In 90% van de ransomware-incidenten in 2025 werd misbruik gemaakt van firewalls. Dat blijkt uit het nieuwste Managed XDR Global Threat Report van Barracuda. Aanvallers benutten vooral niet-gepatchte software en kwetsbare accounts. In het snelste waargenomen incident zat slechts drie uur tussen inbraak en versleuteling.

Uit het rapport van Barracuda Networks komt naar voren dat firewalls een centrale rol spelen in recente ransomware-aanvallen. In negen van de tien onderzochte incidenten maakten aanvallers misbruik van een kwetsbaarheid of een zwak account op de firewall. Daarmee kregen zij toegang tot het netwerk en wisten zij beveiligingsmaatregelen te omzeilen, waarna schadelijk verkeer buiten beeld bleef.

De kortste aanvalstijd werd gemeten bij een incident met Akira-ransomware. Tussen de initiële inbraak en de versleuteling van data zat drie uur. Zulke korte doorlooptijden verkleinen de reactietijd aanzienlijk en passen binnen een bredere ontwikkeling waarin ransomwaregroepen hun processen verregaand automatiseren.

Ook laterale bewegingen blijken een sterke indicator. In 96% van de incidenten waarbij aanvallers zich binnen het netwerk verplaatsten, volgde uiteindelijk een ransomware-aanval. Zodra een aanvaller toegang heeft tot een onbeschermd endpoint, wordt actief gezocht naar andere systemen om de impact te vergroten. Het moment van laterale beweging markeert daarmee vaak de overgang van verkenning naar uitvoering.

Supply chain-aanvallen en derde partijen spelen eveneens een grotere rol. 66% van de incidenten had betrekking op third party software of een externe ketenpartner, tegenover 45% in 2024. Aanvallers benutten kwetsbaarheden in externe componenten om beveiligingslagen te omzeilen en hun bereik te vergroten. Die verschuiving sluit aan bij een bredere trend waarin indirecte toegangsroutes aantrekkelijker worden dan frontale aanvallen.

Opvallend is dat een op de tien gedetecteerde kwetsbaarheden een bekende exploit betrof. De meest aangetroffen kwetsbaarheid dateert uit 2013, CVE-2013-2566. Deze fout zit in een verouderd versleutelingsalgoritme dat nog voorkomt in legacy servers, embedded devices en applicaties. Dat juist oudere kwetsbaarheden blijven opduiken, laat zien dat patchmanagement en uitfasering van legacy-systemen nog altijd aandacht vragen.

Daarnaast signaleren de onderzoekers misbruik van legitieme IT-tools, waaronder remote access software, en het gebruik van onbeveiligde devices. Verouderde versleuteling en uitgeschakelde endpoint security vergroten het risico verder. Afwijkend inloggedrag en misbruik van privileged accounts gelden volgens het rapport als terugkerende waarschuwingssignalen.

De bevindingen zijn gebaseerd op de Managed XDR-dataset van Barracuda, met meer dan twee biljoen IT-events uit 2025, bijna 600.000 security alerts en meer dan 300.000 beveiligde endpoints, firewalls, servers en cloudassets. Het rapport schetst daarmee een beeld van een dreigingslandschap waarin bestaande kwetsbaarheden, ketenafhankelijkheid en snelheid van uitvoering samenkomen.

Veeam Software past zijn EMEA-partnerstrategie aan om beter aan te sluiten bij de groei van SaaS-diensten en de toenemende vraag naar databeveiliging binnen grotere omgevingen. De leverancier kondigde een herstructurering van zijn channelorganisatie aan, waarbij nieuwe leiderschaprollen moeten zorgen voor een sterkere focus op enterprise-samenwerkingen en cloudgebaseerde diensten.

De stap past binnen een bredere beweging van Veeam richting een SaaS-first model. Met uitbreidingen rond Veeam Data Cloud en investeringen in AI-gedreven databeheer verschuift het zwaartepunt van traditionele back-upsoftware naar geïntegreerde dataprotectie en databeheer in hybride omgevingen. Volgens het bedrijf vraagt die ontwikkeling om een andere manier van samenwerken met partners en allianties in de regio.

