De Autoriteit Consument & Markt, ACM, heeft geen bezwaren tegen de overname van IT-dienstverlener Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Volgens de toezichthouder blijven er voldoende alternatieven beschikbaar en is de gezamenlijke marktpositie beperkt. De ACM verwacht daarom geen negatieve gevolgen voor de concurrentie.

Uit onderzoek van de ACM blijkt dat afnemers na de overname kunnen blijven kiezen uit meerdere Nederlandse en Europese aanbieders van vergelijkbare IT-diensten. De toezichthouder concludeert dat de positie van zowel Solvinity als Kyndryl op de betrokken markten relatief beperkt is. Op basis daarvan ziet de ACM geen aanleiding om de overname tegen te houden.

Tegelijk wijst de ACM op zorgen over de afhankelijkheid van niet-Europese partijen bij vitale IT-diensten. Solvinity beheert onder meer de infrastructuur waarop DigiD draait. Afnemers uit de publieke sector, verenigd in de Taskforce Continuïteit ICT Dienstverlening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, hebben aangegeven dat zij vrezen voor mogelijke toegang tot digitale gegevens door de Amerikaanse overheid op basis van nationale wetgeving, of het uitschakelen van vitale diensten.

De ACM stelt dat afnemers hun afhankelijkheid kunnen beperken door minder maatwerk af te nemen, opdrachten te splitsen en exit-strategieën contractueel vast te leggen. Ook verwijst de toezichthouder naar de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die gericht is op een grotere onafhankelijkheid van de IT-infrastructuur van de overheid. Daarbij kan worden gedacht aan het in eigen beheer nemen van vitale systemen en gezamenlijke inkoop.

Tijdens het onderzoek werkte de ACM samen met de Taskforce Continuïteit ICT Dienstverlening en het Bureau Toetsing Investeringen, dat beoordeelt of een overname risico’s oplevert voor de nationale veiligheid. De bevindingen van het onderzoek zijn met beide partijen gedeeld.

AMD en Nutanix hebben een meerjarige samenwerking aangekondigd rond de ontwikkeling van een open AI-infrastructuurplatform. AMD investeert in totaal 250 miljoen dollar, waarvan 150 miljoen dollar via een aandelenbelang in Nutanix en 100 miljoen dollar voor gezamenlijke ontwikkeling en marketing. De bedrijven willen hiermee een alternatief bieden voor gesloten AI-ecosystemen en organisaties meer keuze geven in hardware en software.

De samenwerking richt zich op de integratie van AMD-technologie binnen het Nutanix Cloud Platform en het Nutanix Kubernetes Platform. Daarbij wordt vooral ingezet op ondersteuning voor AMD Instinct-GPU’s en EPYC-processors, gecombineerd met de ROCm-softwarestack. Volgens beide partijen moet dit organisaties in staat stellen AI-workloads te draaien binnen datacenters, private cloudomgevingen en edge-locaties, zonder afhankelijk te zijn van één leverancier.

De aankondiging past in een bredere ontwikkeling waarbij leveranciers proberen een alternatief te bouwen voor dominante AI-stacks. AMD wil zijn positie in de zakelijke AI-markt versterken door een breder software-ecosysteem rond ROCm te creëren. Nutanix ziet AI-infrastructuur als een volgende groeifase voor zijn platformstrategie, die zich steeds meer richt op Kubernetes-gebaseerde workloads en hybride cloudomgevingen.

Volgens Dan McNamara, senior vicepresident bij AMD, zoeken organisaties meer flexibiliteit bij het kiezen van modellen en infrastructuur. Tarkan Maner, president bij Nutanix, stelt dat geïntegreerde platforms nodig zijn om AI-toepassingen op schaal te beheren. Beide uitspraken passen in de strategie om AI-omgevingen minder afhankelijk te maken van specifieke technologie-ecosystemen.

Een belangrijk onderdeel van het partnerschap is de ondersteuning van AI-inferentie en toepassingen rond agentic AI, waarbij modellen zelfstandig taken uitvoeren. Dat vraagt om schaalbare infrastructuur en een combinatie van compute-capaciteit en orkestratie. De integratie van ROCm in het Nutanix-platform moet ontwikkelaars en IT-teams meer controle geven over hoe workloads worden uitgerold en beheerd.

