STULZ, producent van airconditioning- en koelsystemen voor bedrijfskritische omgevingen, heeft een nieuwe productiefaciliteit voor vloeistofkoeloplossingen geopend op zijn hoofdkantoor in Hamburg. Met deze uitbreiding wil het bedrijf inspelen op de toenemende vraag naar efficiënte koeling voor high-performance computing en AI-toepassingen in datacenters.

Volgens STULZ draagt de nieuwe faciliteit bij aan snellere productontwikkeling en nauwere samenwerking tussen de afdelingen R&D, productmanagement en service. Het bedrijf verwacht dat de integratie van deze disciplines zorgt voor kortere doorlooptijden en een beter afgestemde productie.

“Vloeistofkoeling wordt steeds belangrijker voor het efficiënt afvoeren van warmte uit IT-apparatuur,” zegt Jörg Desler, Global Director Technology bij STULZ. “Daarom zijn robuuste productieprocessen en gecontroleerde kwaliteitsstandaarden essentieel.”

De nieuwe productielijn ondersteunt onder andere de productie van de CyberCool CMU – een koeldistributie-unit waarmee gebruikers zowel het facilitair watersysteem als het technologisch koelsysteem binnen een vloeistofkoelinfrastructuur kunnen aansturen. Deze unit is leverbaar in verschillende uitvoeringen en kan worden aangepast aan specifieke projecten, met een uitgangsvermogen tot 1380 kW.

STULZ meldt dat het product in Hamburg wordt geproduceerd voor klanten in de EMEA en de VS. Andere regio’s worden bediend via productielocaties elders. De uitbreiding in Hamburg maakt deel uit van bredere investeringen in vloeistofkoelingstechnologie en de ondersteuning van datacenterklanten wereldwijd. Volgens Desler is de uitbreiding in Hamburg ook bedoeld om de lokale werkgelegenheid te versterken en de productiefaciliteit toekomstbestendig te maken in een internationaal concurrerende markt.

Cybersecurity cryptospecialist Compumatica en IT-dienstverlener NTT DATA, wereldwijd marktleider op het gebied van digitale bedrijfsvoering en IT-diensten, hebben hun samenwerking formeel bekrachtigd met een Value Added Reseller-overeenkomst. Daarmee is NTT DATA benoemd tot Gold Partner van Compumatica. Deze stap markeert een strategische verdieping van de samenwerking, met een gezamenlijke focus ophoogwaardige beveiligingsoplossingen.

De samenwerking richt zich op het leveren van geavanceerde netwerksegmentatie- en encryptietechnologie aan organisaties in onder meer de overheid, energie, water, transport en defensie. Door lokale expertise te combineren met internationale slagkracht, bieden de partners oplossingen die voldoen aan de hoogste beveiligingsstandaarden, inclusief NIS2, de Cyberbeveiligingswet (Cbw), BIO en IEC62443.

Frank Voskeuil, Algemeen Directeur, Compumatica:
“In een wereld waarin cyberdreigingen zich razendsnel ontwikkelen, is het cruciaal dat technologie en vertrouwen hand in hand gaan. Met deze samenwerking bundelen we onze krachten met een partner die ons DNA begrijpt: veiligheid zonder concessies, en innovatie met integriteit. Wij kijken uit naar een intensieve en impactvolle samenwerking.”

Jeroen van Hamersveld, Managing Director, NTT DATA Nederland:
“Voor organisaties in vitale sectoren zijn de NATO-gecertificeerde oplossingen van Compumatica essentieel voor bedrijfscontinuïteit. Dankzij onze diepgaande kennis van de Nederlandse markt en wetgeving, gecombineerd met wereldwijde expertise van NTT DATA, bieden wij klanten bewezen beveiligingstechnologie die naadloos integreert in hun bestaande IT- en OT-omgevingen. Met onze gecertificeerde specialisten staan wij 24/7 paraat hun digitale weerbaarheid te versterken.”

Compumatica en NTT DATA werken de komende maanden aan gezamenlijke marktbenaderingen met een sterke focus op innovatie, sectorgerichte diensten en het structureel versterken van de digitale weerbaarheid in vitale infrastructuren. De partners zetten daarmee een nieuwe standaard in cybersecurity voor de Nederlandse markt.