In plaats van regionale verkoopstructuren wil Veeam het ecosysteem meer rond oplossingen organiseren. Daarbij krijgen enterprise-partners en strategische integraties een grotere rol, terwijl het partnerprogramma verder wordt afgestemd op cloudservices en terugkerende diensten. De benoeming van nieuwe channel-directors voor onder meer UKI, EMEA East en enterprise-allianties is een onderdeel van deze reorganisatie, maar staat niet op zichzelf.

Voor partners betekent de aanpassing vooral dat de focus verschuift naar diensten rond SaaS, dataveiligheid en langdurige samenwerking in grotere trajecten. Tegelijk blijft het partnerkanaal volgens Veeam de belangrijkste route naar de markt in EMEA.

Het aantal nieuw geregistreerde domeinnamen met de extensie .ai groeit snel. Nieuwe cijfers van webhostingprovider TransIP laten zien dat het marktaandeel van .ai-domeinen in Nederland in 2025 met 85 procent is toegenomen. Daarmee zet de sterke groei van AI-gerelateerde websites voor het tweede jaar op rij door.

Volgens TransIP kiezen steeds meer organisaties bewust voor een domeinextensie die aansluit bij hun activiteiten. Met een .ai-domeinnaam willen bedrijven direct zichtbaar maken dat hun diensten draaien om AI, bijvoorbeeld rond automatisering, data-analyse of digitale assistenten. De extensie, die enkele jaren geleden nog nauwelijks werd gebruikt, is inmiddels doorgestoten naar plek twintig van de meest gekozen domeinextensies in Nederland. Het aandeel ligt nu op 0,13 procent van alle nieuw geregistreerde domeinen.

De groei komt vooral uit de hoek van softwareontwikkelaars en SaaS-aanbieders. Veel nieuwe .ai-websites richten zich op nichetoepassingen zoals marketingautomatisering, klantinteractie, contentcreatie en analyseplatforms. Ook consultancybureaus en gespecialiseerde AI-dienstverleners kiezen vaker voor de extensie om hun positionering online duidelijker te maken.

Beeld: TransIP

Ondanks de opmars van .ai blijft het .nl-domein veruit de meest gekozen extensie in Nederland. Met een marktaandeel van 61 procent behoudt .nl een stevige voorsprong. Daarnaast heeft ruim een op de acht nieuw geregistreerde websites een .com-domein. Tegelijkertijd neemt het aantal registraties van extensies als .info, .net en .nu al enkele jaren af.

Volgens TransIP wijst de verschuiving naar extensies als .ai, .tech en .app op een bredere trend waarbij ondernemers hun domeinnaam steeds vaker inzetten als onderdeel van hun positionering. De provider verwacht dat deze ontwikkeling doorzet, nu AI een steeds grotere rol speelt binnen digitale diensten en online zichtbaarheid.

Securitybedrijf Kaspersky heeft een nieuwe Android-malwarevariant ontdekt onder de naam Keenadu. De malware kan aanvallers in sommige gevallen volledige controle geven over besmette apparaten en verspreidt zich via firmware, systeemapps en officiële appstores.

Volgens Kaspersky waren in februari 2026 meer dan 13.000 apparaten besmet met Keenadu. De meeste infecties zijn vastgesteld in Rusland, Japan, Duitsland, Brazilië en Nederland, daarnaast zijn ook in andere landen besmettingen gemeld.

Keenadu wordt op drie manieren verspreid. In de eerste variant is de malware geïntegreerd in de firmware van bepaalde Android-tablets. Net als bij de eerder ontdekte Triada-backdoor kan de malware tijdens de productieketen in het apparaat zijn geplaatst. In deze vorm fungeert Keenadu als backdoor met verregaande rechten. De malware kan geïnstalleerde apps infecteren, nieuwe apps via APK-bestanden toevoegen en permissies toekennen. Daarmee kunnen onder meer media, berichten, bankgegevens, locatiegegevens en incognito-zoekopdrachten in Chrome worden buitgemaakt.

De firmwarevariant activeert zich niet wanneer de taalinstelling een Chinees dialect betreft in combinatie met een Chinese tijdzone. Ook blijft de malware inactief als Google Play Store en Google Play Services niet op het apparaat aanwezig zijn.

