De door staatssecretaris Van Huffelen (Digitalisering) voorgestelde werkagenda voor de digitale samenleving zijn door het kabinet overgenomen. Daarin zijn de thema’s ‘digitaal fundament’ en ‘digitale overheid’ uitgewerkt en gespecificeerd en deze vormen daarmee een eerste stap richting een door de overheid gesteunde digitale transitie van Nederland.

Digitale geletterdheid wordt toegevoegd aan het curriculum voor basis- en voortgezet onderwijs. De bedoeling is dat leerlingen al vroeg beschikken over digitale vaardigheden. Ook komt er in elke arbeidsmarktregio laagdrempelig scholingsaanbod voor omscholers en schoolverlaters voor de meer gevorderde digitale vaardigheden, zoals AI.

De wildgroei aan digitale kluizen of ‘wallets’ moet op Europees niveau worden aangepakt, vindt het kabinet. Er wordt al gewerkt aan een  Europees raamwerk daarvoor. Het voorstel is om de afspraken over Europese id-wallets per 2025 werkend te krijgen. De staatssecretaris heeft voor Nederland een nog ambitieuzere deadline gesteld. Zij wil een eerste proefversie van een publieke open source wallet in 2023 werkend hebben. Deze digitale kluis moet gebruikt worden om persoonlijke en privacygevoelige documenten op te slaan, zoals paspoort, rijbewijs of diploma.

Digital Services Act en veilige algoritmes

Desinformatie terugdringen is een van de speerpunten van het kabinet. De onlangs in werking getreden Digital Services Act is daarvoor een van de middelen. Daarmee kunnen online platformen worden gereguleerd en consumentenbelangen online beter beschermd. Een van de oorzaken van de snelle verspreiding van desinformatie is de manier waarop algoritmes werken en daarbij geen rekening houden met alle personen in de samenleving. Het kabinet wil algoritmes transparant maken en bijhouden in een algoritmeregister. Op basis van de Europese AI Act worden bepaalde algoritmes verboden en wordt verplicht dat algoritmes met een hoog risico voor mensen een soort keurmerk (CE-markering) krijgen en worden geregistreerd in een Europese database. Ook gaat de overheid mensenrechtentoetsen op algoritmes uitvoeren.

Cybersecuritybedrijf ThreadStone heeft de beveiliging onderzocht van 18 miljoen Europese domeinnamen en vastgesteld dat het met veel daarvan niet best is gesteld. Het gaat om een meting van basale veiligheidsaspecten, zoals de verspreiding van malware of spam en de privacy van bezoekers. 

In openbare bronnen op internet is gezocht naar kwetsbaarheden in relatie tot de domeinnamen van de betreffende organisaties. Bij die aanpak is vooraf geen expliciete toestemming van het bedrijf nodig: het gaat immers om openbare informatie.De doelstelling van het onderzoek is om tot een kwalitatief beeld te komen van de cyberveiligheid van Europa, waarbij landen ten opzichte van elkaar worden bekeken. Organisaties in België, Slowakije, Nederland, Tsjechië, Denemarken en Zweden scoren beter dan het gemiddelde. Bulgarije, Italië, Frankrijk, Griekenland en Kroatië staan onderaan.

De uitkomsten geven reden tot zorg, zeggen de onderzoekers, ook voor de landen die bovengemiddeld scoren. “Een voorbeeld is de meting op de beveiliging van e-mail. Meer dan 85% van de organisaties heeft de e-mailprotocollen niet juist ingesteld, wat uiteindelijk tot zogenaamde spoofing (vervalsing/misbruikvan e-mail) kan leiden.”

