Arctic Wolf introduceert nieuwe endpointsecuritymogelijkheden voor msp-partners. Met Aurora Managed Endpoint Defense wil het bedrijf partners ondersteunen bij het beheren van endpointomgevingen en het uitbreiden van hun managed securitydiensten.

De uitbreiding bouwt voort op het bestaande partnerprogramma en Aurora Endpoint Security voor msp’s. Volgens het bedrijf kunnen partners met de nieuwe mogelijkheden hun dienstverlening stroomlijnen en beter inspelen op de groeiende vraag naar doorlopende beveiliging.

Met Aurora Managed Endpoint Defense ondersteunt het AI-gestuurde SOC van Arctic Wolf msp’s bij het beheren van implementaties van Aurora Endpoint Security bij klanten. De dienst omvat 24×7 monitoring, triage van meldingen en responsacties. Het bedrijf stelt dat partners hiermee hun operationele belasting kunnen verlagen en hun aanbod rond endpointsecurity kunnen uitbreiden.

Daarnaast introduceert Arctic Wolf een Rapid Response Add-On voor de JumpStart Retainer. Klanten van msp’s die beschikken over deze retainer kunnen een service level agreement van één uur activeren voor urgente incidenten. De JumpStart Retainer wordt aangeboden via een jaarlijks abonnement en omvat een aanpasbaar responsplan en vastgestelde tarieven voor incident response.

Ook komt er een MSP Admin Portal. Dit portaal biedt centraal inzicht in klantomgevingen, waaronder waarschuwingen, de status van agentimplementaties en de mogelijkheid om rapportages in bulk te downloaden. Volgens het bedrijf kan dit de administratieve lasten verminderen en het beheer vereenvoudigen.

Arctic Wolf meldt dat met het Aurora-platform detectie, respons en risicobeheer zijn samengebracht in één omgeving. Daarmee wil het bedrijf msp’s ondersteunen bij het leveren van beveiligingsdiensten aan klanten van verschillende omvang.

De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt enterprise-grade beveiliging, schaalbare configuraties en naadloze externe toegang voor IT-infrastructuurbeheer

Vertiv (NYSE: VRT), een wereldwijde leider in kritieke digitale infrastructuur, introduceert de Vertiv Avocent MergePoint Unity 2. Dit is een next-generation keyboard-, video- en mouse- (KVM)-switchplatform voor veilig, gecentraliseerd beheer van IT-apparatuur in enterprise-datacenteromgevingen, gedistribueerde edge-locaties en vestigingen.

De switch helpt operators om hun dagelijkse werkzaamheden te vereenvoudigen, snel op incidenten te reageren en systeembeschikbaarheid te waarborgen. Ook maakt de switch externe diagnose, configuratie en herstel mogelijk, terwijl het IT-systemen beschermt tegen niet-geverifieerde firmware en software.

“Nu organisaties workloads over meerdere locaties verspreiden, neemt ook de complexiteit van infrastructuurbeheer toe,” aldus Ramesh Menon, vicepresident IT systems solutions bij Vertiv. “De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt een centraal controlepunt met enterprise-grade beveiliging, waardoor IT-teams zichtbaarheid en responsiviteit kunnen behouden, ongeacht waar hun infrastructuur zich bevindt.”

De nieuwe KVM-switch voldoet aan de FIPS 140-3 cryptografische standaarden en ondersteunt veilige, geverifieerde encryptie voor overheids- en enterprise-omgevingen. Het systeem biedt geavanceerde bescherming met smartcard- en Common Access Card (CAC)-authenticatie en gebruikersrechtenbeheer. Hierdoor krijgen IT-teams een geconsolideerd overzicht van de infrastructuur zonder meerdere tools of locatiebezoeken. Dankzij ingebouwde Virtual Media-functionaliteit kunnen gebruikers op afstand schijven koppelen voor software- en applicatie-installaties, waardoor updates worden gestroomlijnd en downtime wordt geminimaliseerd.

Het platform biedt daarnaast externe toegang tot UEFI- en BIOS-firmware-interfaces voor kritieke systeemupdates en hardware-troubleshooting. Ook profiteren zowel lokale als externe gebruikers van een intuïtieve browsergebaseerde interface. Ondersteuning voor lokale hotkeys maakt snelle navigatie en taakuitvoering mogelijk, wat de efficiëntie verhoogt en de gebruikerservaring op rackniveau stroomlijnt.

