T-Systems breidt zijn cloudplatform T Cloud Public verder uit. Het bedrijf wil het platform de komende jaren doorontwikkelen tot een volwaardig public cloud-alternatief met datacenters in Nederland, Duitsland en Zwitserland, onder Europese wetgeving.

T Cloud Public, dat eerder bekendstond als Open Telekom Cloud, wordt uitgebreid met extra infrastructuur, ontwikkeltools en AI-diensten. Onderdeel daarvan is de integratie met de Industrial AI Cloud, waarmee klanten toegang krijgen tot extra GPU-capaciteit voor AI-workloads, onder meer op basis van hardware van NVIDIA. Volgens T-Systems biedt het platform momenteel ongeveer 80 procent van de functionaliteit van grote hyperscalers. Het bedrijf verwacht dat deze functionaliteit tegen eind 2026 verder wordt uitgebreid.

De uitbreiding past binnen de strategie van moederbedrijf Deutsche Telekom om een Europese cloudinfrastructuur op te bouwen die voldoet aan regelgeving rond dataverwerking en compliance. T-Systems richt zich met het platform onder meer op organisaties in sectoren als overheid, zorg en financiële dienstverlening, waar eisen rond datasoevereiniteit en certificering een belangrijke rol spelen.

OpenClaw duikt steeds vaker op in online controverses. De een ziet het als een logische volgende stap om een persoonlijke AI-agent te maken die eindelijk méér doet dan samenvatten en suggesties geven. De ander schrikt juist van wat het betekent: een stuk software dat in staat is om een volledige computer te bedienen, inclusief e-mail, software-installaties en online transacties. Wie heeft er gelijk?

Allereerst: wát is OpenClaw? Het is een open-source framework waarmee gebruikers AI-agents kunnen bouwen die zelfstandig taken uitvoeren op een systeem. Het is dus geen chatbot of assistent die meekijkt en adviezen geeft, maar om software die daadwerkelijk handelt. Een OpenClaw-agent kan bestanden lezen en schrijven, scripts uitvoeren, browseracties verrichten en API’s aanspreken. In de praktijk betekent dat: alles doen wat een gebruiker zelf ook kan doen, zolang die agent dezelfde rechten krijgt.

Dat laatste is dan ook waar de discussies om draaien. OpenClaw draait lokaal, in de context van de gebruiker. Geen sandbox dus, maar ook geen afgebakende cloudomgeving, én geen leverancier die meekijkt of begrenst. De agent opereert met jouw toegang, jouw accounts en als het nodig is, ook met jouw creditcard- of bankgegevens. Daarmee verschilt OpenClaw fundamenteel van commerciële AI-diensten zoals Copilot of ChatGPT, waar de actieruimte bewust is ingeperkt. Bij OpenClaw ligt die verantwoordelijkheid volledig bij de gebruiker.

Het is dus niet zo raar om te denken dat OpenClaw eigenlijk een rootkit is. Technisch gaat die vergelijking niet helemaal op. OpenClaw verbergt zich niet, installeert zich niet heimelijk en misbruikt geen kwetsbaarheden. Maar in de praktijk kan het zich wél gedragen als software met volledige systeemcontrole, als je het die ruimte geeft. En dat maakt het gevaarlijk voor wie zich daar niet van bewust is.

De controverse zit ook in wat vaak de ‘intent gap’ wordt genoemd. Mensen formuleren opdrachten in menselijke termen, met impliciete grenzen en aannames. “Automatiseer dit proces” betekent – in mensentaal – doe dit netjes, veilig en binnen redelijke grenzen. Voor een agent als OpenClaw betekent het iets anders: bereik dit doel zo efficiënt mogelijk, binnen de technische mogelijkheden die je hebt. Je ziet al meteen waar het fout kan gaan. Zonder expliciete beperkingen is er geen reden voor de agent om terughoudend te zijn met privacy en gevoeligheden.

Dat maakt OpenClaw tegelijk interessant en gevaarlijk. Technisch gezien opent het deuren die tot nu toe alleen met maatwerk of complexe scripting bereikbaar waren. Repetitieve taken kun je volledig automatiseren, workflows zelfstandig laten doorlopen en lokale data kun je laten combineren met externe bronnen zonder menselijke tussenkomst. Voor ontwikkelaars, onderzoekers en technisch vaardige gebruikers is dat aantrekkelijk, want het is geen dichtgetimmerd platform.

