedewerkers. Als site engineers zijn zij mede-verantwoordelijk voor de continuïteit van de stroomvoorziening en koeling in datacenters. Dit houdt in dat de deelnemers preventief onderhoud uitvoeren om te zorgen dat de stroomvoorziening altijd beschikbaar is en de koeling operationeel blijft, zelfs bij storingen.

Sander van Kesteren, Project Manager Digital Academy bij Digital Realty, benadrukt de maatschappelijke waarde en bredere impact van dit initiatief: “We zijn ontzettend enthousiast over de lancering van de Digital Academy, een initiatief dat we met passie ondersteunen. Dit programma biedt is een platform waar verschillende partners kosteloos kunnen in hun vrije tijd aan bijdragen, wat een waardevol verschil maakt in onze gezamenlijke missie. Door deze samenwerkingen slaan we een brug tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Er ligt een aanzienlijk arbeidsmarktpotentieel, en met de Digital Academy willen we onze verantwoordelijkheden en mogelijkheden aangrijpen om deze kloof te overbruggen. Samen kunnen we de kansen benutten en het arbeidstekort effectief aanpakken.”

De eerste groep van zes studenten, drie mannen en drie vrouwen, start op 1 december 2024. Digital Realty wil in de komende drie jaar ieder half jaar een nieuwe groep laten beginnen met de opleiding.

STULZ Modular, een toonaangevende leverancier van modulaire datacenteroplossingen en een volledige dochteronderneming van STULZ GmbH, heeft de voltooiing aangekondigd van een prestigieuze installatie aan de Universiteit van Göttingen voor de Emmy supercomputer, die gebruik maakt van een innovatieve combinatie van direct to chip vloeistof- en luchtkoeling.

Emmy staat in de top 100 van krachtigste supercomputers ter wereld en is vernoemd naar de beroemde Duitse wiskundige Emmy Noether, die door Albert Einstein werd beschreven als een van de belangrijkste vrouwen op het gebied van wiskunde. De universiteit van Göttingen had een nieuw datacenter nodig voor Emmy, omdat de bestaande faciliteiten niet de vereiste ruimte en koelinfrastructuur konden bieden. Het moest een modulaire constructie worden met een totale capaciteit van 1,5MW die geschikt is voor verdere uitbreiding, met de inzet van een koelsysteem dat een warmtedichtheid tot 100kW per rack kan verwijderen. Het energieverbruik van Emmy was ook een factor, dus de geïmplementeerde oplossing moest dit aanpakken door zo energie-efficiënt en duurzaam mogelijk te zijn.

We kregen minder dan twee maanden de tijd om een modulair datacenter met twee kamers en een koelinfrastructuur te ontwerpen en te installeren. Dit datacenter zou worden geïnstalleerd op een grondplaat en worden aangesloten op het transformatorstation op locatie”, legt Dushy Goonawardhane, directeur van STULZ Modular, uit. Onze oplossing bestaat uit vier geprefabriceerde modules – twee grotere modules beslaan een oppervlakte van 85 m2 en zijn verbonden langs de ruggengraat om plaats te bieden aan de vloeistofgekoelde supercomputer die direct op de chip wordt aangesloten. Twee kleinere modules zijn ook verbonden langs de ruggengraat om luchtgekoelde IT-apparatuur te huisvesten in een ruimte van 70 m2 .

Het hele datacenter bestaat uit computers met hoge prestaties, vloeistofgekoelde systemen van 1.120 kW direct op de chip met ongeveer 20% restwarmte, high density racks en STULZ CyberAir en STULZ CyberRow precisie airconditioning met vrije koeling. Met 96kW per volledig rack en 11 racks die momenteel in gebruik zijn, is er in totaal capaciteit voor 14 racks.

STULZ Modular werkte samen met CoolIT Systems, dat gespecialiseerd is in schaalbare oplossingen voor vloeistofkoeling voor de meest veeleisende computeromgevingen ter wereld, om de microprocessoren van Emmy te voorzien van vloeistofkoeling direct op de chip. De secundaire lus bestaat uit twee vloeistoflussen en zorgt voor een stroom koelvloeistof van de koeldistributie-eenheid (CDU) naar de distributieverdelers en naar de servers, waar warmte via koude platen wordt overgedragen naar de koelvloeistof. De secundaire vloeistof stroomt vervolgens naar de warmtewisselaar in de CDU, waar het warmte overdraagt aan de primaire lus en de geabsorbeerde warmte-energie naar een droge koeler wordt geleid en wordt afgevoerd.

Het direct naar de chip gekoelde vloeistofgekoelde systeem verwijdert 78% (74,9kW) van de warmtebelasting van de server. Een watergekoelde STULZ CyberRow (met optie voor vrije koeling) luchtkoeleenheid verwijdert de resterende 22% (21,1kW) van de warmtelast die door componenten in de server wordt geproduceerd. De afvoerluchttemperatuur van de CyberRow is gespecificeerd op ongeveer 48°C, de toevoerluchttemperatuur op 27-35°C en de watertemperatuur op 32-36°C.

De Universiteit van Göttingen is toegewijd aan het verminderen van haar ecologische voetafdruk en het totale energieverbruik op haar campus. Het modulaire datacenter van STULZ levert een elektriciteitsbesparing op van 27% bij een gemiddelde belasting van 75%, wat neerkomt op 3,96 GWh per jaar. Vergeleken met een standaard luchtgekoeld datacenter met een Power Usage Effectiveness (PUE) van 1,56 – het huidige industriegemiddelde volgens het Uptime Institute – levert het hybride direct to chip vloeistof- en luchtkoelsysteem een totale jaarlijkse PUE van 1,13, met een PUE van 1,07 voor de vloeistofgekoelde supercomputerruimte alleen.

Dushy Goonawardhane van STULZ Modular concludeerde: “Deze installatie toont onze toewijding om de grenzen van datacenterkoelingtechnologie te verleggen. Door direct-to-chip vloeistofkoeling te combineren met onze geavanceerde luchtkoelsystemen, hebben we een oplossing gecreëerd die niet alleen voldoet aan de extreme eisen van supercomputers, maar ook in lijn is met de duurzaamheidsdoelstellingen van de Universiteit van Göttingen. We zijn verheugd om de complexiteit en de lessen van dit project te delen in een whitepaper die we in samenwerking met de universiteit van Göttingen hebben opgesteld.