De KVM-switch beschikt over een compact ontwerp dat, in combinatie met de Vertiv Avocent Local Rack Access (LRA) Console, binnen één rackunit past. Dit optimaliseert de beschikbare rackruimte. Het systeem kan worden beheerd via een ingebouwde webinterface voor standalone toepassingen of worden geïntegreerd met het Vertiv Avocent MP1000 Management Platform als onderdeel van de Vertiv Avocent DSView-oplossing voor gecentraliseerde, enterprise-brede controle.

Cegeka heeft Koen Deryckere benoemd tot nieuwe Chief Executive Officer. Hij treedt op 1 mei aan. Tot die tijd blijft Bart Watteeuw actief als interim-CEO, waarna hij de rol van Chief Operating Officer op zich neemt.

Met de benoeming haalt Cegeka een bestuurder binnen met een lange internationale loopbaan bij Accenture, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor Frankrijk en de Benelux en deel uitmaakte van het Global Management Committee. Volgens Cegeka moet Deryckere het bedrijf naar een volgende groeifase leiden. Daarbij ligt de nadruk op het verder uitbouwen van de positie als Europese IT-dienstverlener en het versterken van de activiteiten in de Verenigde Staten via dochterbedrijf CTG. De nieuwe CEO brengt ervaring mee in het aansturen van internationale teams en het begeleiden van organisaties bij strategische transformaties.

Oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur André Knaepen spreekt van een belangrijk moment voor de organisatie en verwijst naar de voorbereidingen die de afgelopen periode zijn getroffen om verdere groei mogelijk te maken. Deryckere zelf zegt uit te kijken naar de samenwerking met teams binnen de groep en naar het verder uitbouwen van de internationale ambities.

Deryckere heeft zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit en woont momenteel in Genève. Bij Accenture vervulde hij eerder verschillende leiderschapsrollen, waaronder Chief Operating Officer voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika, waar hij betrokken was bij de uitvoering van strategieën voor tienduizenden medewerkers in meerdere regio’s.

De wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur begint steeds meer impact te krijgen op de opslagmarkt. Waar eerder vooral geheugenmodules en GPU’s onder druk stonden, signaleren fabrikanten en analisten dat ook harde schijven lastiger verkrijgbaar worden door de groei van grootschalige datacenterprojecten.

Een belangrijke oorzaak is dat hyperscalers hun capaciteit voor meerdere jaren vastleggen via langlopende contracten. Hierdoor komt minder productie beschikbaar voor andere afnemers. Nearline-HDD’s blijven een populaire keuze voor AI-workloads, omdat ze grote hoeveelheden data tegen relatief lage kosten kunnen opslaan. Dat zorgt ervoor dat een deel van de productie verschuift naar cloud- en AI-platforms.

Distributeurs merken dat levertijden oplopen en dat prijzen voorzichtig beginnen te stijgen. Vooral partijen die afhankelijk zijn van projectmatige hardware-inkoop krijgen te maken met minder voorspelbare beschikbaarheid. Analisten verwachten dat deze ontwikkeling zich in 2026 verder doorzet, nu steeds meer organisaties investeren in AI-training, archivering en dataverwerking op grote schaal.

De situatie laat zien dat de impact van AI zich uitbreidt van compute naar de volledige hardwareketen. Naast servers en geheugen krijgt ook opslag een strategische rol in capaciteitsplanning, met mogelijke gevolgen voor projecten en budgetten in het komende jaar.

Een juridisch onderzoek naar de soevereiniteit van de Europese cloudomgeving van Amazon Web Services is kort na publicatie offline gehaald. Dat melden onze zustersites Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders. Het rapport, opgesteld door Greenberg Traurig in opdracht van de Rijksoverheid, stond op naam van Strategisch Leveranciersmanagement Rijk (SLM), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Redacties van Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders hebben vragen gesteld over de reden van het verdwijnen van het document.

Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag in hoeverre de zogeheten AWS European Sovereign Cloud voldoet aan de eisen rond digitale soevereiniteit die de Nederlandse overheid stelt. Daarbij werd gekeken naar technische waarborgen, juridische controle over data en de continuïteit van dienstverlening bij internationale spanningen of juridische conflicten.

Volgens informatie uit de sector richtte het Engelstalige rapport zich onder meer op datasoevereiniteit en de invloed van buitenlandse wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act. Ook werd geanalyseerd hoe de overheid regie houdt over systemen die draaien op een internationale cloudinfrastructuur.