Maar OpenClaw is ook genadeloos. Het heeft geen moreel kompas, geen juridisch besef en geen ingebouwd gevoel voor context. Het begrijpt geen bedoelingen, alleen opdrachten. Wie het inzet in een omgeving waar gevoelige data, financiële systemen of productieprocessen toegankelijk zijn, neemt een risico dat niet theoretisch is. Onbedoelde datalekken, foutieve transacties of ongewenste acties kunnen het gevolg zijn.

Daar komt bij dat OpenClaw zich beweegt in een open-source ecosysteem waar uitbreidingen, scripts en modules een steeds grotere rol spelen. Dat vergroot de flexibiliteit, maar ook de aanvalsvector. Elke extra koppeling is een potentiële zwakke schakel. Zeker wanneer experimenten plaatsvinden op systemen die net iets te veel rechten hebben, iets wat in de praktijk vaker voorkomt dan veel organisaties willen toegeven.

Zelfs de naam verraadt iets van die mentaliteit. ‘Claw’ suggereert grijpen: vastpakken en niet loslaten. Dat zie je ook terug bij andere lokale AI-projecten zoals ClawDBot, die eveneens inzetten op actieve verzameling en autonomie. Het is een bewuste breuk met termen als assistant of copilot. De AI helpt niet alleen, maar handelt namens de gebruiker en neemt wat nodig is om zijn doel te bereiken.

Voor msp’s is het nog niet oppassen geblazen, maar wel een zaak om je erin te verdiepen. OpenClaw is een technologie die klanten hoe dan ook gaan ontdekken. Vaak met de gedachte dat lokaal en open source automatisch veilig betekent. In werkelijkheid vraagt dit type agent juist om volwassen governance: duidelijke afspraken over rechten, logging, monitoring en aansprakelijkheid.

Een verbod ligt niet voor de hand en zou ook weinig realistisch zijn. Agentic AI is de richting waarin tooling zich ontwikkelt. De rol van de msp zit daarom niet in blokkeren, maar in begrenzen. Signaleren waar dit soort software opduikt, uitleggen wat de implicaties zijn en soms ook gewoon zeggen dat iets in een zakelijke omgeving niet verantwoord is.

 

NTT DATA en Amazon Web Services zijn een meerjarige strategische samenwerking aangegaan rond cloudtransformatie en de inzet van agentic AI bij grote, internationale organisaties. Met de overeenkomst is een bedrag van meerdere miljarden dollars gemoeid.

De twee partijen willen samen vaart maken met cloudmigraties en geavanceerde AI-toepassingen, waarbij systemen steeds zelfstandiger taken uitvoeren en beslissingen voorbereiden. NTT DATA brengt daarbij zijn advies- en integratiekennis in, AWS levert de cloudinfrastructuur en AI-diensten.

In de samenwerking staan vier speerpunten centraal. Het gaat om het migreren en moderniseren van bestaande IT-omgevingen op grote schaal, het ontwikkelen van sectorspecifieke cloudoplossingen, het verder integreren van data- en AI-diensten in managed services en aandacht voor digitale soevereiniteit. Dat laatste gebeurt onder meer via de Europese soevereine cloud van AWS.

De focus ligt nadrukkelijk op sterk gereguleerde sectoren, zoals financiële dienstverlening, zorg en industrie. In die omgevingen draait het om het vernieuwen van kernsystemen, het veilig verwerken van gevoelige data en het voldoen aan wet- en regelgeving. Agentic AI wordt daarbij gepresenteerd als hulpmiddel om processen te automatiseren en complexe IT-landschappen beter beheersbaar te maken.

NTT DATA laat weten dat het zijn interne AWS-organisatie verder uitbreidt. Het bedrijf beschikt wereldwijd al over een grote groep gecertificeerde specialisten en wil dat aantal de komende jaren verder laten groeien. Daarnaast komen er gezamenlijke innovatieomgevingen waarin nieuwe cloud- en AI-toepassingen eerst worden ontwikkeld en getest, voordat ze op grotere schaal worden uitgerold.