Het eerste gezamenlijke platform wordt naar verwachting eind 2026 beschikbaar. Daarmee positioneren AMD en Nutanix zich in een markt waarin leveranciers steeds vaker inzetten op open standaarden en hybride implementaties, mede door groeiende vraag naar keuzevrijheid en kostenbeheersing rond AI-infrastructuur.

De aandelentransactie tussen beide bedrijven moet nog worden goedgekeurd door toezichthouders en wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 afgerond.

Europese consumenten staan in toenemende mate open voor agentic AI-ervaringen van merken. Tegelijkertijd lopen organisaties tegen beperkingen aan bij data-integratie en datakwaliteit, waardoor brede invoering achterblijft. Dat blijkt uit het jaarlijkse AI and Digital Trends-onderzoek van Adobe.

Uit het zestiende wereldwijde onderzoek van Adobe blijkt dat 40 procent van de Europese consumenten bereid is te communiceren met een AI-agent van een merk wanneer die beschikbaar is. Tegelijkertijd heeft 42 procent nog niet nagedacht over een persoonlijke AI-agent en zegt 27 procent hier niet voor open te staan. Volgens het bedrijf wijst dit op een brede potentiële gebruikersgroep.

Vertrouwen speelt een belangrijke rol bij acceptatie. Voor 35 procent van de Europese consumenten is de mogelijkheid om op elk moment over te schakelen naar een menselijke medewerker de belangrijkste voorwaarde. Daarnaast geeft 41 procent aan dat het niet uitmaakt of zij met een mens of AI communiceren, zolang het probleem wordt opgelost. Transparantie is daarbij van belang: 34 procent zegt af te haken wanneer zij denken met een mens te spreken en later ontdekken dat het om AI gaat. Verder vindt 71 procent dat AI-communicatie menselijk moet aanvoelen.

Organisaties ondervinden vooral belemmeringen bij de uitvoering. Volgens het onderzoek noemt 76 procent van de Europese organisaties data-integratie en datakwaliteit als grootste obstakels bij het opschalen van AI. Slechts 12 procent heeft agentic AI organisatiebreed ingevoerd voor klantenservice en 11 procent voor merkontdekking en zoekfunctionaliteit. Minder dan de helft, 43 procent, beschouwt de eigen data als kwalitatief en toegankelijk genoeg om AI effectief te ondersteunen. Veertig procent beschikt over een gedeeld klantdataplatform dat inzet van agentic AI mogelijk maakt.

De tijd die consumenten nemen om een merk te beoordelen wordt korter. De helft zegt dat merken twee tot vijf seconden hebben om aandacht te trekken. Twintig procent beslist binnen twee seconden of zij verder kijken of afhaken. Generatieve AI wordt door 73 procent van de bedrijven genoemd als middel om de snelheid en het volume van contentcreatie te verhogen. Zeventig procent meldt dat ook niet-creatieve teams hiermee content produceren.

In het zoek- en oriëntatiegedrag is eveneens een verschuiving zichtbaar. Twintig procent van de consumenten noemt AI-gestuurde platforms als belangrijkste onderzoekstool. Ongeveer 40 procent gebruikt AI-assistenten ten minste een deel van de tijd als primaire informatiebron. Volgens het onderzoek ontstaat daarmee een kloof tussen hoe consumenten het succes van AI-ervaringen beoordelen, op basis van vertrouwen en relevantie, en hoe organisaties prestaties meten, waarbij efficiëntie en kosten een belangrijke rol spelen.

Een kwart van alle cyberaanvallen in 2025 was gericht op Europa. Vooral de financiële en verzekeringssector werd getroffen. Dat blijkt uit de X-Force Threat Intelligence Index 2026 van IBM. Het rapport signaleert daarnaast een sterke toename van aanvallen via publiek toegankelijke applicaties en een groeiend gebruik van AI-tools door cybercriminelen.

