Kleine en middelgrote bedrijven hebben steeds meer moeite om bij te blijven met de inzet van AI. Waar grotere organisaties tijd, geld en kennis hebben om AI structureel in te zetten, blijft die technologie voor veel lokale ondernemers lastig bereikbaar. Dat blijkt uit onderzoek dat platform Trustoo heeft laten uitvoeren.

Uit cijfers van de MKB Barometer blijkt dat personeelstekorten en hoge werkdruk digitalisering in de weg staan. De helft van de mkb-bedrijven kampt met een gemiddeld tekort van zes fte. Tegelijk vindt slechts 6 procent van de ondernemers dat hun organisatie voldoende is geautomatiseerd. Ruim de helft geeft aan dat het lastiger is om snel te profiteren van nieuwe technologieën zoals AI.

Vooral kleinere bedrijven lopen achter. Van de ondernemers met minder dan vijftig medewerkers gebruikt 28 procent AI, tegenover 42 procent bij middelgrote bedrijven. Toch ziet een meerderheid verdere automatisering wel als prioriteit. Zes op de tien ondernemers denken dat een gebrek aan digitalisering direct bijdraagt aan het missen van kansen. Tijdgebrek, beperkte budgetten en een tekort aan technische kennis vormen de grootste drempels. Volgens het onderzoek noemt 42 procent een tekort aan tijd en personeel als belangrijkste obstakel, gevolgd door financiering en kennis.

Ook op het gebied van klantcommunicatie groeit het verschil tussen grote en kleine bedrijven. Uit onderzoek van Trustoo blijkt dat 57 procent van de consumenten binnen een dag een reactie verwacht, waarvan een vijfde zelfs binnen enkele uren. Grotere organisaties vangen dit steeds vaker op met geautomatiseerde antwoorden en chatbots, terwijl lokale dienstverleners hier zonder ondersteuning moeite mee hebben.

Het onderzoek laat zien dat de AI-kloof binnen het mkb voorlopig niet kleiner wordt. Zonder extra ondersteuning, begeleiding of toegankelijke oplossingen dreigt AI vooral een voordeel te blijven voor grotere organisaties, terwijl kleinere bedrijven achterblijven.

Beveiligingsonderzoekers signaleren dat Outlook-add-ins in Microsoft 365 misbruikt kunnen worden om e-mailgegevens te exfiltreren zonder zichtbaarheid in auditlogs. De techniek benut beperkingen in logging binnen Outlook Web Access en blijft daarmee buiten het zicht van standaard monitoring.

Onderzoek van Varonis laat zien dat kwaadwillenden Outlook-add-ins kunnen inzetten als onzichtbaar exfiltratiekanaal. De add-ins functioneren als webapplicaties binnen Outlook en kunnen worden geïnstalleerd via Outlook Web Access. Juist daar ontbreekt auditlogging voor zowel installatie als uitvoering van add-ins, ook wanneer Microsoft 365-auditlogging volledig is ingeschakeld.

De onderzoekers tonen aan dat een add-in kan meeluisteren op het moment dat een gebruiker een e-mail verzendt. Onderwerpregels, inhoud, ontvangers en metadata worden daarbij onderschept en automatisch doorgestuurd naar een externe server. Omdat dit gebeurt binnen het normale gebruik van Outlook Web Access, verschijnen deze activiteiten niet in de Unified Audit Log.

Dat verschil tussen omgevingen speelt een centrale rol. In de desktopversie van Outlook wordt de installatie van add-ins vastgelegd in Windows Event Logs. In de webvariant ontbreekt die registratie volledig. Daardoor kunnen add-ins langdurig actief blijven zonder dat beveiligingsteams daar zicht op hebben.

Volgens Varonis maakt dit meerdere aanvalsscenario’s mogelijk. Een gecompromitteerd gebruikersaccount volstaat om een add-in te installeren die structureel meeleest met uitgaande communicatie. Ook misbruik door insiders of het organisatiebreed uitrollen van een add-in via beheerdersrechten behoort tot de mogelijkheden. Daarnaast wijst het onderzoek op supply chain-risico’s, waarbij ogenschijnlijk legitieme add-ins data extern verwerken zonder dat dit controleerbaar is via logging.