Een tweede verspreidingsvorm betreft integratie in systeemapps met verhoogde rechten. In deze variant is de functionaliteit beperkter, maar kan de malware alsnog ongemerkt apps installeren. Kaspersky trof Keenadu aan in een applicatie voor gezichtsherkenning waarmee apparaten kunnen worden ontgrendeld. Ook werd de malware aangetroffen in een app die verantwoordelijk is voor het beheer van het startscherm.

De derde variant werd aangetroffen in meerdere apps in Google Play, met name in applicaties voor slimme beveiligingscamera’s. Deze apps zijn gezamenlijk meer dan 300.000 keer gedownload voordat ze uit de store werden verwijderd. Na installatie konden de apps onzichtbare browsertabs openen om websites te bezoeken zonder medeweten van de gebruiker. Eerder onderzoek liet zien dat vergelijkbare besmette apps ook via losse APK-bestanden en alternatieve appstores werden verspreid.

Kaspersky spreekt van een groeiend probleem rond voorgeïnstalleerde malware op Android-apparaten. Volgens het bedrijf kunnen apparaten al bij aankoop besmet zijn zonder dat de gebruiker handelingen verricht. De leverancier stelt dat fabrikanten waarschijnlijk niet op de hoogte waren van een inbreuk in de toeleveringsketen, omdat de malware zich voordoet als legitieme systeemcomponenten. Het bedrijf wijst op het belang van controle in alle fasen van het productieproces om besmette firmware te voorkomen.

Westcon-Comstor heeft een pan-Europese distributieovereenkomst gesloten met UiPath. De samenwerking richt zich op robotic process automation en workflowautomatisering, met nadruk op diensten, financiering en terugkerende modellen.

De overeenkomst bouwt voort op bestaande distributieactiviteiten van UiPath in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal en Duitsland. Door de samenwerking op Europees niveau te bundelen ontstaat volgens beide partijen één uniforme route naar de markt. Daarbij ligt de focus op packaged services en modellen met terugkerende inkomsten.

UiPath ontwikkelt software voor robotic process automation en workflowautomatisering op basis van ai. Met deze technologie kunnen repetitieve processen en digitale taken worden geautomatiseerd. Westcon-Comstor wil partners ondersteunen bij het aanbieden van deze oplossingen, inclusief zogenoemde agentic workflows.

Partners krijgen via de distributeur toegang tot white-label professionele diensten rond implementaties van UiPath. Daarnaast biedt Westcon-Comstor presales-ondersteuning, leadkwalificatie via het Intelligent Demand-programma en financieringsmogelijkheden via Flex. Daarmee willen de bedrijven projecten ondersteunen waarbij budgetten gefaseerd worden ingezet.

Volgens Westcon-Comstor past de samenwerking binnen een bredere strategie waarin distributeurs een meer services-gedreven rol innemen. Het bedrijf wil partners ondersteunen bij implementatie, financiering en opschaling van automatiseringsprojecten. UiPath ziet in de markt een verschuiving van afzonderlijke botprojecten naar organisatiebrede trajecten. Dat vraagt volgens de leverancier om extra commerciële en technische ondersteuning vanuit het kanaal.

De overeenkomst sluit aan bij een bredere ontwikkeling waarbij automation en ai steeds vaker als geïntegreerde programma’s worden aangeboden, inclusief testing, operations en workflow-optimalisatie. Westcon-Comstor wil met de uitbreiding zijn portfolio verder verbreden richting ai-gedreven automatisering en partners ondersteunen bij het ontwikkelen van aanvullende diensten rond deze technologie.

Onderzoek van Arctic Wolf laat zien dat het aantal ransomware-aanvallen in 2025 is toegenomen, terwijl de gemiddelde initiële losgeldeis daalde naar 414.000 dollar. Volgens het bedrijf stemmen criminelen hun eisen strategisch af om de kans op betaling te vergroten. De totale schade blijft hoog.

Arctic Wolf meldt dat de gemiddelde initiële losgeldeis bij ransomware-aanvallen is gedaald naar 414.000 dollar, bijna de helft van het niveau van een jaar eerder. Het is volgens het bedrijf de eerste daling in vier jaar tijd. De onderzoekers stellen dat criminelen bewust lagere bedragen vragen om de kans op uitbetaling te vergroten.