Het plotseling offline halen van het document roept vragen op, omdat de bevindingen een rol spelen in bredere discussies over cloudstrategie en digitale autonomie binnen de publieke sector. Voorlopig is onduidelijk of het rapport wordt aangepast of later opnieuw wordt gepubliceerd. Een inhoudelijke reactie vanuit SLM Rijk is nog niet gegeven.

In AI Update van deze week draait het om een verschuiving van praten naar doen, met agentic AI als kapstok en een golf aan nieuwe interfaces en infrastructuur daar omheen.

MIT Sloan legt agentic AI uit

Agentic AI is meer dan een chatbot met wat extra knoppen. Het gaat om software die taken kan plannen, tools kan gebruiken en stappen kan uitvoeren over een langere tijdlijn. MIT Sloan zet de term netjes neer, zonder hype, en dat helpt om het gesprek wat concreter te maken.

Belangrijkste punten:

  • Agentic AI draait om systemen die acties uitvoeren, niet alleen tekst genereren.
  • Het verschil zit vaak in orkestratie, toolgebruik en geheugen over meerdere stappen.
  • De techniek schuift snel richting “workflow in software”, minder richting “chatvenster”.
  • De risico’s verschuiven mee: autonomie vraagt om duidelijke grenzen en toezicht.

Bron: MIT Sloan

top ^

Google rolt Gemini 3.1 Pro breed uit

Google zet Gemini 3.1 Pro tegelijk in meerdere kanalen klaar, van API en Vertex AI tot de Gemini-app en NotebookLM. Dat maakt duidelijk dat het model bedoeld is als nieuwe basis voor zwaardere taken, niet als experiment in een hoekje.

Belangrijkste punten:

  • Beschikbaar via Gemini API, Vertex AI, de Gemini-app en NotebookLM.
  • Google positioneert 3.1 Pro als upgrade voor complexere redeneertaken.
  • De brede uitrol wijst op focus op adoptie door developers en teams die al met Gemini werken.
  • De praktische vraag wordt nu: wat merk je van de sprong in kwaliteit, latency en kosten?

Bron: Google Blog

top ^

WordPress.com integreert een AI-assistent in de editor

WordPress.com zet een AI-assistent in de block editor: layout aanpassen, stijlen wijzigen, kleuren wisselen, content bewerken en ook beeld genereren, via gewone taal. Het werkt voorlopig vooral met block themes, maar dit is wel “AI in het CMS” dat direct op sitebeheer gaat zitten.

Belangrijkste punten:

  • De assistent zit in de editor en is gericht op praktische site-ops, niet op losse tekstgeneratie.
  • Focus op block themes, classic themes vallen grotendeels buiten de boot.
  • Je stuurt aan met prompts, de editor wordt meer een uitvoeringslaag.
  • Voor teams wordt governance belangrijker: wie mag via AI aan design en content sleutelen?

Bron: WordPress.com

top ^

Apple werkt mogelijk aan meerdere AI wearables

Volgens TechCrunch werkt Apple aan meerdere AI wearables. Het is nog een gerucht, maar het past in een patroon: als AI echt je “interface” wordt, dan kan die interface net zo goed iets zijn dat je draagt in plaats van iets dat je aantikt.

Belangrijkste punten:

  • Het gaat om geruchten, niet om een bevestigde productaankondiging.
  • De inzet lijkt te zijn: context verzamelen via sensoren en dat koppelen aan een AI-assistent.
  • Dat verschuift de discussie van apps naar omgevingsinput en privacy by design.
  • Als dit klopt, wordt hardware weer een belangrijk speelveld in de AI-race.

Bron: TechCrunch

top ^

Onderzoekers noemen AI-baanstress “AIRD”

In een artikel in Cureus stellen onderzoekers “Artificial Intelligence Replacement Dysfunction” voor als term voor stress en existentiële onrust rond baanverdringing door AI. Het is geen officiële diagnose, maar wel een signaal dat de impact zich ook psychologisch begint te vertalen naar meetinstrumenten.

Belangrijkste punten:

  • AIRD wordt gepresenteerd als voorgestelde klinische construct, niet als formele classificatie.
  • Het stuk koppelt onzekerheid over werk aan herkenbare klachten, met een screeningsaanpak.
  • Het onderwerp raakt direct aan veranderende arbeidsrollen, omscholing en werkidentiteit.
  • Voor organisaties is de praktische vraag: hoe begeleid je veranderingen zonder paniek of cynisme?