Jaarlijks herhalen

ThreadStone wil deze meting jaarlijks herhalen om op Europees niveau inzicht te krijgen in de ontwikkeling van digitale weerbaarheid en cybersecurity. Daarbij zullen de resultaten per land worden uitgesplitst en is het de bedoeling dat ook meer duiding gegeven kan worden, bijvoorbeeld wat de reden is dat bepaalde landen beter scoren. René van Etten, algemeen directeur van ThreadStone: “Elke organisatie in Europa zou een meting met rapportage moeten krijgen, waarin de eigen kwetsbaarheden inzichtelijk worden gemaakt. Ondersteund met begrijpelijke communicatie van een betrouwbare, aansprekende bron en eventuele hulp om gesignaleerde kwetsbaarheden werkelijk weg te nemen, kan dit ondernemers in beweging brengen. Met deze eerste meting en de daaruit volgende rapportage hoopt ThreadStone dat er een betere samenwerking ontstaat, vooral met koepelorganisaties die op sectorniveau, landniveau of Europees niveau hun achterban kunnen bereiken en mobiliseren.’

ThreadStone werkt op dit moment al samen met een aantal brancheorganisaties en Security Delta om rapportages per sector aan ondernemers aan te bieden. Daarbij staat voorop dat de rapportages geen commerciële insteek hebben en alleen moeten dienen om de ondernemer bewust te maken en handelingsperspectief te bieden.

De komende jaren zullen er steeds meer windmolens gebouwd worden. Inspectie van de wieken gebeurt nu nog veelal fysiek of met een drone. Volgens de Nederlandse startup Tarucca is dat bij de grote aantallen windmolens die er straks staan niet meer te doen. Zij willen de molens uitrusten met sensoren.

Dit jaar besloot het kabinet het geïnstalleerde vermogen aan windenergie op zee verder te verhogen naar 21 GW in 2030. Als alles volgens plan verloopt, staan er op de Nederlandse Noordzee dan zo’n 1700 windturbines. Nu worden de wieken van windmolens allemaal nog visueel – met behulp van drones en onderhoudsmonteurs – geïnspecteerd. Als er over acht jaar duizenden wieken op zee staan, is dat qua kosten en tijd niet langer haalbaar, zegt Tarucca. Bovendien is de inspectie vaak periodiek en de reparatie reactief. De windmolen is kapot, staat stil en wordt dan pas gerepareerd.

Fotonische sensoren en AI

Volgens de startup zijn fotonische sensoren in combinatie met AI de oplossing om eventuele gebreken vroegtijdig te detecteren, zodat de inspectie van windmolens minder tijdrovend wordt en de wieken zo optimaal mogelijk kunnen functioneren.

Windturbines zijn complex, vertelt medeoprichter Hans van Beek. “Elektromechanische installaties kunnen we al veel langer goed monitoren. In een machine kun je heel makkelijk vibraties op bepaalde punten meten. Wieken van windturbines zijn gemaakt van composiet, zoals polyester. Daarbij is het veel moeilijker om metingen voor conditiebewaking uit te voeren, omdat het minder rechttoe rechtaan is.”

Meten van vibratiepatronen

De vibratie geeft een indicatie van de status van een wiek. Als een blad beschadigt raakt, gaat het op een andere manier vibreren. Om de bladen goed te inspecteren, moeten kleine verschuivingen in het vibratiepatroon gedetecteerd worden. Daarvoor is heel nauwkeurige meetapparatuur nodig en AI-software en algoritmes van hoog niveau. Van Beek: “Bovendien is er niets dat zoveel bliksemaanslagen aantrekt als een windturbine op zee. In die bladen van windturbines wil je dus zo weinig mogelijk elektronica hebben zitten.”

De sensoren die Tarucca gebruikt, moeten een oplossing bieden voor beide problemen. De fotonische sensoren werken op basis van licht, en licht heeft, in tegenstelling tot elektronica, geen probleem met bliksem. Bovendien kunnen deze sensoren veel nauwkeuriger en accurater meten dan traditionele optische sensoren.

Efficiënte reparaties

De fotonische sensoren worden in de wieken geplaatst en weerkaatsen lichtsignalen terug door een glasvezel. Zo verzamelen ze data die met 4G of 5G verstuurd worden naar de cloud. Daar wordt het verwerkt door het AI-algoritme. “Als er iets kapot is of kapot dreigt te gaan, krijgt de beheerder van het windpark een melding. Soms moet de reparatie zo snel mogelijk uitgevoerd worden, en soms kan het ook nog wel een paar weken wachten. Zo kunnen die reparaties zo efficiënt mogelijk ingepland worden. In een windstille periode bijvoorbeeld”, aldus Van Beek.