Ransomware bleef in 2025 de meest voorkomende vorm van cybercriminaliteit in de dossiers die Arctic Wolf behandelde, goed voor 44 procent van alle incidenten. Business Email Compromise was verantwoordelijk voor 26 procent van de incidenten en data-incidenten voor 22 procent. Bij die laatste categorie gaat het om ongeoorloofde toegang tot of diefstal van data zonder dat ransomware of een kwaadwillende insider de directe oorzaak is.

Bij de ransomware-incidenten waarbij het incident response-team van Arctic Wolf in 2025 betrokken was, werd in totaal meer dan 302 miljoen dollar aan losgeld geëist. Daarvan werd uiteindelijk bijna 16,5 miljoen dollar betaald. In 77 procent van de gevallen besloten getroffen partijen geen losgeld te betalen.

In 23 procent van de incidenten werd wel onderhandeld. Volgens Arctic Wolf wist het incident response-team in die gevallen gemiddeld 67 procent van de oorspronkelijke eis te reduceren. Door die reducties en het grote aantal organisaties dat niet betaalt, kwam uiteindelijk ongeveer 5 procent van het totaal geëiste bedrag daadwerkelijk bij de aanvallers terecht. Dat betekent dat circa 95 procent van het geëiste losgeld niet is uitbetaald.

Volgens het bedrijf worden losgeldeisen afgestemd op factoren zoals de sector, de verwachte impact van downtime en de aanwezigheid van een cyberverzekering. Hoewel de initiële eisen dalen, zorgen incidentele hoge betalingen er volgens het bedrijf voor dat sommige groepen hogere bedragen blijven vragen.

Om de impact van ransomware te beperken wijst Arctic Wolf op basismaatregelen zoals het gebruik van multi-factor authentication, het maken van back-ups, tijdige patching en het beperken van toegangsrechten. Daarnaast noemt het bedrijf het opstellen en oefenen van incident response-plannen en het vroegtijdig detecteren van afwijkend gedrag als belangrijke onderdelen van de aanpak.

Uit het Unit 42 Global Incident Response Report 2026 van Palo Alto Networks blijkt dat cyberaanvallen sneller en complexer worden. AI, zwakke plekken in identiteitsbeheer en complexe IT-omgevingen spelen volgens het bedrijf een centrale rol bij datalekken. Het aanvalstempo is in een jaar tijd verviervoudigd.

Palo Alto Networks heeft het Unit 42 Global Incident Response Report 2026 gepubliceerd. Het rapport is gebaseerd op een analyse van meer dan 750 cyberincidenten met grote impact. Volgens de onderzoekers zetten aanvallers AI in gedurende de volledige aanvalsketen, waardoor de tijd tussen eerste toegang en data-exfiltratie bij de snelste aanvallen is teruggebracht tot 72 minuten. Dat betekent een verviervoudiging van het tempo ten opzichte van een jaar eerder.

Uit het onderzoek blijkt dat complexiteit binnen IT-omgevingen een belangrijke factor is. In 89 procent van de onderzochte incidenten werden zwakke plekken in identiteitsbeheer misbruikt. Daarnaast strekte 87 procent van de aanvallen zich uit over meerdere aanvalsvlakken, waaronder endpoints, cloudomgevingen, SaaS-applicaties en identiteitssystemen. In enkele gevallen opereerden aanvallers gelijktijdig op tien verschillende fronten.

Identiteitsgerelateerde technieken vormen in 65 procent van de gevallen het startpunt van een aanval. Daarbij gaat het onder meer om social engineering en het misbruiken van inloggegevens. Kwetsbaarheden liggen aan de basis van 22 procent van de aanvallen. De browser speelt volgens het rapport in 48 procent van de incidenten een centrale rol, waarbij reguliere websessies worden ingezet om inloggegevens te verkrijgen en beveiligingsmaatregelen te omzeilen.

Het aantal aanvallen via externe SaaS-applicaties is sinds 2022 met een factor 3,8 toegenomen en vertegenwoordigt 23 procent van het totaal. Aanvallers maken daarbij gebruik van onder meer OAuth-tokens en API-sleutels om zich binnen netwerken te verplaatsen.

Volgens de onderzoekers is 90 procent van de datalekken terug te voeren op misconfiguraties of beveiligingslekken. Complexiteit, beperkte zichtbaarheid en een overmaat aan vertrouwen dragen volgens het bedrijf structureel bij aan het succes van aanvallen.