De overeenkomst past in een bredere trend waarin hyperscalers en grote IT-dienstverleners steeds nauwer samenwerken om AI-toepassingen van proefproject naar productie te brengen. De aandacht verschuift daarbij van losse experimenten naar structurele inbedding in bestaande IT-omgevingen en bedrijfsprocessen.

Microsoft heeft de mijlpaal van één miljard actieve installaties van Windows 11 bereikt. Het besturingssysteem groeit daarmee sneller dan Windows 10, al blijft het oorspronkelijke tempo dat Microsoft voor ogen had buiten bereik.

In het afgelopen kwartaal kwam het aantal actieve installaties van Windows 11 uit op één miljard. Dat maakte Microsoft bekend bij de presentatie van de kwartaalcijfers. CEO Satya Nadella wees daarbij op het hogere adoptietempo ten opzichte van de vorige Windows-versie.

Windows 11 bereikt de miljardgrens ongeveer vier maanden sneller dan Windows 10 destijds. Windows 10 had daar vier jaar en acht maanden voor nodig. Daarmee laat Windows 11 een relatief snellere acceptatie zien, ondanks de aanvankelijk hogere hardware-eisen en de terughoudendheid in de zakelijke markt bij de introductie.

Tegelijkertijd blijft de groei achter bij de ambities die Microsoft bij de lancering uitsprak. Het bedrijf mikte destijds op één miljard actieve installaties binnen ongeveer drie jaar. Die doelstelling is niet gehaald, wat deels samenhangt met het langere gebruik van bestaande pc’s en de blijvende aanwezigheid van Windows 10.

Volgens de meest recente cijfers draait Windows 11 inmiddels op circa 50,3 procent van de pc’s. Windows 10 volgt met een aandeel van ongeveer 44,7 procent. Daarmee blijft de oudere versie nog altijd substantieel aanwezig, ondanks het versnelde tempo waarin Windows 11 terrein wint.

De cijfers onderstrepen dat de Windows-markt zich geleidelijk blijft verschuiven, zonder abrupte overstapmomenten. De adoptie van nieuwe Windows-versies verloopt traditioneel gespreid, waarbij zowel consumenten als organisaties hun eigen vervangingscycli aanhouden.

Bedrijven schalen hun privacyprogramma’s versneld op onder invloed van AI. Uit nieuw onderzoek van Cisco blijkt dat vrijwel alle organisaties extra investeren in dataprivacy en governance, terwijl internationale datastromen steeds vaker onder druk komen te staan.

De jaarlijkse Data and Privacy Benchmark Study van Cisco laat zien dat AI inmiddels de belangrijkste aanjager is achter privacy-investeringen. Negentig procent van de ondervraagde organisaties heeft het privacyprogramma het afgelopen jaar uitgebreid door AI-ontwikkelingen. Bijna evenveel respondenten, 93 procent, zegt van plan te zijn om daar verder in te investeren. De omvang van die investeringen groeit mee: 38 procent van de organisaties gaf het afgelopen jaar minimaal 5 miljoen dollar uit aan privacy, tegen 14 procent twee jaar eerder.

De toegenomen aandacht hangt samen met de databehoefte van AI. Grootschalige AI-toepassingen vragen om grote hoeveelheden betrouwbare data, terwijl juist daar kwetsbaarheden in databeheer zichtbaar worden. Volgens het onderzoek zien organisaties privacy en datagovernance daarom steeds minder als een puur compliancevraagstuk, en vaker als randvoorwaarde voor innovatie en concurrentievermogen.

Dat perspectief komt ook terug in de manier waarop privacyprogramma’s worden beoordeeld. Vrijwel alle respondenten geven aan dat een duidelijk privacykader helpt om sneller met AI te werken. Tegelijkertijd zegt 99 procent minstens één concreet zakelijk voordeel te halen uit investeringen in privacy, zoals meer wendbaarheid, hogere innovatiekracht of sterkere klantbinding. Transparantie speelt daarbij een centrale rol. Voor 46 procent van de organisaties is heldere communicatie over dataverzameling en datagebruik de effectiefste manier om vertrouwen te behouden.