Bron: Cureus

top ^

Amsterdamse Orq.ai maakt LLM-router een los product

Orq.ai brengt zijn LLM-router als zelfstandig product uit, los van het bredere platform. De kern is kosten en controle: routing over meerdere modellen en providers, zonder dat teams hun applicaties steeds moeten ombouwen. Dat past bij een markt waar LLM-gebruik sneller groeit dan de budgetten.

Belangrijkste punten:

  • De router komt los beschikbaar als gateway voor het aansturen van meerdere LLM’s.
  • Focus op routing, governance en kostenbeheersing over modelkeuzes heen.
  • Dit soort tooling groeit mee met “LLM sprawl”, meer providers, meer varianten, meer beleid.
  • Het maakt het makkelijker om te wisselen van model als prijs, performance of compliance verandert.

Bron: Emerce

top ^

Advocaten corrigeren klanten die AI-chatbots vertrouwen

Advocaten krijgen vaker klanten die hun juridische vragen eerst bij een chatbot neerleggen en daarna met foutieve aannames het gesprek ingaan. Dat levert extra werk op, omdat je eerst misverstanden moet opruimen voordat je aan het echte probleem toekomt.

Belangrijkste punten:

  • Chatbots kunnen overtuigend klinken, ook als antwoorden feitelijk niet kloppen.
  • Het gevolg is extra correctiewerk en meer frictie in het klantgesprek.
  • De casus laat zien dat “AI bespaart tijd” in de praktijk soms omdraait.
  • Voor professionals wordt broncontrole en verwachtingsmanagement een vaste stap in intake en advies.

Bron: FD

top ^


De AI Update is deze week samengesteld door Marcel Debets.
Tips? Mail de redactie.

SUSE heeft het Industrial Internet of Things-platform Losant overgenomen. Met deze stap wil de open source-leverancier zijn edge-portfolio uitbreiden richting industriële automatisering en procesgestuurde toepassingen. Losant wordt onderdeel van de bestaande Edge-businessunit van SUSE.

Losant levert een low-code IIoT-platform waarmee organisaties sensordata, workflows en applicaties aan de edge kunnen beheren. Door deze technologie te combineren met zijn bestaande infrastructuurstack wil SUSE een bredere rol gaan spelen in industriële omgevingen, waar IT-systemen steeds vaker direct gekoppeld worden aan operationele technologie zoals machines en productielijnen.

Volgens SUSE verschuift de focus in edge computing van infrastructuur naar uitvoering. Waar edge-oplossingen eerder vooral gericht waren op connectiviteit en beheer, groeit de vraag naar platforms die processen automatiseren en data direct vertalen naar acties. Met de integratie van Losant wil het bedrijf die stap versnellen, onder meer door orkestratie, databeheer en AI-functionaliteit dichter bij de bron van de data te brengen.

Keith Basil, algemeen directeur van SUSE Edge, stelt dat de overname past binnen een bredere strategie om edge-infrastructuur te verbinden met operationele resultaten. Door workflows en automatisering aan de edge te integreren, wil SUSE industriële partners helpen om processen sneller aan te passen en meer inzicht te halen uit real-time data, zegt het bedrijf.

Losant werd eerder opgenomen in het Magic Quadrant voor industriële IoT-platforms van Gartner. De technologie en medewerkers van het bedrijf worden volledig geïntegreerd binnen SUSE Edge. SUSE geeft aan dat het platform verder wordt ontwikkeld binnen een open ecosysteem, met aandacht voor interoperabiliteit en standaardisatie.

De stap sluit aan bij een bredere trend waarin IoT-endpoints zich ontwikkelen tot AI-endpoints. Analisten verwachten dat edge-omgevingen een steeds belangrijkere rol krijgen als uitvoeringslaag voor hybride AI-architecturen. Daarbij verschuift het beheer van industriële omgevingen volgens hen richting semi-autonome systemen die lokaal beslissingen kunnen nemen.

Met de toevoeging van Losant breidt SUSE zijn portfolio uit van infrastructuursoftware naar toepassingen die dichter tegen operationele processen aan zitten. Dat kan invloed hebben op hoe industriële omgevingen worden beheerd, waar IT-beheer, data-analyse en automatisering steeds vaker samenkomen.