De eerste fotonische sensoren worden begin volgend jaar geplaatst bij partners die hun windmolens ter beschikking stellen. De start-up begint met één windmolen en werkt toe naar een research pilot met vijf windmolens. “Zodat we echt stap voor stap kunnen zien wat er goed gaat en wat er beter moet. Over vijf jaar hopen we dat onze sensoren in alle bestaande windmolens in Nederland zitten en dat we ook met fabrikanten om tafel zitten om de sensoren al bij de bouw te integreren.”

Aanvallen met Microsoft SQL Server zijn in september 2022 wereldwijd met 56% gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Daders maken nog steeds gebruik van een veel voorkomende aanval waarbij SQL Server wordt ingezet om te proberen toegang te krijgen tot bedrijfsinfrastructuren. Dat meldt Kaspersky op basis van het nieuwe Managed Detection and Response-rapport.

Microsoft SQL Server wordt wereldwijd gebruikt door zowel grote bedrijven als middelgrote en kleine ondernemingen voor databasebeheer. Onderzoekers van Kaspersky ontdekten een toename van aanvallen die gebruikmaken van de processen van Microsoft SQL Server. In september 2022 ging het om meer dan 3.000 getroffen SQL-servers, een groei van 56% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Deze aanvallen werden met succes gedetecteerd door Kaspersky Endpoint Security for Business en Managed Detection and Response.

Het aantal van deze aanvallen is het afgelopen jaar geleidelijk toegenomen en is sinds april 2022 boven de 3.000 gebleven, met uitzondering van een lichte daling in juli en augustus.

“Ondanks de populariteit van Microsoft SQL Server geven bedrijven mogelijk onvoldoende prioriteit aan de bescherming tegen bedreigingen die met de software samenhangen. Aanvallen met kwaadaardige SQL Server-taken zijn al lang bekend, maar het wordt nog steeds door daders gebruikt om toegang te krijgen tot de infrastructuur van een bedrijf”, aldus Sergey Soldatov, hoofd van het Security Operations Center bij Kaspersky.

De Ondernemingskamer in Amsterdam heeft Gerard Sanderink geschorst als topman bij zijn IT-bedrijf Centric. Hij moet al zijn aandelen overdragen aan een onafhankelijk beheerder.

Sanderink keerde in oktober terug als hoogste baas van Centric. Dit tot onvrede van het Openbaar Ministerie, dat stelt dat Sanderink met zijn terugkeer Centric in gevaar brengt en zijn schorsing had geëist.

Het OM is nu door de rechter in het gelijk gesteld. Sanderink is volgens het hof niet in staat om werk en privé gescheiden te houden. Ook twijfelt de rechter of de voormalige topman in staat is om rationele beslissingen te nemen.

De ruzie van Sanderink met zijn ex-geliefde Brigitte van Egten zorgde voor een vertrouwenscrisis in de top van Centric. Sanderink beschuldigde Van Egten onder meer van miljoenenfraude bij zonnepanelenbedrijf DSS, waar Van Egten de directeur van was. Sanderink begon vervolgens een verhouding met de controversiële ‘cyberdeskundige’ Rian van Rijbroek.

Centric heeft in Nederland zo’n 2500 werknemers en werkt onder meer voor de Nederlandsche Bank en BNG (Bank Nederlandse Gemeenten).

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Claudia Hebden, Northern European Alliances Director bij cloudsecurityspecialist CrowdStrike. Het nieuws dat zij graag wil uitlichten is het onderzoek van Mimecast waaruit blijkt dat 22 procent van de Nederlandse IT-professionals aangeeft dat hun organisatie niet of nauwelijks voorbereid is op een ransomware-aanval.