Volgens het onderzoek had 25 procent van alle geregistreerde cyberaanvallen in 2025 betrekking op Europese doelwitten. Binnen Europa was de financiële en verzekeringssector goed voor 39 procent van de incidenten. Professionele, zakelijke en consumentendiensten volgden met 18 procent, de detailhandel met 13 procent.

Het misbruiken van publiek toegankelijke applicaties was met 40 procent de meest gebruikte aanvalsmethode. IBM meldt een stijging van 44 procent in aanvallen die via deze route begonnen, veelal door ontbrekende authenticatiecontroles. Bij vervolgacties zetten aanvallers vooral malware in, goed voor 43 procent, gevolgd door legitieme tools en servertoegang, beide 26 procent. Credential harvesting vormde met 40 procent de meest voorkomende impact, gevolgd door datalekken met 27 procent en datadiefstal met 13 procent.

Het rapport stelt dat cybercriminelen bestaande werkwijzen versnellen met behulp van AI-tools, onder meer bij het automatisch opsporen van kwetsbaarheden. Veel van deze kwetsbaarheden vereisen geen inloggegevens, waardoor aanvallen zonder directe menselijke tussenkomst kunnen plaatsvinden.

In 2025 leidde infostealer-malware tot de blootstelling van meer dan 300.000 ChatGPT-accounts. Volgens IBM laat dit zien dat ook AI-platforms te maken krijgen met gecompromitteerde accounts, vergelijkbaar met andere SaaS-oplossingen. Gecompromitteerde chatbot-accounts kunnen volgens het bedrijf leiden tot manipulatie van outputs, diefstal van gegevens of het injecteren van kwaadaardige prompts.

Het aantal actieve ransomware- en afpersingsgroepen nam in 2025 met 49 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal openbaar gemaakte slachtoffers steeg met circa 12 procent. IBM ziet een verdere fragmentatie van het dreigingslandschap, mede doordat kleinere en tijdelijke groepen actief zijn. Het hergebruik van gelekte tools en bestaande strategieën verlaagt volgens het rapport de drempel voor nieuwe aanvallers.

Sinds 2020 is het aantal grote incidenten in supply chains en bij derde partijen bijna verviervoudigd. Aanvallers maken volgens IBM misbruik van vertrouwensrelaties, CI/CD-automatisering en SaaS-integraties. Het bedrijf verwacht dat de druk op software-ontwikkelomgevingen en open source-ecosystemen in 2026 verder toeneemt. Daarnaast signaleert het rapport dat financieel gemotiveerde groepen vaker technieken overnemen die eerder vooral met statelijke actoren werden geassocieerd.

Pridis heeft een integratie aangekondigd waarmee Connecsy kan worden gebruikt in combinatie met Zoom Phone. De koppeling maakt het mogelijk om de Connecsy Attendant Console te gebruiken binnen bestaande Zoom-omgevingen. Beide oplossingen maken deel uit van het My-Connect Cloud-portfolio van BusinessCom.

Met de integratie kunnen organisaties gespreksafhandeling en beschikbaarheidsbeheer centraliseren via één console. Connecsy ondersteunt daarbij het organiseren van zogenoemde dialogue flows, het beheren van gebruikersstatussen en het doorverbinden van gesprekken. Volgens Pridis blijft aansluiting op Zoom mogelijk zonder aanpassingen aan bestaande workflows.

De oplossing voegt een operatorconsole toe naast het Zoom-platform en biedt realtime inzicht in de beschikbaarheid van gebruikers. Daarnaast ondersteunt de integratie routering van gesprekken en interne verzoeken vanuit één interface. Pridis geeft aan dat de opzet gericht is op overzicht en beheersbaarheid binnen communicatieprocessen.

Connecsy voor Zoom is per direct beschikbaar. BusinessCom treedt op als distributeur van zowel de Connecsy-oplossing als het Zoom-platform en ondersteunt resellers bij implementaties. Binnen het portfolio van BusinessCom wordt de oplossing aangeboden onder de naam My-Connect Dialogue.