De bevindingen sluiten aan bij bredere zorgen rond zichtbaarheid en governance binnen cloud-ecosystemen. Functionaliteit die sterk leunt op extensies en add-ins vergroot het aanvalsoppervlak, terwijl logging en toezicht daar niet altijd in meegroeien. In omgevingen waar e-mail een primaire drager is van gevoelige informatie, ontstaat zo een lastig te detecteren datalekrisico.

Varonis pleit voor uitbreiding van auditlogging rond add-ins, specifiek binnen Outlook Web Access, en voor meer fijnmazige registratie van add-in-activiteiten. Tot die tijd blijft detectie grotendeels afhankelijk van aanvullende beveiligingsmaatregelen buiten de standaard Microsoft 365-logs.

Veel organisaties denken dat ze hun databeheer op orde hebben zolang de back-ups netjes draaien. Er is een schema, er zijn meldingen, en af en toe wordt er iets teruggezet. Tot het moment dat er echt iets misgaat. Dan blijkt dat niemand precies weet wat er bewaard wordt, waarom het bewaard wordt, en hoe lang het eigenlijk had moeten blijven bestaan.

Die neiging om alles te bewaren staat niet op zichzelf; opslag is in veel organisaties jarenlang gegroeid zonder duidelijke keuzes, waardoor steeds minder helder is waarvoor data eigenlijk wordt bewaard.

Herkenbaar? Klanten vragen om zekerheid, maar bedoelen iets anders dan wat de techniek daadwerkelijk levert. Back-up, archief en dataretentie worden door elkaar gebruikt alsof het synoniemen zijn. Dat zijn ze niet. Het verschil wordt ook nog eens steeds relevanter, door strengere wetgeving, groeiende hoeveelheden data en de toenemende impact van incidenten.

Het misverstand

Hoe zat het ook weer? Back-up is bedoeld voor herstel. Het is een technische maatregel om data terug te kunnen zetten na verlies, corruptie of verstoring. Dat kan gaan om een per ongeluk verwijderde mailbox, een fout in een applicatie of een ransomware-incident. De focus ligt altijd op snelheid en beschikbaarheid: hoe snel kun je weer verder, en met zo min mogelijk dataverlies?

Back-up is dus niet een systeem om data langdurig, gestructureerd en doelgericht te bewaren. Toch zien veel organisaties back-ups als een soort vangnet voor alles wat ze ooit nodig zouden kunnen hebben. Oude projectbestanden, mailboxen van ex-medewerkers, historische administratie, klantdata die misschien ooit nog van pas komt. Alles blijft staan, want het kost weinig moeite en opslag kost niks meer.

En dat gaat heel lang goed, zolang niemand vragen stelt. Dan komt er een audit, een juridisch verzoek of er vindt een incident plaats waarbij blijkt dat herstel ingewikkelder is dan gedacht.

Drie verschillende begrippen

Even de begrippen op een rijtje.

Back-up draait om herstel. De vraag is, wat heb je nodig om operationeel weer door te kunnen na een storing of incident? De bewaartermijnen zijn meestal relatief kort en afgestemd op hersteldoelen. Denk aan dagen, weken of hooguit enkele maanden.

Archief gaat over bewaren met een doel. Data wordt vastgelegd omdat er een zakelijke, historische of wettelijke reden voor is. Het archief verandert niet (het groeit alleen), is doorzoekbaar en moet betrouwbaar zijn. Een archief is geen kopie van alles, maar een selectie van wat relevant is om te bewaren.

Dataretentie bepaalt hoe lang data mag of moet blijven bestaan. Geen techniek, maar een set afspraken dus. Sommige data moet jarenlang bewaard blijven, andere data mag juist niet te lang blijven staan.

Het probleem ontstaat wanneer deze drie door elkaar lopen. Als back-ups worden gebruikt als archief, ontbreekt structuur. Als retentie niet expliciet is vastgelegd, blijft alles staan. En als archivering wordt gezien als iets dat IT wel regelt, zonder afstemming met de business, ontstaan risico’s.