Hebden is verbaasd dat zo’n aanzienlijk deel niet of nauwelijks is voorbereid. Ze ziet namelijk ook dat het belang van cybersecurity in steeds meer organisaties doordringt. Maar specifiek wil ze aandacht voor het belang van identiteitsbescherming. Want op identiteit gebaseerde aanvallen vormen maar liefst 80 procent van de cyberaanvallen, zo blijkt uit het 2022 Global Threat Report. Om veiligheid te waarborgen, moet elke identiteit geverifieerd en elk verzoek geautoriseerd worden. Juist om cyberdreigingen zoals ransomware en aanvallen op de toeleveringsketen te voorkomen.

Toename in op identiteit gebaseerde inbraken

Volgens Hebden is het misbruiken van gestolen inloggegevens  voor criminelen dé manier om binnen te dringen in een organisatie en ransomware te kunnen installeren. De dreigingen rondom identiteit nemen dan ook alsmaar toe. “Cybercriminelen gebruiken miljarden gestolen gebruikersnamen en wachtwoorden om langs de bestaande verdediging te glippen en zich voor te doen als legitieme gebruikers. Het feit dat tachtig procent van de inbraken momenteel veroorzaakt wordt door het stelen van identiteitsgegevens, zou organisaties – en met name securityteams – moeten motiveren om goed na te denken over hun strategieën voor identiteitsbescherming.”

Verifiëren en autoriseren

“Cybercriminelen hosten vaak valse verificatiepagina’s om legitieme inloggegevens voor populaire clouddiensten te verzamelen”, vervolgt Hebden. “Hiermee proberen ze vervolgens legitiem toegang te krijgen tot accounts. Ze hebben slechts één geldige set referenties nodig om in te loggen als werknemer, ervan uitgaande dat aanvullende beveiligingsmaatregelen hen niet in de weg staan. Daarmee is letterlijk iedere gebruiker – van IT-beheerder tot externe leverancier – interessant voor cybercriminelen. Daarom is het cruciaal om iedere identiteit te verifiëren en ieder verzoek te autoriseren. Ook om de kans op ransomware- of supply-chain-aanvallen te minimaliseren.” Toch ziet ze dat het bij veel organisaties nog aan de nodige acties ontbreekt. Met als gevolg dat organisaties geregeld slachtoffer worden van dit soort aanvallen.

Wat maken op identiteit gebaseerde aanvallen nou zo verraderlijk? Hebden: “Bij dit soort aanvallen worden persoonsgegevens gecompromitteerd en bovendien technieken gebruikt om detectie te omzeilen. Dit maakt op identiteit gebaseerde aanvallen moeilijk te detecteren, mede omdat het oppervlak waarop ze plaatsvinden bij organisaties blijft toenemen, onder andere door hybride werken.”

Maak identiteitsbescherming prioriteit

Volgens Hebden krijgt identiteitsbescherming maar in weinig organisaties voldoende aandacht. Dat moet anders volgens haar. “Veel organisaties zien identiteitsbescherming als de laatste verdedigingslinie. Precies dat maakt ze kwetsbaar. Voor veel organisaties is identiteitsbescherming nog een pijnpunt, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Er bestaan tegenwoordig talloze totaaloplossingen voor. Bijvoorbeeld voor het verbeteren van de zichtbaarheid van inloggegevens in een hybride werkomgeving of de mogelijkheid om multifactorauthenticatie uit te breiden naar legacy en onbeheerde systemen.”

Hebden pleit dat de verdedigingsstrategie van iedere organisatie daarom moet bestaan uit volledige inzet van multifactorauthenticatie (MFA), met name voor belangrijke accounts. “Verificatieprotocollen die MFA niet ondersteunen moeten uitgeschakeld worden”, aldus Hebden. “Ook moeten privileges en referenties voor zowel gebruikers als beheerders van clouddiensten bijgehouden en gecontroleerd worden. Daarnaast is een zero trust-beveiligingsmodel zeker geen overbodige luxe. In het huidige dreigingslandschap moet identiteitsbescherming topprioriteit voor ieder bedrijf zijn.”

MSP’s maken zich vooral zorgen om de toenemende concurrentie. Dat blijkt uit het nieuwste Global State of the MSP rapport van Datto. 29 procent van de 1800 ondervraagde MSP’s wereldwijd noemde dat als grootste zorg. Andere uitdagingen zijn omzet en winst (28 procent) en acquisitie van klanten (24 procent).