Het rapport adviseert om beveiliging integraal te organiseren in één geïntegreerde platformaanpak. Daarbij noemt het bedrijf onder meer het versterken van security operations met AI en automatisering, het integreren van beveiliging in software- en AI-ontwikkelprocessen, het centraliseren van identiteitsbeheer en het toepassen van een zero trust-benadering waarbij interacties continu worden geverifieerd. Volgens het bedrijf is dat nodig om de steeds kortere aanvalscyclus effectief te kunnen beheersen.

Agentic AI staat al een tijd op de radar, maar het debat erover krijgt een andere lading nu steeds meer voorbeelden opduiken van slecht beveiligde tools en experimenten die sneller groeien dan het toezicht erop. Projecten als OpenClaw laten zien hoe krachtig autonome agents kunnen zijn, maar ook hoe snel het mis kan gaan wanneer rechten, data en controlemechanismen niet goed zijn ingericht. De vraag is dus hoe je het in kunt zetten zonder dat jouw gegevens of die van je klanten ergens op straat komen te liggen.

De truc is om de technologie met duidelijke kaders te benaderen. Agents kunnen repetitieve handelingen overnemen, analyses versnellen en workflows verbinden die nu nog versnipperd zijn over verschillende tools. De vraag verschuift daardoor van “moet je er iets mee?” naar “hoe zet je het verantwoord in zonder grip te verliezen?” Dat is geen puur technisch vraagstuk. Het raakt ook aan governance, verwachtingsmanagement en de manier waarop IT-dienstverlening zich ontwikkelt in een tijd waarin software steeds vaker zelf handelt.

Van hulpmiddel naar actor

De eerste golf generatieve AI draaide om tekst, code en analyse. Een mens stelde een vraag, de AI leverde een antwoord. Agentic AI voegt daar een nieuwe laag aan toe. Een agent kan context verzamelen uit meerdere bronnen, een plan maken en vervolgens acties uitvoeren in tools en platforms. Denk aan het analyseren van monitoringdata, het openen van een change, het aanpassen van een configuratie of het uitvoeren van een script.

Dat maakt automatisering minder lineair. Klassieke workflows volgen vaste stappen, agents reageren op omstandigheden. Ze kunnen prioriteiten herzien wanneer nieuwe informatie binnenkomt of een andere route kiezen als een taak vastloopt. Voor IT-omgevingen waarin veel afhankelijkheden bestaan, voelt dat als een logische evolutie. De vraag verschuift van “welke taak automatiseer je” naar “welk proces laat je sturen door een agent”.

Agentic AI zit al op veel plekken

De eerste toepassingen verschijnen vooral in ontwikkelomgevingen en operations tooling. Code-agents genereren patches, testen builds en controleren afhankelijkheden. In security zien we agents die logs analyseren en afwijkend gedrag signaleren. Binnen beheeromgevingen experimenteren leveranciers met agents die tickets classificeren, kennisbanken raadplegen en voorstellen doen voor oplossingen.

Voor de dagelijkse praktijk van de msp kan dat merkbare veranderingen opleveren, al gebeurt dat vaak indirect. Veel msp’s werken met PSA- en RMM-tools waarin AI wordt geïntegreerd. Zodra agents een rol krijgen in die platforms, verschuift een deel van het werk automatisch mee. Denk aan:

  • het analyseren van terugkerende incidenten en voorstellen doen voor structurele aanpassingen

  • het automatisch uitvoeren van standaardwijzigingen na goedkeuring

  • het genereren van documentatie op basis van uitgevoerde acties

  • het combineren van monitoring, ticketing en kennisbanken tot één workflow

Dat zijn taken die nu vaak handmatig worden gedaan of via scripts lopen. Agentic AI kan die processen flexibeler maken, maar verandert ook de rol van de beheerder. Minder klikken en meer controleren.

Nieuwe kansen voor schaalbaarheid

Voor veel dienstverleners ligt de aantrekkingskracht vooral in schaalbaarheid. Een agent kan honderden kleine handelingen uitvoeren zonder dat daar extra capaciteit voor nodig is. Dat maakt het mogelijk om grotere klantomgevingen te beheren met een relatief klein team. Vooral repetitieve taken zoals patchbeheer, rapportages of eerstelijns analyses lenen zich voor deze aanpak.