Alles bewaren ≠ strategie

Alles bewaren voelt veilig. Je weet nooit wat je nog nodig hebt, dus waarom zou je iets weggooien? Klinkt logisch, maar is in de praktijk riskant. Data groeit sneller dan veel organisaties beseffen. Niet alleen documenten en mail, maar ook logbestanden, exports, tijdelijke datasets en applicatiegegevens. Wat vandaag overzichtelijk lijkt, wordt over een paar jaar onhandelbaar. Dat maakt zoeken, herstellen en controleren steeds lastiger.

Daarnaast vergroot het bewaren van alles de impact van incidenten. Hoe meer data er is, hoe groter het oppervlak bij ransomware, datalekken of misbruik van accounts. Ook het herstel wordt complexer. Het terugzetten van een omgeving met jaren aan ongefilterde data kost meer tijd, meer capaciteit en meer geld.

Er zijn ook juridische risico’s. Data die je bewaart, kan opgevraagd worden. Data die je had moeten verwijderen maar nog steeds bezit, kan tegen je werken bij audits, rechtszaken of verzoeken van toezichthouders. Niet weten wat je bewaart, is geen verdedigbare positie.

Tot slot speelt kostenbeheersing een rol. Opslag lijkt goedkoop, maar back-ups, replicatie, egress-kosten en beheer tellen op. Zeker als bewaartermijnen ongemerkt steeds langer worden.

Data lifecycle management

Veel mkb-organisaties hebben geen expliciet data lifecycle management. Data komt binnen, wordt gebruikt en verdwijnt uit beeld, maar niet uit systemen. Als msp ligt hier een belangrijke rol: structuur aanbrengen zonder het onnodig ingewikkeld te maken.

Data lifecycle management begint bij een paar simpele vragen. Welke data maken we aan? Waar wordt die opgeslagen? Wie gebruikt die data actief? En wanneer verliest die data zijn waarde of noodzaak?

Op basis daarvan kun je onderscheid maken tussen actieve data, data die alleen nog geraadpleegd wordt, en data die eigenlijk geen functie meer heeft. Dat betekent niet dat alles meteen verwijderd moet worden, maar wel dat er keuzes gemaakt worden. Wat hoort in een archief, wat valt onder back-up, en wat moet na verloop van tijd verdwijnen?

Belangrijk is dat deze keuzes niet alleen technisch worden ingestoken. De business moet begrijpen waarom bepaalde data niet eindeloos beschikbaar blijft en wat daarvoor in de plaats komt. Een goed ingericht archief biedt vaak meer zekerheid dan een stapel oude back-ups waar niemand grip op heeft.

Juridische en operationele risico’s

Dataretentie raakt al snel aan juridische vragen, maar dat betekent niet dat elk gesprek juridisch hoeft te worden. Vaak gaat het vooral om een operationeel risico. Neem een medewerker die vertrekt. Mailboxen blijven vaak bestaan, soms jarenlang. Niemand weet precies wat erin zit, wie er toegang toe heeft en of die data nog nodig is. Bij een datalek of een inzageverzoek ontstaat ineens paniek.

Of klantdata die langer wordt bewaard dan nodig. Niet uit kwade wil, maar uit gemak. Dat kan botsen met privacyregels, maar ook met interne afspraken of contracten. Het ontbreken van een duidelijk retentiebeleid maakt het lastig om dit uit te leggen of te corrigeren.

Ook bij herstel na incidenten speelt dit mee. Als een omgeving teruggezet moet worden, is het belangrijk te weten welke data leidend is. Oude data die automatisch mee terugkomt kan fouten veroorzaken, verwarring geven of zelfs opnieuw risico’s introduceren.

Kosten en herstelbaarheid

Waar je bijna nooit iemand over hoort is de impact van dataretentie op herstel. Back-ups worden vaak ingericht met een focus op volledigheid. Alles wordt meegenomen, want dat is veilig. Maar bij een grootschalig incident blijkt die volledigheid vooral nadelen op te leveren.

Herstel duurt langer, want er moet meer data door het proces. De kans op het terugzetten van ongewenste of verouderde data neemt toe. En het kost meer capaciteit om alles weer beschikbaar te maken, zeker bij cloudomgevingen waar data-uitstroom en compute per gebruik worden afgerekend.

Je kunt ook nog denken aan meerdere recovery fases. Niet alles hoeft meteen terug. Herstel eerst de kernsystemen en actuele datasets, en archiefdata pas later. Of maak die op een andere manier beschikbaar.