Pridis ontwikkelt software voor communicatiebeheer, waaronder attendant consoles en routeringsoplossingen. Zoom levert een platform voor communicatie en samenwerking, inclusief telefonie via Zoom Phone.

Cargill, een wereldspeler in de voedings-, landbouw- en industriële sector, gaat zijn productie- en verwerkingsfaciliteiten uitrusten met het Private 5G-netwerk van NTT DATA, wereldwijd leider op het gebied van AI, digitale bedrijfs- en technologiediensten. Hiermee maakt Cargill een verbonden werkplekstrategie mogelijk en de technologie ondersteunt ook de investeringen in robotica. De installatie van het Private 5G-netwerk gebeurt in eerste instanties op vijftig locaties wereldwijd, hoofdzakelijk in de VS. Later dit jaar worden extra locaties toegevoegd.

Voor zijn grootschalige landbouwverwerkingsfabrieken, voedselproductiefaciliteiten en industriële locaties heeft Cargill behoefte aan veilige, schaalbare connectiviteit die snel kan worden ingezet waar traditionele netwerkinfrastructuur onpraktisch is. Het Private 5G-netwerk van NTT DATA biedt consistente, hoogwaardige connectiviteit waarmee alle teams efficiënt kunnen communiceren, samenwerken en toegang krijgen tot hun tools, ongeacht hun locatie. Die connectiviteit ondersteunt eveneens het toenemende gebruik van automatisering, robotica en digitale operaties in industriële omgevingen.

Betrouwbaar en snel

Terwijl Cargill SAP ERP installeert in al zijn vestigingen, zal het Private 5G-netwerk van NTT DATA een netwerk van verbonden werkplekken creëren, waarop men ook via smartphones en robuuste tablets een betrouwbare toegang met lage latentie heeft tot bedrijfsapplicaties en operationele gegevens. Deze connectiviteit verbetert het realtime inzicht in productieprocessen, versterkt de samenwerking tussen frontline- en operationele teams en ondersteunt snellere, datagestuurde besluitvorming.

Hoewel het merendeel van de implementaties in de Verenigde Staten plaatsvindt, maakt Cargill eveneens gebruik van de Private 5G-technologie van NTT DATA in Europa en worden ook andere regio’s overwogen.

Robotica en AI

Private 5G maakt ook geavanceerde robotica en fysieke AI-toepassingen in operationele omgevingen mogelijk. Cargill heeft bijvoorbeeld Spot the Dog ingezet in zijn vestiging in Amsterdam om er de veiligheid en operationele efficiëntie te verbeteren. Deze AI-aangedreven robot kan visuele inspecties automatiseren, gevaren zoals oververhitting van apparatuur monitoren en de veiligheid van werknemers verhogen in gevaarlijke of moeilijk bereikbare gebieden.

“Onze samenwerking met NTT DATA is een echt partnerschap, waardoor we vol vertrouwen onze wereldwijde digitale transformatiestrategie kunnen voortzetten”, zegt Robert Greiner, directeur Platform Engineering voor Customer, Commercial & Business Operations Digital Technology bij Cargill. “Private 5G biedt ons een veilige, schaalbare basis voor het ondersteunen van verbonden werkplekken, robotica en geavanceerde AI-toepassingen in al onze activiteiten.”

“Naarmate productiebedrijven steeds meer gebruikmaken van fysieke AI en intelligente automatisering, wordt betrouwbare en veilige connectiviteit van fundamenteel belang “, vervolgt Shahid Ahmed, Global Head of Edge Services bij NTT DATA. “Cargill laat zien hoe Private 5G technologie en bedrijfsvoering kan samenbrengen in omgevingen waar traditionele netwerken tekortschieten, terwijl de veiligheid, flexibiliteit en prestaties worden verbeterd.”

Sinds de introductie van ’s werelds eerste Private 5G-platform voor bedrijven in 2021 loopt NTT DATA voorop op het gebied van Industry 4.0-innovatie en stimuleert het de transformatie van enkele van ’s werelds meest gerenommeerde bedrijven.