Op de foto links Pasqualle Verwoerdt (Commercieel Directeur, Compumatica) en rechts Jeroen van Hamersveld (Managing Director, NTT) tijdens het formaliseren van het Gold Partnerschap.

Atos heeft zijn status als Google Cloud Managed Service Provider opnieuw verlengd. Daarmee bevestigt het bedrijf de voortzetting van het langdurige strategische partnership met Google Cloud.

Als Premier Google Cloud Partner en gecertificeerd msp ondersteunt Atos organisaties bij het beheer en de optimalisatie van de cloudomgevingen. De diensten omvatten onder andere cloudmigratie, data-analyse, beveiliging, AI-toepassingen en applicatiemodernisering. De verlenging volgt op een audit waarin Atos’ technische expertise, klantimpact en investeringen in Google Cloud-technologie werden beoordeeld.

Volgens Alexa Vandenbempt, Head Group Partnerships bij Atos, onderstreept de verlenging de samenwerking met Google Cloud: “Deze erkenning bevestigt onze focus op innovatie en operationele uitmuntendheid, waarmee we organisaties helpen bij het realiseren van flexibiliteit, schaalbaarheid en duurzame groei.”

Het msp-programma van Google Cloud is bedoeld voor partners die voldoen aan hoge standaarden op het gebied van technische bekwaamheid en klantgerichte dienstverlening. Atos en Google Cloud werken al ruim tien jaar samen aan initiatieven zoals co-innovatie-labs, Bare Metal Solution en Database Modernization for AI.

De groei van de Nederlandse digitale economie is in het eerste kwartaal van 2025 licht afgevlakt. Dat blijkt uit de nieuwste editie van de Kwartaalmonitor Digitale Economie, samengesteld door Pb7 Research, Rabobank, Dutch Cloud Community en Dutch Data Center Association. De Digitale Economie Index Nederland (DEIN) daalde met vier punten naar 110. Geopolitieke spanningen, vertraging na de kabinetsval en onzekerheid over internationale handelsrelaties speelden daarbij een grote rol.

Cloud en AI groeien door, maar personeelsgroei blijft achter

De zakelijke uitgaven aan publieke cloud stegen met 12% tot € 2,5 miljard. IaaS groeide zelfs met 19% tot € 833 miljoen. AI ontwikkelt zich snel richting zogeheten “reasoning” en “agentic” toepassingen. Tegelijkertijd daalde het aantal IT-banen licht ten opzichte van Q4, ondanks een jaar-op-jaar groei van 2%.

De digitale sector kende een gematigde groei van 1,5% in toegevoegde waarde. Het aantal zelfstandigen steeg met 28%, terwijl het aantal werknemers met 0,9% daalde, mede door AI-gedreven reorganisaties in de telecom- en IT-sector.

Infrastructuur ontwikkelt zich, maar loopt tegen grenzen aan

Het dataverkeer via AMS-IX steeg met 7,7% tot 8,8 exabyte. Ook piekverkeer en glasvezelgroei namen toe. Toch groeit de colocatiecapaciteit slechts beperkt (+1,5%), door netcongestie, vergunningsproblemen en gebrek aan politiek draagvlak. Daarmee verliest Nederland terrein als digitale gateway naar Europa.

Beleidsvertraging, maar ook investeringen in digitale soevereiniteit

Hoewel wetgeving rond NIS2 en AI vertraging opliep, werd in Groningen een AI-factoryaangekondigd en investeerde Nederland via EU-programma’s ruim €60 miljoen in digitale innovatie. Tijdens de D9+ Summit in Amsterdam spraken EU-landen over samenwerking op AI, cloud en digitale overheidsdiensten.

Tegelijkertijd groeit de politieke en maatschappelijke aandacht voor digitale soevereiniteit. De zorgen over afhankelijkheid van buitenlandse cloudaanbieders leiden tot Kamerinitiatieven, beleidsmaatregelen en investeringen in Europese alternatieven. De recente motie om in 2029 ten minste 30% van de rijksclouddiensten door Europese partijen te laten leveren, onderstreept het strategisch belang dat wordt gehecht aan controle over data en infrastructuur.