Verwarring structureren

Voor jou als msp een herkenbaar spanningsveld. Klanten willen zekerheid, maar weten niet wat ze precies vragen. De neiging is om dat technisch op te lossen door meer back-ups, langere bewaartermijnen en extra opslag. Daarmee verschuif je het probleem, maar los je het niet op. De meerwaarde zit in het ontwarren van de verwarring. Door begrippen uit elkaar te trekken, voorbeelden te geven en consequent te blijven in taalgebruik. Niet alles is back-up. Niet alles hoeft bewaard te blijven. En niet alles wat bewaard blijft, hoort in een back-up.

Belangrijk is om keuzes expliciet te maken. Dat kan door scenario’s te schetsen. Wat gebeurt er bij een incident? Wat willen we binnen een dag terug hebben, en wat mag later? Wat moeten we wettelijk bewaren, en wat niet? Die gesprekken zijn vaak effectiever dan abstracte beleidsdocumenten.

Back-up is een essentieel onderdeel van databeheer, maar het is geen archief en geen retentiestrategie. Wie dat wel zo gebruikt, bouwt ongemerkt risico’s op. Pak je dit goed aan, dan ga je verder dan de techniek. Help klanten onderscheid te maken, keuzes te maken en die keuzes vast te houden.

 

Volgens Gartner zal in 2027 ongeveer 35 procent van de landen vastzitten aan regio-specifieke AI-platforms, opgebouwd rond eigen data, infrastructuur en regelgeving. Die ontwikkeling komt voort uit geopolitieke spanningen, strengere regelgeving en toenemende aandacht voor nationale veiligheid.

Het onderzoeksbureau Gartner schetst een verschuiving waarbij overheden steeds vaker investeren in eigen AI-stacks, inclusief rekenkracht, datacenters en modellen die aansluiten bij lokale wetgeving, taal en cultuur. Waar platform lock-in nu nog bij circa 5 procent van de landen voorkomt, groeit dat aandeel volgens het bureau in korte tijd naar 35 procent.

Die beweging past binnen bredere discussies over digitale soevereiniteit. Overheden zoeken alternatieven voor dominante, veelal Amerikaanse AI-platforms en leggen daarbij meer nadruk op vertrouwen, culturele aansluiting en controle over data. Regionale en lokale modellen leveren volgens Gartner in uiteenlopende toepassingen meer contextuele waarde, onder meer in onderwijs, juridische omgevingen en publieke dienstverlening, vooral buiten het Engelstalige domein.

De toenemende nadruk op AI-soevereiniteit heeft financiële gevolgen. Gartner verwacht dat landen die een zelfstandige AI-stack willen opbouwen, richting 2029 minimaal 1 procent van hun bruto binnenlands product moeten investeren in AI-infrastructuur. Die investeringen zijn nodig door duplicatie van inspanningen en afnemende internationale samenwerking, met name buiten westerse markten waar zorgen leven over culturele en politieke beïnvloeding.

Regelgeving rond dataopslag, cloudlocalisatie en nationale AI-strategieën versnelt deze ontwikkeling verder. Tegelijkertijd spelen ook zorgen over bedrijfsrisico’s en nationale veiligheid een rol. De combinatie van die factoren leidt tot een snelle uitbreiding van datacenters en zogenoemde AI-fabrieken, die volgens Gartner de ruggengraat vormen van soevereine AI-omgevingen.

In dat krachtenveld ontstaat een concentratie rond partijen die grote delen van de AI-stack controleren, van infrastructuur tot modellen. Gartner ziet daarin de basis voor zeer hoge waarderingen bij een beperkt aantal spelers, gedreven door structurele vraag vanuit overheden en grote organisaties.

Vodafone Business gaat zakelijke klanten in Nederland voortaan een gecombineerd aanbod bieden waarin connectiviteit en digitale werkplekdiensten samenkomen. Naast vast en mobiel internet en telefonie kunnen mkb-bedrijven via Vodafone ook Microsoft 365, Teams, Copilot en aanvullende beveiligingsoplossingen afnemen binnen één pakket.