Ondanks die vooruitgang is AI-governance nog duidelijk in ontwikkeling. Driekwart van de respondenten beschikt inmiddels over een intern AI-toezichtsorgaan, maar slechts een klein deel beschouwt dat orgaan als volledig volwassen. Een belangrijke bottleneck blijft de toegang tot geschikte data. Twee derde van de organisaties loopt tegen problemen aan bij het efficiënt beschikbaar maken van kwalitatief hoogwaardige data voor AI-systemen, wat wijst op blijvende uitdagingen rond datahygiëne, inzicht en controle.

Naast interne governance speelt ook de internationale context een steeds grotere rol. De roep om datalokalisatie groeit, maar gaat volgens het onderzoek gepaard met hogere kosten en meer complexiteit. Meer dan driekwart van de respondenten zegt dat lokale data-eisen het lastiger maken om diensten internationaal aan te bieden, bijvoorbeeld door beperkingen in 24-uurs dienstverlening over meerdere regio’s. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in strikt lokale opslag als veiligheidsmaatregel iets af.

Organisaties die grensoverschrijdend actief zijn, zoeken daarom vaker samenwerking met internationale technologiepartners. Een ruime meerderheid ziet wereldwijde aanbieders als beter in staat om datastromen over landsgrenzen heen te beheren. In dat licht pleit 83 procent van de respondenten voor verdere harmonisatie van internationale regels rond dataverkeer en cyberbeveiliging, om innovatie mogelijk te houden zonder het vertrouwen in dataverwerking te ondermijnen.

Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder 5.200 IT-, technologie- en securityprofessionals in twaalf landen, waaronder Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Decos Technology Group heeft per 1 februari 2026 het bedrijf TM7 overgenomen. Met de overname voegt het de anonimiseeroplossing Carp-E toe aan zijn portfolio.

Carp-E is software die wordt ingezet om persoonsgegevens automatisch te verwijderen uit documenten en datasets. De oplossing maakt daarbij gebruik van vaste taalregels, in plaats van generatieve AI-modellen die op externe datasets zijn getraind. Volgens Decos sluit deze aanpak beter aan bij eisen rond dataveiligheid en gegevensbescherming.

De anonimiseeroplossing blijft voorlopig als zelfstandige dienst binnen de groep opereren. Op termijn wil Decos de technologie integreren in zijn eigen platform.

De overname past binnen de bredere strategie van Decos om het softwareaanbod voor overheidsorganisaties verder uit te bouwen. In de afgelopen jaren deed het bedrijf meerdere acquisities, waaronder de overname van GeoJunxion, waarmee geografische data en kaartdiensten aan het portfolio werden toegevoegd.

Met de toevoeging van Carp-E versterkt Decos zijn positie op het gebied van privacy, dataverwerking en compliance binnen publieke organisaties.

De Nederlandse arbeidsmarkt blijft afkoelen. Het aantal vacatures is opnieuw gedaald en het aantal werklozen neemt licht toe. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stonden er eind 2025 ongeveer 380.000 vacatures open, zo’n 7.000 minder dan een kwartaal eerder. Tegelijkertijd steeg het aantal werklozen naar ongeveer 410.000, wat neerkomt op 4,0 procent van de beroepsbevolking.

Die afnemende krapte is niet alleen zichtbaar in sectoren als zorg en handel, maar ook in de technologiesector. In de ICT-branche is het aantal banen licht teruggelopen en zijn er minder openstaande vacatures dan in de voorgaande jaren. Daarmee lijkt ook in IT een einde te komen aan de periode waarin werkgevers structureel moeite hadden om geschikt personeel te vinden.

Voor msp’s en IT-dienstverleners betekent dit dat de arbeidsmarkt langzaam verandert van een uitgesproken werknemersmarkt naar een meer gebalanceerde situatie. Waar kandidaten eerder vaak meerdere aanbiedingen tegelijk kregen, ontstaat nu weer iets meer ruimte voor werkgevers om selectiever te werven en functies beter in te vullen op basis van vaardigheden en ervaring.

De daling van het aantal vacatures hangt samen met een voorzichtiger houding van bedrijven. Organisaties zijn terughoudender met uitbreiden en stellen nieuwe aanstellingen vaker uit. Tegelijkertijd blijven veel professionals actief op zoek naar werk, waardoor het aanbod op de arbeidsmarkt groeit zonder dat er sprake is van grootschalige ontslagen.