De kwartaalmonitor laat zien dat de digitale economie veerkrachtig blijft, maar onder druk staat. Investeringen in infrastructuur, innovatie en talent zijn nodig om internationaal concurrerend te blijven.

Per 1 juli is Eric Pilet gestart als Operationeel Directeur bij Lancom BV.

Pilet werkte eerder in managementfuncties bij onder meer T-Mobile Netherlands en Arcus IT. De overstap naar Lancom was een bewuste keuze: “Ik was op zoek naar een bedrijf waar ik dichter bij de mensen sta. De no-nonsense mentaliteit binnen Lancom past me perfect,” aldus Pilet.

In zijn rol is hij verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering en het optimaliseren van processen. “Het motiveren van mensen en het aanspreken van hun potentieel zijn volgens mij de sleutels tot succes. Alleen zo kun je écht een organisatie naar een hoger niveau tillen.”

Met zijn komst zet Lancom in op verdere groei, met mens en technologie als verbindende factoren. “Ik geloof dat technologie pas echt waardevol is als het mensen dichter bij elkaar brengt. Onze focus ligt op ontzorgen, wederzijds vertrouwen en het opbouwen van langdurige relaties met onze klanten. Samen bouwen we aan een sterke toekomst,” besluit Pilet.

NLconnect waarschuwt Defensie voor risico’s bij gebruik van civiele frequenties tijdens oefeningen.

NLconnect, de Nederlandse brancheorganisatie voor telecomaanbieders, roept het ministerie van Defensie op tot uiterste voorzichtigheid bij het uitvoeren van militaire oefeningen waarbij gebruik wordt gemaakt van technieken als jammen en spoofen op civiele frequenties, zoals die voor 5G.

Onder de nieuwe Wet op Defensiegereedheid krijgt Defensie namelijk de bevoegdheid om dergelijke verstorende technieken ook in vredestijd toe te passen, buiten het gebruikelijke militaire spectrum en buiten defensieterreinen.

Volgens NLconnect brengt het verstoren van radiosignalen ernstige risico’s met zich mee voor de maatschappij. “Bij oefeningen met afwijkend frequentiegebruik bestaat een aanzienlijk risico op onbedoelde maatschappelijke schade,” stelt de organisatie in haar consultatiereactie. “Zonder betrouwbare connectiviteit komt niet alleen het dagelijks leven van consumenten tot stilstand, maar dreigt ook ontwrichting van vitale processen binnen economie en samenleving.”

De branchevereniging pleit er daarom voor dat er voorafgaand aan dergelijke oefeningen altijd overleg plaatsvindt met telecomaanbieders en andere betrokken partijen. Ook verzet NLconnect zich tegen het voorstel in de nieuwe wet dat het in vredestijd mogelijk maakt om hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet buiten werking te stellen.

De komst van de NIS2-richtlijn en de nieuwe Cyberbeveiligingswet werpt haar schaduw vooruit. Veel mkb-bedrijven beseffen nog niet dat ook zij straks geraakt worden. Hans ten Hove, Area Vice President Continental Europe bij Kaseya, licht toe waarom dit een belangrijk moment is voor msp’s om hun rol te pakken en mkb-klanten te helpen cyberweerbaar te worden.

In Nederland zullen straks zo’n 8 tot 10 duizend bedrijven rechtstreeks onder de NIS2-wetgeving vallen, vertelt Ten Hove. Dat zijn bedrijven die in bepaalde sectoren actief zijn en cruciaal voor digitale weerbaarheid, echter met een ondergrens van 50 medewerkers of EUR 10M omzet. “Veel mkb’ers en hun msp’s denken daardoor dat de wet voor hen niet geldt,” zegt hij. “Maar dat is een misvatting. Grote bedrijven moeten volgens de wet ook aantonen dat hun hele toeleverketen cyberweerbaar is. Die verantwoordelijkheid schuiven ze door naar hun leveranciers. En daar zitten vaak kleine mkb-bedrijven bij. Voldoet zo’n leverancier niet, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de relatie.”