Met het gezamenlijke aanbod willen Vodafone Business en Microsoft het eenvoudiger maken om digitale werkplekken op te zetten en te beheren via één leverancier. Bedrijven krijgen toegang tot e-mail, documentbeheer, samenwerkingstools en AI-functionaliteit, gecombineerd met de netwerkdiensten van Vodafone. Beheer en facturatie verlopen daarbij via één omgeving.

Volgens beide partijen speelt de bundeling in op de groeiende behoefte aan samenhangende IT- en communicatiediensten. Die behoefte wordt onder meer gedreven door hybride werken, het toenemende gebruik van cloudapplicaties en de opkomst van AI binnen het mkb. De samenwerking richt zich ook op ondersteuning bij de uitrol en het gebruik van deze technologie.

Vodafone staat hierin niet alleen. KPN biedt al langer zakelijke werkplekoplossingen waarin Microsoft 365 is geïntegreerd, onder meer via de KPN EEN MKB Werkplek. Daarmee combineert KPN connectiviteit met productiviteitssoftware en aanvullende IT-diensten.

Ook Odido richt zich op zakelijke samenwerkingsoplossingen, bijvoorbeeld via ondersteuning voor Microsoft Teams-telefonie. Een vergelijkbare bundel waarin Microsoft 365 standaard wordt gecombineerd met vaste en mobiele diensten, zoals bij Vodafone en KPN, maakt daar geen vast onderdeel uit van het portfolio.

Voor msp’s en IT-dienstverleners betekent deze ontwikkeling dat telecomaanbieders een steeds groter deel van de digitale werkplek naar zich toetrekken. Door licenties, connectiviteit en basisbeheer te combineren, positioneren zij zich nadrukkelijker als eerste aanspreekpunt voor mkb-klanten. Dat kan de rol van partners verschuiven richting aanvullende dienstverlening, zoals migraties, maatwerkbeheer, security-advies en adoptietrajecten.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor samenwerking, bijvoorbeeld bij complexere omgevingen of klanten met specifieke eisen rond beheer en compliance. In die gevallen blijven msp’s een belangrijke rol spelen als uitvoerende en adviserende partij.

De samenwerking past daarmee in een bredere ontwikkeling waarbij telecomproviders hun rol verbreden. Naast verbindingen leveren zij steeds vaker complete digitale werkplekken, inclusief cloudsoftware en security. Daarmee proberen zij zakelijke klanten meer samenhang te bieden in hun IT-omgeving en hun positie als centrale leverancier te versterken.

Midwich Benelux gaat het volledige ClickShare-portfolio van Barco distribueren in Nederland, België en Luxemburg. Daarmee vult de distributeur het gat dat is ontstaan na het stoppen van Exertis AV in de Benelux.

De uitbreiding van de samenwerking betekent dat resellers en system integrators in de Benelux via Midwich toegang houden tot het volledige aanbod ClickShare-oplossingen van Barco. Het gaat onder meer om ClickShare en ClickShare Hub, inclusief recent gecertificeerde bundels voor Microsoft Teams Rooms.

Na het beëindigen van de activiteiten door Exertis AV zat Barco tijdelijk zonder distributiepartner voor ClickShare in de regio. Met de uitbreiding van de samenwerking met Midwich wordt die rol nu opnieuw ingevuld, inclusief levering, ondersteuning en begeleiding voor partners in Nederland, België en Luxemburg.

ClickShare en ClickShare Hub zijn bedoeld voor draadloos presenteren, videovergaderen en samenwerken in vergaderruimtes van verschillende groottes. Beheer en beveiliging worden centraal ingericht, zodat IT-afdelingen controle houden over het gebruik binnen organisaties. Daarmee spelen de oplossingen in op de groeiende behoefte aan gestandaardiseerde en beheersbare vergaderomgevingen.

Het portfolio omvat ook bundels waarin ClickShare Hub wordt gecombineerd met TeamConnect bars. Volgens de betrokken partijen sluiten deze samenstellingen aan op hybride werkomgevingen, waarin samenwerking plaatsvindt tussen medewerkers op locatie en op afstand.

De distributie richt zich op uiteenlopende vergaderruimtes, van kleinere overlegplekken tot grotere vergaderomgevingen. Midwich Benelux verzorgt naast levering ook technische ondersteuning en begeleiding bij implementatie. Daarmee wil het bedrijf partners ondersteunen bij projecten rondom vergaderruimte-inrichting en -beheer.