De cijfers laten vooral zien dat de arbeidsmarkt voor IT en msp’s in een nieuwe fase terechtkomt. Niet langer extreem krap, maar ook nog niet ruim. In die tussenfase wordt strategisch personeelsbeleid belangrijker, met meer aandacht voor opleiding, doorstroom en behoud van medewerkers in plaats van uitsluitend snelle groei via externe werving.

Quantumcomputing wordt vaak nog gezien als een technologie voor de verre toekomst. Toch bereiden grote securityleveranciers zich inmiddels actief voor op een tijdperk waarin bestaande versleutelingsmethoden niet langer vanzelfsprekend veilig zijn. Dat bleek deze week tijdens een door Palo Alto Networks georganiseerde Quantum-Safe Summit, waar de impact van quantumtechnologie op digitale beveiliging centraal stond.

Volgens de aanwezige experts kunnen huidige encryptiestandaarden binnen enkele jaren onder druk komen te staan. Niet omdat quantumcomputers morgen al breed inzetbaar zijn, maar omdat cybercriminelen nu al versleutelde data onderscheppen met het oog op toekomstige ontsleuteling. Deze zogenoemde ‘harvest now, decrypt later’-aanpak maakt dat gevoelige informatie ook op langere termijn risico kan lopen.

Voor veel organisaties klinkt dat nog abstract. In de praktijk is post-quantum security voor de meeste mkb-bedrijven geen acuut probleem. Toch schuift het onderwerp langzaam richting strategische agenda’s, mede doordat toezichthouders en sectoren als finance en overheid zich hier al actief op voorbereiden. Leveranciers spelen daarop in door hun beveiligingsplatforms geschikt te maken voor toekomstige cryptografiestandaarden.

Palo Alto Networks presenteerde tijdens het evenement zijn zogeheten Quantum-Safe Security-aanpak, waarmee organisaties inzicht moeten krijgen in waar en hoe encryptie binnen hun omgeving wordt gebruikt. Volgens het bedrijf is dat nodig omdat beveiliging vaak diep verweven zit in applicaties, netwerken en legacy-systemen, waardoor aanpassingen niet eenvoudig zijn.

Een belangrijk aandachtspunt is dat veel bestaande systemen niet zomaar kunnen worden aangepast aan nieuwe standaarden. In zulke gevallen wordt gekeken naar aanvullende beveiliging tijdens datatransport, zonder dat onderliggende applicaties hoeven te worden vervangen. Daarmee ontstaat een gefaseerde aanpak: eerst inventariseren, daarna voorbereiden en pas later overstappen op nieuwe vormen van encryptie.

Voor msp’s en IT-dienstverleners is post-quantum security voorlopig vooral een onderwerp voor roadmapgesprekken en strategische advisering. Klanten zullen hier op korte termijn zelden concreet om vragen, maar audits, compliance-eisen en security-assessments kunnen het thema wel steeds vaker aanstippen. Wie nu al globaal begrijpt wat er speelt, staat straks sterker in gesprekken over lange termijnbeveiliging.

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

DeepMind leert AI de wereld in vier dimensies waarnemen

DeepMind introduceert D4RT, een model dat ruimte en tijd combineert om objecten en bewegingen consistenter te begrijpen. De aanpak moet een belangrijke beperking in robotica en embodied AI doorbreken.
Bron: DeepMind

OpenAI geeft technisch inzicht in de werking van Codex

OpenAI heeft technische details gedeeld over de agent loop van Codex. Het artikel laat zien hoe de AI plannen maakt, shell-commando’s uitvoert en iteratief taken afhandelt, met focus op de onderliggende architectuur.
Bron: Ars Technica

Chrome krijgt Gemini-sidebar met automatische webtaken

Google breidt Chrome uit met een persistente Gemini-sidebar die multi-step webtaken kan uitvoeren, zoals vergelijken en formulieren invullen. De functie is vooralsnog alleen beschikbaar voor betalende gebruikers en nog niet uitgerold in Europa.
Bron: Google