Het resultaat: ook bedrijven van slechts vijf medewerkers kunnen straks te maken krijgen met aangescherpte cybervoorwaarden vanuit hun grootste klanten. Wie daar niet op voorbereid is, loopt het risico opdrachten of klanten kwijt te raken.

Certificeringen helpen inzicht bieden

Om die verantwoordelijkheid hanteerbaar te maken, hebben brancheorganisaties, VNO-NCW en de overheid het initiatief Samen Digitaal Veilig opgezet. Dit introduceert drie niveaus van certificeringen — Quality Marks 10, 20 en 30 — die een uniforme indicatie geven van de cyberweerbaarheid van toeleveranciers. Hoe kritischer een leverancier in de keten, hoe hoger het niveau dat gevraagd kan worden. “Dat is een slimme manier om grote bedrijven inzicht te geven in hun keten en mkb’ers houvast te bieden,” zegt Ten Hove. “Een bedrijf kan bijvoorbeeld aan zijn leveranciers vragen minimaal Quality Mark 10 te halen, en aan cruciale partners Quality Mark 30.”

Voor msp’s ligt hier een duidelijke kans. “Als msp zit je in een sleutelpositie,” stelt Ten Hove. “Je hebt niet alleen je eigen zaken goed op orde te hebben — je klanten rekenen erop dat jij hen begeleidt. Dit is hét moment om klanten uit te leggen dat ze deze ontwikkelingen serieus moeten nemen en hen daarbij te ondersteunen. Daarmee kun je je zelfs onderscheiden van andere aanbieders.”

Kaseya heeft zijn portfolio ingericht om msp’s daarbij te ondersteunen. “We bieden oplossingen die passen bij elk niveau van de Quality Marks, en vaak zelfs verder gaan,” aldus Ten Hove. “We helpen msp’s bij het opzetten van business continuity, zodat downtime bij een incident wordt beperkt. We hebben oplossingen voor endpoint- en userbeveiliging, inclusief training en phishingsimulaties, zodat ook de ‘menselijke factor’ wordt aangepakt. En alles is geïntegreerd, zodat msp’s efficiënt kunnen werken en kosten kunnen beheersen.”

De recent geïntroduceerde Kaseya 365-diensten spelen daarbij een belangrijke rol. Deze combineren dertien diensten voor endpoint- en userbeveiliging, inclusief tientallen vooraf geconfigureerde automatiseringen. “Daarmee hebben msp’s alles in handen om klanten snel en effectief te helpen en tegelijk hun eigen marges gezond te houden,” legt hij uit.

Beyond compliance: onderscheiden door pentesting

Naast compliance kunnen msp’s zich nog verder onderscheiden met diensten die extra zekerheid bieden, zoals geautomatiseerde penetratietesten. “Voorheen waren pentests iets voor gespecialiseerde bureaus en grote corporates,” zegt Ten Hove. “Ze waren duur, arbeidsintensief en nauwelijks beschikbaar voor het mkb. Door onze overname van het Vonahi pentestplatform kunnen msp’s dit nu als dienst aanbieden. Je hoeft het klanten alleen maar uit te leggen — ze vragen er zelf niet om, want ze kennen het vaak niet.”

Volgens Ten Hove past het perfect in het gesprek over ketenverantwoordelijkheid. “Als je je klanten kunt vertellen dat ze niet alleen voldoen aan Quality Mark 30, maar ook nog vier keer per jaar een pentest laten uitvoeren, dan geeft dat een enorm vertrouwen. Daar win je klanten mee.”

‘Actief adviseren’

Ten Hove benadrukt dat het voor msp’s niet voldoende is om alleen diensten ‘op de plank te hebben liggen’. Ze moeten proactief het gesprek aangaan met hun klanten. “Veel mkb’ers denken dat een antiviruspakket en een back-up voldoende zijn. Maar ze hebben geen idee welke eisen hun klanten straks aan hen stellen. Het is aan jou als msp om hen die bewustwording bij te brengen. Doe een digitale APK bij je klanten. Bespreek wat ze goed doen en waar nog gaten zitten. Daarmee help je niet alleen je klant, je laat ook zien dat je een partner bent die meedenkt en vooruitkijkt.”