Uit het rapport komt ook naar voren dat de inkomsten uit break/fix toenemen. Hierbij worden nieuwe leveranciers binnengehaald om een urgent probleem op te lossen (als een loodgieter bij een lekkage) waarna die een voet tussen de deur heeft om een verdere relatie op te bouwen met de klant. Vaak leidt dit tot een co-managed service.

Ook cloudintegratie speelt een steeds grotere rol onder MSP’s. Steeds meer klanten kijken naar de cloud voor een betere manier van dataopslag om de productiviteit en samenwerking te optimaliseren. Hoewel veel MSP’s zich lang hebben verzet tegen de overstap naar de cloud vanwege zorgen over compliance, security of budgettaire aspecten, ziet ongeveer 95 procent van de respondenten cloudoplossingen nu toch als een nieuwe marktkans. De helft van de respondenten verwacht dat 75 procent van de workloads zich binnen drie jaar in de publieke cloud bevindt.

 

De urgentie van het terugdringen van de klimaatverandering is inmiddels wel bij iedereen doorgedrongen. Ook bedrijven zijn zich ervan bewust. Maar slechts 34% van de 2.000 grootste bedrijven heeft wereldwijd concrete duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd en publiekelijk gedeeld. Bovendien blijven de resultaten van deze plannen ver achter bij de uitgesproken ambities. 93% van deze bedrijven zal de plannen in 2050 niet kunnen waarmaken.

Dit blijkt uit het Accenture-onderzoek ‘Accelerating global companies toward net zero by 2050’. Door afspraken en regelgeving rondom de strategische klimaatdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) en klimaatakkoorden staat duurzaamheid hoog op de agenda in boardrooms. De huidige instabiele politieke en economische situatie met prijsschommelingen voor fossiele energie geeft nog een extra impuls bij het terugdringen van CO2-uitstoot. Inmiddels geeft 84% van de bedrijven aan meer te willen investeren in duurzaamheid. Uit eerder onderzoek van Accenture blijkt ook dat organisaties die duurzaamheid in hun strategie integreren financieel beter presteren.

Duurzaamheid betekent niet alleen beperken uitstoot

De resultaten van acties en plannen om klimaatneutraal te opereren blijven ver achter bij de ambities. Slechts 7% van de 2000 ondervraagde bedrijven ligt momenteel op koers voor nul uitstoot in 2050. Zelfs in een scenario waarin bedrijven hun emissies in de jaren tot 2030 twee keer zo snel terugdringen als nu en daarna drie keer zo snel, zou 59% in 2050 nog steeds falen.

Het loont daarom om naar de aanpak van de koplopers te kijken. In de praktijk kijken zij verder dan hun CO2-uitstoot. Deze groep gaat verder dan het stellen van doelen alleen, zij nemen duurzaamheid mee in elke aspect van hun processen en activiteiten.

Nicole van Det, Country Managing Director Accenture Nederland: “Bedrijven die wel op koers liggen, houden het niet bij beloften. Zij kiezen een intelligentere aanpak om écht stappen te zetten. Hun data over CO2, energie en uitstoot zijn even belangrijk als financiële of operationele informatie. Het is een integraal onderdeel van de dagelijkse besluitvorming. Zij stellen heldere doelen en sturen hun acties op basis van concrete data. Dit zorgt voor een doelgerichte, schaalbare aanpak. Door deze slimme, integrale aanpak te omarmen, moet het meer bedrijven, liefst alle, lukken in 2050 daadwerkelijk klimaatneutraal te zijn. Afwachten is geen optie.”