ESET Research heeft PromptSpy geïdentificeerd, een Android-dreiging die generatieve AI gebruikt om actief te blijven op een toestel. Volgens het beveiligingsbedrijf is dit de eerste bekende Android-malware die tijdens uitvoering een AI-model inzet om zijn gedrag aan te sturen.

De malware gebruikt Gemini van Google om te analyseren wat er op het scherm van een geïnfecteerd apparaat gebeurt. Op basis van die analyse ontvangt PromptSpy instructies om specifieke handelingen uit te voeren. Het doel is om de kwaadaardige app vast te zetten in de lijst met recente apps, vaak zichtbaar met een hangslotpictogram. Daardoor kan de app niet eenvoudig worden weggeveegd of automatisch worden afgesloten door het systeem.

De AI-functionaliteit beslaat slechts een beperkt deel van de code en is bedoeld om persistentie te regelen. Het gebruikte model en de bijbehorende prompt zijn hard gecodeerd en niet dynamisch aanpasbaar. Toch vergroot deze aanpak het aanpassingsvermogen van de malware, omdat navigatie via de gebruikersinterface niet langer afhankelijk is van vaste scripts die per apparaat of Android-versie verschillen.

Het primaire doel van PromptSpy ligt elders. De malware installeert een ingebouwde Virtual Network Computing-module waarmee aanvallers het scherm kunnen bekijken en het toestel op afstand kunnen bedienen. Daarnaast kan de dreiging gegevens van het vergrendelscherm vastleggen, apparaatinformatie verzamelen, schermafbeeldingen maken en schermactiviteit als video opnemen. Via misbruik van toegankelijkheidsdiensten blokkeert de malware pogingen tot deïnstallatie met onzichtbare overlays. De communicatie met de command-and-controlserver is versleuteld met AES.

Volgens ESET is dit de tweede keer dat het onderzoeks­team malware aantreft waarin generatieve AI een rol speelt. In augustus 2025 meldde het bedrijf al PromptLock, ransomware waarbij AI werd ingezet om functionaliteit aan te sturen. De inzet van dergelijke modellen past binnen een bredere ontwikkeling waarbij aanvallers experimenteren met automatisering en adaptieve technieken om detectie en verstoring te omzeilen.

Op basis van taalinstellingen en verspreidingsmethode lijkt de campagne financieel gemotiveerd en gericht op gebruikers in Argentinië. De malware wordt verspreid via een speciaal opgezette website en was nooit beschikbaar via Google Play. In de telemetrie van ESET is PromptSpy vooralsnog niet waargenomen, wat erop kan wijzen dat het om een proof of concept gaat of om een beperkt uitgerolde campagne.

De kwaadaardige app draagt de naam MorganArg en gebruikt een pictogram dat lijkt op dat van Morgan Chase. Ook op de bijbehorende website komt de naam MorganArg terug, vermoedelijk als afkorting van Morgan Argentina, wat de regionale focus onderstreept.

Als partner van de App Defense Alliance heeft ESET de bevindingen gedeeld met Google. Android-toestellen met Google Play Services zijn volgens het bedrijf automatisch beschermd tegen bekende varianten via Google Play Protect.

Doordat de malware deïnstallatie actief tegenwerkt, kan verwijdering alleen plaatsvinden via Veilige modus. In die modus worden apps van derden uitgeschakeld, waarna de app handmatig kan worden verwijderd via de instellingen.

Twintig jaar na de start staat cloudinfrastructuurprovider Worldstream op een interessant kruispunt. De markt praat volop over digitale soevereiniteit, geopolitieke afhankelijkheid en weerbaarheid van IT-ketens. Voor CEO Ruben van der Zwan draait het gesprek minder om slogans en meer om nuchter vooruitdenken. Soevereiniteit is volgens hem geen eindpunt, maar een manier om onzekerheid te managen.

Die invalshoek vormt de rode draad in het verhaal dat Worldstream wil neerzetten richting de msp. Het twintigjarig bestaan fungeert daarbij vooral als aanleiding om terug te kijken naar wat wel en niet veranderd is. “We zijn twintig jaar verder en de wereld ziet er anders uit, maar over continuïteit is er eigenlijk weinig veranderd,” zegt Van der Zwan. “Twintig jaar geleden dacht je al na over afhankelijkheid van één leverancier of één datacenter. Dat gesprek is alleen opnieuw verpakt.”