Dat het mkb steeds vaker kiest voor een msp, blijkt ook uit recente onderzoeken. “Ongeveer 85 procent van de mkb-bedrijven heeft al een deel van hun IT uitbesteed of is dat van plan,” vertelt Ten Hove. “En dat is verstandig. Een msp doet dit dagelijks, heeft de schaal, expertise en ervaring die je zelf niet kunt evenaren. En voor msp’s is het interessant omdat ze met de juiste diensten en adviezen hun klantenbestand kunnen uitbreiden en verdiepen.”

Voor Ten Hove is de boodschap duidelijk: “NIS2 en de Cyberbeveiligingswet zijn niet alleen een verplichting, ze bieden ook kansen. Wie als msp nu investeert in kennis, diensten en advisering rond ketenverantwoordelijkheid, kan zich onderscheiden in de markt en zijn klanten beter helpen. En dat is uiteindelijk waar het om draait.”

De Nederlandse startup Voicelabs heeft een AI-receptioniste gelanceerd, speciaal ontwikkeld om de telefonische bereikbaarheid en klantinteractie van bedrijven te verbeteren. Met deze nieuwe oplossing speelt Voicelabs naar eigen zeggen in op de groeiende behoefte van vooral kleine en middelgrote ondernemingen aan efficiënte en schaalbare klantenservice.

De AI-receptioniste zorgt ervoor dat bedrijven dag en nacht telefonisch bereikbaar zijn. Veelgestelde vragen worden automatisch beantwoord, afspraken en reserveringen kunnen direct worden ingepland en klantvragen worden, voorzien van context, doorgeschakeld naar menselijke medewerkers.

Daarnaast is de technologie beschikbaar als chatbot-widget voor websites, waarmee dezelfde AI ook digitale klantinteracties kan afhandelen.

Voicelabs heeft de oplossing geoptimaliseerd voor Nederlandse gebruikers, met lokaal getrainde taalmodellen.

Uit onderzoek van Wiz Research blijkt dat ontwikkelaars massaal gevoelige gegevens, waaronder logins en hr-informatie, publiceren in publieke code repositories. In een scan van een maand stuitte Wiz op honderden blootgestelde datasets, afkomstig van tientallen organisaties, waaronder meerdere Fortune 100-bedrijven. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat de beveiliging achterblijft bij de snelle adoptie van AI-tools.

Wiz onderzocht hoe organisaties omgaan met securityrichtlijnen in het huidige AI-landschap. Bij twintig procent van de bekeken bedrijven werd gevoelige of vertrouwelijke informatie gevonden in openbare opslag. In totaal identificeerde het team data van dertig verschillende organisaties, waarvan een derde gerelateerd was aan persoonlijke projecten van medewerkers. Van alle gelekte vertrouwelijke informatie had 40 procent directe impact op de getroffen organisaties, bijvoorbeeld doordat toegang tot hr-gegevens mogelijk was.

Een opvallende bevinding is dat meer dan de helft (56 procent) van de blootgestelde data in persoonlijke opslagomgevingen van medewerkers stond, en niet op bedrijfsomgevingen. Dit verschijnsel, ook wel ‘adjacent discovery’ genoemd, benadrukt volgens Wiz het risico dat gevoelige informatie onbedoeld buiten de formele IT-omgeving terechtkomt.

AI-specifieke risico’s

AI-gerelateerde gegevens vormen het grootste deel van de gevonden lekken. Vier van de vijf meest aangetroffen bestandstypen hangen samen met AI-toepassingen. Wiz wijst drie belangrijke aanvalsroutes aan:
• Python-notebooks (.ipynb) blijken vaak een bron van gevoelige gegevens, doordat ze uitvoerbare code, resultaten en documentatie combineren.
• Configuratiebestanden voor AI-agents, zoals mcp.json en .env, bevatten regelmatig hardcoded authenticatiegegevens. Vooral ontwikkelaars die AI-code-assistenten inzetten, blijken kwetsbaar door een gebrek aan kennis over best practices.
• Nieuwe vertrouwelijke gegevensformaten die AI-leveranciers introduceren, worden vaak niet herkend door bestaande detectietools. Daardoor ontstaan blinde vlekken in de beveiliging.