Barco geeft aan dat de uitbreiding van de samenwerking past binnen de bredere Europese kanaalstrategie. Midwich Benelux stelt dat de toevoeging van het volledige ClickShare-portfolio het bestaande aanbod verder verbreedt en aansluit op de vraag naar gestandaardiseerde vergaderoplossingen.

Veel organisaties hebben moeite om hun cloudomgevingen effectief te beveiligen door een groeiend aantal losse securitytools en een gebrek aan overzicht. Dat blijkt uit het 2026 State of Cloud Security Report van Fortinet, gebaseerd op een wereldwijd onderzoek onder ruim 1.100 securitybeslissers.

Volgens het onderzoek investeren organisaties steeds meer in cybersecurity, maar vertaalt die toename zich niet automatisch in betere weerbaarheid. Beveiligingsteams raken het overzicht kwijt doordat verschillende oplossingen naast elkaar worden ingezet, zonder onderlinge samenhang. Bijna 70 procent van de respondenten noemt deze fragmentatie een van de belangrijkste obstakels voor effectieve cloudbeveiliging.

Naast versnipperde tooling vormt ook personeelstekort een structureel probleem. Driekwart van de respondenten geeft aan dat het lastig is om voldoende gekwalificeerde securityprofessionals te vinden. Daardoor staan teams onder druk en neemt de kans toe dat incidenten te laat worden opgemerkt of afgehandeld. Tegelijkertijd zegt bijna 60 procent dat hun organisatie zich nog in een vroeg stadium van volwassenheid bevindt op het gebied van cloudbeveiliging.

De snelheid waarmee cyberaanvallen worden uitgevoerd, vormt een derde belangrijk knelpunt. Aanvallers maken steeds vaker gebruik van automatisering en AI om kwetsbaarheden te identificeren en te misbruiken. Meer dan 80 procent van de ondervraagde experts zegt weinig vertrouwen te hebben in het vermogen om dreigingen in real time te detecteren en te neutraliseren. Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan een jaar eerder.

Het onderzoek laat ook zien dat multicloud- en hybride omgevingen de complexiteit verder vergroten. Inmiddels werkt bijna negen op de tien organisaties met meerdere cloudomgevingen of een combinatie van cloud en on-premises infrastructuur. Meer dan 80 procent heeft bedrijfskritische workloads bij meerdere cloudproviders ondergebracht.

Deze versnippering leidt tot extra beheerlast. Veel securityteams besteden een groot deel van hun tijd aan het koppelen van systemen en het samenbrengen van beveiligingsinformatie. Als organisaties opnieuw zouden mogen kiezen, geeft bijna twee derde aan liever te werken met één geïntegreerd beveiligingsplatform.

Voor msp’s en IT-dienstverleners onderstreept het rapport het belang van vereenvoudiging en standaardisatie binnen cloudomgevingen. Klanten verwachten steeds vaker dat dienstverleners niet alleen tooling leveren, maar ook zorgen voor samenhangend beheer, centrale monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden.

Het rapport concludeert dat verdere groei van cloud- en AI-toepassingen alleen beheersbaar blijft wanneer organisaties hun beveiligingsarchitectuur vereenvoudigen, investeren in vaardigheden en processen beter op elkaar afstemmen. Zonder die basis blijft de kloof tussen complexiteit en weerbaarheid bestaan.

Vertiv, een wereldwijde leider in kritieke digitale infrastructuur, breidt vandaag het Vertiv™ CoolPhase Perimeter PAM luchtgekoelde assortiment uit met nieuwe koelvermogens en de Vertiv™ CoolPhase Condenser. Deze oplossing is nu beschikbaar in Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) en combineert energie-efficiëntie, milieubewustzijn en operationele veerkracht. Dit resulteert in meetbare verbeteringen in zowel Power Usage Effectiveness (PUE) als Total Cost of Ownership (TCO) en draagt bij aan een langere levensduur van het systeem.