Een ander voordeel zit in snelheid. Agents kunnen continu data analyseren en reageren zodra patronen veranderen. Dat kan helpen om verstoringen eerder te detecteren. In plaats van wachten op een melding, ontstaat een model waarin systemen zelf aanpassingen voorstellen. In theorie zorgt dat voor stabielere omgevingen en minder escalaties.

De keerzijde

Maar dan de andere kant van de medaille. Beveiliging en controle zijn de grootste discussiepunten rond agentic AI. Een agent heeft toegang nodig tot systemen, API’s en data om zijn werk te doen. Daarmee groeit het aanvalsoppervlak. Als een agent wordt misleid door verkeerde input of gemanipuleerde data, kan dat gevolgen hebben voor meerdere onderdelen van een omgeving.

Er spelen verschillende vraagstukken:

  • Wie is verantwoordelijk voor een actie die door een agent is uitgevoerd?

  • Hoe leg je uit waarom een agent een bepaalde keuze maakte?

  • Welke rechten krijgt een agent en hoe beperk je die?

  • Hoe voorkom je dat een agent gevoelige informatie deelt via externe modellen?

Voor de msp komt daar een extra laag bij. Jij beheert vaak de omgeving van meerdere klanten. Een agent die toegang heeft tot verschillende tenants moet strikt gescheiden blijven. Identiteit en toegangsbeheer worden daardoor nog belangrijker. Niet de techniek zelf vormt het grootste risico, maar de manier waarop agents worden geïntegreerd in bestaande processen.

Van uitvoering naar toezicht

Een opvallende verandering is dat rollen verschuiven van uitvoeren naar toezicht houden. Waar beheerders nu scripts schrijven en handmatig wijzigingen doorvoeren, ontstaat een model waarin zij agents configureren, controleren en bijsturen. Dat vraagt om andere vaardigheden. Kennis van prompts en workflows wordt belangrijker, maar ook inzicht in data-kwaliteit en risicobeheersing.

Voor sommige teams voelt dat als een verschuiving van techniek naar regie. Minder tijd besteden aan losse incidenten, meer aandacht voor beleid en architectuur. Dat kan de aantrekkelijkheid van het werk vergroten, al vraagt het ook om nieuwe training en aanpassing van processen.

Het effect op klantverwachtingen

Naarmate agents vaker taken overnemen, veranderen ook verwachtingen van klanten. Snellere responstijden worden normaal, rapportages worden gedetailleerder en afwijkingen worden eerder gesignaleerd. Dat kan de druk verhogen op dienstverleners die nog vooral handmatig werken. De vraag ontstaat hoe je waarde zichtbaar maakt wanneer veel werk achter de schermen gebeurt.

Transparantie speelt daarbij een rol. Klanten willen weten welke beslissingen automatisch worden genomen en welke niet. Een heldere uitleg over de rol van AI in beheerprocessen wordt belangrijker dan marketingclaims over autonomie.

Verre horizon

Agentic AI staat nog aan het begin en waar de ontwikkelingen heengaan ligt ver aan de horizon. Veel oplossingen zitten in pilotfase en leveranciers zoeken naar manieren om autonomie te combineren met controle. Maar globaal kun je er wel wat over zeggen. Automatisering wordt minder statisch en meer contextgestuurd. De komende jaren zullen vooral gaan over het vinden van balans: hoeveel vrijheid geef je een agent en waar trek je de grens?

Voor de dagelijkse praktijk van de msp betekent dat een geleidelijke verschuiving. Taken verdwijnen niet meteen, rollen veranderen stap voor stap. Wie nu experimenteert met agents in een afgebakende omgeving, krijgt een voorsprong in kennis en ervaring. Wie wacht tot alles volwassen is, loopt het risico dat processen achterblijven bij de snelheid waarmee tooling zich ontwikkelt.

Cybersecuritydistributeur e92plus neemt de oplossingen van EfficientIP op in zijn portfolio voor de Nederlandse markt. De samenwerking richt zich op DDI-beveiliging, met nadruk op automatisering en bescherming van DNS in hybride cloudomgevingen.