Daarnaast signaleren de onderzoekers dat authenticatiegegevens voor Chinese AI-platformen relatief vaak lekken en vaak onopgemerkt blijven, terwijl Westerse platformen sneller door scanners worden opgepikt.

Volgens Rami McCarthy, principal security researcher bij Wiz, laat het rapport zien hoe dringend scherpere beveiligingsrichtlijnen nodig zijn: “Nu AI een standaard hulpmiddel wordt voor ontwikkelaars, is het duidelijk dat standaardbeveiliging de norm moet worden en niet de uitzondering. We hopen dat deze bevindingen proactieve gesprekken op gang brengen tussen beveiligings- en engineeringteams en dat organisaties sneller overstappen op slimmere tools en werkwijzen om zich beter te beschermen.”

Met de verkiezingen op komst, komen diverse maatschappelijke organisaties met aanbevelingen voor de verkiezingen. Nadat gisteren NLdigital een oproep deed, blijft nu ook Coöperatie SURF niet achter.

SURF roept de politiek op om structureel 150 miljoen euro per jaar extra te investeren in digitale infrastructuren voor onderwijs en onderzoek. In aanloop naar de verkiezingen van 2025 publiceert SURF een manifest met als centrale boodschap: alleen met gerichte investeringen kan Nederland zijn positie als digitale mainport behouden en versterken. Volgens de organisatie is de situatie nijpend. Terwijl andere landen fors investeren in snelle netwerken, krachtige rekenfaciliteiten en veilige opslagcapaciteit voor onderzoek en onderwijs, raakt Nederland achterop. In internationale ranglijsten zakken Nederlandse voorzieningen weg, waardoor wetenschappers en studenten risico lopen achtergesteld te worden.

In het manifest waarschuwt SURF dat zonder aanvullende structurele middelen cruciale onderdelen van de digitale infrastructuur verdwijnen, wat wetenschappers beperkt in hun mogelijkheden en het vestigingsklimaat voor kennisinstellingen ondermijnt.

Digitale soevereiniteit versterken

Naast investeringen in infrastructuur benadrukt SURF het belang van digitale soevereiniteit. Nederland en de EU zijn volgens de organisatie te afhankelijk geworden van dominante, niet‑Europese partijen. Dat maakt de samenleving kwetsbaar en beperkt de keuzevrijheid. SURF pleit daarom voor publieke investeringen in veilige nationale en Europese alternatieven, zoals cloud‑ en AI‑infrastructuren gebaseerd op open standaarden en open source.

Een ander speerpunt is het versterken van de digitale mainportfunctie van Nederland. Nieuwe intercontinentale datakabels landen steeds vaker in omringende landen, waardoor Nederland terrein verliest als knooppunt voor mondiale datastromen. SURF ziet hierin een rol voor de overheid, die SURF in staat kan stellen als launching customer op te treden voor nieuwe verbindingen en zo de concurrentiepositie van Nederland te beschermen.

Relevantie voor IT‑dienstverleners

Voor msp’s en IT‑dienstverleners liggen er volgens SURF ook kansen. De oproep tot investeringen in nationale en lokale digitale faciliteiten betekent dat de vraag naar veilige connectiviteit, rekencapaciteit en dataopslag in Nederland toeneemt. Ook de aandacht voor digitale veiligheid, open source en autonomie biedt mogelijkheden voor leveranciers en adviseurs om instellingen te helpen met betrouwbare oplossingen en het verhogen van hun weerbaarheid.

Samenvatting van de speerpunten:
• Jaarlijkse investering van 150 miljoen euro extra, verdeeld over nationale, lokale en data‑intensieve onderzoeksfaciliteiten.
• Versterken van digitale soevereiniteit door minder afhankelijkheid van big tech en meer open standaarden.
• Actief aantrekken van nieuwe intercontinentale verbindingen om de digitale mainportpositie veilig te stellen.
• Stimuleren van digitale vaardigheden en weerbaarheid bij onderwijsinstellingen en onderzoekers.

SURF ziet samenwerking tussen overheid, onderwijs, onderzoek en marktpartijen als sleutel om deze ambities waar te maken