De Vertiv CoolPhase Perimeter PAM is ontworpen voor de volgende generatie datacenters. Het is uitgerust met de zeer energie-efficiënte Vertiv™ EconoPhase Pumped Refrigerant Economizer (PRE) en volledig geïntegreerd in het Vertiv CoolPhase Condenser-systeem. Deze technologie verlaagt het energieverbruik en verhoogt tegelijkertijd de free-coolingcapaciteit en systeembetrouwbaarheid. Dat doet het door gebruik te maken van een gepompte koelmiddelkring die zowel ruimte bespaart als slechts een fractie van het vermogen vereist in vergelijking met traditionele compressoren.

De Vertiv CoolPhase Perimeter PAM-reeks maakt gebruik van R-513A, een koelmiddel met zeventig procent lagere Global Warming Potential (GWP) dan het alternatief R-410A. Ook is R-513A niet-brandbaar en heeft het een laag toxiciteitsrisico. Hierdoor voldoet het volledig aan de EU F-Gas Regulation 2024/573 en is het ideaal voor operators die hun CO₂-uitstoot willen minimaliseren zonder concessies te doen aan koelprestaties.

“Met deze nieuwste uitbreiding van het Vertiv CoolPhase Perimeter PAM-assortiment maken we ons direct-expansieaanbod flexibeler. Ook pakken we twee cruciale uitdagingen aan waarmee datacenteroperators vandaag worden geconfronteerd: milieuwetgeving en operationele efficiëntie,” aldus Sam Bainborough, Vice President Thermal Management, EMEA bij Vertiv. “De nieuwe luchtgekoelde modellen vergroten de free-coolingcapaciteit en verlagen de PUE. Dit benadrukt onze toewijding aan het leveren van energie-efficiënte en milieubewuste oplossingen, zonder in te boeten op prestaties.”

De Vertiv™ CoolPhase Perimeter PAM-reeks is ontworpen met functies zoals compressoren met variabel toerental, gefaseerde warmtewisselaars, innovatieve gepatenteerde filtertechnologie en naadloze integratie met Vertiv™ CoolPhase Condenser-units via de Vertiv™ Liebert® iCOM™-regeling. Dit maakt deel uit van een holistische benadering waarbij alle componenten als één geïntegreerd systeem worden beschouwd, waardoor intelligente optimalisatie van prestaties, efficiëntie en flexibiliteit mogelijk wordt.

De Vertiv CoolPhase Perimeter PAM-reeks maakt deel uit van Vertiv’s thermische productketen en wordt ondersteund door de wereldwijde Vertiv™ Services-organisatie, die continue betrouwbaarheid garandeert door deskundige implementatie en proactief onderhoud. Daarnaast biedt Vertiv Services uitgebreide ondersteuning gedurende de volledige levenscyclus van de apparatuur: van ontwerp en inbedrijfstelling tot voortdurende optimalisatie.

AI speelt een steeds grotere rol in IT-support- en klantomgevingen, maar veel organisaties hebben de organisatorische randvoorwaarden nog niet op orde. Dat blijkt uit het nieuwe Voice of the Agent Report van Calabrio, gebaseerd op onderzoek onder ruim 500 support- en contactcenterprofessionals in Europa en Noord-Amerika.

Volgens het onderzoek ervaren medewerkers dat AI-tools hun werk in sommige gevallen vereenvoudigen, maar tegelijkertijd bestaat er onzekerheid over de impact van automatisering. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan zorgen te hebben over hoe AI hun rol verandert. Slechts een derde weet welke systemen binnen de organisatie daadwerkelijk gebruikmaken van AI.

Daarnaast blijkt dat training en begeleiding vaak tekortschieten. Ongeveer 40 procent van de medewerkers zegt geen passende scholing te hebben gekregen voor het werken met AI-ondersteuning. Hierdoor ontstaat een kloof tussen de technische mogelijkheden en het daadwerkelijke gebruik in de praktijk.

Het rapport laat zien dat AI routinetaken steeds vaker overneemt, waardoor medewerkers zich meer bezighouden met complexe en inhoudelijke vragen. Dat vraagt om andere vaardigheden, meer autonomie en betere ondersteuning vanuit de organisatie. Tegelijkertijd blijven veel teams opereren binnen bestaande structuren, waarin governance, procesafspraken en verantwoordelijkheden niet altijd zijn aangepast aan nieuwe technologie.