Soevereiniteit als containerbegrip

Binnen het Europese IT-landschap is soevereiniteit uitgegroeid tot een breed begrip dat voor elke organisatie iets anders betekent. Van der Zwan ziet dat veel partijen het begrip inzetten als marketinginstrument, terwijl het volgens hem juist vraagt om een bredere blik. “Iedere organisatie hanteert zijn eigen definitie,” legt hij uit. “Het is verleidelijk om te roepen dat je volledig soeverein bent omdat je alles zelf beheert. Dat is maar een deel van het verhaal.”

Waar veel discussies focussen op herkomst van technologie of geografische grenzen, kijkt Worldstream vooral naar weerbaarheid op lange termijn. Soevereiniteit gaat volgens Van der Zwan minder over het vermijden van bepaalde leveranciers en meer over het creëren van handelingsruimte. “Je moet accepteren dat je niet weet wat er morgen gebeurt,” zegt hij. “De vraag is welke keuzes je vandaag maakt zodat je morgen nog kunt bewegen.”

Die visie leidt tot een genuanceerde positie in een debat dat vaak zwart-wit wordt gevoerd. Amerikaanse technologie uitsluiten is volgens hem geen realistisch uitgangspunt. “Ik ben ook fan van Amerikaanse technologie,” zegt Van der Zwan. “Het brengt dingen die je ergens anders niet vindt. Alleen moet je wel nadenken over wat-als-scenario’s als je er volledig afhankelijk van wordt.”

Van hype naar weerbaarheid

Volgens Worldstream ligt het risico vooral in het zoeken naar snelle oplossingen die op langere termijn nieuwe afhankelijkheden creëren. Van der Zwan ziet regelmatig organisaties die een Europese aanbieder kiezen om geopolitieke redenen, waarna investeringen of overnames alsnog voor nieuwe afhankelijkheden zorgen. “Je kunt een oplossing kiezen die vandaag goed voelt,” zegt hij, “en morgen ontdekken dat de situatie alweer veranderd is.”

Die gedachte sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond regelgeving en compliance. Initiatieven zoals NIS2, ISO-certificering en sectorale richtlijnen dwingen organisaties om structureel na te denken over continuïteit. Voor Van der Zwan staat vast dat certificering alleen waarde heeft als het onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. “Als je het alleen doet voor het stickertje, verzamel je bewijs omdat iemand erom vraagt,” zegt hij. “Dan mis je de kans om er echt een beter bedrijf van te maken.”

Infrastructuur als fundament

Hoewel Worldstream zich nadrukkelijk positioneert als cloudinfrastructuurprovider en niet als managed servicepartij, ziet het bedrijf een duidelijke rol in het vergroten van weerbaarheid bij klanten. De focus ligt op het bouwen van een robuuste onderlaag waarop partners hun eigen diensten kunnen ontwikkelen. “Wij beheren geen applicaties van klanten,” zegt Van der Zwan. “Wat we wel doen, is een fundament neerleggen waar zij op kunnen leunen.”

Dat fundament bestaat uit een netwerkarchitectuur die autonoom kan functioneren, redundante locaties en geïntegreerde bescherming tegen aanvallen zoals DDoS. Volgens Van der Zwan draait het om het vereenvoudigen van complexe infrastructuurvraagstukken. “Complexe materie eenvoudig maken is misschien wel het lastigste wat er is,” zegt hij. “Daar maken wij dagelijks keuzes in, zodat klanten zich kunnen richten op hun eigen dienstverlening.”

Voor msp’s vormt die aanpak een interessant vertrekpunt. Veel dienstverleners willen meerwaarde creëren bovenop infrastructuur zonder zelf grote investeringen te doen in datacenters of netwerken. Worldstream werkt veel met msp’s, maar ondersteunt ook digital agencies en grote interne IT-afdelingen die zelf regie willen houden over hun stack.

Gaming-DNA als onverwachte basis

Een opvallend element in het verhaal van Worldstream is de oorsprong van het netwerk. Het bedrijf begon ooit in de gamingsector, waar lage latency en hoge performance doorslaggevend zijn. Die focus blijkt nu een voordeel in een markt waar steeds meer bedrijfskritische workloads naar de cloud verschuiven. “Als iets perfect moet werken voor gaming, heb je een uitmuntend netwerk nodig,” zegt Van der Zwan. “Die basis komt nu goed van pas bij zakelijke workloads.”