EU start onderzoek naar Grok van X wegens mogelijk AI-misbruik

De Europese Commissie is een onderzoek gestart naar de AI-chatbot Grok op platform X. Aanleiding zijn zorgen over AI-gegenereerde content. Het onderzoek valt onder de Digital Services Act.
Bron: Reuters

Clawdbot is een lokaal draaiende open source AI-assistent

Een Oostenrijkse ontwikkelaar heeft Clawdbot gepresenteerd, een open source AI-assistent die lokaal draait. De tool positioneert zich als privacygericht alternatief voor cloud-first AI-agents.
Bron: Trending Topics

Tools*

Flowstep zet chat om in direct bruikbare Figma-designs

Flowstep laat gebruikers UI-ontwerpen maken door simpelweg te chatten, alsof je met een designer samenwerkt. De gegenereerde ontwerpen zijn direct te kopiëren naar Figma, wat het ontwerpproces moet versnellen en toegankelijker maakt.
Bron: Flowstep

Appy.AI bouwt meegroeiende software rond AI-agents

Appy.AI positioneert zich als platform voor ‘living software’: AI-agents die je al pratend kunt aanpassen, uitbreiden en monetiseren. De focus ligt op schaalbaarheid en het beheersen van complexiteit naarmate toepassingen groeien.
Bron: Appy.AI

OpenWhispr biedt lokale dictatie met focus op privacy

OpenWhispr is een open source dictatie-app die lokaal draait met Whisper- en Parakeet-modellen. De tool ondersteunt meerdere AI-providers en verschillende platformen, met privacy als uitgangspunt in plaats van cloudverwerking.
Bron: GitHub

TalkCody laat AI lokaal en parallel code schrijven

TalkCody is een AI-coding agent die lokaal draait en taken parallel kan uitvoeren. De tool ondersteunt meerdere modelproviders en richt zich op ontwikkelaars die meer controle willen over hun AI-workflows.
Bron: TalkCody

Kimi K2.5 zet zwaar in op multi-agent AI

Kimi introduceert met K2.5 een multimodaal agentic model dat tot honderd sub-agents kan inzetten en duizenden tool-calls aankan. Volgens de ontwikkelaars levert dat aanzienlijke prestatiewinst op ten opzichte van single-agent opzet.
Bron: Kimi

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

ASML ziet AI-vraag groei richting 39 miljard euro stuwen

ASML verraste de markt met sterke vooruitzichten, waarbij de aanhoudende vraag naar AI-chips en -infrastructuur een belangrijke groeifactor is. De verwachtingen onderstrepen de centrale rol van halfgeleiders binnen de AI-keten.
Bron: AIwereld

Schwarz Gruppe vergroot invloed op Aleph Alpha

De Duitse Schwarz Gruppe, bekend van onder meer Lidl, verstevigt zijn positie rond AI-ontwikkelaar Aleph Alpha. Daarmee groeit de rol van Europese spelers in strategische AI-technologie, tegen de achtergrond van digitale soevereiniteit.
Bron: Handelsblatt

Gartner verwacht regionale AI-blokkades door focus op soevereiniteit

Volgens Gartner gaan steeds meer landen richting regionale AI-platforms, gedreven door regelgeving, geopolitiek en digitale soevereiniteit. Dat kan leiden tot fragmentatie van AI-markten en beperktere interoperabiliteit.
Bron: ChannelConnect

Ongecontroleerd AI-gebruik vergroot securityrisico’s bij organisaties

Onvoldoende zicht op het gebruik van AI-toepassingen vergroot de kans op datalekken en andere security-incidenten. Het artikel laat zien hoe gebrek aan beleid en governance rond AI nieuwe risico’s introduceert.
Bron: ChannelConnect

EU geeft Google richtlijnen over datadeling en Android AI-functies

De Europese Commissie werkt aan aanvullende richtlijnen voor Google over het delen van zoekdata en de inzet van AI-functionaliteit binnen Android. De instructies maken deel uit van de handhaving van de Digital Markets Act.
Bron: The Wall Street Journal

Het gebruik van AI-toepassingen binnen organisaties groeit sneller dan het toezicht erop. Daardoor ontstaan nieuwe beveiligingsrisico’s, waarschuwt Zscaler in zijn nieuwste ThreatLabz AI Threat Report. Veel bedrijven hebben volgens de onderzoekers onvoldoende zicht op welke AI-tools worden gebruikt en welke data daarin terechtkomt.