Voor msp’s en IT-dienstverleners is deze ontwikkeling herkenbaar. Ook binnen servicedesks en supportafdelingen wordt AI steeds vaker ingezet voor ticketafhandeling, monitoring, kennisbeheer en klantinteractie. Het onderzoek onderstreept dat succesvolle inzet niet alleen afhangt van tooling, maar ook van duidelijke richtlijnen, transparantie en opleiding.

Opvallend is dat medewerkers die regelmatig coaching en voortgangsgesprekken krijgen, vaker vertrouwen hebben in het gebruik van AI. Ook organisaties met duidelijke loopbaanpaden en ontwikkelprogramma’s scoren hoger op tevredenheid en betrokkenheid. Volgens de onderzoekers draagt dit bij aan een stabielere adoptie van nieuwe technologie.

Het rapport wijst er verder op dat veel organisaties de voordelen van AI inmiddels erkennen, maar moeite hebben met de volgende stap: structurele inbedding in processen en dienstverlening. Gebrek aan overzicht, onvoldoende afstemming tussen afdelingen en beperkte governance vormen daarbij belangrijke belemmeringen.

Voor IT-dienstverleners ligt hier een rol in het begeleiden van klanten bij niet alleen de technische implementatie, maar ook bij de inrichting van beheer, training en toezicht. Het onderzoek laat zien dat AI in supportomgevingen steeds normaler wordt, maar dat volwassen gebruik pas mogelijk is wanneer technologie en organisatie beter op elkaar zijn afgestemd.

Steeds meer organisaties in Europa en het Midden-Oosten bevinden zich in een gevorderd stadium van AI-adoptie. Tegelijkertijd blijft de inrichting van governance, risicobeheersing en toezicht achter. Dat blijkt uit het Lenovo CIO Playbook 2026, gebaseerd op onderzoek van IDC onder 800 IT- en zakelijke beslissers in de regio.

Volgens het onderzoek heeft bijna de helft van de organisaties inmiddels AI-toepassingen vanuit pilots naar productie gebracht. Veel organisaties verwachten dat AI-investeringen de komende jaren financieel rendement opleveren en zijn van plan hun budgetten verder te verhogen.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de organisatorische basis vaak nog onvoldoende is ingericht. Slechts 27 procent van de respondenten geeft aan dat AI-governance volledig op orde is. Beperkingen in datakwaliteit, interne expertise, integratie met bestaande systemen en afstemming tussen afdelingen zorgen ervoor dat ambities niet altijd aansluiten op de praktijk.

Een opvallende ontwikkeling is de groeiende belangstelling voor zogenoemde agentic AI, waarbij systemen zelfstandig taken uitvoeren en beslissingen nemen. Hoewel veel organisaties aangeven hier binnen twaalf maanden mee te willen opschalen, maakt slechts een klein deel er momenteel structureel gebruik van. Het merendeel bevindt zich nog in de test- of pilotfase.

Daarnaast blijkt dat hybride AI-architecturen steeds vaker de voorkeur krijgen. Bijna zestig procent van de organisaties kiest voor een combinatie van cloud, private infrastructuur en on-premises systemen. Deze aanpak moet helpen om innovatie te combineren met controle over data, kosten en compliance.

Volgens de onderzoekers verschillen de volwassenheid en het tempo van adoptie sterk per regio. In onder meer Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en Italië zijn organisaties verder met structurele implementaties. In delen van Zuid- en Oost-Europa bevinden veel bedrijven zich nog in eerdere fasen. In het Midden-Oosten groeit de belangstelling voor grootschalige en geavanceerde AI-toepassingen relatief snel.

Voor msp’s en IT-dienstverleners onderstreept het onderzoek het belang van begeleiding bij AI-implementaties. Naast technische infrastructuur spelen governance, beveiliging, compliance en beheerprocessen een steeds grotere rol. Organisaties die AI op grotere schaal willen inzetten, hebben daarbij vaak ondersteuning nodig bij het inrichten van deze randvoorwaarden.

Het rapport laat zien dat AI binnen veel organisaties is doorgeschoven van experiment naar structureel gebruik, maar dat verdere opschaling afhankelijk blijft van de mate waarin beheer, toezicht en integratie professioneel zijn ingericht.