Met de toevoeging van EfficientIP wil e92plus inspelen op de groeiende kwetsbaarheid van DNS en de toenemende complexiteit van IP-adresbeheer. DNS, DHCP en IP-adresbeheer, samen aangeduid als DDI, vormen volgens de distributeur een aandachtspunt binnen veel IT-omgevingen. Het beheer ervan is bij veel msp’s nog grotendeels handmatig en tijdrovend.

Volgens cijfers die door de distributeur worden aangehaald, maakt een groot deel van de cyberaanvallen misbruik van DNS. Traditionele beveiligingsoplossingen signaleren deze dreigingen niet altijd. Tegelijkertijd nemen de financiële gevolgen van incidenten toe en gelden strengere eisen vanuit wetgeving zoals DORA en NIS2. Daarmee krijgt DDI-beveiliging een nadrukkelijkere plaats binnen bredere securitystrategieën.

De technologie van EfficientIP is gericht op het automatiseren van DNS-, DHCP- en IP-beheer in multicloudomgevingen. Door handmatige processen te vervangen door geautomatiseerde workflows, kunnen dienstverleners hun netwerkbeheer centraliseren en vereenvoudigen. Dit moet bijdragen aan een efficiëntere inzet van technische capaciteit, in een markt waar specialistische kennis schaars is.

De samenwerking is volgens betrokken partijen gebaseerd op een zogeheten automation-first benadering van DDI. Daarbij wordt beveiliging geïntegreerd in de netwerkinfrastructuur, onder meer als onderdeel van een zero trust-architectuur. Het doel is om dreigingen eerder te detecteren en netwerkprocessen minder foutgevoelig te maken.

Naast de distributie van de technologie biedt e92plus ondersteuning aan partners in de vorm van trainingen, technische begeleiding en ondersteuning bij marktbenadering. Daarmee wil de distributeur msp’s helpen bij de implementatie en positionering van DDI-oplossingen binnen hun dienstverlening.

Met de uitbreiding van het portfolio speelt e92plus in op de vraag naar geïntegreerde netwerk- en beveiligingsoplossingen, waarbij automatisering en compliance een grotere rol krijgen.

Citrix, onderdeel van Cloud Software Group, draagt per 1 maart 2026 het volledige beheer en de ondersteuning van Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika over aan distributeur Arrow Electronics. Voor IT-dienstverleners en msp’s verandert daarmee het primaire aanspreekpunt voor contracten en support.

Met de overdracht verschuift de dagelijkse interactie voor partners van de fabrikant naar de distributeur. Het gaat om alle Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika. Eerder werden al de commerciële midmarketactiviteiten bij Arrow ondergebracht. De nieuwe stap bouwt daarop voort en maakt Arrow verantwoordelijk voor het beheer van het volledige CSP-ecosysteem in deze regio’s.

Voor msp’s betekent dit dat transactiebeheer, prijsstellingen, kortingen en incentives via Arrow verlopen. Ook contractverlengingen en administratieve processen worden door de distributeur afgehandeld. Daarmee wordt Arrow het centrale aanspreekpunt voor commerciële en operationele zaken binnen het CSP-programma.

Volgens Citrix moet het nieuwe model leiden tot een vereenvoudiging van processen. De fabrikant stelt dat een centraal distributiemodel kan bijdragen aan meer efficiëntie in de samenwerking met partners. Daarnaast krijgen partners toegang tot regionale ondersteuning via Arrow, afgestemd op de markten waarin zij actief zijn.

Binnen de gewijzigde structuur kan Citrix zich volgens het bedrijf sterker richten op productontwikkeling en technische innovatie. Door het operationele beheer van het CSP-programma bij Arrow onder te brengen, wil de leverancier de focus verleggen naar technologie en ondersteuning op productniveau.

Voor msp’s en MKB-dienstverleners die actief zijn als Citrix Service Provider betekent de verandering dat zij hun operationele contacten tijdig via Arrow moeten laten verlopen. Vanaf 1 maart 2026 lopen contractuele en commerciële trajecten niet langer rechtstreeks via de fabrikant.

Met de stap wordt de rol van distributie binnen het Citrix-ecosysteem verder uitgebreid en krijgt Arrow een centrale positie in het beheer van serviceproviders in Europa en Noord-Amerika.