 

Veeam heeft Agent Commander aangekondigd, een nieuwe oplossing die zich richt op het detecteren, beschermen en herstellen van risico’s rond AI-toepassingen en autonome agents. De technologie ontstaat uit de integratie met Securiti AI en wordt onderdeel van een toekomstige release van het Securiti AI Data Command Center.

Volgens Veeam is Agent Commander bedoeld om organisaties meer inzicht te geven in hoe data door AI-systemen wordt gebruikt en welke risico’s daarbij ontstaan. De oplossing combineert functies voor dataprotectie met controles rond AI-gebruik, waarbij dataresilience en databeveiliging binnen één omgeving samenkomen.

De software brengt relaties in kaart tussen data, identiteiten, AI-modellen en agents. Op basis daarvan moeten teams afwijkend gedrag kunnen signaleren, risico’s rond gevoelige gegevens herkennen en ongewenste AI-acties terugdraaien via gerichte herstelopties. Veeam spreekt daarbij over contextbewuste rollbacks, waarbij niet een volledig systeem wordt hersteld maar alleen specifieke wijzigingen.

Met Agent Commander speelt Veeam in op de groeiende behoefte aan centrale regie over AI-processen. Naarmate AI-agents vaker onderdeel worden van operationele workflows, verschuift de aandacht van traditionele back-up naar bredere controle over data, governance en herstelmogelijkheden. Het bedrijf ziet dat organisaties moeite hebben om zicht te houden op welke data door welke AI-toepassingen wordt gebruikt en hoe dat zich verhoudt tot bestaande security- en compliancebeleid.

De oplossing combineert functies uit het dataresilienceplatform van Veeam met technologie van Securiti AI. Daardoor ontstaat volgens het bedrijf één omgeving waarin detectie van schaduw-AI, beleidscontrole en herstel samenkomen. Een real-time relationele engine, door Veeam aangeduid als Data Command Graph, vormt de basis voor het analyseren van verbanden tussen systemen en data.

Analistenbureau Omdia stelt dat de aankondiging past binnen een bredere trend waarbij leveranciers van dataprotectie uitbreiden richting AI-beheer en governance. Door integratie van beveiliging, databeheer en herstel wil Veeam inspelen op organisaties die hun AI-omgeving meer centraal willen aansturen.

Agent Commander wordt beschikbaar in een toekomstige release van het Securiti AI Data Command Center. Een concrete releasedatum is nog niet bekendgemaakt.

OutSystems heeft wereldwijd het vernieuwde Elevate-partnerprogramma aangekondigd. Het model richt zich op beoordeling van partners op basis van technische expertise, klanttevredenheid en financiële bijdrage, met aandacht voor ontwikkelingen rond agentic AI.

Volgens OutSystems is het programma bedoeld om AI-ontwikkeling te ondersteunen en het partner-ecosysteem verder te structureren. Elevate werkt met een zogenoemd Earned Level-model, waarbij partners punten opbouwen op basis van behaalde resultaten en activiteiten. Het nieuwe programma vervangt een uniform beoordelingsmodel door een puntensysteem met vier pijlers: financiële bijdrage, kennisniveau, klanttevredenheid en deelname aan programmatracks. OutSystems stelt dat deze aanpak beter moet aansluiten bij verschillen in specialisatie en marktbenadering tussen partners.

Binnen Elevate krijgt agentic AI een prominente plaats. Het programma bevat onder meer een aangepast certificeringskader en aanvullende criteria rond AI-ontwikkeling. Volgens het bedrijf moet dit partners voorbereiden op de verdere inzet van AI-gedreven applicaties en complexe cloudomgevingen. Daarnaast introduceert OutSystems een wereldwijde kortingsstructuur die gekoppeld is aan dealgrootte en herkomst. Daarmee wil het bedrijf meer consistentie aanbrengen in commerciële afspraken tussen regio’s.

OutSystems geeft aan dat de nadruk binnen het programma ligt op meetbare prestaties en klantresultaten. Het bedrijf verwacht dat deze aanpak partners stimuleert om te investeren in kennisontwikkeling en klanttevredenheid. De introductie van Elevate volgt op de benoeming van Ben Yerushalmi, verantwoordelijk voor partners en allianties bij OutSystems, tot CRN Channel Chief voor 2026. Volgens OutSystems is het partnerprogramma per direct beschikbaar voor bestaande en nieuwe partners.