De technische erfenis uit die periode vertaalt zich volgens hem in een infrastructuur die is ontworpen voor snelheid en schaalbaarheid. Dat sluit aan bij de groeiende vraag naar performance-gevoelige toepassingen, van realtime analytics tot AI-workloads. Voor partners betekent het dat ze een platform hebben waarop ze kunnen bouwen zonder zelf de complexiteit van de onderliggende infrastructuur te beheren.

Menselijke support als onderscheid

Naast techniek noemt Worldstream ook de menselijke factor als belangrijk onderscheidend element. Volgens Van der Zwan blijkt uit gesprekken met klanten dat directe support en meedenkend vermogen vaak zwaarder wegen dan pure specificaties. “Als je ons belt, krijg je een engineer aan de lijn,” zegt hij. “Dat is voor veel organisaties nog steeds een verschil.”

Die nadruk op bereikbaarheid en expertise sluit aan bij de bredere positionering van het bedrijf: geen hypegedreven boodschap, maar een focus op stabiliteit en voorspelbaarheid. Het motto van Worldstream, ‘solid IT, no surprises’, vat die aanpak samen.

Een andere toon in het debat

Wat dit verhaal vooral typeert, is de poging om afstand te nemen van extreme standpunten in het soevereiniteitsdebat. In plaats van een exclusieve focus op nationale oplossingen pleit Van der Zwan voor een pragmatische benadering waarin diversificatie en continuïteit centraal staan. “Het gesprek overstijgt leveranciers,” zegt hij. “Het gaat over hoe je omgaat met onzekerheid.”

Die boodschap sluit aan bij de realiteit waarin veel msp’s opereren: een hybride landschap van internationale platforms, lokale infrastructuur en steeds strengere regelgeving. Voor Worldstream is het doel om daarin een bouwsteen te zijn, geen allesomvattende oplossing. Of, zoals Van der Zwan het zelf samenvat: “Wij willen niet de hype volgen. We willen dat klanten morgen nog keuzes hebben.”

 

Westcon-Comstor heeft zijn supportdiensten uitgebreid voor partners die werken met securityplatforms van CrowdStrike en Zscaler. De distributeur gaat in Europa Level 1- en Level 2-ondersteuning leveren rond het Falcon-platform van CrowdStrike en voegt aanvullende supportmogelijkheden toe aan bestaande programma’s rond Zscaler. Daarmee verschuift de rol van distributie verder richting operationele dienstverlening binnen het security-ecosysteem.

De nieuwe ondersteuning voor CrowdStrike wordt aangeboden via het Authorised Support Partner Programme en is beschikbaar in meerdere Europese talen. Volgens Westcon-Comstor moet dit de regionale supportcapaciteit vergroten en partners sneller toegang geven tot technische ondersteuning. De diensten worden geleverd vanuit supportcentra in Berlijn en Madrid.

Met de uitbreiding bouwt de distributeur voort op bestaande initiatieven rond Zscaler, waaronder het Westcon MSSP for Zscaler Programme en de gespecialiseerde businessunit Z Strike. In dat model fungeert Westcon-Comstor als centraal aanspreekpunt voor troubleshooting en escalaties, waarbij partners Level 1- en Level 2-support via de distributeur kunnen laten verlopen.

De stap past binnen een bredere ontwikkeling waarbij distributeurs een actievere rol krijgen in dagelijkse supportprocessen. Vendors zoeken naar manieren om hun diensten sneller schaalbaar te maken, terwijl partners vaak moeite hebben om voldoende gespecialiseerde securitykennis beschikbaar te houden. Door supporttaken deels bij distributie te beleggen ontstaat een extra laag tussen vendor en partner, wat processen kan vereenvoudigen maar ook de afhankelijkheid van het channel vergroot.

Voor partners betekent dit dat operationele ondersteuning steeds vaker via hun distributeur loopt in plaats van direct via de leverancier. Dat kan zorgen voor kortere lijnen en lokale taalondersteuning, maar verandert ook de manier waarop escalaties en SLA-afspraken worden ingericht. De uitbreiding laat zien dat support steeds meer onderdeel wordt van het services-gedreven model dat binnen securitydistributie terrein wint.

Volgens Westcon-Comstor is het doel om partners te helpen bij het leveren van securitydiensten zonder dat zij alle specialistische support zelf hoeven op te bouwen. CrowdStrike en Zscaler zien in het model vooral een manier om hun Europese partnernetwerk sneller te laten groeien en klanten toegang te geven tot lokale ondersteuning.