Versnelling emissiereductie nodig

“Te midden van de wereldwijde economische, politieke en ecologische ontwrichting hebben meer bedrijven dan ooit tevoren publiekelijk toegezegd om rond 2050 grotendeels koolstofvrij te zijn. Deze verhoogde ambitie is bemoedigend, maar het is ook duidelijk dat een sterke versnelling van de emissiereductie nodig is” zegt Ingrid Kersten, Sustainability Lead Accenture Nederland. “Het gebruik van volwassen technologieën, zoals digitale en hernieuwbare energiebronnen, en het versnellen van de implementatie van baanbrekende oplossingen zoals waterstof, zal van cruciaal belang zijn. Het bereiken van net zero vereist diepgaande transformaties, omdat het gaat om het inbedden van duurzaamheid in alles wat organisaties doen.”

De beschikbaarheid van glasvezel is ongelijkmatig verdeeld over Nederland. Dat meldt de Autoriteit Consument & Markt in de nieuwe Telecommonitor. In relatief dunbevolkte gebieden als Zeeland, noordoost-Groningen en het zuiden van Limburg, en in de dichtbevolkte Randstad zijn nog veel postcodegebieden zonder glasvezel. Dat valt goed te zien in de nieuwe interactieve glasvezelkaart, die onderdeel uitmaakt van de vernieuwde Telecommonitor.

“De glasvezelkaart laat per postcodegebied zien waar glasvezel ligt. Zo kan iedereen goed volgen hoe het uitrollen van glasvezel over het land verloopt”, zegt ACM-bestuurslid Manon Leijten. “Dat proces gaat gestaag door, en het aantal actieve aansluitingen blijft ook groeien. Dat is een welkome ontwikkeling gezien het almaar groeiende dataverbruik.”

De verschillen per regio komen onder meer doordat het aanleggen van een glasvezelnetwerk hoge investeringen vergt. Netwerkbedrijven leggen glasvezel aan waar ze verwachten die investeringen te kunnen terugverdienen. Dat ze nog niet veel glasvezel in de Randstad hebben aangelegd, is vermoedelijk doordat daar al koper- en kabelnetwerken liggen waar snel internet op mogelijk is. Dat heeft de vraag naar snel internet via glasvezel beperkt. Omdat het datagebruik toeneemt, is de verwachting dat glasvezelbedrijven de uitrol in de Randstad de komende jaren versnellen. Het is voor hen een grote markt en de ervaring leert dat de eerste aanbieder de beste concurrentiepositie heeft.

5 miljoen glasvezelaansluitingen

In het hele land waren er in het tweede kwartaal 5 miljoen glasvezelaansluitingen; 300 duizend meer dan in het eerste kwartaal. Daarvan heeft KPN er tussen de 65 en 70 procent aangelegd en Delta Fiber tussen de 15 en 20 procent. Het marktaandeel van Open Dutch Fiber, dat in het tweede kwartaal glasvezelaanbieder heeft E-Fiber overgenomen, is gestegen naar tussen de 5 en 10 procent. Het kwartaal ervoor was dat nog onder de 5 procent. Overigens komt het vooralsnog maar incidenteel voor dat op een adres twee glasvezelaansluitingen gerealiseerd worden. In de regel wordt elk gebied door slechts één partij verglaasd. In het tweede kwartaal waren er bijna 2,3 miljoen glasvezelaansluitingen in gebruik (via een abonnement); een groei van 79 duizend.

Er waren in het tweede kwartaal nog 5,8 miljoen aansluitingen op koper, waarvan er ruim 2,3 miljoen in gebruik zijn (een daling van 90 duizend). Van de bijna 8 miljoen kabelaansluitingen waren er 3,9 miljoen in gebruik; 20 duizend minder dan een kwartaal eerder.

Mobiel dataverbruik

Het mobiele dataverbruik bedroeg in het tweede kwartaal 403 miljoen gigabyte; 15 procent meer dan het kwartaal ervoor. Dat komt deels doordat er meer apparaten komen die via een mobiele internetverbinding informatie uitwisselen, zoals slimme rookmelders, alarmsystemen en slimme energiemeters. Het gebruik van simkaarten voor zulke toepassingen steeg met 570 duizend tot meer dan 14 miljoen. Het mobiele dataverbruik stijgt ook door de verschuiving naar spraak- en tekstapps die met internetdata werken. Steeds meer mensen laten bellen en sms-en helemaal weg en kiezen voor een mobiel abonnement met alleen internet (data only): daarvan waren er 895 duizend; 20 duizend meer dan in het eerste kwartaal.