Uit het rapport blijkt dat de AI- en machine learning-activiteit in 2025 met 91 procent is toegenomen. Tegelijkertijd ontbreekt bij veel organisaties een overzicht van actieve AI-modellen en ingebouwde AI-functionaliteiten. Daardoor weten zij vaak niet waar gevoelige informatie wordt verwerkt of opgeslagen.

Volgens Zscaler vormt dat een groeiend probleem. AI wordt niet alleen ingezet voor productiviteit, maar ook steeds vaker misbruikt bij cyberaanvallen. In omgevingen waar geen centraal toezicht bestaat, kunnen aanvallers relatief eenvoudig misbruik maken van kwetsbaarheden.

Op basis van Red Team-tests stelt Zscaler dat AI-systemen in veel organisaties snel zijn binnen te dringen. In alle onderzochte omgevingen werden kwetsbaarheden aangetroffen. De mediane tijd tot de eerste kritieke storing lag op zestien minuten. In negentig procent van de gevallen was een systeem binnen anderhalf uur gecompromitteerd.

Volgens Deepen Desai, EVP Cybersecurity bij Zscaler, maakt vooral de opkomst van autonome en semi-autonome AI-agents aanvallen gevaarlijker. Deze agents kunnen verkenning, exploitatie en laterale beweging grotendeels automatiseren, waardoor aanvallen op ‘machine-speed’ verlopen. Een belangrijk aandachtspunt in het rapport is het toenemende gebruik van ingebouwde AI-functionaliteiten in SaaS-applicaties. Deze functies zijn vaak standaard ingeschakeld en blijven daardoor buiten het zicht van IT- en securityteams.

Volgens Zscaler vormt dit een groeiend risico op datalekken. Gevoelige informatie kan ongemerkt in externe AI-modellen terechtkomen, zonder dat daar beleid of controle op zit. In het onderzoek wordt onder meer gewezen op samenwerkings- en ontwikkelplatforms waarin AI breed wordt toegepast. Naast ingebedde AI blijft ook het gebruik van standalone tools zoals ChatGPT en code-assistenten toenemen. In 2025 werden via deze platforms tientallen miljarden transacties uitgevoerd.

De hoeveelheid bedrijfsdata die via AI-toepassingen wordt verwerkt, groeit sterk. In 2025 ging het volgens Zscaler om ruim 18.000 terabyte, een stijging van 93 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee worden AI-platforms steeds grotere verzamelplaatsen van bedrijfsinformatie. Die concentratie maakt deze omgevingen aantrekkelijk voor cybercriminelen. Zscaler rapporteert honderden miljoenen overtredingen van Data Loss Prevention-beleid, waaronder pogingen om persoonsgegevens, broncode en medische gegevens te verwerken via AI-tools. Volgens de onderzoekers verschuift AI-governance daarmee van een beleidsdiscussie naar een direct operationeel vraagstuk.

Voor IT-dienstverleners en msp’s betekent deze ontwikkeling dat AI-beveiliging steeds vaker onderdeel wordt van hun dienstverlening. Veel klanten gebruiken inmiddels meerdere AI-tools, vaak zonder centrale regie. Daardoor ontstaan blinde vlekken in beveiliging en compliance. Zscaler stelt dat klassieke firewalls en VPN-oplossingen onvoldoende zijn toegerust op dynamische AI-omgevingen. Door het toenemende gebruik van cloudapplicaties en AI-diensten ontstaat versnipperd verkeer dat lastig centraal te controleren is. Volgens het bedrijf is een meer geïntegreerde aanpak nodig, met nadruk op zichtbaarheid, datacontrole en toegangsbeheer. Daarbij wordt onder meer verwezen naar zero trust-architecturen als mogelijke basis.

Waar AI-beleid lange tijd vooral een strategisch onderwerp was, verschuift de aandacht volgens Zscaler naar de dagelijkse praktijk. Securityteams krijgen steeds vaker te maken met incidenten waarbij AI-tools een rol spelen. Organisaties die geen structureel toezicht inrichten op AI-gebruik, lopen volgens het rapport het risico grip te verliezen op hun data en infrastructuur.