43 procent van de Nederlandse werknemers vindt dat zij betrokken moeten worden bij beslissingen over de inzet van AI en bijbehorende tools. Dat blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 werknemers. Tegelijkertijd leven zorgen over kritisch denkvermogen, vaardigheden en baanzekerheid.

De inzet van AI op de werkvloer roept vragen op over verantwoordelijkheid en besluitvorming. Uit het onderzoek van Fellowmind blijkt dat 43 procent van de werknemers betrokken wil worden bij beslissingen over de toepassing van AI binnen hun organisatie. Daarmee geven zij aan dat keuzes over deze technologie niet uitsluitend door het management genomen moeten worden.

Werknemers signaleren verschillende risico’s bij het gebruik van AI. Ruim de helft, 54 procent, noemt een afname van het kritisch denkvermogen als belangrijkste zorg. Daarnaast maakt 38 procent zich zorgen over onvoldoende vaardigheden van collega’s om AI verantwoord te gebruiken. Voor 36 procent vormt mogelijk baan- of functieverlies een reëel risico. Ook vrezen werknemers dat creativiteit onder druk komt te staan, 32 procent, en dat er minder ruimte overblijft voor intuïtie in het werk, 26 procent.

De wens om betrokken te worden bij besluitvorming hangt samen met deze zorgen. Naast inspraak verwachten werknemers dat technologische keuzes zorgvuldig worden afgewogen. Zo vindt 44 procent dat beslissingen over AI altijd door mensen moeten worden getoetst. Verder geeft 32 procent aan actief geïnformeerd te willen worden over wet- en regelgeving rond AI, waaronder de Europese AI Act.

Zoom heeft Zoom Virtual Agent 3.0 gelanceerd, een update van zijn geautomatiseerde klantenserviceoplossing. Volgens het bedrijf is de nieuwe versie gericht op het volledig afhandelen van klantvragen, het beperken van escalaties naar menselijke medewerkers en het verbeteren van de overdracht wanneer die escalatie toch plaatsvindt.

De vernieuwde virtuele agent werkt op basis van een nieuwe uitvoeringsarchitectuur die acties in meerdere stappen zou kunnen aansturen over verschillende bedrijfssystemen, zoals CRM-platforms, facturatietools en orderbeheer. Beheerders kunnen volgens Zoom de beslissingslogica, gebruikte gegevensbronnen en workflowstappen inzien, wat het bedrijf omschrijft als meer controle bij grootschalige inzet van automatisering.

Zoom wijst op onderzoek waaruit blijkt dat 43 procent van de consumenten vindt dat chatbots hun problemen niet oplossen, 38 procent aangeeft in cirkels te draaien en 37 procent informatie steeds opnieuw moet herhalen. Met de nieuwe versie wil het bedrijf die knelpunten aanpakken door context en reeds uitgevoerde acties mee te geven bij een overdracht naar een menselijke medewerker.

Een aantal functionaliteiten staat gepland voor het voorjaar van 2026. Het gaat dan om multimodale verwerking, waarbij de virtuele agent documenten en afbeeldingen, zoals serienummers of formulieren, zou kunnen interpreteren en verwerken. Daarnaast kondigt Zoom continu leren aan: de agent analyseert afgeronde interacties van menselijke medewerkers en past die inzichten toe op vergelijkbare toekomstige vragen. Tot slot komt er volgens het bedrijf een functie voor proactieve betrokkenheid, waarbij de virtuele agent zelf contact kan initiëren op basis van geïdentificeerde gebeurtenissen.

Zoom meldt intern al meetbare resultaten te hebben behaald. Het percentage interacties waarbij de virtuele agent een vraag niet begreep, zou zijn gedaald van 35 naar 0 procent. Binnen het eigen facturatieteam steeg het aandeel vragen dat via selfservice werd afgehandeld in drie maanden van 0 naar 30 procent, wat volgens het bedrijf een besparing van meer dan duizend agenturen per maand oplevert.