Dat blijkt ook uit het gebruik van mobiele telefoondiensten: het aantal mobiele belminuten is in het tweede kwartaal 9 procent gedaald naar 10,4 miljard en het aantal sms-berichten 5 procent naar 577 miljoen. het aantal mobiele abonnementen was in het tweede kwartaal 21,3 miljoen.

De verschuiving naar data is ook op vaste netwerken te zien. Er waren in het tweede kwartaal 4,9 miljoen abonnementen voor vaste telefonie; 84 duizend minder dan in het eerste kwartaal. Het aantal belminuten via een vaste lijn daalde 11 procent tot 1,5 miljard.

Over de Telecommonitor

De ACM vraagt regulier informatie op bij de grootste marktpartijen in de telecomsector en publiceert op basis daarvan elk kwartaal de Telecommonitor. Die geeft de ontwikkelingen weer in de markten voor mobiele diensten, vaste telefonie, breedbandinternet, televisie en bundels in de vorm van een interactief dashboard.

Datasilo’s zijn volgens 38 procent van de organisaties een van de grootste struikelblokken bij het verkrijgen van inzicht gebaseerd op alle data die zij ter beschikking hebben. Dit blijkt uit onderzoek van managed services provider Umbrio, gehouden onder ruim 300 Nederlandse strategische en tactische managers. Om een volgende stap te zetten in datagedreven werken wil een derde (32%) beter letten op de juiste invoer van data en een vergelijkbaar percentage (30%) denkt dat het inzichtelijk maken van beschikbare bronnen belangrijk is.

“Het bewust of onbewust in stand houden van de datasilo’s is een bekend probleem binnen organisaties”, zegt Umbrio. “In de eerste plaats is dit een gevolg van het werken in verschillende afdelingen, waardoor iedere discipline min of meer zijn eigen IT-omgeving heeft opgebouwd. Wat opvalt is dat maar liefst 51 procent van de ondervraagde managers binnen de overheid datasilo’s als grootste hindernis ziet voor datagedreven werken. Gevolg is dat er geen eenduidig klantbeeld gerealiseerd wordt, dat het lastig is de prestaties van de IT-infrastructuur te monitoren en dat securitymaatregelen versnipperd zijn, wat leidt tot kwetsbaarheden.”

Waardevolle data zit vast in systemen

Het onderzoek biedt ook een aantal lichtpunten, constateert Erik Witte, oprichter en Chief Vision Officer bij Umbrio. “Organisaties weten wat hen te doen staat. Dit begint met het erkennen van het belang van data om je staande te kunnen houden in een veranderende wereld. Vervolgens moet datagedreven werken prioriteit in de boardroom worden. De voordelen zijn vervolgens evident”, concludeert Witte uit het onderzoek.

Zo zegt 45 procent van de respondenten dat je door datagedreven te werken als organisatie gerichter producten en diensten kunt ontwikkelen. 38 procent ziet kansen om kostenefficiënter te gaan werken en 32 procent verwacht productiever te worden. Erik Witte: “Juist in een tijd waarin je snel moet kunnen handelen en beslissingen moet kunnen nemen op relevante data, blijkt dat bij veel organisaties waardevolle data vastzit. Deze data komt niet beschikbaar voor analyses en wordt dus niet vertaald in inzichten, waarmee je bedrijfsprocessen kunt optimaliseren. Niet alleen als het gaat om het bieden van een betere klantbeleving, maar ook om de performance van essentiële applicaties te kunnen garanderen. Je zult hiervoor de juiste technologieën moeten implementeren en starten met de inrichting van een dataplatform.”

Over het onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Umbrio. In totaal namen 312 Nederlandse strategische en tactische managers in bedrijven van verschillende grootte en minimaal 100 fte deel aan het onderzoek. 76 procent van alle respondenten is tactisch manager, zoals HR- of IT-manager, en 24 procent is strategisch manager, zoals CEO of directie.